Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

2. Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen

Algemene doelstelling

Met het bedrijvenbeleid werkt EZK aan een uitmuntend ondernemingsklimaat dat bedrijven stimuleert om duurzaam en innovatief te kunnen ondernemen. Daarbij worden de volgende vier strategische doelen nagestreefd:

  • 1.  stimuleren van een concurrerend, innovatief en duurzaam bedrijfsleven;
  • 2.  bevorderen van ondernemerschap en toegang tot en benutting van ondernemers(risico)financiering;
  • 3.  ontwikkelen en benutten van hoogwaardig (internationaal) publiek gefinancierd onderzoek en technologie, inclusief publiek-private programma’s voor onderzoek, innovatie en menselijk kapitaal;
  • 4.  waarborgen van responsieve overheids- en informatiediensten voor ondersteuning van ondernemers op regionaal, nationaal en internationaal niveau.

Het kabinet heeft met het Bedrijvenbeleid drie ambities:

  • –  Nederland in de top 5 van de meest concurrerende kenniseconomieën in de wereld (in 2020);
  • –  stijging van de Nederlandse R&D-inspanningen naar 2,5% van het BBP (in 2020);
  • –  Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI) waarin publieke en private partijen participeren voor meer dan € 800 mln waarvan tenminste 40% private financiering betreft (in 2020).

Over de voortgang bij de realisatie van de doelen van het Bedrijvenbeleid en over de indicatoren en kengetallen op dit beleidsterrein wordt jaarlijks gerapporteerd op de website «Bedrijvenbeleid in beeld». De meest recente versie van de website is op 15 oktober 2018 verschenen. De begroting geeft het overzicht van de budgettaire gevolgen van het bedrijvenbeleid.

Ad 1) Stimuleren van een concurrerend, innovatief en duurzaam bedrijfsleven

Het vergroten van de maatschappelijke welvaart – door met innovatie duurzame economische groei aan te jagen – vormt de kern van het bedrijvenbeleid. Nederland zal het, in het geval van een krimpend arbeidsaanbod, de komende decennia vooral moeten hebben van productiviteitsgroei. Innovatie en ambitieus ondernemerschap zijn daar belangrijke sleutels voor. Succesvolle innovaties creëren daarbij niet alleen economische toegevoegde waarde, maar ook nieuwe producten, diensten en productieprocessen die een bijdrage leveren aan (deel)oplossingen voor de grote maatschappelijke uitdagingen van deze tijd, bijvoorbeeld op het gebied van medische technologie, watermanagement en duurzaam energie- en materiaalgebruik. Een belangrijk deel van de beleidsinspanningen richt zich daarom op het aanjagen en stimuleren van een innovatief en duurzaam bedrijfsleven.

2) Bevorderen van ondernemerschap en toegang tot en benutting van ondernemers(risico)financiering

Ondernemerschap is, in een dynamische economie als de Nederlandse, cruciaal voor ons concurrentie- en innovatievermogen. Nieuwe bedrijven zijn een belangrijke bron van economische groei, innovatie en productiviteit (creatieve destructie). Een goede toegang tot ondernemersfinanciering is van essentieel belang voor het kunnen realiseren van de plannen van ambitieuze ondernemers. Het bedrijvenbeleid borgt daarom de toegang tot financiering voor kansrijke en in de kern gezonde bedrijven. Daarnaast wordt in het bedrijvenbeleid ondernemerschap in Nederland ook bevorderd door ook andere facetten van het ondernemingsklimaat goed en concurrerend te houden. Daarbij gaat het niet alleen om zaken als fiscale regelingen (onder andere zelfstandigenaftrek), toegang tot talent (onder andere techniekpact) en ondernemersvaardigheden (onder andere NLGroeit) maar ook om eventuele onvolkomenheden in het handelsverkeer (franchisecode; betaaltermijnen), om de impact van regelgeving en om de gevolgen van overheidsbeleid zelf (innovatiegericht inkopen).

3) Ontwikkelen en benutten van hoogwaardig (internationaal) publiek gefinancierd onderzoek en technologie, inclusief publiek-private samenwerking

Voor innovatie en vernieuwend ondernemerschap is de ontwikkeling, kwaliteit en benutting van wetenschappelijke en toegepaste kennis één van de belangrijkste voedingsbronnen. Het maatschappelijk rendement en responsiviteit van publiek gefinancierde onderzoeksinstellingen kan worden vergroot door onderzoekssamenwerking met bedrijven en door het uitlokken van private kennisinvesteringen van bedrijven in dergelijke publiek-private onderzoekssamenwerking. Daarmee worden bovendien de beschikbare middelen voor onderzoek vergroot. Innovatie is geen lineair proces dat zich binnen één organisatie afspeelt, maar een complex interactie- en kennisuitwisselingsproces tussen verschillende actoren in een «open» innovatienetwerk of -cluster (van bedrijven, kennisleveranciers, maatschappelijke organisaties en/of consumenten). Niet alleen de ondernemer en zijn omgeving staat daarom centraal in het bedrijvenbeleid, maar ook het stelsel van toegepast onderzoek en de interactie en publiek-private onderzoeksamenwerking tussen bedrijven, kennisinstellingen en overheden (nationaal, regionaal en Europees) in het relevante innovatienetwerk, zoals in de topsectoren. Daartoe faciliteert EZK met het bedrijvenbeleid ook een responsief stelsel van (toegepast) onderzoek.

4) Responsieve overheids- en informatiediensten en ondersteuning voor ondernemers op regionaal, nationaal en internationaal niveau

Om ondernemers de ruimte te geven om succesvol te kunnen ondernemen en hun positie zowel regionaal, nationaal als internationaal te versterken biedt EZK (veelal samen met andere departementen) verschillende publieke diensten aan. De geboden informatie en dienstverlening is veelzijdig: van informatie over wetgeving, belastingregels en maatschappelijk verantwoord ondernemen tot subsidies en directe (financiële) ondersteuning bij regionale en (inter)nationale activiteiten van ondernemers uit binnen- en buitenland. Toegankelijke en kwalitatief hoogwaardige publieke diensten verhogen de kwaliteit van het ondernemerschap en bespaart ondernemers kostbare tijd. Om de (hoge) kwaliteit van het Nederlandse vestigings- en ondernemingsklimaat op peil te houden werkt EZK nauw samen met haar internationale, Europese en regionale partners en andere vakdepartementen. EZK versterkt de digitalisering van contacten tussen overheid en bedrijfsleven met als doelstelling dat burgers en bedrijven hun zaken digitaal kunnen afhandelen. Ook met merkbare vermindering van administratieve lasten en nalevingskosten, meer innovatie en duurzaamheid bevorderende wet- en regelgeving en met de inzet van meer ICT worden gunstige voorwaarden gecreëerd voor succesvol ondernemerschap, een ondersteunend ondernemingsklimaat en een aantrekkelijk investeringsklimaat.

