Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2020
  • Begrotingsstaat
  • Voorjaarsnota
  • 1e suppletore
  • Najaarsnota
  • 2e suppletore
  • Financieel jaarverslag
  • Verantwoordingsbrief
  • Jaarverslag
  • Slotwet
  • Download PDF

4. Jonggehandicapten

Algemene doelstelling

De overheid biedt jonggehandicapten arbeids- en inkomensondersteuning.

De Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) bestaat uit drie groepen die elk een eigen doelstelling hebben: de «oude Wajong» (tot 2010), de «Wajong2010» (2010 tot 2015) en de «Wajong2015». Het moment van instroom bepaalt tot welke groep iemand behoort. In de «oude Wajong» staat inkomensondersteuning voorop en is arbeidsondersteuning beschikbaar voor hen die kunnen werken. Voor de «Wajong2010» (mensen die in de periode 2010 tot 2015 zijn ingestroomd) heeft de overheid als eerste doel de arbeidsparticipatie van Wajongers te bevorderen. Als zij perspectief hebben op het verrichten van arbeid staat voor deze Wajongers arbeidsondersteuning centraal. Als onderdeel van de arbeidsondersteuning kunnen zij zo nodig inkomensondersteuning aanvragen. De doelgroep van de Wajong2015 bestaat uit mensen die duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben. De overheid heeft voor deze groep als doel te voorzien in een inkomensvoorziening. Zij hebben geen recht op arbeidsondersteuning.

Als het totale inkomen van een Wajonger en diens eventuele partner onder het sociaal minimum ligt, kan de uitkeringsgerechtigde een toeslag ontvangen tot het sociaal minimum op grond van de Toeslagenwet (TW), zie beleidsartikel 2.

Rol en verantwoordelijkheid

De Minister stimuleert het vinden van werk met een bijdrage voor re-integratieinspanningen aan UWV en de REA-instituten. De Minister financiert de inkomensondersteuning via het verstrekken van uitkeringen. Hij is in deze rollen verantwoordelijk voor:

  • •  De vormgeving, het onderhoud en de werking van het stelsel van wet- en regelgeving;
  • •  De vaststelling van het niveau van de uitkeringen uit hoofde van de Wajong;
  • •  Het ter beschikking stellen van middelen voor het aan het werk helpen van mensen die arbeidsmogelijkheden hebben;
  • •  De sturing van en het toezicht op de rechtmatige, doeltreffende en doelmatige uitvoering door UWV.

De Minister van Financiën is hoofdverantwoordelijk voor de fiscale wet- en regelgeving. Wanneer fiscale instrumenten worden ingezet om doelstellingen in het kader van het jonggehandicaptenbeleid te realiseren, zoals bijvoorbeeld de jonggehandicaptenkorting, is de Minister van SZW hiervoor medeverantwoordelijk.

Beleidswijzigingen

De beleidsdoorlichting Wajong (Tweede Kamer, 2017–2018, 30 982, nr. 40) heeft laten zien dat de Wajong, met drie verschillende regelingen en verschillen in rechten en plichten tussen deze regelingen, een complex geheel is geworden. Bovendien is er sprake van een aantal knelpunten die voor de participatie van mensen met een Wajong-uitkering een belemmering zijn. In het wetsvoorstelwetsvoorstel «Vereenvoudiging regelgeving Wajong», dat op 29 mei 2019 is gepubliceerd, zijn daarom maatregelen uitgewerkt die ervoor zorgen dat meer werken loont, dat Wajongers altijd terug kunnen vallen op de Wajong en dat Wajongers hun uitkering behouden als zij onderwijs volgen. Vanaf 2020 betekent dit een aanpassing van de regels voor het eindigen en herleven van het recht op oude Wajong en Wajong2010, harmonisatie van het passend werkaanbod in de oude Wajong en Wajong2010, het schrappen van de studieregeling in de Wajong2010, het schrappen van de uitsluitingsgrond studerende in de Wajong2015, het afsluiten van de instroom in de oude Wajong en het creëren van een mogelijkheid om af te zien van de oude Wajong. Vanaf 2021 betekent dit een harmonisering van de regels voor inkomensondersteuning.

