Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Artikel 1 Volksgezondheid

1. Algemene doelstelling

Een goede volksgezondheid, waarbij mensen zo min mogelijk bloot staan aan bedreigingen van hun gezondheid én zij in gezondheid leven.

 

1981

1990

2000

2005

2010

2011

2012

2013

2014

2015

1. Absolute levensverwachting in jaren:

                   

– mannen

72,7

73,8

75,5

77,2

78,8

79,2

79,1

79,4

79,9

79,71

– vrouwen

79,3

80,1

80,6

81,6

82,7

82,9

82,8

83,0

83,3

83,1

2. Waarvan jaren in goed ervaren gezondheid:

                   

– mannen

59,9

60,6

61,5

62,5

63,9

63,7

64,7

64,6

64,9

64,6

– vrouwen

62,4

61,9

60,9

61,8

63,0

63,3

62,6

63,5

64,0

63,2

Noot 1: Voorlopige cijfers

Bron

1. Staat van Volksgezondheid en Zorg

De levensverwachting van in Nederland geboren vrouwen in 2015 bedroeg 83,1 jaar. Dat is 3,4 jaar hoger dan die van mannen (79,7 jaar). Sinds 1981 is het verschil in levensverwachting tussen de seksen kleiner geworden. Mannen boekten vanaf 1981 een winst van 7,0 jaar, vrouwen zijn gemiddeld 3,8 jaar ouder geworden.

2. Staat van Volksgezondheid en Zorg

Voor het berekenen van levensverwachting in goed ervaren gezondheid is het aantal «gezonde» jaren bepaald op basis van een vraag naar de ervaren gezondheid. In de loop der jaren is de vraag naar de ervaren gezondheid op twee (vrijwel identieke) manieren gesteld, namelijk:

1. Hoe is het over het algemeen met uw gezondheid?

2. Hoe is over het algemeen de gezondheidstoestand van de onderzochte persoon?

Mensen die deze vraag beantwoorden met «goed» of «zeer goed» worden gezond genoemd.

2. Rol en verantwoordelijkheid Minister

Een belangrijke beleidsopgave voor de Minister van VWS is het beschermen en bevorderen van de gezondheid van burgers. Mensen zijn in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor hun gezondheid en dienen zichzelf – indien mogelijk – te beschermen tegen gezondheidsrisico’s. De verantwoordelijkheid voor veilig voedsel en veilige producten ligt primair bij het bedrijfsleven. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), een agentschap van het Ministerie van Economische Zaken (EZ), ziet namens VWS onder meer toe op de voedselveiligheid, de naleving van de Warenwet en de Tabakswet. Op het gebied van voedselveiligheid en consumenteninformatie zijn vrijwel uitsluitend Europese Verordeningen rechtstreeks van toepassing.

De Minister vervult de volgende rollen:

Stimuleren:

  • –  Bevorderen dat mensen gezonder leven door gezonde keuzes makkelijker te maken onder andere door breed en goed toegankelijk aanbod in de buurt en te zorgen voor betrouwbare informatie over een gezonde leefstijl.
  • –  Inzetten op een gezonder aanbod van voeding (Akkoord Verbetering Productsamenstelling).

Financieren:

  • –  Financieren van doelmatige, kwalitatieve en toegankelijke bevolkingsonderzoeken ter voorkoming en vroegtijdige opsporing van levensbedreigende ziekten, zoals borstkanker, baarmoederhalskanker en darmkanker.
  • –  Financiering Nationaal Programma Grieppreventie.
  • –  Financiering van de neonatale hielprikscreening en de prenatale screeningen.
  • –  Vroegtijdige opsporing en bestrijding van infectieziekten. Dit betreft onder andere de financiering van het Rijksvaccinatieprogramma en de bescherming tegen infectieziekten.
  • –  Financiering voor het uitvoeren van wettelijke taken en beleidsondersteuning zorgbreed door het RIVM. Dit betreft onder andere infectieziektebestrijding en medische milieukunde.
  • –  Financiering van de Stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting.
  • –  Financiering van de abortusklinieken.
  • –  Financiering van de landelijke ondersteuningsstructuur ten behoeve van de kwaliteit en doelmatigheid van zorg.
  • –  Het tegengaan van antibioticaresistentie door opzetten van netwerken.

Regisseren:

  • –  Het opstellen van een wettelijk kader voor bescherming van consumenten tegen onveilige producten en levensmiddelen en het handhaven ervan door de NVWA.
  • –  Het opstellen van een wettelijk kader voor de bescherming van de gezondheid van burgers tegen de risico’s van het gebruik van alcohol en tabak en doen handhaven ervan door gemeenten respectievelijk de NVWA.
  • –  Het opstellen van een wettelijk kader voor de bescherming van proefpersonen bij medisch-wetenschappelijk onderzoek zonder de voortgang van de medische wetenschap onnodig te belemmeren, en het toezicht houden op de toetsing en uitvoering van het onderzoek.
  • –  Aandacht voor een gezonde, beweegvriendelijke en veilige omgeving waarin de gezonde keuze de makkelijke keuze is.
  • –  Het tegengaan van ontstaan en verspreiding van antibioticaresistentie in de gezondheidszorg, voedsel, milieu en binnen de dierhouderij, in nauwe samenwerking met het Ministerie van EZ.
  • –  Opstellen wettelijk kader en doen handhaven van de kwaliteit van de jeugdgezondheidszorg.
  • –  In het geval van A-ziekten (Wet publieke gezondheid) geeft de Minister leiding aan de bestrijding van deze infectieziekten.
  • –  Coördinatie van het interdepartementaal drugsbeleid en zorgen voor het wettelijk kader (Opiumwet) en voor de gezondheidsaspecten van het drugsbeleid.
  • –  Het formuleren van wet- en regelgeving en beleid op het terrein van medisch-ethische vraagstukken.