Rol en verantwoordelijkheid

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de belangrijkste rollen en verantwoordelijkheden die de Minister van Economische Zaken en Klimaat heeft in het Bedrijvenbeleid. In de tekst onder de tabel wordt verder toegelicht wat deze rollen en verantwoordelijkheden behelzen en op welke van de vier hierboven onderscheiden strategische doelen ze betrekking hebben.

In dit begrotingsartikel ligt de nadruk zoals aangegeven op overheidsinterventies met financiële gevolgen voor de begroting. Naast financiële interventies spelen in het Bedrijvenbeleid echter ook niet-financiële interventies een belangrijke rol bij het realiseren van de strategische doelen, bijvoorbeeld op het terrein van wet- en regelgeving, maar ook en vooral bij het organiseren van publiek-private samenwerking (bijvoorbeeld binnen de topsectoren, op regionaal niveau en door de inzet van «Green Deals»). Een volledig overzicht van deze interventies wordt geboden in de jaarlijkse voortgangsrapportage en in de Monitor Bedrijvenbeleid.

Stimuleren

Financieren

Regisseren

(Doen) uitvoeren

Stimuleren van een concurrerend, innovatief en duurzaam bedrijfsleven

     

Ondernemerschap bevorderen en toegang tot en benutting van ondernemers(risico)financiering

     

Ontwikkelen en benutten van hoogwaardig (internationaal) publiek gefinancierd onderzoek en technologie, inclusief publiek-private samenwerking

 

Responsieve overheids- en informatiediensten en ondersteuning voor ondernemers op regionaal, nationaal en internationaal niveau

Stimuleren van een concurrerend, innovatief en duurzaam bedrijfsleven

De Minister stimuleert een concurrerend, innovatief en duurzaam bedrijfsleven door:

  • –  private investeringen in R&D te bevorderen via de WBSO;
  • –  de R&D-samenwerking in het midden- en kleinbedrijf te stimuleren via de regeling MKB-innovatiestimulering Topsectoren (MIT);
  • –  in samenwerking met andere ministeries, bedrijven, wetenschap en maatschappelijke organisaties de transitie naar groene groei te versnellen, onder meer via het «Green Deal»- en «Ruimte in Regels» instrument en de interdepartementale programma’s «Groene Groei» en «Bio Based Economy» en het rijksbrede programma Circulaire Economie;
  • –  internationale samenwerking op het terrein van R&D te faciliteren, onder meer via Internationaal Innoveren en Eurostars;
  • –  cofinanciering van de EFRO-programma’s (Europees Fonds Regionale Ontwikkeling (EFRO); voor de EFRO-programma’s binnen Nederland draagt de Minister systeemverantwoordelijkheid;
  • –  het bevorderen van innovatiegericht inkopen door overheden;
  • –  de inrichting van een adequaat stelsel van intellectueel eigendom;
  • –  samen met OCW en met het Valorisatieprogramma twaalf consortia te ondersteunen bij het vormgeven van hun activiteiten op het gebied van ondernemerschapsonderwijs en kennisvalorisatie;
  • –  samen met de partners van het «Techniekpact» te zorgen voor voldoende technisch personeel;
  • –  In samenwerking met bedrijfsleven, maatschappelijke middenveld, de vakbeweging, het Ministerie van Buitenlandse Zaken en andere ministeries door middel van IMVO-convenanten in te zetten op het identificeren, voorkomen en verminderen van IMVO-risico’s in de waardeketens van het Nederlands bedrijfsleven.

Bevorderen van ondernemerschap en toegang tot en benutting van ondernemers(risico)-financiering

De Minister stimuleert ondernemerschap door:

  • –  de toegang tot financiering te verbeteren door als overheid garant te staan voor in de kern gezonde bedrijven en verbeterde toegang tot (risico)kapitaal in cruciale fases in de levenscyclus van bedrijven;
  • –  het ondersteunen van de transitie op de kapitaalmarkt door ruimte en ondersteuning te bieden aan alternatieve vormen van financiering;
  • –  inzetten op investeringen in Nederland onder meer door het Nederlands Investerings Agentschap (NIA) en via ondersteuning van het private initiatief van institutionele beleggers in de vorm van de Nederlandse Investeringsinstelling (NLII); diverse fiscale faciliteiten gericht op zelfstandig ondernemerschap, bedrijfsoverdrachten en bedrijfsinvesteringen;
  • –  ambitieus ondernemerschap in Nederland aan te jagen door het met StartupDelta versterken van het «start up» en «scale up» ecosysteem;
  • –  de toegang tot vaardigheden te verbeteren door vraag en aanbod op elkaar af te stemmen via publiek-private samenwerking (NL-Groeit);
  • –  eerlijk en verantwoord handelsverkeer te bevorderen via afspraken en/of gedragscodes (corporate governance, franchise, betaalme.nu).

Ontwikkelen en benutten van hoogwaardig (internationaal) publiek gefinancierd onderzoek en technologie, inclusief publiek-private samenwerking

De Minister van EZK en de bewindslieden van OCW coördineren en borgen de publieke kennisinfrastructuur voor toegepast en fundamenteel onderzoek. De Minister financiert en regisseert het ontwikkelen en benutten van hoogwaardig (internationaal) publiek gefinancierd onderzoek en technologie, inclusief publiek-private samenwerking door:

  • –  de TO2-instituten (TNO, Wageningen Research, ECN, Deltares, Marin en NLR) te financieren.
  • –  gezamenlijke regie met OCW op de publiek-private samenwerking via NWO, waarbij EZK specifiek NWO-TTW subsidieert.

Daarnaast heeft de Minister een stimulerende rol met:

  • –  de PPS-toeslag, voor het stimuleren van private deelname aan publiek-private onderzoeksinitiatieven vanuit de Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI’s);
  • –  de financiële bijdrage aan het ruimtevaartbeleid, met name in Europees verband.

