Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2020
  • Begrotingsstaat
  • Voorjaarsnota
  • 1e suppletore
  • Najaarsnota
  • 2e suppletore
  • Financieel jaarverslag
  • Verantwoordingsbrief
  • Jaarverslag
  • Slotwet
  • Download PDF

2.1 Beleidsprioriteiten: naar een arbeidsmarkt met kansen voor iedereen

In de eerste helft van de regeerperiode hebben we belangrijke stappen gezet op het gebied van de arbeidsmarkt, de sociale zekerheid en het pensioenstelsel, zoals aangekondigd in het regeerakkoord. Het kabinet sloot met de sociale partners een akkoord om het pensioenstelsel te hervormen. Met de inwerkingtreding van de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) op 1 januari 2020 creëren we een eerlijkere arbeidsmarkt door de verschillen tussen vast- en flexwerk te verkleinen. Ook neemt het kabinet maatregelen om de arbeidsmarktpositie van zzp’ers te versterken. Met de aanpak Leven Lang Ontwikkelen (LLO) zetten we stappen zodat mensen vitaal, flexibel en duurzaam inzetbaar zijn op de arbeidsmarkt. Nooit eerder zijn zoveel maatregelen genomen om mensen te helpen hun problematische schulden de baas te worden en niet op achterstand te raken. En het kabinet wil meer mensen met een beperking aan het werk helpen en houden met de aanpak «Het Breed Offensief». Stap voor stap verkleint het kabinet zo de tegenstellingen op de arbeidsmarkt en werken we toe naar een arbeidsmarkt die kansen biedt aan iedereen. Want ongeacht hoe de arbeidsmarkt verandert, voorop staat dat iedereen moet kunnen meedoen. Werk is de sleutel tot een inkomen, maatschappelijke participatie en integratie.

De komende periode houden we de arbeidsmarkt fundamenteel tegen het licht en houden we een vinger aan de pols voor de onzekerheden op korte termijn. Voor de urgente problemen zijn de eerste stappen gezet. Maar er is meer nodig om een fundamentele stap te zetten. Om de arbeidsmarkt toekomstbestendig te maken is de opdracht aan de commissie Regulering van werk een belangrijk vertrekpunt. Onder leiding van Hans Borstlap geeft deze commissie advies over de fundamentele vragen over de toekomst van regulering van werk, de sociale zekerheid en de fiscaliteit. Het kabinet verwacht dit advies eind 2019. Daarnaast zien we dat de Nederlandse economie er nog altijd goed voor staat, maar onzekerheid ligt op de loer. De economische groei vlakt af naar 1,4 procent en door internationale ontwikkelingen nemen de neerwaartse risico’s toe. De werkgelegenheid blijft in 2020 groeien, hoewel in minder hoog tempo dan de voorbije jaren. En de krapte op de arbeidsmarkt blijft aanhouden. Het kabinet houdt rekening met een lichte stijging van de werkloosheid. Het koopkrachtbeeld voor 2020 wordt grotendeels bepaald door een stijging van de reële lonen met 1%. Daarnaast vloeien er maatregelen voort uit het regeerakkoord die positief uitpakken voor de koopkracht, zoals een investering in het kindgebonden budget. Het kabinet verlaagt daarbovenop de inkomstenbelasting verder dan eerder gepland en verhoogt de zorgtoeslag om ervoor te zorgen dat huishoudens er meer op vooruitgaan. De mediane koopkrachtraming voor komend jaar komt uit op 2,0%. Maar koopkrachtverwachtingen blijven slechts de best mogelijke voorspellingen. Ontwikkelingen in iemands portemonnee hangen sterker af van de ontwikkelingen in de economie en de persoonlijke situatie, zoals meer uren gaan werken, promotie maken, gaan samenwonen, verhuizen of een kind krijgen.

We willen de arbeidsmarkt en sociale zekerheid verbeteren, maar dat kan alleen als maatregelen ook uitvoerbaar zijn voor gemeenten en uitvoeringsorganisaties. Onze sociale zekerheid is een gezamenlijke investering in de stabiliteit van huishoudens die dat nodig hebben. Denk bijvoorbeeld aan jongeren die uitvallen op school, gezinnen met schulden en werkende armen. Problemen kunnen zich snel opstapelen met, naast stress en zorgen op persoonlijk vlak, kans op toenemende maatschappelijke kosten op het gebied van zorg, justitie en huisvesting. Met onze voorzieningen willen we dat iedereen kan meedoen en daarmee voorkomen we ook grotere uitgaven op lange termijn. De sociale zekerheid is daarmee van waarde voor zowel het individu als de samenleving als geheel. Daarom is het van groot belang dat maatregelen uitvoerbaar zijn voor gemeenten en uitvoeringsorganisaties. Over de hele linie genomen voldoen onze uitvoeringsorganisaties aan de gestelde doelen. Tegelijkertijd hebben veel uitvoeringsorganisaties te maken met complexe netwerken van ICT-systemen. Dat bemoeilijkt de implementatie van nieuwe maatregelen. Maar het gaat over meer dan ICT. Een belangrijk punt is dat politiek, beleid en uitvoering niet hetzelfde ritme hebben. Het kabinet wil zeker stellen dat de uitvoering goede randvoorwaarden heeft en blijft houden om haar werk te doen. We starten daarom met een probleemanalyse van vier grote uitvoeringsorganisaties (UWV, SVB, Belastingdienst en DUO) en ontwikkelen scenario’s waarmee we de uitvoering fundamenteel willen verbeteren en toekomstbestendig en wendbaar maken.

