Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

3. BELEIDSPRIORITEITEN

Beleidsprioriteiten Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

Inleiding

Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) werkt aan een duurzaam en ondernemend Nederland. Een duurzaam Nederland, omdat de effecten van klimaatveranderingen groot en steeds meer zichtbaar zijn. Daarom heeft de transitie naar een duurzame, CO2-neutrale economie prioriteit. Een ondernemend Nederland, omdat we zo ons verdienvermogen kunnen versterken. Daarom stimuleren we innovatie en creëren we de juiste randvoorwaarden voor ondernemers om tot bloei te komen. Dat doet EZK niet alleen, maar samen met alle betrokken partijen. Omdat effectief en gedragen beleid vraagt om goede samenwerking. Dat is waar EZK zich in 2018, in lijn met het Regeerakkoord, voor heeft ingezet.

2018 was een goed jaar voor de Nederlandse economie. De Nederlandse economie groeide met 2,7% en behoorde daarmee tot de voorhoede van het eurogebied. Het groeicijfer was minder sterk dan voorgaande jaren, maar in lijn met de verwachtingen. De werkgelegenheid groeide in 2018 het sterkst in tien jaar tijd. De werkloosheid daalde naar 3,8%. De vacaturegraad, een belangrijke indicator voor arbeidsmarktkrapte, overtrof het niveau van vóór de economische crisis.

Economische groei stelt ons in staat om onze welvaart te vergroten en de publieke voorzieningen, waar we allemaal aan hechten, mee te financieren. Het heeft een positief effect op onze kwaliteit van leven en op onze levensverwachting. Het is wereldwijd het beste medicijn gebleken tegen armoede, kindersterfte, grondvervuiling en maatschappelijke problemen. Positieve groeicijfers zijn dus belangrijk, maar geen doel op zich. Economische groei is een middel om de brede welvaart te verhogen.

Dit vertaalt zich bijvoorbeeld in inspanningen om de economische groei op de lange termijn te vergroten en tegelijkertijd de CO2-uitstoot te verlagen. Wat EZK betreft gaan beide doelen hand in hand. Groei is geen synoniem voor méér, maar voor béter. Voor vooruitgang.

Duurzaam Nederland

De aarde warmt op en ons klimaat verandert. Een transitie naar een duurzame, CO2-neutrale economie is nodig om deze ontwikkeling en de impact ervan te beperken. In het Akkoord van Parijs is afgesproken de gemiddelde opwarming van de aarde ruim onder de 2°C te houden ten opzichte van het pre-industriële tijdperk, en te streven naar een opwarming van 1,5°C. Het ambitieuze doel van het kabinet is om de uitstoot van broeikasgassen met 49% te reduceren in 2030, waarmee het verder gaat dan de toezegging van de EU van 40% in 2030. En in Europa pleiten we voor een broeikasgasreductie van 55% in 2030. Ook in 2018 heeft EZK beleid gevoerd dat invulling geeft aan deze ambitie.

Klimaatakkoord

In 2018 is gewerkt aan een breed gedragen Klimaatakkoord dat invulling geeft aan de doelstelling van het kabinet van 49% broeikasgasreductie in 2030. Honderden partijen zijn hierbij betrokken: overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties hebben onderhandeld aan de tafels mobiliteit, industrie, gebouwde omgeving, elektriciteit en landbouw & landgebruik. Ook naast de tafels zijn er vele gesprekken gevoerd om zorgen, wensen en beelden op te halen. Veel verschillende partijen aan de tafels onderschrijven de kabinetsambitie. Dit alles heeft geresulteerd in het ontwerp-Klimaatakkoord dat op 21 december aan de Minister van EZK is aangeboden.1 Op alle tafels liggen voorstellen die gezamenlijk de transitie naar een duurzame, CO2-neutrale economie moeten inzetten. Dit ontwerp-Klimaatakkoord is ter doorrekening van onder andere de verwachte uitstootreductie en budgettaire en inkomenseffecten aan het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Planbureau (CPB) gestuurd. Na een politieke weging hiervan moet dit in 2019 leiden tot een definitief Klimaatakkoord.

Gaswinning Groningen

In 2018 is besloten om de gaswinning in Groningen zo snel mogelijk te beëindigen.2 Hierbij is een afweging gemaakt tussen veiligheid en leveringszekerheid. Het besluit betekent dat de grote gasverbruikers verplicht worden om over te schakelen. Verder heeft het kabinet besloten tot de bouw van een stikstoffabriek in Zuidbroek om de vraag naar Groningengas versneld af te bouwen. En mede om uitvoering te geven aan dit besluit heeft het kabinet een Akkoord op Hoofdlijnen gesloten met Shell en Exxon.3
Voor de bewoners van het aardbevingsgebied is schadeafhandeling, versterking en toekomstperspectief het belangrijkst. Daarom is gekozen om de schadeafhandeling onafhankelijk van de NAM te organiseren. Bewoners kunnen sinds 19 maart 2018 voor fysieke schade aan woningen terecht bij de onafhankelijke Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen.4 Het wetsvoorstel Instituut Mijnbouwschade, dat de definitieve publiekrechtelijke organisatie van schadeafhandeling moet regelen, is aan de Raad van State aangeboden. In november hebben Rijk en regio het plan van aanpak vastgesteld voor de nieuwe versterkingsaanpak, om woningen in Groningen aardbevingsbestendig te maken. Tot slot is in 2018 met de provincie Groningen en de tien gemeenten in het aardbevingsgebied overeenstemming bereikt over een Nationaal Programma Groningen met een perspectief tot 2040. Hierin wordt in totaal € 1,15 mld geïnvesteerd.

Energieakkoord 2020

In 2018 is onverminderd doorgewerkt aan het uitvoeren van de afspraken uit het Energieakkoord. Om de doelen binnen bereik te houden heeft het kabinet in de Uitvoeringsagenda 2018 extra maatregelen met de Energieakkoord-partners afgesproken.5 Om het doel van 100 Petajoules (PJ) extra energiebesparing alsnog te realiseren is onder meer afgesproken dat de energiebesparingsplicht voor bedrijven en instellingen in de Wet Milieubeheer wordt aangevuld met een informatieplicht. Bedrijven en instellingen worden verplicht aan te geven welke energiebesparende maatregelen zij genomen hebben. Met deze informatie kan bevoegd gezag gerichter, en dus effectiever en efficiënter handhaven. Deze informatieplicht moet per 1 juli 2019 van kracht zijn. Verder hebben energie-intensieve bedrijven plannen ingediend om voor ruim negen PJ te besparen. En om tien PJ in de gebouwde omgeving te besparen is de regelgeving voor het verbruikskostenoverzicht aangepast, zodat energieleveranciers hun klanten vaker en beter inzicht kunnen geven in hun energieverbruik en besparingsmogelijkheden.

Verduurzaming industrie

In 2018 is de Subsidieregeling Beleidsexperiment CO2-reductie Industrie opengesteld voor kosteneffectieve pilot- en demonstratieprojecten die zorgen voor CO2-reductie in de industrie. Het totale budget is € 17,5 mln, waarvan € 9,1 mln aan verplichtingen is aangegaan en het restant wordt doorgeschoven naar 2019 ten behoeve van CO2-reductie van de industrie. Ook is, met een bijdrage van in totaal € 11 mln van EZK, de bouw van het Circulair Steam Project van de chemiebedrijven LyondellBasell en Covestro op de Maasvlakte van start gegaan. Hierbij zullen de eigen afvalstromen benut worden als nieuwe energiebron, wat jaarlijks tot 140.000 ton CO2-reductie en 0,9 PJ energiebesparing moet leiden.

Circulaire economie

In het kader van het Rijksbrede programma Circulaire Economie is in 2018, in samenwerking met I&W, BZK en LNV, het nationale uitvoeringsprogramma circulaire economie 2019–2023 opgesteld. EZK heeft vooral een rol in de uitvoeringsagenda’s biomassa & voedsel, kunststoffen, en de maakindustrie. In 2018 heeft EZK een eerste portfolio van vijf projecten ondersteund en de grondstoffenscanner ontwikkeld waarmee bedrijven voor hun grondstoffen de kwetsbaarheden in de keten kunnen vinden.

Warmtewet

In 2018 is de parlementaire behandeling van de wijziging van de Warmtewet afgerond.6 Met de wijzigingen worden knelpunten in onder meer de tariefregulering weggenomen, die naar voren kwamen in de evaluatie van de warmtewet in 2016.

Energie-innovatie

EZK stimuleert innovaties op het gebied van energie. In 2018 zijn verschillende innovatieprojecten toegewezen binnen de TKI-tenders van de Topsector Energie, de Hernieuwbare Energieregeling (HER) en de Demonstratieregeling Energie-Innovatie (DEI). Het gaat om toegepaste onderzoeksprojecten, en pilot- en demonstratieprojecten op het terrein van energiebesparing en hernieuwbare energieproductie. Ook is in 2018 extra ingezet op thema’s als bijvoorbeeld waterstof, waardoor een aantal unieke pilotprojecten van de grond zijn gekomen. Verder is de beleidsevaluatie van de energie-innovatieregelingen naar de Tweede Kamer gestuurd.7 De belangrijkste aanbevelingen zijn in 2018 nader uitgewerkt en zullen in 2019 tot een optimalisering van de regelingen leiden. Daarnaast is in 2018 gewerkt aan een Integrale Kennis- en Innovatieagenda waarin de nieuwe innovatieprioriteiten zijn opgenomen in de vorm van meerjarige missiegedreven innovatieprogramma’s (MMIP’s). In internationaal verband zijn onderhandelingen voor een nieuw Europees innovatiefonds gestart en zijn mede dankzij de inzet van Nederland een aantal belangrijke Europese plannen tot samenwerking op het terrein van innovatie opgesteld en aangenomen, zowel overkoepelend als op deelterreinen als windenergie op zee.

