Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl)

Jaarverantwoording van het baten-lastenagentschap RVO.nl per 31 december 2018

Staat van baten en lasten van het baten-lastenagentschap RVO.nl (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

(1)

(2)

(3)=(2)–(1)

(4)

 

Vastgestelde begroting

2018

Realisatie 2018

Verschil realisatie en vastgestelde begroting

Realisatie 2017

Baten

       

Omzet

       

– Omzet moederdepartement

315.741

213.815

– 101.927

381.219

– Omzet overige departementen

120.015

341.277

221.262

126.136

– Omzet derden

28.504

38.177

9.673

40.489

Rentebaten

10

5

– 5

4

Vrijval voorzieningen

0

12

12

1.916

Bijzondere baten

2.700

3.095

395

4.834

Totaal baten

466.970

596.381

129.411

554.598

         

Lasten

       

Apparaatskosten

454.281

574.143

119.862

541.485

– Personele kosten

270.838

345.457

74.619

323.947

Waarvan eigen personeel

229.900

266.950

37.050

252.767

Waarvan externe inhuur

28.303

58.526

30.223

53.458

Waarvan overige personele kosten

12.635

19.981

7.346

17.722

– Materiële kosten

183.443

228.686

45.243

217.538

Waarvan apparaat ICT

0

0

0

0

Waarvan bijdrage aan SSO's

100.710

138.246

37.536

135.116

Waarvan overige materiële kosten

82.733

90.440

7.707

82.422

Rentelasten

28

149

121

332

Afschrijvingskosten

12.661

12.888

227

11.809

– Materieel

2.360

1.021

– 1.339

1.082

Waarvan apparaat ICT

0

0

0

0

Waarvan overige materiële afschrijvingskosten

2.360

1.021

– 1.339

1.082

– Immaterieel

10.301

11.867

1.566

10.727

Overige lasten

0

1.181

1.181

633

– Dotaties voorzieningen

0

871

871

534

– Bijzondere lasten

0

310

310

99

Totaal lasten

466.970

588.361

121.391

554.259

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

0

8.020

8.020

339

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

0

8.020

8.020

339

Toelichting op de baten

Algemeen

De baten zijn ten opzichte van de begroting met 27,7% gestegen. Hieronder worden de baten toegelicht.

Omzet moederdepartement

De gerealiseerde omzet van het moederdepartement is ten opzichte van de oorspronkelijke begroting 32,3% lager uitgevallen. Ten tijde van de begroting behoorde DG Agro & Natuur nog tot de omzet moederdepartement. Deze opdracht is in verband met de heroprichting van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid (LNV) verschoven van omzet moederdepartement naar omzet overige departementen. Daarnaast is in 2018 de opdracht van DG Groningen Bovengronds toegevoegd bij omzet moederdepartement.

(bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting

2018

Realisatie 2018

Verschil realisatie en vastgestelde begroting

Realisatie 2017

DG Bedrijfsleven en Innovatie

95.492

91.694

– 3.798

101.822

DG Energie, Telecom en Mededinging

58.156

61.737

3.581

60.020

DG Agro & Natuur

156.436

0

– 156.436

200.117

DG Groningen Bovengronds

0

40.733

40.733

0

Overig

5.657

19.651

13.994

19.260

Totaal

315.741

213.815

– 101.926

381.219

De omzetrealisatie van DG Bedrijfsleven & Innovatie (B&I) is lager dan de ontwerpbegroting. Gedurende het jaar is sprake geweest van meerwerk en aanvullende opdrachten, verschuivingen van budgetten en is de omzet in lijn gebracht met de realisatie op de opdrachten. In totaal betreft dit een effect van – € 3,8 mln.

De stijging van de omzet DG Energie, Telecom en Mededinging (ETM) ten opzichte van de ontwerpbegroting wordt verklaard door nieuwe regelingen als gevolg van de intensivering van het Klimaatbeleid (ca. € 2,1 mln) en aanvullingen op diverse opdrachten (€ 2,3 mln). Verder is de opdracht Elektrisch Rijden overgeheveld van DG ETM naar het Ministerie van Infrastructuur & Waterstaat (– € 0,8 mln).

