Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

2. Klaar voor de toekomst

Curatieve zorg

Om de zorguitgaven ook in 2018 te beheersen, hebben wij, in afwachting van een nieuw kabinet, een reeks afspraken gemaakt met patiënten, zorgverleners en verzekeraars. In deze afspraken staan maatregelen om de kwaliteit en service van de zorg verder te verbeteren. Hiermee is voor een nieuw kabinet de weg geëffend om de zorg betaalbaar en van hoge kwaliteit te houden.

Het hoofdlijnenakkoord voor de medisch-specialistische zorg, dat eind 2017 afloopt, is met een jaar verlengd. Om de kostengroei te beteugelen is voor 2018 een maximum groeipercentage van 1,6 procent afgesproken. Dit is een hoger toegestane groei dan voorgaande jaren. Het extra geld is onder meer nodig om de druk op ziekenhuizen te verlichten als gevolg van de ontwikkeling van nieuwe dure geneesmiddelen en de toeloop van kwetsbare ouderen in de acute zorg.

Het is belangrijk dat mensen de juiste zorg krijgen op de juiste plek. Zo richten zorgverzekeraars in overleg met zorgaanbieders regionale loketten in, die huisartsen en ziekenhuizen snel helpen bij het vinden van een juiste plek voor patiënten. Dergelijke initiatieven moeten leiden tot vermindering van onnodige opname van bijvoorbeeld kwetsbare ouderen in ziekenhuizen en er voor zorgen dat mensen, zodra ze het ziekenhuis kunnen verlaten, de beste zorg krijgen.

Dat vraagt om meer bedden in de eerste lijn. Eerstelijnsverblijven bieden onder meer zorg aan mensen die door een ziekte even niet meer thuis kunnen wonen. Zij hoeven dan niet naar het ziekenhuis. Ook voor kwetsbare ouderen die na een ziekenhuisopname nog niet terug naar huis kunnen, is een eerstelijnsbed een uitkomst. In 2016 deden ongeveer 28.000 ouderen een beroep op deze vorm van kortdurende zorg. Dat is 5.500 meer dan in 2015. Vanaf 2017 heeft het huidige kabinet 55 miljoen euro vrijgemaakt voor extra bedden en de daarbij behorende organisatie. Hiermee is in totaal 315 miljoen euro beschikbaar voor 2018.

Het budget voor huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg in de eerste lijn mag in 2018 met 2,5 procent groeien. Ook is extra geld gereserveerd om zorg die nu nog in het ziekenhuis wordt geleverd, waar mogelijk naar de eerste lijn te verplaatsen (75 miljoen euro). Het verminderen van de bureaucratie blijft prioriteit, zodat huisartsen meer tijd hebben voor kwetsbare ouderen en andere patiënten, zorg in achterstandswijken, avond-, nacht- en weekendzorg en samenwerking in de eerste lijn.

Ook met andere sectoren zijn afspraken gemaakt over het verminderen van de regeldruk en het verbeteren van de informatievoorziening om samenwerking tussen aanbieders te bevorderen. Kenmerk van de werkwijze is dat vanuit de praktijk wordt aangegeven welke regels weg kunnen of zelfs moeten.

Net als in de medisch-specialistische zorg zijn met partijen in de geestelijke gezondheidszorg afspraken gemaakt om de wachttijden aan te pakken. De wachttijden moeten binnen een jaar terug zijn op de afgesproken termijnen. Dat kan door een betere verdeling van de bestaande behandelcapaciteit, goede afstemming en samenwerking tussen de verschillende aanbieders en financiers van geestelijke gezondheidszorg en door een versnelde opbouw van de ambulante zorg in de buurt. Er is voldoende geld ter beschikking om de bestaande wachtlijsten weg te werken. De geestelijke gezondheidszorg heeft een jaarlijkse onderbesteding (280 miljoen euro in 2016). De oplossing zit vooral in een professionelere organisatie van deze zorg.

Transparantie

Onder regie van het Zorginstituut moet voor de helft van de aandoeningen binnen vijf jaar duidelijk zijn welke invloed behandelingen voor deze aandoeningen op het leven kunnen hebben. Zodat mensen weloverwogen kunnen kiezen of zij behandeld willen worden en duidelijk is wat de gevolgen van een behandeling zijn. Om dit te bereiken is het nodig dat patiënten aan hun artsen vertellen wat de resultaten van hun behandeling zijn geweest, zodat andere artsen en patiënten hiervan gebruik kunnen maken. Dit helpt hen om samen te beslissen over de best passende zorg.

Internationaal zijn er al instrumenten ontwikkeld om de gevolgen van behandelingen te meten. Deze instrumenten kunnen we in Nederland gebruiken. In het najaar van 2017 starten we hiervoor een proefproject, zodat de instrumenten vanaf 2018 landelijk gebruikt kunnen worden.

Informatie over kwaliteit en uitkomsten van zorg kan onderdeel worden van de meerjarige contracten die verzekeraars afsluiten met zorgaanbieders.

Mensen moeten tot slot makkelijker kunnen kiezen uit het polisaanbod van zorgverzekeraars. De NZa gaat daarom scherper toezien op meer helderheid in het aanbod. Zorgverzekeraars moeten hierover informatie bieden, zowel voor hun basispakket als voor de aanvullende polis.