3. Beleidswijzigingen

Internationale toetsing klinisch geneesmiddelenonderzoek

Naar verwachting zal in 2018 worden gestart met een gezamenlijke Europese aanpak van toetsing van klinisch geneesmiddelenonderzoek op basis van de in 2014 tot stand gekomen verordening (EU-536/2014). De toetsing zal niet langer door alle lidstaten apart worden uitgevoerd, maar door één rapporterend lidstaat. Deze nieuwe werkwijze zorgt voor meer efficiëntie en Europese samenwerking, maar vraagt van de rapporterende lidstaat wel een coördinerende rol in het bij elkaar brengen van dossiers vanuit de verschillende lidstaten. De ambitie is dat in Nederland met de nieuwe werkwijze minimaal hetzelfde aantal klinische studies met geneesmiddelen wordt uitgevoerd als nu al het geval is. Voor multinationale studies die deels in Nederland worden uitgevoerd, wil Nederland voor 25% van deze studies rapporterend lidstaat zijn. Om de huidige vooraanstaande positie van Nederland op het gebied van medisch-ethische toetsing te behouden wordt in 2018 een nieuwe werkwijze opgezet. De doelstelling is dat de toetsing efficiënt en integraal gebeurt en voldoet aan de eisen die nodig zijn om rapporterend lidstaat te kunnen zijn. De toetsing wordt belegd bij erkende medisch-ethische toetsingscommissies, met ondersteuning vanuit de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO). De CCMO heeft een uitbreiding gekregen van wettelijke taken en bevoegdheden om ook de nieuwe taken onder de Europese Verordening uit te kunnen voeren.

Financiering van de regionale centra voor prenatale screening

De huidige technologische en wetenschappelijke ontwikkelingen binnen de prenatale screening, waardoor het mogelijk is om eerder in de zwangerschap eventuele aandoeningen bij het ongeboren kind op te sporen, maken het belang van goede informatie en goede kwaliteit van counseling steeds groter. Daardoor is ook behoefte aan meer (financiële) sturing. In plaats van financiering vanuit een opslagtarief uit de Zvw, zal financiering vanaf 1 januari 2018 plaatsvinden door middel van een subsidie via de begroting. Aan de subsidieverlening kunnen kwalitatieve en kwantitatieve voorwaarden worden verbonden aan de kwaliteitsbewaking door én de besturing van de regionale centra. Bovendien wordt zo duidelijker onderscheid gemaakt tussen de screeningstaken van de rijksoverheid op grond van de Wet op het bevolkingsonderzoek (WBO) en de verantwoordelijkheid van zorgverleners ten aanzien van het verlenen van goede zorg aan zwangeren.

Gebaar Q-koortspatiënten

Het kabinet wil komen tot een vorm van tegemoetkoming als gebaar ter erkenning van de grote gevolgen die Q-koortspatiënten hebben ondervonden (TK 25 295, nr. 42). Er zijn daarbij nog veel uitvoeringsvragen zoals het type en omvang van de tegemoetkomingen en de afbakening van de patiëntengroep. Het huidige kabinet zal de voorbereiding van de besluitvorming ter hand nemen, opdat het nieuwe kabinet over de precieze vormgeving en invulling kan besluiten. In totaal is er € 10 miljoen beschikbaar voor de periode 2018–2020, waarvan zowel VWS als EZ € 5 miljoen bijdraagt.

4. Tabel budgettaire gevolgen van beleid

Begrotingsuitgaven (bedragen x € 1.000)
     

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

                   

Verplichtingen

600.651

679.648

652.043

646.406

645.741

644.637

667.093

                   

Uitgaven

595.127

637.852

666.585

683.262

652.695

647.837

667.093

Waarvan juridisch verplicht

   

97,3%

       
                   

1. Gezondheidsbescherming

108.666

110.885

110.257

110.972

109.324

107.750

125.919

                   
 

Subsidies

2.363

6.577

8.038

9.954

8.304

6.734

4.902

   

Uitvoering landelijke nota gezondheidsbeleid / Nationaal Programma Preventie

2.233

6.366

8.038

9.954

8.304

6.734

4.902

   

Overig

130

211

0

0

0

0

0

                   
 

Opdrachten

1.647

2.001

2.146

1.865

1.865

1.865

1.865

   

Aanschaf Jodiumtabletten

668

517

0

0

0

0

0

   

Overig

979

1.484

2.146

1.865

1.865

1.865

1.865

                   
 

Bijdragen aan agentschappen

104.371

102.193

99.481

98.561

98.561

98.556

98.556

   

Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit

80.354

81.549

81.380

81.386

81.386

81.386

81.386

   

RIVM: wettelijke taken en beleidsondersteuning zorgbreed

23.726

19.190

16.101

15.051

15.051

14.950

14.950

   

Overig

291

1.454

2.000

2.124

2.124

2.220

2.220

                   
 

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

160

0

0

0

0

0

0

   

Overig

160

0

0

0

0

0

0

                   
 

Bijdragen aan medeoverheden

125

114

592

592

594

595

20.596

   

College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden

0

114

114

114

114

114

114

   

Lokaal verbinden

0

0

208

207

208

208

20.208

   

Overig

125

0

270

271

272

273

274

                   

2. Ziektepreventie

417.267

450.350

481.829

498.075

469.636

467.674

468.758

                   
 