In maart 2018 is een projectdirectie binnen RVO.nl opgezet welke de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen (TCMG) ondersteunt met betrekking tot registratie van schademeldingen en de organisatie van voldoende onafhankelijke deskundigen die schaderapportages maken. De uiteindelijke omzet voor 2018 (totaal € 40,7 mln) is lager dan begroot ten tijde van de eerste suppletoire begroting (€ 65,9 mln) doordat minder onafhankelijke deskundigen beschikbaar waren dan verwacht ten tijde van het Besluit Mijnbouwschade Groningen 2018.

De stijging onder overig wordt voornamelijk veroorzaakt door de aanvullende bijdrage aan het Inkoop Uitvoeringscentrum (IUC; € 8,7 mln). Ook zijn extra bijdragen voor e-Overheid voor Bedrijven (e-OvB; € 1,2 mln), de Unit omgevingskennis (€ 1,8 mln) en Concordaat (€ 2,3 mln) gerealiseerd.

Omzet overige departementen

De omzet overige departementen betreft de uitvoering van opdrachten voor diverse ministeries, waarvan 59,8% afkomstig is van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV).

(bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting

2018

Realisatie 2018

Verschil realisatie en vastgestelde begroting

Realisatie 2017

Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

0

203.931

203.931

0

Ministerie van Buitenlandse Zaken

93.938

94.093

155

91.659

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

10.879

21.934

11.055

15.305

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

10.909

13.863

2.954

12.776

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

3.064

3.698

634

3.857

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

351

232

– 119

231

Ministerie van Justitie en Veiligheid

680

557

– 123

391

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

194

1.801

1.607

426

Overig

0

1.168

1.168

1.491

Totaal

120.015

341.277

221.262

126.136

De gerealiseerde omzet op de opdracht van het Ministerie LNV is aanzienlijk hoger dan de oorspronkelijke begroting (zie omzet moederdepartement, DG Agro & Natuur; € 156,4 mln). Er is substantieel meerwerk verstrekt met name voor het Fosfaatrechtstelsel, Fosfaatreductieplan (incl. meerlingenfraude) en het 6e actieprogramma mest (gezamenlijk ruim € 25,6 mln). Daarnaast is op opdrachten Opvolging Audit Percelen, Pilot Monitoring Farmland, satelliet controles, Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB) pilots natuur en diverse andere regelingen meer gerealiseerd (€ 15,9 mln). Ook is de omzet Dierregistraties (ca. € 6 mln) overgeheveld van omzet derden naar omzet overige departementen (LNV).

De opdracht vanuit het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) valt hoger uit dan oorspronkelijk begroot. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door overheveling van het cluster Digitale Overheid vanuit DG B&I (€ 6,7 mln) en een aanvulling op deze opdracht (€ 2,5 mln). Daarnaast zijn diverse aanvullende opdrachten verstrekt voor onder andere Aardgasvrij, Circulair Bouwen en Herziening Europese richtlijn energieprestatie gebouwen voor een totaal van € 1,9 mln.

De omzet vanuit het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) neemt toe ten opzichte van de initiële begroting, wat veroorzaakt wordt door de extra opdracht in het kader van de Klimaatenveloppe voor Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI) (€ 0,8 mln). Ook is de opdracht Elektrisch Rijden overgeheveld van DG ETM naar IenW (€ 0,8 mln) en is sprake van enkele andere aanvullende opdrachten (€ 1,4 mln).

De omzetstijging vanuit het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) wordt grotendeels verklaard door een aanvullende opdracht ter uitvoering van het programma Horizon 2020 (€ 0,6 mln).

De omzet vanuit het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) wordt grotendeels veroorzaakt door een hogere bijdrage aan het programma e-OvB (€ 1,6 mln).

De omzet Overig is hoger dan verwacht ten tijde van de oorspronkelijke begroting (€ 1,2 mln). Deze stijging wordt voornamelijk veroorzaakt door de uitvoering van nieuwe opdrachten voor de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWa) en Rijkswaterstaat.