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 3.4.1 Begrotingsgefinancierde uitgaven en ontvangsten artikel 4 (x € 1.000)

Artikelonderdeel

Realisatie 2018

Raming 2019

Raming 2020

Raming 2021

Raming 2022

Raming 2023

Raming 2024

Verplichtingen

3.280.192

3.355.909

3.386.123

3.403.698

3.402.116

3.418.270

3.434.877

Uitgaven

3.280.192

3.355.909

3.386.123

3.403.698

3.402.116

3.418.270

3.434.877

waarvan juridisch verplicht (%)

   

100%

       
               

Inkomensoverdrachten

3.180.692

3.254.298

3.287.390

3.307.291

3.313.877

3.332.395

3.351.650

Wajong

3.180.692

3.254.298

3.287.390

3.307.291

3.313.877

3.332.395

3.351.650

               

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

99.500

101.611

98.733

96.407

88.239

85.875

83.227

Re-integratie Wajong

99.500

101.611

98.733

96.407

88.239

85.875

83.227

               

Ontvangsten

25.626

24.026

0

0

0

0

0

Budgetflexibiliteit

Inkomensoverdrachten:

De inkomensoverdrachten zijn gebaseerd op wet- en regelgeving en zijn derhalve voor 100% juridisch verplicht. Het betreft uitkeringslasten Wajong.

Bijdragen aan ZBO’s en RWT’s:

De bijdragen aan ZBO’s en RWT’s zijn 100% juridisch verplicht. Het betreft een re-integratiebudget voor Wajongers.

Toelichting op de financiële instrumenten

A. Inkomensoverdrachten

Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong)

De Wajong biedt inkomensondersteuning aan mensen die voor het bereiken van de 18-jarige leeftijd arbeidsgehandicapt zijn geworden en geen arbeidsverleden hebben en aan hen die tijdens hun studie voor het bereiken van de 30-jarige leeftijd arbeidsgehandicapt zijn geworden. De Wajong wordt uitgevoerd door UWV.

Wie komt er voor in aanmerking?

Mensen die voor het bereiken van de 18-jarige leeftijd of tijdens hun studie arbeidsgehandicapt zijn geworden en geen arbeidsverleden hebben. Voor de Wajong2015 geldt hierbij als voorwaarde dat zij duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben.

Hoe hoog is de Wajong-uitkering?

Voor mensen met recht op de oude Wajong die volledig arbeidsgehandicapt zijn en duurzaam geen arbeidsvermogen hebben is de uitkering 75% van het wettelijk minimumloon. Per 1 juli 2019 is dit € 1.226,70 bruto per maand (exclusief vakantiegeld) voor mensen van 21 jaar en ouder. Voor jongeren is de uitkering 75% van het wettelijk minimumjeugdloon. Voor de groep met arbeidsvermogen is de uitkering maximaal 70% van het wettelijk minimumloon. In geval van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid is deze afhankelijk van het arbeidsongeschiktheidspercentage.

Voor mensen met recht op de Wajong2010 in de uitkeringsregeling is de uitkering 75% van het wettelijk minimumloon. Voor mensen in de Wajong2010 werkregeling is de uitkering maximaal 70% van het wettelijk minimumloon. Voor mensen die arbeidsmogelijkheden hebben geldt een activerende uitkeringsstructuur, waarbij «werken moet lonen» het uitgangspunt is. Verdient een Wajonger in de werkregeling meer dan 20% van het minimumloon, dan mag hij de helft van elke extra verdiende euro houden, tot 100% van het minimumloon. Jonggehandicapten in de Wajong2010 van 27 jaar of ouder die 7 jaar in de werkregeling zitten komen in de voortgezette werkregeling. Wanneer jonggehandicapten in de voortgezette werkregeling van de Wajong2010 meer dan 20% van het minimumloon verdienen, worden ze met een uitkering aangevuld tot 100% van het minimumloon. Jonggehandicapten in de Wajong2010 die studeren, ontvangen een uitkering van 25% van het wettelijk minimumloon. Het kabinet is voornemens om deze studieregeling vanaf 2020 te schrappen, waardoor ook de jonggehandicapten in de Wajong2010 die studeren in de werkregeling of uitkeringsregeling zullen komen.