Wind op Zee

In het eerste kwartaal van 2018 heeft de tender voor kavel I en II van Windpark Hollandse Kust (zuid) plaatsgevonden. Dit is de eerste tender waarvoor geen SDE-subsidie beschikbaar was gesteld, en waar de selectie van de winnaar door middel van een zogenaamde vergelijkende toets heeft plaatsgevonden.8 In december is de tenderregeling voor de kavels III en IV voor Hollandse Kust (zuid) gepubliceerd, eveneens zonder subsidie. Daarnaast is in het najaar het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet Windenergie op Zee aan de Kamer aangeboden, die het kader gaat vormen voor de tenders voor 2020 en verder.9 Voor de uitvoering van de routekaart windenergie op zee 2030, is in 2018 een verkenning uitgevoerd naar opties voor de afvoer van de opgewekte energie van wind op zee, met een brede betrokkenheid van provincies, gemeenten, het Vlaamse Gewest, belangenorganisaties en het bedrijfsleven. Er is niet alleen gekeken naar verbindingen met elektriciteitskabels en aanlandpunten maar ook naar «onconventionele opties» zoals omzetting naar waterstof op zee. De verkenning heeft geresulteerd in een eerste selectie van mogelijke kabeltracés en aansluitpunten.

Investeringssubsidie duurzame energie

Met de Investeringssubsidie duurzame energie (ISDE) zijn investeringen in kleinschalige duurzame warmte productie installaties ondersteund. Het subsidiebudget van € 100 mln werd overvraagd. Daarom is besloten om het budget met € 8 mln op te hogen en daarmee alle ingediende aanvragen te kunnen honoreren. Het verhoogde ISDE-budget in 2020 zal leiden tot 0,8 PJ additionele energiebesparing ten opzichte van de verwachte energiebesparing in de NEV 2017.10

Ondernemend Nederland

Nederland is een van de meest concurrerende en innovatieve landen van de wereld: we staan op plek zes in de Global Competitiveness Index en in de Global Innovation Index op de tweede plaats. Willen we die posities behouden, of zelfs versterken, dan zal ons bedrijfsleven zich continu moeten blijven ontwikkelen. De wereld om ons heen doet dat namelijk ook. Dat geldt over de gehele linie: van startups tot het midden- en kleinbedrijf, familiebedrijven en multinationals. Het EZK-beleid was er daarom op gericht al die ondernemers de ruimte te geven om tot vernieuwing te komen. Zo heeft EZK beleid gevoerd om innovatie te stimuleren, digitalisering te versnellen en de juiste randvoorwaarden te creëren met bijvoorbeeld het MKB-actieplan, Invest-NL, het ondernemers- en vestigingsklimaat, Techniekpact en Europese en regionale samenwerking.

Innovatie stimuleren

Missiegedreven en Innovatiebeleid met impact

Voortbouwend op de publiek-private samenwerking in de Topsectorenaanpak is in 2018 het Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid geïntroduceerd.11 Daarin ligt een sterkere focus op de economische kansen van maatschappelijke uitdagingen en sleuteltechnologieën. Door de missiegedreven aanpak worden de krachten gebundeld op thema’s die van groot maatschappelijk belang zijn. Daarnaast kan beter de verbinding worden gelegd tussen verschillende innovatieagenda’s – op regionaal, nationaal, Europees en internationaal niveau. Met als doel om de verspreiding en benutting van kennis te verhogen is in de vernieuwde Topsectorenaanpak bovendien meer aandacht voor marktcreatie, valorisatie en het betrekken van startups.

Gedurende de doorontwikkeling van de Topsectorenaanpak heeft de publiek-private samenwerking niet stilgestaan. In 2018 is bijvoorbeeld Photon Delta gelanceerd. Daarnaast werd het Oncode Instituut geopend voor doorbraken in kankeronderzoek.

Toegepast onderzoek en innovatie

In het Regeerakkoord zijn extra middelen oplopend tot € 150 mln (en nog eens € 50 mln op de begroting van OCW) in 2020 beschikbaar gesteld voor toegepast onderzoek en innovatie.12 In 2018 is € 75 mln ingezet voor het versterken van de kennisbasis van de instituten voor toegepast onderzoek (TO2), het versterken van publiek-private samenwerking en het versterken van de positie van het mkb en startups in het innovatiebeleid.

Horizon 2020

EZK heeft zich in 2018 ingezet voor een goede verbinding van het nationale innovatiebeleid met Horizon 2020, het lopende Europese kaderprogramma (2014–2020) voor onderzoek en innovatie. De Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO) heeft in opdracht van EZK en andere departementen de Nederlandse deelname aan Horizon 2020 door middel van training, advies en informatie gestimuleerd. Sinds de start is jaarlijks circa € 750 mln aan Nederlandse belanghebbenden toegekend.13 Hiermee is Horizon 2020 één van de belangrijkste R&D-financieringsbronnen voor Nederlandse partijen.

Innovation Expo

Op 4 oktober 2018 vond de zevende editie van de tweejaarlijkse Innovation Expo plaats, met als doel om innovaties die oplossingen bieden voor maatschappelijke uitdagingen te versnellen. EZK heeft dit in samenwerking met de Ministeries van LNV, IenW, BZ en BZK georganiseerd. Op de Expo werden innovaties getoond, was er een financieringsmarkt en werden verschillende inhoudelijke sessies georganiseerd. Een grote meerderheid van de bezoekers gaf aan dat zij van mening zijn dat de Expo bijdroeg aan het versnellen van innovatie.

Internationaal Ondernemen

Een aantrekkelijk vestigingsklimaat is een belangrijke randvoorwaarde voor het Nederlandse bedrijfsleven om internationaal te ondernemen en voor het aantrekken van buitenlandse bedrijven. Op gebied van acquisitie was 2018 een zeer succesvol jaar. Via de ondersteuning van onder andere de Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA) hebben in 2018 372 buitenlandse bedrijven in Nederland nieuwe investeringen gedaan, goed voor 9.847 banen en een investeringsbedrag van € 2,85 mld. Zo hebben Tata Steel en ThyssenKrupp besloten het hoofdkantoor van hun Joint Venture in Nederland te vestigen. Daarnaast wordt het European Medicine Agency (EMA) vanaf 2019 in Nederland gevestigd.

Ook werd in 2018, in nauwe samenwerking met het Ministerie van Buitenlandse Zaken, het Internationaal Strategisch Overleg (ISO NL) ingesteld, waarin overheden, bedrijfsleven en kennisinstellingen zijn vertegenwoordigd om het beleid op gebied van handel, investeringen en kennis- en innovatiesamenwerking voor het eerst in hun onderlinge samenhang vorm te geven.14 Dit is de opvolger van de Dutch Trade & Investment Board (DTIB). Ook werd, ter ondersteuning van de internationale innovatiesamenwerking, in 2018 de Global Stars-regeling voor bedrijven en kennisinstellingen ingericht.15 Met deze regeling stimuleert EZK Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen om marktgerichte R&D uit te voeren met partners uit innovatieve economieën buiten Europa. In 2018 heeft deze regeling daarmee onder meer R&D-samenwerking met India (Life Sciences & HealthLSH) en Taiwan (Fotonica) mogelijk gemaakt en is de brede R&D-samenwerking met Brazilië in gang gezet.

Digitalisering versnellen

Nederlandse Digitaliseringsstrategie

In juni 2018 presenteerde het kabinet de Nederlandse Digitaliseringsstrategie 2018–2021.16 In deze strategie zet het kabinet uiteen hoe het de positie van Nederland als digitale koploper van Europa wil behouden. Nederland moet namelijk voorop lopen met digitalisering om de kansen van digitalisering te benutten en antwoorden te geven op nieuwe, fundamentele vragen die digitalisering oproept. Met onderzoek, met experimenten en met het toepassen van nieuwe technologie. Daarvoor is ook nodig dat we het vertrouwen van burgers en bedrijven vergroten. Het kabinet zet daarom in op een aanpak met twee sporen: maatschappelijke en economische kansen benutten en versnellen (bijvoorbeeld in sectoren als mobiliteit, energie en het agrifood-domein), en versterking van het fundament (waaronder privacybescherming, cybersecurity, digitale vaardigheden en eerlijke concurrentie). De strategie bevat de overkoepelende visie, uitgangspunten, randvoorwaarden en acties om de ambities van het kabinet te realiseren.

Smart Industry

In 2018 is de nieuwe Implementatieagenda Smart Industry 2018–2021 gepresenteerd, die beschrijft welke acties nodig zijn om als Nederland voorop te blijven lopen in de digitalisering van de industrie. Ook is het netwerk van vijf regionale Smart Industry Hubs opgestart, die de activiteiten in de regio bundelen en één loket per regio voor ondernemers creëren. Dit netwerk versterkt de samenwerking tussen de 36 Smart Industry Fieldlabs, praktijkomgevingen waar innovaties worden getest, ontwikkeld en gedemonstreerd.

Digitale connectiviteit

In 2018 is het Actieplan Digitale Connectiviteit gepresenteerd, waarin het kabinet aangeeft hoe het de ambitie wil realiseren dat alle Nederlanders in 2023 toegang hebben tot snel vast breedbandinternet.17 Ook zijn de onderhandelingen afgerond over het nieuwe Europese telecomkader. De nieuwe Europese afspraken moeten investeringen in nieuwe technologie als 5G stimuleren en tegelijk zorgen voor meer concurrentie. Op grond van deze nieuwe afspraken heeft de ACM de netwerken van KPN en VodafoneZiggo opengesteld voor andere aanbieders. Om daarnaast te zorgen voor een betere continuïteit van de digitale infrastructuur is bovendien de Wet Informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken (WIBON) in werking getreden.18 Door betere informatie-uitwisseling over de ligging van netten moet graafschade door de beheerders van deze netten worden voorkomen.

