Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

1. Inleiding

 Ziek of gezond, iedereen heeft wel eens zorg of ondersteuning nodig. Of dat nu één keer per jaar bij de huisarts is, een ingrijpende operatie in het ziekenhuis, dagelijkse zorg thuis van de wijkverpleegkundige, hulp bij het huishouden, of opname in een verpleeghuis – iedereen moet goede zorg krijgen. Maar goede zorg is voor iedereen anders. Zeventien miljoen mensen hebben zeventien miljoen wensen.

Wat heeft u nodig? Daar draait het om. Daarom is de afgelopen jaren hard gewerkt om de zorg persoonlijker te maken en dichterbij huis of zelfs thuis te organiseren. Zodat mensen zo lang mogelijk zelf de regie over hun leven en gezondheid houden. Ook als ze een beperking hebben, oud zijn of ziek.

Dat betekent een verschuiving van taken in de zorg. Van ziekenhuizen naar zorg in de buurt. Van instelling naar thuis. Van de wachtkamer naar de huiskamer. Zo gaan we van systemen naar mensen, waarbij mensen worden ondersteund om zelf regie te kunnen voeren (cliëntondersteuning en persoonlijke gesprekken). Daarbij is het een voorwaarde dat we de zorg betaalbaar houden, ook voor toekomstige generaties.

Betere kwaliteit en duurzame betaalbaarheid. Dat was de ambitie voor de hoofdlijnenakkoorden die we aan het begin van deze kabinetsperiode sloten met ziekenhuizen, medisch specialisten, huisartsen, de geestelijke gezondheidszorg en de zorgverzekeraars. Dankzij de inspanningen van velen zijn we er in geslaagd de groei van de zorgkosten te remmen. Tegelijkertijd staat de kwaliteit van de Nederlandse zorg nog steeds hoog in internationale vergelijkingen.

Ook in de langdurige zorg en jeugdzorg hebben we de afgelopen jaren grote stappen gezet. Gemeenten hebben in 2015 taken van de rijksoverheid overgenomen door zorg en ondersteuning te regelen voor hun inwoners. Gemeenten werken nu hard aan lokaal maatwerk, zodat zorg en ondersteuning aansluiten bij wat mensen daadwerkelijk nodig hebben.

Daarbij is bijzondere aandacht voor kwetsbare mensen die niet altijd tijdig de juiste hulp krijgen, of tussen wal en schip dreigen te vallen. Kinderen of jongeren met problemen, mensen die eenzaam zijn of mensen die hulp mijden. Ook mantelzorgers hebben ondersteuning nodig om niet overbelast te raken.

We hebben de afgelopen jaren veel bereikt, samen met iedereen die in en voor de zorg werkt. Deze begroting en beleidsagenda vormen een fundament waarop een nieuw kabinet verder kan bouwen aan goede en betaalbare zorg, die voor iedereen beschikbaar is.

Het kabinet heeft in het voorjaar hoofdlijnenakkoorden gesloten met sectoren in de curatieve zorg, gericht op kwaliteitsverbetering en beheersing van de stijging van de zorguitgaven. Deze akkoorden lopen tot eind 2018 en leiden vanaf dat jaar tot een besparing van 280 miljoen euro ten opzichte van de ramingen. In deze akkoorden en afspraken gaan betaalbaarheid en kwaliteit van zorg hand in hand. Ook zijn er afspraken gemaakt met de geestelijke gezondheidszorg.

Onderwerpen die in de akkoorden en afspraken aan de orde komen zijn:

  • –  Meer samenwerking in de zorg en het aanpakken van wachtlijsten;
  • –  minder administratieve lasten en bureaucratie;
  • –  zorg op de juiste plek, dichter bij mensen thuis;
  • –  de te hoge prijzen voor geneesmiddelen;
  • –  meer en beter gebruik van moderne technologie.

Met deze akkoorden wordt de stijging van de volumegroei in de zorg beperkt en daarmee ook de premiestijging ende stijging van het eigen risico. In de zomer is op basis van de ramingen van het Centraal Planbureau (CPB) gebleken dat Nederland het economisch beter doet dan in het voorjaar was voorzien. Dat is goed nieuws. Een gevolg daarvan is wel dat het CPB de verwachtingen voor de stijging van lonen en prijzen in de zorg naar boven heeft bijgesteld. Het effect hiervan is dat de zorguitgaven en daarmee de premies zullen stijgen en dat ook het eigen risico dat is gekoppeld aan de stijging van de zorguitgaven (inclusief lonen en prijzen) automatisch hoger uitkomt. De politieke weging van deze uitkomst van de gebruikelijke systematiek is niet aan dit demissionaire kabinet. De stijging van de zorgpremie en het gemiddeld eigen risico wordt overigens voor de laagste inkomens gecompenseerd via een stijging van de zorgtoeslag. Daarbovenop heeft het kabinet besloten de zorgtoeslag verder te verhogen.

