Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

10. Verticale toelichting

De verticale toelichting bevat een cijfermatig overzicht voor alle begrotingen van budgettaire veranderingen die zich hebben voorgedaan in de uitgaven en niet-belastingontvangsten sinds de Miljoenennota 2017. Dit overzicht sluit aan op de mutaties zoals gepresenteerd in de ontwerpbegrotingen van de departementen.

Per begroting wordt een cijfermatig overzicht gepresenteerd van de voornaamste mutaties, gevolgd door een toelichting hierop. Voor een meer gedetailleerde toelichting op de mutaties wordt verwezen naar de afzonderlijke suppletoire begrotingen.

De Verticale Toelichting onderscheidt drie categorieën mutaties:

  • 1.  mee- en tegenvallers;
  • 2.  beleidsmatige mutaties;
  • 3.  technische mutaties.

Alle overboekingen, desalderingen, statistische correcties en mutaties die niet tot een ijklijn behoren, zijn in de laatste categorie «technische mutaties» geclusterd. Overigens hebben sommige overboekingen en desalderingen wél een beleidsmatig karakter. Dit komt tot uitdrukking in de toelichtingen. Ingeval samenhangende mutaties in meerdere categorieën voorkomen, worden deze eenmaal toegelicht.

De totalen per begroting worden in eerste instantie gepresenteerd exclusief de bedragen die onder de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) vallen. Door middel van een aansluitregel wordt het deel van de begroting dat onder HGIS valt, zichtbaar gemaakt. De veranderingen die optreden binnen het HGIS-deel van de begroting worden gepresenteerd en toegelicht in de verticale toelichting van alle HGIS-uitgaven. De laatste regel geeft per begroting de totaalstand inclusief HGIS.

De ondergrens voor mutaties die apart zichtbaar worden in de tabbellen is afhankelijk van de omvang van de begroting en verschilt voor de verschillende categorieën mutaties. De post diversen bevat de mutaties die onder de ondergrens vallen en wordt in beginsel alleen toegelicht indien zich bijzonderheden voordoen.

Samenvattend overzicht mutaties per MJN 2018 t.o.v. MJN 2017
 

Bedragen in miljoenen euro’s

Mutaties uitgaven 2018

Mutaties ontvangsten 2018

Departementale begrotingen

I

De Koning

0,9

0,0

IIA

Staten Generaal

3,2

0,0

IIB

Hoge Colleges van Staat en Kabinetten

3,2

0,0

III

Algemene Zaken

1,1

0,1

IV

Koninkrijksrelaties

21,7

11,3

V

Buitenlandse Zaken

– 333

33

VI

Veiligheid en Justitie

403,6

– 182,9

VII

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

106,6

– 13,8

VIII

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

887,3

– 35,1

IXA

Nationale Schuld

153,3

1.025

IXB

Financiën

245,3

– 329,5

X

Defensie

381,7

20,8

XII

Infrastructuur en Milieu

89,3

6,8

XIII

Economische Zaken

144,2

– 504,8

XV

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

– 2.146,6

– 103,4

XVI

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

800,8

5,1

XVII

Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

0

0

XVIII

Wonen en Rijksdienst

– 60,4

45,2

Overig

 

Sociale Zekerheid

– 1.159,2

2,8

 

Budgettair kader Zorg

1.308,8

3,8

 

Gemeentefonds

1314,5

0

 

Provinciefonds

155,2

0

 

Infrastructuurfonds

2,8

2,8

 

Diergezondheidsfonds

2

2

 

Accres Gemeentefonds

– 424,2

0

 

Accres Provinciefonds

– 58

0

 

BES-fonds

8,6

0

 

Deltafonds

21,2

21,2

 

Prijsbijstelling

– 63,8

0

 

Arbeidsvoorwaarden

– 708,9

0

 

Koppeling Uitkeringen

– 107,7

0,4

 

Aanvullende Post Algemeen

– 132, 7

0

 

Consolidatie

2,7

2,7

 

Homogene Groep Internationale Samenwerking

473,7

20,1

De Koning

I DE KONING: UITGAVEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

41,4

41,4

41,4

41,4

41,5

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Diversen

0,2

0,3

0,3

0,3

0,3

 
     

0,2

0,3

0,3

0,3

0,3

 

Technische mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Diversen

0,6

0,6

0,6

0,6

0,6

 
     

0,6

0,6

0,6

0,6

0,6

 

Extrapolatie

43,8

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

0,8

0,9

0,9

0,9

0,9

 
                 

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

42,2

42,3

42,3

42,3

42,4

43,8

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

0

Stand Miljoenennota 2018

42,2

42,3

42,3

42,3

42,4

43,8

                 
I DE KONING: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

0

0

0

0

0

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Diversen

0,1

0

0

0

0

 
     

0,1

0

0

0

0

 

Extrapolatie

0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

0,1

0

0

0

0

 
                 

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

0,1

0

0

0

0

0

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

0

Stand Miljoenennota 2018

0,1

0

0

0

0

0

Diversen (uitgaven en ontvangsten, rijksbegroting in enge zin)

Dit betreft een som van mutaties van compensatie premiestijging ABP, uitgekeerde eindejaarsmarge en loon- en prijsbijstelling.

Staten-Generaal

IIA STATEN-GENERAAL: UITGAVEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

144,2

140,7

139,2

139,2

139,5

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Diversen

2,6

0

0

0

4,5

 
     

2,6

0

0

0

4,5

 

Technische mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Diversen

3,2

3,2

3,1

3,1

3,1

 
     

3,2

3,2

3,1

3,1

3,1

 

Extrapolatie

144,1

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

5,8

3,2

3,1

3,1

7,6

 
                 

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

150

143,9

142,3

142,4

147,1

144,1

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

0

Stand Miljoenennota 2018

150

143,9

142,3

142,4

147,1

144,1

                 
IIA STATEN-GENERAAL: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

4,2

4,2

4,2

4,2

4,2

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Diversen

0

0

0

0

0

 
     

0

0

0

0

0

 

Extrapolatie

4,2

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

0

0

0

0

0

 
                 

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

4,2

4,2

4,2

4,2

4,2

4,2

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

0

Stand Miljoenennota 2018

4,2

4,2

4,2

4,2

4,2

4,2

Diversen (Beleidsmatige mutaties – Technische mutaties – Uitgaven)

Onder de post diversen valt een kasschuif in verband met de uitloop van het outsourcen van de Dienst Automatisering van de Tweede Kamer naar SSC-ICT en daardoor optredende vertraging in de projectuitvoering. Daarnaast is de eindejaarsmarge 2016 toegevoegd aan de begroting van de Staten-Generaal. Ook de prijsbijstelling tranche 2017 is overgemaakt naar de departementale begrotingen. Tot slot heeft het ABP per 1 januari 2017 de pensioenpremie verhoogd. Ter compensatie van de pensioenpremiestijging is 342 mln. aan de loonruimte 2017 toegevoegd. Deze middelen zijn vanuit de Aanvullende Post overgemaakt naar de departementale begrotingen.

Overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten en de Kiesraad

IIB OVERIGE HOGE COLLEGES VAN STAAT, KABINETTEN EN DE KIESRAAD: UITGAVEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

115

110,2

110,2

110,4

109,7

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Diversen

1,8

– 1,7

– 3,4

– 3,4

– 2,7

 
     

1,8

– 1,7

– 3,4

– 3,4

– 2,7

 

Technische mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Diversen

2,9

4,9

4,9

4,9

4,9

 
     

2,9

4,9

4,9

4,9

4,9

 

Extrapolatie

112

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

4,7

3,2

1,5

1,5

2,2

 
                 

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

119,7

113,4

111,7

111,9

112

112

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

0

Stand Miljoenennota 2018

119,7

113,4

111,7

111,9

112

112

                 
IIB OVERIGE HOGE COLLEGES VAN STAAT, KABINETTEN EN DE KIESRAAD: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

5,7

5,7

5,7

5,7

5,7

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Diversen

0

0

0

0

0

 
     

0

0

0

0

0

 

Technische mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Diversen

0,3

0

0

0

0

 
     

0,3

0

0

0

0

 

Extrapolatie

5,7

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

0,3

0

0

0

0

 
                 

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

5,9

5,7

5,7

5,7

5,7

5,7

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

0

Stand Miljoenennota 2018

5,9

5,7

5,7

5,7

5,7

5,7

Diversen (Beleidsmatige mutaties – uitgaven)

De post diversen bestaat hoofdzakelijk uit een neerwaartse bijstelling voor het Hoger Beroep Vreemdelingen. De lagere instroomraming leidt tot een verlaging van de uitgavenraming van de Raad van State voor 2017 en verdere jaren. Verder vallen de ramingen van de uitkeringen op basis van de Algemene Pensioenwet Politieke Ambtsdragers (APPA) onder de diversen. Deze ramingen zijn in lijn gebracht met de actuele prognoses van uitkeringen aan oud-ambtsdragers. Daarnaast maakt de Nationale Ombudsman kosten in het kader van een transitie om de organisatie te verbeteren en nieuwe taken in te passen. De Algemene Rekenkamer gaat in 2017 verder met het aanpassen van de organisatiestructuur.

Diversen (Technische mutaties – uitgaven)

De belangrijkste mutatie is de overheveling van de Kiesraad van hoofdstuk VII naar hoofdstuk IIB. Daarnaast vallen onder diverse de toevoeging van de eindejaarsmarge 2016 aan de begroting van de Hoge Colleges van Staat. Ook de prijsbijstelling tranche 2017 is overgemaakt naar de departementale begrotingen. Verder verhoogt het ABP per 1 januari 2017 de pensioenpremie. Ter compensatie van de pensioenpremiestijging is 342 mln. aan de loonruimte 2017 toegevoegd. Deze middelen worden vanuit de Aanvullende Post overgemaakt naar de departementale begrotingen.

Algemene Zaken

III ALGEMENE ZAKEN: UITGAVEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

63,5

62,1

62,1

62,2

63,9

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Diversen

0,8

0,2

0,2

0,2

0,2

 
     

0,8

0,2

0,2

0,2

0,2

 

Technische mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Diversen

– 0,7

0,9

0,9

0,9

0,9

 
     

– 0,7

0,9

0,9

0,9

0,9

 

Extrapolatie

67,1

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

0,1

1,1

1,1

1,1

1,1

 
                 

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

63,5

63,2

63,3

63,3

65

67,1

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

0

Stand Miljoenennota 2018

63,5

63,2

63,3

63,3

65

67,1

                 
III ALGEMENE ZAKEN: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

6,8

6,7

6,7

6,7

6,7

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Diversen

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

 
     

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

 

Extrapolatie

6,8

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

 
                 

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

6,9

6,8

6,8

6,8

6,8

6,8

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

0

Stand Miljoenennota 2018

6,9

6,8

6,8

6,8

6,8

6,8

Diversen (uitgaven en ontvangsten, rijksbegroting in enge zin)

Dit betreft een som van mutaties van compensatie premiestijging ABP, uitgekeerde eindejaarsmarge en loon- en prijsbijstelling en diverse overboekingen van en naar de begroting van AZ.

Koninkrijksrelaties

IV KONINKRIJKSRELATIES: UITGAVEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

291,9

272

124

123,1

123,1

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Kasschuif wisselkoersreserve

6,5

5,4

0

0

0

 
   

Verlenging tbo

0

12

12

12

12

 
   

Diversen

2,3

1,3

0,4

0,4

– 0,2

 
     

8,8

18,7

12,4

12,4

11,8

 

Technische mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Diversen

16,7

3,1

2,3

2,4

2,7

 
 

Niet tot een ijklijn behorend

           
   

Diversen

0

0

0

0

0

 
     

16,7

3,1

2,3

2,4

2,7

 

Extrapolatie

125,4

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

25,5

21,7

14,7

14,8

14,5

 
                 

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

317,4

293,8

138,7

137,8

137,5

125,4

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

0

Stand Miljoenennota 2018

317,4

293,8

138,7

137,8

137,5

125,4

                 
IV KONINKRIJKSRELATIES: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

36,5

36,5

36,5

36,5

36,5

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Diversen

2,5

2,3

2,2

0,3

– 1,1

 
     

2,5

2,3

2,2

0,3

– 1,1

 

Technische mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Diversen

18

9

0

0

0

 
     

18

9

0

0

0

 

Extrapolatie

35,3

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

20,4

11,3

2,2

0,3

– 1,1

 
                 

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

56,9

47,8

38,7

36,8

35,3

35,3

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

0

Stand Miljoenennota 2018

56,9

47,8

38,7

36,8

35,3

35,3

Kasschuif wisselkoersreserve

Het restant van de wisselkoersreserve in 2016 (11,9 mln.) wordt op basis van de huidige inzichten in de wisselkoerseffecten verdeeld over 2017 en 2018 middels een kasschuif.

Verlenging TBO

De geïntensiveerde aanpak van met name ondermijning en high crimes is effectief gebleken. Daarom wordt de reeds ingezette koers op de aanpak van de georganiseerde (ondermijnende) criminaliteit gecontinueerd. De inzet van het Team Bestrijding Ondermijning is vanaf 2018 verlengd met vier jaar.

Diversen (beleidsmatige mutaties – technische mutaties – uitgaven) (technische mutaties – niet-belastingontvangsten)

Met het oog op de veiligheidsproblematiek in het Caribisch deel van het Koninkrijk wordt incidenteel 8 mln. beschikbaar gesteld aan de Kustwacht gelijk verdeeld over de jaren 2017 en 2018 voor het plegen van onderhoud en oplossen exploitatietekort, de ondersteuning van andere defensieonderdelen aan de Kustwacht.

Als gevolg van de eindafrekening Stichting Ontwikkeling Nederlandse Antillen (SONA) en de verkoop van de aandelen in de AIB Bank ontvangt BZK respectievelijk € 1,9 mln. en € 2,7 mln. op de begroting van Koninkrijksrelaties. Deze ontvangsten worden binnen de begroting ingezet.

Tevens zijn de restmiddelen Fondo Desaroyo Aruba (FDA) teruggevloeid naar de begroting van Koninkrijksrelaties om, conform de beheersovereenkomst tussen Aruba, Nederland en FDA, weer ingezet te kunnen worden ten behoeve van het land Aruba. Onder de post diversen vallen daarnaast een kasschuif omdat de oprichting van de Integriteitskamer op Sint Maarten is vertraagd en de toevoeging van de eindejaarsmarge 2016 aan de begroting van Koninkrijksrelaties.

Diversen (niet-belastingontvangsen – beleidsmatige mutaties)

Onder de post diversen valt een ramingsbijstelling van de renteontvangsten. Tot en met 2020 zijn er meerontvangsten en daarna minderontvangsten.

Buitenlandse Zaken

V BUITENLANDSE ZAKEN: UITGAVEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

7.541

8.514,4

8.408,8

8.562,6

8.813,5

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

01. begrotingsakkoord 2017: bni effect overige inkomsten

– 57,3

0

0

0

0

 
   

02. begrotingsakkoord 2017: meerjarig beeld acor

– 21,5

– 25,9

– 25,6

– 26

– 26

 
   

05. tweede aanvullende begroting 2016: teruggave surplus

– 300,8

1,5

0

0

0

 
   

06. technische aanpassing meerjarig financieel kader

3,8

226,6

230

234,1

– 1,1

 
   

07. begroting 2018: onderuitputting begroting 2018 naar 2019–2020

0

– 326,9

168,2

168,9

– 0,8

 
   

08. onderuitputting begroting 2017 naar 2019–2020

0

– 195,3

102,5

102,9

– 0,5

 
   

09. compensatie contingency margin 2014

0

– 87,7

44,3

43,6

– 0,2

 
   

12. raming nieuwe mfk-periode

0

0

0

0

87,6

 
   

13. spring forecast 2017

– 88,6

74,8

82,4

84,3

164,9

 
   

Diversen

0

0

0

0

0

 
     

– 464,4

– 332,9

601,8

607,8

223,9

 

Extrapolatie

9.301,8

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

– 464,5

– 333

601,7

607,8

223,9

 
                 

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

7.076,5

8.181,4

9.010,6

9.170,5

9.037,4

9.301,8

Totaal Internationale samenwerking

1.363,2

1.353

1.338,3

1.377,7

1.390,4

1.417,2

Stand Miljoenennota 2018

8.439,8

9.534,4

10.348,9

10.548,2

10.427,8

10.719

                 
V BUITENLANDSE ZAKEN: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

640,9

653,7

666,7

680,1

700,5

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

03. vierde aanvullende begroting 2016:vertraging cohesiebeleid

360,8

0

0

0

0

 
   

04. vierde aanvullende begroting 2016: spring forecast en rebate vk

– 93,8

0

0

0

0

 
   

11. nacalculatie 2016

124,1

0

0

0

0

 
   

13. spring forecast 2017

– 30,6

33

33,6

34,3

35

 
   

Diversen

– 1,5

0

0

0

– 6,8

 
     

359

33

33,6

34,3

28,2

 

Technische mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

10. vijfde aanvullende begroting 2016 verschuiven nederlandse korting

2.764,4

0

0

0

0

 
     

2.764,4

0

0

0

0

 

Extrapolatie

741,1

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

3.123,3

33

33,6

34,3

28,2

 
                 

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

3.764,2

686,7

700,4

714,4

728,7

741,1

Totaal Internationale samenwerking

65

65

65

65

65

65

Stand Miljoenennota 2018

3.829,2

751,7

765,4

779,4

793,7

806,2

Algemeen

De omvang van de Nederlandse afdrachten wordt bepaald door de omvang van de Europese begroting en door het aandeel van de Nederlandse economie in de Europese economie (uitgedrukt in BNI). De Europese Unie (EU) ontvangt haar inkomsten voor het grootste deel uit afdrachten van de lidstaten, zoals BTW-afdrachten en BNI-afdrachten. De invoerrechten worden ook door nationale overheden (douane) geïnd en overgemaakt aan de EU, waarbij elke lidstaat 20% van de opgebrachte invoerrechten mag behouden als vergoeding voor de inning ervan. Deze afdrachten zijn uitgaven voor Nederland. Deze EU-inkomsten worden ook wel de «eigen middelen» van de EU genoemd. Nederland ontvangt op de EU-afdrachten een jaarlijkse korting. Deze korting is opgebouwd uit een lager tarief voor BTW-afdrachten en een vaste korting (lumpsum) op de BNI-afdrachten.

Hieronder volgt een toelichting op de mutaties op de raming van de Nederlandse afdrachten aan de EU die tot nu toe in begrotingsjaar 2017 hebben plaatsgevonden. De mutaties komen voort uit het Begrotingsakkoord 2017, verschillende aanvullende begrotingen over 2016, de nacalculatie over 2016 en de begroting 2018.

Begrotingsakkoord 2017

Eind 2016 hebben de Europese Raad en het Europees Parlement ingestemd met de Europese begroting voor 2017.28

1. Begrotingsakkoord 2017: bni effect overige inkomsten (uitgaven)

In de begroting 2017 stelt de Europese Commissie (EC) de raming voor de overige ontvangsten van de EU (ontvangsten die niet onder de eigen middelen vallen) opwaarts bij van 1,7 naar 2,8 mld., vooral door hogere verwachte inkomsten uit (mededings-)boetes en rente. Omdat de BNI-afdrachten van de lidstaten het sluitstuk vormen van de Europese begroting, betekenen hogere verwachte inkomsten voor de Europese begroting uit andere bronnen dan de BNI-afdrachten, automatisch dat de BNI-afdracht van de lidstaten daalt. Voor Nederland betekent dit ca. 57 mln. lagere afdrachten in 2017.

2. Begrotingsakkoord 2017: meerjarig beeld ACOR (uitgaven)

In de Europese begroting voor 2017 heeft de EC ook aanpassingen in de grondslagen voor de BNI-, BTW- en Invoerrechtenramingen verwerkt op basis van nieuwe economische cijfers (ACOR cijfers). Deze werken meerjarig door in de afdrachten van de lidstaten. In 2017 leiden deze aanpassingen bij BNI-, BTW- en invoerrechtenramingen tot per saldo 22 mln. lagere afdrachten voor Nederland. Dit effect loopt in de jaren daarna nog iets op tot ca 26 mln. lagere afdrachten.

Implementatie begroting 2016: Vierde aanvullende begroting 2016, tweede aanvullende begroting 2017 en technische aanpassing van het MFK

De daadwerkelijke uitgaven van de EU-begroting in 2016 waren lager dan voorzien ten tijde van het begrotingsakkoord, dit blijkt onder andere uit de verlaging van de betalingen met de vierde aanvullende begroting van 2016 en het omvangrijke surplus in de tweede aanvullende begroting van 2017. Met de jaarlijkse technische aanpassing wordt deze onderuitputting doorgeschoven naar latere jaren van het Meerjarig Financieel Kader (MFK).

3. Vierde aanvullende begroting 2016: vertraging cohesiebeleid (niet-belastingontvangsten)

Eind 2016 heeft het Europees Parlement goedkeuring gegeven aan de vierde en vijfde aanvullende begroting van 2016. Deze aanvullende begrotingen zijn te laat in het jaar aangenomen om nog door de Commissie te worden verwerkt in de afdrachten over 2016. De budgettaire verwerking valt daarom in 2017 en verloopt via een bijstelling van de niet-belastingontvangsten. In de vierde aanvullende begroting van 2016 had de EC de geraamde EU-betalingen voor 2016 verlaagd met 7,3 mld., voornamelijk vanwege vertragingen bij de implementatie van het cohesiebeleid.29 De verwachting was toen reeds dat deze vertraging op een later moment binnen het huidige MFK ingelopen zouden worden. Bij voorjaarsnota 2017 zijn daarom de afdrachten in 2018 met 361 mln. verhoogd in afwachting op nadere informatie van de EC. Met de technische aanpassing van het MFK heeft de EC deze middelen doorgeschoven naar 2018, 2019 en 2020 via de Global Margin for Payments (zie mutatie technische aanpassing) en is daarom de raming van de Nederlandse afdrachten aangepast ten opzichte van de Voorjaarsnota.

4. Vierde aanvullende begroting 2016: effecten spring forecast en rebate vk (niet-belastingontvangsten)

Met de aanname van de vierde aanvullende begroting, zijn ook de effecten van de Spring Forecast van 2016 verwerkt in de afdrachten van lidstaten. Door de verlate aanname van de aanvullende begroting zijn deze effecten niet meer in 2016 verwerkt, maar in januari 2017. Dit leidt tot ca 80 mln. lagere afdracht in 2016 en een ca 80 mln. hogere afdracht in 2017. Daarnaast zijn hierbij ook de BTW- en BNI-grondslagen van lidstaten geactualiseerd. Dit leidt tot een herberekening van de korting van het Verenigd Koninkrijk, omdat die mede is gebaseerd op de BTW-grondslag.

5. Tweede aanvullende begroting 2017: teruggave surplus (uitgaven)

Op 12 april 2017 presenteerde de Europese Commissie de tweede aanvullende begroting van 2017. Met deze aanvullende begroting wordt zoals gebruikelijk het verschil tussen de inkomsten en de uitgaven van de Europese begroting over 2016 (het surplus) in de begroting voor 2017 verwerkt. In 2016 was er sprake van een grote onderuitputting bij de uitvoering van het cohesiebeleid en was er sprake van hogere inkomsten bij de EU (m.n. door boetes). Het surplus bedroeg hierdoor 6,4 mld. en is in de tweede aanvullende begroting voor 2017 verwerkt. Het Nederlandse aandeel in dit surplus bedraagt 0,3 mld. en leidt in 2017 tot een lagere afdracht. De onderuitputting die veroorzaakt wordt door vertraging binnen het cohesiebeleid, zal naar verwachting in latere jaren ingehaald worden. Dit leidt tot een hogere afdracht in die jaren. Via de jaarlijkse technische aanpassing worden de middelen in het MFK naar latere jaren geschoven (zie mutatie technische aanpassing).

6. Technische aanpassing meerjarig financieel kader (uitgaven)

Op 24 mei 2017 publiceerde de Commissie haar jaarlijkse technische aanpassing van het MFK. Hiermee is in totaal 14 miljard euro (lopende prijzen) aan onbenutte betalingsruimte onder het MFK-plafond van 2016 in gelijke tranches doorgeschoven naar 2018, 2019 en 2020, via de Global Margin for Payments. Deze omvangrijke onbenutte ruimte, ofwel marge, wordt voornamelijk veroorzaakt door vertragingen bij de implementatie van het cohesiebeleid. Deze vertraging was voorzien; deze bleek ook uit de verlaging van de afdrachten met de vierde aanvullende begroting van 2016 en het omvangrijke surplus over 2016, dat met de tweede aanvullende begroting van 2017 is vastgesteld (zoals hierboven beschreven).30

Begroting 2018 en verder

Op 30 mei 2017 heeft de Europese Commissie het voorstel voor de begroting 2018 gepresenteerd. In deze begroting is er net als in 2017 sprake van een aanzienlijke resterende marge onder het betalingenplafond. Dit geeft aanleiding om de raming van de afdrachten in 2018 te verlagen en in 2019 en 2020 te verhogen.31

7. Begroting 2018: onderuitputting begroting 2018 naar 2019–2020 (uitgaven)

Op 30 mei 2017 heeft de Commissie de ontwerpbegroting voor 2018 gepresenteerd, waarover de Raad op 7 juli een positie heeft ingenomen. In de Raadspositie over deze begroting, is er in 2018 een onbenutte marge onder het betalingenplafond van 10,1 mld. Om deze reden zal voor de raming van de Nederlandse afdracht voor 2018 net als bij de Miljoenennota 2017 niet op betalingenplafond worden geraamd, omdat het niet de verwachting is dat deze marge in 2018 geheel gebruikt zal worden. Voor de raming van de Nederlandse afdrachten wordt er daarom van uitgegaan dat tenminste 7 mld. van deze marge aan het eind van 2018 zal overblijven. Het Nederlandse aandeel daarin is 0,3 mld. en deze wordt in gelijke tranches doorgeschoven naar 2019 en 2020. Het overige deel wordt nog wel aangehouden als marge voor 2018, om ruimte te houden voor grotere uitgaven als gevolg van onderhandelingen met het EP over de begroting en voor onvoorziene uitgaven.