Digitalisering mkb

In 2018 is de eerste praktijktest versnelling digitalisering mkb gestart: het platform Driven by Data biedt ondernemers in ’s-Hertogenbosch concrete hulp om met slimme data toepassingen aan de slag te gaan. Bij succes kunnen dit soort praktijktesten worden opgeschaald.

Digitale veiligheid

Het Digital Trust Center, dat zich richt op bewustwording van cyberdreigingen bij het bedrijfsleven en het aanbieden van oplossingen hiervoor, is operationeel geworden in 2018. Concrete resultaten daarvan zijn zes nieuwe samenwerkingsverbanden en de oprichting van een website waar bestaande informatie over veilig digitaal ondernemen gebundeld en makkelijk toegankelijk wordt gemaakt, bijvoorbeeld met basisprincipes voor veilig digitaal ondernemen.19 Daarnaast is er een platform aanbesteed waarop bedrijven die kennis zoeken en willen delen op het gebied van cybersecurity elkaar digitaal kunnen ontmoeten. Ook is er in 2018 een nieuw programma gestart dat invulling geeft aan de verplichting uit de Europese NIB-richtlijn voor de beveiliging van netwerk- en informatiesystemen.20 Lidstaten worden daarin verplicht een computer security incident response team op te richten voor digitale dienstaanbieders (cloud-leveranciers, online marktplaatsen en zoekmachines). Incidenten bij netwerk- en informatiesystemen kunnen bij dit team worden gemeld.
De ontwikkeling dat steeds meer apparaten worden verbonden met het internet, het Internet of Things, biedt veel kansen, al kennen veel apparaten ook kwetsbaarheden. In 2018 is daarom de Roadmap Digitaal Veilige Hard- en Software gepubliceerd, waarin maatregelen staan die burgers, bedrijven en de overheid helpen om de digitale veiligheid van Internet of Things-producten te verbeteren.21

Vrij verkeer van data

In 2018 is in Europa de wet «vrij verkeer van niet-persoonlijke data» aangenomen.22 Hierin is afgesproken dat binnen de EU er geen wettelijke barrières meer mogen zijn voor niet-persoonlijke datastromen. Het kabinet heeft zich actief ingezet voor dit resultaat. Vanaf mei 2019 mogen lidstaten geen datalocatie-eisen (wetten, regels of procedures die dataopslag en -verwerking beperken tot een bepaalde geografische locatie) meer stellen binnen de EU. Voor persoonlijke data geeft de Algemene Verordening Gegevensbescherming al een aantal waarborgen voor vrij verkeer van persoonlijke data binnen de EU. Gezamenlijk versterken deze wetten de Digitale interne markt door vrije datastromen binnen de EU te garanderen.

Digitalisering en concurrentie

Digitalisering zorgt voor een verschuiving van marktverhoudingen en het ontstaan van nieuwe (markt)rollen, zowel voor consumenten als voor bedrijven. EZK houdt oog voor de (toekomstige) effecten van nieuwe markten en marktkansen voor het mededingings- en consumentenbeleid en het toezicht. In 2018 is daartoe een publieke consultatie gestart over de toekomstbestendigheid van het mededingingsinstrumentarium in relatie tot online platforms.23 Daarnaast heeft EZK zich in 2018 tijdens de onderhandelingen over een Europees voorstel over de relatie tussen platforms en bedrijven ingezet voor eerlijke verhoudingen in deze relatie.

De juiste randvoorwaarden creëren

Mkb

Om mkb’ers mee te laten profiteren van de groeiende, maar snel veranderende economie is het MKB-actieplan gepresenteerd.24 Met het MKB-actieplan helpt het kabinet het mkb met de grootste uitdagingen waar zij mee te maken heeft: menselijk kapitaal, digitalisering, financiering, toepassing van innovatie, regelgeving, fiscaliteit en internationale handel. Via een jaarlijkse voortgangsrapportage wordt verslag gedaan aan de Tweede Kamer over de uitvoering van het MKB-actieplan. Belangrijk daarbij is de structurele dialoog met ondernemers, kennisinstellingen, wetenschap en regionale overheden.
Ook heeft EZK met de provincies, MKB-Nederland en de topsectoren de MKB-Samenwerkingsagenda geactualiseerd.25 In de agenda zijn concrete acties opgenomen voor de versnelling van de digitalisering van het mkb, het aanpakken van het tekort aan vakmensen en het aanjagen van regionale financieringstafels. In 2018 is de gezamenlijke financiële inzet op de MKB Innovatiestimulering Topsectoren vergroot (€ 63,9 mln, waarvan € 40 mln EZK), zijn regionale Smart Industry hubs ingericht en gezamenlijk financieel ondersteund, is de samenwerking op internationaal terrein versterkt (via o.a. International Strategic Board en Trade & Innovate NL), en de samenwerking rondom financieringsfondsen en NIA (toekomstig Invest-NL) verder uitgebouwd.

Invest-NL

In 2018 is gewerkt aan de machtigingswet voor de oprichting van Invest-NL in 2019.26 Daarin zijn ook de doelstellingen en taken van Invest-NL vastgelegd. Doel is – indien de markt hierin onvoldoende voorziet – bij te dragen aan het financieren en realiseren van maatschappelijke transitieopgaven door ondernemingen en het bieden van toegang tot ondernemingsfinanciering aan het mkb en aan doorgroeiende ondernemingen. In totaal wordt er € 2,5 mld als investeringskapitaal ter beschikking gesteld voor Invest-NL en de nog op te richten instelling voor internationale financieringsactiviteiten. Het aandeelhouderschap van de Staat in Invest-NL wordt uitgeoefend door de Minister van Financiën. De Minister van EZK is de eerste verantwoordelijke voor de wet Invest-NL, en namens de Staat ondertekenen de Ministers van EZK en Financiën de aanvullende overeenkomst met de beleidsdoelen. Naast het investeringskapitaal stelt EZK een jaarlijkse subsidie van € 10 mln ter beschikking voor nationale projectontwikkeling.

Consumentenbeleid

In oktober 2018 is de Kamerbrief consumentenbeleid naar de Kamer gestuurd.27 In deze brief zijn de prioriteiten voor het consumentenbeleid voor de komende periode vastgesteld. De focus zal liggen op het verbieden van ongevraagde telefonische verkoop, een goede bescherming van consumenten in de digitale economie en een brede voorlichtingscampagne. Met deze eerste brief over het consumentenbeleid sinds 2012 heeft het ministerie haar regierol op dit terrein verstevigd en draagt zij bij aan een stevige positie van consumenten in de economie.

Financiering voor ondernemers

In 2018 zijn diverse acties ondernomen om de toegang tot financiering voor ondernemers te verbeteren, met name bij het mkb. In 2018 is vanuit het MKB-actieplan gewerkt aan onder andere het verbeteren financieringsmogelijkheden voor startups en scale-ups en voor het brede mkb. Voor startups en scale-ups is in 2018 gebruikgemaakt van de nieuwe regeling voor Seed business angels van jaarlijks € 10 mln en is er een scale-up fonds van € 160 mln.28

Techniekpact

In 2018 is een hernieuwd programma van het Techniekpact gelanceerd, met daarin de inzet voor 2018–2020.29 Dit bevat onder meer concrete afspraken tussen het bedrijfsleven, het onderwijs en de overheid om het tekort aan technici terug te dringen. Het vernieuwde pact benadrukt ook de verbinding tussen techniek en technologie met de maatschappelijke opgaven. Daarnaast is het project MKB!dee van start gegaan, waarin het mkb wordt uitgedaagd om zelf met ideeën te komen om meer investeringen in een leven lang ontwikkelen van de grond te krijgen.

Defensie Industrie Strategie

In 2018 hebben Defensie en EZK de Defensie Industrie Strategie (DIS) gepubliceerd. Daarin wordt op basis van het nationale veiligheidsbelang beoordeeld over welke kennis, prioritaire technologiegebieden en industriële capaciteiten Nederland zou moeten beschikken.30 Hierbij is gezocht naar een goede balans tussen het belang van internationale samenwerking, een gelijk speelveld op de defensiemarkt en het borgen van de nationale veiligheid. Een belangrijk instrument voor Nederland bij het creëren van een gelijk speelveld en de in de DIS genoemde doelstellingen is het Industrieel Participatiebeleid. Dit is gericht op het betrekken van Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen bij de productie en ontwikkeling van militair materieel voor de (inter-)nationale defensiemarkt. Over de resultaten van het industrieel participatiebeleid in 2017–2018 wordt de Kamer in juni 2019 geïnformeerd.

Brainport Nationale Actieagenda

De Brainport Nationale Actieagenda tussen het Rijk en de regio Eindhoven is op 6 juli 2018 vastgesteld. Deze is gericht op het behouden en versterken van de internationale concurrentiekracht. De agenda bevat een breed palet aan acties en initiatieven. Knelpunten die worden aangepakt zijn bijvoorbeeld het groeiend tekort aan talent en bepaalde vestigingsklimaatfactoren. Daarnaast bevat de agenda acties gericht op het benutten van de innovatiekracht van de regio, onder meer voor nationale maatschappelijke opgaven zoals gezondheid, energie en mobiliteit. Via middelen uit de Regio Deal Brainport Eindhoven, die LNV coördineert, wordt de komende vier jaar een eenmalige extra impuls van in totaal maximaal € 370 mln (Rijk € 130 mln, regio € 240 mln) aan een aantal acties uit de Actieagenda gegeven. Eerste resultaten zijn onder andere het Cyber weerbaarheidscentrum, investeringen in het Fotonica ecoysteem (via het strategisch plan Photon Delta), de ontwikkeling van de incubator Eindhoven Engine en het realiseren van hybride leeromgevingen.

