Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

2. LEESWIJZER

De leeswijzer gaat in op de volgende onderwerpen:

  • 1.  Opbouw jaarverslag;
  • 2.  Ondergrenzen toelichtingen;
  • 3.  Controlenormen financiële en niet-financiële gegevens;
  • 4.  Groeiparagraaf;
  • 5.  Motie Schouw en motie Hachchi c.s..

1. Opbouw jaarverslag

In het begrotingsjaar 2018 is sprake van een EZK-begroting, met naast een begrotingsstaat van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) een aparte begrotingsstaat voor het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en het DGF (zie ook de nota van wijziging; Kamerstuk 34 775 XIII, nr. 8).

Dit jaarverslag bevat het beleidsverslag, een jaarrekening, het jaarverslag van het Diergezondheidsfonds (DGF) en diverse bijlagen. Deze bevatten informatie over de in 2018 gerealiseerde beleidsresultaten en de budgettaire realisatiegegevens van EZK, LNV en het DGF.

Het onderdeel beleidsprioriteiten van het beleidsverslag betreft de verantwoording over de beleidsagenda uit de EZK-begroting 2018. Naast een macro-economisch beeld worden in het beleidsverslag de prioriteiten van EZK voor 2018 toegelicht. Dit gebeurt via twee blokken:

  • 1.  Duurzaam Nederland en
  • 2.  Ondernemend Nederland
    • a.  Innovatie stimuleren;
    • b.  Digitalisering versnellen;
    • c.  De juiste randvoorwaarden creëren.

Vervolgens volgt er een verantwoording over de beleidsagenda van het LNV deel. Dit gebeurt aan de hand van vier blokken:

  • 1.  Duurzame agroketens en een veilig voedselsysteem
  • 2.  Positie van boeren, tuinders en vissers
  • 3.  Natuur
  • 4.  Voortgang op diverse dossiers

De beleidsartikelen in dit jaarverslag hebben dezelfde opzet als de begroting 2018 (Kamerstuk 34 550 XIII, nrs. 1 en 2) en zijn conform de Rijksbegrotingsvoorschriften opgesteld (https://www.rbv.minfin.nl/2019). Elk beleidsartikel bevat een paragraaf beleidsconclusies waarin voor de belangrijkste instrumenten een oordeel wordt gegeven over de uitvoering van het beleid in het afgelopen jaar. In beleidsartikel 4 (Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering) is net als in de begroting 2018 een totaaloverzicht opgenomen van alle maatregelen van alle ministeries ten behoeve van het energieakkoord.

De bedrijfsvoeringparagraaf doet verslag van relevante aandachtspunten in de bedrijfsvoering van het Ministerie van EZK en het Ministerie van LNV. Het jaarverslag van het DGF bevat een separate bedrijfsvoeringsparagraaf.

De jaarrekening bestaat uit de departementale verantwoordingsstaten, de samenvattende verantwoordingsstaten inzake de agentschappen, de jaarverantwoordingen van de agentschappen, de saldibalans en de WNT-verantwoording.

Het jaarverslag van het DGF bestaat uit een beleidsverslag (inclusief een bedrijfsvoeringsparagraaf) en een jaarrekening (verantwoordingsstaat DGF en een saldibalans). De apparaatsuitgaven voor de uitvoering van het DGF zijn deels opgenomen bij het moederdepartement (beleidsartikel 6).

De volgende bijlagen zijn opgenomen: Toezichtrelaties en Zelfstandige Bestuursorganen (ZBO’s) en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak (RWT’s), Afgerond evaluatie- en overig onderzoek, Externe inhuur, Europese geldstromen, Rapportage burgerbrieven en een lijst van afkortingen.

2. Ondergrenzen toelichtingen

Voor wat betreft het toelichten van significante verschillen in de uitgaven, ontvangsten en verplichtingen in de realisatie versus de vastgestelde begroting 2018 zijn de ondergrenzen gehanteerd zoals opgenomen in de onderstaande tabel.

Omvang begrotingsartikel

(stand ontwerpbegroting)

in € mln

Beleidsmatige mutaties

(ondergrens in € mln)

Technische mutaties

(ondergrens in € mln)

< 50

1

2

=> 50 en < 200

2

4

=> 200 en < 1.000

5

10

=> 1.000

10

20

In sommige gevallen, waar politiek relevant, worden ook posten toegelicht beneden deze ondergrenzen.

De beleidsartikelen 2 (Bedrijvenbeleid: innovatief en duurzaam ondernemen) en 8 (Natuur en biodiversiteit) zijn in de huidige vorm voor het eerst verschenen in de begroting 2017 (zie ook de toelichting in de leeswijzer van de begroting 2017). Er zijn daarom alleen realisatiegegevens opgenomen met ingang van 2017.

3. Controlenormen financiële en niet-financiële gegevens

Het jaarverslag bevat zowel financiële als niet-financiële gegevens (kengetallen en indicatoren). Deze gegevens zijn aan verschillende controlenormen onderhevig. De controle van financiële informatie is gebaseerd op normen zoals deze voortvloeien uit de Comptabiliteitswet 2001 en de Rijksbegrotingsvoorschriften 2019 (RBV). De controle van beleidsinformatie en informatie over de bedrijfsvoering is gebaseerd op normen zoals deze voortvloeien uit de RBV. Van een aantal indicatoren zijn de realisatiegegevens over 2018 nog niet bekend. In die gevallen is de meest recente realisatie opgenomen.