8. Onderuitputting begroting 2017 naar 2019–2020 (uitgaven)

Met de presentatie van de EU-begroting voor 2018, is duidelijk geworden dat de vertraagde betalingen uit de EU-begroting van 2017 niet in 2018 ingelopen zullen worden. De raming van de Nederlandse afdrachten is in de regel gebaseerd op de omvang van het betalingenplafond van het MFK. In 2017 is het niet aannemelijk dat de ruimte voor betalingen volledig benut wordt, vanwege een grote ongealloceerde marge onder het betalingenplafond als gevolg van vertragingen bij de implementatie van het Cohesiebeleid. Bij Miljoenennota 2017 is daarom besloten om af te wijken van het betalingenplafond als uitgangspunt voor de raming van de Nederlandse afdrachten in 2017, door een deel van de omvangrijke marge onder het betalingenplafond door te schuiven van 2017 naar 2018. Op 30 mei 2017 heeft de Commissie de ontwerpbegroting 2018 gepresenteerd. Wederom blijkt dat de marge onder het betalingenplafond groot is, waardoor het onwaarschijnlijk is dat de marge uit 2017 in 2018 uitgegeven wordt. De geraamde Nederlandse afdrachten worden daarom aangepast onder de veronderstelling dat de verwachte onderuitputting uit 2017 verder wordt doorgeschoven en in gelijke tranches in 2019 en 2020 wordt uitgegeven.

9. Compensatie contingency margin 2014 (uitgaven)

Op 20 juli 2017 is een akkoord bereikt over de mid term review van het MFK. Met dit akkoord is ook besloten om de inzet van de Contingency Margin in 2014 voor extra betalingen voortkomend uit het vorige MFK, in 2017 te compenseren via lagere betalingen. Tot nu toe werd ervan uitgegaan dat dit gecompenseerd zou worden met lagere betalingen in de jaren 2018–2020. Om de raming van de Nederlandse afdrachten hierop aan te passen, wordt een deel van de onderuitputting – waarvan eerder was geraamd dat deze naar 2018 zou worden doorgeschoven – niet doorgeschoven, waardoor de raming voor 2018 neerwaarts wordt bijgesteld. De verwachte compensatie in 2018–2020 vindt ook niet plaats waardoor de raming voor die drie jaren opwaarts wordt bijgesteld. Per saldo leidt dit voor 2018 tot een 88 mln. lagere afdracht, en voor 2019 en 2020 tot een jaarlijks 44 mln. hogere afdracht.

Overige mutaties

10. Vijfde aanvullende begroting 2016: verschuiven Nederlandse korting (niet-belastingontvangsten)

Eind 2016 is ook de vijfde aanvullende begroting goedgekeurd. Hiermee is de ratificatie van het Eigen Middelenbesluit in 2016 in de afdrachten verwerkt en zijn de kortingen op de nationale afdrachten geëffectueerd Nederland ontvangt de bedongen korting op de afdrachten over 2014–2016 met terugwerkende kracht in 2017 in de kas. Het betreft een technische mutatie omdat het kabinet besloten heeft om het kader te corrigeren voor deze ontvangst.32 De korting voor 2017 (en latere jaren) wordt verrekend met de EU-afdrachten.

11. Nacalculatie 2016 (niet-belastingontvangsten)

De Europese Commissie heeft op 24 januari 2017 cijfers voor de nacalculatie van de Europese afdrachten voor 2016 gepresenteerd aan de lidstaten. Voor de Nederlandse begroting betekent deze nacalculatie een verlaging van de EU-afdrachten van netto 124 mln. euro die als een eenmalige ontvangst op de begroting wordt verwerkt.33

12. Raming nieuwe mfk-periode (uitgaven)

Het huidige MFK loopt tot en met 2020. Dit betekent dat de betalingenplafonds tot 2020 nominaal vastliggen in de huidige MFK-verordening. De omvang van de EU-afdrachten tot en met 2020 is gebaseerd op deze betalingenplafonds. Vanaf 2021 zal het volgende MFK gelden, waarvoor nog geen nominale betalingenplafonds zijn vastgesteld. In de raming voor 2021 en verder wordt daarom op dit moment uitgegaan van een betalingenplafond van 0,95% van het Europese BNI in 2021, wat overeenkomt met het uitgangspunt bij het afsluiten van het huidige MFK. Hiermee wordt niet vooruitgelopen op mogelijke effecten van Brexit voor de EU-afdrachten. Deze aanpassing van systematiek verhoogt de raming van de afdracht in 2021.

13. Spring forecast 2017 (uitgaven en niet-belasting ontvangsten)

Met de voorjaarsraming van 2017 wordt de raming van de BNI-, douane- en BTW-heffingen in de EU-lidstaten geactualiseerd. Voor Nederland leidt dit tot een lagere EU-afdracht in 2017 en een hogere afdracht in 2018–2021. De EU-afdracht neemt sterker toe in 2021 dan in voorgaande jaren. Dit komt doordat vanaf 2021 een nieuw MFK zal ingaan waarvoor, vooruitlopend op de onderhandelingen, de uitgavenplafonds worden geraamd op 0,95% van het Europese BNI.

Veiligheid en Justitie

VI VEILIGHEID EN JUSTITIE: UITGAVEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

12.531,6

11.644

11.490

11.488

11.374,7

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Asiel

106,2

– 18

25,2

50,3

52,8

 
   

Asiel: oda-toerekening

– 152

151,2

146,5

53,1

39,7

 
   

Asiel: vrijval gva en bbb

– 82

– 37

– 20

– 20

– 20

 
   

Besparingsverlies eigen bijdrageregeling strafvordering

– 43,8

– 20,4

– 7,2

– 5,6

– 4,7

 
   

Bijdrage beleids-dg's

– 18,5

– 18,5

– 18,5

– 18,5

– 18,5

 
   

Capaciteit kmar grensbewaking

7,5

22,2

43,4

43,4

43,4

 
   

Cybersecurity

0

26

26

26

26

 
   

Eindejaarsmarge

91

0

0

0

0

 
   

Intensiveringsmiddelen aanvullende post

– 69,5

– 73,3

– 69,4

– 70,5

– 70,5

 
   

Inzet reserve

0

– 2,1

– 15

– 5

– 5

 
   

Negatieve eindejaarsmarge

– 91

0

0

0

0

 
   

Overige mee- en tegenvallers

80,3

– 4,8

3,2

– 8,2

– 6,1

 
   

Passenger information unit

0,7

12,2

17,2

22,2

22,2

 
   

Pensioenregeling politie

347

0

69

16

– 27

 
   

Prognosemodel justitiele ketens

– 11,6

16

0

0

0

 
   

Uitbreiding speciale interventieteams

10

18

22

22

22

 
   

Diversen

60,6

59,6

59,3

52,9

43,4

 
     

234,9

131,1

281,7

158,1

97,7

 

Technische mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Besparingsverlies eigen bijdrageregeling strafvordering

47

20,4

7,2

5,6

4,7

 
   

Compensatie abp-pensioenpremiestijging

59,2

59,2

59,2

59,2

59,2

 
   

Intensiveringsmiddelen aanvullende post

69,5

73,3

69,4

70,5

70,5

 
   

Loonbijstelling 2017–2022

168,5

159,2

158,2

158,1

156,6

 
   

Diversen

8,6

– 39,5

– 66,9

– 67,3

– 66,8

 
     

352,8

272,6

227,1

226,1

224,2

 

Extrapolatie

11.308,5

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

587,7

403,6

508,8

384,2

321,9

 
                 

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

13.119,3

12.047,6

11.998,8

11.872,2

11.696,6

11.308,5

Totaal Internationale samenwerking

44,9

32,9

32,9

32,9

32,9

32,9

Stand Miljoenennota 2018

13.164,2

12.080,5

12.031,7

11.905,1

11.729,5

11.341,4

                 
VI VEILIGHEID EN JUSTITIE: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

2.046

1.896,5

1.793,7

1.804,7

1.761,5

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Beperken eigen vermogen agentschappen

123,5

0

0

0

0

 
   

Besparingsverlies eigen bijdrageregeling strafvordering

– 43,8

– 20,4

– 7,2

– 5,6

– 4,7

 
   

Prognosemodel justitiele ketens

– 29,3

– 38

0

0

0

 
   

Ramingsbijstelling afpakken crimineel vermogen.

– 90

0

0

0

0

 
   

Ramingsbijstelling boeten & transacties

– 130

– 130

– 130

– 130

– 130

 
   

Diversen

17,6

3,7

3,7

3,7

3,7

 
     

– 152

– 184,7

– 133,5

– 131,9

– 131

 

Technische mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Diversen

2,1

1,8

1,8

1,8

1,8

 
     

2,1

1,8

1,8

1,8

1,8

 

Extrapolatie

1.593,3

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

– 149,8

– 182,9

– 131,7

– 130,1

– 129,2

 
                 

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

1.896,1

1.713,6

1.662

1.674,6

1.632,3

1.593,3

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

0

Stand Miljoenennota 2018

1.896,1

1.713,6

1.662

1.674,6

1.632,3

1.593,3

Asiel

De instroomraming voor 2017 voor de organisaties in de asielketen is op basis van de jaarlijkse Meerjaren productieprognose (MPP) voor de asielketen bijgesteld van 42.000 naar 41.000. Daarnaast zijn de kosten voor krimp bij het COA opgenomen, net als enkele kleinere mee- en tegenvallers. Doordat uitgaven voor vastgoed in de tijd naar voren worden gehaald (door het eerder sluiten van locaties) kost krimp bij COA aanvankelijk geld maar treden later besparingen op, per saldo is er een besparing van 61 mln.

Asiel: oda-toerekening

Het aanpassen van de instroomraming 2016 en 2017, het verwerken van de realisatie 2016 en de reguliere jaarlijkse herijking van o.a. verblijfsduur en kostprijs leiden tot een bijstelling van de ODA-toerekening van eerstejaars opvangkosten. Het bedrag dat daarmee gemoeid is, is voor het jaar 2017 overgeboekt van de begroting van VenJ naar de begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BHOS).

Asiel: vrijval gva en bbb

De budgetten voor het Gemeentelijk versnellingsarrangement (GVA) en de Bed, Bad, Broodregeling (BBB) worden niet besteed en vallen vrij. Deze worden ingezet als dekking voor asielkosten.

Besparingen efficiëntere bedrijfsvoering

In de VenJ begroting voor 2016 is een structurele besparing opgenomen die dient te worden gerealiseerd door samenwerking in de bedrijfsvoering van de VenJ organisaties op de domeinen P&O, ICT, Inkoop, Facilitair en Financiële administratie. Omdat er nog geen concrete besparingsvoorstellen beschikbaar waren bij de begrotingsvoorbereiding 2017 is de taakstelling verwerkt in de begrotingen van de taakorganisaties. De last is verdeeld op basis van een verdeelsleutel (naar rato).

Besparingsverlies eigen bijdrageregeling strafvordering

Doordat het wetsvoorstel «Eigen bijdrage veroordeelden kosten strafvordering en slachtofferzorg» nog in behandeling is bij de Eerste Kamer, treedt een besparingsverlies op. Hiervoor waren middelen gereserveerd op de Aanvullende post. Die worden nu toegevoegd aan de VenJ-begroting en ingezet ter dekking van het besparingsverlies. De dekking van het besparingsverlies via de gereserveerde middelen leidt tot drie mutaties. Allereerst boekt Financiën de middelen over van de Aanvullende post naar de VenJ-begroting (zie Uitgaven – Technische mutaties). Ten tweede is de dekking zichtbaar als een verlaging van de uitgavenruimte (deze mutatie). Ten derde is het besparingsverlies zichtbaar als een verlaging van de ontvangsten (zie Ontvangsten – Beleidsmatige mutaties). Het overgeboekte bedrag in 2017 verschilt van het besparingsverlies aan de ontvangstenkant doordat het resterende deel van het besparingsverlies en de dekking daarvoor aan de uitgavenkant is geboekt.

Bijdrage beleids-dg’s

Na het verwerken van verschillende mee- en tegenvallers resteert problematiek op de VenJ-begroting. Daarvan passen de verschillende beleids-dg’s 18,5 mln. structureel in.

Capaciteit kmar grensbewaking

Er komt structureel 43,3 mln. extra beschikbaar voor de grensbewakingstaak van de Koninklijke Marechaussee (KMar), onder andere op luchthavens. Hiermee kan de KMar de reeds ingezette verhoging van de capaciteit voor grensbewaking voortzetten en uitbreiden. Van dit bedrag was 20 mln. al toegekend bij Voorjaarsnota.

Cybersecurity

In het kader van cyberveiligheid wordt structureel 26 mln. vrijgemaakt om de detectie en inlichtingenpositie van AIVD en MIVD te versterken t.b.v. het aanpakken van cyberspionage en -sabotage, het bestrijden van cybercrime door politie en OM en het bevorderen van cybersecurity bij het niet als vitaal aangemerkte gedeelte van het Nederlandse bedrijfsleven door het opzetten van een Digital Trust Center De middelen voor AIVD en MIVD worden overgeboekt naar BZK en Defensie.

Eindejaarsmarge

VenJ past de negatieve eindejaarsmarge 2016 in 2017 in (zie ook: Uitgaven – Beleidsmatige mutaties: Negatieve eindejaarsmarge).

Intensiveringsmiddelen aanvullende post

Bij Miljoenennota 2017 is 450 mln. extra beschikbaar gesteld voor de VenJ-begroting. Het deel van de middelen bestemd voor intensiveringen was in afwachting van bestedingsplannen gereserveerd op de Aanvullende post. Deze middelen zijn bij nota van wijziging op de ontwerpbegroting 2017 overgeheveld naar de VenJ-begroting (zie ook Uitgaven – Technische mutaties). Het gaat onder andere om middelen voor de aanpak van ondermijnende criminaliteit, cyberveiligheid en grensbewaking.

Inzet reserve

VenJ zet ruimte op de post Nominaal en onvoorzien in ter dekking van problematiek.

Negatieve eindejaarsmarge

In 2016 kende de VenJ-begroting een tekort van 91 mln., die als negatieve eindejaarsmarge is meegenomen naar 2017 (zie ook Uitgaven – Beleidsmatige mutaties: Eindejaarsmarge).

Overige mee- en tegenvallers

Deze post bestaat uit verschillende mee- en tegenvallers, zoals een tegenvaller op huisvesting Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) van 15 mln. Ook extra kosten die voortvloeien uit de implementatie van enkele EU-richtlijnen vallen onder deze post, onder meer de richtlijn individuele beoordeling slachtofferbeleid (8 mln.). Daarnaast zijn in deze post besparingsverliezen en meevallers door vertraagde wetgeving opgenomen, zoals het intrekken van het wetsvoorstel Hoogste bestuursrechtspraak (–1 mln. in 2017, –10 mln. structureel).

Passenger information unit

De inrichting van de Passenger information unit (PIU) volgt uit de Europese PNR-richtlijn (passenger name record) en maakt internationale samenwerking op het gebied van gegevensuitwisseling van passagiersvluchten mogelijk. Door in totaal 22 mln. vrij te maken kan een uitgebreide invulling worden gegeven aan de uitvoering van deze richtlijn t.b.v. het voorkomen, opsporen, onderzoeken en vervolgen van terroristische misdrijven en zware criminaliteit.

Pensioenregeling politie

VenJ dekt de uitgaven voor de vroegpensioenregeling Inkoop Max, die in 2022 afloopt, met middelen uit het zogenaamde politie-acress. Om het kasritme in overeenstemming te brengen met de uitgaven vindt een kasschuif plaats.

Prognosemodel justitiele ketens

Het Prognosemodel Justitiële Ketens (PMJ) raamt de capaciteitsbehoefte in de strafrechtelijke-, civielrechtelijke- en bestuursrechtelijke keten op basis van onder meer de criminaliteitsontwikkeling. Uit het PMJ volgen ramingsbijstellingen voor de uitgaven en ontvangsten van verschillende organisaties in de justitiële keten. Volgend uit de laatste raming zijn er onder andere meevallers op de uitgaven voor rechtsbijstand en de rechtspraak en enkele kleinere tegenvallers voor het Schadefonds geweldsmisdrijven en de Raad voor de Kinderbescherming. Zie ook Ontvangsten – Beleidsmatige mutaties.

Uitbreiding speciale interventieteams

Een deel van de 450 mln. die bij Miljoenennota 2017 beschikbaar is gesteld voor de VenJ-begroting, zet VenJ in voor de uitbreiding van speciale interventieteams bij de politie. De middelen zijn onder andere bedoeld voor een uitbreiding van capaciteit, verbreding van kennis van het bestaande personeel, bewapening en operationele middelen.

Diversen (Uitgaven – Beleidsmatige mutaties)

Hieronder vallen voornamelijk de extra middelen die zijn toegekend bij Miljoenennota 2017, die aanvankelijk werden aangehouden op de aanvullende post en later bijNota van Wijziging bij de ontwerpbegroting 2017 zijn toegevoegd aan de VenJ-begroting. Het gaat onder meer om middelen voor de versterking van het grens- en vreemdelingentoezicht, de aanpak ondermijnende criminaliteit door het Openbaar Ministerie (6,6 mln. structureel) en de versterking van de gebiedsgerichte inzet van de politie (10 mln. structureel). Daarnaast zijn er bij Miljoenennota 2018 extra middelen vrijgemaakt voor onder andere de aanpak van uitreizigers en extra analysecapaciteit in de vreemdelingenketen.

Besparingsverlies eigen bijdrageregeling strafvordering

Financiën boekt de middelen die op de Aanvullende post gereserveerd zijn voor het besparingsverlies eigen bijdrageregeling strafvordering deels over naar de VenJ-begroting (zie ook Uitgaven – Beleidsmatige mutaties en Ontvangsten – Beleidsmatige mutaties).

Compensatie abp-pensioenpremiestijging

Per 1 januari 2017 heeft het ABP de pensioenpremie verhoogd. Ter compensatie van de pensioenpremiestijging wordt 342 mln. aan de loonruimte 2017 toegevoegd. Financiën maakt deze middelen vanaf de Aanvullende post over naar de departementale begrotingen.

Intensiveringsmiddelen aanvullende post

De op de Aanvullende post gereserveerde middelen boekt Financiën over naar de VenJ-begroting. (zie ook Uitgaven – Beleidsmatige mutaties).

Loonbijstelling 2017–2022

Financiën boekt de loonbijstelling tranche 2017 vanaf de Aanvullende post over naar de VenJ-begroting. Deze tranche bestaat uit een vergoeding voor de contractloonontwikkeling en de ontwikkeling in sociale werkgeverslasten.

Diversen (Uitgaven – Technische mutaties)

Onder diverse technische mutaties vallen met name overboekingen met andere departementen, zoals de uitkering van het surplus op het eigen vermogen van het Rijksvastgoedbedrijf van Wonen en Rijksdienst (27,5 mln.), de extra middelen voor capaciteit bij de KMar naar Defensie (43,4 mln.) en de extra middelen voor cybersecurity naar Defensie en BZK

Beperken eigen vermogen agentschappen

VenJ beperkt het eigen vermogen van agentschappen tot een niveau van 2,5% van de omzet. De eenmalige beperking in 2017 geeft budgettaire ruimte om tegenvallers in met name 2017 te dekken.

Besparingsverlies eigen bijdrageregeling strafvordering

Het besparingsverlies eigen bijdrageregeling strafvordering is hier zichtbaar als een verlaging van de ontvangsten (zie ook Uitgaven – Beleidsmatige mutaties en Uitgaven – Technische mutaties).

Prognosemodel justitiele ketens

Op basis van het Prognosemodel Justitiële Ketens (PMJ) doet VenJ ramingsbijstellingen voor de uitgaven en ontvangsten van verschillende organisaties in de justitiële keten. Hier gaat het om de ontvangsten voor griffierechten en administratiekosten bij het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) (zie ook Uitgaven – Beleidsmatige mutaties).

Ramingsbijstelling boeten & transacties

Op basis van de realisatiecijfers 2016 verlaagt het kabinet de ontvangstenraming voor Boeten en Transacties structureel met 130 mln. Mee- en tegenvallers op dit dossier komen per 2017 ten gunste of ten laste van het generale beeld. De tegenvaller over 2016 die via de negatieve eindejaarsmarge meegenomen is naar 2017, is ingepast op de begroting van VenJ.

Ramingsbijstelling afpakken crimineel vermogen

VenJ verwacht in 2017 90 mln. minder ontvangsten op afpakken van crimineel vermogen.

Diversen (Ontvangsten – Beleidsmatige mutaties)

Deze post bestaat uit twee ontvangsten: versnelling debiteurenbeheer (eenmalige doorbelasting licenties) en de structurele uitbreiding van de crossborder richtlijn.

Diversen (Ontvangsten – Technische mutaties)

Financiën boekt de ontvangsten voor in beslag genomen goederen over naar de VenJ-begroting, zodat deze voortaan door VenJ worden verantwoord.

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

VII BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES: UITGAVEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

742,1

651,8

672

697,2

654,8

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Brp

21,3

12

9,4

9,4

1,4

 
   

Ejm h18

64,6

0

0

0

0

 
   

Ejm h7

23,7

0

0

0

0

 
   

Gdi-doorbelasting

– 15

– 15

0

0

0

 
   

Diversen

– 4,7

44,6

19,9

10,6

9,4

 
     

89,9

41,6

29,3

20

10,8

 

Technische mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Dienstverleningsafspraken 2017

30,1

0

0

0

0

 
   

Wet stroomlijning

0

0

– 17,1

– 44,2

0

 
   

Diversen

26,9

65,1

49,6

43,5

50,5

 
     

57

65,1

32,5

– 0,7

50,5

 

Extrapolatie

712,8

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

146,9

106,6

61,7

19,3

61,3

 
                 

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

889

758,4

733,8

716,5

716

712,8

Totaal Internationale samenwerking

2,2

0,4

0,2

0,2

0,2

0,2

Stand Miljoenennota 2018

891,2

758,8

734

716,7

716,2

713

                 
VII BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

69,9

64,9

64,7

64,7

64,4

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Gdi-doorbelasting

– 15

– 15

0

0

0

 
   

Overlopende inkomsten 2016

17,4

0

0

0

0

 
   

Diversen

25

11,8

9,1

9

1

 
     

27,4

– 3,2

9,1

9

1

 

Technische mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Dienstverleningsafspraken 2017

30,1

0

0

0

0

 
   

Diversen

27,4

– 10,6

– 8

– 8

0

 
     

57,5

– 10,6

– 8

– 8

0

 

Extrapolatie

65,3

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

84,9

– 13,8

1,1

1

1

 
                 

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

154,9

51

65,8

65,7

65,3

65,3

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

0

Stand Miljoenennota 2018

154,9

51

65,8

65,7

65,3

65,3

BRP (beleidsmatige mutaties – technische mutaties – uitgaven)

In de voorjaarsnota was rekening gehouden met de overgang van de huidige ICT-voorzieningen voor het stelsel Basisregistratie Personen naar de nieuwe ICT-voorzieningen en alle aanpassingen in het stelsel die als gevolg daarvan nodig zijn. De doorbelasting die hiervoor in de begroting was opgenomen is na het besluit tot ordentelijk stopzetten van de operatie BRP ongedaan gemaakt (is onderdeel van technische mutaties – diversen).

EJM h7/ EJM h18 (beleidsmatige mutaties – uitgaven)

Dit betreft de toevoeging van eindejaarsmarges 2016 aan de begroting. De eindejaarsmarge van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt ingezet binnen de begroting. De eindejaarsmarge van Wonen en Rijksdienst wordt ontvangen op de begroting van Binnenlandse Zaken en vervolgens deels doorverdeeld naar Wonen en Rijksdienst. Dit is omdat Wonen en Rijksdienst geen eigen «nominaal en onvoorzien» artikel heeft.