Omzet derden

De omzet derden heeft betrekking op opdrachten voor de Provincies, Europese Unie, bijdragen van derden in de uitvoeringskosten die in opdracht van het moederdepartement plaatsvinden (bijvoorbeeld heffingen en retributies) en overige opdrachtgevers. Hiervan is 73,7% afkomstig van de Provincies.

(bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting 2018

Realisatie 2018

Verschil realisatie en vastgestelde begroting

Realisatie 2017

Europese Unie

3.234

2.225

– 1.009

2.027

Leges dierregistraties

6.000

0

– 6.000

5.772

Leges grondkamers

2.900

2.302

– 598

2.415

Leges mest

0

777

777

689

Provincies

14.258

28.132

13.874

24.245

Overig

2.112

4.741

2.629

5.341

Totaal

28.504

38.177

9.673

40.489

De omzet derden is € 9,7 mln hoger dan begroot. Bij de provincies is sprake van aanvullende opdrachten, naast het Subsidiestelsel Natuur en Landbouw (SNL) zijn er ook opdrachten en prestatieovereenkomsten vanuit het Plattelands Ontwikkelingsprogramma 3 (POP3) verstrekt. Verder is meerwerk verkregen vanuit de Energietransitie Zuid-Holland. Naast de lager dan geraamde inkomsten van de Europese Unie en leges Grondkamers zijn de leges dierregistraties verplaatst van omzet derden naar omzet overige departementen (LNV).

Vrijval voorzieningen

De vrijval van voorzieningen van € 0,01 mln betreft vrijval bij de voorziening dubieuze debiteuren.

Bijzondere baten

De bijzondere baten zijn € 0,4 mln hoger dan begroot. In de initiële begroting is uitgegaan van een bijdrage van het moederdepartement voor de transitiekosten die gepaard gaan met de op handen zijnde uitvaring van InvestNL. Deze bijdrage is verantwoord in de opdracht van DG B&I. Wel is ca. € 3,1 mln gerealiseerd aan andere bijzondere baten. Zo zijn vanuit het moederdepartement de volgende bijdragen ontvangen: € 1,5 mln voor de implementatie van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en € 0,8 mln voor de afbouw van de werkzaamheden van Gebied Ruimtelijke Ordening (GRO), voormalig Dienst Landelijk Gebied (DLG). Tevens heeft RVO een bijdrage van € 0,6 mln. van EZK ontvangen als tegemoetkoming voor de inzet van 5 fte in verband met de ontvlechting van EZK en LNV.

Toelichting op de lasten

Algemeen

De lasten zijn ten opzichte van de begroting met 26,0% gestegen. Hieronder worden de lasten toegelicht.

Personele kosten

De personele kosten vallen, vooral door een hoger werkpakket, in totaal 27,6% (€ 74,6 mln) hoger uit dan begroot.

De begrote bezetting voor 2018 was 3.424 fte, waarvan 3.025 fte ambtelijk personeel en 399 fte externe inhuur. Gemiddeld in 2018 was er 3.363 fte in ambtelijke dienst, per ultimo december 2018 was dit 3.556 fte. De gemiddelde bezetting externe inhuur bedroeg in 2018 550 fte, per ultimo december 2018 was dit 520 fte. De hogere gerealiseerde bezetting is toe te schrijven aan de toename van de omvang van het werkpakket. Zo is in april de projectdirectie TCMG gestart waarmee een takenpakket van 122 fte is gemoeid.

De kosten voor eigen personeel zijn € 37,1 mln hoger dan geraamd, als gevolg van een groter opdrachtenpakket. De gemiddelde loonkosten per fte ambtelijk bedragen in 2018 € 79.379. Dit is 4,5% hoger dan de geraamde loonkosten per fte ambtelijk personeel van € 76.000, wat vooral wordt veroorzaakt door een loonsverhoging ten gevolge van nieuwe CAO afspraken.

