Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Artikel 3 Langdurige zorg en ondersteuning

1. Algemene doelstelling

Een stelsel voor maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg dat 1. ieder mens in staat stelt om zijn leven zo lang mogelijk zelf in te vullen en 2. – wanneer dit nodig is – thuis of in een instelling kwalitatief goede ondersteuning en zorg biedt. Daarbij worden ondersteuning en zorg geboden aansluitend op informele vormen van hulp. De complexiteit van de zorgvraag en de weerbaarheid van de burger staan centraal bij het bieden van passende zorg. Er wordt gestreefd naar welbevinden en een afname van de afhankelijkheid van ondersteuning en zorg. Dit alles tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten.

In dit begrotingsartikel zijn de begrotingsuitgaven voor de maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg opgenomen.

De premie-uitgaven en -ontvangsten op het terrein van de maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg komen aan bod in het hoofdstuk Financieel Beeld Zorg (FBZ).

2. Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister is verantwoordelijk voor een effectief en efficiënt werkend systeem van langdurige zorg en maatschappelijke ondersteuning in Nederland. Mensen die zorg en ondersteuning nodig hebben, dienen dit of thuis of in een instelling op maat en van een goede kwaliteit te krijgen.

Gemeenten dragen zorg voor de ondersteuning via de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Het budget voor de Wmo 2015 wordt via de integratie-uitkering Sociaal domein aan gemeenten uitgekeerd. Daarnaast ontvangen gemeenten budget uit de integratie-uitkering Wmo/huishoudelijke verzorging, de decentralisatie-uitkeringen maatschappelijke opvang en vrouwenopvang, en de algemene uitkering van het gemeentefonds.

Voor mensen met een blijvende behoefte aan permanent toezicht en die 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig hebben, is zorg vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) beschikbaar. Zorgkantoren sluiten namens Wlz-uitvoerders overeenkomsten met zorgaanbieders voor het leveren van verzekerde zorg. Het kan onder andere gaan om verblijf in een instelling, persoonlijke verzorging en verpleging en/of geneeskundige zorg in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget.

De Minister is verantwoordelijk voor:

Regisseren:

  • –  De Minister stelt de wettelijke kaders van de Wlz en de Wmo 2015 vast en stuurt onder meer door het maken van bestuurlijke afspraken en door gebruik te maken van de bevoegdheid van interbestuurlijk toezicht.
  • –  De Minister is verantwoordelijk voor het monitoren en evalueren van de werking van de Wmo 2015 en de Wlz.

Stimuleren:

  • –  De Minister stimuleert adequate uitvoering van betreffende wetten en vernieuwing in de maatschappelijk ondersteuning en de langdurige zorg en jaagt deze aan. Vernieuwing wordt hoofdzakelijk door burgers, cliëntenorganisaties, gemeenten, zorg- en welzijnsaanbieders en zorgverzekeraars vormgegeven.
  • –  De Minister stimuleert de ontwikkeling en verspreiding van kennis, waaronder goede voorbeelden en innovaties op het gebied van maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg en initiatieven om de kwaliteit en het innoverend vermogen van de ondersteuning en zorg te versterken.

Financieren:

  • –  De Minister draagt zorg voor het financieren van de Wmo 2015 en de Wlz.
  • –  De Minister is (mede)financier door onder meer de rijksbijdrage in de kosten van kortingen (BIKK) in de Wlz en door het financieren van partijen die een belangrijke rol vervullen binnen het stelsel, zoals het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) en het Centrum voor Consultatie en Expertise (CCE).