Hieronder gaan we verder in op de drie beleidsprioriteiten: 1) stimuleren van zekerheid en kansen in een nieuwe economie, 2) stimuleren dat mensen naar vermogen meedoen in de samenleving, en 3) beleid valt of staat met uitvoering en handhaving.

2.1.1 Stimuleren van zekerheid en kansen in een nieuwe economie

Pensioenakkoord

Het kabinet heeft met sociale partners een pensioenakkoord gesloten. Dat akkoord was hard nodig, want het pensioenstelsel is dringend aan vernieuwing toe. In de afgelopen jaren zijn de kwetsbaarheden van het stelsel blootgelegd door de gestegen levensverwachting, de veranderende arbeidsmarkt en de financiële markten. Daarom wordt de pensioenopbouw toekomstbestendig en persoonlijker en de AOW-leeftijd stijgt minder snel. Op basis van advies van de Sociaal-Economische Raad (SER) hebben kabinet en sociale partners afspraken gemaakt over een robuuster en persoonlijker tweede pijler pensioen dat beter past bij de moderne arbeidsmarkt. De infographic vat de gemaakte afspraken samen. De afspraken uit het pensioenakkoord werken we uit samen met sociale partners. Per 2022 moet het wettelijk kader voor de pensioenvernieuwing gereed zijn.

Tegelijk met het pensioenakkoord hebben we maatregelen aangekondigd voor mensen met zware beroepen. Met name mensen die nu vlak voor hun pensioen zitten voelen zich overvallen, mede door de versnelde verhoging van de AOW-leeftijd in 2015. Dit vraagt van werkgevers en werknemers blijvende aandacht voor duurzame inzetbaarheid. We stellen hiervoor vanaf 2020 tien miljoen euro structureel beschikbaar. Het wordt tijdelijk mogelijk voor sociale partners om oudere werknemers die niet in staat zijn om gezond door te werken tot de AOW-leeftijd eerder uit te laten treden. Sociale partners zullen per sector maatwerkafspraken maken over duurzame inzetbaarheid en de mogelijkheden om vervroegd uit te treden met gebruikmaking van de tijdelijke RVU-vrijstelling. Het kabinet stelt voor deze maatwerkaanpak vanaf 2021 vier keer € 200 miljoen beschikbaar.

Arbeidsmarkt in balans

Met de Wet arbeidsmarkt in balans neemt het kabinet maatregelen om de verschillen in kosten en de risico’s te verkleinen tussen vaste en flexibele contracten. Zodat niet instituties en kosten maar de aard van het werk bepalend is voor de contractvorm die wordt gekozen. In Nederland is een groot verschil tussen de bescherming die vaste en flexibele contracten bieden. Het vaste contract is heel vast en het flexibele contract heel flexibel. Werkgevers geven aan daarom huiverig te zijn hun werknemers een vast contract aan te bieden. De stapeling van kosten en risico’s schrikt hen af. Groepen werkenden belanden zo onnodig vaak in flexbanen en hebben nauwelijks perspectief op zekerheid. De Wet arbeidsmarkt in balans is een pakket van verschillende maatregelen. Hiermee krijgen mensen in een kwetsbare positie meer zekerheid in werk en inkomen terwijl flexwerk mogelijk blijft en voor werkgevers het vaste contract aantrekkelijker wordt. Deze maatregelen gaan grotendeels in per 1 januari 2020.

Arbeidsmarktpositie zelfstandigen

Het kabinet werkt hard aan de arbeidsmarktpositie van zelfstandigen. Uitgangspunt is dat wie voltijd werkt, van die inkomsten moet kunnen leven. Maar dat geldt niet voor een aanzienlijk deel van de zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers). In 2017 had 8,6% van de zzp-huishoudens een inkomen onder het bestaansminimum tegenover 1,6% van de werknemers. Voor zzp’ers met lage tarieven is het bovendien onmogelijk om te sparen voor werkloosheid en om zich te verzekeren tegen ziekte en arbeidsongeschiktheid. Om deze urgente problemen aan te pakken, is in het pensioenakkoord besloten tot het inrichten van een verplichte verzekering tegen arbeidsongeschiktheid voor zelfstandigen en is aan de sociale partners gevraagd deze in overleg met zzp-organisaties verder vorm te geven, met het oog op een kabinetsvoorstel. Daarnaast hebben we maatregelen aangekondigd die invulling geven aan het regeerakkoord. We gaan een minimumuurtarief van € 16 invoeren om de groep kwetsbare zelfstandigen aan de onderkant van de arbeidsmarkt meer bescherming te bieden. Bij zzp’ers met een uurtarief boven de € 75 gaan we ervan uit dat mensen kunnen sparen voor werkloosheid en pensioen en dat ze zich kunnen verzekeren. We willen hen meer ruimte geven om te ondernemen. Zij kunnen daarom straks kiezen voor een zelfstandigenverklaring. Hiermee kunnen ze vooraf met hun opdrachtgever afspreken dat ze als zelfstandig ondernemer werken en gevrijwaard zijn van loonheffingen, pensioenverplichtingen en cao-bepalingen. We gaan een webmodule inrichten om opdrachtgevers en opdrachtnemers meer duidelijkheid te bieden over de aard van de arbeidsrelatie en zo terughoudendheid bij opdrachtgevers om een zelfstandige in dienst te nemen zo veel mogelijk weg te nemen. De nieuwe wetgeving zal ingaan in 2021 en de webmodule in 2020. Ook verlagen we in stappen de zelfstandigenaftrek en verhogen we de arbeidskorting waardoor we het verschil tussen zzp’ers en werknemers verkleinen zonder dat zzp’ers (tot een inkomen van € 100.000) er op achteruit gaan. Deze maatregelen passen in het bredere streven van het kabinet om toe te werken naar een situatie waarin niet instituties en kosten bepalend zijn voor de vorm waarin arbeid wordt aangeboden, maar de aard van het werk dat gedaan moet worden. Met de bovengenoemde maatregelen verwachten we ook stappen te zetten om de positie van werkende armen te verbeteren. Naast de eerdergenoemde problemen rond lage tarieven en onzekere inkomsten is ook het lage aantal gewerkte uren een veel genoemde oorzaak voor armoede onder werkenden. De groeiende groep werkende armen vraagt een brede maatschappelijke analyse, daarom gaan we met de SER het gesprek aan over hoe we het aantal werkende armen duurzaam gaan terugdringen.