De kosten van externe inhuur zijn € 30,2 mln hoger dan begroot. De extra kosten ten opzichte van de begroting in 2018 zijn toe te schrijven aan de verschuiving van het zwaartepunt van inhuurkosten, naar inhuur op hogere schalen. De gemiddelde kosten per fte externe inhuur zijn € 106.411 per jaar, wat 50,0% hoger is dan begroot (€ 70.935). Dit is mede het gevolg van het beleid om op opdrachten met een structureel karakter ambtelijke medewerkers in te zetten. Deze verambtelijking heeft vooral in de lagere schalen plaatsgevonden.

Materiële kosten

De materiële kosten zijn in totaal 24,7% (€ 45,2 mln) hoger uitgevallen dan begroot. De stijging wordt veroorzaakt door de hogere gerealiseerde bijdragen aan Shared Service Organisaties van € 37,5 mln en hogere overige materiële kosten (€ 7,7 mln) als gevolg van een groter opdrachtenpakket. Zo heeft de extra opdracht vanuit de TCMG kosten meegebracht die ten tijde van de begroting nog niet bekend waren.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten voor immateriële vaste activa zijn hoger (€ 1,6 mln) uitgevallen dan begroot als gevolg van dechargering van Activa in Aanbouw (AiA) en het relatief hoge investeringsvolume in software in 2017. Verder zijn de afschrijvingskosten voor de materiële vaste activa iets lager (€ 1,3 mln) uitgevallen dan begroot.

Dotaties voorzieningen

De dotaties aan voorzieningen betreffen € 0,9 mln aan de voorziening debiteuren.

Bijzondere lasten

In 2018 zijn diverse bijzondere lasten ontstaan (€ 0,3 mln). Dit is het gevolg van een desinvestering van een AiA project (€ 0,25 mln). Het restant is het gevolg van een administratieve correctie.

Saldo van baten en lasten

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland sluit het jaar met een positief resultaat van € 8,0 mln. In dit resultaat zijn éénmalige bijzondere baten en lasten verwerkt, per saldo ruim € 2,8 mln aan baten.

Balans per 31 december (bedragen x € 1.000)
 

Balans 2018

Balans 2017

Activa

   

Vaste activa

   

Immateriële vaste activa

27.292

36.451

Materiële vaste activa

3.111

3.672

– Grond en gebouwen

1.478

1.952

– Installaties en inventarissen

1.612

1.720

– Projecten in uitvoering

0

0

– Overige materiële vaste activa

21

0

Vlottende activa

152.465

97.868

Voorraden en onderhanden projecten

0

0

Vorderingen

26.559

28.867

– Debiteuren

3.924

3.050

– Overige vorderingen en overlopende activa

22.635

25.817

Liquide middelen

125.906

69.001

Totaal activa

182.868

137.991

     

Passiva

   

Eigen vermogen

26.367

18.347

– Exploitatiereserve

18.347

18.008

– Onverdeeld resultaat

8.020

339

Voorzieningen

925

925

Langlopende schulden

17.492

19.668

– Leningen bij het Ministerie van Financiën

17.492

19.668

Kortlopende schulden

138.084

99.051

– Crediteuren

6.795

8.253

– Schulden bij het Rijk

77.539

45.942

– Belastingen en premies sociale lasten

546

695

– Kortlopend deel leningen bij het Ministerie van Financiën

7.676

6.606

– Overige verplichtingen en overlopende passiva

45.528

37.555

Totaal passiva

182.868

137.991

Toelichting op de balans

Liquide middelen

Het saldo is gestegen met € 56,9 mln hetgeen vooral het gevolg is van een ontvangen voorschot van € 49,1 mln voor de niet begrote opdracht Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen (TCMG).

Debiteuren en nog te ontvangen bedragen

Onder de debiteuren en de nog te ontvangen bedragen zijn de volgende bedragen begrepen voor vorderingen op het moederdepartement EZK, overige departementen, derden en overige (exclusief voorziening dubieuze debiteuren van € 1,2 mln).

