Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Beleidsartikel 01 Bewaking en bestrijding van dierziekten en voorkomen en verminderen van welzijnsproblemen

Algemene doelstelling

Bewaking en bestrijding van bepaalde dierziekten en het voorkomen en verminderen van welzijnsproblemen.

Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van LNV is verantwoordelijk voor:

  • •  Het bestrijden van dierziekten die op basis van wetgeving verplicht moeten worden bestreden en indirect verantwoordelijk voor welzijnsaspecten bij de bestrijding.
  • •  Het tijdig signaleren en afhandelen van verdenkingen en besmettingen door onderzoek en monitoring/bewaking van bepaalde dierziekten (bijvoorbeeld scrapie, blauwtong, Brucella melitensis, klassieke en Afrikaanse varkenspest, Aviaire Influenza, Ziekte van Aujeszky, salmonella en mycoplasma en BSE).
  • •  Effectieve en doelmatige crisisorganisatie bij dierziektenuitbraken.

Telkens na een uitbraak van een besmettelijke dierziekte vindt een evaluatie plaats op alle onderdelen van bestrijdingsmaatregelen, welzijnsmaatregelen en de crisisorganisatie.

Beleidsconclusies

Beleidsconclusies op het terrein van het diergezondheid worden opgenomen onder artikel 6 «Concurrerende, duurzame, veilige, agro-,visserij- en voedselketens».

Ook de evaluatie van het beleid dat aan de basis ligt van het DGF, is weergegeven in de evaluatiebijlage onder het beleidsartikel 6 Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens. In 2018 is gestart met de evaluatie van het diergezondheidsfonds zelf. Deze evaluatie zal in het eerste kwartaal van 2019 worden afgerond.

Vierde Convenant Financiering bestrijding besmettelijke dierziekten

Het Convenant Financiering bestrijding besmettelijke dierziekten (2015- 2019) bevat afspraken over het (verplicht) bestrijden van dierziekten door het ministerie en de manier waarop dit door de betrokken sectoren en de overheid wordt gefinancierd. Er zijn ook afspraken gemaakt over de financiering van door het Ministerie van EZ (thans LNV) overgenomen productschapstaken met het verdwijnen per 1 januari 2015 van deze publiekrechtelijke bedrijfsorganen, zoals de basismonitoring van de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD), de kosten van de Stichting Diergeneesmiddelenautoriteit (SDa) en de kosten van preventie en bestrijding van enkele aanvullende dierziekten. Het convenant beschrijft wie, de sector en/of de overheid, voor welke kosten verantwoordelijk is. Daarnaast bepaalt het hoeveel de (deel)sectoren maximaal zelf moeten betalen, de zogenoemde «plafondbedragen».

Parallel aan het afsluiten van het convenant heeft EZ bij algemene maatregel van bestuur een wettelijke diergezondheidsheffing geïntroduceerd op basis van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (Gwwd). De diergezondheidsheffing is met ingang van 1 januari 2015 opgelegd aan houders van pluimvee en van schapen en geiten. De reguliere kosten voor de varkenssector en de rundersector zijn in 2018 gefinancierd uit de reserves, die afkomstig zijn van de productschappen en die beheerd worden door sectororganisaties. Omdat de basis voor de heffing in de huidige Gwwd is geënt op een situatie van 18 jaar geleden, is de heffingssystematiek aangepast per 1 januari 2018. Tegelijkertijd is de Wet dieren gewijzigd waardoor het nieuwe heffingenstelsel met het oog op de toekomst in de Wet dieren wordt geplaatst. Door de diergezondheidsheffing dragen houders van productiedieren bij aan de bestrijding van de kosten van de preventie en bestrijding van besmettelijke dierziekten. Met de wijziging van het heffingenstelsel wordt beoogd een betere afstemming te bereiken tussen de uitgaven van het Diergezondheidsfonds en de opbrengsten van de diergezondheidsheffing. In 2019 zal met de sectoren het vijfde convenant voor de periode 2020–2024 worden gesloten.

Dierziekten

Nederland is door de Europese Unie (EU) officieel vrij verklaard van bepaalde dierziekten. Deze vrijstatus wordt gehandhaafd door uitvoering van monitorings- c.q. bewakingsprogramma’s en wordt bewaakt op basis van meldingen van actuele uitbraken. Deze bewakingsonderzoeken ondersteunen op die manier de preventie van de betreffende dierziekten. Daarnaast financiert LNV, deels samen met het bedrijfsleven, onderzoek naar opkomende dierziekten (waaronder «emerging zoönosen») en de uitwisseling van gegevens hierover tussen organisaties in de dier- en humane gezondheidszorg. De uitgaven en ontvangsten van de verplichte bewakingsprogramma’s worden in het DGF verantwoord op onderdeel 1«Bewaking van dierziekten». De uitgaven en ontvangsten die samenhangen met de bestrijding van besmettelijke dierziekten worden in het DGF verantwoord op onderdeel 2 «Bestrijding van dierziekten».