De kwaliteit van de verpleeghuiszorg moet omhoog. Het kabinet maakt daarom geld vrij voor de implementatie van het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg. Het kabinet heeft in 2017 incidenteel 100 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de verpleeghuizen waar de verbetering van kwaliteit het hardste nodig is. Daarnaast is bij Voorjaarsnota vanaf 2017 structureel 100 miljoen euro vrijgemaakt voor de verbetering van de kwaliteit op basis van het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg. In aanvulling hierop maakt het kabinet vanaf 2018 335 miljoen euro vrij zodat verpleeghuizen het kwaliteitskader verder kunnen implementeren en het aantal «handen aan het bed» op korte termijn al kan toenemen. De kosten van de implementatie van het kwaliteitskader lopen op tot structureel ruim 2 miljard euro.

Omdat verpleeghuizen tijd nodig hebben om goed personeel te werven op de krapper wordende arbeidsmarkt en personeel deels nog opgeleid moet worden, duurt het enkele jaren voordat de uitgaven op het structurele niveau liggen. Voor de scholing van dit personeel stelt het kabinet over de periode 2017–2021 in totaal 275 miljoen euro beschikbaar.

De kosten in 2018 worden gedekt binnen de VWS-begroting. Voor de jaren daarna kan het volgende kabinet besluiten hoe de kosten worden gefinancierd.

Het kabinet heeft verder opdracht gegeven om ambtelijk-technisch uit te werken hoe de regering de wettelijke bevoegdheid kan krijgen om te toetsen of de (uitzonderlijke) gevolgen van kwaliteitsstandaarden – zoals de uitvoerbaarheid en budgettaire impact – aanvaardbaar zijn. Op dit moment is deze bevoegdheid er niet. Op basis van deze voorstellen kan een volgend kabinet een besluit nemen.

Er komt een nieuwe bekostigingssystematiek die past bij de ontwikkelopgave voor de sector. Het nieuwe kwaliteitskader betekent een ontwikkelopgave voor de verpleeghuissector. Alle verpleeghuizen zullen zichzelf moeten ontwikkelen om meer van het beschikbare budget in te zetten voor zorg en voldoende extra personeel om zo aan de normen te voldoen. Om deze ontwikkeling te stimuleren en te kunnen realiseren zullen de bekostigingsmethodiek en de tarieven zo nodig worden aangepast. De komende jaren zal dit nieuwe model nader worden ontwikkeld, zodat Wlz-uitvoerders hun zorginkoop hierop kunnen gaan baseren.

Omdat alle veranderingen in de zorg veel van de professionals vragen, kunnen zij blijven rekenen op praktijkteams. Dat zijn teams met experts van VWS die helpen bij het oplossen van praktische problemen, bijvoorbeeld met vragen over financiering of regelgeving. Meestal kan er meer dan velen denken binnen de huidige wettelijke kaders. En soms kan ruimte worden geboden in regels en wetten om te kunnen experimenteren met vernieuwende werkwijzen.

Gezond, ziek of beperkt. Kind, volwassene of oudere. Iedereen heeft recht op goede zorg en ondersteuning. Deze begroting biedt een nieuw kabinet de mogelijkheid verder te werken aan de toekomst van de zorg voor zeventien miljoen verschillende mensen.

In het Financieel Beeld Zorg (FBZ) staat de ontwikkeling van het Budgettair Kader Zorg (BKZ) centraal. Hierin worden de financiële ontwikkelingen binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw), de Wet langdurige zorg (Wlz) en de begrotingsgefionancierde BKZ-uitgaven (Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015), Jeugdwet en de overig begrotingsgefinancierd) afzonderlijk toegelicht.

Het FBZ bestaat uit de volgende onderdelen:

  • 1. 

    Inleiding

    1.1. Leeswijzer

    1.2. Factsheet 2016–2018

  • 2. 

    Zorguitgaven in vogelvlucht

    2.1. Financieel beeld op hoofdlijnen

    2.2. Budgettair Kader Zorg

    2.3. Ontwikkeling van het BKZ en de netto-BKZ-uitgaven

    2.4. Verticale ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten

  • 3. 