Leven Lang Ontwikkelen

Ondertussen zet het kabinet in op Leven Lang Ontwikkelen. Een Leven Lang Ontwikkelen (LLO) is van groot belang om ervoor te zorgen dat mensen vitaal, flexibel en duurzaam inzetbaar blijven op een veranderende arbeidsmarkt. LLO is van belang voor de kwaliteit van de werkende beroepsbevolking. Het moet vanzelfsprekend worden dat werkenden en werkgevers investeren in de ontwikkeling tijdens de hele loopbaan. Focus ligt daarbij op eigen regie. We bieden duidelijkheid aan private partijen over de fiscale behandeling van private individuele leer- en ontwikkelbudgetten. En we werken aan een publiek leer- en ontwikkelbudget, dat de fiscale scholingsaftrek vervangt. Dit zogenoemde STAP-budget (STimulans ArbeidsmarktPositie) komt voor iedereen tot de AOW-gerechtigde leeftijd beschikbaar, zowel voor werkenden als werkzoekenden zonder baan. Naar verwachting kunnen circa tweehonderdduizend mensen per jaar aanspraak maken op een persoonlijk ontwikkelbudget. Verder werken we aan een subsidieregeling om LLO te stimuleren in het midden- en kleinbedrijf en de landbouw-, horeca- en recreatiesector. Werkzoekenden en kwetsbare werkenden zijn ook gebaat bij LLO.

Gezond en veilig werken

Nu mensen doorwerken tot een latere leeftijd is het extra belangrijk dat zij dat gezond en veilig kunnen doen. Werk mag niet leiden tot gezondheidsschade. Goede arbeidsomstandigheden zijn daarbij essentieel. Werkenden worden nog te vaak onverantwoord blootgesteld aan risico’s, bijvoorbeeld als het gaat om gevaarlijke stoffen. Het kabinet vindt preventie belangrijk. Elke werkgever moet gezondheids- en veiligheidsrisico’s inventariseren, hiervoor maatregelen treffen en deze evalueren. Dat wordt nog niet door alle (kleine) werkgevers gedaan, daarom zet het kabinet meer in op naleving hiervan. Met het programma «Preventie Beroepsziekten» ondersteunen we werkgevers bij het voorkomen van gezondheidsschade door blootstelling aan gevaarlijke stoffen en fysieke belasting. Schadeafhandelingen van beroepsziekten zoals ziekten die veroorzaakt zijn door chroom-6, moeten in de toekomst gemakkelijker worden, minder kostbaar en minder tijdrovend. Het kabinet heeft een commissie ingesteld die hierover gaat adviseren. In 2020 reageert het kabinet op het advies van deze commissie. En het kabinet kijkt vooruit. Technologie verandert het aanbod en de vraag naar arbeid, evenals de manier waarop vraag en aanbod bij elkaar komen. Dat noodzaakt tot het actualiseren van het overheidsbeleid voor gezond en veilig werken, daarom werkt het kabinet in 2020 aan de Arbovisie 2030.

Werk en zorg

Het kabinet kiest voor substantiële verlenging van het kraamverlof voor partners, om bij te dragen aan de ontwikkeling van het kind en gelijkwaardigheid op de arbeidsmarkt tussen man en vrouw. Sinds januari 2019 is daarom het geboorteverlof voor de partners verruimd van twee dagen naar een week. Vanaf 1 juli 2020 wordt dit verder aangevuld. Wie langer vrij wil, kan het eerste half jaar maximaal vijf weken extra geboorteverlof opnemen. In die periode hebben partners recht op een uitkering van 70 procent van het loon tot maximum dagloon. Het kabinet heeft kinderopvang aantrekkelijker gemaakt door te investeren in de betaalbaarheid en door maatregelen te nemen om de kwaliteit te verhogen. Ook wordt in 2020 bijna € 500 miljoen meer aan kindgebonden budget uitgekeerd aan ouderparen met middeninkomens. Hierdoor zullen zo’n 320.000 ouderparen die nu al kindgebonden budget ontvangen gemiddeld zo’n € 990 per jaar méér ontvangen. Daarnaast krijgen zo’n 294.000 ouderparen (opnieuw) recht op kindgebonden budget. Zij zullen gemiddeld zo’n € 610 per jaar ontvangen.