Regio Deals

Regio Deals richten zich op een integrale aanpak van meervoudige regionale opgaven en de brede welvaart. In 2018 zijn verschillende voor EZK relevante Regio Deals gesloten en in uitvoering: Brainport Eindhoven (€ 130 mln) gekoppeld aan de Brainport Nationale Actieagenda, ESTEC (€ 40 mln) en Zeeland (€ 35 mln).31 LNV voert regie op de invulling van de regio-envelop in overleg met BZK.32 EZK is betrokken als één van de deelnemende vakdepartementen aan de Ministeriële Commissie Regionale Samenwerking.

Merkbaar betere regelgeving

De uitvoering van acties uit het programma «Merkbaar betere regelgeving en dienstverlening 2018–2021», dat in 2018 aan de Kamer is gestuurd, is in volle gang.33 Hiervoor is bijvoorbeeld de MKB-toets en de Life-event aanpak ontwikkeld. De Life-event aanpak is gericht op het oplossen van specifieke knelpunten in de verschillende stadia van de levenscyclus van bedrijven. Ook is de «Strategische commissie betere regelgeving bedrijven», die het kabinet adviseert over sector-overstijgende knelpunten in bestaande regelgeving, van start gegaan.

Tot slot

De Nederlandse economie presteert goed. EZK zet zich met gezamenlijke akkoorden, ambitieuze programma’s en concrete beleidsmaatregelen in voor verduurzaming en vernieuwing. Daarmee wil EZK de transitie naar een CO2-neutrale economie versnellen en tegelijk onze sterke concurrentiepositie behouden en hierop voortbouwen. Dat kunnen en willen we niet alleen: ondernemers, maatschappelijke organisaties, de verschillende ministeries, kennisinstellingen, de regio, de EU en andere landen zijn daarvoor essentieel.

Beleidsprioriteiten Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Inleiding

Het jaar 2018 was voor het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) een uitzonderijk jaar. Zo kampte Nederland met droge en warme weersomstandigheden die de natuur, landbouw en tuinbouw rechtstreeks raakten. Het was ook een dynamisch jaar met ontwikkelingen rondom onder meer de Brexit, mest en het Klimaatakkoord. Er wordt veel gevraagd van onze boeren, tuinders en vissers. Het Ministerie van LNV zet zich in om hun positie te versterken en draagt bij aan een verantwoorde landbouw en visserij en een sterke natuur. We hebben immers samen de verantwoordelijkheid om de volgende generaties te laten delen in een duurzame toekomst. Een toekomst waarin voedsel de waardering kan krijgen dat het verdient, verspilling wordt voorkomen, boeren, tuinders en vissers een eerlijke boterham verdienen en de natuur veerkrachtig is. LNV heeft in 2018 via de visie Waardervol en Verbonden hiervoor een koers uitgezet. De kern hiervan is een omschakeling van voortdurende verlaging van de kostprijs van producten naar voortdurende verlaging van het verbruik van grondstoffen, met als resultaat betere verdienmodellen, minder emissies naar bodem, lucht en water en vergroting van de biodiversiteit in het landelijk gebied. De economische positie van boeren, tuinders en vissers in de keten moet zo worden, dat zij in de kringlooplandbouw een goed inkomen verdienen, kunnen innoveren en gezonde bedrijven in stand kunnen houden en door kunnen geven. Onze waardering voor voedsel moet groter worden en Nederland moet een prominente rol houden in de vernieuwing van productiemethoden. Deze visie is opgesteld na gesprekken en discussies met vele betrokkenen en deskundigen uit bedrijfsleven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties. Na het uitbrengen ervan is gestart met de voorbereiding van de concrete uitwerking en vertaling naar afspraken met maatschappelijke partijen. Het jaar 2018 was ook het eerste volledige kalenderjaar voor het nieuwe Ministerie van LNV. Er is hard gewerkt aan het opbouwen en inrichten van de nieuwe organisatie. Tegelijkertijd zijn de reguliere werkzaamheden voortgezet.

Duurzame agroketens en een veilig voedselsysteem

De landbouw innoveert steeds weer en wil tegemoet komen aan wat de samenleving vraagt en wat de natuur, de bodem, het water en het ecosysteem nodig hebben. Dit is mogelijk door een omslag te maken naar kringlooplandbouw. In deze benadering past het beleid gericht op het verduurzamen van de veehouderij, gezonde bodems en een veilig en toekomstbestendig voedselsysteem.

Het versterken en verduurzamen van dierlijke agroketens

Een duurzame en een diervriendelijke veehouderij is van groot belang. Op 7 juli 2018 is het Hoofdlijnenakkoord sanering varkenshouderij en verduurzaming veehouderij naar de Tweede Kamer gestuurd. Het hoofdlijnenakkoord is afgesloten met ketenpartijen uit de coalitie Vitalisering Varkenshouderij, provincies (Noord-Brabant, Limburg, Gelderland, Overijssel en Utrecht) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Doel van het hoofdlijnenakkoord is enerzijds het aanpakken van de meest urgente gezondheids- en leefomgevingsrisico’s door de varkenshouderij. Anderzijds wordt een forse stimulans gegeven aan een verdere verduurzaming van de varkens-, pluimvee- en melkgeitenhouderij. Dierenwelzijn en diergezondheid zijn een integraal onderdeel van duurzame dierlijke agroketens. Met de beleidsbrief dierenwelzijn van 4 oktober 2018 is de visie op dierenwelzijn uiteengezet en aangegeven waar LNV deze kabinetsperiode op inzet, zoals het aanpakken van de problemen in de rashondenfokkerij en hondenhandel en de aankondiging van een wetsvoorstel met een verbetering van het sanctie instrumentarium op het terrein van dierenwelzijn. Op het terrein van de landbouwhuisdieren is een aanpak aangekondigd om sterfte onder jonge dieren en stalbranden terug te dringen en de condities van transport te verbeteren. Het sectorspecifieke antibioticumbeleid is gecontinueerd in 2018 en de Stichting Diergeneesmiddelenautoriteit (SDa) constateert dat in alle sectoren veel bedrijven het lage gebruik in 2017 hebben weten te consolideren en in een aantal gevallen nog verder hebben weten te verlagen. De reductiedoelstelling van 70% ten opzichte van het gebruik in 2009 staat nog steeds. In de periode 2009–2017 is het antibioticagebruik op basis van verkoopgegevens gedaald met 63,4%. Nadat de nieuwe benchmarkwaarden (-systematiek) door de SDa in juni 2018 werd geïntroduceerd, is LNV gesprekken gestart met de vleeskalver-, varkens en vleeskuikensector om te komen tot sectorspecifieke reductiedoelstellingen. De uitkomst hiervan wordt binnenkort aan de Kamer gemeld. Ten aanzien van dierproeven heeft het kabinet aangegeven hoe zij de Transitie proefdiervrije innovatie vorm wil geven samen met maatschappelijke partijen en andere ministeries.

Het versterken en verduurzamen van plantaardige agroketens

Gezonde bodems en planten liggen aan de basis van kringlooplandbouw. Op 23 mei 2018 is de Tweede Kamer geïnformeerd over de bodemstrategie met als doelstelling dat in 2030 alle landbouwbodems duurzaam worden. Vanuit de klimaatopgave is een kennisconsortium gestart om met duurzaam bodembeheer extra koolstof (1 megaton (Mton) in 2030) vast te leggen in landbouwbodems. Ook is gewerkt aan een betere kennisverspreiding van duurzaam bodembeheer in het groen onderwijs en de ontwikkeling van een aparte lesmodule duurzaam bodembeheer en klimaat. Een programma landbouwbodems wordt in samenwerking met ketenpartijen uitgewerkt. In 2018 is verder het CO2-convenant in de glastuinbouw hernieuwd. De doelstellingen binnen een dalend sectorplafond voor CO2 zijn aangescherpt en bij overschrijding worden boetes opgelegd. Daarmee is de glastuinbouw de enige sector in Nederland die dergelijke harde afspraken met de overheid heeft vastgelegd. Verder zijn met stakeholders en overheidsdiensten (NVWA en het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden) stappen gezet om knelpunten aan te pakken die de toepassing van geïntegreerde gewasbescherming kunnen belemmeren (Systeemaanpak Duurzame gewasbescherming) en om het gebruik van laagrisicomiddelen te bevorderen.

Mestbeleid

Nederland heeft wederom een derogatie gekregen in het kader van de Nitraatrichtlijn. Dit stelt deelnemers van deze derogatie in staat om een grotere hoeveelheid graasdiermest uit te rijden per hectare. Waar een derogatie doorgaans voor vier jaar wordt verleend heeft de EC besloten voor Nederland deze te verlenen voor twee jaar, waarbij verlenging afhankelijk is van een op te stellen versterkte handhavingsstrategie. Deze is eind september aan de EC aangeboden. De EC heeft aangegeven dat de handhavingsstrategie voldoet aan de gestelde eisen en op die basis kunnen gesprekken over de verlenging van de derogatie met twee jaar dan ook aanvangen. Per 1 januari 2018 is daarnaast het fosfaatrechtenstelsel in werking getreden om hiermee de fosfaatproductie vanuit de melkveehouderij te kunnen borgen onder het sectorale fosfaatplafond. Sinds de introductie van het stelsel is een aantal wijzigingen doorgevoerd, zoals de beleidsregel fosfaatrechten jongvee en de vrijstellingsregeling voor de zoogkoeienhouderij, om het stelsel verder toe te spitsen op de fosfaatproductie door de melkveehouderij. Daarnaast is een beperkte uitbreiding van de knelgevallenregeling gerealiseerd.