3. Beleidswijzigingen

Voor 2018 richten wij ons op een merkbaar betere praktijk en vernieuwing. De beleidswijzigingen voor 2018 zijn:

Programma Sociaal Domein

Vanaf 2018 wordt het partnerschap tussen Rijk en gemeenten rondom de transformatie concreet handen en voeten gegeven binnen het programma Sociaal Domein. Een nieuwe werkwijze wordt ingericht om samen knelpunten in de lokale uitvoeringspraktijk ten aanzien van het bieden van passende zorg en ondersteuning weg te nemen. Deze werkwijze met focus op de lokale praktijk vraagt van VWS een nieuwe sturing op inzet van capaciteit en kennis. Er zijn nu negen inhoudelijke thema’s en zeven randvoorwaardelijke knelpunten waarin met pilots een lerende praktijk wordt ontwikkeld. Het programma Sociaal Domein heeft een looptijd van vier jaar. In 2018 zal samen met gemeenten, lokale stakeholders, kennisinstituten en het programmabureau allereerst een plan van aanpak per thema worden uitgewerkt met daarin ervaren knelpunten en voorgestelde oplossingen. Vervolgens worden acties in gang gezet die (op termijn) leiden tot een voor de cliënt merkbaar betere uitvoeringspraktijk. Voorname thema’s waarop in 2018 op ingezet wordt zijn onder andere: «inzet op mensen met een licht verstandelijke beperking», «samenwerking tussen rijk, gemeenten en verzekeraars» en «versterken van de sociale basis in wijken.»

Anonieme hulplijn en de doventolkvoorziening

Per 2018 zullen twee gemeentelijke Wmo-taken vanuit het Ministerie van VWS gefinancierd worden (zie TK 31 839, nr. 582). Het gaat om de anonieme hulplijn (in de Wmo het «luisterend oor» genoemd) en de doventolkvoorziening. Deze werden tot en met 2017 gefinancierd vanuit de VNG een rechtstreekse uitname uit het gemeentefonds. Per 2018 is dit niet meer mogelijk. Voor het «luisterend oor» was (gelijk aan de Kindertelefoon en vertrouwenswerk Jeugd) een alternatieve financieringsconstructie voorzien waarbij alle individuele gemeenten de hulplijn zouden contracteren middels een modelovereenkomst. Op 1 juni 2017 hadden 100 gemeenten de contracten nog niet ondertekend en kwam uit een ledenpeiling van de VNG naar voren dat bijna 80% van de gemeenten deze voorzieningen liever collectief organiseerde. In reactie daarop heeft de Staatssecretaris van VWS besloten de financiering van deze voorzieningen over te nemen van gemeenten, zodat voor het jaar 2018 gegarandeerd is dat deze voorzieningen beschikbaar zijn. Op deze wijze wordt een grote administratieve last bij gemeenten en de organisaties voorkomen. Dit besluit is vooruitlopend op de juridische constructies waarin de wettelijke verantwoordelijkheden van individuele gemeenten naar een centrale regeling gaan.

Terugdringen stapelfacturen eigen bijdrage Wmo

Het is belangrijk dat Wmo-cliënten op tijd de factuur ontvangen voor de eigen bijdrage voor Wmo-ondersteuning. Om die reden wordt voor de gegevens die nodig zijn om de eigen bijdrage voor cliënten vast te stellen een aanlevertermijn van uiterlijk 28 dagen vastgelegd in regelgeving (zie ook de brief hierover aan de Tweede Kamer van 31 januari 2017 (TK 29 538 nr. 232)). Deze nieuwe maatregel heeft tot doel dat cliënten de factuur voor de eigen bijdrage zo spoedig mogelijk ontvangen en stapelfacturen worden voorkomen. De maatregel treedt naar verwachting op 1 januari 2019 inwerking. In 2018 zullen gemeenten en aanbieders voorbereidingen moeten treffen waarbij zij zullen worden ondersteund door de Vereniging Nederlandse Gemeenten, het CAK en het Ministerie van VWS.

Terugdringen administratieve lasten

Op 30 maart 2017 heeft de Staatssecretaris van VWS een brief aan de Tweede Kamer gestuurd waarin acties zijn aangekondigd om administratieve lasten terug te dringen en regeldruk te verminderen. Eén van de voorstellen betreft het opstellen van een wetsvoorstel en een ministeriële regeling om informatiestandaarden te verplichten. Het streven is om dit traject in 2018 af te ronden. Naast het wetgevingstraject wordt door gemeenten en aanbieders gewerkt aan het slimmer inrichten van werkprocessen en verantwoordingsstructuren met als beoogd doel dat de regeldruk voor professionals en cliënten afneemt. VWS ondersteunt deze trajecten, bijvoorbeeld door het faciliteren van bijeenkomsten of het laten verrichten van onderzoek.