Subsidies

209.220

231.892

248.363

250.280

218.811

213.155

213.725

   

Ziektepreventie

8.242

8.641

12.118

13.316

11.397

8.065

6.462

   

RIVM: Regelingen publieke en seksuele gezondheid

200.979

203.964

210.245

210.964

207.414

205.090

207.263

   

Niet Invasieve Prenatale Test (NIPT)

0

19.287

26.000

26.000

0

0

0

                   
 

Opdrachten

508

1.305

7.738

14.846

14.847

14.847

14.848

   

(Vaccin)onderzoek

0

0

7.427

7.427

7.427

7.427

7.427

   

Overig

508

1.305

311

7.419

7.420

7.420

7.421

                   
 

Bijdragen aan agentschappen

206.614

216.157

224.732

231.953

234.982

238.675

239.188

   

RIVM: Opdrachtverlening Centra

206.614

216.157

224.732

231.953

234.982

238.675

239.188

                   
 

Bijdragen aan medeoverheden

925

996

996

996

996

997

997

   

Overig

925

996

996

996

996

997

997

                   

3. Gezondheidsbevordering

50.885

56.095

56.028

55.828

55.828

54.502

54.505

                   
 

Subsidies

33.417

38.458

35.769

34.603

34.601

33.773

33.775

   

Preventie van schadelijk middelengebruik (alcohol, drugs en tabak)

2.203

9.299

8.077

7.527

7.614

7.612

7.612

   

Gezonde leefstijl en gezond gewicht

12.030

15.108

13.958

13.655

13.852

13.021

13.021

   

Letselpreventie

3.931

4.070

4.294

4.169

4.169

4.169

4.169

   

Bevordering kwaliteit en toegankelijkheid zorg

5.067

6.230

5.038

4.450

4.450

4.450

4.450

   

Bevordering van seksuele gezondheid

2.775

2.816

2.772

2.874

2.874

2.874

2.875

   

Overig

7.411

935

1.630

1.928

1.642

1.647

1.648

                   
 

Opdrachten

3.343

3.621

4.687

5.110

5.111

5.111

5.111

   

Heroïnebehandeling op medisch voorschrift

2.712

3.100

3.100

3.100

3.100

3.100

3.100

   

Communicatie verhoging leeftijdsgrenzen alcohol en tabak

0

0

1.060

1.060

1.060

1.060

1.600

   

Overig

631

521

527

950

951

951

411

                   
 

Bijdragen aan agentschappen

0

348

693

769

769

269

269

   

Overig

0

348

693

769

769

269

269

                   
 

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

0

46

246

712

712

712

712

   

Overig

0

46

246

712

712

712

712

                   
 

Bijdragen aan medeoverheden

14.125

13.622

14.633

14.634

14.635

14.637

14.638

   

Heroïnebehandeling op medisch voorschrift

14.125

13.559

13.559

13.559

13.559

13.559

13.559

   

Overig

0

63

1.074

1.075

1.076

1.078

1.079

                   

4. Ethiek

18.308

20.522

18.471

18.387

17.907

17.911

17.911

                   
 

Subsidies

17.197

19.392

17.421

17.337

16.857

16.861

16.861

   

Abortusklinieken

15.913

17.305

15.755

15.755

15.773

15.777

15.777

   

Beleid Medische Ethiek

1.284

2.087

1.666

1.582

1.084

1.084

1.084

                   
 

Opdrachten

79

336

336

336

336

336

336

   

Overig

79

336

336

336

336

336

336

                   
 

Bijdragen aan agentschappen

1.032

794

714

714

714

714

714

   

CIBG: Uitvoeringstaken medische ethiek

1.032

794

714

714

714

714

714

                   

Ontvangsten

16.001

16.703

8.403

11.903

11.903

11.903

11.903

   

Bestuurlijke boetes

5.418

5.400

5.400

5.400

5.400

5.400

5.400

   

Overig

10.583

11.303

3.003

6.503

6.503

6.503

6.503

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

Budgetflexibiliteit

Subsidies

Van het beschikbare budget voor 2018 van € 309,6 miljoen is 97,2% juridisch verplicht. Het betreft de financiering van de tot en met 2018 aangegane verplichtingen op basis van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS én de Subsidieregelingen publieke gezondheid, NODOK, NIPT en Abortusklinieken.

Opdrachten

Van het budget voor 2018 van € 14,9 miljoen is 83,4% juridisch verplicht. Het betreft de financiering van verplichtingen die tot en met 2018 zijn aangegaan.

Bijdragen aan agentschappen

Het budget betreft de financiering van de opdrachtverlening voor 2018 aan het RIVM, de NVWA en het CIBG. Op basis van het offertetraject is het budget 2018 van € 325,6 miljoen voor 98,2% juridisch verplicht.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Dit betreft de afgifte van Schengenverklaringen via het Centraal Administratie Kantoor (CAK). Het budget voor 2018 van € 0,2 miljoen is voor 0% juridisch verplicht.

Bijdragen aan medeoverheden

Dit betreft de heroïneverstrekking op medisch voorschrift zoals in opdrachten van gemeenten uitgevoerd wordt door specialistische verslavingszorginstellingen, de bijdrage aan het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden en de bijdrage aan Caribisch Nederland inzake de Tijdelijke Regeling Publieke Gezondheid. Het budget voor 2018 van € 16,2 miljoen is voor 96% juridisch verplicht.