Naar een toekomstbestendig voedselsysteem

Het tegengaan van voedselverspilling is een belangrijk onderdeel van kringlooplandbouw. In maart 2018 is de nationale agenda van de Taskforce Circular Economy in Food uitgebracht. De taskforce wordt uitgebouwd tot het nationale platform «Samen tegen Voedselverspilling» dat alle partijen en kennis in de voedselketen bundelt, de samenwerking organiseert en inspanningen ondersteunt om voedselverspilling te verminderen. Het doel is dat zoveel mogelijk bedrijven actief deelnemen door voedselverspilling te monitoren, te verminderen en de behaalde successen te delen. Niet alleen bedrijven, maar ook consumenten zijn betrokken.

Veilig voedsel is een randvoorwaarde voor een toekomstbestendig voedselsysteem. De NVWA publiceerde in juni 2018 de eerste Staat van Voedselveiligheid, die de gevaren en risico's, de naleving in de voedselketen, de fraudegevallen en de toekomstbeelden in de laatste schakels van de voedselketen beschrijft. Op basis van de inspecties, monsteranalyses, risicoanalyses en de geconstateerde afwijkingen, kan geconcludeerd worden dat het voedsel dat aangeboden wordt aan de consument in het algemeen veilig is. Een meting van het vertrouwen van consumenten in de veiligheid van voedingsmiddelen in april 2018 laat zien dat het consumentenvertrouwen stijgt ten opzichte van de jaren ervoor. Tegelijkertijd moeten incidenten zoals met fipronil in eieren worden voorkomen en zo nodig snel en effectief worden aangepakt. In 2018 is het rapport van de commissie Sorgdrager over het fipronil incident gepubliceerd. De aanbevelingen zijn verwerkt in het Actieplan Voedselveiligheid dat eind 2018 naar de Tweede Kamer is gestuurd. In dit kader is onder andere een gezamenlijk VWS-LNV handboek voedselveiligheidscrisis opgeleverd, wordt er gewerkt aan het verbeteren van de regie op de aansturing van de NVWA en het versterken van de zelfregulering in de eiersector en de andere dierlijke en plantaardige sectoren. In het verlengde van de aanbevelingen van Sorgdrager zal de verantwoordelijkheidsverdeling tussen LNV en VWS en tussen ministeries en de NVWA (motie Lodders) aandacht krijgen.

Positie van de boeren, tuinders en vissers

Boeren, tuinders en vissers zijn hardwerkende ondernemers en verdienen een solide positie in de keten. Ook is behoefte aan een langetermijnperspectief. Jonge ondernemers die innovatief zijn en de spil zullen zijn in het realiseren van de kringloop, wordt een goed inkomen gegund, met voldoende ruimte om te kunnen investeren.

Versterken van de positie van de boer en tuinder in de keten

Op 29 juni 2018 heeft de Minister een brief naar de Kamer gestuurd waarin de maatregelen beschreven worden met betrekking tot het versterken van de positie van de boer in de keten. Het gaat om de wettelijke verankering van bepalingen voor het tegengaan van een aantal oneerlijke handelspraktijken in de land- en tuinbouwsector, aangevuld met publiek toezicht door de ACM en de instelling van een geschillencommissie voor de agri-nutriketen, het ondersteunen van samenwerking met het oog op duurzaamheid en dierenwelzijn door het wetsvoorstel Ruimte voor Duurzaamheidsinitiatieven en het verkrijgen van meer inzicht in de prijsvorming door het oprichten van een agri-nutrimonitor bij de ACM. De ACM is reeds met de voorbereidingen voor de ontwikkeling van de agri-nutrimonitor gestart. Parallel hieraan is eind december 2018 door de Europese Raad, de Europese Commissie en het Europees Parlement een voorlopig politiek akkoord bereikt over de Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken in de Voedselvoorzieningsketen. Deze Richtlijn biedt voldoende handvatten om de hierboven genoemde wettelijke verankering van handelspraktijken en het publieke toezicht door de ACM en de instelling van geschillencommissie voor de agri-nutriketen in 2019 nader uit te werken. In 2018 is ook, in nauw overleg met het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) en andere betrokken partijen, invulling gegeven aan het in het Regeerakkoord aangekondigde bedrijfsovernamefonds waaruit jonge boeren worden ondersteund om de overname van het gezinsbedrijf en investeringen in innovatie te financieren. Er is voor gekozen om van het totale beschikbare budget van € 75 mln, € 64 mln te gebruiken om een nieuwe Garantieregeling Vermogensversterkendkrediet (VVK) mogelijk te maken en € 11 mln voor het opzetten van een opleidings- en coachingstraject.

Toekomstbestendige visserij

Ook voor de visserij zijn er uitdagingen, gericht op een verdere verduurzaming van de sector en het voorkomen van verspilling. In 2018 is de triloog gestart over het voorstel voor de Verordening Technische Maatregelen, waarin onder andere de toelating van de pulsvisserij een plek moest krijgen. Inmiddels is de Kamer geïnformeerd over de uitkomsten van het trioloog. In 2018 heeft daarnaast discussie plaatsgevonden rondom de aanlandplicht. Bij de Decemberraad is een breed gedragen compromis behaald waardoor volledige implementatie van de aanlandplicht werkbaar is voor 2019. Ten aanzien van het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij zijn er in 2018 weer nieuwe openstellingen geweest voor o.a. innovaties in aquacultuur en rendementsverbetering en voor samenwerkingsprojecten tussen vissers en wetenschappers. In het voorjaar 2018 hebben partijen van het Bestuurlijk Overleg IJsselmeer hun vertrouwen in het private plan van de sector («plan B») om brasem en blankvoorn te beschermen opgezegd. De Minister heeft hierop samen met de partijen een stip aan de horizon gezet voor de toekomst van de IJsselmeer visserij en de contouren geschetst van een programma voor de jaren 2019–2021. Eind 2018 is een basis gelegd voor een concreet actieplan voor de uitvoering van het programma IJsselmeer Visserij. Voor de partijen is herstructurering van de vloot belangrijk.

Natuur

De kringloopbenadering en het streven naar minimale emissies van schadelijke stoffen naar de omgeving zijn cruciaal voor de natuur. Andersom is de natuur van cruciaal belang voor het streven naar kringlooplandbouw. Het natuurbeleid omvat uiteraard veel meer. De LNV-visie Waardevol en Verbonden is aanvullend op bestaande en nog volop van kracht zijnde visies zoals de Rijksnatuurvisie, de Natuurambitie Grote Wateren en de visies en ambities van de provincies.

Verbinden Landbouw en Natuur

Het verbinden van landbouw en natuur is een dragend thema in de LNV-visie Waardevol en Verbonden die in 2018 is gepresenteerd. Concreet is het verbinden van landbouw en natuur tot uiting gekomen in ondersteuning van diverse maatschappelijke initiatieven en projecten, de start van experimenten met natuurinclusieve landbouw zoals door Staatsbosbeheer en een aantal van zijn pachters en ondersteuning van het totstandkomingsproces van het Deltaplan Biodiversiteitsherstel, een unieke samenwerking tussen een veelheid aan maatschappelijke partijen.

Kwaliteit natuur in Grote wateren

LNV en IenW zijn in 2018 gestart met de Programmatische Aanpak Grote Wateren waarbij tot 2050 grote wateren via systeemingrepen worden omgevormd tot toekomstbestendige wateren met hoogwaardige natuur die samengaat met economie. LNV en IenW zetten € 95 mln uit de enveloppe Natuur en Waterkwaliteit in voor een eerste begin van de uitvoering van maatregelen in Grevelingen en Eems-Dollard en voorbereidende onderzoeken in Markermeer, Wieringerhoek en Rivieren. Rijkswaterstaat voert dit uit, samen met Staatsbosbeheer en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, op basis van eind 2018 door LNV en IenW vastgestelde plannen van aanpak. Voor andere maatregelen uit de Verkenning Grote Wateren zetten LNV en IenW aanvullend uitvoeringsbudget in. De Tweede Kamer wordt in het voorjaar 2019 bericht over de inzet van dit budget voor specifieke projecten.

Wind op zee

LNV heeft ingezet op medegebruik en de natuurinclusieve ontwikkeling van windparken. Per 1 mei 2018 is onder voorwaarden doorvaart en medegebruik mogelijk gemaakt. Verder zijn ondernemers, overheid, onderzoeksinstellingen en NGO’s bij elkaar gebracht om praktijk- en toepassingsgerichte versnellingen te genereren die moeten leiden tot concrete pilots op de Noordzee.

Nationale biodiversiteit

Samen met provincies hebben we gewerkt aan het versterken van natuur in Nederland. De afspraken uit het Natuurpact, zoals de realisatie van het Natuurnetwerk Nederland, zijn in uitvoering. Samen met provincies kijken we waar kansen liggen voor verbetering en versnelling. Op verzoek van provincies is de investeringsregeling Weidevogels opengesteld als een volgende stap naar stabilisatie van de weidevogelpopulatie. Op verzoek van het ministerie bracht de WUR tevens de stand van insecten in beeld, waaronder in het agrarisch gebied. Daarin werd het belang benadrukt van goede monitoring en geadviseerd om voor de weg naar herstel aan te sluiten bij bestaande initiatieven. De Nationale Bijenstrategie die eerder in 2018 al werd gepresenteerd is daarvan een voorbeeld doordat het maatschappelijke initiatieven bijeenbrengt die zich inzetten voor bestuivende insecten.

