Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2020
  • Begrotingsstaat
  • Voorjaarsnota
  • 1e suppletore
  • Najaarsnota
  • 2e suppletore
  • Financieel jaarverslag
  • Verantwoordingsbrief
  • Jaarverslag
  • Slotwet
  • Download PDF

5.1 Sociale fondsen SZW

Inhoud

Deze paragraaf beschrijft de financiering van de premie-uitgaven onder het uitgavenplafond Sociale Zekerheid. Hiertoe zijn de door de Minister van SZW vastgestelde premiepercentages voor de volks- en werknemersverzekeringen opgenomen. Daarnaast wordt een overzicht gegeven van de exploitatiesaldi en vermogensposities van de sociale fondsen.

5.1.1 Premiepercentages 2020

Premievaststelling

Jaarlijks stelt de Minister van SZW de premiepercentages volks- en werknemersverzekeringen vast. De voorstellen hiertoe voor 2020 zijn in tabel 5.1.1 opgenomen. Deze premiestelling heeft het kabinet beoordeeld binnen het lastenkader voor huishoudens en bedrijven en de koopkrachtontwikkeling. Een aantal premiepercentages is nog onder voorbehoud van (definitieve) vaststelling. Het saldo van de premie-inkomsten en de premiegefinancierde uitgaven (het exploitatiesaldo van de fondsen) is onderdeel van het EMU-saldo van de overheid als geheel.

AOW

Het premiepercentage voor de Algemene ouderdomswet (AOW) wordt op hetzelfde niveau vastgesteld als in 2019. Bij het Ouderdomsfonds zijn de premieopbrengsten niet voldoende om de uitgaven te dekken. De inkomsten van het Ouderdomsfonds worden daarom aangevuld door middel van rijksbijdragen (zie artikel 12). De AOW-premie wordt gecombineerd geheven met de loon- en inkomstenbelasting. Uit het Ouderdomsfonds worden de uitgaven op grond van de AOW betaald. Die uitgaven bestaan zowel uit het ouderdomspensioen (de AOW-uitkering) als de inkomensondersteuning in aanvulling op het ouderdomspensioen (de IOAOW).

Anw

Het premiepercentage voor de Algemene Nabestaandenwet (Anw) wordt op hetzelfde niveau vastgesteld als in 2019.

Sectorfondsen

De sectorfondsen worden naar aanleiding van de Wet arbeidsmarkt in Balans (Wab) per 2020 afgeschaft. De werkloosheidslasten die uit de sectorfondsen werden betaald worden overgeheveld naar het AWf. De andere uitgavenposten (vangnet-WGA en Ziektewet-flex) worden verplaatst naar het Aof en de Whk. Dit geldt ook voor de corresponderende WGA- en ZW-uitgaven uit het Ufo.

AWf

Het Algemeen Werkloosheidsfonds (AWf) financiert de WW-uitkeringen van marktwerkgevers. Als gevolg van de Wab zijn er vanaf 2020 twee premietarieven binnen het Awf: een laag tarief voor vaste dienstverbanden en een hoog tarief voor flexibele dienstverbanden. Het lage tarief wordt voorlopig vastgesteld op 2,94 procent en het hoge tarief op 7,94 procent. De gemiddelde AWf-werkgeverspremie bedraagt 4,19 procent. Definitieve vaststelling van de AWf-premie vindt plaats in oktober.

Ufo

Alleen overheidswerkgevers betalen de Ufo-premie. De Ufo-premie wordt voor 2020 0,1 procentpunt lager vastgesteld op 0,68 procent.

Uniforme opslag kinderopvang

De premieopslag kinderopvang voor 2020 blijft met 0,5 procent gelijk aan die in 2019. De verplichte werkgeversbijdrage kinderopvang wordt door werkgevers betaald door middel van en opslag op de Aof-premie.

Aof

De Aof-premie is (voorlopig) vastgesteld op 6,79 procent. Definitieve vaststelling van de Aof-premie vindt plaats in oktober.

Whk

De premie voor de Werkhervattingskas (Whk), waaruit de uitkeringen voor gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) worden betaald, wordt vastgesteld door UWV. Een eerste inschatting duidt op een rekenpremie van 1,25 procent in 2020.

Tabel 5.1.1 Premiepercentages sociale verzekeringen (%)

Premie

Fonds

Uitgaven

Betaald door

2019

2020

AOW

Ouderdomsfonds

AOW

Werknemer

17,90

17,90

Anw

Nabestaandenfonds

Anw

Werknemer

0,10

0,10

           

Sfn

Sectorfondsen (gemiddelde premie)

WW, ZW, WGA

Werkgever

0,77

Awf

Algemeen Werkloosheidsfonds

WW, ZW

Werkgever

3,60

Awf-laag

Algemeen Werkloosheidsfonds

WW, ZW

Werkgever

2,94

Awf-hoog

Algemeen Werkloosheidsfonds

WW, ZW

Werkgever

7,94

           

Ufo

Uitvoeringsfonds voor de overheid

WW, ZW, WGA overheid

Werkgever

0,78

0,68

           

Aof

Arbeidsongeschiktheidsfonds

WGA, IVA, WAO, WAZ, WAZO, ZW

Werkgever

6,46

6,79

Aof

Uniforme opslag kinderopvang

Kinderopvang

Werkgever

0,50

0,50

Whk

Werkhervattingskas (rekenpremie)

WGA, ZW

Werkgever

1,24

1,25

5.1.2 Sociale fondsen 2019-2020

Exploitatiesaldi

De premiegefinancierde uitgaven worden vanuit de sociale fondsen gedaan. Op basis van de eerdergenoemde premiepercentages voor 2019 en 2020 en de verwachte ontwikkeling van de desbetreffende grondslagen zijn de ontvangsten van de sociale fondsen geraamd in tabel 5.1.2 en 5.1.3. Hierbij is rekening gehouden met de bijdragen aan de fondsen van het Rijk en de onderlinge betalingen van de fondsen. Het saldo tussen betaalde en ontvangen onderlinge betalingen is voor de sociale verzekeringen negatief, omdat uit enkele van deze fondsen premies voor de zorgverzekering worden betaald. Tegenover deze negatieve saldi staan dus positieve saldi bij de zorgfondsen.