5. Toelichting op de instrumenten

1. Gezondheidsbescherming

Subsidies

Uitvoering landelijke nota gezondheidsbeleid/Nationaal Programma Preventie

In 2018 zal verdere uitwerking worden gegeven aan de voornemens die zijn opgenomen in landelijke nota gezondheidsbeleid die in december 2015 (TK 32 793, nr. 204) is verschenen.

  • – 

    Nationaal Programma Preventie (NPP)

    Het Nationaal Programma Preventie (NPP) wordt tot 2021 voortgezet (TK 32 793, nr. 245). Via het programmabureau Alles is gezondheid... worden maatschappelijke initiatieven gestimuleerd die bijdragen aan een gezonder Nederland. Maatschappelijke organisaties zijn daar zelf verantwoordelijk voor. Netwerkvorming en kennisdeling worden daarbij benut om het bereik en de impact van deze initiatieven te vergroten.

  • – 

    Preventiecoalities

    Dit betreft het faciliteren van samenwerking tussen gemeenten en zorgverzekeraars onder de noemer preventiecoalities. Dit gebeurt door middel van bijdragen aan de kosten van de procescoördinatie voor effectieve preventieactiviteiten voor risicogroepen met als doel de gezondheid van deze groep te verbeteren.

  • – 

    Veenkoloniën

    Het amendement Wolbert (TK 34 000, nr. 43) vraagt om een regionale aanpak van gezondheidsachterstanden in de Veenkoloniën waar meerdere gemeenten en regionale (zorg)organisaties bij betrokken zijn. VWS financiert deze regionale aanpak. Het programma besteedt nadrukkelijk aandacht aan de wensen, behoefte en participatie van bewoners.

  • – 

    Depressiepreventie

    VWS financiert de uitvoering van een meerjarenprogramma om te komen tot meer aandacht voor depressiepreventie (TK 32 793, nr. 259). In het meerjarenprogramma wordt toegewerkt naar een sluitende keten van «nuldelijn» (wat kunnen mensen zelf doen) tot «tweedelijn» (wat kunnen professionals doen) bij de zes hoogrisicogroepen: jongeren, jonge vrouwen, huisartsenpatiënten, werknemers in stressvolle beroepen, chronisch zieken en mantelzorgers. Daarbij ligt de focus in het begin bij jongeren en jonge vrouwen.

In totaal is hiervoor in 2018 € 8 miljoen beschikbaar.

Bijdragen aan agentschappen

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

De Minister van VWS is opdrachtgever voor het agentschap Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). De NVWA heeft een centrale rol bij het bewaken van de veiligheid van voedsel- en consumentenproducten op grond van de wettelijke normen. In totaal ontvangt de NVWA van VWS in 2018 € 81,4 miljoen.

In onderstaande tabel is weergegeven hoe het aantal verloren levensjaren door voedselinfecties zich ontwikkelt.

Kengetallen voedselveiligheid: Aantal verloren gezonde levensjaren ten gevolge van voedselinfecties door ziekteverwekkende micro-organismen in voedsel in Nederland gegevens 2016 (RIVM Letter Reports disease burden 2012, 2013, 2014 en 2016; M. Bouwknegt et al.)

Micro-organismen

Aantal verloren gezonde levensjaren (DALY=Disability Adjusted Life Year)1
 
 

2012

2013

2014

2015

2016

Toxoplasma gondii

1.093

1.068

1.088

1.063

1.062

Campylobacter spp.

1.951

1.917

1.869

1.691

1.501

Salmonella spp.

1.486

670

649

643

757

S. aureus toxine

194

194

193

192

192

C. perfringens toxine

176

176

177

177

177

Norovirus

297

286

285

301

375

Rotavirus

161

186

78

165

88

B. cereus toxine

28

28

28

28

28

Listeria monocytogenes

94

68

191

165

310

STEC O157

61

61

61

61

61

Giardia spp.

29

29

29

29

29

Hepatitis-A virus

7

7

6

5

5

Cryptosporidium spp.

6

11

11

19

22

Hepatitis-E virus

34

30

73

103

102

Totaal

5.618

4.732

4.738

4.642

4.708

Noot 1: De getallen over 2012 t/m 2015 zijn enigszins afwijkend van de getallen die in eerdere begrotingen zijn gerapporteerd dit vanwege: a) nieuwere incidentie schattingen voor hepatitis-E virus, Cryptosporidium spp. and Giaria spp.; en b) noodzakelijke modelaanpassingen (zoals m.n. het gebruik van nieuwe «disability weights» afkomstig uit een recente Europeese studie waarbij meer dan 30.000 mensen waren betrokken (Bron: Haagsma et al. 2015; Popul Health Metr.)). Meer details zijn te vinden in Mangen et al., 2017 RIVM Letter Report 2017–0097 (http://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/2017–0097.pdf). Deze noodzakelijke modelaanpassingen hebben er toe geleid dat de ranking veranderd is ten opzichte van vroegere berekeningen.

Bron: Staat van Volksgezondheid en Zorg

DALY=Disability Adjusted Life Year. Maat voor ziektelast in een populatie uitgedrukt in tijd; opgebouwd uit het aantal verloren levensjaren (door vroegtijdige sterfte) en het aantal jaren geleefd met gezondheidsproblemen (bijvoorbeeld een ziekte), gewogen voor de ernst hiervan (ziektejaarequivalenten). In deze maat komen de drie belangrijke aspecten van de volksgezondheid terug: kwantiteit (levensduur), kwaliteit van leven en het aantal personen dat een effect ondervindt.

De getallen in de tabel zijn afgerond. Het totaal kan afwijken van de som van de weergegeven getallen.