GDI doorbelasting (beleidsmatige mutaties – uitgaven en niet-belasting ontvangsten)

In 2015 is onder regie van de Digicommissaris besloten tot interdepartementale versleuteling van de tekorten op de bestaande voorzieningen binnen de GDI. Onderdeel van het voorstel is een doorbelastingsopgave, waarbij o.a. uitvoeringsorganisaties betalen naar gebruik. In afwachting hiervan zijn de te realiseren ontvangsten voorlopig geboekt op de begroting van BZK. De doorbelastingsopgave 2015 voor de jaren 2017 en 2018 wordt alternatief ingevuld door departementen die de GDI-voorzieningen gebruiken.

Dienstverleningsafspraken 2017/ Overlopende inkomsten (beleidsmatige mutaties – technische mutaties, uitgaven en niet-belasting ontvangsten)

De dienstverlening tussen de baten lastenagentschappen van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties onderling verloopt via het kerndepartement. Dit leidt jaarlijks tot meer ontvangsten en uitgaven voor het kerndepartement. Een deel van de ontvangsten van de dienstverleningsafspraken uit 2016 is begin 2017 ontvangen.

Wet Stroomlijning (technische mutaties- uitgaven)

Als gevolg van de Wet Stroomlijning invordering Belastingdienst zijn er hogere ontvangsten bij de huurtoeslag. In deze wet wordt de standaardtermijn voor betalingsregelingen teruggebracht van 2 naar 1 jaar, wat incidenteel ca. 61 mln. oplevert. Deze hogere ontvangsten in 2019 en 2020 worden meerjarig ingezet op de begroting van Wonen en Rijksdienst om de lagere ontvangsten bij de huurtoeslag op te vangen. De lagere ontvangsten zijn een gevolg van de Wet Beslagvrije voet, waarmee beter rekening wordt gehouden met de beslagvrije voet bij lage inkomens.

Diversen (beleidsmatige mutaties, technische mutaties- uitgaven)

De grootste post onder diversen is een kasschuif voor de GDI-doorbelasting. De betrokken departementen hebben in 2016 hun aandeel in de doorbelastingsopgave 2015 overgeboekt naar de begroting van Binnenlandse Zaken. Deze middelen worden met een kasschuif in het juiste ritme gezet. Tevens wordt met ingang van 2018 structureel 7,5 mln. aan de begroting van de AIVD toegevoegd met als doel cyberspionage- en sabotage tegen te gaan. Het betreft hier verschillende maatregelen ter ondersteuning van detectie, onderzoek en preventie. Daarnaast valt hieronder de administratieve verwerking van de huidige belastingwetgeving voor de generale ontvangsten van de veiling van locaties voor benzinestations langs Rijkswegen.

Diversen (technische mutaties – uitgaven en niet-belasting ontvangsten)

Doc-Direkt, de interne dienstverlener op het gebied van informatiehuishouding voor de rijksoverheid, ontvangt gedurende het jaar 2017 middelen van overige departementen en derden (notariaat). Deze inkomsten zijn ter dekking van personele en materiële uitgaven. Onder diversen valt ook de prijsbijstelling tranche 2017, deze is overgemaakt naar de departementale begrotingen. Daarnaast betreffen het meerontvangsten die voortvloeien uit de doorbelasting aan gebruikers voor de berichtenvoorziening, ontvangsten vanuit het resultaat reisdocumenten een hogere bijdrage van de waterschappen voor de WOZ. Tevens valt hieronder de wijziging op de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (WIV), deze treedt per 1 januari 2018 in werking. Vanwege een gefaseerde invoering van de kabelinterceptie worden middelen verschoven naar latere jaren.

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

VIII ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP: UITGAVEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

37.105,8

37.924,8

37.726

37.671,7

37.878,5

 

Mee- en tegenvallers

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Autonome raming studiefinanciering

– 4,7

– 23,8

– 31,5

– 28,6

– 25,7

 
   

Referentieraming 2017

117,2

157,6

134,1

131,9

127,2

 
   

Diversen

– 8,5

11

10,2

4,1

– 3,8

 
     

104

144,8

112,8

107,4

97,7

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Aftrek scholingsuitgaven

0

127,2

127,2

127,2

127,2

 
   

Dekking ocw brede problematiek 2018

0

223,3

0

0

0

 
   

Eindejaarsmarge 2016–2017

127,5

0

0

0

0

 
   

Invulling ramingsbijstelling 2017

150

0

0

0

0

 
   

Inzet eindejaarsmarge

– 121,3

0

0

0

0

 
   

Kasschuif wetenschap

0

0

50

0

0

 
   

Monumentenaftrek

0

25

25

25

25

 
   

Studievoorschot wetenschap

0

0

0

0

50

 
   

Taakstelling ocw-brede problematiek

0

– 223,3

– 171,2

– 165,6

– 188,3

 
   

Wijziging pvs boekingsgang

147

0

0

0

0

 
   

Diversen

– 16,7

19,2

4,6

19,6

– 8,6

 
     

286,5

171,4

35,6

6,2

5,3

 

Technische mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Aftrek scholingsuitgaven – jaar uitstel

0

– 218

0

0

0

 
   

Bijdrage aan szw voor transitievergoeding

0

0

– 54,8

– 11

– 11

 
   

Compensatie abp pensioenpremiestijging

198,4

198,4

198,4

198,4

198,4

 
   

Loonbijstelling tranche 2017

447,5

447,7

443,9

441,9

443,4

 
   

Monumentenaftrek – aanhouden wetsvoorstel

– 57

0

0

0

0

 
   

Monumentenaftrek – jaar uitstel

0

– 57

0

0

0

 
   

Prijsbijstelling tranche 2017

130,4

131

130,4

130,6

131,7

 
   

Diversen

12,8

– 1,1

– 0,7

– 0,4

0,5

 
 

Niet tot een ijklijn behorend

           
   

Referentieraming 2017 nr

52,4

40,8

34,1

25,4

11,5

 
   

Wijziging pvs boekingsgang

– 147

0

0

0

0

 
   

Diversen

– 21,1

29,5

47,5

47

37,3

 
     

616,4

571,3

798,8

831,9

811,8

 

Extrapolatie

38.996

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

1.006,9

887,3

947,2

945,6

914,9

 
                 

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

38.112,7

38.812,1

38.673,2

38.617,3

38.793,4

38.996

Totaal Internationale samenwerking

57,9

57,9

57,9

57,9

57,9

57,9

Stand Miljoenennota 2018

38.170,6

38.870,0

38.731,1

38.675,1

38.851,2

39.053,9

                 
VIII ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

1.341,6

1.415,7

1.466

1.544,6

1.611,5

 

Mee- en tegenvallers

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Autonome raming studiefinanciering – rente

– 16,2

– 21,2

– 31,6

– 35,3

– 33,2

 
   

Diversen

– 16

– 22,6

– 22,8

– 23,6

– 24,3

 
     

– 32,2

– 43,8

– 54,4

– 58,9

– 57,5

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Diversen

0

0

0

0

0

 
     

0

0

0

0

0

 

Technische mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Diversen

15,1

0

0

0

0

 
 

Niet tot een ijklijn behorend

           
   

Diversen

13,4

8,7

3

1,8

0,2

 
     

28,5

8,7

3

1,8

0,2

 

Extrapolatie

1.633,2

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

– 3,7

– 35,1

– 51,4

– 57,1

– 57,3

 
                 

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

1.337,9

1.380,6

1.414,6

1.487,6

1.554,2

1.633,2

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

0

Stand Miljoenennota 2018

1.337,9

1.380,6

1.414,6

1.487,6

1.554,2

1.633,2

Autonome raming studiefinanciering

De raming van de uitgaven aan de studiefinanciering is geactualiseerd en is per saldo naar beneden bijgesteld. De aanpassing van de raming gebeurt jaarlijks op basis van de meest recente gegevens en cijfers die de studiefinanciering betreffen. Onder deze reeks vallen diverse posten, zoals de omzettingen van de basisbeurs, de aanvullende beurs en de ov-studentenkaart in een gift. Deze beurzen en de ov-studentenkaart hebben het karakter van een lening die bij tijdig afstuderen wordt omgezet in een gift.

Referentieraming 2017

De referentieraming is de jaarlijkse raming van het verloop van leerlingen- en studentenaantallen. Uit de referentieraming 2017 blijkt dat het verwachte aantal leerlingen en studenten hoger uitvalt dan de in de OCW-begroting 2017 verwerkte aantallen. Hierachter gaan verschillende bewegingen schuil, zoals een stijging van het aantal mbo-studenten in de beroepsbegeleidende leerweg en een toename van het aantal studenten in het wetenschappelijk onderwijs (o.a. door toenemende aantallen studenten uit landen die deel uitmaken van de Europese Economische Ruimte).

Diversen (mee- en tegenvallers)

Deze diversenpost bestaat volledig uit de raming van de aanvullende bekostiging van asielzoekerskinderen in het primair en voortgezet onderwijs. De raming is aangepast naar aanleiding van de verwachte instroom van asielzoekers en de samenstelling van deze groep.

Aftrek scholingsuitgaven en Monumentenaftrek

De korting die gepaard ging met de omvorming van de fiscale aftrek scholingsuitgaven en de aftrek van de uitgaven voor monumentenpanden (monumentenaftrek) wordt teruggedraaid. Het voornemen om de fiscale regelingen om te vormen naar uitgavenregelingen op de OCW-begroting blijft, maar met het gehele budget van de fiscale regelingen. De reeks betreft de toevoeging van de eerder gekorte middelen aan de OCW-begroting.

Taakstelling OCW-brede problematiek & Dekking OCW-brede problematiek 2018

In 2018 en verder is er diverse problematiek op de OCW-begroting, voornamelijk als gevolg van hogere leerling- en studentenaantallen dan geraamd. Deze tegenvaller is geparkeerd als taakstelling op het artikel Nominaal en onvoorzien. In het jaar 2018 is de problematiek generaal gecompenseerd. De beslissing over de invulling van de structureel openstaande reeks wordt overgelaten aan het volgende kabinet. Hiertoe is besloten na overleg met de formerende partijen.

Eindejaarsmarge 2016–2017

Dit betreft de toevoeging van de eindejaarsmarge 2016 aan de begroting van OCW.

Invulling ramingsbijstelling 2017

De betreffende ramingsbijstelling stond nog taakstellend op het artikel Nominaal en onvoorzien, en diende om de begroting van OCW sluitend te maken en om een bijdrage te leveren aan eerdere ruilvoetproblematiek. OCW voorziet in 2017 de ramingsbijstelling van invulling, onder meer door de inzet van de eindejaarsmarge.

Inzet eindejaarsmarge

Dit deel van de eindejaarsmarge wordt ingezet om de ramingsbijstelling in 2017 gedeeltelijk in te vullen.

Kasschuif wetenschap

De middelen voor een intensivering in wetenschap staan op de Aanvullende Post in het jaar 2022 en worden bij de begroting 2018 toegevoegd aan de OCW-begroting. Via een kasschuif naar 2019 worden deze middelen naar het juiste jaar gebracht, conform het Regeerakkoord Rutte II.

Studievoorschot wetenschap

Dit betreft het structureel maken van de intensivering in wetenschap per 2021. Tot en met 2020 komen de middelen van de Aanvullende Post (zie Kasschuif wetenschap).

Wijziging PVS boekingsgang (beleidsmatige en technische mutaties)

Het opleveren van het nieuwe ICT-systeem van DUO (Programma Vernieuwing Studiefinanciering) leidt tot een correctie van de boekingen voor de reisvoorziening en diploma-omzetting. Een ov-studentenkaart wordt vanaf nu bijvoorbeeld niet meer als lening gezien als de student deze niet heeft geactiveerd. De schuldenopbouw van studenten kan zo transparanter en inzichtelijker worden gemaakt. De correctie leidt tot een eenmalige mutatie van 147 mln. in 2017, omdat vorderingen verschuiven van niet-kaderrelevant naar kaderrelevant.

Diversen (beleidsmatige mutaties)

Onder deze post vallen onder andere een aantal kasschuiven, zoals een kasschuif binnen het budget van het Regionaal Investeringsfonds (mbo) om het beter te laten aansluiten bij het verwachte betalingsritme. Ook is een kasschuif noodzakelijk door een vertraging bij bouwprojecten in Caribisch Nederland. Verder zorgen wisselkoersveranderingen voor hogere kosten in Caribisch Nederland en in Zwitserland (voor CERN). Daarnaast wordt een tekort op de wettelijk verplichte prijsbijstelling op het mediabudget, opgelopen in 2015 en 2016, nu structureel gedekt. Tekorten konden ontstaan omdat de vaststelling van de wettelijke prijsbijstelling van het mediabudget op een ander moment gebeurde dan de vaststelling van de prijsbijstelling van de OCW-begroting. Verder vallen er per 2021 middelen vrij (13,9 mln.) op het artikel Nominaal en onvoorzien, welke worden ingezet voor OCW brede problematiek. Tenslotte is er een besparingswinst van 20,2 mln. in het mbo. Deze besparingswinst is het resultaat van de afwikkeling van de kenniscentra en de samenvoeging hiervan tot de stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven. Deze middelen worden ingezet als gedeeltelijke invulling van de openstaande ramingsbijstelling in 2017.

Aftrek scholingsuitgaven en monumentenaftrek – jaar uitstel

De voorgenomen omvorming van de scholings- en monumentenaftrek naar uitgavenregelingen op de OCW-begroting is met een jaar uitgesteld, van 2018 naar 2019. De beschikbare middelen voor deze uitgavenregelingen op de OCW-begroting worden weer van de begroting afgeboekt.

Bijdrage aan SZW voor transitievergoeding

OCW boekt per 2019 (in 2019 met terugwerkende kracht voor de periode 2015–2019) een structureel bedrag over naar SZW voor de uitbetaling van de transitievergoeding aan werknemers in het bijzonder onderwijs. Deze vergoeding krijgen ontslagen werknemers door het UWV uitbetaald.

Compensatie ABP pensioenpremiestijging

Per 1 januari 2017 heeft het ABP de pensioenpremie verhoogd. Ter compensatie van de pensioenpremiestijging wordt 342 mln. aan de loonruimte 2017 toegevoegd. OCW ontvangt hiervan 198,4 mln. Deze middelen worden vanuit de Aanvullende Post overgemaakt naar de departementale begrotingen.

Loonbijstelling tranche 2017

De loonbijstelling tranche 2017 is overgemaakt naar de departementale begrotingen. Deze tranche bestaat uit een vergoeding voor de contractloonontwikkeling en de ontwikkeling in sociale werkgeverslasten.

Monumentenaftrek – aanhouden wetsvoorstel

In de begroting 2017 stond het plan om de fiscale monumentenaftrek om te vormen naar een meer gerichte uitgavenregeling op de OCW-begroting per 1 januari 2017. Het totale budgettaire beslag van deze fiscale aftrek is 57 mln. Het wetsvoorstel is aangehouden, waardoor omvorming per 2017 niet meer mogelijk was en de fiscale aftrek is blijven bestaan. Het reeds toegevoegde budget aan de OCW-begroting wordt met deze mutatie weer afgeboekt. De omvorming staat momenteel gepland voor 1 januari 2019.

Prijsbijstelling tranche 2017

De prijsbijstelling tranche 2017 is overgemaakt naar de departementale begrotingen.

Diversen (technische, kaderrelevante mutaties)

Onder deze diversenpost valt onder andere het amendement (Kamerstukken 2016–2017 34 550, nr. 55) dat het besparingsverlies van 25 mln. opvangt, dat in 2017 optreedt door het aanhouden van de omvorming van de monumentenaftrek, opvangt. Daarnaast vallen onder deze post de desalderingen en overboekingen met andere departementen. Voorbeelden hiervan zijn een overboeking met WenR, die het surplus van het Rijksvastgoedbedrijf teruggeeft aan de opdrachtgevende departementen (OCW ontvangt hiervan 7,3 mln.) en een overboeking van 4 mln. naar het provinciefonds voor de restauratie van een rijksmonument, namelijk de Domtoren in Utrecht.

Referentieraming 2017 NR

De referentieraming 2017 werkt ook door op de niet-kaderrelevante (NR) budgetten onder het artikel Studiefinanciering. Door de hogere raming van de aantallen studenten in het wetenschappelijk onderwijs t.o.v. de referentieraming van 2016, wordt de raming van studieleningen naar boven bijgesteld.

Diversen (technische, niet-kaderrelevante mutaties)

Onder deze post valt de bijstelling van de raming van de niet-kaderrelevante uitgaven aan de studiefinanciering. Op basis van realisatiecijfers is de raming van het collegegeldkrediet naar boven bijgesteld. Ook betreft deze post de toevoeging van de prijsbijstelling tranche 2017 op de niet-kaderrelevante uitgaven op de OCW-begroting.

Autonome raming studiefinanciering – rente

De meerjarige raming van de te ontvangen rente op de uitstaande studieleningen laat een tegenvaller zien. Dit komt door de lager dan verwachte rentestand.

Diversen (mee- en tegenvallers niet-belastingontvangsten)

Op basis van realisatiecijfers is de raming van terugvorderingen van studiefinanciering iets naar beneden bijgesteld. Ook werkt de referentieraming 2017 door aan de ontvangstenkant: de raming van de lesgelden is naar beneden bijgesteld. Dit komt door een verschuiving van mbo-studenten van de beroepsopleidende leerweg naar de beroepsbegeleidende leerweg. In de laatste leerweg betalen studenten minder lesgeld.

Diversen (technische, niet-kaderrelevante mutaties niet-belastingontvangsten)

DUO maakt het gemakkelijker voor ex-studenten om hun studielening terug te betalen. Dit was te zien in de laatste realisatiecijfers en op basis hiervan wordt ook de raming van de terugbetalingen naar boven bijgesteld.

Nationale Schuld (Transactiebasis)

IXA NATIONALE SCHULD (TRANSACTIEBASIS): UITGAVEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

8.452,7

7.764,3

7.110,8

6.712,5

6.858,6

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Diversen

0

0

0

0

0

 
     

0

0

0

0

0

 

Technische mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Diversen

– 1,9

0,3

0,3

0,3

0,3

 
 

Niet tot een ijklijn behorend

           
   

Rente vaste schuld

– 33

153

326

384

– 64

 
   

Rente vlottende schuld

1,3

0

0

49

171

 
   

Rentelasten

0

0

13,3

119,8

236,8

 
   

Diversen

0

0

0

0

0

 
     

– 33,6

153,3

339,6

553,1

344,1

 

Extrapolatie

9.434,9

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

– 33,6

153,3

339,6

553,1

344,1

 
                 

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

8.419,1

7.917,6

7.450,4

7.265,6

7.202,6

9.434,9

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

0

Stand Miljoenennota 2018

8.419,1

7.917,6

7.450,4

7.265,6

7.202,6

9.434,9

                 
IXA NATIONALE SCHULD (TRANSACTIEBASIS): NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

8.413,5

11.403,2

9.391,1

8.285,4

6.353

 

Technische mutaties

           
 

Niet tot een ijklijn behorend

           
   

Aflossingen op leningen

426,7

– 54

– 57,7

– 63,9

– 89,1

 
   

Mutatie in rekening-courant en deposito

581,9

1.524,7

786,8

– 2.045,4

– 2.643,8

 
   

Rente derivaten

– 266

– 293

– 252

– 286

– 406

 
   

Rente vlottende schuld

– 90

– 148

– 184

– 212,5

– 119,5

 
   

Voortijdige beëindiging derivaten

1.317

0

0

0

0

 
   

Diversen

8,9

– 4,7

– 35,9

– 25

12,7

 
     

1.978,5

1.025

257,2

– 2.632,8

– 3.245,7

 

Extrapolatie

2.573,9

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

1.978,5

1.025

257,2

– 2.632,7

– 3.245,7

 
                 

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

10.392

12.428,2

9.648,4

5.652,7

3.107,3

2.573,9

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

0

Stand Miljoenennota 2018

10.392

12.428,2

9.648,4

5.652,7

3.107,3

2.573,9

Diversen (beleidsmatige en technische mutaties – uitgaven en ontvangsten)

Dit betreffen restposten van onder andere rentelasten van RWT’s (Rechtspersonen met een wettelijke taak) en decentrale overheden.

Rente vaste schuld (uitgaven)

De raming van de rentelasten vaste schuld is in de jaren 2018 tot en met 2020 opwaarts bijgesteld als gevolg van hoger geraamde rentestanden door het CPB (MEV). In 2017 en 2021 dalen de rentelasten omdat de effecten van de daadwerkelijke realisaties en het verbeterde kassaldo een sterker effect hebben dan de hoger geraamde rentestanden.

Rente vlottende schuld (uitgaven)

De raming van de rentelasten vlottende schuld is opwaarts bijgesteld, voornamelijk als gevolg van hoger geraamde rentestanden van het CPB (MEV).

Rentelasten (uitgaven)

Vanaf 2019 is de raming opwaarts bijgesteld, voornamelijk als gevolg van hoger geraamde rentestanden van het CPB.

Aflossingen op leningen

De raming van de aflossingen van leningen van RWT’s en agentschappen is voor 2017 hoger dan eerder geraamd vanwege vervroegde aflossingen. De vervroegde aflossingen hebben een neerwaarts effect op de raming in latere jaren.

Mutatie in rekening-courant en deposito

De wijziging in de geraamde mutatie van het saldo op de rekening-couranten en deposito’s van de deelnemers aan schatkistbankieren is het gevolg van het actualiseren van de geraamde uitgaven en inkomsten van de sociale fondsen.

Rente derivaten

De rentebaten op de derivaten bestaan (nagenoeg volledig) uit baten op afgesloten renteswaps. De mutaties op deze rentebaten zijn het gevolg van de hoger geraamde rentestanden van het CPB (MEV) en van de voortijdige beëindiging van een deel van de renteswaps.

Rente vlottende schuld (ontvangsten)

Er worden minder ontvangsten geraamd op de vlottende schuld als gevolg van twee effecten. Door de verbeteringen in het kassaldo hoeft er minder geleend te worden op de geldmarkt. Door de negatieve rentes zorgt dit voor minder inkomsten, met name in de jaren 2017 tot en met 2019. Daarnaast zorgen de hoger geraamde rentestanden van het CPB (MEV) voor minder negatieve rentestanden waardoor de inkomsten naar verwachting zullen dalen in de jaren 2018 tot en met 2021.

Voortijdig beëindigen derivaten

Er is sprake geweest van het voortijdig beëindiging van een aantal rentederivaten. Bij het beëindigen van een rentederivaat wordt de actuele marktwaarde van het derivaat verrekend tussen beide partijen. De beëindigde rentederivaten hebben per saldo een voor de staat positieve marktwaarde, waardoor er sprake is van eenmalige ontvangsten. Daar staat tegenover dat op een beëindigd rentederivaat meerjarig geen rente meer wordt ontvangen.

Financiën

IXB FINANCIEN: UITGAVEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

6.544,6

6.554,9

6.397,1

6.002,8

5.960,1

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Bijstelling bcf

71,6

86,3

86,8

86,9

86,9

 
   

Gdi

0

35,1

0

0

0

 
   

Inzet eindejaarsmarge

35

0

0

0

0

 
   

Kasschuif middelen switch

0

28,2

24,8

42,5

– 65

 
   

Schade-uitkering ekv

– 17,4

– 12,2

– 4,3

– 4,3

– 4,3

 
   

Diversen

16

26,3

12,8

– 1,4

– 5,1

 
     

105,2

163,7

120,1

123,7

12,5

 

Technische mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Investeringsagenda

81,7

47,8

12,7

12,7

7,5

 
   

Loonbijstelling apparaat

38,4

36,5

35

34,3

34,1

 
   

Terugbetaling voorschot vertrekregeling

0

– 40

– 40

– 21,5

– 4,8

 
   

Diversen

27,6

8,1

8,4

7,6

7,1

 
   

Niet tot een ijklijn behorend

           
   

Deelname aiib

– 37,9

– 32,9

– 32,9

0

0

 
   

Winsten smp griekenland

– 51

62,3

0

– 0,3

– 0,4

 
   

Diversen

– 9,5

0

0

0

0

 
     

49,3

81,8

– 16,8

32,8

43,5

 

Extrapolatie

6.052,7

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

154,5

245,3

103,3

156,5

56

 
                 

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

6.699,2

6.800,2

6.500,5

6.159,3

6.016,2

6.052,7

Totaal Internationale samenwerking

46,2

317,3

316,5

258,6

210,9

269,1

Stand Miljoenennota 2018

6.745,3

7.117,5

6.817,0

6.417,8

6.227,1

6.321,8

                 
IXB FINANCIEN: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

2.525

2.490,7

2.487,1

2.436,8

2.542,9

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Boetes en schikkingen

– 45

– 45

– 45

– 45

– 45

 
   

Dividenden en afdrachten staatsdeelnemingen

– 65

– 110

– 150

– 50

– 50

 
   

Winstafdracht dnb

– 28

– 40

– 12

0

– 220

 
   

Diversen

10,7

11,5

0,3

0,3

0,3

 
     

– 127,3

– 183,5

– 206,7

– 94,7

– 314,7

 

Technische mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Diversen

– 22,4

– 23,6

– 23,6

– 23,9

– 23,9

 
 

Niet tot een ijklijn behorend

           
   

Dividend financiele instellingen

– 66,9

– 110,6

– 110,6

– 110,6

– 110,6

 
   

Ontvangst vordering srh

161

0

0

0

0

 
   

Verkoop aandelen 2e tranche asr

451,9

0

0

0

0

 
   

Verkoop aandelen 3e tranche abn amro

1.478,8

0

0

0

0

 
   

Verkoop aandelen 3e tranche asr

514,9

0

0

0

0

 
   

Verkoop aandelen 4e tranche asr

725

0

0

0

0

 
   

Diversen

3,2

– 11,8

2,1

10,7

– 14,1

 
     

3.245,5

– 146

– 132,1

– 123,8

– 148,6

 

Extrapolatie

2.078,2

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

3.118,1

– 329,5

– 338,9

– 218,5

– 463,3

 
                 

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

5.643

2.161,2

2.148,2

2.218,3

2.079,6

2.078,2

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

0

Stand Miljoenennota 2018

5.643

2.161,2

2.148,2

2.218,3

2.079,6

2.078,2

Bijstelling bcf

De raming van het Btw-compensatiefonds is naar boven bijgesteld omdat de realisatie van het Btw-compensatiefonds hoger blijkt dan eerder geraamd.