    Uitgaven Budgettair Kader Zorg

    3.1. Zorgverzekeringswet (Zvw)

    3.1.1. Algemene doelstelling

    3.1.2. Rol en verantwoordelijkheid Minister

    3.1.3. Verticale ontwikkeling van de Zvw-uitgaven en -ontvangsten

    3.1.4. Zorgakkoorden

    3.2. Wet langdurige zorg (Wlz)

    3.2.1. Algemene doelstelling

    3.2.2. Rol en verantwoordelijkheid Minister

    3.2.3. Verticale ontwikkeling van de Wlz

    3.2.4. Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg

    3.3. Begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven (Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) en Jeugdwet en overig begrotingsgefinacierd)

  • 4. 

    Financiering van de zorguitgaven

    4.1. Totaalbeeld

    4.2. De financieringssystematiek

    4.3. De financiering in 2018

    4.3.1. Zorgverzekeringswet (Zvw)

    4.3.2. Wet langdurige zorg (Wlz)

    4.4. Wat betaalt de gemiddelde burger aan zorg

  • 5. 

    Meerjarige ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten

    5.1. Ontwikkeling van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten 2008–2018

    5.2. Horizontale ontwikkeling van de zorguitgaven 2017–2021

  • 6. 

    Verdieping Financieel Beeld Zorg

    6.1. Verdieping in de BKZ-deelsectoren

    6.1.1. Zorgverzekeringswet (Zvw)

    6.1.2. Wet langdurige zorg (Wlz)

    6.2. Fiscale regelingen 2016–2018

Wijzigingen in het Financieel Beeld Zorg

Het FBZ in de ontwerpbegroting 2018 heeft ten opzichte van dat in de ontwerpbegroting 2017 de onderstaande veranderingen ondergaan:

– Leeswijzer

In paragraaf 1.1 is een leeswijzer opgenomen waarin uitleg wordt gegeven over de uitgavenkaders. Verder worden het Budgettair Kader Zorg (BKZ), de BKZ-uitgaven en -ontvangsten en de financiering van de zorguitgaven hierin uiteengezet. Vervolgens wordt het onderscheid tussen de premiegefinancierde uitgaven en de begrotingsgefinancierde uitgaven beschreven.

– Factsheet

In paragraaf 1.2 is een factsheet opgenomen waarin de opbouw van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten op deelsectorniveau is weergegeven voor de jaren 2017 t/m 2022.

– Zorgakkoorden

Aangezien voor 2018 bestuurlijke afspraken zijn gemaakt voor verschillende Zvw sectoren (MSZ, ggz, huisartsen- en multidisciplinaire zorg (MDZ), wijkverpleging en paramedische zorg) is hierover in het FBZ een aparte paragraaf (paragraaf 3.1.4) opgenomen.

– Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg

Sinds 13 januari 2017 is het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg van kracht, dat in paragraaf 3.2.4 wordt toegelicht.

– Horizontale ontwikkeling van de zorguitgaven 2017–2021

In paragraaf 5.2 is de horizontale ontwikkeling van de zorguitgaven voor de nieuwe kabinetsperiode voor de jaren 2017–2021 opgenomen. Daarnaast is een analyse gemaakt van de historische ontwikkeling van de zorguitgaven over de periode 1996–2021, onderverdeeld in een aantal tijdvakken.

  • –  1996–2005 vóór de introductie van de Zvw;
  • –  2006–2012 vanaf de introductie van de Zvw en vóór de kabinetsperiode Rutte II;
  • –  2012–2017 gedurende de kabinetsperiode Rutte II;
  • –  2017–2021 nieuwe kabinetsperiode.

– Totaal middelen geneeskundige geestelijke gezondheidszorg (ggz)

In het verdiepingshoofdstuk van de Zvw is in tabel 18A een totaal overzicht van alle ggz-middelen opgenomen. Deze middelen zijn verdeeld over de geneeskundige ggz (Zvw), de intramurale langdurige ggz (Wlz), de jeugd-ggz (Jeugdwet) en beschermd wonen (Wmo). In figuur 12 is de samenstelling van deze middelen grafisch weergegeven.