RIVM: wettelijke taken en beleidsondersteuning zorgbreed

Het RIVM heeft de wettelijke taak periodiek te rapporteren over de toestand en de toekomstige ontwikkeling van de volksgezondheid. Het RIVM brengt in 2018 de vierjaarlijkse Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV) uit. Het RIVM vormt voorts samen met een zevental kennisinstellingen een consortium, dat verantwoordelijk is voor de Staat van Volksgezondheid en Zorg (www.staatvenz.nl), kerncijfers voor beleid. Via dit webportal worden actuele en eenduidige cijfers beschikbaar gesteld over de domeinen van het Ministerie van VWS. In 2018 wordt de Staat van Volksgezondheid en Zorg verder doorontwikkeld. In totaal is voor het RIVM voor deze taken in 2018 € 16,1 miljoen beschikbaar.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

ZonMw voor uitvoering van het preventieprogramma

Het vijfde Preventieprogramma (PP5) levert kennis op die bijdraagt aan de doelstellingen van het Nationaal Programma Preventie (NPP). Daarnaast wordt PP5 gevormd door onderzoek op vier andere thema’s:

  • –  Kennis die bijdraagt aan algemene aspecten van preventiebeleid.
  • –  Kennis die tot verdere verbetering van het instrumentarium leidt.
  • –  Enkele specifieke onderzoeksterreinen passend bij de domeinen van het NPP.
  • –  Monitoring van uitvoeringsprogramma’s (het voorstel voor een monitor specifiek voor het NPP wordt nader uitgewerkt).

De hiervoor beschikbare middelen (€ 6,6 miljoen in 2018) staan verantwoord op artikel 4 Zorgbreed beleid. In de paragraaf «Toelichting op de instrumenten» van artikel 4 is een overzichtstabel opgenomen.

Bijdragen aan medeoverheden

Lokaal verbinden

Het programma «Gezond in...» (TK 32 793, nr. 267) wordt voortgezet in de periode 2018 tot en met 2021. Het beschikbare budget van jaarlijks € 20 miljoen is voor deze periode overgeheveld naar het gemeentefonds en wordt via een decentralisatie-uitkering aan de gemeenten beschikbaar gesteld.

2. Ziektepreventie

Subsidies

Ziektepreventie

De Minister zorgt op het terrein van de ziektepreventie subsidies (€ 10,5 miljoen) voor een goede bescherming tegen infectieziekten, preventie van chronische ziekten en de jeugdgezondheidszorg (JGZ) door onder andere te zorgen voor:

  • –  Een goede landelijke structuur om bekende en onbekende infectieziektedreigingen inclusief zoönosen en vectorgebonden aandoeningen snel te kunnen signaleren en bestrijden.
  • –  Het internationaal uitwisselen van informatie en afstemmen van voorbereidings- en bestrijdingsmaatregelen.
  • –  Subsidiëring van het Nederlands Lymeziekte-expertisecentrum dat zich inzet om de preventie, diagnostiek en behandeling van de ziekte van Lyme te verbeteren, waarbij alle betrokken partijen hun eigen inbreng leveren.
  • –  Subsidiëring van de Stichting Q-support om patiënten, die na de Q-koorts-epidemie te maken hebben met langdurige klachten, te ondersteunen, te adviseren en te begeleiden. Verder is er voor 2018 € 3,3 miljoen beschikbaar voor een vorm van tegemoetkoming als gebaar ter erkenning van de grote gevolgen die Q-koortspatiënten hebben ondervonden.
  • –  Het ondersteunen van het Kennisplatform Intensieve Veehouderij en Humane Gezondheid dat handvatten kan meegeven aan lokale bestuurders voor de afweging van gezondheid in de bestuurlijke beslissingen bij ontwikkelingen in de veehouderij.
  • –  Het in internationaal verband initiëren en implementeren van doelgerichte acties om antibioticaresistentie te voorkomen en te verminderen. Het opzetten van regionale zorgnetwerken antibioticaresistentie en het verbeteren van de surveillance systemen. Het financieren van onderzoek om de ontwikkeling van nieuwe antibiotica en alternatieven voor antibiotica te stimuleren, zoals verwoord in de Kamerbrief van 24 februari 2017 (TK 32 620 nr. 187).
  • –  Financiering van het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (NCJ) voor activiteiten gericht op het ondersteunen van de JGZ-organisaties en de professionals bij het invoeren van vernieuwingen en verbeteringen in de praktijk.

RIVM: Regeling Publieke Gezondheid en subsidies seksuele gezondheid

De Subsidieregeling publieke gezondheid wordt uitgevoerd door het RIVM en bestaat uit:

  • –  Het financieren, bewaken en verbeteren van de kwaliteit van de landelijke bevolkingsonderzoeken naar borstkanker, baarmoederhalskanker en darmkanker (€ 123,4 miljoen).
  • –  Het financieren van het Nationaal Programma Grieppreventie. Doel van dit programma is om kwetsbare groepen (alle 60-plussers en mensen onder de 60 jaar met een risico-indicatie, zoals longziekten, hart- of nieraandoeningen en diabetes mellitus) te beschermen tegen (de ernstige gevolgen van) griep (€ 37,3 miljoen).
  • –  Het financieren van soa-onderzoek en aanvullende seksuele gezondheidszorg en coördinatie (€ 34,4 miljoen).

Verder verstrekt het RIVM, op basis van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS, subsidies op het terrein van de seksuele gezondheid (€ 11,9 miljoen) en aan de regionale centra voor prenatale Screening (€ 3,2 miljoen). Inhoudelijk is dit onderwerp opgenomen onder het artikelonderdeel Gezondheidsbevordering.