GDI

Vanaf 2018 worden de uitgaven voor Gemeenschappelijke Digitale Infrastructuur (GDI) doorbelast naar de afnemers. GDI bevat de drie diensten Digipoort, DigiD en MijnOverheid/Berichtenbox. Voor de Belastingdienst als de grootste afnemer van deze diensten gaat het om een kostenpost van 35 mln.

Inzet eindejaarsmarge

Dit betreft de inzet van de eindejaarsmarge van Financiën.

Kasschuif middelen Switch

Door de vertrekregeling zijn de Switchmiddelen eerder benodigd dan begroot. Naast een aangepast kasritme worden de middelen op een andere wijze ingezet dan ten tijde van het opstellen van de Investeringsagenda was beoogd (zie Kamerstuk 31 066, nr. 323: tabel inzicht opbouw financiële gevolgen). Zoals reeds gemeld aan de Kamer (2016–2017, nr. 34 620 IX) is de cumulatieve overschrijding van circa 70 mln. binnen de begroting van de Belastingdienst gedekt.

Schade-uitkering EKV

Dit betreft een bijstelling van schade-uitkeringen op de exportkredietverzekeringen.

Investeringsagenda

Vanuit de Aanvullende Post zijn middelen vrijgegeven voor verschillende ICT-projecten en het aannemen van nieuw personeel in het kader van de Investeringsagenda van de Belastingdienst (Kamerstuk 31 066, nr. 236).

Loonbijstelling apparaat

De loonbijstelling tranche 2017 is overgemaakt naar de departementale begrotingen. Deze tranche bestaat uit een vergoeding voor de contractloonontwikkeling en de ontwikkeling in sociale werkgeverslasten.

Onvoorzien apparaat

Vanuit de Aanvullende Post is 122 mln. voorgefinancierd om de vertrekregeling in 2016 te kunnen bekostigen (zie ook Kamerstukken 2016–2017 31 066 nr. 307 bijlage bij feitenrelaas document 37). Met deze mutatie wordt dit voorschot in een geactualiseerd kasritme weer terugbetaald aan de Aanvullende Post.

Deelname AIIB (Asian Infrastructure Investment Bank)

Als gevolg van een besluit van de OESO-DAC is het mogelijk om 83% van de kapitaalinleg te rapporteren als ODA. Mede gelet hierop en gezien het internationale karakter van de kapitaalstorting aan de AIIB worden de middelen per 2017 toegevoegd aan de HGIS.

Winsten SMP Griekenland

Op 24 mei 2016 is de Eurogroep een pakket schuldmaatregelen overeengekomen. Onderdeel van het tweede leningenprogramma voor Griekenland is dat de inkomsten van de nationale centrale banken uit de Griekse staatsobligaties (Securities Markets Programme, afgekort SMP en de Agreement on Net Financial Assets, afgekort ANFA), die niet zijn meegenomen in de obligatieomruil van februari 2012, werden doorgegeven aan Griekenland. De uitkering van SMP- en ANFA-winsten die in de eerdere begroting nog gepland stond voor 2017 zal pas in 2018 plaatsvinden.

Diversen (uitgaven, rijksbegroting enge zin en niet tot een ijlijn behorend)

Dit betreft een som van mutaties van o.a. ABP-pensioenpremiestijging en een teruggave van het Rijksvastgoedbedrijf. De mutaties die buiten het kader vallen zijn de wisselkoersbijstellingen op het Nederlands aandeel in de Asian Infrastructure Investment Bank (AIIB).

Boetes en schikkingen (ontvangsten, rijksbegroting enge zin)

Het Hof heeft geoordeeld dat er een wanverhouding bestaat tussen de verzuimboete en de niet tijdig betaalde motorrijtuigenbelasting (MRB). Dit leidt tot lagere boeteontvangsten op de begroting van de Belastingdienst (60 mln.). Voor een deel wordt de tegenvaller gedekt met een meevaller binnen het boetedossier (15 mln.).

Dividenden en afdrachten staatsdeelnemingen

De raming van de staatsdeelnemingen is per saldo naar beneden bijgesteld op basis van de laatste inzichten over de winstprognoses. Tegenvallers doen zich onder meer voor bij de Gasunie. De definitieve raming kan afwijken van de hier gepresenteerde reeks.

Winstafdracht DNB

DNB treft een voorziening voor de risico’s van kwantitatieve verruiming. De lagere winstafdracht van De Nederlandse Bank (DNB) wordt veroorzaakt door gedaalde marktrentes en de afloop van opkoopprogramma’s. Dit betekent dat onder het huidige beleid de gehele winst aan de voorziening wordt toegevoegd en er nagenoeg geen winstafdrachten aan de Nederlandse Staat plaatsvinden.

Diversen (ontvangsten, rijksbegroting enge zin en niet tot een ijklijn behorend)

De betreft een som van mutaties van o.a. apparaatontvangsten en ramingbijstellingen op de exportkredietverzekering.

Dividend financiële deelnemingen

Wegens de afbouw van het belang in ASR en ABN AMRO is de raming van de dividendontvangsten financiële deelnemingen bijgesteld. Daarnaast is de raming van het lopende jaar verlaagd vanwege een lagere realisatie van dividendontvangsten dan eerder geraamd.

Ontvangst vordering SRH (SNS Reaal Holding)

In mei 2017 is SRH van NLFI overgedragen aan de staat. Bij deze transactie wordt circa 161 mln. aan eigen vermogen van SRH overgemaakt aan de staat en omgezet in een vordering.

Verkoop aandelen 3e tranche aandelen ABN AMRO

De verkoop van aandelen ABN AMRO op 28 juni 2017 heeft circa 1,5 mld. opgeleverd (Kamerstuk 33 532 nr. 75).

Verkoop aandelen 2e tranche ASR

Op 17 januari heeft de staat 20,4 miljoen aandelen in ASR verkocht tegen een prijs van 22,15 euro per aandeel. Dit resulteert in een totale opbrengst van deze transactie van 452 mln. euro (Kamerstuk 33 532, nr. 66).

Verkoop aandelen 3e tranche ASR

Op 7 april heeft de staat een verkoopopbrengst van 515 mln. ontvangen voor de plaatsing van 20 miljoen aandelen, wat overeenkomt met circa 13,3% van het geplaatste en uitstaande aandelenkapitaal (Kamerstuk 33 532, nr. 70).

Verkoop aandelen 4e tranche ASR

Op 13 juni heeft de staat voor plaatsing van aandelen 725 mln. ontvangen (Kamerstuk 31 789 nr. 89).

Defensie

X DEFENSIE: UITGAVEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

8.347

8.470,5

8.550,4

8.527,1

8.387,3

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Biv trekkingsrechten defensie

56,4

0

0

0

0

 
   

Brigade speciale beveiligingsopdrachten

20,8

0

0

0

0

 
   

Eindejaarsmarge 2016

166,2

0

0

0

0

 
   

Kasschuif investeringen

– 125

125

0

0

0

 
   

Diversen

– 13,6

18,4

10,4

0,1

2

 
     

104,8

143,4

10,4

0,1

2

 

Technische mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Compensatie abp pensioenpremiestijging

32,9

32,9

32,9

32,9

32,9

 
   

Doorwerking ontvangsten

38,1

20,8

4,5

0

4,5

 
   

Intensivering grensbewaking kmar

17,5

22,2

43,4

43,4

43,4

 
   

Loonbijstelling

71,7

71,3

70,3

70,7

70,9

 
   

Prijsbijstelling

49,5

51,4

53,2

53,1

51,3

 
   

Diversen

15,9

36,8

35,2

36

35,3

 
 

Niet tot een ijklijn behorend

           
   

Diversen

3

2,8

2,5

2,4

2,4

 
     

228,6

238,2

242

238,5

240,7

 

Extrapolatie

8.541,7

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

333,5

381,7

252,5

238,5

242,7

 
                 

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

8.680,5

8.852,1

8.802,9

8.765,7

8.630

8.541,7

Totaal Internationale samenwerking

275,6

351,8

330

329,9

329,9

329,9

Stand Miljoenennota 2018

8.956

9.204

9.132,9

9.095,6

8.959,9

8.871,6

                 
X DEFENSIE: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

366,7

372,8

299,4

261

262

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Diversen

0

0

0

0

0

 
     

0

0

0

0

0

 

Technische mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Bijstellen ontvangsten

32,7

20,6

4,3

– 0,2

4,5

 
   

Diversen

5,5

0,2

0,2

0,2

0

 
     

38,2

20,8

4,5

0

4,5

 

Extrapolatie

268,7

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

38,2

20,8

4,5

0

4,5

 
                 

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

404,9

393,6

303,9

261

266,5

268,7

Totaal Internationale samenwerking

16,7

26,7

6,7

6,7

6,7

6,7

Stand Miljoenennota 2018

421,6

420,3

310,6

267,7

273,2

275,4

BIV trekkingsrechten Defensie

Dit is de overheveling van middelen uit het Budget Internationale Veiligheid (BIV) naar de begroting van Defensie. Defensie bekostigt met de trekkingsrechten activiteiten die samenhangen met de missies. Het totale trekkingsrecht van Defensie bedraagt 59,5 mln. (zie ook de Verticale Toelichting van Homogene Groep Internationale Samenwerking). Van de 59,5 mln. blijft 3,1 mln. binnen de HGIS (voor attachés en voor Vessel Protection Detachments). De overige 56,4 mln. wordt ingezet binnen diverse onderdelen van de Defensiebegroting voor bijvoorbeeld de nazorg van uitgezonden militairen.

Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten

Defensie verzorgt op verzoek van Buitenlandse Zaken de beveiliging van diplomaten en ambassades in gebieden waar dat noodzakelijk is. Dit wordt bekostigd uit de trekkingsrechten van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (zie ook de Verticale Toelichting van Homogene Groep Internationale Samenwerking).

Eindejaarsmarge 2016

Dit is de toevoeging van de eindejaarsmarge 2016 aan de begroting van Defensie.

Kasschuif investeringen

In het Defensie Investeringsplan (DIP) staat budget gereserveerd voor infrastructuur en IT-projecten. Beide budgetten voor 2017 waren te groot in vergelijking met de behoeftes. Er worden met deze schuif geen materieelprojecten verschoven.

Diversen – beleidsmatige mutaties uitgaven

Het kabinet heeft budget vrijgemaakt voor de MIVD om van start te kunnen gaan met de uitvoering van de Geïntegreerde Aanwijzing Inlichtingen & Veiligheid. Met deze maatregel is de MIVD in staat om (de voorbereiding van) inzet en missies beter te ondersteunen. Het gaat om 2 mln. in 2017 en 7,5 mln. in zowel 2018 als 2019. Daarnaast stelt het Ministerie van Buitenlandse Zaken budget beschikbaar voor aanvullende ondersteuning van de stoel van Nederland in de VN Veiligheidsraad in 2018. Bovendien bevat deze reeks twee kasschuiven. Het Ministerie van Veiligheid en Justitie (VenJ) en het Ministerie van Defensie hebben in 2017 gezamenlijk 17 mln. vrijgemaakt voor de grensbewakingstaak van de Koninklijke Marechaussee (KMar). Deze kasschuif zorgt ervoor dat de middelen evenredig verspreid worden over 2017 en 2018. Met deze middelen zijn extra werknemers aangetrokken, waardoor 135 VTE tot en met 2018 kunnen worden opgeleid en ingezet voor de KMar. Inmiddels heeft het kabinet vanaf 2019 43,4 miljoen structureel toegevoegd aan de begroting van Defensie om deze verhoging van de capaciteit voor grensbewaking voort te zetten en uit te breiden (zie ook Intensivering grensbewaking kmar). Ook het aan Defensie toegekende budget voor de uitvoering van de nieuwe Wet op de Inlichtingen en Veiligheidsdiensten (WIV) wordt door een kasschuif gefaseerd naar de juiste jaren in verband met de gefaseerde invoering van de kabelinterceptie.

Compensatie ABP pensioenpremiestijging

Per 1 januari 2017 heeft het ABP de pensioenpremie verhoogd. Ter compensatie van de pensioenpremiestijging wordt 342 mln. aan de loonruimte 2017 toegevoegd. Deze middelen worden vanuit de Aanvullende Post overgemaakt naar de departementale begrotingen.

Doorwerking ontvangsten

Dit is de doorwerking van de ontvangsten binnen de Defensiebegroting op de uitgaven. Zie voor de toelichting de beschrijving bij de ontvangsten hieronder.

Intensivering grensbewaking kmar

Dit betreft ondermeer een overboeking van het Ministerie van Veiligheid en Justitie (VenJ) van 10 mln. om de capaciteit van de Koninklijke Marechaussee (KMar) op Schiphol uit te breiden. Daarnaast heeft het kabinet ook extra budget gereserveerd voor de Grensbewakingstaak van de KMar (zie Verticale Toelichting Hoofdstuk VI VenJ). VenJ heeft deze middelen overgeheveld naar de begroting van Defensie. Hiermee kan het Ministerie van Defensie de verhoging van de capaciteit voor grensbewaking voortzetten en uitbreiden.

Loonbijstelling

De loonbijstelling tranche 2017 wordt overgemaakt naar de departementale begrotingen. Deze tranche bestaat uit een vergoeding voor de contractloonontwikkeling en de ontwikkeling in sociale werkgeverslasten.

Prijsbijstelling

De prijsbijstelling tranche 2017 wordt overgemaakt naar de departementale begrotingen.

Diversen – technische mutaties uitgaven

Dit is een saldo van verschillende mutaties, waaronder 8 mln. structureel overgeboekt van de begroting van VWS naar Defensie voor het opvangen van het AOW-gat als gevolg van de verhoging van de AOW-leeftijd. Dit is via een amendement op de Ontwerpbegroting 2017 verwerkt (Kamerstuk 34 550 X, nr. 27). Ook heeft het kabinet middelen vrijgemaakt voor cybersecurity. Van dit bedrag investeert de MIVD € 8 miljoen in de aanpak van cyberspionage en -sabotage. Bovendien zijn de middelen naar Defensie overgeheveld voor de uitvoering van de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (WIV). Als laatste hevelt Defensie 6,3 mln. over naar Veiligheid en Justitie voor de exploitatiekosten van c2000 (het communicatiesysteem voor ambulancediensten, brandweer, KMar en politie).

Diversen – Niet tot de ijklijn behorend uitgaven

Dit is de som van de compensatie voor de stijging van de ABP-pensioenpremie en de loonbijstelling voor een loongevoelig niet-kaderrelevant begrotingsartikel.

Bijstellen Ontvangsten

Dit is het saldo van het bijstellen van diverse ontvangstenposten op de Defensiebegroting. Ten eerste zijn ontvangsten met betrekking tot Eigen Huishouding naar beneden bijgesteld. Werknemers die een vergoeding ontvangen voor Eigen Huishouding hoeven geen vergoeding meer te betalen voor het slapen op de kazerne. Daarnaast zijn de verkoopopbrengsten van vastgoed van Defensie hoger dan verwacht door de aantrekkende vastgoedmarkt. Ook vindt een gedeelte van de verkoop van civiele dienstpersonenauto’s in 2017 plaats in plaats van 2016.

Diversen – technische mutaties niet-belastingontvangsten

Dit is voornamelijk de winstafdracht van de agentschappen van Defensie (Paresto en Defensie Telematica Organisatie (DTO)).

Infrastructuur en Milieu

XII INFRASTRUCTUUR EN MILIEU: UITGAVEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

7.971,4

8.320,4

8.429

8.571,6

8.776,9

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Eindejaarsmarge 2016

17,8

0

0

0

0

 
   

Kasschuif deltafonds

– 50

0

50

0

0

 
   

Kasschuif infrastructuurfonds

– 250

60

190

0

0

 
   

Regeringsvliegtuig

90

0

0

0

0

 
   

Thermphos

27,7

0

0

0

0

 
   

Diversen

0,1

5,1

0,1

0,1

– 5

 
     

– 164,4

65,1

240,1

0,1

– 5

 

Technische mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Beter benutten

– 46,9

0

0

0

0

 
   

Dbfm projecten

– 270,7

– 73,8

– 62,1

60,9

34,6

 
   

Loon- en prijsbijstelling 2017

110,6

116,1

115,8

117,6

118,9

 
   

Regiospecifiek pakket zuiderzeelijn

– 146,9

0

0

0

0

 
   

Diversen

– 16,2

– 18,1

– 7,9

5,3

– 0,4

 
     

– 370,1

24,2

45,8

183,8

153,1

 

Extrapolatie

1.943,5

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

– 534,4

89,3

286

183,9

148

 
                 

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

7.437

8.409,8

8.715

8.755,5

8.925

1.943,5

Totaal Internationale samenwerking

24,1

20,9

20,9

20,9

21,7

18,9

Stand Miljoenennota 2018

7.461,1

8.430,7

8.735,9

8.776,4

8.946,7

1.962,4

                 
XII INFRASTRUCTUUR EN MILIEU: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

244,3

240,7

240,7

240,7

240,7

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Diversen

0

0

0

0

0

 
     

0

0

0

0

0

 

Technische mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Diversen

25

6,8

1,9

1,4

1,3

 
 

Niet tot een ijklijn behorend

           
   

Diversen

0

0

0

0

0

 
     

25

6,8

1,9

1,4

1,3

 

Extrapolatie

242,1

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

25

6,8

1,9

1,4

1,3

 
                 

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

269,3

247,5

242,6

242,1

242

242,1

Totaal Internationale samenwerking

6,4

0

0

0

0

0

Stand Miljoenennota 2018

275,7

247,5

242,6

242,1

242

242,1

Eindejaarsmarge 2016

De eindejaarsmarge van 2016 wordt toegevoegd aan de begroting van IenM.

Kasschuif Deltafonds

Er vindt een kasschuif plaats op het Deltafonds van 2017 naar 2019. De middelen zijn later nodig vanwege autonome vertraging in de programmering. Dit heeft voornamelijk te maken met vertraging van het project Markermeerdijk met een jaar omdat verdere consultatie met de regio nodig is.

Kasschuif Infrastructuurfonds

Er vindt een kasschuif op het Infrastructuurfonds plaats van 2017 naar de jaren 2018 en 2019. De kasschuif wordt verwerkt op het artikel Spoorwegen omdat met name op de modaliteit Spoor diverse autonome vertragingen van de programmering optreden.

Regeringsvliegtuig

Voor de vervanging van het regeringsvliegtuig is op de IenM-begroting een reservering van in totaal 90 mln. getroffen. Hiervan komt 40 mln. uit de niet-bestede reservering voor het regeringsvliegtuig uit 2016, zoals gemeld bij Najaarsnota 2016 (TK 34 620 nr. 1). Het koopcontract voor de levering van het nieuwe regeringsvliegtuig is getekend en het oude regeringsvliegtuig is verkocht.

Thermphos

Het Rijk reserveert 27,7 miljoen euro voor de complexe sanering van het Zeeuwse industrieterrein Thermphos in Zeeland, naar aanleiding van het advies van de Commissie onderzoek sanering Thermphos (TK 29 826 nr. 90). Een bijdrage is voorwaardelijk aan het bereiken van een totaalakkoord met de provincie Zeeland en het havenbedrijf, waarbij zij eenzelfde financiële bijdrage leveren. Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu treedt op als beleidsverantwoordelijk departement namens het Rijk, waarbij de onafhankelijkheid van de toezichthouder wordt geborgd.

Diversen – beleidsmatige mutaties

Dit betreft vooral een kasschuif van 5 mln. uit 2021 naar 2018 voor het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) waarmee de budgettaire reeks in overeenstemming wordt gebracht met de actuele raming van de contributiebetaling aan EUMETSAT (de Europese organisatie voor de ontwikkeling en het beheer van weersatellieten).

Beter Benutten

Diverse gemeenten en provincies ontvangen een bijdrage van IenM voor projecten binnen het programma Beter Benutten, waaronder decentrale spoorprojecten. De middelen zijn afkomstig van het Infrastructuurfonds en worden conform systematiek via de begroting van IenM overgeboekt naar het Gemeentefonds, Provinciefonds en BTW compensatiefonds.

DBFM

Kenmerk van DBFM-contract is een langjarig en vlak betalingsritme. Bij de afronding van de aanbesteding van een DBFM-contract is het exacte betalingsritme bekend. Het kasritme op het Infrastructuurfonds wordt in die gevallen aangepast aan het betaalritme van het DBFM-contract. Met deze mutaties worden de projectbudgetten voor de DBFM-projecten A1/A27 Utrecht Noord-Eemnes-Bunschoten, N18 Varsseveld-Enschede en de A6 Schiphol-Amsterdam-Almere en de capaciteitsuitbreiding Sluis Eefde omgezet in begrotingsreeksen voor betaling van de jaarlijkse beschikbaarheidsvergoeding.

Loon- en prijsbijstelling 2017

De loon- en prijsbijstelling tranches 2017 worden toegevoegd aan de begrotingen van IenM.

Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn

Dit betreft overboekingen naar het Provinciefonds, het Gemeentefonds en het BTW-compensatiefonds in het kader van het Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn (RSP). De bijdrage is bestemd voor bereikbaarheidsprojecten in de provincies Groningen, Friesland, Drenthe en Flevoland en de gemeente Assen.

Diversen – technische mutaties, uitgaven

Deze post bestaat met name uit de structurele toevoeging van middelen ter compensatie van de ABP pensioenpremiestijging (8,4 mln.). Daarnaast wordt het afgeroomde surplus aan eigen vermogen van de Inspectie Leefomgeving en Transport en de Nederlandse Emissieautoriteit in 2017 toegevoegd aan de begroting van IenM (5,4 mln.). Dit is conform de Regeling agentschappen. Hier staan overboekingen naar het Gemeentefonds, Provinciefonds en het BTW compensatiefonds tegenover voor onder andere de projecten Grensoverschrijdend spoorvervoer, Zoetwatermaatregelen, IJsseldelta en de A58 aansluiting Goes. Ook worden er middelen overgeheveld naar de begroting van het Ministerie van Defensie voor een investering in een Maritiem Operatiecentrum voor de Kustwacht.

Diversen – technische mutaties, niet-belastingontvangsten

Deze post bestaat hoofdzakelijk uit het afgeroomde surplus aan eigen vermogen van de Inspectie Leefomgeving en Transport en de Nederlandse Emissieautoriteit (5,4 mln.), de bijdrage van agentschappen aan centraal betaalde apparaatsuitgaven zoals huisvesting, ICT en facilitaire dienstverlening (5,9 mln.), de opbrengsten uit grondverkopen die worden ingezet ten behoeve van hydrologische maatregelen door provincies (5 mln.) en ontvangsten van derden bij het Planbureau voor de Leefomgeving voor enkele EU-onderzoeksprojecten (2 mln.). Daarnaast krijgt de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS) structureel ontvangsten uit vergunningverlening en toezichtactiviteiten. ANVS gebruikt deze ontvangsten voor extra capaciteit die nodig is vanwege de nieuwe taken uit de instellingswet ANVS. De ontvangsten en uitgaven van ANVS worden op de IenM begroting verantwoord.

