Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2020
  • Begrotingsstaat
  • Voorjaarsnota
  • 1e suppletore
  • Najaarsnota
  • 2e suppletore
  • Financieel jaarverslag
  • Verantwoordingsbrief
  • Jaarverslag
  • Slotwet
  • Download PDF

10. Tegemoetkoming ouders

Algemene doelstelling

De overheid biedt een financiële tegemoetkoming aan ouders of verzorgers voor de kosten van kinderen.

De overheid biedt ouders of verzorgers een financiële tegemoetkoming voor de kosten voor verzorging en opvoeding van kinderen op grond van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) en de kinderbijslagvoorziening BES (Caribisch Nederland). Gezinnen met een laag of middeninkomen komen daarnaast in aanmerking voor een tegemoetkoming op grond van de Wet op het kindgebonden budget (WKB).

Rol en verantwoordelijkheid

De Minister financiert de tegemoetkoming met uitkeringsregelingen. Hij is in deze rol verantwoordelijk voor:

  • •  De vormgeving, het onderhoud en de werking van het stelsel van wet- en regelgeving;
  • •  De vaststelling van het niveau van de tegemoetkoming op grond van de AKW, de WKB en de kinderbijslagvoorziening BES;
  • •  De sturing van en het toezicht op de rechtmatige, doelmatige en doeltreffende uitvoering van de AKW door de SVB;
  • •  De organisatie van de eigen uitvoering binnen het verband van de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN).

De Minister van Financiën is verantwoordelijk voor de rechtmatige, doelmatige en doeltreffende uitvoering van de WKB door de Belastingdienst.

Beleidswijzigingen

Hogere inkomensgrens voor afbouw kindgebonden budget

Om ouders met middeninkomens extra te ondersteunen wordt, conform regeerakkoord, per 2020 de inkomensgrens waar de afbouw van het kindgebonden budget begint voor paren verhoogd; meer paren krijgen hierdoor recht op een (hoger) kindgebonden budget. Het wetsvoorstel waarin dit wordt geregeld is op 9 juli door de Eerste Kamer aangenomen (Eerste Kamer, 2018–2019, 35 010, nr. A).

Verhoging Kinderbijslag Caribisch Nederland

In de voortgangsrapportage ijkpunt bestaanszekerheid Caribisch Nederland (Tweede Kamer, 2018–2019, 35 000-IV, nr. 61) heeft het kabinet een volgende stap aangekondigd om de inkomenspositie van inwoners van Caribisch Nederland te verbeteren. De kinderbijslag wordt per 1 januari 2020 met $ 20 per maand verhoogd. Dit is inclusief de reeds afgesproken verhoging met $ 2,50 per maand naar aanleiding van de intensivering in de kindregelingen uit het Regeerakkoord.

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 3.10.1 Begrotingsgefinancierde uitgaven en ontvangsten artikel 10 (x € 1.000)

Artikelonderdeel

Realisatie 2018

Raming 2019

Raming 2020

Raming 2021

Raming 2022

Raming 2023

Raming 2024

Verplichtingen

5.493.447

6.040.190

6.550.142

6.325.358

6.290.450

6.270.571

6.270.619

Uitgaven

5.493.447

6.040.190

6.550.142

6.325.358

6.290.450

6.270.571

6.270.619

waarvan juridisch verplicht (%)

   

100%

       
               

Inkomensoverdrachten

5.493.447

6.040.190

6.550.142

6.325.358

6.290.450

6.270.571

6.270.619

AKW

3.360.989

3.630.527

3.619.325

3.598.014

3.581.867

3.574.806

3.573.810

Kinderbijslagvoorziening BES

1.857

2.831

3.762

3.756

3.751

3.746

3.740

WKB

2.130.601

2.406.832

2.927.055

2.723.588

2.704.832

2.692.019

2.693.069

               

Ontvangsten

218.189

222.018

222.204

242.548

269.875

280.322

255.581

Budgetflexibiliteit

Inkomensoverdrachten:

De inkomensoverdrachten zijn gebaseerd op huidige wet- en regelgeving en derhalve voor 100% juridisch verplicht. Het betreft uitkeringslasten AKW, kinderbijslagvoorziening BES en WKB.