Internationale biodiversiteit

Bij de tweejaarlijkse vergadering van het VN-biodiversiteitsverdrag (CBD) in Egypte is er overeenstemming bereikt over het proces dat er toe moet leiden dat er in 2020 in Beijing nieuwe stevige afspraken komen, een «new deal for nature». Het nieuwe akkoord zal vooral aandacht geven aan de balans tussen de drie doelen van het verdrag: behoud van biologische diversiteit, het duurzaam gebruik ervan, en een eerlijke verdeling van de voordelen die het gebruik van genetische bronnen opleveren.

PAS

In november heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie uitspraak gedaan over het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Daarbij heeft het Hof aangegeven dat een juridisch systeem als dat van het PAS toelaatbaar is, maar dat het aan de nationale rechter is om te toetsen of de onderbouwing aan de eisen voldoet. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zal met inachtneming van de uitspraak van het Europese Hof een einduitspraak doen in de betrokken beroepsprocedures.

Nationale Parken

Samen met de parken, provincies en de maatschappelijke partners werkt LNV aan een kwaliteitssprong van de nationale parken. Deze kwaliteitssprong vindt zijn basis in de motie van Jacobi/Van Veldhoven. Hiermee wordt invulling gegeven aan de regeerakkoordpassage dat het beleid voor nationale parken wordt voortgezet. Met ingang van 1 januari 2018 is het Nationale Parkenbureau officieel ondergebracht bij Staatsbosbeheer. De gezamenlijke partners hebben in april de ambities voor de toekomst in een standaard voor nationale parken vastgelegd. In de standaard zijn ambities vertaald in criteria waar gebieden die Nationaal Park Nieuwe Stijl willen worden naartoe werken. De standaard zal de komende jaren als werkkader worden gebruikt voor ontwikkelingen in de parken. Op 1 oktober 2018 heeft de Minister van LNV het 21e park Nieuwland aangewezen. In december is de opdracht gegeven aan Staatsbosbeheer voor het uitvoeren van een internationale marketingcampagne voor nationale parken. Er hebben gesprekken met de provincies plaatsgevonden over verantwoordelijkheden en financiering, die zullen doorlopen in 2019.

Voortgang diverse dossiers

Klimaatmitigatie en -adaptie

Een duurzame landbouw betekent dat die voldoende veerkrachtig is om zich aan te passen aan klimaatverandering, de gevolgen ervan kan opvangen en bijdraagt aan het verminderen van broeikasgasemissies. In het Regeerakkoord staat aangekondigd dat er een nationaal Klimaatakkoord komt om maatregelen te nemen die leiden tot een emissiereductie van 49% in 2030. Voor de sectoren Landbouw en Landgebruik, waar kringlooplandbouw een belangrijk thema was, is de opgave bepaald op een reductie van 3,5 Mton. Uit de klimaatenveloppe is in 2018 ruim € 30 mln besteed aan pilots en demo’s voor extra reductie in de glastuinbouw, voor slimmer landgebruik (onder anderen onderwaterdrainage in veenweidegebieden), voor methaanreductie uit mestopslagen, en onderzoek naar rantsoenoptimalisatie. In 2018 heeft de sectortafel Landbouw en Landgebruik – in het kader van het Klimaatakkoord – een voorstel gedaan voor een pakket met daarin extra maatregelen dat onder voorwaarden naar verwachting kan leiden tot ongeveer 6 Mton emissiereductie in plaats van 3,5 Mton.

In 2018 is het uitzonderlijk droog geweest. Dit heeft geleid tot meerdere maatregelen om de schade voor boeren, tuinders en natuur te beperken, zoals een verklaring met de prognose van de te ontvangen GLB-subsidies voor bedrijven in financiële problemen, informatie over fiscale regelingen voor ondernemers met inkomstenderving, het verlenen van uitstel van betaling door de Belastingdienst, flexibiliteit rond de periode voor het uitrijden van mest en een Europese uitzondering op de vergroeningseisen bij het inzaaien van vanggewassen. Daarbij is de discussie over klimaatadaptatie versneld en is de Tweede Kamer geïnformeerd over het starten van meerjarige actieprogramma’s met betrekking tot klimaatadaptatie voor landbouw en voor natuur. Verder heeft het kabinet naar aanleiding van een aangenomen motie (Van der Staaij en Van Haersma Buma) besloten om de Brede Weersverzekering vanaf 2020 vrij te stellen van assurantiebelasting, indien de Europese Commissie hier ook mee instemt.

Interbestuurlijk programma Naar een Vitaal Platteland

In juli 2018 heeft LNV samen met het Interprovinciaal Overleg, de VNG en de Unie van Waterschappen samenwerkingsafspraken gemaakt in het kader van het interbestuurlijk programma voor het onderdeel Naar een Vitaal Platteland. In het Regeerakkoord is voor deze kabinetsperiode een intensivering van € 275 mln opgenomen voor «natuur en waterkwaliteit». Hieruit wordt € 40 mln in gezet voor de opgave «Naar een vitaal platteland».

Regio

De regio’s zijn de plek waar burgers wonen, werken en leven, waar ondernemers en werknemers nieuwe producten en diensten ontwikkelen en waar mensen genieten van natuur, landschap en recreatie. De regio is ook de omgeving waar maatschappelijke opgaven (kansen én uitdagingen) samenkomen. Hierbij valt te denken aan onder anderen het stimuleren van de economie, het oplossen van ecologische uitdagingen of het versterken van de sociale cohesie. Het Rijk, regionale overheden en de bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties in regio’s werken samen om deze opgaven aan te pakken. Zo kunnen we meer doen voor de regio en dragen we bij aan de brede welvaart in Nederland. In 2018 hebben we gewerkt aan de uitwerking van de zes in het Regeerakkoord benoemde opgaven. Met Zeeland, Brainport Eindhoven, Rotterdam-Zuid en European Space Research and Technology Centre (ESTEC) zijn Regio Deals gesloten tussen Rijk en regio. Voor de BES-eilanden is een breed pakket aan uit te werken projecten samengesteld. Voor de nucleaire problematiek is € 117 mln overgeboekt naar de begroting van EZK. In totaal is er in 2018 voor ruim € 236 mln uit de Regio Envelop uitgekeerd.

Daarnaast is een brede uitvraag gedaan aan alle regio’s om een voorstel aan te melden voor de tweede tranche Regio Deals. Hieruit zijn 12 voorstellen geselecteerd welke het kabinet met de regio’s uitwerkt tot Regio Deals.

Brexit

Gezien de grote impact van de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk (VK) uit de Europese Unie (EU) op de Nederlandse landbouw-, tuinbouw- en visserijsector hebben de voorbereidingen hierop volle aandacht van het Ministerie van LNV. Mede in overleg met de relevante interne en externe stakeholders en overheidsdiensten (waaronder de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)) is de LNV-inzet bepaald in de onderhandelingen over het terugtrekkingsakkoord op alle voor het ministerie relevante terreinen. Ook zijn de mogelijke gevolgen van de Brexit in kaart gebracht met het oog op een eventuele no deal Brexit en is over gegaan tot het werven van extra personeel (onder anderen bij de NVWA). Het toezicht door de NVWA is van groot belang bij een Brexit. Om aan de verwachte toenemende vraag naar onder andere importkeuring en exportcertificering van levende dieren en dierlijke producten te kunnen voldoen, is de NVWA in 2018 gestart met het werven en opleiden van met name extra dierenartsen. Daarnaast heeft LNV het bedrijfsleven via onder meer dialoog, stakeholders- en informatiebijeenkomsten actief betrokken, geactiveerd en van informatie voorzien. Hiervoor is ook een op de sector gerichte informatievoorziening opgezet via het Brexitloket, de Brexit Impactscan, en op de sector gerichte mediacampagnes.

Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB)

Het GLB vormt een belangrijk kader voor het landbouwbeleid. Op 1 juni 2018 heeft de Europese Commissie haar voorstellen voor een nieuw GLB gepresenteerd. In de voorstellen krijgen lidstaten meer ruimte om maatregelen te kiezen om bij te dragen aan negen Europese doelen, waaronder klimaat en leefomgeving. Ook bieden de voorstellen mogelijkheden om bij te dragen aan de omslag naar kringlooplandbouw. Nederland onderschrijft deze voornemens en heeft met haar inzet in Brussel ingezet op een verdere subsidiariteit en vereenvoudiging. Afgelopen jaar hebben met diverse stakeholders gesprekken plaatsgevonden over de toekomstige nationale invulling van het GLB. Op 5 april 2018 is een landelijke GLB-stakeholders bijeenkomst gehouden. Ook is er intensief overlegd met provincies, die grotendeels verantwoordelijk zijn voor de maatregelen die vallen onder het plattelandsbeleid van het GLB. Voor de nationale invulling van het GLB wordt gezamenlijk met de provincies een Nationaal Strategisch Plan opgesteld waarin wordt aangegeven hoe aan de negen doelen gewerkt wordt.