4. Groeiparagraaf

In het wetgevingsoverleg over het Jaarverslag van EZ 2017 van 20 juni 2018 werd van de zijde van de Kamer aangedrongen op verdere verbetering van de informatie bij begrotingsreserves. Naar aanleiding hiervan heeft de Minister van EZK toegezegd in zowel de begroting als in jaarverslag aan te geven welk deel van de reserves wordt aangehouden voor reeds aangegane verplichtingen. Tot op heden gebeurde dit uitsluitend in de begroting.

5. Motie Schouw en motie Hachchi c.s.

Motie Schouw

In juni 2011 is de motie Schouw ingediend en aangenomen. Deze motie zorgt er voor dat de landenspecifieke aanbevelingen van de Raad op grond van de nationale hervormingsprogramma's een eigenstandige plaats krijgen in de departementale begrotingen. Voor de beleidsterreinen van EZK is één specifieke aanbeveling gedaan. De Europese Commissie stelt in de budgettaire aanbeveling voor om met budgettair en structureel beleid de publieke en private investeringen in onderzoek, ontwikkeling en innovatie te verhogen, met inachtneming van de budgettaire middellangetermijndoelstelling. Het kabinet onderschrijft het belang van publieke en private investeringen in onderzoek en innovatie voor toekomstige economische groei, de aanpak van maatschappelijke uitdagingen en het bewerkstelligen van wetenschappelijke doorbraken. Het kabinet wil daarom zicht houden op de doelstelling voor R&D- investeringen in Nederland van 2,5% bbp en heeft daarom reeds beleid ingezet in lijn met deze voorgestelde aanbeveling. Het kabinet investeert vanaf 2020 structureel € 400 mln extra in fundamenteel en toegepast onderzoek, plus een incidentele investering in de onderzoeksinfrastructuur. Ook bevat het Regeerakkoord een aantal meer structuur-georiënteerde beleidsveranderingen die nog worden uitgewerkt, onder andere door de sterkere focus van de topsectoren op de economische kansen van maatschappelijke thema's en sleuteltechnologieën, en de voortzetting van het Techniekpact. Voorts zorgt de Nationale Wetenschapsagenda voor structurele aandacht voor maatschappelijke uitdagingen en wetenschappelijke doorbraken. Tezamen verhoogt dit de publieke investeringen in R&D en draagt het bij aan excellente wetenschap, waarbij een deel van de publieke investeringen ook een hefboomwerking zal hebben op private R&D-investeringen.

Voor de beleidsterreinen van LNV zijn er in 2018 geen landenspecifieke aanbevelingen gedaan door de Europese Commissie.

Motie Hachchi c.s.

Ter uitvoering van de motie Hachchi c.s. (Kamerstuk 33 000 IV, nr. 28) brengen departementen in kaart welke uitgaven zij doen in Caribisch Nederland, uitgesplitst per instrument. Voor het opnemen van deze uitgaven in de budgettaire tabellen geldt een ondergrens van € 1 mln. De totale uitgaven (realisatie) van EZK voor Caribisch Nederland in 2018 bedroegen € 6,7 mln. Deze uitgaven zijn verdeeld over de beleidsartikelen 1 (€ 0,7 mln), 2 (€ 2,9 mln) en 4 (€ 3,0 mln).

De totale uitgaven (realisatie) van LNV voor Caribisch Nederland in 2018 bedroegen € 1,1 mln. Deze uitgaven zijn verdeeld over de beleidsartikelen 6 (€ 0,4 mln) en 8 (€ 0,7 mln). De bijdrage in artikel 6 betreft een bijdrage aan BES Saba vanuit de Regio Envelop.

Overgangsrecht Compatibiliteitswet

Op grond van het overgangsrecht in artikel 10.2 van de Comptabiliteitswet 2016 blijven voor de presentatie en inrichting van de jaarverslagen en slotwetten over 2018 de bepalingen uit de Comptabiliteitswet 2001 en de daarop berustende bepalingen van toepassing zoals deze golden voor de inwerkingtreding van de Comptabiliteitswet 2016 per 1 januari 2018. Voor de dechargeverlening inzake het jaar 2018 over het gevoerde financieel beheer en materieelbeheer zijn de bepalingen van de Comptabiliteitswet 2016 en de daarop gebaseerde regelgeving van toepassing. Dit is conform de brief aan het parlement over het overgangsrecht in de Comptabiliteitswet 2016 (Vergaderjaar 2018–2019, 34 426, nr. 33). Om die reden moet telkens bij de verwijzingen naar de bepalingen van de Comptabiliteitswet worden gelezen de artikelen van de Comptabiliteitswet 2001 voor de presentatie en inrichting en voor de begrotingsuitvoering de artikelen van de Comptabiliteitswet 2016 conform de transponeringstabel bij de Comptabiliteitswet 2016, Stb. 2017, 139.

Art. in CW 2016

Art. in CW 2001

3.2 – 3.4

19, eerste lid; 21, eerste en tweede lid

3.5

22, eerste lid; 26, eerste lid

3.8

58, eerste lid, onderdeel a, en derde lid; 61, derde lid

3.9

58, eerste lid, onderdeel b en c

2.37

60, tweede en derde lid; 63, eerste en vierde lid

2.35

61, tweede tot en met vierde lid

2.40

64

7.12

82, eerste lid; 83, eerste lid

7.14

82, vijfde lid; 83, tweede tot en met vierde lid