Beschermd wonen

Met gemeenten is afgesproken dat de middelen voor beschermd wonen over alle gemeenten zullen worden verdeeld (in plaats van via de centrumgemeenten) middels een objectief verdeelmodel. Gemeenten kunnen zo beter invulling geven aan hun verantwoordelijkheid ten aanzien van beschermd wonen en maatschappelijke opvang, en er kan meer synergie bereikt worden met «reguliere» vormen van ondersteuning vanuit de Wmo 2015 en andere vormen van gemeentelijke ondersteuning. Zo kan beter worden ingezet op preventie, vroegsignalering en vernieuwende vormen van opvang en beschermd wonen. Er wordt momenteel toegewerkt naar een nieuw geïntegreerd verdeelmodel voor de budgetten van beschermd wonen, maatschappelijke opvang en de nieuwe taken Wmo 2015. Invoering van het nieuwe objectieve verdeelmodel is vooralsnog gepland per 1 januari 2020 en zal gepubliceerd worden in de meicirculaire van 2018.

Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg

Op 13 januari 2017 is het nieuwe Kwaliteitskader Verpleegzorg door het Zorginstituut in haar register bijgeschreven. Daarmee is er voor het eerst een alomvattend kwaliteitskader dat duidelijkheid biedt aan cliënten waarop zij mogen rekenen als zij zijn aangewezen op verpleegzorg. Het geeft ook duidelijkheid aan zorgverleners, zorgaanbieders, zorgkantoren en anderen over de zorg die zij moeten bieden aan cliënten. Het jaar 2018 zal in het teken staan van de invoering van het kwaliteitskader. De volledige invoering van het kwaliteitskader zal enkele jaren vergen en stap voor stap gaan. Het is daarbij zaak om oog te hebben voor de fase waarin de zorgaanbieder zich bevindt en de volgorde waarin aan eisen uit het kwaliteitskader moet worden voldaan. Het gaat daarbij om maatwerk in ambitie en realisme zodat het beste resultaat per zorgaanbieder kan worden bereikt. Naast de aandacht voor het aantrekken voor extra personeel, zal daarbij ook worden ingezet op het intensiveren van het gebruik van e-health, ICT en technologie in de langdurige zorg. Belangrijke stappen met ingang van 2018 zijn dat de zorgaanbieders hun kwaliteitsplan hebben opgesteld, en een kwaliteitsmanagementsysteem hebben ingevoerd. Aan de hand van de kwaliteitsplannen van de zorgaanbieders kan de voortgang van de invoering worden gevolgd en bezien worden wat dit bijvoorbeeld betekent in termen van extra professionals.

Passende zorg bij een complexe zorgvraag

MEE NL heeft aangegeven dat een aantal cliënten met een complexe zorgvraag geen passende zorg kan vinden. Naar aanleiding van een lijst van MEE met 126 Wlz-cliënten is een aanpak gekozen om met betrokken partijen versneld passende zorg te realiseren voor cliënten. In 2018 wordt een regionale aanpak, waar de zorgkantoren het voortouw hebben bij het organiseren van passende zorg, gecombineerd met de mogelijkheid van opschaling naar een landelijke tafel en ondersteuning door een praktijkteam. In het jaarverslag VWS 2018 kan worden vermeld welke resultaten zijn bereikt met de regionale aanpak van de zorgkantoren.

Aanpak zorg voor kinderen met zeer ernstige verstandelijke en meervoudige beperkingen

Kinderen met zeer ernstige verstandelijke en meervoudige beperkingen (ZEVMB) en hun gezin hebben te maken met verschillende knelpunten bij het regelen van zorg en ondersteuning. In het algemeen overleg gehandicaptenzorg van 31 mei 2017 is aan de Tweede Kamer toegezegd dat hiervoor een aanpak wordt opgesteld. In 2018 worden op basis van een analyse van verschillende casussen de behoeften en knelpunten van deze groep kinderen waar mogelijk vertaald naar beleid, waarbij individuele casuïstiek zoveel mogelijk direct wordt opgelost. In het jaarverslag VWS 2018 zullen de resultaten van deze aanpak worden vermeld.