Economische Zaken

XIII ECONOMISCHE ZAKEN: UITGAVEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

4.894,1

5.058

5.630,1

6.290,8

6.198,8

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Eindejaarsmarge 2016

18,1

0

0

0

0

 
   

Ez-brede mee- en tegenvallers

32,7

14,7

– 7,1

– 7,1

– 6

 
   

Invest-nl

15

29

0

0

0

 
   

Kasschuif toekomstfonds

58,6

9,7

24,1

12,4

1,1

 
   

Regionale projecten

20

0

0

0

0

 
   

Diversen

22

10,2

– 0,9

– 8,7

– 9,6

 
     

166,4

63,6

16,1

– 3,4

– 14,5

 

Technische mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Loonbijstelling tranche 2017

31,9

30,8

30,4

30

29,8

 
   

Diversen

68,2

34,8

16,6

13,6

19,9

 
 

Niet tot een ijklijn behorend

           
   

Diversen

17,6

15

10

10

10

 
     

117,7

80,6

57

53,6

59,7

 

Extrapolatie

3.214,4

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

284

144,2

73,1

50,2

45,3

 
                 

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

5.178

5.202,2

5.703,2

6.340,9

6.244,1

3.214,4

Totaal Internationale samenwerking

54,4

52,3

51,5

50,5

50,5

50,6

Stand Miljoenennota 2018

5.232,5

5.254,5

5.754,8

6.391,4

6.294,6

3.265

                 
XIII ECONOMISCHE ZAKEN: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

3.770,9

4.044,9

4.690,2

5.259,5

5.161,7

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Diversen

10

0

0

0

0

 
     

10

0

0

0

0

 

Technische mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Diversen

43,9

5,2

3,3

2

3,3

 
 

Niet tot een ijklijn behorend

           
   

Bijstelling aardgasbaten

– 200

– 250

– 250

– 250

– 250

 
   

Gasbaten

– 250

– 250

– 350

– 350

– 350

 
   

Diversen

18,3

– 10

– 10

– 10

– 10

 
     

– 387,8

– 504,8

– 606,7

– 608

– 606,7

 

Extrapolatie

2.243

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

– 377,8

– 504,8

– 606,7

– 608

– 606,7

 
                 

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

3.393

3.540

4.083,4

4.651,5

4.555

2.243

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

0

Stand Miljoenennota 2018

3.393

3.540

4.083,4

4.651,5

4.555

2.243

Eindejaarsmarge 2016

Dit betreft de toevoeging van de eindejaarsmarge 2016 aan de begroting van EZ.

EZ-brede mee- en tegenvallers

Als gevolg van nieuwe ramingsinzichten zijn herschikkingen doorgevoerd op vrijwel alle begrotingsartikelen van de EZ-begroting. Het betreft o.a. 4 mln. voor de Green Deals: voor het onderzoeks- en demonstratieproject Ambigo, gericht op het omzetten van biomassa in groen gas. Een deel bestaat uit verhoging van de uitgavenraming 2017 naar aanleiding van voor 2016 geraamde uitgaven die in dat jaar niet plaatsvonden. Zo is bij artikel 4 (een doelmatige en duurzame energievoorziening) de raming 2017 verhoogd met 7,3 mln. omdat een geraamde betaling inzake de Hoge Flux reactor (HFR) niet in 2016 plaatsvond. Verder maakt een kasschuif op het apparaatsbudget deel uit van de wijzigingen. Deze kasschuif is bedoeld voor verschillende ICT-uitgaven in 2017 en 2018, waaronder de overgang naar een Cloudwerkplek voor dienstonderdelen van EZ (Kerndepartement, DICTU, RVO.nl, NVWA, AT en SodM).

Invest-NL

De nationale en internationale ontwikkeltak van Invest-NL ontvangt in 2017 en 2018 generale middelen via de EZ begroting. Voor de jaren na 2018 staat 19 mln. per jaar op de aanvullende post gereserveerd. EZ wordt tevens gecompenseerd voor de transitiekosten die gepaard gaan met het overhevelen van bestaande regelingen van RVO.nl naar Invest-NL.

Kasschuif Toekomstfonds

Dit betreft een kasschuif om de onderuitputting 2016 van het Toekomstfonds mee te nemen naar dit jaar en een meerjarige kasschuif om de beschikbare middelen in het gewenste kasritme te zetten.

Regionale projecten

Ter versterking van de regionale economische structuur in Nederland wordt een aantal projecten ondersteund.

Diversen (beleidsmatige mutaties RBG-eng uitgaven)

Dit betreft diverse mutaties waaronder de toevoeging van 6,2 mln. in verband met lager dan voorziene uitgaven in 2016 voor ETS-compensatie (compensatieregeling energie intensieve bedrijven), compensatie voor een tegenvaller in de raming van de bekostiging van groen onderwijs en de kwijtschelding van de lening van 7 mln. aan de Internationale school in Eindhoven.

Loonbijstelling tranche 2017

De loonbijstelling tranche 2017 wordt overgemaakt naar de departementale begrotingen. Deze tranche bestaat uit een vergoeding voor de contractloonontwikkeling en de ontwikkeling in sociale werkgeverslasten.

Diversen (technische mutaties RBG-eng uitgaven)

Dit betreft diverse mutaties waaronder de compensatie ABP pensioenpremiestijging (11,5 mln.), de prijsbijstelling tranche 2017 (17,5 mln.), een bijdrage aan de stoppersregeling melkveehouderij (17 mln.) en een bijdrage van ZuivelNL aan de uitvoeringskosten die RVO.nl maakt in het kader van de uitvoering Regeling fosfaatreductieplan 2017 (10,6 mln.).

Diversen (technische mutaties niet tot een ijklijn behorend uitgaven)

Dit betreft diverse mutaties waaronder een kasschuif op artikel 5 Meerjarenprogramma Nationaal Coördinator Groningen en een mutatie van 5,8 mln. ten behoeve van de lening aan Energie Centrum Nederland (ECN). In oktober 2014 is aan Energie Centrum Nederland een lening verstrekt ten behoeve van het herstelplan van de Hoge Flux Reactor. Afgesproken is dat de benodigde middelen ten laste komen van het generale beeld.

Diversen (beleidsmatige mutaties RBG-eng ontvangsten)

Dit betreft de ophoging van het budget met 10 mln. i.v.m. het vrijvallen van de begrotingsreserve van de garantie scheepsnieuwbouwfinanciering als gevolg van het beëindigen van de GSF-regeling per 1 juli 2017.

Diversen (technische mutaties RBG-eng ontvangsten)

Dit betreft diverse mutaties waaronder de ontvangsten voor de bijdrage aan de stoppersregeling melkveehouderij (17 mln.) en de ontvangsten van ZuivelNL voor de uitvoeringskosten die RVO.nl maakt in het kader van de uitvoering Regeling fosfaatreductieplan 2017 (10,6 mln.).

Gasbaten

De aardgasbaten zijn naar beneden bijgesteld door macro-economische ontwikkelingen, een daling van de verwachte meerjarige gasprijs en volumebeperking.

Diversen (technische mutaties niet tot een ijklijn behorend ontvangsten)

Dit betreft o.a. een verrekening van de terugbetaling van Veronica vanwege het teveel betaalde geld voor zijn FM-frequentie (8,3 mln.) en 10 mln. te ontvangen dividend van de NOM welke bij de 2e suppletoire begroting 2016 is doorgeschoven naar 2017. Daarnaast betreft het de verlaging van de ontvangsten suikerheffing (10 mln. per jaar vanaf 2018) i.v.m. de afschaffing van de suikerheffing per 1 oktober 2017. Met ingang van deze datum vervallen de opbrengsten voor Nederland en daarmee ook de afdrachten aan de EU.

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

XV SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID: UITGAVEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

33.601,5

34.236,5

34.663,3

34.660,7

34.728,6

 

Mee- en tegenvallers

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Diversen

0,8

0

0

0

0

 
 

Sociale zekerheid

           
   

Aio

19,5

13,7

13,6

11,6

9,3

 
   

Bijdrage coa

– 26,6

– 7,3

19,7

7,2

7,7

 
   

Compensatie zez-regeling

0

38

0

0

0

 
   

Dagloonbesluit

– 18

70

0

0

0

 
   

Iow

7,2

16,8

26,4

21,2

25,5

 
   

Kinderbijslag

– 30,2

– 33,5

– 37

– 37

– 38,2

 
   

Kinderopvangtoeslag

24,8

56,6

43,4

31,7

19,1

 
   

Kindgebonden budget

24,8

– 1,6

– 21,6

– 38,4

– 55,4

 
   

Leningen inburgering

41,8

13,3

10,6

21

27,4

 
   

Participatiewet

33,2

– 259,7

– 207,6

16,4

157,4

 
   

Re-integratie wajong

– 22

0

0

0

0

 
   

Toeslagenwet

– 7,9

– 23,3

– 26,6

– 26,4

– 23,1

 
   

Uitvoeringskosten uwv

19,9

– 0,6

– 0,7

– 1,2

– 1,4

 
   

Wajong

1,2

27,2

27,9

26,9

26,8

 
   

Diversen

0,9

3,2

1,5

3,7

4,7

 
     

69,4

– 87,2

– 150,4

36,7

159,8

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Sectorplannen

27,9

0

0

0

0

 
   

Diversen

– 26

15,1

16,4

1,6

5,2

 
 

Sociale zekerheid

           
   

Eindejaarsmarge

86,5

0

0

0

0

 
   

Herijking

10,4

37,6

27,1

25,2

25,9

 
   

Kasschuiven sza

– 100,6

45,1

14,6

– 11,3

9,9

 
   

Nominale ontwikkeling

211,2

234,8

239

243,6

247

 
   

Quotumwet

0

0

15

0

0

 
   

Re-integratie wajong

– 27,5

27,5

0

13

13

 
   

Weglek structurele no-riskpolis

0

0

0

0

– 21

 
   

Diversen

– 0,5

– 21,9

– 22,4

– 14,8

– 12,7

 
     

181,4

338,2

289,7

257,3

267,3

 

Technische mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Diversen

11,7

36,4

26,7

26,4

23,9

 
 

Sociale zekerheid

           
   

Kansrijk opgroeien

– 100

– 100

– 100

– 100

– 100

 
   

Verhoging wkb

0

36

36

36

36

 
   

Diversen

9,5

– 11,1

16,9

16,8

16,9

 
 

Niet tot een ijklijn behorend

           
   

Bikk aow

25,4

46,1

57,2

68,5

69,9

 
   

Rijksbijdrage vermogenstekort ouderenfonds

– 1.573,5

– 2.412,2

– 2.321,5

– 2.415,9

– 2.460,7

 
   

Transitievergoeding (bijdrage ocw)

0

0

54,8

11

11

 
   

Diversen

10,4

7,3

4

5,4

6,6

 
     

– 1.616,5

– 2.397,5

– 2.225,9

– 2.351,8

– 2.396,4

 

Extrapolatie

32.950,8

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

– 1.365,8

– 2.146,6

– 2.086,6

– 2.057,9

– 1.969,4

 
                 

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

32.235,7

32.089,9

32.576,7

32.602,8

32.759,1

32.950,8

Totaal Internationale samenwerking

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

Stand Miljoenennota 2018

32.236,2

32.090,4

32.577,2

32.603,3

32.759,6

32.951,2

                 
XV SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

1.768,3

1.782,2

1.796,5

1.812,5

1.792,2

 

Mee- en tegenvallers

           
 

Sociale zekerheid

           
   

Bvdu 2016 ontvangsten declaratie deel

15,5

0

0

0

0

 
   

Kinderopvangtoeslag

– 23,4

26,3

20,7

21,5

21,2

 
   

Kindgebonden budget

– 16,5

– 17,1

– 4

– 0,5

– 1,4

 
   

Ontvangsten wsw

22

0

0

0

0

 
   

Uitvoeringskosten zbo's

15,6

0

0

0

0

 
   

Wajong

18,2

0

0

0

0

 
   

Diversen

24,5

1

1

1

1

 
     

55,9

10,2

17,7

22

20,8

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Diversen

0

0

0

0

0

 
 

Sociale zekerheid

           
   

Diversen

1,9

– 5,7

– 10,1

– 6,6

– 3,8

 
     

1,9

– 5,7

– 10,1

– 6,6

– 3,8

 

Technische mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Diversen

– 6,1

– 5,3

– 1,2

– 0,2

– 2,6

 
 

Niet tot een ijklijn behorend

           
   

Bijstelling werkgeversbijdrage kinderopvangtoeslag

83

104,1

115,8

129,1

142,6

 
   

Diversen

0,4

0

0

0

0

 
     

77,3

98,8

114,6

128,9

140

 

Extrapolatie

1.952

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

135,1

103,4

122,1

144,4

157

 
                 

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

1.903,4

1.885,5

1.918,6

1.956,9

1.949,2

1.952

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

0

Stand Miljoenennota 2018

1.903,4

1.885,5

1.918,6

1.956,9

1.949,2

1.952

AIO

Op basis van nieuwe realisatiegegevens van de SVB is de AIO-raming meerjarig opwaarts bijgesteld. Dit hangt vooral samen met een opwaartse bijstelling van het aantal verwachte huishoudens in de AIO en in mindere mate met een hogere gemiddelde AIO-uitkering.

Bijdrage COA (Centraal Orgaan opvang Asielzoekers)

De bijdragen aan het COA hebben betrekking op maatschappelijke begeleiding en voorinburgering. De raming is bijgesteld vanwege de gewijzigde verwachting van de instroom en doorstroom uit opvangcentra van migranten.

Compensatie ZEZ-regeling

Deze middelen zijn bestemd voor de compensatieregeling voor zwangere zelfstandigen tussen 2005 en 2008.

Dagloonbesluit

De wijziging van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen in verband met de inkomensverrekening in de WW heeft voor enkele groepen geleid tot onbedoeld lagere uitkeringen. Starters, herintreders, flexwerkers en werknemers die na de wachttijd voor de WIA minder dan 35% arbeidsongeschikt zijn, kunnen in aanmerking komen voor een eenmalige tegemoetkoming. Het verstrekken van de tegemoetkoming voor deze groepen is in 2017 grotendeels afgerond en valt lager uit dan begroot. Voor 2018 en verder is hierbij ook rekening gehouden met compensatie en reparatie van de groep herlevers en mensen die minder dan104 weken ziek zijn geweest.

IOW (Inkomensvoorziening Oudere Werklozen)

De raming van de uitgaven aan de IOW is opwaarts bijgesteld. Het effect van de AOW-leeftijdsverhoging op de IOW-duur blijkt groter dan eerder verwacht.

Kinderbijslag

De raming van de AKW (Kinderbijslag) is neerwaarts bijgesteld. Dit komt onder andere door een afname van het aantal kinderen ten opzichte van de vorige raming en een, ten opzichte van de vorige raming, lager aantal huishoudens dat in aanmerking komt voor AKW+, een bedrag voor alleenstaanden of alleenverdieners die voor een gehandicapt kind zorgen.

Kinderopvangtoeslag

Het gebruik van kinderopvangtoeslag is in het toeslagjaar 2016 sterker gestegen dan ten tijde van de begroting 2017 werd verwacht. Dit leidt vanaf 2017 tot meer uitgaven. Daarnaast leiden positievere economische vooruitzichten naar verwachting ook tot meer gebruik van de kinderopvangtoeslag. De tegenvaller neemt in latere jaren af, met name door de doorwerking van een lager aantal geboorten in de CBS-bevolkingsraming.

Kindgebonden budget

De meevaller ontstaat vooral door verwerking van een nieuwe meerjarenraming van het CPB. De inkomens van huishoudens stijgen harder dan voorheen aangenomen. Aangezien de WKB een inkomensafhankelijke regeling is dalen hierdoor de uitkeringslasten.

Leningen inburgering

Op basis van uitvoeringsinformatie van DUO is de raming van leningen inburgering opwaarts bijgesteld. Zo is het opnamepatroon van de leningen anders gespreid dan aanvankelijk werd aangenomen, terwijl ook het gemiddeld opgenomen bedrag hoger uitvalt.

Participatiewet

Het macrobudget Participatiewet heeft betrekking op de bijstand, IOAW, IOAZ en Bbz (levensonderhoud starters). De raming van het macrobudget Participatiewet is neerwaarts bijgesteld als gevolg van de daling van de werkloosheid. De uitgaven komen in 2017 echter hoger uit vanwege de verwerking van de realisatiegegevens over 2016 (inclusief de realisatie als gevolg van de hogere asielinstroom). Vanaf 2020 worden de hogere uitgaven ook deels verklaard door de toenemende uitgaven als gevolg van de verhoogde asielinstroom en het extra beroep op de bijstand dat daaruit volgt.

Re-integratie Wajong

De raming van de uitgaven aan re-integratie Wajong in 2017 is aangepast op basis van de Juninota.

Toeslagenwet

De raming van de TW is neerwaarts bijgesteld. Dit komt hoofdzakelijk doordat het geraamde WW-volume lager uitkomt dan voorheen als gevolg van de lagere werkloosheidsverwachtingen van het CPB. Omdat er minder WW-uitkeringen worden verwacht, neemt het aantal toeslagen op WW-uitkeringen ook af. Daarnaast is het verwachte aantal Wajongers met arbeidsvermogen op basis van realisatiecijfers neerwaarts bijgesteld (zie kopje Wajong). Het verwachte aantal toeslagen op deze Wajong-uitkeringen is daardoor ook neerwaarts bijgesteld.

Uitvoeringskosten UWV

De raming van de uitvoeringskosten van het UWV zijn neerwaarts bijgesteld. Dit betreft de doorwerking van de verschillende regelingen, zoals de meevallers op de WW, op de uitvoeringskosten van het UWV.

Wajong

De raming van de uitgaven aan de Wajong is naar boven bijgesteld, met name vanaf 2018. Deze tegenvaller wordt voor het grootste deel veroorzaakt doordat uitkeringsverlaging per 1-1-2018 voor mensen met arbeidsvermogen lager uitvalt omdat er minder mensen met arbeidsvermogen zijn dan eerder geraamd is. Daarnaast is de raming van de uitstroom naar beneden bijgesteld.

Sectorplannen

Dit betreft het via de eindejaarsmarge 2016 naar 2017 doorgeschoven budget voor de sectorplannen.

Eindejaarsmarge

Dit betreft de toevoeging van de eindejaarsmarge 2016 aan de begroting van SZW.

Herijking

Jaarlijks wordt het bekostigingsmodel van UWV herijkt waardoor schuiven tussen begrotingsgefinancierde uitvoeringskosten en premiegefinancierde uitvoeringskosten ontstaan bij een gelijkblijvend totaalbudget (alleen op dit totaalbudget wordt gestuurd). Tegenover de hogere begrotingsgefinancierde uitvoeringskosten UWV staat een gelijke daling van de premiegefinancierde uitvoeringskosten UWV. Deze daling van de premiegefinancierde uitvoeringskosten UWV staat op H40.

Kasschuiven SZA

Deze post betreft verschillende kasschuiven onder het SZA-kader. De grootste betreft een kasschuif voortvloeiende uit de budgettaire verwerking van de voorfinanciering bijstand.

Nominale Ontwikkeling

De toegekende loon- en prijsindexatie is verdeeld over de artikelen. Hiermee worden de begrotingsgefinancierde uitkeringen op het prijspeil van 2017 gebracht.

Quotumwet

Omdat de sector overheid de banenafspraak niet heeft gehaald, heeft het kabinet besloten tot het activeren van de quotumregeling voor de sector overheid. Besloten is niet te heffen in 2019 over 2018, hierdoor treedt een besparingsverlies op van € 15 miljoen.

Re-integratie Wajong

Verwachting is dat het budget voor re-integratie van arbeidsgehandicapten in 2017 minder hard nodig zal zijn. Deze middelen worden doorgeschoven naar budget in 2020 en 2021, omdat het beroep op deze middelen in deze jaren gaat toenemen als gevolg van de recente herindelingsoperatie in het Wajong-bestand. Aanvullend ontvangt het UWV in 2017 ESF gelden voor oude projecten. De bevoorschotting van re-integratie Wajong in 2017 is hierop aangepast en de gelden komen ten goede van dienstverlening aan Wajongers in 2017 en 2018. Hiermee wordt geborgd dat het niveau van dienstverlening op peil blijft.

Weglek structurele no-riskpolis

De uniforme no-risk polis voor de doelgroep banenafspraak en beschut werk is structureel gemaakt. De extra uitgaven, inclusief uitvoeringskosten, voor het Rijk worden gecompenseerd door een verlaging van het macrobudget Participatiewetuitkeringen en de integratie-uitkering sociaal domein. Door middel van een rekenregel op basis van de meest actuele gegevens worden de uitgaven en de daarmee gepaard gaande uitname bij gemeenten om de vijf jaar herijkt. De eerste herijking vindt plaats in 2021. Deze mutatie betreft de verlaging van het macrobudget Participatiewetuitkeringen.

Kansrijk opgroeien

Om te stimuleren dat ook kinderen in een gezin met een laag inkomen kansrijk kunnen opgroeien, heeft het Rijk afgelopen Miljoenennota structureel 100 miljoen euro beschikbaar gesteld voor benodigdheden in natura voor kinderen (0 tot 18 jaar), waardoor ze mee kunnen doen aan activiteiten en die ze nu missen door armoede. Dit betreft voor € 85 miljoen de technische overboeking naar het Gemeentefonds, omdat gemeenten een belangrijke rol spelen in de uitvoering hiervan, en voor de overige € 15 miljoennaar artikel 2 voor subsidies met hetzelde doel.

Verhoging WKB

Het tweede kindbedrag van de Wet Kindgebonden Budget wordt verhoogd met 71 euro op jaarbasis om de inkomenspositie van gezinnen met een laag- en middeninkomen extra te ondersteunen.

Bikk AOW

In de laatste cijfers van het CPB is de raming voor de inkomsten van heffingskortingen verhoogd. De bijdrage in de kosten van de heffingskortingen (Bikk) stijgt mee met de heffingskortingen en wordt daarom ook verhoogd.

Rijksbijdrage Vermogenstekort Ouderenfonds

Op basis van de laatste cijfers van het CPB is de raming voor de rijksbijdrage aan het vermogenstekort van het ouderdomsfonds neerwaarts bijgesteld. In 2017 komt deze bijstelling met name door het verrekenen van het vermogensoverschot uit 2016. In de latere jaren komt de bijstelling doordat het CPB raamt dat de premie-inkomsten hoger zullen uitvallen. De raming van de uitkeringslasten is neerwaarts bijgesteld. Dankzij hogere premie-inkomsten en lagere uitkeringslasten daalt de Rijksbijdrage aan het ouderdomsfonds.

Transitievergoeding (bijdrage OCW)

In de compensatieregeling transitievergoeding compenseert de overheid werkgevers voor de kosten van de transitievergoeding van langdurig arbeidsongeschikten. Het grootste gedeelte van de compensatieregeling transitievergoeding wordt gefinancierd door een verhoging van de AWF-premie. Binnen OCW zijn er echter onderwijsinstellingen die gebruik kunnen maken van de regeling ter compensatie van de transitievergoeding na 2 jaar ziekte, maar geen AWF-premie afdragen en dus niet meebetalen. Voor deze instellingen verstrekt OCW een rijksbijdrage die loopt via de SZW-begroting.

Bvdu 2016 ontvangsten declaratiedeel

Een deel van de uitgaven loopt via declaraties waarvoor gemeenten van te voren een voorschot krijgen. In 2016 hebben een aantal gemeenten een te hoog voorschot gekregen. Dit leidt tot een nabetaling van gemeenten en een ontvangst op de SZW-begroting.

Kinderopvangtoeslag

De ontvangsten over toeslagjaar 2014 zijn lager dan bij de begroting 2016 was verwacht. Dit leidt vooral tot minder terugontvangsten in 2017. Daarnaast komen in 2017 naar verwachting minder terugontvangsten over 2012 binnen. Meerjarig zijn de ontvangsten hoger als gevolg van een licht hogere overfinanciering.

Kindgebonden budget

De raming van de ontvangsten WKB is herijkt op nieuwe realisatiecijfers van de Belastingdienst. Dit resulteert in lager dan eerder verwachte terugvorderingen en daarmee lagere ontvangsten.

Ontvangsten Wsw

Betreft de terugontvangsten Wsw als gevolg van de onderrealisatie arbeidsplaatsen.

Uitvoeringskosten zbo’s

Dit zijn ontvangsten op de uitvoeringskosten van UWV en SVB als gevolg van een te hoge bevoorschotting in 2016.

Wajong

Een ontvangst ten gunste van de uitkeringslasten Wajong en re-integratie Wajong als gevolg van een te hoge bevoorschotting in 2016.

Bijstelling werkgeversbijdrage Kinderopvangtoeslag

Op basis van de laatste CPB-ramingen is de werkgeversbijdrage kinderopvangtoeslag aangepast.