Tot slot heeft de Minister een regisserende rol bij het tot stand komen van publiek-private samenwerking binnen het bedrijvenbeleid: de topsectorenaanpak, zoals bij de invulling van de kennis- en innovatiecontracten en «Human Capital Agenda’s» van de topsectoren, bij de maatwerkaanpak op het terrein van regelgeving, bij de «Green Deals» en bij de «Nationale Iconen».

Waarborgen van responsieve overheids- en informatiediensten voor ondersteuning van ondernemers op regionaal, nationaal en internationaal niveau

De Minister stimuleert responsieve overheids- en informatiediensten en ondersteuning voor ondernemers op regionaal, nationaal en internationaal niveau door:

  • –  uitvoering van de wettelijke taken van de Kamer van Koophandel (Handelsregister en innovatiestimulering) en het inrichten van regionale Ondernemerspleinen ten behoeve van de informatievoorziening, zowel fysiek als digitaal;
  • –  digitaal zakendoen met de overheid voor ondernemers mogelijk te maken;
  • –  toegang tot overheidsondersteuning (financieel en/of door middel van kennis via: de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland; Het aansturen van het Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA) met als oogmerk het aantrekken van buitenlandse investeerders naar Nederland, samen met de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking; het Innovatie Attaché Netwerk ter ondersteuning van ondernemers uit binnen- en buitenland bij hun internationale R&D en innovatie-ambities;
  • –  gerichte regie op het verbinden van het Bedrijvenbeleid met de relevante regionale netwerken en partners.

Daarnaast heeft de Minister ook een uitvoerende rol bij het verlenen van Nederlandse octrooien volgens de in de Rijksoctrooiwet geformuleerde voorwaarden.

Beleidsconclusies

Met het bedrijvenbeleid werkt EZK aan een uitmuntend ondernemers- en vestigingsklimaat, dat bedrijven in staat stelt succesvol, duurzaam en innovatief te ondernemen. De website «Bedrijvenbeleid in beeld» geeft inzicht in de geboekte voortgang van het afgelopen jaar op allerlei kengetallen, instrumentengebruik, eventuele streefwaarden(realisaties) en evaluaties. Het bedrijvenbeleid werpt zijn vruchten af. De Nederlandse economie doet het bovengemiddeld in Europees perspectief. Nederland behoort tot de mondiale top van de meest dynamische en concurrerende kenniseconomieën in de wereld en is tevens ook één van de landen met de hoogste arbeidsproductiviteit ter wereld. Dat blijkt ook uit de voortgang op de drie centrale ambities van het bedrijvenbeleid (zoals geformuleerd door het kabinet Rutte II) voor 2020:

  • 1.  Nederland in de top 5 van kenniseconomieën in de wereld.
  • 2.  Stijging van de Nederlandse R&D inspanningen naar 2,5% van het bbp.
  • 3.  Topconsortia voor Kennis en Innovatie, waarin publieke en private partijen participeren voor meer dan € 800 mln, waarvan tenminste 40% gefinancierd door het bedrijfsleven.

Nederland in 2018 op de zesde plaats mondiale concurrentie-index

Een van de ambities van het Bedrijvenbeleid is dat Nederland tot de top 5 behoort van de meest concurrerende kenniseconomieën in de wereld. Als maatstaf voor de realisatie wordt de positie van Nederland op de ranglijst van The Global Competitiveness Index van World Economic Forum gehanteerd. Nederland staat in 2018 op de zesde plaats in de mondiale concurrentie-index van het World Economic Forum (WEF). In de editie van 2018 heeft een wijziging in de methodologie plaatsgevonden. Op basis van de nieuwe methodologie zou Nederland in het voorgaande jaar (2017) op de vijfde plaats staan. Nederland zakt in 2018 één plaats omdat we voorbij worden gestreefd door Duitsland.

R&D-inspanningen nemen licht toe

In het kader van de Europa 2020-strategie stelt Nederland zich ten doel dat in 2020 2,5% van het bruto binnenlands product aan onderzoek en ontwikkeling (R&D) wordt uitgegeven. De totale R&D-intensiteit ligt in 2017 (meest recente cijfer) met 1,99% van het bbp net iets hoger dan het gemiddelde van de EU (i.c. 1,93%). De relatieve omvang van de R&D-investeringen in Nederland is de afgelopen jaren structureel toegenomen door de stijging van de private R&D-uitgaven. De private R&D-uitgaven blijven als percentage van het bbp nog wel achter bij EU-gemiddelde. Het huidige kabinet houdt vast aan de in Europees verband vastgelegde Nederlandse ambitie om een R&D-intensiteit van 2,5% van het BBP te realiseren. Investeren in R&D is geen doel in zichzelf, maar vormt één van de fundamenten voor het innovatief vermogen van een land.

Publiek en private uitgaven aan pps-projecten blijven toenemen

In het Bedrijvenbeleid geldt als ambitie dat er in 2020 voor meer dan € 800 mln aan publiek-private-samenwerking (PPS) plaatsvindt in TKI-verband, waarvan tenminste 40% is gefinancierd door het bedrijfsleven. De omvang van de publieke en private investeringen in pps-verband heeft zich de afgelopen jaren voortvarend ontwikkeld, waardoor de omvang van de middelen voor PPS-projecten in 2017 naar schatting € 1.207 mln bedroeg. Circa € 150 mln meer dan in voorgaand jaar. Bedrijven investeerden in 2017 ongeveer € 559 mln in de publieke kennisinfrastructuur; dit komt neer op een percentage van 46%.

In 2018 zijn de volgende beleidsinstrumenten geëvalueerd die vallen onder artikel 2: groeifaciliteit, ruimtevaartbeleid, cofinanciering EFRO/Interreg, valorisatieprogramma, intellectueel eigendomsbeleid en de (wet op de) KvK. De uitgebreide samenvattingen inclusief beleidsreacties zijn te vinden in bijlage 2. Hoewel het heel uiteenlopende instrumenten zijn, is het overall beeld positief.

Budgettaire gevolgen van beleid artikel 2 (bedragen x € 1.000)1Artikel 2 in deze vorm is voor het eerst verschenen in de begroting 2017. Er zijn daarom alleen realisatiegegevens opgenomen voor 2017.
 