(bedragen x € 1.000)
 

2018

2017

Moederdepartement

342

67

Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid

561

0

Agentschap DICTU

0

1.239

Agentschap NVWA

547

21

Agentschap Telecom

6

14

Agentschap RVO.nl (beleidsadministratie)

543

378

Belastingdienst Centrum Facilitaire Dienstverlening

55

94

Belastingdienst Centrale Administratie

10

0

Bureau Inspectieraad

79

0

Centraal Planbureau

4

0

Logius

179

0

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

216

145

Ministerie van Buitenlandse Zaken

1.601

2.003

Ministerie van Defensie

68

26

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

20

0

Ministerie van Financiën

14

11

Ministerie van Justitie en Veiligheid

392

13

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

72

0

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

111

38

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

384

83

Immigratie Naturalisatie Dienst

0

81

Rijksvastgoedbedrijf

108

1

Dienst Publiek en Communicatie

89

0

Rijkswaterstaat

63

142

Derden

22.338

25.147

Totaal

27.802

29.502

Eigen vermogen

Het eigen vermogen bedraagt ultimo 2018 € 26,4 mln. De maximale toegestane omvang van het eigen vermogen bedraagt € 27,4 mln, zijnde 5% van € 547,7 mln, de gemiddelde omzet over 2016, 2017 en 2018. Het eigen vermogen ultimo jaar 2018 is € 1,0 mln lager dan het toegestane maximum.

Vermogensontwikkeling (bedragen x € 1.000)
 

2015

2016

2017

2018

1 Eigen vermogen per 1/1

24.471

18.305

18.008

18.347

2 Saldo van baten en lasten

– 1.809

– 297

339

8.020

3 Directie mutaties in het eigen vermogen:

       

– 3a uitkering aan moederdepartement

– 4.357

0

0

0

– 3b bijdrage moederdepartement ter versterking EV

0

0

0

0

– 3c overige mutaties

0

0

0

0

4 Eigen vermogen per 31/12

18.305

18.008

18.347

26.367

Verloop en stand van de voorzieningen (bedragen x € 1.000)
 

Boekwaarde

1-1-2018

Dotaties

Onttrekkingen

Vrijval

Boekwaarde

31-12-2018

Stand voorziening Herbeleggen Facilitaire Dienst (HFD)

925

0

0

0

925

Totaal voorziening HFD

925

0

0

0

925

Crediteuren en nog te betalen bedragen

Onder de crediteuren en de nog te betalen bedragen zijn de volgende bedragen begrepen voor schulden aan het moederdepartement EZK, overige departementen en derden:

(bedragen x € 1.000)
 

2018

2017

Moederdepartement

30.354

22.424

Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid

13.604

0

Agentschap DICTU

6.826

7.340

Agentschap NVWA

568

784

Ministerie van Buitenlandse Zaken

13.762

15.820

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

8.972

2.480

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

1.260

857

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

489

114

Ministerie van Financiën

8.110

6.670

Ministerie van Justitie en Veiligheid

165

314

Belastingdienst

2.195

695

Rijkswaterstaat

220

51

Rijksdienst voor Wegverkeer

5

4

Dienst Publiek en Communicatie

5

3

Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI)

49

0

Uitvoeringsorganisatie Bedrijfsvoering Rijk (UBR)

32

0

Rijksvastgoedbedrijf

128

131

Ministerie van Defensie

30

0

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

20

0

Interdepartementale Post- en Koeriersdienst

10

0

Derden

51.280

41.364

Totaal

138.084

99.051

Kasstroomoverzicht over 2018 (bedragen x € 1.000)
   

(1)

Vastgestelde begroting

(2)

Realisatie 2018

(3)=(2)–(1)

Verschil realisatie en vastgestelde begroting

1.

Rekening-courant RHB 1 januari 2018

+ stand depositorekeningen

39.673

69.001

29.328

 

Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+)

460.789

598.677

137.888

 

Totaal uitgaven operationele kasstroom (–/–)

– 463.128

– 537.498

– 74.370

2.

Totaal operationele kasstroom

– 2.339

61.179

63.518

 

Totaal investeringen (–/–)

– 15.000

– 6.194

8.806

 

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

3.026

3.026

3.