Sociale zekerheid

SOCIALE ZEKERHEID: UITGAVEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017

78.905,4

80.645

81.119,7

82.203,7

83.778,8

 

Mee- en tegenvallers

           
 

Sociale zekerheid

           
   

Anw

– 21,4

– 22,3

– 26,2

– 32,9

– 33,7

 
   

Aow

– 81,4

– 100,7

– 70,6

– 39,5

– 34,8

 
   

Bijdrage coa

– 26,6

– 7,3

19,7

7,2

7,7

 
   

Compensatie zez-regeling

0

38

0

0

0

 
   

Dagloonbesluit

– 18

79,5

9,5

4,5

4,5

 
   

Iow

7,2

16,8

26,4

21,2

25,5

 
   

Iva

63,1

83,8

67,8

46,9

22,6

 
   

Kinderbijslag

– 30,2

– 33,5

– 37

– 37

– 38,2

 
   

Kinderopvangtoeslag

24,8

56,6

43,4

31,7

19,1

 
   

Kindgebonden budget

24,8

– 1,6

– 21,6

– 38,4

– 55,4

 
   

Leningen inburgering

41,8

13,3

10,6

21

27,4

 
   

Nominale ontwikkeling

150,8

311,1

973,1

1.628,4

2.133

 
   

Participatiewet

33,2

– 259,7

– 207,6

16,4

157,4

 
   

Toeslagenwet

– 7,9

– 23,3

– 26,6

– 26,4

– 23,1

 
   

Uitvoeringskosten uwv

19,9

– 62,2

– 55,9

– 46

– 32,4

 
   

Wajong

1,2

27,2

27,9

26,9

26,8

 
   

Wao

– 81,8

– 83,8

– 76,2

– 74,3

– 74,2

 
   

Wga

74,1

96,1

108,1

109,6

98,2

 
   

Ww

– 433

– 835,8

– 929,2

– 799,7

– 590,9

 
   

Zw

13,1

55,8

59,2

64,4

69,3

 
   

Diversen

– 9,2

31,7

39,3

42,2

46,6

 
     

– 255,5

– 620,3

– 65,9

926,2

1.755,4

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Sociale zekerheid

           
   

Aow kostendelersnorm

0

0

214,3

214,4

214,4

 
   

Capaciteit verzekeringsartsen

0

0

44

44

44

 
   

Eindejaarsmarge

86,5

0

0

0

0

 
   

In=uit taakstelling

– 86,5

0

0

0

0

 
   

Kasschuiven sza

– 100,7

42,3

14,5

– 16,3

10

 
   

Re-integratie wajong

– 53,5

27,5

0

13

13

 
   

Wia-taakstelling

0

10

20

30

40

 
   

Diversen

– 0,5

3,9

7,7

15,1

– 20,4

 
     

– 154,7

83,7

300,5

300,2

301

 

Technische mutaties

           
 

Sociale zekerheid

           
   

Brutering

29,8

221

– 68,2

– 101,1

– 285,5

 
   

Kansrijk opgroeien

– 100

– 100

– 100

– 100

– 100

 
   

Transitievergoeding

0

– 787

336,9

450,1

0

 
   

Diversen

41,2

43,3

79,6

127,1

104,4

 
     

– 29

– 622,7

248,3

376,1

– 281,1

 

Extrapolatie

88.005

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

– 439,1

– 1.159,2

482,9

1.602,5

1.775,2

 

Stand Miljoenennota 2018

78.466,3

79.485,7

81.602,7

83.806,2

85.554

 
                 
SOCIALE ZEKERHEID: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017

1.012,6

1.019,1

1.021,9

1.050,9

1.041,1

 

Mee- en tegenvallers

           
 

Sociale zekerheid

           
   

Kinderopvangtoeslag

– 23,4

26,3

20,7

21,5

21,2

 
   

Nominale ontwikkeling

1,6

9,5

17

24,2

27,8

 
   

Diversen

87,2

– 25

– 12

– 8,4

– 9,4

 
     

65,4

10,8

25,7

37,3

39,6

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Sociale zekerheid

           
   

Diversen

0

– 8

– 13,2

– 9,4

– 6,4

 
     

0

– 8

– 13,2

– 9,4

– 6,4

 

Extrapolatie

1.095,8

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

65,5

2,8

12,5

27,9

33,1

 

Stand Miljoenennota 2018

1.078,1

1.021,9

1.034,4

1.078,7

1.074,3

 

ANW (Algemene Nabestaandenwet)

Op basis van nieuwe uitvoeringsinformatie van de SVB is de raming meerjarig neerwaarts bijgesteld. Uit de gegevens van de SVB blijkt dat minder personen gebruik maken van de nabestaandenuitkering dan eerder verwacht.

AOW (Algemene Ouderdomswet)

De raming van de uitkeringslasten AOW is meerjarig neerwaarts bijgesteld. De bijstelling heeft grotendeels te maken met de verwerking van de laatste CPB-cijfers. Verder is nieuwe uitvoeringsinformatie van de SVB in de ramingen verwerkt.

Bijdrage COA (Centraal Orgaan opvang Asielzoekers)

De bijdragen aan het COA hebben betrekking op maatschappelijke begeleiding en voorinburgering. De raming is bijgesteld vanwege de gewijzigde verwachting van de instroom en doorstroom uit opvangcentra van migranten.

Dagloonbesluit

De wijziging van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen in verband met de inkomensverrekening in de WW heeft voor enkele groepen geleid tot onbedoeld lagere uitkeringen. Starters, herintreders, flexwerkers en werknemers die na de wachttijd voor de WIA minder dan 35% arbeidsongeschikt zijn, kunnen in aanmerking komen voor een eenmalige tegemoetkoming. Het verstrekken van de tegemoetkoming voor deze groepen is in 2017 grotendeels afgerond en valt lager uit dan begroot. Voor 2018 en verder is hierbij ook rekening gehouden met compensatie en reparatie van de groep herlevers en mensen die minder dan 104 weken ziek zijn geweest.

IOW (Inkomensvoorziening Oudere Werklozen)

De raming van de uitgaven aan de IOW is opwaarts bijgesteld. Het effect van de AOW-leeftijdsverhoging op de IOW-duur blijkt groter dan eerder verwacht.

IVA (Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten)

Op basis van de uitvoeringsinformatie van het UWV is de raming van de uitgaven aan de IVA opwaarts bijgesteld. Dit is gedeeltelijk het resultaat van het doortrekken van een hogere instroom in de IVA naar latere jaren. Daarnaast wordt de mutatie op de IVA verklaard door een administratieve correctie bij het UWV. Hierbij zijn uitkeringslasten die ten onrechte als WAO geadministreerd waren gecorrigeerd naar de juiste wet WIA (zie ook WAO en WGA). Bij de IVA (onderdeel van de wet WIA) resulteert dit in een opwaartse bijstelling van de gemiddelde jaaruitkering en daarmee van de uitkeringslasten.

Kinderbijslag

De raming van de AKW (Kinderbijslag) is neerwaarts bijgesteld. Dit komt onder andere door een afname van het aantal kinderen ten opzichte van de vorige raming en een, ten opzichte van de vorige raming, lager aantal huishoudens dat in aanmerking komt voor AKW+, een bedrag voor alleenstaanden of alleenverdieners die voor een gehandicapt kind zorgen.

Kinderopvangtoeslag

Het gebruik van kinderopvangtoeslag is in het toeslagjaar 2016 sterker gestegen dan ten tijde van de begroting 2017 werd verwacht. Dit leidt vanaf 2017 tot meer uitgaven. Daarnaast leiden positievere economische vooruitzichten naar verwachting ook tot meer gebruik van de kinderopvangtoeslag. De tegenvaller neemt in latere jaren af, met name door de doorwerking van een lager aantal geboorten in de CBS-bevolkingsraming.

Kindgebonden budget

De meevaller ontstaat vooral door verwerking van een nieuwe meerjarenraming van het CPB. De inkomens van huishoudens stijgen harder dan voorheen aangenomen. Aangezien de WKB een inkomensafhankelijke regeling is dalen hierdoor de uitkeringslasten.

Leningen inburgering

Op basis van uitvoeringsinformatie van DUO is de raming van leningen inburgering opwaarts bijgesteld. Zo is het opnamepatroon van de leningen anders gespreid dan aanvankelijk werd aangenomen. Inburgeraars kunnen hun leningen over een langere periode opnemen, terwijl ook het gemiddeld opgenomen bedrag hoger uitvalt.

Nominale Ontwikkeling (uitgaven en ontvangsten)

Deze mutatie betreft een aanpassing in de geraamde nominale ontwikkeling binnen het SZA-kader als gevolg van nieuwe ramingen van loon- en prijsontwikkeling door het CPB en als gevolg van mutaties in uitgavenramingen binnen de Sociale Zekerheid. Daarnaast is de raming van de indexatie van verschillende regelingen aangepast, waardoor deze beter aansluiten bij de wettelijke indexatie.

Toeslagenwet

De raming van de TW is neerwaarts bijgesteld. Dit komt hoofdzakelijk doordat het geraamde WW-volume lager uitkomt dan voorheen als gevolg van de lagere werkloosheidsverwachtingen van het CPB. Omdat er minder WW-uitkeringen worden verwacht, neemt het aantal toeslagen op WW-uitkeringen ook af. Daarnaast is het verwachte aantal Wajongers met arbeidsvermogen op basis van realisatiecijfers neerwaarts bijgesteld (zie kopje Wajong). Het verwachte aantal toeslagen op deze Wajong-uitkeringen is daardoor ook neerwaarts bijgesteld.

Participatiewet

Het macrobudget Participatiewet heeft betrekking op de bijstand, IOAW, IOAZ en Bbz (levensonderhoud starters). De raming van het macrobudget Participatiewet is neerwaarts bijgesteld als gevolg van de daling van de werkloosheid. De uitgaven komen in 2017 echter hoger uit vanwege de verwerking van de realisatiegegevens over 2016 (inclusief de realisatie als gevolg van de hogere asielinstroom). Vanaf 2020 worden de hogere uitgaven ook deels verklaard door de toenemende uitgaven als gevolg van de verhoogde asielinstroom en het extra beroep op de bijstand dat daaruit volgt.

Uitvoeringskosten UWV

De raming van de uitvoeringskosten van het UWV is neerwaarts bijgesteld. Dit betreft de doorwerking van de verschillende regelingen, zoals de meevallers op de WW, op de uitvoeringskosten van het UWV.

Wajong

De raming van de Wajong-uitgaven is naar boven bijgesteld, met name vanaf 2018. Deze tegenvaller wordt voor het grootste deel veroorzaakt doordat uitkeringsverlaging per 1-1-2018 voor mensen met arbeidsvermogen lager uitvalt omdat er minder mensen met arbeidsvermogen zijn dan eerder geraamd is. Daarnaast is de raming van de uitstroom naar beneden bijgesteld.

WAO (Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering)

De mutatie op de WAO wordt voor het grootste deel verklaard door een administratieve correctie bij het UWV. Hierbij zijn uitkeringslasten die ten onrechte als WAO geadministreerd waren gecorrigeerd naar de juiste wet WIA. Bij de WAO resulteert dit in een neerwaartse bijstelling van de gemiddelde jaaruitkering en daarmee van de uitkeringslasten. Uit de realisatiecijfers van het UWV blijkt daarnaast dat de uitstroom hoger is en de gemiddelde jaaruitkering (naast de administratieve correctie) lager is dan eerder verwacht. Dit werkt voor 2017 en verder door in lagere uitkeringslasten.

WGA (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsongeschikten)

Op basis van de uitvoeringsinformatie van het UWV is de raming van de uitgaven aan de WGA opwaarts bijgesteld. De mutatie op de WGA wordt voor het grootste deel verklaard door een administratieve correctie bij het UWV. Hierbij zijn uitkeringslasten die ten onrechte als WAO geadministreerd waren gecorrigeerd naar de juiste wet WIA (zie ook WAO en IVA). Bij de WGA (onderdeel van de wet WIA) resulteert dit in een opwaartse bijstelling van de gemiddelde jaaruitkering en daarmee van de uitkeringslasten. Daarnaast is er sprake van tegen elkaar in werkende effecten. De instroom in de WGA is opwaarts bijgesteld evenals de uitstroom uit de WGA.

WW (Werkeloosheidswet)

De raming van de WW is neerwaarts bijgesteld. Dit wordt met name veroorzaakt door verwerking van de lagere werkloosheidsverwachtingen van het CPB.

ZW (Ziektewet)

De raming van de ZW is per saldo opwaarts bijgesteld als gevolg van volumestijgingen en gemiddelde prijsdalingen. De volumestijgingen worden met name veroorzaakt door zieke werklozen en eindedienstverbanders (werknemers die ziek uit dienst gaan). De prijsdaling is hieraan gerelateerd aangezien eindedienstverbanders een lagere gemiddelde jaaruitkering hebben.

AOW Kostendelersnorm

Het Kabinet Rutte/Asscher heeft besloten de AOW kostendelersnorm niet meer in te voeren.

Capaciteit verzekeringsartsen

Vanaf 2019 wordt 44 mln. vrijgemaakt voor het behoud van de artsencapaciteit UWV.

Eindejaarsmarge

Dit betreft de toevoeging van de eindejaarsmarge 2016 aan de begroting van SZW.

In = uit taakstelling

Departementen kunnen onbestede middelen in 2016 met behulp van de eindejaarsmarge doorschuiven naar 2017. Als tegenhanger van de uitgekeerde eindejaarsmarges is de in=uit-taakstelling op de aanvullende post ingeboekt, onder de veronderstelling dat departementen ieder jaar een soortgelijk bedrag doorschuiven met behulp van de eindejaarsmarge. De in=uit taakstelling zal gedurende de uitvoering van begrotingsjaar 2017 worden ingevuld met onderuitputting.

Kasschuiven SZA

Deze post betreft verschillende kasschuiven onder het SZA-kader. De grootste betreft een kasschuif voortvloeiende uit de budgettaire verwerking van de voorfinanciering bijstand.

Re-integratie Wajong

Verwachting is dat het budget voor re-integratie van arbeidsgehandicapten in 2017 minder hard nodig zal zijn. Deze middelen worden doorgeschoven naar het budget in 2020 en 2021, omdat het beroep op deze middelen in deze jaren gaat toenemen als gevolg van de recente herindelingsoperatie in het Wajong-bestand. Aanvullend ontvangt het UWV in 2017 ESF gelden voor oude projecten. De bevoorschotting van re-integratie Wajong in 2017 is hierop aangepast en de gelden komen ten goede van dienstverlening aan Wajongers in 2017 en 2018. Hiermee wordt geborgd dat het niveau van dienstverlening op peil blijft. Aanvullend is de raming van de uitgaven in 2017 aangepast op basis van de Juninota.

WIA-taakstelling

Omdat er geen zicht is op concrete maatregelen van sociale partner om het beroep op de WIA te verminderen, is de WIA-taakstelling uitgeboekt. Dit zorgt voor een besparingsverlies.

Brutering

Het bruteringseffect wordt veroorzaakt doordat enkele uitkeringen, de grootste zijnde de bijstand en de AOW, worden afgeleid van het netto minimumloon. Wijzigingen in belastingen en premies hebben effect op de bruto hoogte van deze uitkeringen. Deze wijzigingen kunnen daarmee tot hogere of lagere uitgaven in het SZA-kader leiden. In de begrotingsregels is afgesproken dat het SZA-kader voor de effecten van deze belasting- en premiewijzigingen gecorrigeerd wordt, zodat geen mee- of tegenvallers in het SZA-kader ontstaan als gevolg van belasting- en premiewijzigingen.

Kansrijk opgroeien

Om te stimuleren dat ook kinderen in een gezin met een laag inkomen kansrijk kunnen opgroeien, heeft het Rijk afgelopen Miljoenennota structureel 100 miljoen euro beschikbaar gesteld voor benodigdheden in natura voor kinderen (0 tot 18 jaar), waardoor ze mee kunnen doen aan activiteiten die ze nu missen door armoede. Dit betreft voor € 85 miljoen de technische overboeking naar het Gemeentefonds, omdat gemeenten een belangrijke rol spelen in de uitvoering hiervan, en voor de overige € 15 miljoen naar artikel 2 voor subsidies met hetzelfde doel.

Transitievergoeding

De beoogde inwerktreding van het wetsvoorstel aanpassing transitievergoeding bij bedrijfseconomsiche redenen en langdurige arbeidsongeschiktheid is uitgesteld naar 1 juli 2019. Daarmee zijn de middelen verschoven van 2019 naar 2019 en 2020.

Kinderopvangtoeslag

De ontvangsten over toeslagjaar 2014 zijn lager dan bij de begroting 2016 was verwacht. Dit leidt vooral tot minder terugontvangsten in 2017. Daarnaast komen in 2017 naar verwachting minder terugontvangsten over 2012 binnen. Meerjarig zijn de ontvangsten hoger als gevolg van een licht hogere overfinanciering.

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

XVI VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT: UITGAVEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

14.366,2

14.421

14.601,9

15.063,4

15.334,3

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Arbeidsmarktagenda

25

25

15

7

0

 
   

Schuif middelen compensatieregeling pgb 2016

20

0

0

0

0

 
   

Subsidie transitie jeugd

19

16

0

0

0

 
   

Uitvoeringskosten wanbetalersregeling

– 21

– 14,5

– 12

– 9,5

– 7

 
   

Diversen

– 5,6

34,4

21,2

20,5

14,2

 
 

Zorg

           
   

Informatieuitwisselingsprogramma ggz

0

– 25

25

0

0

 
   

Diversen

– 19,1

11,6

– 0,8

– 0,8

– 0,8

 
     

18,3

47,5

48,4

17,2

6,4

 

Technische mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Amendement harbers en nijboer

– 33

– 8

– 8

– 8

– 8

 
   

Buurtsportcoaches

– 46,9

0

0

0

0

 
   

Loonbijstelling

37,7

36,3

36,3

35,7

35,1

 
   

Uitvoeringskosten pgb sociaal domein

6,4

35,6

0

0

0

 
   

Diversen

86,4

110,6

102,1

85

81,9

 
 

Zorg

           
   

Informatieuitwisselingsprogramma ggz

0

50

0

0

0

 
   

Transitiekosten kwaliteitskader: arbeidsmarktbeleid

5

67,5

67,5

67,5

67,5

 
   

Diversen

– 0,8

24,5

24,4

– 4,7

– 4

 
 

Niet tot een ijklijn behorend

           
   

Bikk wlz

53,4

88,5

107,3

126,7

129,6

 
   

Rijksbijdrage 18-

0

75,4

96,3

118,7

193,3

 
   

Verhoging zorgtoeslag

0

310

310

310

310

 
   

Zorgtoeslag

219,5

– 36,3

– 10,6

– 81,8

178,7

 
   

Diversen

– 0,9

– 0,9

– 0,9

– 0,9

– 0,9

 
     

326,8

753,2

724,4

648,2

983,2

 

Extrapolatie

16.762,4

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

345,3

800,8

772,9

665,4

989,6

 
                 

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

14.711,5

15.221,9

15.374,7

15.728,7

16.323,9

16.762,4

Totaal Internationale samenwerking

8,4

8,8

8

5

5

5

Stand Miljoenennota 2018

14.719,9

15.230,7

15.382,8

15.733,8

16.329

16.767,4

                 
XVI VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

89,5

94,5

92,9

92,8

92,8

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Ontvangsten wanbetalersregeling

15

2

0

0

0

 
   

Diversen

25,8

3,1

1

1

1

 
     

40,8

5,1

1

1

1

 

Technische mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Diversen

28,8

0

0

0

0

 
     

28,8

0

0

0

0

 

Extrapolatie

93,8

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

69,6

5,1

1

1

1

 
                 

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

159,1

99,6

93,9

93,8

93,8

93,8

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

0

Stand Miljoenennota 2018

159,1

99,6

93,9

93,8

93,8

93,8

Arbeidsmarktagenda

De arbeidsmarktagenda speelt in op de veranderingen in de zorg en de (dreigende) tekorten aan verzorgend en verpleegkundig personeel. Deze middelen worden onder andere ingezet voor strategisch personeels- en opleidingsbeleid en investeringen in duurzame inzetbaarheid van personeel.

Schuif middelen compensatieregeling pgb 2016

In 2016 heeft de aanloopfase van de compensatieregeling trekkingsrechten meer tijd gekost dan beoogd. De aanloopfase bestond uit het realiseren van de uitvoeringstoets en het doorlopen van een aanbestedingsproces. De voor de regeling gereserveerde middelen zijn daarom doorgeschoven van 2016 naar 2017. In 2017 is 12,5 mln. beschikbaar ten behoeve van de uitvoering en uitkering van de compensatieregeling. Tevens is in de periode 2017–2020 in totaal 7,5 mln. beschikbaar voor het verder verbeteren van het trekkingsrecht door middel van subsidies aan Per Saldo (vereniging van mensen met een pgb) en de Branchevereniging Kleinschalige Zorg (BVKZ).

Subsidie transitie jeugd

Omdat het transitieproces in de jeugdhulp meer tijd nodig heeft is de instellingsduur van de Transitie Autoriteit Jeugd met 1 jaar verlengd (conform de mogelijkheid in het Instellingsbesluit). Tegen de achtergrond van de verlenging is de onderuitputting in 2016 (– 35 mln.) doorgeschoven naar 2017 (19 mln.) en 2018 (16 mln.).

Uitvoeringskosten wanbetalersregeling

De raming van de uitvoeringskosten van de wanbetalersregeling wordt in lijn gebracht met de wijze waarop het CAK de uitvoeringskosten per burgerregeling doorrekent en met de verwachte daling van het aantal wanbetalers. De daling van het aantal wanbetalers is onder andere het gevolg van de invoering van de Wet verbetering wanbetalersmaatregelen per 1 juli 2016.

Diversen – Beleidsmatige mutaties – Rijksbegroting in enge zin

Deze post betreft onder meer middelen voor de systeemverantwoordelijkheid van VWS voor de Wmo en implementatie van het VN-verdrag handicap (9,7 mln. in 2017) en hogere uitgaven aan de uitkeringen voor oorlogsgetroffenen en verzetsdeelnemers (aflopend van 7,8 mln. in 2017 tot 5,4 mln. in 2021).

Informatieuitwisselingsprogramma ggz

In het actieplan GGZ is afgesproken dat er wordt geïnvesteerd in de informatievoorziening in de GGZ. VWS stelt hiervoor samen met aanbieders en patiënten een integraal actieplan op vergelijkbaar met het informatieuitwisselingsprogramma in de medisch-specialistische zorg (VIPP). Voor dit actieplan wordt in 2018 50 mln. overgeboekt van het GGZ-kader binnen het BKZ naar begrotingsgefinancierd BKZ (mutatie in de tabel zichtbaar onder technische mutaties). Tegelijkertijd wordt 25 mln. geschoven van 2018 naar 2019 (mutatie in de tabel zichtbaar onder beleidsmatige mutaties). Voor dit programma is hierdoor 25 mln. beschikbaar in zowel 2018 als 2019.

Diversen – Beleidsmatige mutaties – Zorg

Deze post betreft voornamelijk een kasschuif van 12,4 mln. van 2017 naar 2018 bij het informatieuitwisselingsprogramma in de medisch-specialistische zorg (VIPP).

Amendement harbers en nijboer

Dit betreft de verwerking van het amendement Harbers en Nijboer dat bij de begrotingsbehandeling van de VWS-begroting 2017 is aangenomen. Het amendement ziet erop toe dat er middelen van de VWS-begroting worden overgeheveld naar de begroting van Defensie (ter dekking van het toekomstige AOW-gat bij Defensie) en de begroting van OCW (ter dekking van het aanhouden van het wetsvoorstel afschaffing monumentenaftrek).

Buurtsportcoaches

De brede impuls combinatiefunctie (buurtsportcoach) is een onderdeel van het programma «Sport en bewegen in de buurt». In 2017 hebben 373 gemeenten een aanvraag ingediend voor de brede impuls combinatiefuncties. Het Rijk draagt hieraan bij. De middelen worden toegevoegd aan de decentralisatie-uitkering buurtsportcoaches in het Gemeentefonds.

Loonbijstelling

Dit betreft de overboeking van de loonbijstelling tranche 2017. Deze tranche bestaat uit een vergoeding voor sociale werkgeverslasten en de contractloonontwikkeling.

Uitvoeringskosten pgb sociaal domein

Dit betreft de bijdrage van gemeenten aan de uitvoeringskosten van de SVB voor de uitvoering van de pgb trekkingsrechten in het sociaal domein.

Diversen – Technische mutaties – Rijksbegroting in enge zin

Deze post betreft onder meer een overboeking van extra middelen van voor sport (10 mln.), een overboeking naar het Gemeentefonds voor de verlenging van de regeling Gezond in de stad (-14 mln.) en een reservering voor generieke digitale infrastructuur (GDI) van het Rijk (8,6 mln.).

Transitiekosten kwaliteitskader: arbeidsmarktbeleid

Implementatie van het kwaliteitskader levert een forse ontwikkelopgave op voor de verpleeghuissector. Om de bedrijfsvoering van de instellingen aan te passen aan de normen die worden opgelegd, wordt rekening gehouden met een transitie van 4 jaar en bijbehorende transitiekosten van 125 mln. per jaar. Een deel van de transitiekosten (67,5 mln. in 2018–2021) wordt ingezet voor arbeidsmarktbeleid. Dit wordt bekostigd vanaf begrotingsgefinancierd BKZ.

Diversen – Technische mutaties – Zorg

Deze post bevat onder meer vrijval van middelen voor zorgopleidingen (12 mln. structureel), een overboeking naar begrotingsgefinancierd BKZ voor bekostiging van de Niet Invasieve Prenatale Test (NIPT) (26 mln. in 2018 en 2019) en de overboeking van de loon- en prijsbijstelling voor het begrotingsgefinancierde deel van het BKZ (tussen de 5,9 en 6,9 mln. per jaar).

Bikk wlz

Dit is de bijstelling Bijdrage in Kosten van Kortingen (BIKK) naar aanleiding van de MEV-raming van het Centraal Planbureau. De BIKK is een rijksbijdrage die is ingesteld bij de invoering van het nieuwe belastingstelsel in 2001 en wordt ingezet om de lagere premieopbrengst als gevolg van de grondslagverkleining van de Wlz te compenseren. De BIKK volgt de ontwikkeling van de heffingskortingen. De bijstelling ontstaat doordat de heffingskortingen hoger uitvallen.

Rijksbijdrage 18-

Dit betreft de bijstelling van de Rijksbijdrage 18- naar aanleiding van de MEV-raming van het Centraal Planbureau.