Realisatie

Vastgestelde begroting na ISB

Verschil

 

2017

2018

2018

2018

VERPLICHTINGEN

1.654.654

1.555.400

2.024.761

– 469.361

Waarvan garantieverplichtingen

805.621

714.964

1.300.000

– 585.036

Waarvan overige verplichtingen

849.033

840.436

724.761

115.675

         

UITGAVEN

843.402

875.703

856.040

19.663

       

Garanties

58.916

51.190

57.269

– 6.079

BMKB

34.818

22.176

41.674

– 19.498

Storting reserve BMKB

11.147

21.676

 

21.676

Groeifaciliteit

4.216

483

8.850

– 8.367

Storting reserve Groeifaciliteit

2.144

4.466

 

4.466

Garantie Ondernemingsfinanciering (GO)

1.610

109

6.745

– 6.636

Storting reserve GO

4.940

2.060

 

2.060

Garantiefaciliteit Scheepsnieuwbouwfinanciering

     

Storting reserve MKB Financiering

41

220

 

220

       

Subsidies

97.343

91.402

119.146

– 27.744

Lucht- en Ruimtevaart

1.587

107

 

107

MKB Innovatiestimulering Topsectoren (MIT)

15.818

14.036

29.493

– 15.457

Eurostars

13.325

15.432

17.808

– 2.376

Bevorderen Ondernemerschap

7.465

12.058

5.707

6.351

Groene Groei en Biobased Economy

1.147

131

 

131

Cofinanciering EFRO, inclusief INTERREG

37.356

31.016

31.373

– 357

Bijdrage aan ROM's

5.375

4.956

5.380

– 424

Verduurzaming industrie

 

8.216

26.000

– 17.784

Overige subsidies

15.270

5.450

3.385

2.065

         

Opdrachten

29.971

17.708

32.303

– 14.595

Onderzoek en opdrachten

4.255

4.245

4.119

126

Caribisch Nederland

190

2.725

1.221

1.504

ICT beleid

16.834

7.488

5.975

1.513

Regeldruk

735

901

1.731

– 830

Mainport Rotterdam

7.537

 

7.868

– 7.868

Regiekosten regionale functie

263

261

1.016

– 755

Invest-NL i.o.

157

1.009

9.657

– 8.648

Small Business Innovation Research

 

1.079

716

363

         

Bijdragen aan agentschappen

107.074

97.132

108.127

– 10.995

Bijdrage RVO.nl

98.351

89.754

83.929

5.825

Bijdrage Agentschap Telecom

3.240

1.880

1.629

251

Bijdrage Logius

2.672

706

869

– 163

Invest-NL i.o.

2.811

4.792

21.700

– 16.908

         

Bijdragen aan ZBO's/RWT’s

268.831

314.877

272.870

42.007

Bijdrage aan TNO

138.926

160.517

132.685

27.832

Kamer van Koophandel

109.969

128.721

115.216

13.505

NWO-TTW2

19.936

25.639

24.969

670

         

Bijdragen aan medeoverheden

2.045

 

1.630

– 1.630

Sterke Regio's en Nota Ruimte

2.045

 

1.630

– 1.630

         

Bijdragen aan (inter-)nationale organisaties

279.221

303.396

264.695

38.701

Internationaal Innoveren

36.499

40.990

40.022

968

PPS-toeslag

100.804

123.069

107.806

15.263

TO2 (exclusief TNO)

32.348

42.181

31.415

10.766

Topsectoren overig

31.193

13.393

4.070

9.323

Ruimtevaart (ESA)

66.599

70.480

67.061

3.419

Bijdrage NBTC

8.694

8.860

8.694

166

Bijdragen organisaties

3.084

4.423

5.627

– 1.204

         

ONTVANGSTEN

134.101

119.979

109.547

10.432

BMKB

37.316

35.017

33.000

2.017

Groeifaciliteit

5.510

4.099

8.000

– 3.901

Garantie Ondernemingsfinanciering (GO)

9.132

7.764

13.000

– 5.236

Garantiefaciliteit Scheepsnieuwbouwfinanciering (GSF)

178

   

0

Onttrekking reserve GSF

10.136

   

0

MKB Financiering

41

220

 

220

Luchtvaartkredietregeling

13.507

7.052

9.046

– 1.994

Rijksoctrooiwet

40.260

40.839

35.099

5.740

Eurostars

1.629

586

4.821

– 4.235

F-35

2.009

2.289

3.750

– 1.461

Diverse ontvangsten

14.383

22.114

2.831

19.283

Noot 2: De stichting Technische Wetenschappen (STW) is per 1 januari 2017 opgegaan in de ZBO NWO (NWO-domein TTW). In de oorspronkelijke begroting was STW opgenomen onder bijdragen aan (inter-)nationale organisaties. Met de 1e suppletoire begroting 2017 is NWO-TTW opgenomen onder de Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s.

Toelichting op de verplichtingen

De garantieverplichtingen zijn voor ca. € 585 mln niet benut. Dit is het saldo van een onderbenutting van € 613 mln op de garantieverplichtingen en stortingen in de begrotingsreserves van € 28,4 mln.

De onderbenutting van € 613 mln betreft in het bijzonder de volgende regelingen: BMKB – € 180 mln; Groeifaciliteit – € 128 mln; Garantie Ondernemingsfinanciering – € 276 mln. De verstrekte garanties voor de BMKB (€ 585 mln) lagen wel op een hoger niveau dan in 2017 (€ 558 mln). Ook voor de Energietransitiefinancieringsfaciliteit (ETFF), verantwoord onder de Garantie Ondernemingsfinanciering (GO), zijn de eerste garanties verstrekt. Van het garantiebudget van € 40 mln voor de ETFF is voor € 10 mln aan garanties verstrekt. Voor de Groeifaciliteit en de Garantie Ondernemingsfinanciering (GO) lag het niveau van de gefiatteerde garanties onder het niveau van 2017. De benutting van de diverse garantieregelingen lag hiermee onder het maximaal beschikbare garantieplafond. Benutting van de maximale plafonds van de garantieregelingen is geen doel op zich. De regelingen beogen het verstrekken van krediet of risicokapitaal te accommoderen daar waar de markt dit vanwege marktfalen eigenstandig niet doet. Een lagere benutting kan erop duiden dat de markt in grotere mate in staat is zonder garantie kredieten en risicokapitaal te verstrekken.