Nederland is vrij van Afrikaanse varkenspest (AVP). Vanwege de dreiging van introductie van de ziekte door de ontwikkelingen in Oost-Europese lidstaten, maar met name door de besmetting van wilde zwijnen in België in september 2018, zijn er diverse activiteiten gestart om professionals uit de sectoren, jagers en toeristen te informeren over de risico’s van verspreiding van de ziekte. Zo zijn er informatieborden bij parkeerplaatsen geplaatst en flyers met informatie over AVP verspreid. Daarnaast bestaat er al langer een bewakingsprogramma waarmee wilde zwijnen onderzocht worden op de ziekten AVP, Klassieke Varkenspest (KVP) en de ziekte van Aujeszky.

Nederland is alweer enige jaren officieel vrij van Blauwtong (BT). Om deze vrij-status te behouden vindt er jaarlijks actieve monitoring plaats. Deze wordt uitgevoerd in de winter. Jaarlijks worden, verspreid over heel Nederland, in dat verband runderen serologisch onderzocht. Ook voor andere bekende dierziekten zoals Aviaire Influenza (AI) bestaan er bewakingsprogramma’s. Voor Q-koorts zijn in 2018 de veterinaire maatregelen in stand gehouden. Een belangrijk onderdeel van deze maatregelen is de maandelijkse tankmelkmonitoring op bedrijven zonder besmetstatus. In alle andere gevallen (besmet- of verdachtstatus) geldt een frequentie van iedere twee weken gedurende het gehele jaar. Ook is in 2018 de verplichte Q-koorts vaccinatiecampagne voortgezet.

Afgezien van de uitgaven voor bewaking en bestrijding worden in het DGF ook de uitgaven en ontvangsten verantwoord voor eventuele welzijnsmaatregelen bij een uitbraak (onderdeel 3). Tenslotte wordt op onderdeel 4 de financiering van overige uitgaven verantwoord.

Bijdrage Bedrijfsleven

In het Convenant Financiering bestrijding besmettelijke dierziekten (2015–2019) zijn wederom afspraken gemaakt over de verdeling van jaarlijkse kosten voor monitoring, verdenkingen en eventuele bestrijding van besmettelijke dierziekten tussen overheid en veehouderijsectoren. De sectoren rundvee, varkens, pluimvee en schapen en geiten dragen bij aan de kosten tot een vooraf bepaald maximum (plafond). Boven deze plafonds draagt de overheid de resterende kosten in deze convenantperiode. Onderstaand zijn de door het bedrijfsleven gegarandeerde plafondbedragen weergegeven.

De door het bedrijfsleven gegarandeerde plafondbedragen:

Sector

 

Rundveehouderij

23.540.000

Varkenshouderij

53.447.000

– AVP en SVD

30.000.000

– Overige dierziekten

23.447.000

Schapen/geitenhouderij

5.074.000

Pluimveehouderij

47.138.000

– NCD

2.113.000

– Overige dierziekten

45.025.000

Totaal

129.199.000

Nadere toelichting financiële gevolgen wijziging Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (Gwwd) en de Wet dieren

Sinds 1 januari 2018 is het heffingenstelsel voor de diergezondheidsheffing gewijzigd in de Gwwd. Nieuw is dat in artikel 91j is opgenomen dat plafondbedragen voor 5 jaar worden vastgesteld in een Amvb. Hiermee wordt gestart vanaf 1 januari 2020 (dus geen jaarlijkse indexatie). Voor de periode tot 2020 zegt artikel 91n dat de plafondbedragen blijven zoals vastgesteld in het convenant dierziektebestrijding 2015–2019. In dit artikel worden ook de bedragen genoemd zoals in bovenstaande tabel. Door de aanpassingen in de Gwwd was het pas per 1 januari 2018 mogelijk om heffingstarieven aan te passen, daarom kon niet eerder een crisisreserve in het heffingstarief worden opgenomen. In overleg met de sectoren (vertegenwoordigde partijen van sectoren) is afgesproken dat:

  • •  De schapen- en geitensector de crisisreserve in twee jaar opbouwt via de heffing 2018 en 2019. Omdat de heffing pas achteraf wordt opgelegd bij houders betekent dit dat deze inkomsten pas in 2019 voor het eerst in het DGF worden opgenomen.
  • •  Ook voor de varkenssector geldt dit, de crisisreserve is in het heffingstarief 2018 en 2019 opgenomen maar pas in 2019 komen de eerste heffingsinkomsten in het fonds.
  • •  De pluimveesector begint pas in 2019 met de opbouw van een crisisreserve omdat er in 2018 in het tarief nog achterstallige uitgaven zijn verwerkt waardoor dit tarief al heel hoog werd. Door de andere manier van heffen in de pluimveesector (bij opzet van dieren in plaats van per jaar) zal ook hier in 2019 al een opbouw van de reserve in het DGF in 2019 plaatsvinden.
  • •  In de rundersector wordt nog geen heffing opgelegd omdat er nog reserves zijn (van de voormalig productschappen) bij ZuivelNL en SBK.
Budgettaire gevolgen van beleid Diergezondheidsfonds (Bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

2014

2015

2016

2017

2018

2018

2018

VERPLICHTINGEN

13.751

33.114

31.558

38.600

32.997

34.507

– 1.510

UITGAVEN

13.751

33.114

31.558

38.600

31.584

34.507

– 2.923

Beginsaldo

9.294

19.064

13.360

11.696

19.396

   

Correctie beginsaldo

     

344

     