Verhoging zorgtoeslag

In het kader van de koopkrachtbesluitvorming over 2018 is de zorgtoeslag vanaf 2018 structureel verhoogd.

Zorgtoeslag

Dit is de bijstelling van de uitgavenraming zorgtoeslag naar aanleiding van de MEV- raming van het Centraal Planbureau. In 2017 valt de zorgtoeslag hoger uit doordat de standaardpremie hoger is vastgesteld.

Diversen – Technische mutaties – Niet tot een ijklijn behorend

Het betreft een bijdrage in de uitvoeringskosten van de Tegemoetkoming Specifieke Zorgkosten.

Ontvangsten wanbetalersregeling

Ondanks de daling van het aantal wanbetalers vallen de ontvangsten als gevolg van de aan wanbetalers opgelegde bestuursrechtelijke premie hoger uit. Dit is het onder andere het gevolg van een succesvollere incasso van oude vorderingen en relatief meer mensen waarbij de bestuursrechtelijke premie door middel van broninhouding wordt geïnd.

Diversen – Niet-belastingontvangsten – Beleidsmatige mutaties – Rijksbegroting in enge zin

Deze post bevat een verhoging van de ontvangsten (en uitgaven) in verband met de tijdelijke Projectdirectie Antonie van Leeuwenhoekterrein (PD ALT) (8,7 mln. in 2017) en een terugontvangst van de over 2015 uitgekeerde mantelzorgcomplimenten (6,8 mln. in 2017).

Diversen – Niet-belastingontvangsten – Technische mutaties – Rijksbegroting in enge zin

Deze post betreft onder meer een terugontvangst door de eindafrekening van verschillende bevolkingsonderzoeken en screenigsprogramma's (8,3 mln.). Daarnaast is 5,8 mln. afgeroomd van het eigen vermogen van het agentschap College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (aCBG) dat hoger was dan toegestaan conform de regeling agentschappen. Ook leidt de eindafrekening van enkele ZonMw-programma's tot een terugbetaling van 5,0 mln.

Zorg

ZORG: UITGAVEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017

73.546,2

76.435,3

79.398,3

82.917,9

86.966,7

 

Mee- en tegenvallers

           
 

Zorg

           
   

Genees- en hulpmiddelen

– 60

– 60

– 60

– 60

– 60

 
   

Grensoverschrijdende zorg

– 106,4

– 131,7

– 131,7

– 131,7

– 131,7

 
   

Nominale ontwikkeling

29

1.171,0

2.141,2

2.977,0

3.639,6

 
   

Uitvoeringsproblematiek wlz-recht volledig pakket

176

242

259

276

293

 
   

Wlz buiten contracteerruimte

59,8

3,7

3,7

3,7

3,7

 
   

Zorginfrastructuur

0

– 59,7

0

0

0

 
   

Diversen

33,1

33,1

33,1

33,1

33,1

 
     

131,5

1.198,4

2.245,3

3.098,1

3.777,7

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Zorg

           
   

Besparing zorgakkoorden 2018

0

– 280

– 280

– 280

– 280

 
   

Besparingsverlies werelddekking

45

45

45

45

50

 
   

Flankerend beleid zorgakkoorden 2018

64,8

35,9

36,6

38,3

35,6

 
   

Grensoverschrijdende zorg

– 45

– 45

– 45

– 45

– 50

 
   

Grondslagverlegging

– 3,8

0,9

4,7

14,6

34,2

 
   

Informatieuitwisselingsprogramma ggz

0

– 25

25

0

0

 
   

Kwaliteitskader verpleeghuiszorg (incidenteel)

100

0

0

0

0

 
   

Kwaliteitskader verpleeghuiszorg tranche 2017

100

100

100

100

100

 
   

Kwaliteitskader verpleeghuiszorg tranche 2018

0

335

335

335

335

 
   

Kwaliteitskader verpleeghuiszorg tranches 2019 en verder

0

0

603,3

1.200,4

1.710,5

 
   

Medische vervolgopleidingen

0

– 20

65

70

30

 
   

Nominaal en onverdeeld wlz

29,9

– 20,5

8,7

22,2

22,2

 
   

Nominaal en onverdeeld zvw

– 91,1

– 67

– 70

– 73

– 73

 
   

Onderuitputting zorg in natura

– 26

– 101

– 101

– 101

– 101

 
   

Openstaande reeks

0

0

– 136,2

– 207,6

– 213,2

 
   

Ramingsbijstelling groeiruimte wlz

0

0

– 70

– 75

– 75

 
   

Transitie- en uitvoeringskosten kwaliteitskader

11,8

142,2

141

132

132

 
   

Diversen

12

48,5

32,5

17,3

14,2

 
     

197,6

149

694,6

1.193,2

1.671,5

 

Technische mutaties

           
 

Zorg

           
   

Eigen bijdrage wmo

50

50

50

50

50

 
   

Diversen

– 52,7

– 88,6

– 71,1

– 53,7

– 51,9

 
     

– 2,7

– 38,6

– 21,1

– 3,7

– 1,9

 

Extrapolatie

97.710,8

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

326,5

1.308,8

2.918,9

4.287,7

5.447,3

 

Stand Miljoenennota 2018

73.872,6

77.744,1

82.317,2

87.205,6

92.414

 
                 
ZORG: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017

5.002,4

5.183,7

5.379,9

5.580,3

5.819,3

 

Mee- en tegenvallers

           
 

Zorg

           
   

Eigen bijdrage wlz

56,8

56,8

56,8

56,8

56,8

 
   

Nominale ontwikkeling

0

22,8

82,6

148,8

187,9

 
   

Opbrengst eigen risico

0

– 44,7

– 57,7

– 65,7

– 75,7

 
     

56,8

34,9

81,7

139,9

169

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Zorg

           
   

Diversen

– 14,1

– 31,1

– 31,1

– 31,1

– 31,1

 
     

– 14,1

– 31,1

– 31,1

– 31,1

– 31,1

 

Extrapolatie

6.232,4

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

42,7

3,8

50,6

108,8

137,9

 

Stand Miljoenennota 2018

5.045,1

5.187,5

5.430,5

5.689,1

5.957,2

 

Genees- en hulpmiddelen

Op basis van de voorlopige realisatiecijfers over 2016 van het Zorginstituut Nederland is de raming van de uitgaven onder de Zorgverzekeringswet (Zvw) geactualiseerd. Bij de hulpmiddelen is er sprake van een meevaller die met name wordt veroorzaakt door lagere uitgaven aan hoortoestellen, verzorgingsmiddelen en diabetesmateriaal.

Grensoverschrijdende zorg

Bij de grensoverschrijdende zorg is ook op basis van de voorlopige realisatiecijfers over 2016 van het Zorginstituut een onderschrijding te zien. Deze onderschrijding wordt veroorzaakt doordat het grensoverschrijdend zorggebruik in de afgelopen jaren nauwelijks is gegroeid, terwijl in de begrotingsramingen wel van groei is uitgegaan.

Nominale ontwikkeling

Op basis van de Macro Economische Verkenningen (MEV) 2018 van het CPB is de ontwikkeling van de zorguitgaven bijgesteld. Ten opzichte van de MEV 2017 zijn de ramingen van lonen en prijzen naar boven bijgesteld. Dit betreft ook een actualisering van de volumegroei van uitgaven en ontvangsten op basis van de middellangetermijnraming van het CPB.

Uitvoeringsproblematiek Wlz-recht volledig pakket

Vanaf 1 januari 2017 stelt het CIZ bij de Wlz-indicatiestelling alleen nog vast of iemand wel of geen toegang krijgt tot de Wlz. Het CIZ stelt niet meer vast of specifieke zorgfuncties noodzakelijk zijn. Wie toegang krijgt tot de Wlz, krijgt daarmee aanspraak op een volledig zorgprofiel met een totaal pakket aan Wlz-zorg. Hierdoor krijgen bepaalde groepen Wlz-cliënten aanspraak op meer zorg dan voorheen. Het gaat om aanspraken op dagbesteding, vervoer en huishoudelijke hulp. Dit leidt tot extra uitgaven binnen de Wlz.

Wlz buiten contracteerruimte

Op basis van voorlopige realisatiecijfers 2016 is de raming van de uitgaven onder de Wet langdurige zorg (Wlz) geactualiseerd. Bij de Wlz-uitgaven buiten de contracteerruimte is in 2016 per saldo sprake van een tegenvaller. Deze werkt door naar latere jaren en wordt in 2017 met name verklaard door hogere nacalculeerbare kapitaallasten dan geraamd. Vanaf 2018 maken de kapitaallasten volledig onderdeel uit van de reguliere bekostiging in de Wlz (zzp-tarieven) waardoor deze tegenvaller zich na 2017 niet meer voor zal doen.

Zorginfrastructuur

De tijdelijke subsidieregeling zorginfrastructuur eindigt per 1 januari 2018. Een deel van de voor 2018 gereserveerde middelen valt vrij.

Diversen (mee- en tegenvallers)

Deze post betreft het saldo van diverse kleinere mee- en tegenvallers waaronder een tegenvaller bij de eerstelijnszorg (22 mln.) en een meevaller bij de geriatrische revalidatiezorg (-14 mln.).

Besparing zorgakkoorden 2018

Het kabinet heeft voor 2018 zorgakkoorden gesloten met de sectoren medisch-specialistische zorg (MSZ), huisartsen- en multidisciplinaire zorg,wijkverpleging en paramedische zorg. Ook zijn bestuurlijke afspraken gemaakt met de geestelijke gezondheidszorg (GGZ). Als gevolg van de gematigde groei die is afgesproken vallen de geraamde zorguitgaven vanaf 2018 280 mln. lager uit.

Besparingsverlies werelddekking

Het kabinet heeft eerder besloten om de maatregel afschaffen werelddekking niet door te voeren, omdat de onderliggende wet na behandeling in de Tweede Kamer afgelopen zomer complex en onuitvoerbaar zou worden. Het bijbehorende besparingsverlies wordt gedekt door een ramingsbijstelling in de grensoverschrijdende zorg.

Flankerend beleid zorgakkoorden 2018

Om de zorgakkoorden en bestuurlijke afspraken voor 2018 met een aantal sectoren binnen de Zvw tot stand te brengen heeft het kabinet middelen vrijgemaakt voor een aantal gerichte intensiveringen, zoals het versterken van het eerstelijns verblijf.

Grensoverschrijdende zorg

De uitgaven aan grensoverschrijdende zorg vallen lager uit dan eerder geraamd. Deze ramingsbijstelling is ingezet als dekking voor het besparingsverlies van de werelddekking.

Grondslagverlegging

Als gevolg van het invoeren van de nieuwe grondslagen om de loon-prijsontwikkeling voor de zorguitgaven te berekenen vindt er een technische correctie plaats van de nominale uitgaven.

Informatieuitwisselingsprogramma GGZ

In het actieplan GGZ is afgesproken dat er wordt geïnvesteerd in de informatievoorziening in de GGZ. VWS stelt hiervoor samen met aanbieders en patiënten een integraal actieplan op vergelijkbaar met het informatieuitwisselingsprogramma in de medisch-specialistische zorg (VIPP). Voor dit actieplan wordt in 2018 50 mln. overgeboekt van het GGZ-kader binnen het BKZ naar begrotingsgefinancierd BKZ (in de tabel onderdeel van de post diversen bij technische mutaties). Tegelijkertijd wordt 25 mln. geschoven van 2018 naar 2019 (in de tabel zichtbaar onder de post beleidsmatige mutaties). Voor dit programma is hierdoor 25 mln. beschikbaar in zowel 2018 als 2019.

Kwaliteitskader verpleeghuiszorg

Met ingang van 13 januari 2017 is het kwaliteitskader verpleeghuiszorg van kracht. In de brief van 13 januari 2017 heeft het kabinet incidenteel 100 mln. beschikbaar gesteld voor de verpleeghuislocaties waar verbetering van kwaliteit het hardste nodig is. In aanvulling op deze incidentele regeling, heeft het kabinet bij Voorjaarsnota besloten om daarnaast vanaf 2017 structureel 100 mln. beschikbaar te maken voor de verbetering van de kwaliteit in de verpleeghuizen op basis van het nieuwe kwaliteitkader verpleeghuiszorg. In de begroting 2018 zijn de kosten voor de volledige implementatie van het kwaliteitskader verwerkt, uitgaande dat instellingen de ontwikkeling maken naar de best presterende instellingen. Voor de jaren 2018–2022 is hierbij sprake van een ingroeipad. Dit ingroeipad is in hoofdzaak afhankelijk van de restricties op de arbeidsmarkt en de absorptiecapaciteit van de verpleeghuizen. De bekostiging van de verpleeghuizen wordt aangepast om de ontwikkelopgave naar best presterende instellingen te realiseren. De structurele kosten van het kwaliteitskader komen uit op ruim 2 mld.

Medische vervolgopleidingen

In oktober 2016 heeft het Capaciteitsorgaan een nieuw advies uitgebracht over de instroom in de diverse zorgopleidingen die uit publieke middelen worden bekostigd. De begroting wordt met deze mutatie in lijn gebracht met dit advies.

Nominaal en onverdeeld Wlz

Dit betreft onder andere middelen voor een aantal technische correcties op de overheveling van budgetten in het kader van hervorming langdurige zorg.

Nominaal en onverdeeld Zvw

Er heeft een ramingsbijstelling plaatsgevonden omdat niet alle gereserveerde middelen voor groeiruimte, nominale bijstelling en migratieproblematiek binnen de Zvw nodig zijn. Daarnaast zijn de uitgaven aan voorwaardelijke toelating in 2017 lager dan geraamd.

Onderuitputting zorg in natura

De raming van de Wlz-uitgaven aan zorg in natura 2017 wordt neerwaarts bijgesteld. Dit is ten opzichte van de verwachte onderuitputting van 1,0% die reeds in de begroting 2017 was verwerkt voor het jaar 2017. Vanaf 2018 wordt uitgegaan van een percentage onderbenutting van 0,6%. Dit betekent een verlaging van de verwachte uitgaven van 101 mln., terwijl het beschikbare Wlz-kader niet verandert.

Ramingsbijstelling groeiruimte Wlz

In de raming van de Wlz-uitgaven is rekening gehouden met een jaarlijkse groei van de uitgaven (groeiruimte). De raming van de groeiruimte Wlz wordt verlaagd met 70 mln. in 2019 oplopend naar 75 mln. in 2020–2022.

Openstaande reeks

In het afgelopen voorjaar is de raming van diverse BKZ-uitgaven aangepast. Per saldo leidden deze bijstellingen tot een verhoging. Ter dekking hiervan is binnen het BKZ vanaf 2019 een openstaande reeks opgenomen, die binnen het BKZ moet worden ingevuld.

Transitie- en uitvoeringskosten kwaliteitskader

Implementatie van het kwaliteitskader levert een forse ontwikkelopgave op voor de verpleeghuissector. Om de bedrijfsvoering van de instellingen aan te passen en zichzelf te ontwikkelen tot de best presterende instellingen en aan de normen voor de personeelssamenstelling te voldoen, wordt rekening gehouden met een transitie van 4 jaar en bijbehorende transitiekosten van 125 mln. per jaar in de periode 2018–2021. Een deel van de transitiekosten (67,5 mln. in 2018–2021) wordt ingezet voor arbeidsmarktbeleid. Dit wordt bekostigd vanaf begrotingsgefinancierd BKZ. Naast transitiekosten zijn er uitvoeringskosten bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) en de zorgkantoren en overige implementatiekosten.

Diversen (beleidsmatige mutaties)

Dit is de optelsom van diverse mutaties waaronder hogere uitgaven aan verloskundige zorg (19 mln.) en kosten voor een domeinoverstijgend experiment in 2018 voor kwetsbare ouderen die gebruik van zorg in verschillende domeinen (12 mln.)

Eigen bijdrage Wmo

Het kabinet heeft in het najaar van 2016 besloten om vanaf 2017 eenverdienerhuishoudens waarin een van de partners chronisch ziek is, financieel tegemoet te komen door middel van een landelijke aanpassing van de maximale eigen bijdrage voor ondersteuning op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Gemeenten worden voor de derving van deze inkomsten gecompenseerd.

Diversen (technische mutaties)

Dit betreft het saldo van diverse technische mutaties. Dit zijn met name ijklijnmutaties om premiegefinancierde middelen op het budgettair kader zorg over te hevelen naar het uitgavenkader Rijksbegroting in enge zin. Zo zijn er bijvoorbeeld middelen overgeheveld voor de arbeidsmarktagenda (-12 mln.), voor de systeemverantwoordelijkheid Wmo, de implementatie van het VN-verdrag handicap (samen – 10 mln.) en voor de generieke digitale infrastructuur (GDI) van het Rijk (-9 mln.).

Eigen bijdrage Wlz

De ontvangsten aan eigen bijdragen in de Wlz vallen hoger uit. De hogere ontvangsten zijn in lijn met het toegenomen zorggebruik in de Wlz, gecorrigeerd voor de verschillende leveringsvormen waar een cliënt uit kan kiezen.

Opbrengst eigen risico

De (neerwaartse) bijstellingen van de Zvw-uitgaven leiden tot een lagere geraamde opbrengst van het eigen risico.

Diversen (beleidsmatige mutaties)

Dit betreft een aantal mutaties van ontvangsten in de Wlz. Als gevolg van de overheveling van het eerstelijnsverblijf van de Wlz naar de Zvw zijn de ontvangsten aan eigen bijdragen in de Wlz lager. Daarnaast is in het Belastingplan het algemeen heffingsvrij vermogen verhoogd per 1 januari 2016. Hierdoor daalt de grondslag waarop de eigen bijdrage in de Wlz wordt berekend en is sprake van een lagere eigen bijdrage.

Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking

XVII BUITENLANDSE HANDEL & ONTWIKKELINGSSAMENWERKING: UITGAVEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

0

0

0

0

0

 

Extrapolatie

0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

0

0

0

0

0

 
             

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

0

0

0

0

0

0

Totaal Internationale samenwerking

2.831,5

2.466,3

2.412

2.499,8

2.719,8

2.716,3

Stand Miljoenennota 2018

2.831,5

2.466,3

2.412

2.499,8

2.719,8

2.716,3

             
XVII BUITENLANDSE HANDEL & ONTWIKKELINGSSAMENWERKING: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

18,1

15,7

13,4

13,1

9,8

 

Technische mutaties

           
 

Niet tot een ijklijn behorend

           
   

Diversen

0

0

0

0

0

 
     

0

0

0

0

0

 

Extrapolatie

9,6

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

0

0

0

0

0

 
                 

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

18,1

15,7

13,4

13,1

9,8

9,6

Totaal Internationale samenwerking

72,1

63,1

63

62,9

62,8

62,8

Stand Miljoenennota 2018

90,2

78,8

76,3

75,9

72,5

72,3

De begroting voor Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking bestaat uit HGIS-uitgaven en ontvangsten, en niet-HGIS-ontvangsten. De HGIS-uitgaven en ontvangsten worden in de VT HGIS toegelicht. Er hebben zich geen mutaties voorgedaan op de niet-HGIS-ontvangsten op de begroting van Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking.

Wonen en Rijksdienst

XVIII WONEN & RIJKSDIENST: UITGAVEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

4.312,2

4.586,1

4.679,5

4.660,8

4.851,3

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Huurtoeslag

28

– 42,5

– 57,6

– 85,7

– 107,8

 
   

Kasschuif (trshv)

– 52,3

– 5

33,8

23,5

0

 
   

Revolverend fonds energiebesparing huursector

73,2

0

0

0

0

 
   

Diversen

– 2,3

– 1

1,6

0,9

– 0,3

 
     

46,6

– 48,5

– 22,2

– 61,3

– 108,1

 

Technische mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Afdracht 2016 nhg

30

0

0

0

0

 
   

Surplus ev rvb

79,8

0

0

0

0

 
   

Diversen

1,7

– 11,9

– 16,5

– 16

– 16,2

 
     

111,5

– 11,9

– 16,5

– 16

– 16,2

 

Extrapolatie

4.908,4

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

158,2

– 60,4

– 38,8

– 77,4

– 124,3

 
                 

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

4.470,3

4.525,7

4.640,7

4.583,4

4.727

4.908,4

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

0

Stand Miljoenennota 2018

4.470,3

4.525,7

4.640,7

4.583,4

4.727

4.908,4

                 
XVIII WONEN & RIJKSDIENST: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

563,8

563,8

577,8

593,9

547,7

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Huurtoeslag

47

62

103

105

57

 
   

Diversen

0

0

0

0

0

 
     

47

62

103

105

57

 

Technische mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Afdracht 2016 nhg

30

0

0

0

0

 
   

Surplus ev rvb

79,8

0

0

0

0

 
   

Wet stroomlijning invordering

0

0

– 17,1

– 44,2

0

 
   

Diversen

3,3

– 16,8

– 16,8

– 17,3

– 18,3

 
     

113,1

– 16,8

– 33,9

– 61,5

– 18,3

 

Extrapolatie

573,4

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

160,1

45,2

69,1

43,5

38,7

 
                 

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

723,9

609

646,9

637,4

586,4

573,4

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

0

Stand Miljoenennota 2018

723,9

609

646,9

637,4

586,4

573,4

Huurtoeslag (beleidsmatige mutaties: uitgaven-ontvangsten)

Zoals ook gemeld in de voorjaarsnota is naar de huidige demografische en economische inzichten op basis van het Centraal Economisch Plan 2017 (CEP) van het Centraal Planbureau (CPB) in de periode 2017 – 2022 sprake van een meerjarige meevaller in de huurtoeslag (uitgaven en ontvangsten). De dalende werkloosheid en een hogere inkomensontwikkeling zorgen voor minder huurtoeslaggerechtigden. Dit verklaart een groot deel van de meevaller. Een ander deel van de meevaller wordt veroorzaakt door een lagere instroom van statushouders.

Kasschuif (trshv)

Met de tijdelijke regeling stimulering huisvesting vergunninghouders (TRSHV) is meerjarig in totaal 87,5 mln. beschikbaar gesteld voor de sobere huisvesting van 14.000 vergunninghouders. De regeling is sinds begin vorig jaar van kracht en loopt tot en met 2018. In 2016 is minder dan verwacht gebruik gemaakt van deze subsidieregeling. Op basis van de realisaties, is een nieuwe meerjarenraming opgesteld en heeft er een kasschuif plaats gevonden. Daarbij is ervan uitgegaan dat in 2017 eenzelfde hoeveelheid aanvragen wordt ingediend als in 2016 en dat het restant van de aanvragen in 2018 plaatsvindt.

Revolverend fonds energiebesparing huursector

Eind 2014 is het Fonds Energiebesparing Huursector (FEH) opengesteld voor woningcorporaties en voor overige verhuurders. Omdat het aantal aanvragen achter bleef bij de verwachtingen, zijn de niet bestede middelen meegenomen naar 2017.

Afdracht 2016 nhg (Beleidsmatige mutaties: uitgaven-ontvangsten)

De Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) betaalt jaarlijks een achtervangvergoeding voor de Nationale Hypotheek Garantie (NHG). De jaarlijkse vergoeding wordt gestort in de daarvoor bestemde risicovoorziening NHG.

Surplus ev rvb (beleidsmatige mutaties: uitgaven-ontvangsten)

Conform de regeling Agentschappen dient het eigen vermogen van een agentschap binnen de daarvoor geldende bandbreedte (tussen nihil en de maximumomvang van 5% van de gemiddelde jaaromzet) te worden gebracht. Het surplus eigen vermogen van het Rijksvastgoedbedrijf bedroeg in 2016 79,8 mln. en is deels door WenR ingezet om het negatieve eigen vermogen bij andere shared service organisaties (SSO’s) van WenR aan te vullen. Het restant is teruggegeven aan de afnemers van het RVB.

Diversen (technische mutaties: uitgaven-ontvangsten)

Onder deze post vallen o.a. de zakelijke lasten van het RVB. Het RVB is belast met de betaling van door gemeenten en waterschappen opgelegde belastingen en heffingen op onroerende zaken in eigendom (bij de Staat). Dit wordt bekostigd vanuit de begroting voor Wonen en Rijksdienst. Daar staat tegenover dat het RVB middelen ontvangt van de gebruikers en deze vervolgens weer afdraagt aan Wonen en Rijksdienst. Besloten is om deze budgettaire rondpomp te beëindigen (ca. 18,3 mln. in 2017 ev.).

Wet stroomlijning invordering

Op de begroting van BZK (VII) zijn de hogere ontvangsten bij de huurtoeslag als gevolg van de Wet Stroomlijning invordering Belastingdienst gereserveerd op nominaal onvoorzien. In deze wet wordt de standaardtermijn voor betalingsregelingen teruggebracht van 2 naar 1 jaar, wat tijdelijk ca. 61 mln. oplevert. Deze hogere ontvangsten in 2019 en 2020 zijn meerjarig ingezet op de begroting van WenR om de lagere ontvangsten bij de huurtoeslag op te vangen. De lagere ontvangsten zijn een gevolg van de Wet Beslagvrije voet, waarmee beter rekening wordt gehouden met de beslagvrije voet bij lage inkomens.