4. Tabel budgettaire gevolgen van beleid

Begrotingsuitgaven (bedragen x € 1.000)
     

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

                   

Verplichtingen

3.783.240

3.880.340

3.972.691

4.003.171

4.075.917

4.145.504

310.473

                   

Uitgaven

3.708.112

3.845.931

3.905.370

3.929.571

4.000.617

4.068.804

4.138.773

Waarvan juridisch verplicht (%)

   

99,4%

       
                   

1. Participatie en zelfredzaamheid van mensen met beperkingen

88.651

98.351

112.325

113.289

113.351

113.109

113.111

                   
 

Subsidies

26.176

29.747

28.871

30.827

30.887

30.640

30.640

   

Movisie

7.313

7.247

7.247

7.247

7.247

7.247

7.247

   

Volwaardig meedoen

0

1.500

0

0

0

0

0

   

Sociale werkplaatsen

2.346

2.575

2.575

0

0

0

0

   

Ondersteuning vrijwilligers

1.692

1.007

1.023

0

0

0

0

   

Mezzo

3.038

2.200

2.200

2.200

2.200

2.200

2.200

   

Zorg en ondersteuning bij onbedoelde zwangerschap

1.566

1.531

1.531

1.531

1.531

1.531

1.531

   

Overig

10.221

13.687

14.295

19.849

19.909

19.662

19.662

                   
 

Opdrachten

62.475

68.604

83.454

82.462

82.464

82.469

82.471

   

Bovenregionaal gehandicaptenvervoer

57.736

61.852

61.854

61.856

61.858

61.862

61.864

   

Evaluatie Wmo 2015

0

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

   

Categorale opvang slachtoffers mensenhandel

1.629

1.700

800

800

800

800

800

   

Doventolk en luisterend oor

0

0

14.267

15.139

15.139

15.139

15.139

   

Aanpak Laaggeletterdheid

456

2.000

2.000

0

0

0

0

   

Overig

2.654

1.052

2.533

2.667

2.667

2.668

2.668

                   

2. Zorgdragen voor langdurige zorg tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten

3.619.461

3.747.580

3.793.045

3.816.282

3.887.266

3.955.695

4.025.662

                   
 

Subsidies

81.685

119.066

115.669

115.338

105.489

108.666

108.333

   

Compensatieregeling pgb-trekkingsrechten

0

9.200

0

0

0

0

0

   

Vilans

4.754

4.754

4.754

4.754

4.754

4.754

4.754

   

Centrum Consultatie en Expertise (CCE)

11.501

11.268

11.210

11.270

11.135

11.135

11.135

   

InVoorZorg! (IVZ)

5.598

3.621

2.151

0

0

0

0

   

Joodse en Indische instellingen

2.504

2.414

2.265

2.115

1.888

1.608

1.271

   

Palliatieve zorg

21.556

24.178

24.691

24.693

25.248

25.820

25.820

   

Dementie

2.460

3.406

3.412

3.412

3.412

0

0

   

Waardigheid en trots

18.014

31.823

35.291

30.516

25.000

25.000

25.000

   

Kwaliteitsagenda gehandicaptenzorg

0

2.300

4.000

5.800

5.800

5.800

5.800

   

Kennisinfrastructuur

0

3.394

9.000

10.000

6.000

7.000

7.000

   

Overig

15.298

22.708

18.895

22.778

22.252

27.549

27.553

                   
 

Bekostiging

3.382.200

3.516.700

3.577.500

3.637.300

3.710.200

3.774.100

3.844.400

   

Bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK)

3.382.200

3.516.700

3.577.500

3.637.300

3.710.200

3.774.100

3.844.400

                   
 

Inkomensoverdrachten

135

0

0

0

0

0

0

   