Toelichting op de financiële instrumenten

A. Inkomensoverdrachten

A1. Algemene Kinderbijslagwet (AKW)

De AKW biedt ouders of verzorgers een tegemoetkoming in de kosten die het opvoeden en verzorgen van kinderen onder de 18 jaar met zich mee brengt. De AKW wordt uitgevoerd door de SVB.

Wie komt er voor in aanmerking?

Ouders van kinderen tot 18 jaar hebben recht op kinderbijslag. Aan het recht op de kinderbijslag zijn een aantal voorwaarden verbonden. Zo vervalt het recht op de AKW wanneer een 16- of 17-jarig kind de bijverdiengrens (€ 1.296 netto per kwartaal in 2019)3 overschrijdt of een kind recht heeft op studiefinanciering voor het hoger onderwijs. Ook vervalt het recht op de AKW indien ouders valt te verwijten dat hun kind niet voldoet aan de Leerplichtwet.

Hoe hoog is de kinderbijslag?

De hoogte van de kinderbijslag hangt af van de leeftijd van het kind. De kinderbijslagbedragen worden per 1 januari en 1 juli geïndexeerd. Bij ziekte of handicap, of omdat het kind niet thuis woont om onderwijsredenen, kan onder nadere voorwaarden sprake zijn van dubbele kinderbijslag. Alleenstaande en alleenverdienende ouders van thuiswonende kinderen met ziekte of handicap kunnen onder voorwaarden in aanmerking komen voor een extra tegemoetkoming.

Tabel 3.10.2 AKW, netto bedragen per kwartaal (in €)
 

1 juli 2019

Voor kinderen van:

 

0 t/m 5 jaar

€ 221,49

6 t/m 11 jaar

€ 268,95

12 t/m 17 jaar

€ 316,41

Extra tegemoetkoming AKW (jaarbedrag 2018)

€ 2.163,22

Budgettaire ontwikkelingen

In 2019 zijn de uitgaven AKW hoger dan in 2018 als gevolg van de intensivering uit het regeerakkoord. In 2020 en verder is er een beperkte daling van de uitgaven omdat het aantal kinderen licht daalt.

Beleidsrelevante kerncijfers

Het aantal gezinnen en telkinderen met AKW neemt in 2019 en 2020 enigszins af. Dit is het gevolg van demografische ontwikkelingen; het aantal minderjarige kinderen daalt de komende jaren licht. Het aantal dubbele kinderbijslaguitkeringen in verband met intensieve zorg voor thuiswonende kinderen met ziekte of handicap laat een stijgende trend zien. Daarnaast is het gebruik van de extra tegemoetkoming AKW in 2017 gestegen. Mogelijk heeft de toegenomen bekendheid van de regelingen geleid tot meer aanvragen.

Tabel 3.10.3 Kerncijfers AKW
 
Realisatie 20181

Raming 2019

Raming 2020

Aantal gezinnen AKW (x 1.000, jaargemiddelde)

1.901

1.883

1.872

Aantal telkinderen2 AKW (x 1.000, jaargemiddelde)

3.372

3.342

3.322

       
 

Realisatie 2016

Realisatie 2017

Realisatie 2018

Aantal dubbele AKW uitkeringen (x 1.000, ultimo jaar):

     

Kind uitwonend vanwege onderwijsredenen

1,5

1,5

1,3

Kind thuiswonend met intensieve zorg

23,2

26,3

29,0

Kind uitwonend vanwege ziekte of handicap

1,3

1,2

1,1

       
Extra tegemoetkoming AKW (x 1.000)3

7,2

8,3

8,1

Noot 1: SVB, administratie;

Noot 2: Een administratieve teleenheid die gebruikt wordt bij het vaststellen van de hoogte van de kinderbijslag. Bijvoorbeeld: een gehandicapt kind geldt voor de kinderbijslag als twee telkinderen waardoor het in aanmerking komt voor dubbele kinderbijslag.

Noot 3: SVB, administratie. Het cijfer over 2018 is voorlopig; de aanvraagprocedure voor 2018 is nog niet afgerond.