Programma-uitgaven

13.751

33.114

31.558

38.600

31.584

34.507

– 2.923

Opdrachten

13.751

33.114

31.558

38.600

31.584

34.507

– 2.923

1. Bewaking van dierziekten

4.531

14.161

19.162

20.255

19.416

18.811

605

2. Bestrijding van dierziekten

9.147

18.915

11.866

15.088

9.972

13.436

– 3.464

3. Voorkomen en verminderen van welzijnsproblemen

             

4. Overig

73

38

530

3.257

2.196

2.260

– 64

ONTVANGSTEN1

23.521

27.410

29.894

45.957

35.305

34.507

798

Ontvangsten van EZ (thans LNV)

   

12.253

21.263

4.387

10.217

– 5.830

Ontvangsten van EU m.b.t. salmonella bewaking en bestrijding

   

4.134

5.076

566

2.750

– 2.184

Ontvangsten van sector

   

8.315

19.618

30.352

PM2
 

Ontvangsten van sector

   

5.192

       

Eindsaldo

19.064

13.360

11.696

19.396

23.117

 

Noot 1: In de begroting zijn de ontvangsten conform de vigerende systematiek als stelpost opgenomen door deze gelijk te stellen aan de uitgaven. In het onderhavige jaarverslag zijn daarentegen de daadwerkelijk gerealiseerde ontvangsten opgenomen.

Noot 2: In de begroting 2018 zijn de ontvangsten van de sector nog als pm-post opgenomen gelet op de voorgenomen wijziging van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en de daarmee samenhangende wijziging van de heffingstarieven vanaf 2018.

Toelichting op de verplichtingen en uitgaven.

Voor bewaking is € 0,6 mln meer uitgegeven dan begroot. Dit verschil wordt met name veroorzaakt door hogere kosten voor vogelgriep testen in 2018 ad € 0,9 mln, lagere uitgaven voor het monitoringsprogramma voor AI, NCD, mycoplasma en niet zoönotische salmonella ad € 0,55 mln en hogere kosten voor BSE testen ad € 0,6 mln. Daarnaast door lagere uitgaven voor Q-koorts testen ad € 0,4 mln en hogere kosten voor basismonitoring ad € 0,25 mln. Deze mutaties zijn het gevolg van aangepaste contracten met onder andere de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD).

De uitgaven voor bestrijding zijn bijna € 3,5 mln lager dan begroot. Dit komt door in totaal € 2,1 mln lagere uitgaven aan Salmonella bestrijding, € 0,7 mln minder uitgaven voor Mycoplasma. Ook zijn er lagere uitgaven voor Brucellose ad € 0,4 mln, AI vogelgriep ad € 0,3 mln en de vaccins voor ZvA, MKZ en KVP zijn € 0,5 mln lager dan begroot. Voor de High Containment Unit (HCU) is daarentegen twee keer het tarief van € 0,6 mln geïnd terwijl er een keer was begroot, in verband met een inhaalslag over voorgaand jaar.

Toelichting op de ontvangsten

Gerealiseerde ontvangsten in 2018 (x € 1.000)
 

Runderen

Varkens

Schaap/geit

Pluimvee

Totaal

Tarief 2018

         

– Ontvangsten m.b.t. uitgaven 2018

5.917

1.645

8.419

15.981

– Crisisreserve

– Verrekening voorfinanciering door EZ

7.309

7.309

Subtotaal

5.917

1.645

– 

15.728

23.290

Heffingen voorgaand jaar

877

1.137

5.048

7.062

Totaal in 2018

5.917

2.522

1.137

20.776

30.352

Gelet op voorfinanciering in eerdere jaren door EZ (thans LNV) van de tekorten van vooral de pluimveesector en voor klein deel de sector schaap/geit is vanuit LNV bijna € 6 mln minder ontvangen dan eerder begroot. De bijdrage vanuit de EU is ruim € 2 mln lager dan begroot. Dit is vooral te wijten aan een terugvordering door de EU voor de Salmonella vaccinatie over de jaren 2014/2015 naar aanleiding van een EU-audit. Met de sectoren is afgesproken dat de crisisheffingen over 2018 in 2019 worden opgelegd. De ontvangsten die wij in 2019 ontvangen zullen dus in het volgende jaarverslag zichtbaar worden.

Toelichting op de instrumenten

Bewaking van dierziekten

Het niet tijdig opmerken van een dierziekte kan bij bepaalde dierziekten tot grote gevolgen leiden. Daarom is het tijdig signaleren van een besmetting en het adequaat bestrijden van groot belang. Het signaleren van (mogelijke) dierziekten vindt plaats door houders van dieren, dierenartsen en/of medewerkers van laboratoria/onderzoeksinstellingen, hetzij op basis van klinische verschijnselen dan wel op basis van de uitkomsten van laboratoriumonderzoek. In het geval deze verschijnselen kunnen wijzen op een aangifteplichtige ziekte, dient dit onmiddellijk bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) te worden gemeld.

Naast de meldplicht worden in opdracht van LNV bewakings- en monitoringsprogramma’s uitgevoerd die deels door de Europese Unie (EU) verplicht zijn gesteld ter behoud van de dierziektevrijstatus. Door bewakingsonderzoeken uit te voeren wordt het risico dat een ziekte niet of niet tijdig wordt opgemerkt gereduceerd. Bewakingsprogramma’s ondersteunen tevens de preventie van de betreffende dierziekten.

