Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Vergaderjaar 2016-2017

Nr. 582

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 juni 2017

Uw Kamer heeft mij in de afgelopen periode gevraagd om zekerheid te geven over de continuïteit van de organisaties Kindertelefoon, Sensoor en AKJ van 2018. Deze organisaties hebben in de pers en richting uw Kamer hun zorgen geuit over hun bestaan omdat er nog geen 100% dekkende financiering is geregeld voor 2018.

Ik heb besloten om met ingang van 1-1-18 de Kindertelefoon, het «luisterend oor» en vertrouwenswerk Jeugd via VWS te financieren. Met deze brief licht ik dit besluit toe.

Achtergrond

Op grond van de Jeugdwet (Kamerstuk 33 684) en de Wmo 2015 (Kamerstuk 33 841) zijn gemeenten verantwoordelijk voor de kindertelefoon, het vertrouwenswerk jeugd en het «luisterend oor». Een belangrijke overeenkomst tussen deze voorzieningen is de algemene toegankelijkheid en de onafhankelijke positie; zonder tussenkomst van de gemeente kan gebruik gemaakt worden van deze voorzieningen. Daarom worden de kosten voor de gemeenten ook niet gebaseerd op het gebruik van deze voorzieningen, maar op het inwoneraantal.

Huidige financieringsconstructie

Gemeenten hebben in de aanloop naar 2015 besloten deze voorzieningen voor drie jaar centraal door de VNG te laten organiseren en financieren. De reden daarvoor was dat de continuïteit van deze functies gewaarborgd diende te zijn, maar dat de tijd ontbrak om een andere constructie uit te werken. Een voorstel van de VNG voor een andere constructie is het afgelopen jaar door de algemene ledenvergadering van de VNG met zeer grote meerderheid aangenomen. Voor de uitwerking heeft de VNG overlegd met de Kindertelefoon, het AKJ en Sensoor. De drie stichtingen hebben een gezamenlijk aanbod gedaan aan alle gemeenten op basis van een prijs die is gebaseerd op het aantal inwoners per gemeente. De VNG heeft op 7 april 2017 alle wethouders een brief gestuurd om hen nauwkeurig te informeren over de uitvoering en daarbij verzocht de meegezonden overeenkomsten ondertekend en wel nog vóór 1 juni 2017 te verzenden, zodat de betreffende organisaties tijdig duidelijkheid zouden hebben over hun toekomst.

Actuele stand

Gisteren heeft de VNG mij, met bijgevoegde brief1, laten weten dat er nog geen financiële garantstelling is voor de drie organisaties per 2018. Dit omdat bij meer dan 100 gemeenten de besluitvorming niet voor 1 juni rond is. Ook blijkt uit een peiling van de VNG dat 78% van de gemeenten van mening is dat deze voorzieningen beter collectief gefinancierd kunnen worden.

Het VNG-bestuur geeft in de brief wel een garantstelling af voor 2018.

Naar de toekomst toe

Ondanks de goede inspanningen van ruim 250 gemeenten die de getekende contracten wel op tijd geretourneerd hebben om zo zekerheid op continuïteit te bieden, acht ik de onzekerheid van de beschikbaarheid van de voorzieningen te groot evenals de lastendruk van de bestaande oplossing.

Met breed draagvlak bij gemeenten en de drie organisaties, concludeer ik daarom dat het beter is als deze voorzieningen onder landelijke verantwoordelijkheid komen te vallen. Ik zal dit zo snel als mogelijk wettelijk regelen.

Ik waardeer de garantstelling die het VNG-bestuur biedt voor 2018, maar geef er de voorkeur aan om zo snel als mogelijk een constructie in gang te zetten die langdurig houdbaar is. Daarom zal ik in 2018 zorg dragen voor continuïteit van de Kindertelefoon, AKJ en Sensoor. Dit betekent dat de verantwoordelijkheid voor deze taken bij het Rijk komt te liggen en in de komende septembercirculaire van het gemeentefonds een uitname per 2018 zal worden verwerkt. Een en ander is uiteraard in nauw overleg met de VNG.

VWS zal zich tot het uiterste inspannen om de inkoop van deze voorzieningen per 2018 op een zorgvuldige manier uit te voeren, maar rechtmatigheidsrisico’s zijn niet geheel uit te sluiten.

Ik vertrouw er op dat ik u hiermee voldoende heb geïnformeerd om zeker te kunnen zijn dat deze functies gegarandeerd zijn voor nu en voor in de toekomst. Ik heb de organisaties hiervan ook op de hoogte gebracht.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
M.J. van Rijn

Noot 1: Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.