Kennis en innovatie

Inzet op kennis en innovatie is cruciaal voor het vinden van oplossingen voor grote maatschappelijke opgaven zoals de omslag naar kringlooplandbouw. Het eind 2018 goedgekeurde Strategisch Plan WUR 2019–2022 zet in op missiegedreven innovatiebeleid en speelt in op de uitvoering van de LNV-visie. Het nieuwe Kennisbasisprogramma 2019–2022 van Wageningen UR geeft in grote lijnen uitvoering aan het strategisch plan. De topsectoren Agri&Food (A&F) en Tuinbouw & Uitgangsmaterialen (T&U) hebben in samenspraak met LNV een oproep voor publiek-private samenwerking (PPS) uitgezet en ingepast. Dit heeft geresulteerd in 112 PPS’en, met € 31,6 mln publieke inzet en vergelijkbare private bijdrage, die goed aansluiten op de LNV-visie. Er zijn twee samenwerkingsprogramma’s opgestart. Eén waarin de topsectoren A&F, T&U en Life Sciences & Health samen met de zorgsector werken aan het thema gezonde voeding en één waarin de topsectoren A&F, T&U en Water zich richten op kwaliteit en hergebruik van water. In 2018 is verder, met LNV als één van de hoofdpartners, het eerste agrifood acceleratorprogramma «FoodStars» gestart. In dit programma worden acht startups begeleid die met vernieuwende innovaties bijdragen aan een duurzamer voedselsysteem. In 2018 is verder besloten tot het samenvoegen van het Laboratorium voor Voeder- en Voedselveiligheid (LabVV) van de NVWA met het RIKILT (WUR) tot Wageningen Food Safety Research (WFSR). De fusie geeft een extra impuls aan de kennisontwikkeling op het gebied van voedselveiligheid en -integriteit ten behoeve van handhaving van de NVWA.

Realisatie beleidsdoorlichtingen

Realisatie beleidsdoorlichtingen Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (2012–2018)

Art.

Naam artikel

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Geheel artikel?

1

Goed functionerende economie en markten

       

x

   

Ja

2

Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen

     

x

     

Ja

3

Toekomstfonds

             

Ja

4

Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering

   

x

     
x1

Ja

5

Meerjarenprogramma Nationaal Coördinator Groningen

             

Ja

Noot 1: Betreft de beleidsdoorlichting Klimaat die van IenW is overgegaan naar EZK (dit omvat slechts een deel van het oude artikel 19 van voormalig IenM).

In 2018 stond voor EZK één beleidsdoorlichting ingepland, namelijk de beleidsdoorlichting Klimaat (zie artikel 4).

Artikel 1: De beleidsdoorlichting van voormalig artikel 11 is in april 2016 aan de Tweede Kamer aangeboden (Kamerstuk 30 991, nr. 31).

Artikel 2: De beleidsdoorlichting van voormalige artikelen 12 en 13 is in mei 2015 aan de Tweede Kamer aangeboden (Kamerstuk 30 991, nr. 23).

Artikel 3: Dit artikel (voormalig artikel 19 en is in 2015 aan de begroting toegevoegd) zal voor het eerst in 2020 worden doorgelicht.

Artikel 4: De beleidsdoorlichting van voormalig artikel 14 is in december 2014 aan de Tweede Kamer aangeboden (Kamerstuk 30 991, nr. 17). De beleidsdoorlichting Klimaat is in december 2018 aan de Tweede Kamer aangeboden (Kamerstuk 30 991, nr. 34).

Artikel 5: Dit artikel is in 2016 aan de begroting toegevoegd en zal voor het eerst in 2021 worden doorgelicht.

Voor het meest recente overzicht van de programmering van beleidsdoorlichtingen, klik op deze link http://www.rijksbegroting.nl/2019/voorbereiding/begroting,kst248548_8.html.

Voor de realisatie van andere onderzoeken, zie bijlage 2 «Afgerond evaluatie- en overig onderzoek».

Realisatie beleidsdoorlichtingen Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (2012–2018)

Art.

Naam artikel

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Geheel artikel?

6

Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens

     

x

     

Ja

7

Groen onderwijs van hoge kwaliteit1
   

x

         

8

Natuur en biodiversiteit

     

x

     

Ja

Noot 1: Bij de eerste nota van wijziging op de begroting 2018 (Kamerstuk 34 775 XIII, nr. 8) zijn de budgetten voor Groen onderwijs grotendeels overgegaan naar de begroting van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII). Het restantbudget op het beleidsartikel 7 is overgeheveld naar het beleidsartikel 6 (Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens).

Artikel 6: In 2015 is deze beleidsdoorlichting gecombineerd met het IBO Agro-, visserij- en voedselketens. In 2018 is met de beleidsdoorlichting van begrotingsartikel 6 Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens gestart (zie ook Kamerstuk 31 104, nr. 4).

Artikel 7: De beleidsdoorlichting van voormalig artikel 17 is in juni 2014 aan de Tweede Kamer aangeboden (Kamerstuk 30 991, nr. 11).

Artikel 8: De beleidsdoorlichting van voormalig artikel 18 is in december 2015 aan de Tweede Kamer aangeboden (Kamerstuk 30 991, nr. 29).

Voor het meest recente overzicht van de programmering van beleidsdoorlichtingen, klik op deze link http://www.rijksbegroting.nl/2019/voorbereiding/begroting,kst248550_8.html.

Voor de realisatie van andere onderzoeken, zie bijlage 2 «Afgerond evaluatie- en overig onderzoek».

Overzicht van risicoregelingen

Overzicht van risicoregelingen Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

Uitstaande garanties 2017

Verleend 2018

Vervallen 2018

Uitstaande garanties 2018

Garantie plafond

Totaal plafond

Totaal stand risicovoorziening

Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen

BMKB

1.820.578

585.201

546.859

1.858.920

765.000

 

91.456

 

Garantie Ondernemingsfinanciering (GO)

593.083

94.793

89.973

597.903

400.000

 

67.112

 

Groeifaciliteit

118.916

6.548

21.772

103.692

135.000

 

22.779

 

Garantie MKB-financiering

68.200

   

68.200

 

750.000

9.261

 

Microkredieten

103.380

 

3.400

99.980

 

113.000

 

Artikel 4 Een doelmatige en duurzame energievoorziening

Garantieregeling Aardwarmte

70.539

 

11.633

58.906

66.600

 

21.554

Totaal

2.774.696

686.542

673.637

2.787.601

1.366.600

863.000

212.162

Overzicht uitgaven en ontvangsten garanties (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

Uitgaven 2017

Ontvangsten 2017

Saldo 2017

Uitgaven 2018

Ontvangsten 2018

Saldo 2018

Totaalstand mutatie volume risicovoorziening 2018 en (2017)

Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen

BMKB

34.818

37.316

2.498

22.176

35.017

12.841

21.676

(11.147)

 

Garantie Ondernemings-financiering (GO)

1.610

9.132

7.522

109

7.764

7.655

2.060

(4.940)

 

Groeifaciliteit

4.216

5.510

1.294

483

4.099

3.616

4.466

(2.144)

 

Garantie MKB-financiering

 

41

41

 

220

220

220

(41)

 

Microkredieten

             

Artikel 4 Een doelmatige en duurzame energievoorziening

Garantieregeling Aardwarmte

 

833

833

1.019

 

– 1.019

– 1.019

(833)

Totaal

40.644

52.832

12.188

23.787

47.100

23.313

 

Een risicovoorziening is een begrotingsreserve die altijd gekoppeld is aan een risicoregeling en wordt door de verantwoordelijke ministerie op een afzonderlijke rekening-courant bij het Ministerie van Financiën aangehouden. In de tabel «Overzicht verstrekte garanties» wordt met «totaalstand risicovoorziening» het saldo van de betreffende begrotingsreserve ultimo 2018 bedoeld. In de tabel «Overzicht uitgaven en ontvangsten garanties» wordt met «mutatie risicovoorziening» de storting (+) dan wel de onttrekking (–) aan deze begrotingsreserve bedoeld. De mutaties op de begrotingsreserves worden in het betreffende beleidsartikel toegelicht.

Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen

BMKB

De BMKB is bedoeld voor bedrijven die te weinig zekerheden (onderpand) kunnen bieden aan een bank. De bank vindt het risico dat het bedrijf zijn lening niet kan terugbetalen dan vaak te hoog. Via de BMKB staat de overheid borg voor het deel van de lening waar het bedrijf geen onderpand voor heeft. De bank kan voor dat deel dus terugvallen op de overheid. Op grond van de Regeling nationale EZ-subsidies kunnen financiers kredieten die zij verstrekken aan MKB-ondernemers onder de werking van de regeling brengen. Hierdoor stelt de Staat zich voor 90% borg ten behoeve van de financier voor de terugbetaling van deze kredieten (de zogenaamde bedrijfsborgstellingskredieten). Eén van de voorwaarden die de regeling hieraan stelt, is dat de financier gelijktijdig met het verstrekken van een bedrijfsborgstellingskrediet, aan de MKB-ondernemer een ander krediet verstrekt, waarvoor deze borgstelling van de Staat niet geldt. Als hoofdregel geldt dat het bedrijfsborgstellingskrediet ten minste even groot moet zijn als het daarmee gelijktijdig afgesloten andere krediet. Het laatstgenoemde krediet bedraagt daarmee ten minste 100% van het bedrijfsborgstellingskrediet (verhouding 1:1). Voor starters en het innovatieve MKB gelden andere verhoudingen. Om de kredietverlening te stimuleren is per 1 november 2013 het maximum van het borgstellingskrediet verhoogd van € 1 mln naar € 1,5 mln en geldt voor bestaande bedrijven met een borgstellingskrediet tot maximaal € 200.000 de ruimere startersfaciliteit. Deze verruimingen eindigen ultimo 2019.