Toekomst van werk

Het kabinet wil de arbeidsmarkt sterk houden, nu en in de toekomst. De arbeidsmarkt heeft te maken met fundamentele veranderingen, denk aan de invloed van technologie. Daarnaast hebben mensen andere wensen over de vormgeving van hun werk dan vroeger. Daarom zijn, in aanvulling op de stappen die we nu nemen, grotere en fundamentelere aanpassingen nodig. Om de arbeidsmarkt toekomstbestendig te maken is de opdracht aan de commissie Regulering van werk een belangrijk vertrekpunt. Onder leiding van Hans Borstlap zal de commissie advies geven over de fundamentele vragen over de toekomst van regulering van werk, de sociale zekerheid en de fiscaliteit. Ambtelijke werkgroepen richten zich de komende tijd op onderwerpen als «eerlijk werk», «talenten benutten op de arbeidsmarkt» en «naar een inclusieve samenleving». Ook internationaal werken we aan een goede inrichting van de arbeidsmarkt en sociale zekerheid. In de Europese Unie (EU) en in G20-verband is veel aandacht voor de toekomst van werk. In de EU maken we spelregels voor het vrij verkeer van werknemers en afspraken over de handhaving van die regels. Daarbij gaat het ook over toegang tot de sociale zekerheid. We streven naar een Europese economie waarin wordt geconcurreerd op innovatie en kwaliteit in plaats van op arbeidsvoorwaarden. Daarnaast zetten we in op regels over sociale zekerheid die handhaafbaar zijn, een activerend karakter hebben en dat uitkeringen zijn voorbehouden aan mensen die een band hebben met de lidstaat die de uitkering verstrekt.

2.1.2 Stimuleren dat mensen naar vermogen meedoen in de samenleving

Het kabinet stimuleert mensen om te werken, onder meer omdat werk de sleutel is tot een inkomen, maatschappelijke participatie en integratie. Voor sommige mensen is het lastig om een baan te vinden, zoals mensen met een arbeidsbeperking of mensen met een migratie-achtergrond. En dit zijn ook de groepen waarvan de arbeidsmarktpositie onzekerder wordt wanneer de economische groei afneemt.

Perspectief op werk

Voor mensen met een beperking zijn we aan de slag met de aanpak «Het Breed Offensief». Het kabinet wil meer aansluiten bij de behoeften en mogelijkheden van de mensen om wie het gaat. En we maken het voor werkgevers eenvoudiger om mensen met een beperking in dienst te nemen en te houden. Een ander uitgangspunt is dat werken moet lonen. Een wetsvoorstel volgt in de tweede helft van 2019. Ook verbeteren we het perspectief op werk en inkomen van mensen met een Wajong-uitkering. Met de banenafspraak en de aanpak van arbeidsdiscriminatie steunen we mensen om mee te doen. Werkgevers liggen op koers voor 125 duizend extra banen eind 2025 voor mensen met een arbeidsbeperking. Werkgevers ervaren de huidige werkwijze Wet banenafspraak als complex. Dit pakken we aan door het systeem te vereenvoudigen, waarbij het niet langer uitmaakt bij wie iemand werkt, maar dát iemand werkt. Werkgevers, zowel uit de overheids- als de marktsector, kunnen samen extra banen realiseren.

Het kabinet wil dat mensen makkelijker aan het werk komen én blijven. Met het project Simpel Switchen willen we samen met alle betrokkenen drempels wegnemen om te gaan werken. Dit doen we door de veiligheid en zekerheid te bieden aan mensen om terug te vallen op de uitkering als dat toch nodig blijkt. We richten ons op mensen met een Wajong-uitkering, mensen die vallen onder de Participatiewet en mensen met een arbeidsbeperking. Zo regelen we bijvoorbeeld dat mensen die een uitkering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) ontvangen en gaan werken, de eerste vijf jaar geen herbeoordeling krijgen op basis van hun inkomsten. Het kabinet vindt het belangrijk dat gemeenten regelmatig spreken met mensen die onder de Participatiewet vallen om stappen te zetten richting een baan. Daarbij kunnen belemmeringen spelen zoals zorgtaken, laaggeletterdheid of schulden. Een deel van de mensen heeft fysieke of psychische gezondheidsproblemen. Ook minder zelfredzame jongeren kunnen moeite hebben om aan de slag te komen en blijven. Gemeenten zijn bij uitstek de partij om mensen hierin te ondersteunen en de verbinding te leggen tussen bijvoorbeeld participatie, (jeugd)zorg en schuldhulpverlening. UWV is in 2018 gestart met de intensivering van de persoonlijke dienstverlening aan mensen met een WW-, WGA of Wajonguitkering en gaat hiermee door in 2020. In het najaar 2020 start het scholingsexperiment voor mensen met een uitkering Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA). We maken een leerwerkpakket, waarbij mensen op de werkvloer zich ontwikkelen met steun van een coach. Leren in de praktijk draagt bij aan duurzame inzetbaarheid. Specifiek voor werkzoekenden en werkenden zonder startkwalificatie lopen pilots met de praktijkverklaring in het middelbaar beroepsonderwijs.

We willen dat werkgevers en werkzoekenden elkaar makkelijker en sneller vinden. Samen met UWV en gemeenten verbetert het kabinet de werkgeversdienstverlening en de matching door ervoor te zorgen dat in elke arbeidsmarktregio één publiek aanspreekpunt voor werkgevers is, met hetzelfde basispakket aan dienstverlening, met inzichtelijke profielen van de werkzoekenden en een overzichtelijk pakket aan instrumenten en voorwaarden. Het kabinet past hiervoor de SUWI regelgeving aan en start met UWV en VNG een programma voor het verbeteren van het uitwisselen van matchingsgegevens. Ook werkgevers en private intermediairs doen mee. We geven de arbeidsmarktregio’s in 2020 opnieuw een extra impuls met € 35 miljoen om werkzoekenden aan het werk te helpen. Dat doen we vanuit het programma «Perspectief op werk», waarbij ook het onderwijs is betrokken.