– Vereenvoudiging budget- en nacalculatieproces voor de Wet langdurige zorg

In het kader van vermindering van administratieve lasten wordt het budget- en nacalculatieproces voor de Wet langdurige zorg (Wlz) met ingang van 2018 vereenvoudigd. Om deze vereenvoudiging mogelijk te maken moet de tariefsoort van zorg in natura (ZIN) in de Wlz gewijzigd worden van vaste naar maximumtarieven. Omdat de Nederlandese Zorgautoriteit (NZa) in de nieuwe systematiek niet meer over de afgesproken prijzen beschikt, ontvangt VWS vanaf 2018 alleen nog het totale omzetplafond in de eerste en tweede contracteringsronde en de totale omzet bij de nacalculatie van de NZa.

Deze wijziging betekent dat bij de afrekening (waarbij de realisatie wordt afgezet tegen de begroting) van de uitgaven in het jaarverslag 2018 van VWS de totale contracteerruimte zorg in natura wordt afgerekend en niet de verschillende deelsectoren (ouderenzorg, gehandicaptenzorg, langdurige ggz, volledig pakket thuis, extramurale zorg en overig binnen contracteerruimte). In de begroting 2018 wordt hierop vooruitlopend in de budgettaire tabellen alleen een totaalreeks voor de zorg in natura opgenomen. Op basis van declaratiegegevens zal in het jaarverslag 2018 nog steeds informatie over de deelsectoren gepresenteerd worden, maar dan als beleidsinformatie.

– Fiscale regelingen 2016–2018

Er is een nieuwe paragraaf (paragraaf 6.2) opgenomen in het FBZ over de fiscale regelingen die betrekken hebben op het beleidsterrein van de zorg.

1.1 Leeswijzer

In deze leeswijzer wordt uitleg gegeven over de uitgavenkaders. Verder worden het Budgettair Kader Zorg (BKZ), de BKZ-uitgaven en -ontvangsten en de financiering van de zorguitgaven uiteengezet. Vervolgens wordt het onderscheid tussen de premiegefinancierde uitgaven en de begrotingsgefinancierde uitgaven beschreven.

Uitgavenkaders

In Nederland stelt het kabinet aan het begin van een kabinetsperiode zowel een uitgaven- als inkomstenkader vast. Het uitgavenkader maakt duidelijk hoeveel het kabinet tijdens de kabinetsperiode jaarlijks mag uitgeven. Het inkomstenkader maakt duidelijk met hoeveel het kabinet tijdens de kabinetsperiode de belastingen en premies per saldo wil verlichten of verzwaren via maatregelen.

Onder het uitgavenkader vallen verschillende categorieën uitgaven, de zogeheten deelkaders. Er zijn drie deelkaders (budgetdisciplinesectoren):

  • –  het kader Rijksbegroting in enge zin (RBG-eng);
  • –  het kader Sociale Zekerheid en Arbeidsmarkt (SZA);
  • –  het Budgettair Kader Zorg (BKZ).

Het Budgettair Kader Zorg (BKZ) en uitgavenbegrippen

Het BKZ is het uitgavenkader (deelkader) waarbinnen de zorguitgaven moeten blijven, in overeenstemming met de afspraken in het Regeerakkoord.

Niet-belastinginkomsten

De eigen betalingen en de eigen bijdragen worden samen gerekend als niet-belastingontvangsten. De totale (bruto) BKZ-uitgaven minus deze niet-belastingontvangsten vormen de netto BKZ-uitgaven.

Kadertoets

De geraamde netto BKZ-uitgaven worden getoetst aan het BKZ.

Deze toets maakt duidelijk of de geraamde netto BKZ-uitgaven binnen het daarvoor gestelde uitgavenkader blijven, of dat er sprake is van overschrijding ervan. Omdat er voor de nieuwe regeerperiode nog geen kaders zijn vastgesteld bevat deze begroting alleen een kadertoets voor het jaar 2017.

Financiering van de zorguitgaven en de sociale fondsen

De collectieve zorguitgaven worden gefinancierd uit premies (nominale Zvw-premie, inkomensafhankelijke bijdrage Zvw en Wlz-premie), belastingmiddelen (rijksbijdragen), vanuit de begroting (rijksbijdrage voor de financiering van de premie voor jongeren onder de 18 jaar, Bijdrage in de Kosten van Kortingen (BIKK)), de eigen betalingen in de Zvw en de eigen bijdragen in de Wlz. De premie-inkomsten worden gerekend tot de collectieve lasten en tellen daarom mee in de inkomstenindicator van het kabinet. Dit betekent dat iedere verandering in de hoogte van de premies wordt gecompenseerd door lastenverzwaring of lastenverlichting elders.