Streefwaarden

Behoud van de huidige, officieel door de EU en door de Wereldorganisatie voor diergezondheid (OIE) verleende status vrij te zijn van een aantal dierziekten.

Beleidsinstrumenten

De EU en de OIE verlenen onder bepaalde voorwaarden aan lidstaten officiële erkenningen voor het vrij zijn van besmettelijke dierziekten. Deze door de EU erkende statussen «vrij van dierziekten» worden bewaakt op basis van meldingen van actuele uitbraken en – voor bepaalde dierziekten – door het periodiek uitvoeren van bewakingsprogramma’s. Lidstaten en bij de OIE aangesloten landen zijn verplicht om uitbraken van ziekten direct te melden aan de OIE en EU. Mede om de door de EU en de OIE verleende erkenningen «vrij van dierziekten» dan wel «verwaarloosbaar risico» te behouden worden bewakingsprogramma’s voor de volgende dierziekten uitgevoerd: Brucella melitensis (schapen en geiten), Brucella abortus (runderen), Leucose (runderen), Blauwtong (runderen, schapen en geiten), BSE/TSE (runderen en schapen/geiten), KVP en Ziekte van Aujeszky (varkens) en Aviaire Influenza (pluimvee). De programma’s voor Leucose, en Ziekte van Aujeszky en AI werden tot 2015 respectievelijk tot medio 2014 uitgevoerd in opdracht van de productschappen.

Naast de officiële vrijstatus zijn er ook andere redenen voor het uitvoeren van monitoringprogramma’s, bijvoorbeeld de volksgezondheid of nationale diergezondheidsbelangen. Zo is voor Nederland de monitoring op Q-koorts, Mycoplasma gallisepticum en Salmonella St/Se belangrijk. Voor Newcastle Disease wordt er een controleprogramma op de verplichte vaccinatie uitgevoerd.

Voor een snelle opsporing van dierziekten is de overheid in sterke mate afhankelijk van de opmerkzaamheid van veehouder en dierenarts en van hun bereidheid een verdenking te melden. In aanvulling op de monitoringsprogramma’s worden daarom zogenaamde «early warning-programma’s» uitgevoerd voor AI en KVP/AVP. Deze houden de verplichting in om bij een eventuele verdenking van een infectie (een) monster(s) op te sturen voor uitsluitingsdiagnostiek. Ook dragen overheid en bedrijfsleven via het DGF bij aan de basismonitoring van de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD), een breed monitoringsprogramma dat afwijkingen in de diergezondheid van commercieel gehouden dieren opspoort, analyseert en in een kader plaatst waarbinnen oplossingen gevonden kunnen worden. Vrijwillige meldingen van diergezondheidsproblemen door veehouders en hun dierenartsen liggen aan de basis van dit programma.

Kadavers van varkens die bij de GD, de faculteit Diergeneeskunde en bij een aantal dierenartsenpraktijken worden aangeboden om de doodsoorzaak vast te stellen, worden ook onderzocht op de aanwezigheid van het KVP-virus. Ook worden door jagers geschoten wilde zwijnen steekproefsgewijs onderzocht op antistoffen tegen het KVP-, AVP- en Ziekte van Aujeszkyvirus (ZvA).

Varkenshouders zijn verplicht om verschijnselen die wijzen op KVP, AVP, MKZ en ZvA te melden aan de NVWA. Verder is er voor varkenshouders vanuit de regeling Preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s de verplichting om via uitsluitingsdiagnostiek de ziekte KVP uit te sluiten bij koppelbehandelingen en verhoogde sterfte. Hierbij wordt ook de ziekte AVP onderzocht. Voor de ziekte van Aujeszky zijn er verplichte bloedcontroles op vaste momenten.

Bij pluimvee zorgt het «early warning systeem» ervoor dat pluimveehouders zo snel mogelijk verschijnselen die kunnen wijzen op AI melden: verhoogde sterfte aan de NVWA en klinische problemen en afwijkingen in het patroon van voedsel- en wateropname aan de dierenarts. Indien de doodsoorzaak of ziekte van dieren niet duidelijk is of wanneer AI niet uit te sluiten is op basis van het klinisch beeld, neemt de dierenarts cloaca- en keelswabs bij de dieren en stuurt die door naar het WBVR (Wageningen Bioveterinairy Research). Verder worden, op kosten van de LNV-begroting, wilde vogels onderzocht op AI. Dood gevonden wilde vogels van de risicosoorten worden verzameld en onderzocht op AI. Dit programma wordt uitgevoerd door Dutch Wildlife Health Centre (DWHC) in samenwerking met Sovon Vogelonderzoek Nederland. Daarnaast kunnen grotere aantallen dood gevonden vogels gemeld worden bij de NVWA, waarna deze ook bij het WVBR onderzocht worden. Dit is van groot belang om meer informatie te krijgen over het risico op de verspreiding van vogelgriep.

Alle houders van meer dan 50 melkgeiten of melkschapen zijn verplicht om één keer per maand een tankmelkmonster te laten onderzoeken op de aanwezigheid van de bacterie Coxiella burnetii (Q-koorts). Verdachte of eerder besmette bedrijven worden tweewekelijks bemonsterd. Het onderzoek wordt uitgevoerd door de GD. In de jaarlijkse Brucella melitensis monitoring zijn dieren, ouder dan 6 maanden, op circa 1.500 schapen- en geitenhouderijen, onderzocht. De uitvoering van het onderzoek is in handen van de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD).