Daarnaast werden enkele stortingen verricht in de begrotingsreserves van de garantieregelingen voor in totaal een bedrag van € 28,4 mln. Dit betrof de volgende bedragen: BMKB (€ 21,7 mln), Groeifaciliteit (€ 4,5 mln), Garantie Ondernemingsfinanciering (€ 2,1 mln); MKB-financiering (€ 0,2 mln)

De belangrijkste oorzaken voor de verplichtingenmutaties op de overige begrotingsinstrumenten betreffen:

MKB Innovatiestimulering Topsectoren (MIT, – € 13,5 mln)

Dit komt door een overheveling naar het Provinciefonds van € 19,3 mln ten behoeve van de decentrale uitvoering van de MIT. Deze overheveling heeft voor € 3,2 mln betrekking op de tranche 2017 en voor € 16,1 mln op de tranche 2018. Voor € 4,5 mln betreft het een intensivering uit de enveloppe Toegepast Onderzoek. Hiernaast vond een tijdelijke toevoeging plaats vanuit het SBIR-budget (€ 1,7 mln). Bij Voorjaarsnota 2019 zal dit budget weer aan SBIR worden toegevoegd.

Bevorderen Ondernemerschap (€ 10 mln)

De hogere verplichtingenrealisatie wordt veroorzaakt door de aanvullende bijdragen voor de experimentele regeling MKB-!dee en voor valorisatie, startups en digitalisering MKB vanuit de enveloppe Toegepast Onderzoek conform het Regeerakkoord (€ 5 mln). Daarnaast is een verplichting aangegaan voor het realiseren van een logistieke oplossing voor de Europese distributie van reserve-onderdelen voor de F-35 in Woensdrecht.

Programma Verduurzaming Industrie (– € 16,9 mln)

Hiervan is in het kader van de verduurzaming van de industrie € 1 mln via het Ministerie van OCW beschikbaar gesteld voor het NWO-programma elektrochemie, en € 0,7 mln aan de gemeente Rotterdam voor het project AsBeter. Het restant van € 15,2 mln betreft middelen die in 2018 niet tot besteding zijn gekomen onder andere doordat het aantal aanvragen voor het Beleidsexperiment CO2-reductie industrie achterbleef bij het opengestelde plafond. Deze middelen zullen in 2019 weer beschikbaar komen voor de verduurzaming van de industrie.

Onderzoek en opdrachten (€ 3,7 mln)

De hogere verplichtingenrealisatie wordt veroorzaakt doordat de bijdrage aan het CBS voor statistieken van ca. € 1 mln per jaar in 2018 voor de gehele periode van 2019–2023 jaar is gecommitteerd.

Tegemoetkoming stormschade BES-eilanden (€ 2,1 mln)

Het kabinet heeft in november 2017 besloten om ondernemers in de toeristische sector op de eilanden Saba en St Eustatius, die als gevolg van de stormschade omzetderving hebben geleden, financieel tegemoet te komen. In totaal is € 2,1 mln aan ondersteuning aangevraagd.

Opstartkosten Invest-NL in opbouw (– € 9,4 mln)

Per medio april 2018 is de verantwoordelijkheid voor het opstartbudget Invest-NL in opbouw overgedragen aan het Ministerie van Financiën, dat na oprichting van Invest-NL de aandeelhoudersrol zal vervullen. Het bijbehorend budget is daarom eveneens naar het Ministerie van Financiën overgeheveld.

Transitie- en ontwikkelingskosten (– € 16,9 mln)

Het budget voor internationale ontwikkeltaken (€ 9 mln) is overgeheveld naar BHOS. Daarnaast werd ten opzichte van de oorspronkelijke raming € 2,7 mln niet besteed van het ontwikkelbudget Invest-NL. Invest-NL verkeert nog in de voorbereidende fase waardoor niet het volledige budget ingezet kon worden. Daarnaast werd er in 2018 nog geen aanspraak gemaakt op het transitiebudget van oorspronkelijk € 5,2 mln. De transitiekosten zullen namelijk naar verwachting in 2019 en volgende jaren aan de orde zijn. Het budget zal in de komende jaren weer beschikbaar worden gesteld.

Bijdrage Logius (€ 1,9 mln)

De hogere verplichtingenrealisatie is het gevolg van het aangaan van een driejarige verplichting voor Bureau Forum Standaardisatie (BFS), bij Logius. In de 1e suppletoire begroting is hiervoor het verplichtingenbudget verhoogd ten laste van komende jaren.

Bijdrage RVO (€ 5,8 mln)

Dit betreft een verhoging van het opdrachtbudget van RVO.nl ten behoeve van onder meer opdrachten op het terrein van Circulaire economie, SBIR, MKB-innovatiestimulering topsectoren, Global Stars, Brexit, MVI Benchmark, Caribisch Nederland Octrooicentrum Nederland, Ruimte in regels, Hannover Messe, Digital gateway en een ophoging van het budget in het kader van de loon- en prijsbijstelling.

Bijdrage TNO (€ 58,6 mln)

Dit betreft met name voor € 44 mln de intensiveringen vanuit de enveloppe Toegepast Onderzoek, € 6,6 mln de loon- en prijsbijstelling en per saldo € 8,4 mln aan bijdragen van andere departementen voor werkzaamheden van TNO. Deze laatste post kan worden onderverdeeld in € 4,5 mln van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in het kader van de wet Basis Registratie Ondergrond, € 5,2 mln van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor het Maatschappelijk Programma Arbeidsomstandigheden (MAPA) en de Inspectie SZW, € 1,8 mln van het Ministerie van Justitie & Veiligheid voor de strategische kennisopbouw op het gebied van J&V en tot slot een overheveling naar het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van € 3,1 mln ten behoeve van het Dutch Food Initiative (DFI).

Kamer van Koophandel (€ 18,5 mln)

De hogere verplichtingenrealisatie voor de Kamer van Koophandel komt voort uit bijdragen van de Ministeries van Financiën en Veiligheid en Justitie voor de bouw en vulling van het UBO-register en de door het Ministerie van Financiën uitgekeerde loon en prijsbijstelling en een technische mutatie voor de uitkering hiervan in 2019, alsmede de door de Unie van Waterschappen en VNG geleverde bijdrage voor inputfinanciering van het handelsregister. Daarnaast is het benodigde budget beschikbaar gesteld voor de kosten van de bronkopie van het handelsregister en voor het programma NL groeit in 2018.

PPS-toeslag (€ 46,4 mln)

Dit komt met name door de intensivering vanuit de enveloppe Toegepast Onderzoek conform het Regeerakkoord waardoor de verplichtingen met € 46 mln zijn opgehoogd.

TO2 instituten (€ 24,3 mln)

Dit komt in het bijzonder door de intensivering vanuit de enveloppe Toegepast Onderzoek conform het Regeerakkoord van € 5,8 mln voor Marin, € 10,8 mln voor Deltares en € 6,4 mln voor NLR.