In de onderstaande tabellen worden de arbeidsongeschiktheidsfondsen (het Aof en de Whk) samen weergegeven.

Het exploitatiesaldo van de fondsen is het verschil tussen de premie-inkomsten en de premiegefinancierde uitgaven van de fondsen. In 2020 bedraagt dit saldo naar verwachting € 7,2 miljard voor alle fondsen samen. Het positieve saldo wordt met name veroorzaakt door de Arbeidsongeschiktheids- en werkloosheidsfondsen. Het exploitatiesaldo van de fondsen maakt onderdeel uit van het totale EMU-saldo.

Het exploitatiesaldo van het Anw-fonds is negatief doordat de Rijksbijdrage op nul is vastgsteld. Hierdoor wordt het vermogensoverschot in het Anw-fonds langzaam teruggebracht.

Tabel 5.1.2 Overzicht sociale verzekeringen 20191SZW en CPB (MEV 2020). (x € 1 mln)
 

AOW

Anw

AO

WW

Totaal

Premies

24.149

175

17.043

9.020

50.386

Bijdragen van het Rijk

17.091

0

330

155

17.576

Ontvangen onderlinge betalingen

0

0

1.140

791

1.931

Saldo Interest

44

0

37

33

115

Totaal Ontvangsten

41.285

175

18.550

9.998

70.008

           

Uitkeringen/ Verstrekkingen

39.469

366

12.151

4.651

56.636

Uitvoeringskosten

132

10

504

840

1.487

Betaalde onderlinge betalingen

541

23

2.115

904

3.583

Totaal Uitgaven

40.142

399

14.770

6.395

61.706

           

Exploitatiesaldo

1.143

– 224

3.780

3.603

8.302

Tabel 5.1.3 Overzicht sociale verzekeringen 20201SZW en CPB (MEV 2020). (x € 1 mln)
 

AOW

Anw

AO

WW

Totaal

Premies

25.202

151

18.270

8.214

51.837

Bijdragen van het Rijk

16.629

0

325

114

17.068

Ontvangen onderlinge betalingen

0

0

1.220

620

1.841

Saldo Interest

49

– 2

77

66

190

Totaal Ontvangsten

41.880

149

19.893

9.013

70.936

           

Uitkeringen/ Verstrekkingen

41.321

350

12.640

4.332

58.643

Uitvoeringskosten

138

11

521

907

1.576

Betaalde onderlinge betalingen

565

22

2.003

903

3.492

Totaal Uitgaven

42.024

383

15.163

6.141

63.711

           

Exploitatiesaldo

– 144

– 234

4.731

2.872

7.224

Vermogensposities

In tabel 5.1.4 wordt voor de jaren 2019 en 2020 de verwachte vermogenspositie van de verschillende fondsen weergegeven. De vermogens van de fondsen worden vergeleken met de normen. Een vermogen gelijk aan de norm geeft aan dat het fonds gemiddeld genomen over het jaar over voldoende liquiditeiten beschikt om de uitkeringen te financieren. De middelen van de fondsen worden aangehouden op een rekening-courant bij het Rijk. Indien er sprake is van een vermogenstekort zal het Rijk niet alleen tijdelijk gedurende het jaar maar ook langduriger deze tekorten moeten aanvullen via de rekening-courant.

Het vermogensoverschot van de fondsen stijgt naar verwachting in 2020 naar bijna € 13,4 miljard. Dat overschot is vooral te danken aan de overschotten in het Anw- en de arbeidsongeschiktheidsfondsen. Zoals hierboven beschreven daalt het vermogen in het Anw-fonds doordat de Rijksbijdrage is afgeschaft. Het vermogensoverschot van de arbeidsongeschiktheidsfondsen stijgt. Net als voorgaande jaren daalt het vermogenstekort in de werkloosheidsfondsen. Dankzij de Rijksbijdrage aan het vermogenstekort in het Ouderdomsfonds blijft het vermogen in het Ouderdomsfonds ongeveer nul.

Tabel 5.1.4 Vermogens sociale fondsen 2019 en 20201CPB (MEV 2020). (x € 1 mln)
 

ultimo 2019

ultimo 2020

 

Feitelijk vermogen

Normvermogen

Vermogens-overschot

Feitelijk vermogen

Normvermogen

Vermogens-overschot

Ouderdomsfonds

1.058

1.021

38

914

1.048

– 134

Anw-fonds

3.395

63

3.332

3.160

65

3.096

Arbeidsongeschiktheidsfondsen

13.325

613

12.712

18.056

641

17.414

WW-fondsen

– 7.924

1.992

– 9.915

– 5.052

1.879

– 6.931

Totaal sociale fondsen

9.854

3.688

6.166

17.078

3.633

13.445