Kadavers van runderen ouder dan 48 maanden worden bij de destructor op BSE getest. De kosten hiervan worden uit het DGF gefinancierd en 50/50 betaald door overheid en bedrijfsleven. Schapen en geiten worden bij de destructor steekproefsgewijs (1.500 schapen en 1.500 geiten) getest op scrapie. Ook deze kosten worden uit het DGF gefinancierd. De EU geeft cofinanciering voor al deze testen. De doelstelling van het grootschalige testen van runderen (BSE) en schapen en geiten (TSE) is om de ontwikkeling van BSE/TSE te monitoren en te kunnen blijven volgen of de Europese bestrijdings- en preventiemaatregelen effectief zijn. In nood geslachte runderen moeten op een leeftijd van 48 maanden of ouder worden getest. Uitzonderingen; gezond geslachte runderen afkomstig uit Roemenië, Bulgarije worden getest op BSE op een leeftijd vanaf 30 maanden, noodslachtingen vanaf 24 maanden. BSE-testen op slachtrunderen worden niet via het DGF gefinancierd, maar rechtstreeks door de eigenaar betaald. Ook hiervoor was EU-cofinanciering beschikbaar.

Streefwaarden

Behoud van de huidige, officieel door de OIE verleende status vrij te zijn van een aantal dierziekten. Het streven is erop gericht om voor een aantal dierziekten de OIE-status «vrij van dierziekten» te behouden (zoals voor KVP en MKZ). Deze streefwaarden zijn voor 2018 gerealiseerd.

Er wordt ook naar gestreefd om de duur van de hoog-risicoperiode (tijd tussen insleep van een ziekte en de detectie van de uitbraak) zo klein mogelijk te maken. Monitoringsprogramma’s dienen ervoor veranderingen in de diergezondheidsstatus op te merken en om de vrijstatus voor een aantal dierziekten mede te kunnen onderbouwen. Aan de Europese Commissie is gerapporteerd over de resultaten van deze onderzoeken.

Prestatiegegevens
 

Realisatie

Begroting

2018

2018

Bewaking van dierziekten

Bedrijven

Dieren

Uitgaven

Bedrijven

Dieren

Uitgaven

(aantallen)

(aantallen)

(x € 1.000,–)

(aantallen)

(aantallen)

(x € 1.000,–)

Basismonitoring

   

3.625

   

3.531

Brucella (schaap, geit)

1.496

18.054

360

1.500

14.000

242

Blauwtong (rund, schaap, geit)

288

291

53

291

387

74

BSE rund, bij destructor en bij noodslachting

 

49.774

2.742

 

48.000

2.156

TSE schaap/geit, bij destructor

 

2.976

388

 

3.000

135

KVP/ (varkens)

   

65

     

– Veehouderij (early warning)

202

1.179

   

540

 

– Veehouderij (tonsillen)

 

3.740

71

 

4.600

300

– Wilde zwijnen (bloedmonsters op KVP, AVP en ZvA)

 

372

202

 

500

150

AI

           
Eenmalig programma AI1
   

26

     
Bedrijfsmatig pluimvee: early warning2
   

926

 

1.400

 

– Insturen monsters (swabs)

359

   

175

 

8

– serologische tests (bij GD)

2.282

   

1.200

   

Wilde vogels:

           
– Monitoring levende wilde vogels (EMC)3
 

0

   

5.000

125

– Monitoring dode vogels (SOVON) en WBVR

 

462

   

500

100

Q-koorts (melkmonsters)

442

 

587

380

 

955

Subtotaal

   

9.045

   

7.776

             

Overgenomen Productschapstaken

           
Basismonitoring4
   

4.431

   

4.272

Leukose

7.741 (tankmelk onderzoek)

18.834 (slachtlijnonderzoek)

355

 

26.000

316

Salmonella (pluimvee)

           
– Bewaking en preventie5

2.643 stallen

 

512

 

9.358

726

– Vaccinatie6

1.081 koppels leg en 61 koppels vermeerdering

24,25 mln leghennen en 1,16 mln vermeerderingskippen

3.921

2.000 koppels leg en 693 koppels vermeerdering

 
4.0217
Monitoring AI, NCD, Mycoplasma en niet-zoonotische salmonella8
   

1.152

   

1.700

Subtotaal

   

10.371

   

11.035

             

Totaal bewaking van dierziekten

   

19.416

   

18.811

Noot 1: Betreft een eenmalig programma bij specifieke bedrijven die met vogelgriep besmet waren.

Noot 2: Het vermelde bedrag is de som van de realisatie van de insturen monsters en de serologische tests. Het verschil met de begroting is te verklaren uit het feit dat het contract voor serologische testen na vaststelling van de begroting 2018 is gesloten.

Noot 3: In 2018 is geen programma onder levende vogels uitgevoerd.

Noot 4: Betreft 50% sectoraandeel plus de BTW.

Noot 5: Dit is lager dan begroot door een overschatting van het aantal opgezette koppels. Daarnaast wordt er zowel gewerkt met aantallen monsters en aantallen stallen. Bij de realisatie is uitgegaan van het aantal stallen. In 2018 zijn de overgangskosten niet meer van toepassing, maar waren hygiënemaatregelen van kracht (net zoals in 2017) waarvoor aanvullende financiering aan de contractpartij is toegezegd.