Dure geneesmiddelen

Dure geneesmiddelen zijn toegankelijker en beter betaalbaar als ziekenhuizen en zorgverzekeraars de krachten bundelen. Met onze geneesmiddelenvisie hebben we een plan van aanpak gemaakt en ook op internationaal niveau hebben we het onderwerp geagendeerd. Doel is dat nieuwe medicijnen sneller beschikbaar komen, tegen maatschappelijk aanvaardbare prijzen.

Nederland, België, Luxemburg en Oostenrijk werken op dit gebied al samen. Zo worden potentieel belangrijke farmaceutische innovaties in kaart gebracht vóórdat ze op de markt komen. Dit geeft tijdig inzicht in verwachte kosten van geneesmiddelen en biedt mogelijkheden om tijdig (gezamenlijke) prijsonderhandelingen voor te bereiden.

Het instrument van de voorwaardelijke toelating wordt aangepast zodat innovatieve zorg eerder onderdeel kan worden van het basispakket.

Langdurige zorg en ondersteuning

Ouderen willen zo lang mogelijk zelfstandig en het liefst thuis blijven wonen. Met zorg en ondersteuning die daarop aansluit. Zodat ze zo lang en zo veel mogelijk de regie over hun leven kunnen voeren. Als het thuis niet meer kan, is er plek in een verpleeghuis. Mensen mogen daar verwachten dat de zorg goed en veilig is, zodat ze zich vertrouwd, geborgen en gekend voelen.

De bewoners moeten centraal staan in de zorg. Het gaat er om hoe zij hun leven willen leiden. Dat betekent vooral luisteren naar wat mensen nodig hebbenen willen en daar samen met de familie de zorg op afstemmen.

Vanaf 2018 komt jaarlijks extra geld beschikbaar voor verpleeghuiszorg. Naar huidige inzichten kan dit oplopen tot ruim 2 miljard euro per jaar. Dit leidt er mede toe dat vanaf volgend jaar extra mensen in de verpleeghuiszorg aan de slag kunnen. Dit kan ook door kleine contracten van bestaande medewerkers uit te breiden. Hierdoor neemt het aantal extra handen aan het bed snel toe. Met deze maatregel kunnen verpleeghuizen gaan voldoen aan de nieuwe kwaliteitseisen voor verpleging en verzorging zoals opgenomen in het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg. Het is primair aan de sector zelf om aan de slag te gaan met de gewenste vernieuwing en te leren van de goede voorbeelden.

De nieuwe normen voor goede en liefdevolle verpleeghuiszorg hebben gevolgen voor de wijze van toezicht door de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Toezicht moet zich richten op goede en persoonlijke zorg. Daarover moeten toezichthouders het gesprek aangaan met zorgverleners.

Dementie

Nederland vergrijst en het aantal mensen met dementie neemt de komende decennia sterk toe. Nu al wordt het aantal mensen met dementie geschat op 270.000. Dit zal binnen twintig jaar toenemen tot ongeveer 500.000 mensen. Zij verliezen langzaam maar zeker de regie over hun eigen leven, worden afhankelijk van partner of kinderen en overlijden uiteindelijk na een periode van intensieve zorg. Dit trekt een zware wissel op het leven van mensen met dementie en hun familieleden.

In het Deltaplan Dementie trekken alle betrokken partijen, zoals de overheid, bedrijfsleven, wetenschappers, patiëntenorganisaties, zorgaanbieders, zorgverzekeraars, onderwijsinstellingen en dienstverleners, samen op. Met elkaar gaan we de uitdagingen aan waar de toename van deze ernstige ziekte ons nu en in de toekomst voor stelt.

We doen dit onder meer door onderzoek, verbetering van de zorg voor dementerenden, door de samenleving «dementievriendelijker» te maken en internationaal samen te werken en ervaringen uit te wisselen.

Verpleging en verzorging

Met goede ondersteuning thuis en wijkverpleging lukt het steeds beter om mensen in hun eigen huis zo goed mogelijk te ondersteunen en te verzorgen. Om deze zorg dichtbij mensen verder te verbeteren, hebben we een akkoord met alle betrokken partijen in de wijkverpleging gesloten. De wijkverpleging gaat zich nog meer richten op de persoonlijke wensen en behoeften van mensen. Tevens krijgen wijkverpleegkundigen meer ruimte om hun vak uit te oefenen en zich verder te ontwikkelen. Dat maakt hun werk aantrekkelijker.

Sinds 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor jeugdzorg en voor een deel van de zorg en ondersteuning aan langdurig zieken en ouderen. Gemeenten kunnen immers, beter dan de rijksoverheid, nagaan wat mensen daadwerkelijk nodig hebben om een kwalitatief goed leven te leiden. De rijksoverheid blijft daarnaast verantwoordelijk voor de Wet langdurige zorg. Zorgverzekeraars gaan over de uitvoering van de Zorgverzekeringswet, waaronder ook de wijkverpleging valt.

In de eerste jaren na de decentralisatie is ingezet op een zorgvuldige overgang van taken, waarbij continuïteit van zorg voorop stond. Nu werken de gemeenten hard om de zorg daadwerkelijk te vernieuwen. Het is zaak dat cliënten de verbeteringen daadwerkelijk gaan merken. Dit vraagt om verdere professionalisering en meer samenwerking tussen zorgverleners in de sociale en medische zorg, onder regie van de gemeenten.

Punt van aandacht is ook dat door de decentralisatie de administratieve lasten hoog zijn opgelopen. Er worden nu voorbereidingen getroffen om deze drastisch te laten afnemen. Daarvoor bereiden we een aanpassing van de wet voor.