Daarnaast werkt het kabinet aan gerichte aanpakken om de achterblijvende arbeidsmarktpositie van Nederlanders met een niet-westerse migratieachtergrond te verbeteren. Deze achterstand is hardnekkig en maakt dat iemand vanwege zijn herkomst minder kansen krijgt. Met acht pilots wil het kabinet verschillende beleidsopties testen om erachter te komen wat werkt om die achterstand te verkleinen. Dit is het programma «Verdere Integratie op de Arbeidsmarkt» en in het najaar 2020 volgt een tussentijdse rapportage. We zorgen dat de uitkomsten kunnen worden toegepast bij werkgevers, scholen en gemeenten. Bijvoorbeeld op gebied van werving en selectie. Daarnaast willen we de wet wijzigen zodat de inspectie kan toezien op de aanwezigheid van wervings- en selectiebeleid met als doel (elke vorm van) discriminatie te voorkomen en tegen te gaan.

We blijven werken aan verbeteringen van het stelsel. Een belangrijk vertrekpunt daarvoor zijn de onderzoeken die volgen in het najaar van 2019, zoals de evaluatie van de Participatiewet (uitgevoerd door het SCP) en de evaluatie Wet banenafspraak. De wettelijke kaders bieden voor de meerderheid van de huishoudens een passende oplossing. Maar er ontstaat wrijving als mensen problemen ervaren op meerdere terreinen. Soms kan een maatregel die geschikt is binnen het ene domein, problematiek verergeren op een ander terrein. We zijn daarom een programma gestart waarbij we professionals in de uitvoering steviger in positie willen brengen om maatwerk te kunnen leveren. En met een kopgroep van tien gemeenten en hun professionals kijken we welke verdere aanpassingen nodig zijn in de wet.

Armoede en schulden

Ieder kind moet kunnen meedoen, ook kinderen uit een gezin met een laag inkomen. Armoede mag kinderen niet belemmeren bij hun ontwikkeling en talentontplooiing. Het kabinet heeft samen met gemeenten vier ambities geformuleerd om in 2021 nagenoeg alle kinderen in armoede te bereiken, zodat ieder kind dat in een gezin met een laag inkomen opgroeit kan meedoen. Extra aandacht gaat daarbij uit naar werkende armen met kinderen. Dit is een grote groep, die nog onvoldoende wordt bereikt. Om het aantal huishoudens met kinderen met een laag inkomen te verkleinen, verhogen we het besteedbaar inkomen van de ouders met een laag inkomen. En maken we werken, en meer uren werken, lonender door een verhoging van de loonheffingskorting. Het kabinet trekt, naast algemene maatregelen om armoede onder gezinnen tegen te gaan, sinds 2017 jaarlijks € 100 miljoen extra uit om de armoede onder kinderen aan te pakken. Daarvan is € 1 miljoen voor kinderen in Caribisch Nederland. Ook heeft dit kabinet incidenteel € 80 miljoen beschikbaar gesteld voor het voorkomen van schulden en de bestrijding van armoede – in het bijzonder onder kinderen. Kansrijk opgroeien gaat over meer dan alleen het inkomen, daarom willen we regelmatig inzicht in de kans op armoede onder kinderen.

Nooit eerder zijn zoveel maatregelen genomen om mensen te helpen hun problematische schulden de baas te worden, tegelijkertijd hebben we nog veel te doen. Als mensen vastlopen in schulden, levert dat alleen maar verliezers op. De complexiteit van de samenleving, met onder andere uitkeringen- en toeslagensystematiek, speelt een rol bij het ontstaan van schulden. Over de toeslagen loopt een Interdepartementaal Beleidsonderzoek waarop het kabinet zal reageren. Het kabinet wil dat mensen met financiële problemen tijdig hulp zoeken bij familie, vrienden, de gemeente of maatschappelijk werk. Om schulden bespreekbaar te maken is het kabinet een campagne gestart. Centraal staan schuldenambassadeurs die voor hun schuldprobleem uitkomen. Preventie en vroegsignalering van schulden is belangrijk, daarom willen we gemeenten expliciet toestaan vroegtijdig signalen over betalingsachterstanden te gebruiken. Een wijziging van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening is daartoe in voorbereiding. Samen met gemeenten zet het kabinet zich in voor een betere kwaliteit en toegankelijkheid van de schuldhulpverlening. Mede daarom verlengen we het professionaliseringsprogramma «Schouders eronder». En het kabinet wil voorkomen dat een schuldensituatie onnodig oploopt. Dat vraagt dat een schuldenaar de zekerheid heeft van voldoende inkomen om van te leven. Een correct toegepaste beslagvrije voet door alle beslagleggers draagt daaraan bij. Daarom werkt het kabinet hard aan implementatie van de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet.

Samenleving en integratie

De snelste weg voor inburgeraars om mee te doen in de maatschappij is het leren van de Nederlandse taal en het vinden van een baan. Daarom werken we aan een nieuw inburgeringsstelsel dat moet ingaan in 2021. De verantwoordelijkheid blijft bij de inburgeraars, maar zij krijgen de benodigde ondersteuning van de gemeenten. Nu al testen gemeenten nieuwe instrumenten en werkwijzen in de praktijk. Daarnaast stelt het kabinet net zoals in 2019 ook in 2020 € 20 miljoen beschikbaar aan gemeenten, onder andere voor de ondersteuning en begeleiding van de huidige groep inburgeraars.