De Zvw en de Wlz zijn verzekeringen, waar iedere volwassene ingezetene in Nederland verplicht premie voor betaalt en aanspraken aan ontleent. Een deel van de financiering loopt via de sociale fondsen, het Zorgverzekeringsfonds (Zvf) en het Fonds langdurige zorg (Flz). Deze fondsen maken geen onderdeel uit van de rijksbegroting, maar behoren wel tot de overheid. Veranderingen in de financiële positie van de fondsen hebben daarom invloed op het EMU-saldo. De fondsen worden gevoed met premies die door het kabinet worden vastgesteld (de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw en de Wlz-premie) en de rijksbijdragen. Ook een eventueel exploitatietekort in het Zvf of Flz kan worden gezien als financiering van de zorguitgaven. Het exploitatiesaldo van de fondsen telt mee in het EMU-saldo en de EMU-schuld van het Rijk. Het Rijk moet hiervoor meer (of minder) lenen.

De nominale ziektekostenpremie wordt niet door het kabinet vastgesteld en wordt rechtstreeks door burgers betaald aan zorgverzekeraars. In de begroting is wel een raming opgenomen van de nominale premie. Het Zvf werkt als een vereveningsfonds voor zorgverzekeraars, dat moet zorgen voor een gelijk speelveld. Uit het Flz worden de aanspraken betaald die burgers en instellingen hebben op grond van de Wlz.

In hoofdstuk 4 van het Financieel Beeld Zorg wordt nader ingegaan op de financiering van de zorguitgaven.

Premiegefinancierde uitgaven (BKZ-uitgaven)

De BKZ-uitgaven zijn opgebouwd uit de geraamde premiegefinancierde uitgaven onder de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet langdurige zorg (Wlz), en de begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven (Wmo, Jeugdwet en overige uitgaven).

Bij de Wmo- en Jeugdwetuitgaven gaat het om middelen die in het gemeentefonds beschikbaar zijn gesteld voor de zorg en ondersteuning van jeugdigen, ouderen en mensen met beperkingen. Deze uitgaven staan op de begroting van het gemeentefonds van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), maar vallen gedeeltelijk onder het BKZ.

De overige begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven betreffen dat deel van de uitgaven dat verantwoord wordt op de VWS-begroting, maar dat toegerekend wordt aan het BKZ. Tot deze categorie behoren onder meer een deel van de uitgaven aan zorgopleidingen, de uitgaven voor zorg, welzijn en jeugdhulp op Caribisch Nederland, en de subsidieregeling abortusklinieken.

In hoofdstuk 3 van het Financieel Beeld Zorg wordt per financieringsbron nader ingegaan op de aard en bijstellingen van de zorguitgaven.

In het verdiepingshoofdstuk «Verdieping Financieel Beeld Zorg» wordt een gedetailleerd overzicht gegeven van de ontwikkelingen binnen het Budgettair Kader Zorg op het niveau van de deelsectoren binnen de Zvw en de Wlz.

Begrotingsgefinancierde uitgaven (VWS-begroting)

De VWS-begroting bevat uitgaven voor onder meer preventie, jeugdhulp en sport. Ook uitgaven om het zorgstelsel goed te laten functioneren, maar die niet direct zijn te relateren aan de zorgverlening, komen rechtstreeks ten laste van de begroting. Voorbeelden hiervan zijn de exploitatiekosten van de zelfstandige bestuursorganen (ZBO’s), zoals de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en het Zorginstituut Nederland. Deze uitgaven worden gerekend tot de budgetdisciplinesector Rijksbegroting in enge zin (RBG-eng).

1.2 Factsheet

In de onderstaande factsheet wordt de opbouw van de BKZ-uitgaven en -ontvangsten op deelsectorniveau (uitgesplitst naar Zvw, Wlz en begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven) weergegeven voor de jaren 2017 t/m 2022.

FACTSHEET BKZ-UITGAVEN EN -ONTVANGSTEN BEGROTING 2018 (bedragen x € 1 miljoen)