Toelichting op de uitgaven

Garanties

De schadedeclaraties voor de BMKB vielen fors lager uit dan de raming in de begroting vanwege het lage aantal faillissementen. Hierdoor was het mogelijk € 21,7 mln als saldo van ontvangsten, schadedeclaraties en beschikbare begrotingsmiddelen af te storten aan de begrotingsreserve BMKB. Ook voor de Groeifaciliteit (GF) en de GO werden nauwelijks schades gedeclareerd, respectievelijk ruim € 8 mln en € 6 mln lager dan geraamd. Hierdoor kon voor de GF € 4,5 mln en voor de GO € 2,1 mln worden gestort in de begrotingsreserves. Voor de garanties MKB-financiering werd € 0,2 mln gestort in de begrotingsreserve.

Subsidies

MKB Innovatiestimulering Topsectoren (MIT, – € 15,5 mln)

Dit komt door een overheveling naar het Provinciefonds van € 19,3 mln ten behoeve van de decentrale uitvoering van de MIT. Deze overheveling heeft voor € 3,2 mln betrekking op de tranche 2017 en voor € 16,1 mln op de tranche 2018. Voor € 2 mln betreft het een intensivering uit de enveloppe Toegepast Onderzoek. Hiernaast vond een tijdelijke toevoeging plaats vanuit het SBIR-budget (€ 1,7 mln). Bij Voorjaarsnota 2019 zal dit budget weer aan SBIR worden toegevoegd.

Bevorderen Ondernemerschap (€ 6,4 mln)

Dit betreft hogere uitgaven als gevolg van de toegevoegde middelen uit de enveloppe Toegepast Onderzoek ten behoeve van onder andere de experimentele regeling MKB !dee, valorisatie en digitalisering MKB. Daarnaast is een subsidie verstrekt voor het realiseren van een logistieke oplossing voor de Europese distributie van reserve-onderdelen voor de F-35 in Woensdrecht. Hiervoor is € 1,5 mln voorschot verstrekt.

Programma verduurzaming industrie (– € 17,8 mln)

Zie toelichting op de verplichtingen.

Opdrachten

Project Mainport Rotterdam (– € 7,9 mln)

Het Project Mainport Rotterdam maakt onderdeel uit van de LNV-begroting en is verantwoord onder artikel 8.

Invest-NL in opbouw opstart (– € 8,6 mln)

Zie toelichting op de verplichtingen.

Bijdragen aan agentschappen

Invest-NL in opbouw Transitie- en ontwikkelingskosten (– € 16,9 mln) en bijdrage RVO (€ 5,8 mln)

Zie toelichtingen op de verplichtingen.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Bijdrage TNO (€ 27,8 mln)

Dit betreft met name € 19 mln voor intensiveringen vanuit de enveloppe Toegepast Onderzoek, € 3,6 mln loon- en prijsbijstelling en voor per saldo € 4,8 mln aan bijdragen van andere departementen voor werkzaamheden van TNO. Deze laatste post kan worden onderverdeeld in € 4,5 mln van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in het kader van de wet Basis Registratie Ondergrond, € 1,8 mln van het Ministerie van Justitie & Veiligheid voor de strategische kennisopbouw op het gebied van J&V en € 1 mln van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor werkzaamheden op het gebied van de Inspectie SZW en asbestonderzoek en tot slot een overheveling naar het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van € 2,5 mln ten behoeve van het Dutch Food Initiative (DFI).

KvK (€ 13,5 mln)

Zie toelichting op de verplichtingen.

Bijdragen aan (inter-)nationale organisaties

PPS-toeslag (€ 15,3 mln)

Dit betreft in het bijzonder de intensivering van € 15 mln uit de enveloppe Toegepast Onderzoek conform het Regeerakkoord.

TO2 (€ 10,8 mln)

Dit betreft met name de intensivering vanuit de enveloppe Toegepast Onderzoek conform het Regeerakkoord van € 2,7 mln voor Marin, € 4,2 mln voor Deltares en € 2,9 mln voor NLR.

Topsectoren overig (€ 9,3 mln)

De hogere uitgaven worden vooral veroorzaakt doordat voor uitfinanciering van de in eerdere jaren aangegane verplichtingen voor Be-Basic (€ 6 mln), Holst (€ 1,8 mln) en NWO (€ 1 mln), middelen zijn ingezet die aanvankelijk niet in de begroting 2018 waren geraamd. Voor Be-Basic en NWO betrof het een vertraagde uitfinanciering. Voor Holst betrof het een versnelling. Daarnaast is aan Holst € 1 mln aanvullend budget ter beschikking gesteld.

Strategisch doel 1 Stimuleren van een concurrerend, innovatief en duurzaam bedrijfsleven

Tabel kengetallen behorend bij strategisch doel 1

Kengetallen

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Bron

MIT 1
             

RVO.nl

Aantal bedrijven dat deelneemt aan MIT

 

707

662

1.206

1.287

1.434

1.407

 

Omvang private R&D-uitgaven ondersteund met MIT (x € 1 mln)

 

26

61

86

83

96

102

 

Eurostars

             

RVO.nl

Aantal Nederlandse deelnemers aan Eurostars

44

49

20

69

75

72

72

 

waarvan bedrijven

37

37

13

50

52

49

55

 

waarvan hightech MKB (%)

89%

81%

100%

96%

90%

98%

93%

 

Door Eurostars ondersteunde private R&D-uitgaven van Nederlandse deelnemers (x € 1 mln)

11,1

13

7

32

28

30

36

 

Horizon2020

             

RVO.nl/EC

Aantal Nederlandse deelnemers aan H2020

 

1.544

449

712

984

1.388

1.576

 

waarvan bedrijven

 

1.185

298

500

713

1.003

1.148

 

Omvang H2020-middelen voor Nederlandse deelnemers (retour in mln euro)

 

3.403

538

1.016

1.644

2.272

3.026

 

waarvan bedrijven (%)

 

21%

31%

28%

25%

27%

26%

 

Retourpercentage voor Nederland (%)

 

7,5%

8,1%

7,7%

7,5%

7,6%

7,6%

 

WBSO

             

RVO.nl

Aantal bedrijven dat gebruik maakt van WBSO

22.220

22.640

22.974

22.980

22.330

21.265

20.279

 

Door WBSO ondersteunde private R&D-uitgaven (S&O-loon, x € 1 mln)

3.854

3.917

3.997

3.868

3.930

4.008

4.042

 

Noot 1: Het realisatiecijfer van de MIT over 2018 is nog niet definitief vanwege het feit dat nog niet alle provincies de volledige cijfers hebben aangeleverd.

