Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2020
  • Begrotingsstaat
  • Voorjaarsnota
  • 1e suppletore
  • Najaarsnota
  • 2e suppletore
  • Financieel jaarverslag
  • Verantwoordingsbrief
  • Jaarverslag
  • Slotwet
  • Download PDF

2.3 Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven

Tabel 2.3 Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven

Art. nr.

Naam artikel

Uitgaven (x € 1.000)

Juridisch verplichte uitgaven (x € 1.000)

Juridisch verplichte uitgaven (%)

Niet-juridisch verplichte uitgaven (x € 1.000)

Niet-juridisch verplichte uitgaven (%)

Bestemming van de niet-juridisch verplichte uitgaven (x € 1.000)

1

Arbeidsmarkt

890.667

867.655

97,4

23.012

2,6

Subsidies (12.649) en Opdrachten (10.363)

2

Bijstand, Participatiewet en Toeslagenwet

7.002.798

6.981.978

99,7

20.820

0,3

Subsidies (2.978) en Opdrachten (17.842)

3

Arbeidsongeschiktheid

3.878

878

22,6

3.000

77,4

Bijdragen aan ZBO's/RWT's (3.000)

4

Jonggehandicapten

3.386.123

3.386.123

100

0

0,0

 

5

Werkloosheid

116.911

116.911

100

0

0,0

 

6

Ziekte en zwangerschap

11.981

11.981

100

0

0,0

 

7

Kinderopvang

3.461.212

3.436.735

99,3

24.477

0,7

Subsidies (1.658), Opdrachten (12.292) en Bijdragen aan agentschappen (10.527)

8

Oudedagsvoorziening

25.100

25.100

100

0

0,0

 

9

Nabestaanden

1.227

1.227

100

0

0,0

 

10

Tegemoetkoming ouders

6.550.142

6.550.142

100

0

0,0

 

11

Uitvoering

499.637

499.637

100

0

0,0

 

12

Rijksbijdragen

16.901.655

16.901.655

100

0

0,0

 

13

Integratie en maatschappelijke samenhang

252.368

245.154

97,1

7.214

2,9

Subsidies (4.285) en Opdrachten (2.929)

               
 

Totaal niet-juridisch verplichte uitgaven

     

78.523

   

Toelichting

De uitgaven op de beleidsartikelen van SZW zijn voor 99,8% juridisch verplicht voor het jaar 2020. Het hoge percentage komt doordat een groot deel van de SZW-begrotingsuitgaven voortvloeien uit bestaande wetgeving die het parlement reeds aanvaard heeft. Dit geldt bijvoorbeeld voor de inkomensoverdrachten uit hoofde van de Participatiewet, de Wajong en de Kinderopvangtoeslag, maar ook voor de rijksbijdragen en de tegemoetkomingen voor ouders. Een wijziging in deze uitgaven vereist een wijziging van de desbetreffende wetten. Deze uitgaven kunnen dus niet worden aangepast door een wijziging van de begroting van SZW.

Naar verwachting is een beperkt deel van de uitgaven over 2020 niet juridisch verplicht. Het betreft enkele subsidies en opdrachten, en bijdragen aan agentschappen in het kader van kinderopvang en bijdragen aan ZBO’s/RWT’s in het kader van een scholingsexperiment voor WGA-gerechtigden. In veel gevallen liggen er wel bestuurlijke afspraken aan deze voorgenomen uitgaven ten grondslag. De niet-juridisch verplichte uitgaven zijn dan ook niet te beschouwen als middelen die zonder meer vrijelijk beschikbaar zijn voor alternatieve aanwending. Op de totale begroting van SZW gaat het om een bedrag van € 78,5 miljoen aan nog niet juridisch verplichte uitgaven. Dit alles heeft alleen betrekking op de begrotingsgefinancierde uitgaven.

Premiegefinancierde uitgaven, die ook in de begroting van SZW worden toegelicht, kunnen niet worden aangepast middels een wijziging van de begroting. Premie-uitgaven vallen immers niet onder het budgetrecht van de Staten-Generaal. De premiegefinancierde uitgaven voor 2020 zijn overigens 100% juridisch verplicht. De premiegefinancierde uitgaven bestaan enerzijds uit uitkeringsregelingen zoals de AOW, WIA en WW, anderzijds uit bijdragen aan UWV en SVB voor de uitvoering van die wetten en re-integratie (UWV). De uitkeringsgelden zijn juridisch verplicht omdat deze voortvloeien uit bestaande wetgeving. De uitvoeringsbudgetten worden bij de goedkeuring van de jaarplannen van de ZBO’s vastgelegd.