Zvw-uitgaven per sector

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Eerstelijnszorg

5.637

5.803

5.800

5.799

5.797

5.797

Huisartsenzorg

2.924

2.999

2.999

2.999

2.999

2.999

Multidisciplinaire zorgverlening

483

495

495

495

495

495

Tandheelkundige zorg

753

764

764

764

764

764

Paramedische zorg

747

786

785

783

781

781

Verloskunde

240

261

261

261

261

261

Kraamzorg

309

315

315

315

315

315

Zorg voor zintuiglijk gehandicapten

181

183

183

183

183

183

Tweedelijnszorg

23.986

24.197

24.151

24.138

24.099

24.096

Medisch-specialistische zorg

21.660

21.841

21.792

21.775

21.736

21.733

Geriatrische revalidatiezorg en eerstelijnsverblijf

1.055

1.065

1.065

1.065

1.065

1.065

Beschikbaarheidbijdrage academische zorg

668

675

675

679

679

679

Beschikbaarheidbijdrage kapitaallasten academische zorg

54

54

54

54

54

54

Beschikbaarheidbijdragen overig medisch-specialistische zorg

90

93

95

95

95

95

Overig curatieve zorg

459

469

469

469

469

469

Geneeskundige geestelijke gezondheidszorg

3.866

3.852

3.913

3.913

3.913

3.913

Genees- en hulpmiddelen

6.402

6.565

6.565

6.562

6.562

6.562

Geneesmiddelen

4.854

4.969

4.968

4.966

4.966

4.966

Hulpmiddelen

1.547

1.595

1.596

1.596

1.596

1.596

Wijkverpleging

3.525

3.778

3.782

3.790

3.788

3.784

Ziekenvervoer

707

730

728

728

730

731

Ambulancevervoer

592

611

609

610

611

613

Overig ziekenvervoer

115

119

119

119

119

119

Opleidingen

1.311

1.286

1.283

1.272

1.225

1.247

Grensoverschrijdende zorg

678

677

676

675

674

674

Nominaal en onverdeeld

30

1.609

4.272

7.088

10.031

13.201

Bruto Zvw-uitgaven ontwerpbegroting 2018

46.141

48.495

51.169

53.966

56.819

60.006

Eigen betalingen Zvw

3.187

3.308

3.493

3.677

3.863

4.053

Netto Zvw-uitgaven ontwerpbegroting 2018

42.954

45.187

47.676

50.289

52.956

55.953

             

Wlz-uitgaven per sector

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Zorg in natura binnen contracteerruimte

17.256

18.107

18.655

19.197

19.707

20.002

Ouderenzorg

9.188

9.840

10.378

10.947

11.459

11.754

Gehandicaptenzorg

6.329

6.408

6.424

6.410

6.415

6.419

Langdurige ggz

551

576

576

575

575

575

Volledig pakket thuis

441

444

444

438

438

438

Extramurale zorg

535

624

618

612

606

600

Overig binnen contracteerruimte

211

215

215

215

215

215

Persoonsgebonden budgetten

1.998

2.156

2.156

2.157

2.159

2.160

Buiten contracteerruimte

1.192

1.548

2.907

4.527

6.299

8.169

Kapitaallasten (nacalculatie)

438

0

0

0

0

0

Beheerskosten

176

185

176

176

176

176

Overig buiten contracteerruimte

577

397

475

476

476

476

Nominaal en onverdeeld

1

966

2.255

3.875

5.647

7.516

Bruto Wlz-uitgaven ontwerpbegroting 2018

20.446

21.812

23.718

25.881

28.165

30.331

Eigen bijdragen Wlz

1.858

1.879

1.938

2.012

2.094

2.179

Netto Wlz-uitgaven ontwerpbegroting 2018

18.588

19.933

21.780

23.868

26.071

28.152

             

Begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Wmo 2015 en Jeugdwet (gemeentefonds)

6.777

6.888

6.872

6.877

6.943

6.940

Integratie-uitkering Wmo/huishoudelijke verzorging

1.336

1.350

1.350

1.360

1.412

1.412

Integratie-uitkering Sociaal domein deel Wmo 2015

3.562

3.626

3.610

3.604

3.615

3.612

Jeugdwet

1.878

1.912

1.912

1.912

1.916

1.916

Overig begrotingsgefinancierd (VWS-begroting en aanvullende post Financiën)

509

549

559

482

487

434

Bruto begrotingsgefinancierde BKZ-uitgaven ontwerpbegroting 2018

7.286

7.437

7.430

7.359

7.430

7.374

             

Totaal BKZ-uitgaven ontwerpbegroting 2018

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Bruto BKZ-uitgaven

73.873

77.744

82.317

87.206

92.414

97.711

Ontvangsten

5.045

5.187

5.430

5.689

5.957

6.232

Netto BKZ-uitgaven

68.828

72.557

76.887

81.517

86.457

91.478

Bron: VWS, gegevens Zorginstituut over (voorlopige) financieringslasten Zvw en Wlz en NZa-gegevens over de productieafspraken en (voorlopige) realisatiegegevens.