Overig

135

0

0

0

0

0

0

                   
 

Opdrachten

3.696

2.606

3.413

3.576

3.576

4.921

4.921

   

Overig

3.696

2.606

3.413

3.576

3.576

4.921

4.921

                   
 

Bijdragen aan agentschappen

2.824

0

0

0

0

0

0

   

CIBG: Opdrachtgeverschap

2.824

0

0

0

0

0

0

   

Overig

0

0

0

0

0

0

0

                   
 

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

148.921

109.208

96.463

60.068

68.001

68.008

68.008

   

Uitvoeringskosten SVB pgb trekkingsrechten

77.558

47.618

36.800

0

0

0

0

   

Centrum Indicatiestelling Zorg

71.363

61.590

59.663

60.068

68.001

68.008

68.008

   

Overig

0

0

0

0

0

0

0

                   

Ontvangsten

31.887

10.191

3.441

3.441

3.441

3.441

3.441

   

Overig

31.887

10.191

3.441

3.441

3.441

3.441

3.441

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

Budgetflexibiliteit

Subsidies

Van het beschikbare budget van circa € 144,5 miljoen is 90% juridisch verplicht. Dit betreft zowel instellingsubsidies die jaarlijks worden verleend als projectsubsidies die meerjarig kunnen zijn.

Bekostiging

Van het beschikbare budget van circa € 3,6 miljard is 100% juridisch verplicht. Het betreft de bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK).

Opdrachten

Van het beschikbare budget van circa € 86,9 miljoen is 91,8% reeds juridisch verplicht. Het betreft met name bovenregionaal gehandicaptenvervoer van circa € 61,9 miljoen.

Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s

Van het beschikbare budget circa € 96,5 miljoen is 100% reeds juridisch verplicht. Het betreft met name de bijdrage aan het CIZ van circa € 59,7 miljoen.

5. Toelichting op de instrumenten

1. Participatie en zelfredzaamheid van mensen met beperkingen

Kengetal: De participatie van mensen met een lichamelijke beperking, lichte of matige verstandelijke beperking, ouderen (≥ 65 jaar) en de algemene bevolking in 2016 (percentages)

*< 65 jaar. Bij mensen met een verstandelijke beperking gaat het om (on)betaald werk, zowel 65-plus als 65-min.

Bron: Notitie NIVEL Participatiecijfers 2008 – 2016

Bovenstaand kengetal toont de participatie van thuiswonende mensen met beperkingen, ouderen en de algemene bevolking in 2016 op basis van de Notitie NIVEL Participatiecijfers 2008–2016. Het kengetal geeft inzicht in de participatie op negen deelgebieden. Het belangrijkste doel van de Participatiecijfers is het beschrijven van ontwikkelingen in de wijze en mate van maatschappelijke participatie van mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking, ouderen (65+) en de algemene bevolking in Nederland. Daarnaast zijn de cijfers ook bedoeld om beter zicht te krijgen op factoren die de participatie kunnen bevorderen dan wel belemmeren en op het verband tussen participatie en kwaliteit van leven.

Subsidies

Movisie

Het kennisinstituut Movisie ontvangt in 2018 circa € 7,2 miljoen subsidie voor het verzamelen, verrijken, valideren en verspreiden van kennis voor de ondersteuning van gemeenten en instellingen ten behoeve van een adequate uitvoering van de Wmo 2015 en aanpalende terreinen.

Sociale werkplaatsen

In 2018 worden de 14 Werkplaatsen Sociaal Domein voor € 2,6 miljoen gesubsidieerd. Dit zijn regionale samenwerkingsverbanden van gemeenten, instellingen, hogescholen en cliëntorganisaties, met als doel een goed functionerend en vraag gestuurd regionaal kennisnetwerk sociaal domein, waarin wordt gewerkt op basis van een door de betrokken partijen gedragen meerjarige kennisagenda.