Het kabinet zet zich in voor een samenleving waarin we elkaar de ruimte geven en we ons allemaal thuis voelen. Gedrag dat schade doet aan anderen en aan de overheid wordt aangepakt, zoals vormen van actieve onverdraagzaamheid. Hoewel het vaak gaat om niet-strafbare gedragingen, mogen deze geen plek hebben in een open samenleving. De Taskforce Problematisch Gedrag en Ongewenste Buitenlandse Financiering coördineert en versterkt de interdepartementale inzet op het gebied van deze thema’s en ondersteunt gemeenten bij het opstellen van hun aanpak. Het programma «Samenleven» loopt door in 2020. Dit programma faciliteert de bevordering van het samenleven van mensen met een diverse achtergrond (herkomst, religie, etnisch).

Verbetering levensomstandigheden Caribisch Nederland

Het kabinet werkt aan de verbetering van de levensomstandigheden in Caribisch Nederland. Het kabinet heeft met het vaststellen van een ijkpunt voor het sociaal minimum een belangrijke stap gezet om de situatie van de inwoners op de eilanden te verbeteren. De inkomens van inwoners van Caribisch Nederland moeten omhoog en de kosten van levensonderhoud omlaag. Per 1 januari 2020 verhogen we het minimumloon met 5% op Bonaire en Saba en met 2% op Sint-Eustatius. Hierdoor stijgen ook de uitkeringen mee. Ouders met kinderen krijgen vanaf volgend jaar maandelijks circa 20 dollar meer kinderbijslag per kind, een verhoging van 17,50 dollar bovenop de al aangekondigde verhoging van 2,50 dollar. Het kabinet is daarnaast met de eilanden het programma «BES(t) 4 kids» gestart om de kinderopvang en buitenschoolse opvang toegankelijk te maken voor alle ouders en de kwaliteit te verbeteren. Vooruitlopend op de uitwerking van een structurele regeling in 2022 zetten we in 2020 de eerste stappen. Hiervoor is € 9,8 miljoen beschikbaar in 2020. Het kabinet stimuleert goede arbeidsomstandigheden in Caribisch Nederland. Op 1 januari 2021 treedt een nieuwe wet in werking waarmee we de basis neerzetten voor een modern stelsel van gezond en veilig werken. We ondersteunen werkgevers en werknemers in aanloop naar de wet. We versterken de eilandelijke taak van arbeidsbemiddeling en de ondersteuning voor werken met een beperking en we verbeteren de dienstverlening aan werkzoekenden en werkgevers. Zo realiseren we samen met het openbaar lichaam Bonaire een gemeenschappelijk jobcentrum.

2.1.3 Beleid valt of staat met uitvoering en handhaving

Uitvoering

We willen de arbeidsmarkt en sociale zekerheid verbeteren, maar dat kan alleen als de hiervoor genoemde maatregelen ook uitvoerbaar zijn voor gemeenten, uitvoeringsorganisaties en andere betrokkenen. Het kabinet betrekt hen daarom intensief bij de uitwerking van nieuw beleid. Niet alles kan gelijktijdig worden opgepakt. Dat betekent dat er geprioriteerd en geïnvesteerd wordt en dat de uitvoering tijd nodig heeft om nieuw beleid te implementeren. We zijn ons ervan bewust dat het voor uitvoeringsorganisaties een grote uitdaging is om tegelijkertijd te werken aan nieuw beleid, noodzakelijke vernieuwing en het borgen van de continuïteit. Burgers en bedrijven ervaren in toenemende mate de gevolgen hiervan. Veel uitvoeringsorganisaties hebben te maken met complexe netwerken van ICT-systemen. Dat maakt het steeds moeilijker om nieuwe functies bij te bouwen en onderhoud te plegen. Maar het gaat over meer dan ICT. Een belangrijk punt is dat politiek, beleid en uitvoering niet hetzelfde ritme hebben. De uitdagingen vragen een aanpak die het domein van SZW overstijgt en waarbij uitvoering, de departementen en de politiek gezamenlijk optrekken. Het kabinet ziet het belang hiervan in en heeft een taakopdracht geformuleerd voor een probleemanalyse, gericht op vier grote uitvoeringsorganisaties (UWV, SVB, Belastingdienst en DUO). In het voorjaar van 2020 komt het kabinet met een probleemanalyse en verschillende scenario’s voor het fundamenteel verbeteren en het toekomstbestendig en wendbaar maken van deze vier grote uitvoeringsorganisaties. Met de analyse en scenario’s zal het kabinet bezien hoe de uitvoering (naast de vier eerder genoemde uitvoeringsorganisaties) ook breder en op een innovatieve manier kan worden versterkt zodat burgers en bedrijven daadwerkelijk ervaren dat de overheid er voor hen is.