Totaal investeringskasstroom

– 15.000

– 3.168

11.832

 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (–/–)

0

0

0

 

Eenmalige storting door het moederdepartement (+)

0

0

0

 

Aflossingen op leningen (–/–)

– 5.579

– 6.606

– 1.027

 

Beroep op leenfaciliteit (+)

15.000

5.500

– 9.500

4.

Totaal financieringskasstroom

9.421

– 1.106

– 10.527

5.

Rekening-courant RHB 31 december 2018

+ stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

31.755

125.906

94.151

Toelichting kasstroomoverzicht

De gerealiseerde operationele kasstroom is € 63,5 mln hoger dan begroot. Dit wordt vooral veroorzaakt door hogere operationele ontvangsten. De hogere operationele ontvangsten zijn vooral toe te schrijven aan de bevoorschotting voor de projectdirectie TCMG, die onder meer betrekking heeft op de betalingsverplichtingen begin 2019. De gerealiseerde investeringskasstroom is € 11,8 mln lager dan verwacht. Een lager bedrag aan investeringen en een toename van desinvesteringen is hier debet aan. De ICT-markt is aangetrokken en dat merkt RVO.nl in haar mogelijkheden om voldoende resources aan te trekken. Hierdoor is op sommige trajecten niet de snelheid gemaakt die vooraf was ingeschat. Dit heeft zich vertaald in een lager uitgavenniveau en doorloop van de projecten in 2019. Tegelijk bleek de verhouding activeerbare en niet-activeerbare uitgaven bij de investeringsprojecten anders uit te pakken dan vooraf ingeschat. Het lager investeringsniveau heeft dientengevolge geleid tot een lager beroep op de leenfaciliteit. Wat betreft immateriële vaste activa is in 2018 geïnvesteerd in software en licenties op software (€ 3,7 mln) en activa in aanbouw (€ 2,0 mln, na overdracht naar software). In materiële activa is geïnvesteerd in installaties en inventarissen (€ 0,4 mln) en overige materiële vaste activa (€ 0,02 mln).

Het beroep op de leenfaciliteit is in 2018 € 9,5 mln lager geweest dan begroot als gevolg van een lager investeringsniveau.

Overzicht doelmatigheidsindicatoren per 31 december 2018

Omschrijving

Realisatie

2017

Realisatie

2018

Begroting

2018

Inputindicatoren

     

Kernindicatoren

     

Verhouding direct/indirect personeel

88%

89%

84%

       

Outputindicatoren

     

Kernindicatoren

     

Tariefindex in reële termen

99,9%

101,3%

100,0%

FTE-totaal (excl. externe inhuur)

3.229

3.556

3.025

Saldo van baten en lasten (%)

0,1%

1,3%

0,0%

       

Kwaliteitsindicatoren

     

Kernindicatoren

     

Klanttevredenheid

7,2

7,3

7,3

Gehonoreerde bezwaarschriften

34%

36%

25%

Toelichting

Inputindicatoren

RVO.nl heeft over 2018 een gunstiger direct-indirect verhouding gerealiseerd dan begroot, door een grotere dan verwachte inzet op directe projecten.

Outputindicatoren

Het aantal ambtelijke fte ultimo 2018 is met 3.556 fte hoger dan begroot (3.025 fte). In de begroting van 2018 is TCMG, ca. 122 fte (vast en tijdelijk) ambtelijk, niet meegenomen. Daarnaast was het opdrachtenpakket groter dan begroot en is er een grotere inzet van ambtenaren op structurele werkzaamheden ten koste van inhuurkrachten.

Kwaliteitsindicatoren

De klanttevredenheid wordt jaarlijks gemeten en is met een score van 7,3 gelijk aan de begroting.

Het percentage gehonoreerde bezwaarschriften (36%) is hoger dan de begroting 2018 (25%). In totaal zijn in 2018 15.116 bezwaren afgehandeld, waarvan 5.398 bezwaren gegrond zijn verklaard. Van de afgehandelde bezwaren hadden er 1.242 betrekking op de basisbetalingsregeling (56% gegrond) en 10.233 op de fosfaatregelingen (34% gegrond). Beide regelingen vertegenwoordigen een groot aandeel in het totaalbeeld.