Ondersteuning vrijwilligers

In 2016 is gestart met een impuls aan de versterking van de ondersteuning van vrijwilligers op lokaal niveau (€ 1 miljoen, amendement-Dik-Faber en Van der Staaij TK 34 000-XVI, nr. 38). Dit gebeurt in een programma van drie jaar, onder de vlag van de Vereniging Nederlandse Organisatie Vrijwilligerswerk (NOV) en het Landelijk Overleg Vrijwilligers in de Zorg (LOVZ).

Mezzo

Mezzo ontvangt in 2018 instellingssubsidie vanwege hun kennis en activiteiten gericht op het versterken en verlichten van mantelzorgers en vrijwilligers (€ 2,2 miljoen).

Zorg en ondersteuning bij onbedoelde zwangerschap

Voor een landelijke impuls voor de hulp aan onbedoeld zwangeren en tienermoeders is ook in 2018 € 1,5 miljoen gereserveerd. Het uitgangspunt hierbij is dat het gaat om landelijke expertise en functies op dit gebied die verder kan worden uitgedragen aan de hele sector.

Overig

Dit betreft onder andere diverse uitgaven voor de activiteiten op het terrein van systeemverantwoordelijkheid en transformatie (€ 8,2 miljoen), de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling in Caribisch Nederland (€ 1,5 miljoen) en de implementatie van het VN Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (€ 1,2 miljoen). Na de opstartfase in 2017 zal in 2018 het bureau voor de implementatie, een centrale rol vervullen bij de uitvoering van het implementatieprogramma en zal het onder andere gemeenten, maatschappelijke organisaties en sectoren ondersteunen om tot concrete acties te komen die bijdragen aan een meer toegankelijke en inclusieve samenleving.

Opdrachten

Bovenregionaal gehandicaptenvervoer (BRV)

Mensen met een mobiliteitsbeperking kunnen gebruik maken van het bovenregionaal sociaalrecreatief vervoer (ook bekend als Valys) per (deel)taxi (circa € 61,9 miljoen in 2018).

Over het geheel genomen geven de pashouders het reizen met het BRV een hoog waarderingscijfer (zie onderstaand overzicht).

Bron & toelichting

Bron: Tevredenheidsonderzoek Valys, november 2016, Jes marketing en onderzoek.

pkb = persoonlijk kilometer budget

Het BRV is vraagafhankelijk vervoer, dit betekent dat factoren zoals de toegankelijkheid van het lokale openbaar vervoer, het weer of de gezondheid van de pashouders invloed kunnen hebben op het aantal verreden kilometers.

In 2018 zal het aanbestedingstraject voor een nieuw contract afgerond zijn en een nieuw contract worden aangegaan.

Aanpak laaggeletterdheid

Het actieprogramma «Tel mee met taal» is een integrale aanpak van de ministeries OCW, SZW en VWS om in periode 2016–2018 gezamenlijk taalachterstanden te voorkomen, het lezen te bevorderen en laaggeletterdheid te bestrijden. Het programma biedt ondersteuning aan gemeenten, provincies en maatschappelijke organisaties. VWS participeert in het programma omdat laaggeletterdheid een negatief effect heeft op welzijn en gezondheid. Het gezamenlijke jaarlijkse budget is € 18 miljoen, waarvan € 2 miljoen vanuit VWS wordt bijgedragen.

Overig

Dit betreft onder andere diverse opdrachten op het terrein van systeemverantwoordelijkheid en transformatie (€ 1,3 miljoen) en op het terrein van informele zorg, huiselijk geweld en maatschappelijke opvang (€ 1,2 miljoen).

2. Zorgdragen voor langdurige zorg tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten

Subsidies

Vilans

Vilans is het kenniscentrum voor de langdurige zorg. Vilans werkt aan de beschikbaarheid van een kennisinfrastructuur voor professionals in de langdurige zorg. Het doel is om op basis van kennis de kwaliteit van de uitvoering te verbeteren (€ 4,8 miljoen).