Kengetallen Deelname aan vaccinatieprogramma, bevolkingsonderzoeken en screeningen (in procenten)
 

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

1. Deelname aan Rijksvaccinatieprogramma

94,5

95,2

95,0

95,4

95,4

95,5

95,4

94,8

2. Deelname aan Nationaal Programma Grieppreventie

71,5

70,4

68,9

65,7

62,4

59,6

52,8

50,1

3. Deelname aan Bevolkingsonderzoek borstkanker

82,0

81,5

80,7

80,1

79,7

79,4

78,8

4. Deelname aan Bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker

66,0

65,3

64,3

65,0

63,9

64,7

64,6

5. Deelname aan Bevolkingsonderzoek darmkanker

71,3

6. Deelname aan hielprik

99,8

99,8

99,7

99,5

99,5

99,5

99,3

Bron:

1. Staat van Volksgezondheid en Zorg

Voor het verslagjaar 2016 (betreft alle vaccinaties gegeven t/m 2015) is dit percentage 93,1%. Dit betreft het percentage kinderen geboren in 2014 dat basisimmuun is voor DKTP vóór het bereiken van hun 2-jarige leeftijd.

2. Staat van Volksgezondheid en Zorg

Dit kerncijfer betreft het percentage gevaccineerde personen in de groep patiënten die conform het advies van de Gezondheidsraad in aanmerking komen voor vaccinatie tegen influenza.

3. Staat van Volksgezondheid en Zorg

Dit kerncijfer betreft het percentage vrouwen uit de doelgroep, dat deelneemt aan het bevolkingsonderzoek borstkanker. De populatie van het bevolkingsonderzoek bestaat uit 50–75 jarige vrouwen.

4. Staat van Volksgezondheid en Zorg

Dit kerncijfer betreft het percentage vrouwen uit de doelgroep, dat deelneemt aan het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker. De populatie van het bevolkingsonderzoek bestaat uit 30–65 jarige vrouwen.

5. Staat van Volksgezondheid en Zorg

Dit kerncijfer betreft het percentage personen dat deelneemt aan het bevolkingsonderzoek (screening) naar dikkedarmkanker.

6. Staat van Volksgezondheid en Zorg

Dit kerncijfer betreft het percentage pasgeborenen dat gescreend is.

Deze cijfers geven een goede indicatie van de ontwikkelingen op de beleidsterreinen met dien verstande dat de nadruk op geïnformeerde keuze voor deelname ligt en niet op een zo hoog mogelijk percentage. De beschermingsgraad ligt in de praktijk hoger dan het met het deelnamepercentage weergegeven cijfer in verband met bijvoorbeeld de groepsimmuniteit.

Niet Invasieve Prenatale Test (NIPT)

Tijdens de zwangerschap kan met de Niet Invasieve Prenatale Test (NIPT) onderzocht worden of het ongeboren kind mogelijk downsyndroom, edwardssyndroom of patausyndroom heeft. Sinds 1 april 2017 loopt een implementatieonderzoek naar de NIPT als primaire screening in plaats van de combinatietest (CT). Uiterlijk in het voorjaar van 2019 zal worden beslist over het al dan niet opnemen van de NIPT in het basispakket. In afwachting van dit besluit zal in de tussentijd de bekostiging van de NIPT in 2018 en 2019 lopen via een subsidieregeling (€ 26 miljoen per jaar).

Opdrachten

(Vaccin)onderzoek

Er is in totaal € 7,4 miljoen gereserveerd voor vaccinonderzoek (circa € 5,8 miljoen) en onderzoek naar alternatieven voor dierproeven (circa € 1,7 miljoen). Vanaf 2013 zijn deze taken ondergebracht bij de projectdirectie Antonie van Leeuwenhoekterrein (Pd ALt). Het voornemen is om het onderdeel (vaccin)onderzoek van Pd ALt met ingang van 2018 te privatiseren.

Bijdragen aan agentschappen

RIVM: Opdrachtverlening Centra

Het RIVM stelt zich tot doel om de gezondheid van de Nederlandse bevolking te beschermen en te bevorderen. Het RIVM doet dit door middel van het (doen) uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek en advisering op het terrein van volksgezondheid en het voeren van de regie op diverse terreinen van de publieke gezondheid. Binnen het RIVM zijn hiertoe verschillende centra actief, zoals:

  • –  Het Centrum Infectieziektebestrijding (CIb) ontvangt financiële middelen voor het vervullen van zijn taken ten aanzien van de preventie en bestrijding van infectieziekten met specifiek ook aandacht voor antimicrobiële resistentie, het bevorderen van seksuele gezondheid door de ondersteuning van professionals bij een goede uitvoering en taken op het gebied van vaccinologie (€ 50 miljoen).
  • –  Het Centrum voor Bevolkingsonderzoek (CVB) ontvangt financiële middelen voor het uitvoeren van zijn coördinerende taken gericht op de voorlichting over bevolkingsonderzoeken, het Nationaal Programma Grieppreventie en pre- en neonatale screeningen en de kwaliteit van de uitvoering en monitoring ervan. Mensen die tot de betreffende doelgroep behoren, kunnen vrijwillig aan de bevolkingsonderzoeken deelnemen (€ 18 miljoen). Ook verzorgt het CVB de uitvoering van de prenatale screening infectieziekten en erytrocytenimmunisatie (€ 20 miljoen), het Nationaal Programma Grieppreventie (€ 11 miljoen) en de hielprik (€ 19 miljoen).
  • –  Het Centrum Gezondheid en Milieu (CGM) ontvangt financiële middelen om de Minister van VWS en de regio’s bij te staan met gezondheidskundige advisering, advisering over het uitvoeren van gezondheidsonderzoek en risicoanalyses over mogelijke gezondheidseffecten en over psychosociale nazorg. Vragen over gezondheid en veiligheid in relatie tot milieu en het voorkomen van incidenten en rampen komen samen bij het CGM. Het CGM is erop gericht deze kennis waar nodig te ontwikkelen, te borgen en te ontsluiten voor professionals en bestuurders (€ 6 miljoen).
  • –  De Dienst Vaccinatievoorzieningen en Preventieprogramma’s (DVP) zorgt ervoor dat er voldoende goede en betaalbare vaccins, antisera en slecht verkrijgbare medicijnen beschikbaar zijn voor het Rijksvaccinatieprogramma (RVP), het Nationaal Programma Grieppreventie (NPG) en calamiteiten (€ 2 miljoen). Voor de uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma is € 96 miljoen beschikbaar.
  • –  Het Centrum Gezond Leven (CGL) ontvangt financiële middelen met als doel samenhangende en effectieve lokale gezondheidsbevordering te faciliteren. Het CGL bevordert het gebruik van erkende leefstijlinterventies, onder meer door beschikbare interventies overzichtelijk te presenteren en te beoordelen op kwaliteit en samenhang en het versterken van gezondheidsbeleid via diverse handreikingen. Daarnaast voert het CGL het programma «Structurele versterking Gezondeschool.nl» uit (€ 3 miljoen).

3. Gezondheidsbevordering

Subsidies

Preventie van schadelijk middelengebruik (alcohol, drugs en tabak)

Organisaties zoals het Trimbos-instituut ontvangen instellings- en projectsubsidies voor het uitvoeren van activiteiten die gericht zijn op preventie van (schadelijk) alcohol-, tabaks- en drugsgebruik en voor andere VWS-beleidsterreinen, zoals de geestelijke gezondheidszorg. Het Trimbos-instituut zet zich in om wetenschappelijk onderbouwde, onafhankelijke informatie te geven aan professionals en burgers. Voorbeelden zijn de uitvoering van de Nationale Drug Monitor (NDM), het Drugs Informatie en Monitoring Systeem (DIMS), het Nationaal Expertisecentrum Tabak (NET) en ondersteuning van de Taskforce Rookvrije Start. Voor 2018 gaat het om projectsubsidies van circa € 2 miljoen en bij de instellingssubsidies gaat het in totaal om circa € 6,1 miljoen.

Gezonde leefstijl en gezond gewicht

De gezonde keuze moet zo makkelijk mogelijk worden gemaakt voor de Nederlandse bevolking, jong en oud. Om te voorzien in de juiste informatie over gezonde voeding voor burgers en professionals wordt subsidie verleend aan het Voedingscentrum.

Om gemeenten, scholen, sportverenigingen en andere lokale partijen te stimuleren om een gezonde(re) omgeving te creëren en in te zetten op een stijging van het aantal jongeren op een gezond gewicht in minimaal 75 (JOGG-)gemeenten in 2020, wordt de Stichting Jongeren Op Gezond Gewicht (TK 34 080 A, nr. 1) gesubsidieerd. Hierbij werkt de stichting samen met diverse partijen: overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Vanuit Care for Obesity wordt door middel van 8 proeftuinen in 2018 voorzien in een landelijk model voor een sluitende ketenaanpak op obesitas voor kinderen.

Ten slotte worden in nauwe samenwerking met de Ministeries van OCW, EZ en SZW kinderen in voorschoolse voorzieningen, het basis- en voortgezet onderwijs en mbo gestimuleerd tot een gezonde leefstijl. Onderdeel daarvan is het streven dat alle schoolkantines beschikken over een gezond aanbod volgens de richtlijnen van het Voedingscentrum. Dit gebeurt via de brede programma’s Gezonde School en Gezonde Kinderopvang. Uitvoering vindt op het gebied van voeding plaats in samenwerking met het programma Jong Leren Eten en op het gebied van overgewicht in samenwerking met het programma Jongeren Op Gezond Gewicht.

De totale geraamde subsidies voor gezonde voedingskeuze, een gezonde leefstijl en gezond gewicht, inclusief de bredere inzet op Gezonde School en Gezonde Kinderopvang, bedragen € 14 miljoen in 2018.

Letselpreventie

Voor letselpreventie is € 4,3 miljoen beschikbaar. De Stichting VeiligheidNL ontvangt € 3,8 miljoen voor het uitvoeren en monitoren van haar activiteiten die zijn gericht op letselpreventie door middel van interventies en programma’s voor bijvoorbeeld jongeren en ouderen.

Bevordering van kwaliteit en toegankelijkheid van zorg

De Stichting Pharos ontvangt als kennis- en adviescentrum subsidie (€ 5 miljoen) voor het stimuleren van de toepassing van kennis in de praktijk voor de verbetering van de kwaliteit en effectiviteit van de zorg voor migranten en mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden. Het gaat daarbij om mensen die minder vaardig zijn in het verkrijgen, begrijpen en gebruiken van informatie over (hun) gezondheid bij het nemen van gezondheidsgerelateerde beslissingen. Verder worden gemeenten geactiveerd om lokale gezondheidsachterstanden structureel aan te pakken. Het lokale proces wordt ondersteund door het landelijk stimuleringsprogramma waarin kennis van werkzame interventies, goede voorbeelden en ervaringen worden samengebracht, onder regie van Pharos en Platform31 (TK 32 793, nr. 267).