Garantie Ondernemingsfinanciering (GO)

Met het instrument GO kunnen banken een 50% Staatsgarantie krijgen op (middel)grote leningen vanaf € 1,5 mln. Door de verstrekking van een Staatsgarantie wordt het risico voor de bank op de ondernemingsfinanciering gereduceerd. Dit vergroot de mogelijkheden om te voorzien in de financieringsbehoefte bij het Nederlandse bedrijfsleven. In 2013 is de GO, naast de al bestaande mogelijkheid om bankgaranties onder de GO te brengen, ook opengesteld voor alternatieve aanbieders van garanties aan bedrijven.

Groeifaciliteit

Met de Groeifaciliteit worden bedrijven geholpen bij het aantrekken van risicodragend vermogen door een 50% Staatsgarantie te verstrekken op achtergestelde leningen van banken (ten hoogste € 5 mln) en op aandelen van participatiemaatschappijen (ten hoogste € 25 mln). De Groeifaciliteit kan ondernemingen in een groeifase, bij bedrijfsovernames en bij herstructureringen helpen bij het aantrekken van risicokapitaal.

Garantie MKB-financiering

In het kader van het Actieplan MKB-financiering uit 2014 is inmiddels in totaal € 68,2 mln aan garanties verstrekt aan alternatieve financiers van het MKB.

Microkredieten

In het Aanvullend Actieplan MKB-financiering uit 2014 is € 100 mln beschikbaar gesteld voor Microkredieten. Hierop is een garantie van € 86,7 mln verstrekt aan de Europese Investeringsbank voor de funding van de Stichting Qredits van € 100 mln voor de verdere groei van de dienstverlening van Qredits (micro- en MKB-krediet tot € 150.000) als de nieuwe dienstverlening van Qredits (werkkapitaal en de hogere MKB kredieten tot € 250.000). In 2017 is in dit kader een garantie van € 13,3 mln verstrekt aan de Council of Europe Bank (CEB) voor de funding van Qredits.

Artikel 4 Een doelmatige en duurzame energievoorziening

Garantieregeling Aardwarmte

De garantieregeling Aardwarmte heeft als doel het afdekken van het financiële risico indien een boring van een put voor de toepassing van aardwarmte voor de borende partij minder oplevert dan verwacht. De garantieregeling dekt het risico dat een boring niet in een goede watervoerende laag uitkomt, waardoor het vermogen dat vooraf verwacht werd, niet wordt behaald. In dat geval wordt voor een deel van de gemaakte kosten een subsidie uitgekeerd, gerelateerd naar de mate waarin de aardwarmteboring mislukt is. Er wordt een premie van 7% gevraagd. De regeling richt zich zowel op gewone als diepe aardwarmte-projecten (dieper dan 3.500 meter).

Overzicht verstrekte leningen (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

Uitstaande lening

Looptijd lening

Totaalstand risicovoorziening 2017

Totaalstand mutatie volume risicovoorziening 2018 en 2017

Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen

Microkrediet Nederland

46.296

tot en met 2036

   

Artikel 4

Een doelmatige en duurzame energievoorziening

Energieonderzoek Centrum Nederland

75.900

tot en met 2026

   

Artikel 4

Een doelmatige en duurzame energievoorziening

Pallas

41.086

tot en met 2020

   

Overzicht van risicoregelingen Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

Uitstaande garanties 2017

Verleend 2018

Vervallen 2018

Uitstaande garanties 2018

Garantie plafond

Totaal plafond

Totaal stand risicovoorziening

Artikel 6 Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens

Garanties voor investeringen en werkkapitaal landbouwondernemingen (Borgstelling MKB Landbouwkredieten (BL))

339.322

42.122

47.126

334.318

120.000

 

16.758

Artikel 8 Natuur en biodiversiteit

Garantie voor natuurgebieden en landschappen

364.866

 

18.326

   

346.540

 

Totaal

704.188

42.122

65.452

334.308

120.000

346.540

16.758

Overzicht uitgaven en ontvangsten garanties (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

Uitgaven 2017

Ontvangsten 2017

Saldo 2017

Uitgaven 2018

Inkomsten 2018

Saldo 2018

Totaalstand mutatie volume risicovoorziening 2018 en (2017)

Artikel 6 Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens

Garanties voor investeringen en werkkapitaal landbouwondernemingen (Borgstelling MKB Landbouwkredieten (BL))

2.050

2.682

632

1.311

1.885

574

 

Artikel 8 Natuur en biodiversiteit

Garantie Ruimte voor Ruimte

4.400

0

0

0

0

0

0

Artikel 8 Natuur en biodiversiteit

Garantie voor natuurgebieden en landschappen

             

Totaal

6.450

2.682

632

1.311

1.885

574

0

Voor een risicoregeling, zoals bijvoorbeeld een garantstelling, wordt vaak een begrotingsreserve aangehouden omdat onzeker is hoe hoog bepaalde uitgaven zullen zijn of in welk jaar deze zullen vallen. In de tabel «Overzicht verstrekte garanties» wordt met «totaalstand risicovoorziening» het saldo van de begrotingsreserve Borgstellingsfaciliteit ultimo 2018 bedoeld. In de tabel «Overzicht uitgaven en ontvangsten garanties» wordt met «mutatie risicovoorziening» de storting (+) dan wel de onttrekking (–) aan deze begrotingsreserve bedoeld. De mutaties op de begrotingsreserves worden in het betreffende beleidsartikel toegelicht.

Artikel 6 Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens

Garanties voor investeringen en werkkapitaal landbouwondernemingen (Borgstelling MKB Landbouwkredieten (BL))

De Garantieregeling Landbouw (GL) is vervangen door de regeling Borgstelling MKB Landbouwkredieten (BL). Met deze garantieregeling kunnen banken een borgstelling aan land- en tuinbouwondernemers verstrekken. Voor meer informatie zie bijlage van Kamerstuk 32 637 nr. 287 waarin de werking van dit begrotingsinstrument wordt beschreven.

Ten opzichte van 2017 (€ 49,4 mln aan garanties verstrekt) zijn in 2018 minder leningen onder garantie verstrekt (€ 42,1 mln aan garanties verstrekt). In 2018 was het aantal ingediende verliesdeclaraties relatief laag (€ 1,3 mln).

Artikel 8 Natuur en Biodiversiteit

Garantie voor natuurgebieden en landschappen

Het betreft het garant staan voor de leningen die aangetrokken zijn via het Groenfonds voor het realiseren van de EHS-gronden. Deze gronden zijn opgegaan in het Natuur Netwerk Nederland.

Garantie Ruimte voor Ruimte

De provincie Limburg heeft in 2017 voor € 4,4 mln een beroep op een in 2002 afgegeven garantie voor het project Ruimte voor Ruimte gedaan, omdat bij de eindafrekening van het project een verlies was opgetreden.

Overzicht verstrekte leningen (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

Uitstaande lening

Looptijd lening

Totaalstand risicovoorziening 2017

Totaalstand mutatie volume risicovoorziening 2018 en 2017

Artikel 6 Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens

Wageningen Research

27.953

tot en met 2027

   

Artikel 6 Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens

Wageningen Research

9.242

tot en met 2022

   

Artikel 6 Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens

Wageningen Research

11.241

tot en met 2029

   

Artikel 6 Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens

Wageningen Research

2.391

tot en met 2030

   

Noot 1: Kamerstuk 32 813, nr. 263

Noot 2: Kamerstuk 33 529, nr. 457

Noot 3: Kamerstuk 33 529, nr. 525

Noot 4: Kamerstuk 33 529, nr. 423

Noot 5: Kamerstuk 30 196, nr. 573

Noot 6: Kamerstuk 34 723, nr. 33

Noot 7: Kamerstuk 30 196, nr. 572

Noot 8: Kamerstuk 33 561, nr. 41

Noot 9: Kamerstuk 35 092, nr. 2

Noot 10: Planbureau voor de Leefomgeving, Kortetermijnraming voor emissies en energie in 2020. 25 januari 2019

Noot 11: Kamerstuk 33 009, nr. 63

Noot 12: Kamerstuk 33 009, nr. 49

Noot 13: Kamerstuk 21 501-30, nr. 446

Noot 14: Kamerstuk 34 952, nr. 31

Noot 15: Kamerstuk 34 952, nr. 40

Noot 16: Bijlage bij Kamerstuk 26 643, nr. 541

Noot 17: Bijlage bij Kamerstuk 26 643, nr. 547

Noot 18: Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden, Jaargang 2018, nr. 73

Noot 19: https://www.digitaltrustcenter.nl/

Noot 20: Richtlijn (EU) 2016/1148 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 houdende maatregelen voor een hoog gemeenschappelijk niveau van beveiliging van netwerk- en informatiesysteme×n in de Unie (PbEU 2016, L 194).

Noot 21: Bijlage bij Kamerstuk 26 643, nr. 535

Noot 22: Regulation (EU) 2018/1807 of the European Parliament and of the Council of 14 November 2018 on a framework for the free flow of non-personal data in the European Union

Noot 23: https://www.internetconsultatie.nl//mededinging_platforms

Noot 24: Bijlage 1 bij Kamerstuk 32 637, nr. 316

Noot 25: Bijlage 2 bij Kamerstuk 32 637, nr. 316

Noot 26: Kamerstuk 28 165, nr. 298

Noot 27: Kamerstuk 27 879, nr. 64

Noot 28: Kamerstuk 32 637, nr. 343

Noot 29: Kamerstuk 32 637, nr. 320

Noot 30: Kamerstuk 31 125, nr. 92

Noot 31: Bijlage bij Kamerstuk 29 697, nr. 51, nr. 53 en nr. 55

Noot 32: Kamerstuk 29 697, nr. 48

Noot 33: Kamerstuk 32 637, nr. 314