Centrum Consultatie en Expertise (CCE)

De stichting CCE ontvangt subsidie voor diverse activiteiten rond het hanteerbaar maken van probleemsituaties bij cliënten in de langdurige zorg die kampen met ernstige en aanhoudende gedragsproblemen. Zo mobiliseert het CCE in dit kader expertise en ondersteuning op maat via een netwerk van circa 600 velddeskundigen (consultatiefunctie inclusief signalering en feedback) en toetst het CCE aanvragen voor diverse toeslagen (toeslag reguliere meerzorg, meerzorg pgb-ZZP en extramurale interventies Kinderdienstencentra). De stichting CCE ontvangt hiervoor een subsidie (€ 11,2 miljoen).

Joodse en Indische instellingen

Een aantal Joodse en Indische instellingen ontving, in aanvulling op de reguliere bekostiging, budgettoeslagen in verband met de specifieke problematiek van de eerste generatie Joodse en Indische oorlogsgetroffenen van de Tweede Wereldoorlog. Vanwege de veranderingen in de bekostiging in de Zvw en AWBZ konden deze toeslagen niet meer via de NZa worden verstrekt. Vanaf 1 januari 2015 zijn deze toeslagen omgezet in een subsidie. De subsidie zal jaarlijks, met een afbouw, tot en met het jaar 2025 worden verstrekt aan deze doelgroep (€ 2,3 miljoen in 2018).

Palliatieve zorg

De rijksoverheid verstrekt vanuit de subsidieregeling Vrijwillige Palliatieve Zorg instellingssubsidies aan organisaties voor vrijwillige palliatieve zorg (€ 18 miljoen). Het gaat hierbij om inzet van vrijwilligers en vrijwillige zorg in bijna-thuis-huizen, hospices, de thuissituatie en in zorginstellingen. Daarnaast is vanuit de subsidies netwerken palliatieve zorg een bijdrage mogelijk voor de coördinatie van de netwerken palliatieve zorg (€ 3,8 miljoen). Ten slotte wordt via ondersteuning van de instellingen Agora, Vrijwillige Palliatieve Terminale Zorg (VPTZ), Fibula (netwerken) en Stichting Pal gezorgd dat de verbinding met het veld aanwezig blijft om projecten voor kwaliteitsverbetering uit te voeren. In totaal is 2018 voor al deze activiteiten € 24,7 miljoen beschikbaar.

Dementie

In 2018 gaat de regering verder met de aanvullende maatregelen in het kader van het Deltaplan Dementie voor deze doelgroep (brief «Samenleven met dementie», 8 juli 2015, TK 25 424, nr. 281). Er is gekozen voor een brede benadering die bestaat uit verschillende pijlers: (1) dementievriendelijke samenleving; (2) structureel verbeteren van dementiezorg en (3) (regel)ruimte voor dementiezorg. Voor steun aan met name de programma’s «Samen Dementievriendelijk» en «Dementiezorg voor elkaar» is de periode 2016–2020 is in totaal € 16 miljoen beschikbaar. In 2018 is € 3,4 miljoen beschikbaar.

Daarnaast wordt een subsidie verstrekt voor het vervolg op het onderzoeksprogramma Memorabel (Memorabel deel 2). Met dit programma wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan het onderzoek, nationaal en internationaal, naar zowel de oorzaken, preventie, diagnostiek en behandeling van dementie en de zorg voor mensen met dementie. Er is via ZonMw in totaal € 32 miljoen subsidie beschikbaar voor de periode 2017–2020. Ook worden subsidies verstrekt voor Gewoon Bijzonder, nationaal programma gehandicapten, waarmee wordt gewerkt aan de inhoud en de structuur van het kennisbeleid in deze sector en voor «Palliantie. Meer dan Zorg» binnen het Nationaal Programma Palliatieve Zorg dat in 2015 van start is gegaan.