Bevordering van de seksuele gezondheid

Om de seksuele gezondheid te bevorderen verleent VWS rechtstreeks (onder andere FIOM), dan wel via het RIVM/Centrum Infectieziektebestrijding (onder andere Rutgers, Soa-Aids Nederland, Stichting HIV-monitoring en de HIV-vereniging Nederland) subsidie aan diverse gezondheidsbevorderende instellingen. De middelen die via het RIVM als subsidie worden verstrekt aan (onder andere) de genoemde organisaties staan geraamd onder het artikelonderdeel Ziektepreventie. Naar aanleiding van een landelijke impuls aan onbedoeld zwangeren en tienermoeders ontvangen veldpartijen (waaronder FIOM en Rutgers) ook in 2018 een subsidie van maximaal € 2,5 miljoen. Uitgangspunt hierbij is dat de middelen worden gebruikt om kwetsbare groepen daadwerkelijk te ondersteunen en om kennisdisseminatie te bevorderen. Bij het toekennen van de subsidies zijn genoemde uitgangspunten leidend. Een deel van deze middelen (€ 1,5 miljoen) is opgenomen in artikel 3 Langdurige zorg en ondersteuning (Stichting Siriz).

Opdrachten

Heroïnebehandeling op medisch voorschrift

De geraamde kosten voor de medicatie voor de medische heroïnebehandeling zijn € 3,1 miljoen; zie verder onder Bijdragen aan medeoverheden.

Bijdragen aan medeoverheden

Heroïnebehandeling op medisch voorschrift

VWS verstrekt een financiële bijdrage (circa € 13,6 miljoen) aan gemeenten voor het binnen een gesloten systeem aanbieden van een behandeling van een beperkte groep langdurige opiaatverslaafden, waarbij naast methadon medicinale heroïne wordt verstrekt.

Kengetallen Gezondheidsbevordering (in procenten)
 

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

Rokers 18 jaar e.o.1

28,6

26,9

27,0

24,5

24,7

25,7

26,3

24,1

Rokers laatste maand, 12–16 jaar2

   

16,9

     

10,6

 

Alcoholgebruik laatste maand, 12–16 jaar2

   

37,8

     

25,5

 

Cannabisgebruik laatste jaar, 12–16 jaar2

   

6,0

     

8,2

 

Cannabisgebruik laatste jaar 18 jaar e.o.3

6,8

       

7,6

8,5

 

Overgewicht 18 jaar e.o.4

46,4

47,3

47,3

47,1

47,1

49,4

49,3

49,2

Overgewicht 4–18 jaar4

13,2

13,3

12,5

12,3

11,7

11,9

11,6

13,6

Aantal spoedeisende hulpbehandelingen in ziekenhuizen door privéongevallen en sportblessures (x 1.000)5

640

604

599

586

479

519

506

470

Bronnen:

1: Staat van Volksgezondheid en Zorg: Gezondheidsenquête CBS/Leefstijlmonitor RIVM

2: Jeugd en Riskant Gedrag 2015, Trimbos-instituut

3: Staat van Volksgezondheid en Zorg: Gezondheidsenquête CBS/Leefstijlmonitor RIVM. Door wijziging in meetmethoden na 2009 zijn de cijfers met 2014 en 2015 beperkt vergelijkbaar.

4: Staat van Volksgezondheid en Zorg: Gezondheidsenquête CBS/Leefstijlmonitor RIVM. Door wijziging in meetmethoden tussen 2009 -2010 en 2013–2015 zijn de cijfers vóór en na deze perioden slechts in beperkte mate te vergelijken.

5: Kerncijfers LIS, VeiligheidNL. De daling in 2013 is toe te schrijven aan een technisch registratieprobleem in dat jaar.

4. Ethiek

Subsidies

Abortusklinieken

Sinds de inwerkingtreding van Wet langdurige zorg vindt de subsidiëring van de abortusklinieken (€ 15,8 miljoen) plaats via de Subsidieregeling abortusklinieken. De abortusklinieken dienen over een Waz-vergunning (Wet afbreking zwangerschap) te beschikken.

Bijdragen aan agentschappen

CIBG: Uitvoeringstaken medische ethiek

Het CIBG verzorgt het secretariaat van de stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting (€ 0,7 miljoen).

De secretariaten van de regionale toetsingscommissies euthanasie en de beoordelingscommissie late zwangerschapsafbreking en levensbeëindiging bij pasgeborenen zijn bij een uitvoeringseenheid van het Ministerie van VWS ondergebracht. De daarmee samenhangende middelen (€ 3,7 miljoen) staan geraamd op artikel 10 onder Personele uitgaven kerndepartement.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO)

De CCMO is verantwoordelijk voor het waarborgen van de bescherming van proefpersonen bij medisch-wetenschappelijk onderzoek door middel van toetsing aan de hiervoor geldende wettelijke bepalingen en protocollen. Vanwege de implementatie van EU-verordening 536/2014 voor klinisch geneesmiddelenonderzoek krijgt de CCMO een aantal extra taken en bevoegdheden.

De CCMO ontvangt in 2018 in totaal een bijdrage van € 4,1 miljoen.

Deze middelen staan geraamd op artikel 10 bij het onderdeel Personele uitgaven SCP en raden.

Ontvangsten

Bestuurlijke boetes

In het kader van haar handhavingsbeleid schrijft de NVWA bestuurlijke boetes uit. Hieruit vloeien ontvangsten voort. Deze worden voor 2018 geraamd op € 5,4 miljoen.

Overig

Dit betreft geraamde ontvangsten als gevolg van in eerdere jaren te hoog verstrekte subsidievoorschotten (€ 3 miljoen).