Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

8. EMU-schuld

Tabel 8.1 Financieringssaldo rijksoverheid

(in miljoenen euro, – is kasuitgave / kastekort)

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

bron

Belastinginkomsten (kasbasis)

169.835

175.692

189.125

193.095

198.909

205.438

212.181

Tabel 4.6.1

Netto begrotingsgefinancierde uitgaven

– 149.096

– 163.882

– 180.845

– 189.142

– 196.714

– 203.637

– 211.205

Tabel 2.1

Af: kas-transverschil rentelasten

– 1.273

– 910

– 940

– 710

– 640

– 480

– 1.210

 

Mutatie begrotingsreserves

107

– 166

– 94

0

0

0

0

 

Mutatie derdenrekeningen

– 1.972

0

0

0

0

0

0

 

Overbruggingskrediet Fortis/ABN Amro

0

0

0

100

250

0

0

 

Financieringssaldo rijksoverheid

17.701

10.734

7.246

3.343

1.805

1.322

– 238

 

Tabel 8.1 geeft het financieringssaldo van het Rijk. Het financieringstekort is het bedrag dat het Rijk op kasbasis in een jaar tekort komt, of over heeft. Het financieringssaldo is daarmee dus ook het bedrag dat in een jaar extra moet worden geleend of, bij een overschot, waarmee schulden kunnen worden afgelost. Waar het EMU-saldo een begrip op transactiebasis is, is het financieringssaldo dus op kasbasis. Dat betekent dat naast de belastingontvangsten en de uitgaven op de begrotingen er nog een aantal correcties moet worden toegepast. Ten eerste zijn de belastingen zoals die meetellen voor het EMU-saldo berekend op transactiebasis. Om tot de belastingen op kasbasis te komen moet het kas-transverschil hier dus vanaf worden getrokken. Hetzelfde geldt voor posten op de rijksbegroting die niet op kasbasis zijn. Allereerst is dat de rente op de staatsschuld: deze staan in de rijksbegroting op transactiebasis, terwijl voor het financieringssaldo alleen de kasuitgaven meetellen. Daarnaast wordt geld storten in (of opnemen uit) een begrotingsreserve op de begroting gezet als uitgave of ontvangst, terwijl het geld niet daadwerkelijk de schatkist verlaat of binnenkomt.

Tabel 8.2 Opbouw EMU-schuld collectieve sector

(in miljoenen euro, – is kasuitgave / kastekort)

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

bron

EMU-schuld begin jaar

439.349

420.634

410.169

403.507

401.648

401.327

401.489

 

Financieringssaldo rijksoverheid

– 17.701

– 10.734

– 7.246

– 3.343

– 1.805

– 1.322

238

Tabel 8.1

EMU-saldo decentrale overheden

524

1.169

1.484

1.484

1.484

1.484

1.484

Tabel 7.4

EMU-saldo rest centrale overheid

– 128

0

0

0

0

0

0

 

Schatkistbankieren decentrale overheden

– 402

– 900

– 900

0

0

0

0

 

SNS/Propertize

0

0

0

0

0

0

0

 

Overig

– 1.008

0

0

0

0

0

0

 

EMU-schuld einde jaar

420.634

410.169

403.507

401.648

401.327

401.489

403.211

 

EMU-schuldquote (in procenten bbp)

57,1

53,1

49,6

47,7

46,1

44,7

43,5

 

Het financieringssaldo werkt een op een door in de staatsschuld. Voor een financieringstekort moet immers geleend worden, terwijl een overschot gebruikt kan worden om schulden af te lossen. Tabel 8.2 geeft de ontwikkeling van de EMU-schuld weer. De EMU-schuld betreft de hele collectieve sector, dus ook het tekort van decentrale overheden en agentschappen heeft invloed op de EMU-schuld.

Tabel 8.3 Opbouw EMU-schuldquote

(in procenten bbp)

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

EMU-schuldquote begin jaar

62,0

57,1

53,1

49,6

47,7

46,1

44,7

Noemereffect bbp

– 2,4

– 2,6

– 2,6

– 1,7

– 1,6

– 1,4

– 1,4

Financieringssaldo rijksoverheid

– 2,4

– 1,4

– 0,9

– 0,4

– 0,2

– 0,1

0,0

EMU-saldo decentrale overheden

0,1

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

EMU-saldo rest centrale overheid

– 0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Schatkistbankieren decentrale overheden

– 0,1

– 0,1

– 0,1

0,0

0,0

0,0

0,0

SNS/Propertize

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Overig

– 0,1

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

EMU-schuldquote einde jaar

57,1

53,1

49,6

47,7

46,1

44,7

43,5

Tabel 8.3 bevat de ontwikkeling van de EMU-schuldquote (de EMU-schuld in verhouding tot het bbp). Behalve het begrotingstekort of -overschot heeft ook de ontwikkeling van het bbp zelf invloed op de schuldquote, dit is weergegeven als het noemereffect.

Tabel 8.4 Horizontale toelichting EMU-schuld

(+ is toename schuld)

Miljarden euro

Procenten bbp

EMU-schuld ultimo 2018

410,2

53,1%

Noemereffect

 

– 2,6%

EMU-saldo

– 8,3

– 1,0%

Renteontvangsten derivaten

– 1,4

– 0,2%

Schatkistbankieren

– 1,9

– 0,2%

Aan- en verkoop staatsdeelnemingen

0,3

0,0%

Studieleningen

2,1

0,3%

Kastransactieverschillen

2,5

0,3%

Overige financiële transacties

0,0

0,0%

EMU-schuld ultimo 2019

403,5

49,6%

Tabel 8.5 Verticale toelichting EMU-schuld

(in procenten bbp)

2018

2019

EMU-schuld Startnota

54,0%

51,0%

Noemereffect

– 0,2%

– 0,4%

Doorwerking lagere schuld t-1

0,3%

– 0,7%

EMU-saldo

– 0,3%

– 0,3%

Renteontvangsten derivaten

0,0%

0,1%

Voortijdige beëindiging derivaten

– 0,3%

0,0%

Aan- en verkoop staatsdeelnemingen

0,0%

0,0%

Kastransactieverschillen

– 0,3%

0,0%

Overige financiële transacties

– 0,2%

0,0%

EMU-schuld Miljoenennota 2019

53,1%

49,6%

Tabel 8.6 Historisch overzicht EMU-schuld

(in miljarden euro)

2002

2003

2004

2005

2006

2007

2008

EMU-schuld

245

256

266

275

265

267

355

BBP

501

513

529

551

585

619

647

EMU-schuld (in procenten bbp)

48,8

50,0

50,3

49,9

45,3

43,1

54,8

 

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

EMU-schuld

356

380

402

434

448

457

447

BBP

625

639

650

653

660

672

690

EMU-schuld (in procenten bbp)

56,9

59,4

61,8

66,4

67,8

68,0

64,8

 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

EMU-schuld

439

421

410

404

402

401

401

BBP

708

737

773

813

841

870

898

EMU-schuld (in procenten bbp)

62,0

57,1

53,1

49,6

47,7

46,1

44,7