Waardigheid en trots

Voor de uitvoering van het programma «Waardigheid en Trots» is via de begroting € 35,3 miljoen beschikbaar. In het onderdeel «ruimte voor verpleeghuizen» krijgen verpleeghuislocaties de ruimte om in themagroepen te werken aan een verbeterplan en een best practice te worden. Er doen ruim 170 zorginstellingen met ruim 700 locaties mee. Het ondersteuningsprogramma «kwaliteitsverbetering verpleeghuizen» is gericht op verbetering van de kwaliteit van zorg in verpleeghuizen waar sprake is van urgente kwaliteitsproblemen zoals vastgesteld door IGZ, de Wlz-uitvoerder en/of de bestuurder zelf. Daarnaast wordt de sector gefaciliteerd bij de invoering van het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg en is een integraal en regionaal arbeidsmarktbeleid één van de pijlers om te komen tot voldoende en goed opgeleid personeel in de intramurale ouderenzorg.

Kwaliteitsagenda gehandicaptenzorg

Om een extra impuls te geven aan de kwaliteit in de gehandicaptenzorg en het bestaan van cliënten te verbeteren is een actieprogramma opgesteld waarvoor de komende jaren middelen beschikbaar zijn gesteld (in 2018 € 4 miljoen). De acties worden nader uitgewerkt en zijn gericht op de speerpunten: versterking van de positie van de cliënt, investeringen in cliënten met bijzondere zorg- en ondersteuningsvragen, toegeruste, betrokken professionals, sturen met visie en bevorderen samenwerking en transparantie, (technologische) innovatie en samenwerking.

Kennisinfrastructuur

Deze middelen worden ingezet ten behoeve van de versterking van de kennisinfrastructuur in de langdurige zorg. Het gaat om het kunnen doen van onderzoek, onder andere door de academische werkplaatsen, een onderzoeksprogramma en het oprichten van een kwaliteitskoepel door beroepsgroepen gericht op het ontwikkelen van richtlijnen en protocollen ter versterking van het professioneel handelen.

Overig

Dit betreft onder andere uitgaven voor het versterken van het trekkingsrecht pgb (€ 4,7 miljoen), afronding van de transitie Hervorming Langdurige Zorg (€ 2,3 miljoen), versterking antibioticaresistentie (€ 1 miljoen), Longitudinal Aging Study Amsterdam (€ 0,7 miljoen), juiste loket (€ 0,6 miljoen), psychofarmaca gebruik (€ 0,5 miljoen), toe te kennen loon- en prijsbijstelling en diverse subsidies met een beperkt kasbeslag in 2018 (allen onder de € 1 miljoen).

Bekostiging

Bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK)

De BIKK is een rijksbijdrage die is ingesteld bij de invoering van het nieuwe belastingstelsel in 2001. Bij die belastingherziening werden aftrekposten (die de heffing over de hoogste schijf waaronder een belastingplichtige viel drukten) omgezet in heffingskortingen (die bij iedereen neerslaan in de eerste schijf). Hierdoor hebben personen met hoge inkomens geen voordeel boven personen met lage inkomens. Het gevolg hiervan was dat de opbrengst van de premies volksverzekeringen daalde en de opbrengst van de belasting steeg. De BIKK is een rijksbijdrage die het Wlz fonds (en het AOW-fonds en het ANW-fonds) compenseert voor deze systematiekverandering. De raming voor 2018 bedraagt circa € 3,5 miljard.

Opdrachten

Overig

Hieronder vallen onder meer de kosten voor Zorg op de kaart, Monitor Langdurige Zorg en overige opdrachten in het kader van de toegankelijkheid en kwaliteit van de langdurige zorg.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Uitvoeringskosten SVB pgb trekkingsrechten

Dit betreft onder andere € X miljoen die in mindering is gebracht op het gemeentefonds voor de bekostiging van de SVB voor de uitvoeringskosten van het pgb-trekkingsrecht voor de Wmo 2015 en de Jeugdwet tezamen. Ook in 2018 zal de bekostiging van de SVB voor de uitvoeringskosten voor het gemeentelijke deel via de begroting van VWS verlopen.

CIZ

Het CIZ verzorgt de onafhankelijke en regelgebonden indicatiestelling voor de Wlz (€ 59,7 miljoen, inclusief de loon- en prijsbijstelling voor 2018).

Ontvangsten

Overig

De ontvangsten betreffen voornamelijk subsidie ontvangsten naar aanleiding van de subsidie vaststellingen.