Handhaving

De kerncijfers op het gebied van preventie vertonen grosso modo een stabiel beeld door de jaren heen. Met de invoering van een nieuw systeem voor de uitvoering van de AKW (vAKWerk) is de manier gewijzigd waarop het aantal overtredingen met financiële benadeling wordt geregistreerd. De betreffende kengetallen voor 2018 zijn daarom niet direct vergelijkbaar met de jaren daarvoor. Het aantal geconstateerde overtredingen (met financiële benadeling) omvat sinds 2018 naast het aantal overtredingen met een boete (circa 1.000) ook overtredingen met een waarschuwing (circa 1.200). Het totaal aantal waarschuwingen en boetes is in 2018 tijdelijk afgenomen. In het voorjaar 2018 is de koppeling met DUO ten behoeve van de handhaving van de bijverdiengrens in de AKW tijdelijk stopgezet (Tweede Kamer, 2018–2019, 26 448, nr. 608). Eind 2018 is deze koppeling hersteld en wordt met terugwerkende kracht alsnog gehandhaafd.

De incassoratio geeft weer in hoeverre fraudevorderingen ontstaan in een bepaald jaar ultimo 2018 zijn geïncasseerd. Dit percentage ligt hoger naarmate het ontstaansjaar van de vordering langer geleden is, omdat fraudevorderingen gedurende 10 jaar kunnen worden ingevorderd.

Tabel 3.10.4 Kerncijfers AKW (fraude en handhaving)
   

Realisatie 2016

Realisatie 2017

Realisatie 2018

Preventie1

Gepercipieerde detectiekans (%)

71

70

69

Kennis van de verplichtingen (%)

77

71

73

Opsporing2

Aantal onderzochte fraudesignalen (x 1.000)

3

0,8

0,5

Aantal geconstateerde overtredingen met financiële benadeling (x 1.000)4

1,2

1,3

2,2

Totaal benadelingsbedrag (x € 1 mln)

1,0

1,0

1,5

Sanctionering

Aantal waarschuwingen (x 1.000)

4,4

5,2

3,1

Aantal boetes (x 1.000)

1,6

1,4

1,0

Totaal boetebedrag (x € 1 mln)

0,4

0,4

0,3

   

Ontstaansjaar vordering

   

2016

2017

2018

Terugvordering

Incassoratio fraudevorderingen (boete + benadelingsbedrag) ultimo 2018 (%)

78

71

34

Noot 1: Ipsos «Kennis der verplichtingen en detectiekans».

Noot 2: SVB, Jaarverslag.

Noot 3: Niet beschikbaar

Noot 4: Cijfers betreffen alle verwijtbare overtredingen van de inlichtingenplicht met financiële benadeling.

A2. Wet kinderbijslagvoorziening BES

De kinderbijslagvoorziening BES biedt ouders of verzorgers die op Bonaire, Sint Eustatius en Saba wonen een tegemoetkoming voor de kosten van opvoeding en verzorging van kinderen die nog geen 18 jaar zijn. De kinderbijslagvoorziening BES wordt uitgevoerd door de RCN-unit SZW namens de Minister van SZW.

Wie komt er voor in aanmerking?

Ouders of verzorgers van kinderen tot 18 jaar die ingezetene zijn van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Hoe hoog is de kinderbijslagvoorziening BES?

De hoogte van het bedrag bedraagt in 2019 $ 62 op Bonaire en $ 64 op Sint Eustatius en Saba per kind per maand. Als gevolg van de in het onderdeel beleidswijzigingen toegelichte verhoging van de kinderbijslagvoorziening BES, neemt dit bedrag in 2020 toe tot circa $ 82 op Bonaire en $ 84 op Sint Eustatius en Saba per kind per maand (het definitieve bedrag wordt mede aan de hand van de ontwikkeling van het consumentenprijsindexcijfer bepaald).

Budgettaire ontwikkelingen

Ten opzichte van 2019 nemen de uitgaven aan de kinderbijslagvoorziening BES toe als gevolg van de verhoging van de kinderbijslag met $ 20 per maand. De verhoging leidt jaarlijks tot bijna € 1 miljoen extra uitgaven.

Beleidsrelevante kerncijfers

Tabel 3.10.5 Kerncijfers Wet kinderbijslagvoorziening BES
 
Realisatie 20181

Raming 2019

Raming 2020

Aantal kinderen kinderbijslagvoorziening BES (x 1.000, jaargemiddelde)

4,4

4,3

4,3

Noot 1: RCN-unit SZW.

A3. Wet op het Kindgebonden Budget (WKB)

Het kindgebonden budget is een inkomensafhankelijke tegemoetkoming van de overheid in de kosten van kinderen voor gezinnen tot een bepaald inkomen en vermogen. De WKB wordt uitgevoerd door de Belastingdienst/Toeslagen. Indien sprake is van een aanvulling op buitenlandse gezinstoeslagen, is de SVB verantwoordelijk voor de uitbetaling van de WKB.