Noot 6: Aantallen dieren en koppels zijn voorlopige cijfers. De definitieve cijfers zullen echter niet veel afwijken van deze cijfers.

Noot 7: 50% Cofinanciering door EU en 50% door sector.

Noot 8: Het verschil tussen realisatie en begroot komt voort uit het feit dat de eindafrekening voor deze opdracht over 2018 nog niet betaald is.

Bron:

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (BSE en TSE), NVWA (Salmonella Se St) WBVR (onderzoek dode wilde vogels en early warning AI), en Gezondheidsdienst voor Dieren (overig).De aantallen bedrijven en dieren in bovenstaande tabel zijn gebaseerd op realisatiecijfers in 2018. De uitgaven zijn gedaan in 2018 maar hebben (deels) betrekking op de uitvoering in 2017. Grotere verschillen zijn toegelicht in de tabel budgettaire gevolgen van beleid.

2. Bestrijding van dierziekten

Onder de bestrijding van dierziekten vallen:

  • •  Onderzoek naar verschijnselen die kunnen duiden op een aangifteplichtige dierziekte na een melding door een (vee)houder en/of door een dierenarts;
  • •  Onderzoek van verdachte dieren;
  • •  Treffen van voorzieningen om onmiddellijk te kunnen bestrijden;

Als veehouders verschijnselen signaleren bij hun dieren die kunnen duiden op een aangifteplichtige dierziekte, is melding daarvan verplicht. Het onderzoeken van deze meldingen is een belangrijke structurele taak van de NVWA. Naast dit structureel onderzoeken van verschijnselen bij dieren als gevolg van een melding, wordt structureel onderzoek uitgevoerd naar brucellose bij runderen die binnen een bepaalde periode hun vrucht hebben verloren. Ook bij een positief testresultaat in een bewakingsonderzoek van een aangifteplichtige ziekte wordt dit gemeld bij de NVWA. Indien een bevestigingstest positief is, wordt het bedrijf door de NVWA besmet verklaard en wordt tot bestrijding overgegaan. In het geval een rund in de periode van 100 dagen na inseminatie tot 21 dagen voor de normale afkalfdatum haar vrucht verliest (abortus), is er sprake van een verdenking op een besmetting met brucella abortus. Deze interpretatie en de daaraan verbonden gevolgen zijn van belang aangezien een besmetting niet of nauwelijks met uiterlijke verschijnselen gepaard gaat en een dergelijke abortus het enige vroegtijdige klinische signaal is dat een rund besmet kan zijn met brucella abortus. Bij een dergelijke abortus volgt nader onderzoek om definitief vast te stellen of er sprake is van een besmetting met brucella abortus of dat een andere oorzaak de abortus heeft veroorzaakt. De onderzoeken op 5.322 bedrijven in 2018 hebben geen besmetting met brucella abortus aangetoond.

De bestrijding van dierziekten omvat feitelijk twee fasen, de eerste fase (de verdenkingsfase) vangt aan als verschijnselen, informatie of resultaten van onderzoek worden gemeld die kunnen duiden op een aangifteplichtige dierziekte, de tweede fase (de bestrijdingsfase) vangt aan als een besmetting is vastgesteld of als er zodanige aanwijzingen zijn dat moet worden uitgegaan van een besmetting.

Zodra sprake is of moet worden uitgegaan van een besmetting, worden onmiddellijk bestrijdingsmaatregelen getroffen door de (permanente) crisisorganisatie van LNV. Vertraging van de bestrijding leidt tot meer besmettingen en daarmede tot langduriger bestrijdingsmaatregelen. Door LNV zijn contracten gesloten met bedrijven voor de beschikbaarstelling van mensen en middelen die een kritische rol vervullen in het bestrijdingsproces. Bestrijding vindt plaats volgens Europese bestrijdingsrichtlijnen. De aanpak is geregeld in diverse draaiboeken van het ministerie. Op www.rijksoverheid.nl staan de actuele draaiboeken.

In bepaalde gevallen kan de inzet van beschermende noodvaccinatie (vaccinatie «voor het leven») een effectieve bestrijdingsmethode zijn. In plaats van het in grote aantallen ruimen van dieren kan de uitbraak bij bepaalde dierziekten tot staan worden gebracht door vaccinatie, in een bepaalde cirkel rondom besmette bedrijven. Gezonde gevaccineerde dieren worden niet meer gedood. Op basis van de huidige EU-regelgeving is beschermende noodvaccinatie mogelijk bij de bestrijding van uitbraken van MKZ, KVP en AI. Deze aanpak is op dit moment alleen uitvoerbaar bij dierziekten waarvoor een effectief vaccin beschikbaar is, te weten MKZ en KVP. De mogelijkheid van noodvaccinatie is vastgelegd in de betreffende beleidsdraaiboeken.

Streefwaarden

Zo snel en effectief mogelijk bestrijden van dierziekten. Concreet houdt dit in dat bij een melding een onderzoek wordt ingesteld. Voor zover de melding betrekking heeft op verschijnselen die duiden op een zeer besmettelijke dierziekte, moet een deskundigenteam ter plaatse een onderzoek instellen.