Strategisch doel 2 Bevorderen ondernemerschap en toegang tot en benutting van ondernemers(risico)financiering

Tabel kengetallen behorend bij strategisch doel 2

Kengetallen

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Bron

BMKB

             

RVO.nl

Verstrekte garanties BMKB, x € 1 mln

486

344

372

446

657

558

585

 

Totaal aantal verstrekte garanties

2.640

1.983

1.949

2.545

3.688

3.299

3.094

 

Groeifaciliteit

             

RVO.nl

Verstrekte garanties Groeifaciliteit, x € 1 mln

13

8

32

19

37

21

19

 

Totaal aantal verstrekte garanties

21

16

20

14

17

8

10

 

Garantie Ondernemingsfinanciering (GO)

             

RVO.nl

Verstrekte garanties GO, x € 1 mln

103

103

82

137

58

91

56

 

Totaal aantal verstrekte garanties

53

51

39

76

36

80

54

 

Qredits

             

Qredits

Aantal verstrekte kredieten1

1.134

1.020

1.192

1.373

1.750

2.238

3.557

 

Noot 1: Microkrediet, MKB-krediet, flexibele kredieten, achtergestelde leningen, lease en Carribean krediet

Strategisch doel 3 Ontwikkelen en benutten van hoogwaardig (internationaal) publiek gefinancierd onderzoek en technologie, inclusief publiek-private samenwerking

Tabel kengetallen behorend bij strategisch doel 3

Kengetallen

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Bron

TKI's

             

RVO.nl/TKI’s

Omvang middelen PPS-programma’s TKI (x € 1 mln)

 

571

814

970

1.060

1.207

n.n.b.1
 

waarvan private middelen (%)

 

35%

44%

49%

48%

46%

n.n.b.

 

TO2

               

Klanttevredenheid Deltares

 

8,0

7,9

8,7

8,6

8,2

8,7

Deltares

Klanttevredenheid Marin

 

8,8

9,0

8,8

8,9

8,6

8,8

Marin

Klanttevredenheid NLR

 

8,5

8,7

8,8

8,7

8,7

8,7

NLR

Klanttevredenheid TNO

 

8,2

8,3

8,4

8,6

8,6

8,8

TNO

Kennisbenutting Deltares

     

96%

97%

93%

95%

Deltares

Kennisbenutting Marin

     

97%

100%

100%

100%

Marin

Kennisbenutting NLR

     

99%

99,5%

99%

96%

NLR

Kennisbenutting TNO

     

98%

98%

98%

99%

TNO

Europese Ruimtevaartorganisatie (ESA)

               

Aantal Nederlandse bedrijven dat deelneemt aan ruimtevaartprogramma’s ESA

499

 

552

121

121

136

160

ESA

Ruimtevaart geo-return/retour (%)

1,07

1,10

1,14

1,02

1,18

1,16

1,11

ESA

Noot 1: De cijfers zijn gebaseerd op de subsidieaanvraag 2018, maar hebben betrekking op de gerealiseerde publiek-private samenwerking in 2017. De voorlopige realisatie voor 2018 is beschikbaar in de zomer van 2019 (begroting 2020).

Strategisch doel 4 Waarborgen van responsieve overheids- en informatiediensten en ondersteuning voor ondernemers op regionaal, nationaal en internationaal niveau

Tabel kengetallen behorend bij strategisch doel 4

Kengetallen

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Bron

Innovatie Attaché Netwerk

           

IAN/RVO.nl

Geformaliseerde samenwerkingsverbanden

67

115

78

97

60

57

 
Klanttevredenheid1

8,6

8,8

8,6

8,1

8,2

8,0

 

Netherlands Foreign Investment Agency

           

NFIA/RVO.nl

Projecten

193

187

207

227

224

248

 

Investeringsomvang (€ mln)

1.658

3.185

1.765

1.467

1.227

2.760

 

Werkgelegenheid (arbeidsplaatsen)

8.435

6.304

7.779

7.570

8.158

8.475

 

KvK/Ondernemerspleinen

           

KvK

Waardering Kamer van Koophandel2
 

7,1

7,1

7,2

– 10

– 10

 

Bereik Kamer van Koophandel

 

51%

52%

55%

55%

54%

 

Waardering Ondernemersplein.nl

 

6,8

6,8

7,0

7,3

7,2

 

Noot 1: In het najaar van 2017 is geen meting uitgevoerd onder klanten van het netwerk.

Noot 2: Vanaf 2017 wordt een netto score berekend: het percentage van de ondervraagden dat een rapportcijfer van 8 of beter geeft minus het percentage van de ondervraagden dat een rapportcijfer 6 of minder geeft.

Toelichting op de ontvangsten

Voor de Garantie Ondernemingsfinanciering en de Groeifaciliteit is minder ontvangen dan geraamd. Dit wordt veroorzaakt doordat de afgelopen jaren de benutting voor beide regelingen onder het maximaal beschikbare garantieplafond lag, waardoor de ontvangsten ook lager uitvallen.

Octrooiontvangsten (€ 5,7 mln). De octrooiontvangsten in Nederland berusten voor het overgrote deel op de in Nederland gevalideerde Europese octrooien die zijn verleend door het Europees Octrooibureau (EOB). Deze octrooiontvangsten op basis van Europees verleende octrooien bestaan voor 90–95% uit de jaarlijks te betalen (per jaar oplopende) instandhoudingstaksen. Het EOB heeft zijn octrooiverleningsprocessen efficiënter gemaakt en heeft de afgelopen jaren aanzienlijk méér octrooien verleend, met als gevolg ook méér Europese octrooien die hier gevalideerd zijn en in stand worden gehouden (met meer ontvangsten). Sinds 2013 is een trend waarneembaar dat octrooien via betaling van (jaarlijks hogere) instandhoudingstaksen bovendien langer (ook tussen het 15e en 20e levensjaar) in stand worden gehouden, met als gevolg méér en hogere ontvangsten (voortvloeiend uit zowel gevalideerde Europese octrooien alsook Nederlandse Rijksoctrooien).