Mensen met recht op de Wajong2015 ontvangen een uitkering van 75% van het wettelijk minimumloon. Daarnaast ontvangen Wajong-gerechtigden in 2019 een tegemoetkoming van netto € 179,81 mits zij op 1 juli van het kalenderjaar recht hebben op een Wajong-uitkering. Deze tegemoetkoming arbeidsongeschikten is bedoeld om een arbeidsongeschikte tegemoet te komen in de kosten die hij/zij moet maken door zijn/haar handicap. Het recht op uitkering wordt beëindigd bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.

Budgettaire ontwikkelingen

De uitkeringslasten stijgen in 2020 licht ten opzichte van 2019. De belangrijkste factoren zijn:

  • •  Een verhoogde instroom in de Wajong2015 als gevolg van het schrappen van het volgen van een studie als uitsluitingsgrond;
  • •  Een hogere gemiddelde uitkering omdat nieuwe instroom duurzaam geen arbeidsmogelijkheden heeft en daarom een volledige uitkering zal ontvangen;
  • •  Van de personen die uitstromen zal een deel een gedeeltelijke uitkering hebben, omdat zij wel werken;
  • •  De gemiddelde leeftijd van de Wajongers neemt toe, omdat er een lagere instroom in de Wajong2015 is dan voorheen in de Wajong2010. Hierdoor neemt het percentage Wajongers dat een uitkering krijgt die gebaseerd wordt op het minimumjeugdloon af;
  • •  In de meerjarenraming wordt rekening gehouden met de Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd naar aanleiding van het akkoord over de vernieuwing van het pensioenstelsel (zie ook Beleidswijzigingen artikel 8). Dit heeft een neerwaarts effect op de uitgaven, doordat mensen eerder de AOW-leeftijd bereiken. In paragraaf 2.2 tabel 2.2.6 wordt het meerjarige effect van het gehele pensioenakkoord per artikel weergegeven.

Beleidsrelevante kerncijfers

Het totale volume van de Wajong neemt naar verwachting iets toe. Dit komt door de verhoogde instroom in de Wajong2015 als gevolg van het schrappen van het volgen van een studie als uitsluitingsgrond.

Tabel 3.4.2 Kerncijfers Wajong
 
Realisatie 20181

Raming 2019

Raming 2020

Volume Wajong totaal (x 1.000 uitkeringen, ultimo)

245

243

244

 

waarvan oude Wajong (tot 2010)

172

168

165

   

waarvan met arbeidsvermogen (%)

41

41

41

 

waarvan Wajong2010 (2010 tot 2015)

64

63

62

   

waarvan werkregeling (%)

68

73

73

   

waarvan studieregeling (%)

5,8

0

0

   

waarvan duurzaam geen arbeidsmogelijkheden (%)

27

27

27

 

waarvan Wajong2015

9,1

12

18

           

Instroom Wajong totaal (x 1.000 uitkeringen)

5,2

6

7

Uitstroom Wajong totaal (x 1.000 uitkeringen)

6,5

7

6

           

Aandeel Wajongers met arbeidsvermogen dat werkt (%)

52

51

51

Noot 1: UWV, jaarverslag.

Handhaving

De kerncijfers op het gebied van preventie laten een afname zien ten opzichte van eerdere jaren. De kerncijfers op het gebied van opsporing wijzen op een lager benadelingsbedrag, waarbij het aantal geconstateerde overtredingen ook lager is dan 2017. De incassoratio geeft weer in hoeverre fraudevorderingen ontstaan in een bepaald jaar ultimo 2018 zijn geïncasseerd. Dit percentage ligt hoger naarmate het ontstaansjaar van de vordering langer geleden is, omdat fraudevorderingen gedurende 10 jaar kunnen worden ingevorderd. De methodiek voor de bepaling van de incassoratio is met ingang van 2018 verbeterd en is nu gebaseerd op de complete set aan gegevens, waar voorheen de berekening werd gemaakt op basis van een representatieve steekproef.