Over de hele linie genomen voldoen onze uitvoeringsorganisaties aan de gestelde doelen, maar bij UWV moeten ook echt zaken verbeteren. Wat goed gaat zijn de betalingen, medewerkers werken met grote betrokkenheid en burgers zijn overwegend tevreden over de dienstverlening en toegankelijkheid. Mensen kunnen op veel verschillende manieren contact opnemen met UWV. Tegelijkertijd spelen bij UWV de nodige uitdagingen en risico’s en zijn de prestaties onderwerp van brede belangstelling. Daarom wordt gewerkt aan een nieuwe balans tussen dienstverlening en handhaving. Ook investeert UWV in het beter en sneller expliciteren van dilemma’s in de uitvoering, opdat die ook beter politiek gewogen kunnen worden. Samen met UWV heeft het kabinet een groot aantal maatregelen afgesproken om fraude met uitkeringen te voorkomen. Veel daarvan staat inmiddels op de rails. Zo gaat UWV een afwegingskader gebruiken om een heldere afweging te maken tussen het niveau van dienstverlening en de mate van fraudebestrijding, en om te bepalen of de risico's die overblijven aanvaardbaar zijn. WW-fraude wordt streng aangepakt door adrescontroles te verscherpen, door verwijtbare werkloosheid aan te pakken en alert te zijn op nieuwe fraudefenomenen. Daarnaast hebben we maatregelen in gang gezet waarmee UWV de informatievoorziening aan SZW verbetert. Daarom heeft UWV de Raad van Bestuur versterkt en werkt UWV aan de intensivering van het risicomanagement, de versterking van het Audit Advies Committee en investering in vakmanschap. Specifiek voor de SVB vormt de internationale component van de uitvoering een stevige opgave.

Handhaving

Handhaving is van groot belang voor de werking van de arbeidsmarkt en sociale zekerheid. Misbruik ondermijnt het draagvlak voor ons sociale stelsel, veroorzaakt oneerlijke concurrentie en brengt de gezondheid en veiligheid van werkenden op de arbeidsmarkt in gevaar. De verantwoordelijkheid voor het naleven van de regels in de sociale zekerheid en op de arbeidsmarkt ligt in de eerste instantie bij burgers en bedrijven zelf. De meeste burgers en bedrijven leven de regels na. Vanuit preventief oogpunt willen wij burgers en bedrijven stimuleren en helpen om de regels na te leven, bijvoorbeeld met gerichte communicatie. Tegelijkertijd staan wij voor een gepaste reactie als burgers en bedrijven toch de regels overtreden. En indien nodig leggen we sancties op. We verdubbelen de inzet van het team arbeidsmarktdiscriminatie van de Inspectie SZW vanuit de daartoe toegekende extra middelen.

Het kabinet versterkt de handhaving op drie manieren: door slimmer te werken, door een internationaal gelijk speelveld te creëren en door fors te investeren in de Inspectie SZW. Het versterken van de handhaving doet het kabinet samen met UWV, SVB, gemeenten en de inspectie SZW. Via het fraudeberaad wordt kennis gedeeld en aanpakken op elkaar afgestemd, want fraudefenomenen gaan verder dan alleen de sociale zekerheid en de nationale grenzen. De handhavingspraktijk van de Inspectie SZW wijst dat uit want die bestrijkt naast de opsporing van georganiseerde fraude met socialezekerheidsregelingen tevens de (bestuursrechtelijke) handhaving op veilig, gezond en eerlijk werken. Slimmer werken betekent dat we heel gericht handhaven en meer data delen, ook op Europees niveau, en gebruik maken van gedragswetenschappelijke inzichten. We creëren een internationaal gelijk speelveld voor bedrijven en werknemers om te voorkomen dat op arbeidsvoorwaarden wordt geconcurreerd. We verwachten dat de nieuw opgerichte Europese Arbeidsautoriteit (ELA) bijdraagt aan de aanpak van grensoverschrijdende fraude en misbruik op sociaal terrein. Met ELA bundelen we kennis en inzichten van de nationale inspecties en uitvoeringsinstellingen. Het kabinet investeert fors in de Inspectie SZW om de taken te versterken op gebied van handhaving en fraudebestrijding. Deze middelen zijn met name bedoeld voor de bevordering van een eerlijke arbeidsmarkt en de bevordering van gezond en veilig werken. Het kabinet wil voorkomen dat mensen met een bijstandsuitkering die vermogen verzwijgen en daarvoor zijn beboet direct weer een uitkering kunnen krijgen. Een wet hierover is in voorbereiding.

Het kabinet is bezorgd over misstanden op het gebied van arbeidsvoorwaarden, arbeidsomstandigheden en huisvesting van de circa 400.000 in Nederland werkzame arbeidsmigranten. Arbeidsmigranten leveren een belangrijke bijdrage aan de Nederlandse economie. Het kabinet pakt misstanden bij arbeidsmigranten aan en bevordert goede arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden voor arbeidsmigranten en goed werkgeverschap bij bedrijven. Mede dankzij de capaciteitsuitbreiding van de Inspectie SZW kan de aanpak van misstanden verder worden versterkt. Het kabinet werkt samen met decentrale overheden, sociale partners en maatschappelijke organisaties aan voldoende en goede huisvesting voor arbeidsmigranten.