De overige ontvangsten lagen € 19,3 mln hoger dan oorspronkelijk geraamd. De belangrijkste oorzaken hiervan zijn:

  • •  Terugontvangsten RVO € 3,2 mln. Dit betreft een terugontvangst in het kader van het afsluiten van de opdracht aan RVO.nl ten behoeve van het reeds beëindigde programma Pieken in de Delta. De met het programma gemoeide uitvoeringskosten vielen lager uit dan oorspronkelijk was geraamd.
  • •  Diverse ontvangsten innovatie (€ 7,0 mln). Dit betreft een terugbetaling van € 4,1 mln rijkscofinanciering voor het INTERREG-V Twee Zeeën programma voor de periode 2014–2020 INTERREG. Deze cofinancieringsmiddelen konden niet via de Managementautoriteit worden uitbetaald en zijn derhalve teruggestort naar EZK. De cofinanciering is gedeeltelijk via maatwerkbeschikkingen ter beschikking gesteld en zal gedeeltelijk via een regeling alsnog ter beschikking worden gesteld. Daarnaast zijn meer ontvangsten gerealiseerd vanwege terugbetalingen op oude verplichtingen, waaronder het Technische Ontwikkelingskrediet.
  • •  Ontvangsten Actal en Logius (€ 1,5 mln). Dit betreft een terugbetaling aan EZK van het banktegoed van Actal bij de beëindiging en eindafrekening van Actal en daarnaast een terugbetaling van Logius van niet benut opdrachtbudget uit voorgaande jaren.
  • •  Ontvangsten EFRO (€ 6,2 mln). Dit betreft een terugbetaling van niet-benutte rijkcofinanciering die betrekking had op de INTERREG programma’s Duitsland-Nederland, Euregio Maas-Rijn en Vlaanderen-Nederland in de periode 2007–2013.

Toelichting op de begrotingsreserves

Begrotingsreserve Borgstelling MKB-kredieten (BMKB)

Bedragen x € 1 mln

Stand 1/1/2018

69,8

+ Storting

21,7

– Onttrekking

 

Stand per 31/12/2018

91,5

Op basis van de gerealiseerde schade-uitgaven, de beschikbare middelen op de begroting en de gerealiseerde ontvangsten is € 21,7 mln gestort in de begrotingsreserve BMKB.

Begrotingsreserve Groeifaciliteit

Bedragen x € 1 mln

Stand 1/1/2018

18,3

+ Storting

4,5

– Onttrekking

 

Stand per 31/12/2018

22,8

Op basis van de gerealiseerde schade-uitgaven, de beschikbare middelen op de begroting en de gerealiseerde ontvangsten is € 4,5 mln gestort in de begrotingsreserve Groeifaciliteit.

Begrotingsreserve Garantie Ondernemingsfinanciering (GO)

Bedragen x € 1 mln

Stand 1/1/2018

65,1

+ Storting

2,1

– Onttrekking

 
Stand per 31/12/20181

67,1

Noot 1: De afwijking van dit bedrag met de twee bovenstaande bedragen wordt veroorzaakt door een afrondingsverschil.

Op basis van de gerealiseerde schade-uitgaven, de beschikbare middelen op de begroting en de gerealiseerde ontvangsten is € 2,1 mln gestort in de begrotingsreserve Garantie Ondernemingsfinanciering.

Begrotingsreserve Garantie MKB-financiering

Bedragen x € 1 mln

Stand 1/1/2018

9,0

+ Storting

0,2

– Onttrekking

 
Stand per 31/12/20181

9,3

Noot 1: De afwijking van dit bedrag met de twee bovenstaande bedragen wordt veroorzaakt door een afrondingsverschil.

Op basis van de gerealiseerde schade-uitgaven, de beschikbare middelen op de begroting en de gerealiseerde ontvangsten is € 0,2 mln gestort in de begrotingsreserve Garantie MKB-financiering.

Budgetflexibiliteit begrotingsreserves

Stand begrotingsreserves per 31 december 2018 (x € 1.000)

 

Waarvan juridisch verplicht

Borgstelling MKB-kredieten (BMKB)

91.456

100%

Garantie Ondernemingsfinanciering (GO)

67.112

100%

Groeifaciliteit

22.779

100%

Garantie MKB-financiering

9.261

100%

BMKB

Bij de BMKB is sprake van een niet geheel kostendekkende regeling. In de periode 2009–2015 is voor circa € 384 mln aan schades – veroorzaakt door het hoge aantal faillissementen als gevolg van de economische crisis – en uitvoeringskosten uit begrotingsmiddelen gefinancierd. Om in de toekomst bestand te zijn tegen een crisis met een dergelijke omvang, dient in tijden van hoogconjunctuur «gespaard» te worden. De begrotingsreserve kan als gevolg daarvan toenemen tot een forse omvang. Op het moment dat een economische crisis aan de orde is en de verliesdeclaraties toenemen, is de voorziening noodzakelijk om de tekorten aan te vullen. Het uitstaand obligo van de BMKB was ultimo 2018 circa € 1,9 mld waarmee de volledige begrotingsreserve juridisch verplicht is. Ervaring wijst echter uit dat slechts een beperkt deel van de garanties tot schadedeclaraties leidt. Voor een crisis, zoals hiervoor genoemd, dient echter een adequate buffer voorhanden te zijn.

Garantie Ondernemingsfinanciering (GO) en de Groeifaciliteit (GF)

Bij de Garantie Ondernemingsfinanciering en de Groeifaciliteit is sprake van in opzet kostendekkende regelingen. Bij deze regelingen dient de begrotingsreserve er toe de discrepantie in de tijd tussen ontvangsten en uitgaven te verevenen. Bij deze regelingen kunnen relatief grote verliesdeclaraties worden ingediend, die de omvang van de in enig jaar te ontvangen provisies te boven gaan. Voor die situaties is het nodig een forse begrotingsreserve aan te houden om deze tegenvallers binnen de begroting te kunnen accommoderen. Het uitstaande obligo voor deze regelingen was ultimo 2018 € 598 mln (GO) en € 104 mln (GF) waardoor de volledige reserves voor deze regelingen juridisch verplicht zijn. De omvang en benutting van de begrotingsreserves worden betrokken bij de evaluatie van deze regelingen. De begrotingsreserve GO wordt ook ingezet ten behoeve van de GO-Energietransitie Financieringsfaciliteit (GO ETFF).

Garantie MKB-financiering

Dit betreft de begrotingsreserve ten behoeve van de fundinggaranties in het kader van het Aanvullend actieplan MKB-financiering. De begrotingsreserve dient er toe de discrepantie in de tijd tussen de premieontvangsten en de uitgaven te verevenen. Het uitstaand obligo ultimo 2018 van deze garanties is € 168,2 mln, waarmee de volledige voorziening juridisch is verplicht.