Beleidsinstrumenten

Voor de bestrijding van dierziekten staan onder andere de volgende instrumenten ter beschikking:

  • •  Wettelijke verplichting van houders van dieren en dierenartsen om verschijnselen die duiden op een aangifteplichtige dierziekte te melden;
  • •  Klinische inspectie door een deskundigenteam, bestaande uit dierenartsen (bedrijfsdierenarts van veehouder, GD-dierenarts en NVWA-dierenarts op bedrijven waar mogelijk sprake is van aangifteplichtige dierziekten);
  • •  Monsternames door het deskundigenteam;
  • •  Diagnostisch onderzoek van afgenomen monsters bij dieren;
  • •  Instellen van stand-still, vervoersverboden, compartimenten;
  • •  Vaccineren van dieren;
  • •  Onderzoek van dieren op buurt-/contactbedrijven en andere relevante bedrijven;
  • •  Tracering van een besmetting (van en naar);
  • •  Doden van besmette dieren;
  • •  Doden van dieren die een reëel gevaar zijn voor verspreiding van de besmetting;
  • •  Destructie van gedode (besmette) dieren;
  • •  Reinigen en ontsmetten van bedrijven;
  • •  Schadeloosstellen van houders voor gedode dieren.

De grondslag voor de inzet van bovenstaande instrumenten zijn:

  • •  EU-richtlijnen en EU-verordeningen;
  • •  GWWD, Wet Dieren;
  • •  (beleids)draaiboeken;
  • •  Crisisorganisatie en voorzieningen.

Op dit onderdeel worden de uitgaven verantwoord als een verdenking of een uitbraak van een wettelijk te bestrijden dierziekte zich voordoet. Het gaat dan om de uitgaven voor het onderzoek naar de verdenkingen en de bestrijdingsmaatregelen.

Realisatie 2018

Bestrijding van dierziekten

Realisatie 2018

Begrote uitgaven 2018

x € 1.000

x € 1.000

Verdenkingen

   
– Brucellose (verwerpersonderzoek)1

1.025

1.401

– KVP

20

25

AVP

1

64

SVD

5

30

– MKZ (rund, schaap, geit)

2

15

– AI

134

450

NCD

3

29

– BSE (rund)

 

20

– TSE (schaap, geit)

3

10

–  Psittacose

 

160

–  TBC

61

40

–  BT

15

15

– Rabies

5

27

Brucella

3

10

Q-koorts

5

26

Leucose

18

21

Mycoplasma

2

 

– Salmonella

129

425

– Overige

102

50

– Diagnostiek verdenkingen

906

270

     

Voorzieningen

   

– Middelenbeheer

222

100

– Calamiteitenreserve destructie

1.960

2.185

– Waakvlamcontracten

515

736

– Voorziening vaccinatie ZvA, MKZ en KVP

2.233

2.737

– Overige voorzieningen (HCU)

1.200

600

Bestrijding

   

Jaarlijks terugkerende kosten bestrijding

1.187

1.274

     

Subtotaal

9.756

10.720

   

Overgenomen Productschapstaken

   

(verdenkingen)

   

–  Ziekte van Aujeszky

0

38

– Salmonella

   
     

(bestrijding)

   

– Salmonella

   

– ruimingskosten

16

500

– vergoeding waarde dieren

197

1.500

– Mycoplasma Gallisepticum

2

678

     

Subtotaal

215

2.716

   

Totaal

9.971

13.436

Noot 1: Verwerpersonderzoek Brucella abortus in 2018 betreft een realisatie van 5.322 bedrijven en 10.175 dieren.

De grotere verschillen tussen begroot en gerealiseerd zijn toegelicht bij de tabel budgettaire gevolgen van beleid.

Er zijn geen gevallen van ZvA in 2018 en Salmonella bestrijding is niet meer opgenomen tussen de voormalige productschapstaken. Met betrekking tot de realisatie diagnostiek verdenking heeft nog geen verdeling over de verschillende dierziekten heeft plaatsgevonden waardoor deze post hoger uit valt. Deze verdeling gaat nog gerealiseerd worden voordat er met de sectoren wordt afgerekend.

Aangifteplichtige dierziekten

Onderstaand overzicht geeft het aantal dierziektenverdenkingen weer waar het Nederlands Veterinair Incident- en Crisiscentrum (NVIC) van de NVWA nader onderzoek naar heeft ingesteld in veel gevallen met aanvullend laboratoriumonderzoek. In 2018 heeft het NVIC in totaal 1.050 dierziektemeldingen ontvangen en afgehandeld.