2.1.4 Kerncijfers

Fraude en handhaving UWV, SVB en gemeenten

Kerncijfers op het gebied van handhaving bij UWV, de SVB en gemeenten staan in tabellen 2.1.1, 2.1.2 en 2.1.3. Bij de SVB is een lichte groei van het aantal opgespoorde overtredingen en een kleine daling van het opgelegde boetebedrag. De ontwikkeling van de incassoratio is consistent met eerdere jaren. De sanctionering bij UWV neemt af als gevolg van het dalend aantal WW-uitkeringen en doordat er sinds de invoering van de Wet werk en zekerheid al bij de uitkeringsverstrekking rekening wordt gehouden met de inkomsten van een WW-gerechtigde. De kerncijfers opsporing van de gemeenten tonen een lichte groei in het aantal vorderingen wegens geconstateerde overtreding van de inlichtingenplicht. Het totale benadelingsbedrag is de laatste jaren stabiel. De incassoratio van gemeenten blijft iets achter bij UWV en de SVB. Dit is te verklaren door het beperkte aflossingsvermogen van deze debiteuren. De kerncijfers opsporing van UWV zijn in 2018 sterk gedaald. Overeenkomstig zijn ook het aantal boetes en waarschuwingen lager dan in voorgaande jaren. Dit is vooral terug te voeren op een daling van het aantal geconstateerde overtredingen bij uitvoering van de Werkloosheidswet. De berekening van de incassoratio van UWV is gewijzigd.1 Hierdoor komt het bij sommige uitkeringen voor dat de incassoratio in 2018 iets terugloopt ten opzichte van 2017.
Tabel 2.1 Kerncijfers opsporing UWV, SVB en gemeenten
 

Aantal geconstateerde overtredingen met financiële benadeling (x 1.000)

Totaal benadelingsbedrag

(x € 1 mln)

 

2016

2017

2018

2016

2017

2018

UWV1

19

19

8,0

41

47

26

SVB2

3,1

3,5

3,9

8,7

7,8

7,9

Gemeenten3
304

31

33

71

69

70

Totaal

121

123

104

Noot 1: Jaarverslag UWV.

Noot 2: Jaarverslag SVB.

Noot 3: CBS, Bijstands- en fraudestatistiek.

Noot 4: Betreft het aantal vorderingen vawege een overtreding van de inlichtingenplicht. Eén overtreding kan meerdere vorderingen tot gevolg hebben. Vanwege het definiteverschil wordt geen totaal weergegeven.

Tabel 2.1.2 Kerncijfers sanctionering UWV, SVB en gemeenten
 

Aantal boetes

(x 1.000)

Totaal opgelegd boetebedrag

(x € 1 mln.)

Aantal waarschuwingen

(x 1.000)

 

2016

2017

2018

2016

2017

2018

2016

2017

2018

UWV1

17,2

12,7

4,9

9,7

7,6

4,4

8,6

8,6

5,8

SVB2

2,5

2,4

1,8

1,6

1,7

1,3

5,5

7,0

5,0

Gemeenten3

11,4

11,3

13,7

9,0

8,8

8,7

4

10,1

11,3

Totaal

31,1

26,4

20,3

21

18

14

26

22

Noot 1: Jaarverslag UWV.

Noot 2: Jaarverslag SVB.

Noot 3: CBS, Bijstands- en fraudestatistiek.

Noot 4: Niet beschikbaar.

Tabel 2.1.3 Kerncijfers incassoratio UWV, SVB en gemeenten

Incassoratio benadelingsbedrag + boetevordering ultimo 2018 (%)

2013

2014

2015

2016

2017

2018

UWV1

78

72

71

63

51

33

SVB2

68

51

51

48

43

21

Gemeenten3

50

36

34

31

25

14

Noot 1: Jaarverslag UWV.

Noot 2: Jaarverslag SVB.

Noot 3: CBS, Bijstands- en fraudestatistiek.

Re-integratie

Tabel 2.1.4 geeft weer hoeveel mensen met een arbeidsbeperking UWV aan het werk heeft geholpen. In 2018 vonden 13.300 mensen met een arbeidsbeperking een baan; iets meer dan in 2017. De daling van het aantal plaatsingen van mensen met een Ziektewetuitkering is waarschijnlijk het gevolg van een verandering in het inkoopkader.

Tabel 2.1.4 Aantal door UWV aan het werk geholpen mensen met een beperking1UWV, jaarverslag.,2De aantallen zijn op verschillende manieren berekend. Bij de Wajong worden alleen de mensen die een arbeidsovereenkomst van minimaal zes maanden voor minimaal twaalf uur per week hebben aanvaard geteld. Bij de WIA, WAO en WAZ worden de mensen van wie het re-integratiedienstverleningstraject is beëindigd omdat ze voor hun resterende verdiencapaciteit werk hebben aanvaard geteld. Voor de Ziektewet worden uitsluitend de mensen die na een re-integratietraject aan het werk zijn gekomen geteld.
 

2016

2017

2018

Streefwaarde 2020

Mensen met recht op WAO-/WAZ-uitkering

400

300

400

3

Mensen met recht op Ziektewetuitkering

2.000

1.800

1.000

Mensen met recht op WIA-uitkering

2.400

2.500

2.900

4

Mensen met recht op Wajong

7.700

8.400

9.000

8.000

Totaal

12.500

13.000

13.300

Noot 3: Door de aard van deze regelingen kan geen streefwaarde worden opgesteld.

Noot 4: Bij het ontwikkelen van de persoonlijke dienstverlening met de extra middelen van het kabinet wordt tevens ingezet op een verbetering van het inzicht in de resultaten van deze dienstverlening. Hierdoor kunnen naar verwachting in de toekomst ook voor de WIA-streefwaarden worden opgesteld.

Noot 1: In de voorafgaande jaren was de incassoratio gebaseerd op een representatieve steekproef. Vanaf 2018 wordt de werkelijke incassoratio berekend op basis van de complete set van gegevens. Hierdoor is sprake van een trendbreuk, waarbij de incassoratio in eerdere jaren waarschijnlijk licht is overschat.