Wie komt er voor in aanmerking?

Ouders of verzorgers van kinderen tot 18 jaar, die in aanmerking komen voor kinderbijslag, kunnen het kindgebonden budget krijgen, afhankelijk van de hoogte van het inkomen en vermogen.

Hoe hoog is het kindgebonden budget?

De hoogte van het kindgebonden budget hangt af van het aantal kinderen, de leeftijd van de kinderen, het (gezamenlijke) inkomen en vermogen van de ouders en de leefvorm van de ouder die het kindgebonden budget ontvangt. Als het (gezamenlijke) inkomen hoger is dan € 20.941 (bedrag 2019) wordt het kindgebonden budget geleidelijk minder. Voor iedere € 100 boven dit inkomen, wordt het kindgebonden budget € 6,75 lager. Indien het (gezamenlijk) vermogen op de peildatum 1 januari 2019 hoger is dan € 114.776 (alleenstaande) of € 145.136 (aanvrager met toeslagpartner), vervalt het recht op kindgebonden budget voor 2019. De bedragen van het kindgebonden budget worden per 1 januari aangepast aan de prijsontwikkelingen.

Tabel 3.10.6 WKB, netto maximum bedragen per jaar (in €)
 

1 januari 2019

Een gezin met:

 

1 kind

€ 1.166

   

Verhoging 2e kind (extra bedrag per jaar)

€ 989

Verhoging 3e kind (extra bedrag per jaar)

€ 292

Verhoging ieder volgend kind (extra bedrag per jaar)

€ 292

   
Extra verhoging 12–15-jarigen1

€ 239

Extra verhoging 16–17-jarigen

€ 427

Extra verhoging alleenstaande ouder

€ 3.139

Noot 1: Ten opzichte van de bovengenoemde bedragen.

Budgettaire ontwikkelingen

De uitgaven WKB nemen in 2019 en 2020 toe als gevolg van het herstel van de omissie bij het automatisch toekennen van kindgebonden budget voor de periode 2013–2019 (Tweede Kamer, 2018–2019, 35 010, nr. 17). Naar verwachting wordt in 2019 € 215 miljoen aan herstelbetalingen uitbetaald en in 2020 € 205 miljoen. In 2020 nemen de uitgaven verder toe als gevolg van de verhoging van de inkomensgrens voor paren in het kindgebonden budget. In latere jaren dalen de uitgaven licht door de verwachte positieve inkomensontwikkeling.

Beleidsrelevante kerncijfers

Het aantal huishoudens met kindgebonden budget en het aantal kinderen in de regeling nemen naar verwachting in 2020 toe als gevolg van de verhoging van de inkomensgrens voor paren.

Tabel 3.10.7 Kerncijfers WKB
 
Realisatie 20181

Raming 2019

Raming 2020

Aantal huishoudens WKB (x 1.000, jaargemiddelde)

780

745

1.025

Aantal kinderen WKB (x 1.000, jaargemiddelde)

1.447

1.376

1.970

Aantal alleenstaande ouders WKB (x 1.000, jaargemiddelde)

344

339

339

Noot 1: Ministerie van Financiën, Belastingdienst/Toeslagen. Het betreft gegevens voor (verwachte) toegekende toeslagen per berekeningsjaar. De realisatiecijfers van 2018 zijn gebaseerd op de opgaven van aanvragers die nog kunnen wijzigen bij het definitief vaststellen van het recht op toeslag.

B. Ontvangsten

De ontvangsten betreffen grotendeels de ontvangsten ten gevolge van terugvorderingen van het kindgebonden budget. Nadat de toeslagen definitief zijn toegekend worden terugvorderingen ingesteld bij de huishoudens die meer hebben ontvangen dan waar ze recht op hadden op basis van hun vastgestelde inkomen. Omdat de definitieve afrekening achteraf plaatsvindt, zijn de ontvangsten in een bepaald jaar veelal gebaseerd op definitieve afrekeningen van eerdere jaren. De ontvangsten nemen vanaf 2021 toe als gevolg van de intensivering uit het regeerakkoord die in 2020 in werking treedt.

Artikel

Noot 3: In de zomervakantie mag een kind bovenop dit bedrag € 1.330,– netto extra bijverdienen.