Casussoort

Totaal Casus

Positief

Negatief

Volgt

Geen actie

Afrikaanse Varkenspest

16

0

13

0

3

Aujeszky

5

0

4

0

1

Aviaire Influenza

169

10

103

0

56

Bluetongue

27

0

8

1

18

Bovine Spongieuze Encephalopathie

1

0

0

0

1

Brucellose Abortus Bang

68

0

59

0

9

Brucellose Canis

9

1

5

0

3

Brucellose Melitensis

44

0

44

0

0

Brucellose Ovis

3

0

3

0

0

Brucellose Suis

54

0

54

0

0

Klassieke Varkens Pest

13

0

13

0

0

Leucose

27

0

23

0

4

Miltvuur

2

0

1

0

1

Mycoplasma Gallisepticum

4

0

4

0

0

New Castle Disease

12

2

5

0

5

Psittacose Dier

22

13

6

0

3

Q-Koorts Dier

1

0

1

0

0

Q-Koorts Tankmelk

1

0

1

0

0

Rabies Zoogdier

6

0

4

0

2

Salmonella Niet Zoönotisch Pluimvee

1

0

1

0

0

Salmonella Zoönotisch Pluimvee (Leg)

41

16

16

0

9

Salmonella Zoönotisch Pluimvee (Vlees)

174

0

0

0

174

Salmonella Zoönotisch Pluimvee (Opfok/Vermeerdering)

12

2

7

0

3

Swine Vesiculair Disease

8

0

5

0

3

Tuberculose

32

1

30

0

1

Tularemie

8

4

4

0

0

West Nile Virus (Vogels)

1

0

1

0

0

Zoönoses

Casussoort

Totaal Casus

Positief

Negatief

Volgt

Geen actie

Campylobacter Fetus

3

3

0

0

0

Chlamydia Abortus

3

1

0

0

2

Corynebacterium Ulcerans

3

0

1

0

2

Escherichia Coli

2

0

0

0

2

Hantavirus

1

0

0

0

1

Herpes B

1

0

0

0

1

Leptospirose

3

1

0

0

2

Listeriose

4

2

0

0

2

Psittacose Humaan

76

23

19

0

34

Q-Koorts Humaan

5

0

0

0

5

Rabies Vleermuis Humaan

34

2

19

0

13

Rabies Zoogdier Humaan

10

0

4

0

6

Salmonellose

93

91

1

1

0

Paardenziekten

Casussoort

Totaal Casus

Positief

Negatief

Volgt

Geen actie

Borna Virus

1

0

0

0

1

Dourine

1

0

1

0

0

Equine Infectieuze Anemie

2

0

1

0

1

Equine Virale Arteritis

1

0

0

0

1

Kwade Droes / Malleus / Glanders

4

0

3

0

1

West Nile Virus (Paard)

2

0

2

0

0

Visziekten

Casussoort

Totaal Casus

Positief

Negatief

Volgt

Geen actie

Aquacultuurdieren (Kokkelsterfte)

2

0

1

0

1

Infectieuze Haematopoietïsche Necrose

2

0

2

0

0

Koi Herpes Virus

2

1

0

0

1

Overige gemelde Dierziekten

Casussoort

Totaal Casus

Positief

Negatief

Volgt

Geen actie

Brucellose Ceti

1

1

0

0

0

Cryptosporidium

1

0

0

0

1

Epizootische Haemorrhagische Ziekte

1

0

1

0

0

Erysipelothrix rhusiopathiae Suis

8

0

0

0

8

Kleine Bijenkastkever

3

0

3

0

0

Mycobacterium Avium

5

2

2

0

1

Mycoplasma Mycoides

1

0

1

0

0

STEC Humaan

1

0

0

0

1

Viral Hemorrhagic Disease

1

0

0

0

1

Aviaire Influenza overig (HPAI H5N6 Screening)

Casussoort

Totaal Casus

Positief

Negatief

Volgt

Geen actie

Screening Oldekerk

7

0

3

0

4

Screening Kamperveen

5

0

5

0

0

Totaal casussen

Totaal casussen

1.050

176

484

2

388

Bron: NVWA

3. Voorkomen en verminderen van welzijnsproblemen

Bij uitbraken van wettelijk te bestrijden dierziekten treden – op basis van het draaiboek – diverse veterinaire maatregelen in werking. Eén van de maatregelen is het instellen van een vervoersverbod waardoor in bepaalde gebieden het vervoer van bepaalde diercategorieën niet meer is toegestaan dan wel aan stringente voorwaarden is gebonden. Als gevolg van het vervoersverbod kunnen in deze gebieden welzijns- en huisvestingsproblemen ontstaan (meer of grotere dieren dan de beschikbare hokcapaciteit toelaat, met als gevolg onder andere gezondheidsproblemen, agressiviteit, stress etc.). Het beleid is dat veehouders moeten zorgen dat ze een plan hebben om ten tijde van een vervoersverbod te zorgen voor noodopvang indien de uitbraak dermate lang duurt en er ondanks de maatregelen van de veehouder welzijnsproblemen zouden kunnen ontstaan is het beleid om dieren gecontroleerd af te voeren.

Streefwaarden

Beperken van de welzijnsproblemen bij dieren in geval van een dierziekte uitbraak.

4. Overig

De uitgaven voor de Stichting Diergeneesmiddelen Autoriteit SDa zijn € 0,144 mln lager uitgevallen dan begroot en uitgekomen op € 0,216 mln, de uitvoeringskosten voor de inning van de heffingen door RVO zijn € 0,268 mln hoger uitgevallen en uitgekomen op € 1,368 mln en de uitgaven voor de GD percelen zijn € 0,186 mln lager uitgevallen dan begroot en uitgekomen op € 0,614 mln. De GD-percelen, zoals ophaaldienst, opleidingsplan en consignatiedienst die eerder direct door LNV werden betaald zijn tegenwoordig ook in het DGF opgenomen en worden voor 100% door LNV gefinancierd.