Tabel 3.4.3 Kerncijfers Wajong (fraude en handhaving)
   

Realisatie 2016

Realisatie 2017

Realisatie 2018

Preventie1

Gepercipieerde detectiekans (%)

77

68

61

Kennis van de verplichtingen (%)

86

82

79

Opsporing2

Aantal onderzochte fraudesignalen (x 1.000)

3,0

3,7

3,6

Aantal geconstateerde overtredingen met financiële benadeling (x 1.000)3

1,6

2,4

2,2

Totaal benadelingsbedrag (x € 1 mln)

4,6

7,5

5,6

Sanctionering

Aantal waarschuwingen (x 1.000)

0,8

1,0

0,8

Aantal boetes (x 1.000)

1,0

1,1

1,1

Totaal boetebedrag (x € 1 mln)

0,6

0,8

0,8

   

Ontstaansjaar vordering

   

2016

2017

2018

Terugvordering

Incassoratio fraudevorderingen (boete + benadelingsbedrag) ultimo 2018 (%)

53

31

18

Noot 1: Ipsos «Kennis der verplichtingen en detectiekans».

Noot 2: UWV, jaarverslag.

Noot 3: Cijfers betreffen alle overtredingen van de inlichtingenplicht met financiële benadeling.

B. Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s

Re-integratie Wajong

Voor jonggehandicapten is een re-integratiebudget beschikbaar om hen zo nodig te begeleiden op weg naar werk en te ondersteunen zodra zij werk hebben. Dit budget is bestemd voor de inzet van trajecten gericht op het vinden van werk, voorzieningen na werkaanvaarding (waaronder jobcoaching) en voor de financiering van de REA-instituten (instellingen die scholings- en arbeidstoeleidingstrajecten bieden aan jongeren die ernstige belemmeringen ondervinden bij het volgen van scholing vanwege één of meer specifieke sociaal-medische beperkingen) door middel van de ESB-regeling. Jonggehandicapten met arbeidsvermogen zijn verplicht om mee te werken aan re-integratie. Specifiek voor jonggehandicapten met arbeidsmogelijkheden die vallen onder de Wajong2010 geldt een acceptatieplicht van passende arbeid. UWV beschikt vanaf 2015 over een geïntegreerd taakstellend re-integratiebudget voor de inzet van trajecten en voorzieningen voor de ondersteuning van gedeeltelijk arbeidsgeschikten (Wajong, WIA, WAO, WAZ, ZW en WW). Het premiegefinancierde deel van het re-integratiebudget heeft betrekking op de WIA, WAO, WAZ, ZW en WW en wordt verantwoord in artikel 3. In tabel 3.3.7 is het totale budget dat voor UWV beschikbaar is voor de inkoop van re-integratietrajecten en werkvoorzieningen te zien, voor zowel WIA/WAO/WAZ/ZW/WW als Wajong.

Budgettaire ontwikkelingen

Voor het jaar 2020 is voor het begrotingsgefinancierde gedeelte van het re-integratiebudget € 98 miljoen beschikbaar. Het begrotingsgefinancierde gedeelte van het re-integratiebudget neemt geleidelijk af (zie tabel 3.4.1). Dit hangt samen met de Participatiewet, waarin geregeld is dat de instroom in de Wajong2015 wordt beperkt tot mensen die duurzaam geen arbeidsmogelijkheden hebben.

Extracomptabele fiscale regelingen

Naast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten, is er een fiscale regeling die betrekking heeft op dit beleidsterrein. De Minister van Financiën is hoofdverantwoordelijk voor de wetgeving en uitvoering van deze regeling en voor de budgettaire middelen. In onderstaande tabel is ter informatie het budgettaire belang van deze regeling vermeld. De cijfers zijn ontleend aan de corresponderende bijlage «Fiscale regelingen» in de Miljoenennota. Voor een beschrijving van de regeling, de doelstelling, de ramingsgrond, een verwijzing naar de laatst uitgevoerde evaluatie en het beoogde jaar van afronding van de volgende evaluatie, wordt verwezen naar de bijlage bij de Miljoenennota «Toelichting op de fiscale regelingen».

Tabel 3.4.4 Fiscale regelingen, budgettair belang op transactiebasis in lopende prijzen (x € 1 miljoen)
 

Realisatie 2018

Raming 2019

Raming 2020

Jonggehandicaptenkorting

178

180

182

Artikel