Gemeentefonds

B GEMEENTEFONDS: UITGAVEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

27.143,2

26.967,3

26.843,4

26.687,8

26.627,7

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Verhoogde asielinstroom

27

0

0

0

0

 
   

Wijziging betalingsverloop

58

0

0

0

0

 
   

Diversen

1

0

0

0

0

 
 

Sociale zekerheid

           
   

Correctie extrapolatie iusd participatie 2021

0

0

0

14,8

– 22,8

 
   

Diversen

0

0

0

0

0

 
 

Zorg

           
   

Diversen

0

0

0

0

0

 
     

86

0

0

14,8

– 22,8

 

Technische mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Accres tranche 2016

87,7

43,9

43,9

43,9

43,9

 
   

Accres tranche 2018

0

804,6

804,6

804,6

804,6

 
   

Afrekening bcf

– 52,6

0

0

0

0

 
   

Buurtsportcoaches

58

0

0

0

0

 
   

Kansen voor alle kinderen

85

85

85

85

85

 
   

Loon- en prijsbijstelling tranche 2017

33,3

34,6

34,6

34,6

35

 
   

Rsp zuiderzeelijn assen

36,3

0

0

0

0

 
   

Uitvoeringskosten svb trekkingsrechten

– 6,4

– 35,6

0

0

0

 
   

Diversen

48,9

– 1,6

– 1,1

– 7,5

– 7,2

 
 

Sociale zekerheid

           
   

Loonbijstelling tranche 2017

51,9

49,1

47,1

45,1

45,5

 
   

No risk polis

0

0

0

0

– 36

 
   

Diversen

10,1

0,4

0,3

0,3

0,3

 
 

Zorg

           
   

Eigen bijdrage wmo

50

50

50

50

50

 
   

Extramuralisering tranche 2018

0

41,9

41,9

41,9

41,9

 
   

Groeiruimte 2018 wmo

0

60

60

60

60

 
   

Loon- en prijsbijstelling tranche 2017

132,1

132,4

132,6

132,7

133,7

 
   

Uitname correctie herinstromers

30

30

30

48

48

 
   

Diversen

28,5

20

– 7,9

– 25,9

– 7,9

 
     

592,8

1.314,7

1.321

1.312,7

1.296,8

 

Extrapolatie

27.724,5

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

678,7

1.314,5

1.321,2

1.327,6

1.274

 
                 

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

27.821,9

28.281,9

28.164,6

28.015,4

27.901,7

27.724,5

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

0

Stand Miljoenennota 2018

27.821,9

28.281,9

28.164,6

28.015,4

27.901,7

27.724,5

                 
B GEMEENTEFONDS: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

0

0

0

0

0

 

Extrapolatie

0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

0

0

0

0

0

 
             

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

0

0

0

0

0

0

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

0

Stand Miljoenennota 2018

0

0

0

0

0

0

Verhoogde asielinstroom

Vanwege de verhoogde asielinstroom is in het Uitwerkingsakkoord Verhoogde Asielinstroom overeengekomen dat gemeenten extra middelen ontvangen. Uiteindelijk lag het aantal asielzoekers in 2016 lager dan geraamd. Het niet gebruikte budget voor 2016 wordt doorgeschoven naar 2017.

Wijziging betalingsverloop

De uitbetalingen in 2016 aan de gemeenten waren lager dan geraamd, omdat niet al het geld tijdig kon worden verdeeld tussen gemeenten. Dit komt doordat niet alle verdeelmaatstaven konden worden vastgesteld in 2016. Op het moment dat de definitieve verdeelmaatstaven beschikbaar zijn, wordt het verschil tussen begroting en uitbetalingen verrekend. Het Gemeentefonds wordt daarom voor 2017 met het overgebleven bedrag opwaarts bijgesteld.

Diversen (beleidsmatige mutaties)

In 2016 was er geld over van het onderzoeksbudget. Hiervan wordt 1 mln. meegenomen naar 2017.

Correctie extrapolatie IUSD

Bij de extrapolatie is per abuis een verkeerde correctie doorgevoerd. Door de huidige correctie sluiten de bedragen weer aan bij het macrobudget van SZW.

Accres tranche 2016

De omvang van het Gemeentefonds ademt mee met een deel van de Rijksbegroting. Omdat het Rijk in 2016 meer heeft uitgegeven dan het jaar ervoor, ontvangen gemeenten accres. De structurele reeks bedraagt 44 mln. voor de komende jaren. Incidenteel komt daar in 2017 nog 44 mln. bij.

Accres tranche 2018

Op basis van de begroting van het Rijk voor 2018 bedraagt het accres tranche 2018 voor het Gemeentefonds 805 mln.

Afrekening BCF

Gemeenten kunnen uitgaven aan btw terugvragen via het BTW-compensatiefonds (BCF). Wanneer er geld overblijft in het BCF wordt dit aan het gemeente toegevoegd. Bij de voorlopige afrekening (Miljoenennota 2017) is er geld teruggestort van het BCF naar het Gemeentefonds. Uiteindelijk bleek het overgebleven bedrag bij de realisatie kleiner te zijn dan verwacht, waardoor er nu een verrekening plaatsvindt van 53 mln.

Buurtsportcoaches

Dit betreft overboekingen van de begroting van VWS (47 mln.) en OCW (11 mln.) ten behoeve van buurtsportcoaches. Dit is onderdeel van het programma «Sport en bewegen in de buurt».

Kansen voor alle kinderen

Dit betreft een overboeking van de begroting van SZW ten behoeve van de impuls «Kansen voor alle kinderen».

Loon- en prijsbijstelling tranche 2017 (Rijksbegroting in enge zin, Sociale zekerheid en Zorg)

Jaarlijks worden de integratie-uitkering sociaal domein en de integratie-uitkering Wmo (huishoudelijke hulp) van het Gemeentefonds gecorrigeerd voor loon- en prijsbijstellingen.

Rsp Zuiderzeelijn Assen

IenM boekt 36 mln. over naar de gemeente Assen voor bereikbaarheidsprojecten voor het Regiospecifiek Pakket (RSP) Zuiderzeelijn.

Uitvoeringskosten svb trekkingsrechten

In het bestuurlijk overleg van 28 augustus 2017 tussen de VNG, BZK en VWS is overeengekomen om een bedrag uit de integratie-uitkering Sociaal domein te nemen in verband met hogere uitvoeringskosten van de svb voor de PGB trekkingsrechten en hogere uitvoeringskosten door een stijging van het aantal zorgovereenkomsten en reorganisatiekosten.

Diversen (technische mutaties, Rijksbegroting in enge zin)

Dit betreft diverse overboekingen voor 2017 vanuit de begroting van OCW (10 mln.), EZ (9 mln.), IenM (9 mln.), VenJ (6 mln.), VWS (6 mln.), WenR (5 mln.) en BZK (2 mln.). Zo boekt OCW 8 mln. over voor extra huisvesting onderwijs als gevolg van de hogere asielinstroom, VenJ boekt 6 mln. over voor het versterken van de lokale aanpak van jihadisme, EZ boekt 5 mln. over voor het wegwerken van wachtlijsten voor internationaal onderwijs in Amsterdam en Den Haag, IenM boekt 5 mln. over voor extra bereikbaarheid in de metropoolregio Amsterdam, VWS boekt 5 mln. over naar de gemeente Breda voor de aanpak van Fort Oranje en WenR boekt 5 mln. over voor twee deelprojecten binnen het programma Energiebesparing Koopsector. Daarnaast zullen per 2018 vier gemeentelijke taken vanuit het Ministerie van VWS gefinancierd worden. Het gaat om de kindertelefoon, vertrouwenswerk jeugd, de anonieme hulplijn (in de Wmo het «luisterend oor» genoemd) en de doventolkvoorziening.

No risk polis

Een no-risk polis is bedoeld voor werknemers met een arbeidshandicap of ziekte. Vanaf 2021 verschuift de verantwoordelijkheid voor de no-riskpolis deels van gemeenten naar het Rijk, als gevolg van de wet stroomlijning loonkostensubsidie Participatiewet. Daarom wordt er vanaf 2021 geld overgeboekt (36 mln.) vanuit het Gemeentefonds naar het Rijk.

Diversen (technische mutaties, Sociale zekerheid)

Dit betreft voornamelijk de vrijval van het niet benodigde budget voor de decentralisatie-uitkering Bonus Beschut Werk (10 mln.). Dit bedrag wordt toegevoegd aan de integratie-uitkering sociaal domein.

Eigen bijdrage Wmo

Dit betreft een maatregel van het kabinet om chronisch zieken tegemoet te komen via een verlaging van de eigen bijdrage in de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning).

Extramuralisering tranche 2018

Doordat steeds meer ouderen langer zelfstandig thuis blijven wonen, maken minder mensen gebruik van zorg in intramurale instellingen. Als een gevolg daarvan doen meer mensen een beroep op extramurale zorg via de Wmo. Gemeenten worden gecompenseerd voor de stijgende kosten van de Wmo.

Groeiruimte 2018 Wmo

De beschikbare volumemiddelen voor de Wmo 2015 worden aan het Gemeentefonds uitgekeerd. Het gaat om 44 mln. voor de integratie-uitkering sociaal domein (onderdeel Wmo) en om 16 mln. voor de integratie-uitkering Wmo/huishoudelijke verzorging.

Uitname correctie herinstromers

VWS doet een correctie op een eerder gedane structurele uitname voor de herinstromers van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het gaat hier om cliënten die vanuit de Wlz naar de Wmo waren overgegaan, maar die relatief snel weer een beroep deden op de Wlz. Met deze correctie wordt een fout in een eerdere berekening hersteld.

Diversen (technische mutaties, Zorg)

Betreft onder andere intensieve zorg van kinderen met somatische aandoening (-13 mln.). Een breder deel voor persoonlijke verzorging komt te vallen onder de Zorgverzekeringswet (in plaats van de Jeugdwet). Hierdoor vindt er ook een budgettaire verschuiving plaats van gemeenten naar het Rijk. Daarnaast zijn er in het bestuurlijk overleg van 28 augustus tussen VNG en VWS afspraken gemaakt over de zorginfrastructuur, Coulancegroep GGZ-B en het transformatiefonds. Een deel van VWS middelen voor de zorginfrastructuur (27,8 mln.) wordt voor gemeenten gereserveerd in 2018. Het budget van de coulancegroep maakt onderdeel uit van het huidige budget beschermd wonen. In 2017 is een aanvullend bedrag van 18 mln. te verdelen voor beschermd wonen. Het transformatiefonds beoogt het bevorderen van vernieuwingen in het zorglandschap. Voor de dekking van het fonds wordt 18 mln. gebruikt van de aanvullende post van VWS en 18 mln. in 2020 dat al aan het gemeentefonds was toegevoegd. Dit bedrag wordt nu teruggeboekt naar VWS om aan het fonds toe te voegen.

Provinciefonds

C PROVINCIEFONDS: UITGAVEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

2.199,6

2.032,6

2.025,2

2.018,7

1.944,1

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Diversen

0

0

0

0

0

 
     

0

0

0

0

0

 

Technische mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Accres tranche 2018

0

116,4

116,4

116,4

116,4

 
   

Beter benutten

44,6

0

0

0

0

 
   

Programma impuls omgevingsveiligheid 2015–2018.

0

14,5

0

0

0

 
   

Rsp zuiderzeelijn

105,1

0

0

0

0

 
   

Zoetwatermaatregelen

9,4

9,6

12,3

0

0

 
   

Diversen

51,4

14,6

13

13

14,3

 
     

210,5

155,1

141,7

129,4

130,7

 

Extrapolatie

2.064,8

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

210,5

155,2

141,8

129,5

130,7

 
                 

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

2.410,1

2.187,7

2.166,9

2.148,1

2.074,8

2.064,8

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

0

Stand Miljoenennota 2018

2.410,1

2.187,7

2.166,9

2.148,1

2.074,8

2.064,8

                 
C PROVINCIEFONDS: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

0

0

0

0

0

 

Extrapolatie

0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

0

0

0

0

0

 
             

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

0

0

0

0

0

0

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

0

Stand Miljoenennota 2018

0

0

0

0

0

0

Accres tranche 2018

De omvang van het Provinciefonds ademt mee met een deel van de Rijksbegroting. Op basis van de begroting van het Rijk voor 2018 bedraagt het accres tranche 2018 voor het Provinciefonds 116 mln.

Beter benutten

Dit betreft een bijdrage van IenM aan provincies voor het programma Beter Benutten. Deze middelen zijn afkomstig van het Infrastructuurfonds en zijn onder andere bedoeld voor snelfietsroutes en decentrale spoorprojecten.

Programma impuls omgevingsveiligheid 2015–2018

Provincies ontvangen geld vanuit IenM voor het Programma Impuls Omgevingsveiligheid. Dit programma is een samenwerking tussen provincies, de VNG, het IPO, IenM en Brandweer Nederland en heeft als doel om bij te dragen aan veiligheid in de omgeving.

Rsp Zuiderzeelijn

Vanuit IenM wordt geld beschikbaar gesteld voor het Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn. Hiervan is 89 mln. bestemd voor concrete bereikbaarheidsdoelen en 16 mln. voor de versterking van de economie in de regio.

Zoetwatermaatregelen

IenM stelt middelen beschikbaar voor het uitvoeren van zoetwatermaatregelen uit het Deltaplan Zoetwater. Het doel is om de huidige knelpunten in de zoetwatervoorziening te verminderen en bij te dragen aan het opvangen van mogelijke gevolgen van klimaatverandering.

Diversen

Dit betreft diverse overboekingen vanuit de begroting van IenM (27 mln.), EZ (17 mln.) en OCW (9 mln.). Zo boekt EZ 10 mln. over naar het Provinciefonds voor de decentralisatie-uitkering Natuur en boekt IenM 9 mln. over voor de exploitatie van de lijn Hengelo-Bielefeld en 6 mln. voor het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport bij de IJsseldelta.

Daarnaast wordt het Provinciefonds met 6 mln. verhoogd vanwege het accres tranche 2016. Omdat het Rijk in 2016 meer heeft uitgegeven dan het jaar ervoor, ontvangen provincies accres.

Ook vindt er een afrekening plaats met het BTW-compensatiefonds. Na afloop van 2016 bleek dat er door provincies meer geld is teruggevraagd uit het BTW-compensatiefonds dan bij de voorlopige realisatie (Miljoenennota 2017) was geraamd. Dit verschil van 8 mln. komt ten laste van het Provinciefonds.

Infrastructuurfonds

A INFRASTRUCTUURFONDS: UITGAVEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

5.878,3

6.240,4

6.262,8

6.356,6

6.234

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Ontvangstenschuiven

– 11,1

23,1

– 7,6

– 13,4

54,4

 
   

Saldo 2016

579,1

0

0

0

0

 
   

Diversen

0,1

0

0

0

0

 
     

568,1

23,1

– 7,6

– 13,4

54,4

 

Technische mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Afrekening prorail vierde kwartaal 2016

51,9

0

0

0

0

 
   

Afroming eigen vermogen rijkswaterstaat

32,5

0

0

0

0

 
                 
   

Beter benutten

– 63,4

– 12

– 8,6

– 4,6

0

 
   

Dbfm projecten

– 270,7

– 73,8

– 62,1

60,9

34,6

 
   

Eenvoudig beter

– 46,3

– 33,4

– 12,9

– 4,6

0

 
   

Kasschuif infrastructuurfonds

– 250

60

190

0

0

 
   

Loon- en prijsbijstelling 2017

66,7

74,4

74,8

76,1

74,2

 
   

Regiospecifiek pakket zuiderzeelijn

– 146,9

0

0

0

0

 
   

Diversen

– 41,1

– 35,6

– 26,6

– 18,8

24,5

 
     

– 667,3

– 20,4

154,6

109

133,3

 
                 
 

Stand miljoenennota

           
     

0

0

0

0

0

 

Extrapolatie

6.500,2

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

– 99,1

2,8

147,1

95,6

187,7

 
                 

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

5.779,2

6.243,2

6.409,8

6.452,2

6.421,7

6.500,2

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

0

Stand Miljoenennota 2018

5.779,2

6.243,2

6.409,8

6.452,2

6.421,7

6.500,2

                 
A INFRASTRUCTUURFONDS: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

5.878,3

6.240,4

6.262,8

6.356,6

6.234

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Ontvangstenschuiven

– 11,1

23,1

– 7,6

– 13,4

54,4

 
   

Saldo 2016

28,3

0

0

0

0

 
   

Diversen

0,1

0

0

0

0

 
     

17,3

23,1

– 7,6

– 13,4

54,4

 

Technische mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Afrekening prorail vierde kwartaal 2016

51,9

0

0

0

0

 
   

Afroming eigen vermogen rijkswaterstaat

32,5

0

0

0

0

 
   

Beter benutten

– 63,4

– 12

– 8,6

– 4,6

0

 
   

Dbfm projecten

– 270,7

– 73,8

– 62,1

60,9

34,6

 
   

Eenvoudig beter

– 46,3

– 33,4

– 12,9

– 4,6

0

 
   

Kasschuif infrastructuurfonds

– 250

60

190

0

0

 
   

Loon- en prijsbijstelling 2017

66,7

74,4

74,8

76,1

74,2

 
   

Regiospecifiek pakket zuiderzeelijn

– 146,9

0

0

0

0

 
   

Diversen

– 41,1

– 35,6

– 26,6

– 18,8

24,5

 
 

Niet tot een ijklijn behorend

           
   

Saldo 2016

550,8

0

0

0

0

 
     

– 116,5

– 20,4

154,6

109

133,3

 
                 
 

Stand miljoenennota

           
     

0

0

0

0

0

 

Extrapolatie

6.500,2

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

– 99,1

2,8

147,1

95,6

187,7

 
                 

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

5.779,2

6.243,2

6.409,8

6.452,2

6.421,7

6.500,2

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

0

Stand Miljoenennota 2018

5.779,2

6.243,2

6.409,8

6.452,2

6.421,7

6.500,2

Ontvangstenschuiven

Diverse bijdragen van derden aan projecten zijn in de tijd verschoven, waardoor de ontvangstenramingen worden bijgesteld. De uitgavenramingen worden aangepast aan de nieuwe ontvangstenramingen, om zo binnen een modaliteit tot een sluitende programmering te komen. Het gaat hierbij onder andere om de projecten A1/A6/A9 Schiphol-Amsterdam-Almere, A15 Maasvlakte-Vaanplein, A7 Zuidelijke Ringweg Groningen, Zeetoegang IJmond, Keersluis Limmel, Nieuwe Sluis Terneuzen, HSL-Zuid en ERTMS.

Saldo 2016

Het voordelig saldo over 2016 is in 2017 toegevoegd aan de begroting van het Infrastructuurfonds. Het saldo 2016 bedraagt – 579,1 mln. op de uitgaven en – 28,3 mln. op de ontvangsten, waardoor het netto saldo (uitgaven minus ontvangsten) uitkomt op – 550,8 mln.

Afrekening ProRail vierde kwartaal 2016

Dit betreft de afrekening over het vierde kwartaal van 2016 van te hoog bevoorschotte projecten aan ProRail. ProRail ontvangt voor in uitvoering zijnde aanlegprojecten ieder kwartaal voorschotten. Deze voorschotten worden het daaropvolgende kwartaal afgerekend op basis van de werkelijke gemaakte kosten.

Afroming eigen vermogen Rijkswaterstaat

Het surplus aan eigen vermogen bij Rijkswaterstaat wordt conform de Regeling agentschappen afgeroomd. De middelen worden toegevoegd aan de begroting van het Infrastructuurfonds in 2017.

Beter Benutten

Diverse gemeenten en provincies ontvangen een bijdrage van IenM voor projecten binnen het programma Beter Benutten, waaronder decentrale spoorprojecten. De middelen zijn afkomstig van het Infrastructuurfonds en worden via de begroting van IenM overgeboekt naar het Gemeentefonds, Provinciefonds en BTW compensatiefonds (– 47,4 mln.). Daarnaast worden voor het innovatiepartnership Talking Traffic meerjarig middelen overgeheveld naar de begroting van IenM, zoals gemeld in de Kamerbrief van 21 november 2017 (TK 34 550 A, nr. 19). Tot slot wordt in totaal 6 mln. overgeboekt naar de begroting van IenM voor de ombouw van de huidige programmadirectie Beter Benutten.

DBFM

Kenmerk van DBFM-contract is een langjarig en vlak betalingsritme. Bij de afronding van de aanbesteding van een DBFM-contract is het exacte betalingsritme bekend. Het kasritme op het Infrastructuurfonds wordt in die gevallen aangepast aan het betaalritme van het DBFM-contract. Met deze mutaties worden de projectbudgetten voor de DBFM-projecten A1/A27 Utrecht Noord-Eemnes-Bunschoten, N18 Varsseveld-Enschede en de A6 Schiphol-Amsterdam-Almere en de capaciteitsuitbreiding Sluis Eefde omgezet in begrotingsreeksen voor betaling van de jaarlijkse beschikbaarheidsvergoeding.

Eenvoudig Beter

In de begroting van het Infrastructuurfonds 2017 is een reservering gemaakt voor de stelselherziening van de Omgevingswet, het programma Eenvoudig Beter. De gereserveerde middelen worden ingezet ten behoeve van de investering in het Digitaal Stelsel Omgevingswet en worden hiertoe overgeheveld naar de begroting van IenM waar de uitgaven voor de stelselherziening Omgevingswet worden verantwoord. Een deel van de middelen uit 2017 wordt op het Infrastructuurfonds doorgeschoven naar 2018 en 2019. De middelen zijn later nodig vanwege vertraging van het wetgevingstraject.

Kasschuif Infrastructuurfonds

Er vindt een kasschuif op het Infrastructuurfonds plaats van 2017 naar de jaren 2018 en 2019. De kasschuif wordt verwerkt op het artikel Spoorwegen omdat met name op de modaliteit Spoor diverse autonome vertragingen van de programmering optreden.

Loon- en prijsbijstelling 2017

De loon- en prijsbijstelling tranche 2017 wordt vanuit de begroting van IenM toegevoegd aan het Infrastructuurfonds. Daarnaast worden enkele bijdragen van derden geïndexeerd naar het prijspeil van 2017.

Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn

Dit betreft overboekingen naar het Provinciefonds, het Gemeentefonds en het BTW-compensatiefonds in het kader van het Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn (RSP). De bijdrage is bestemd voor bereikbaarheidsprojecten in de provincies Groningen, Friesland, Drenthe en Flevoland en de gemeente Assen.

Diversen – technische mutaties

Deze post bestaat uit diverse desalderingen waaronder een meerjarige overboeking voor een investering in een Maritiem Operatiecentrum voor de Kustwacht waarbij middelen op het Infrastructuurfonds via de begroting van IenM worden overgeheveld naar de begroting van het Ministerie van Defensie. Ook worden middelen overgeheveld naar de begroting van IenM voor onder andere de renovatie van de haveninfrastructuur op Bonaire, de Basisregistratie Ondergrond en voor de Brede Doeluitkering, waarvan een deel voor projecten binnen het programma Beter Benutten. Tot slot wordt er een meerjarige EU-subsidie ontvangen voor het programma ERTMS

Diergezondheidsfonds

F DIERGEZONDHEIDSFONDS: UITGAVEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

32,6

32,6

32,6

32,6

32,6

 

Technische mutaties

           
 

Niet tot een ijklijn behorend

           
   

Toevoeging eindsaldo 2016

11,7

0

0

0

0

 
   

Diversen

0

2

2

2

2

 
     

11,7

2

2

2

2

 

Extrapolatie

34,5

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

11,7

2

2

2

2

 
                 

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

44,2

34,5

34,5

34,5

34,5

34,5

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

0

Stand Miljoenennota 2018

44,2

34,5

34,5

34,5

34,5

34,5

                 
F DIERGEZONDHEIDSFONDS: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

32,6

32,6

32,6

32,6

32,6

 

Technische mutaties

           
 

Niet tot een ijklijn behorend

           
   

Toevoeging eindsaldo 2016

11,7

0

0

0

0

 
   

Diversen

0

2

2

2

2

 
 

11,7

2

2

2

2

 

Extrapolatie

34,5

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

11,7

2

2

2

2

 
             

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

44,2

34,5

34,5

34,5

34,5

34,5

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

0

Stand Miljoenennota 2018

44,2

34,5

34,5

34,5

34,5

34,5

Toevoeging eindsaldo 2016 (uitgaven en ontvangsten)

Het eindsaldo van 2016 wordt toegevoegd aan de begroting 2017.

Diversen (technische mutaties niet tot een ijklijn behorend uitgaven en ontvangsten)

Dit betreffen voormalige EZ-opdrachten gezondheidsdienst (EZ-percelen) die nu via het DGF gefinancierd worden. Tevens zijn uitgaven opgenomen voor de High Containment Unit, een onderzoekslaboratorium van de NVWA. Tenslotte zijn er hogere uitgaven voor onderzoek naar brucellose (een infectieziekte die kan worden overgedragen van dieren op mensen) en hogere uitgaven voor de bewaking en preventie van salmonella bij pluimvee.

Accres Gemeentefonds

ACCRES GEMEENTEFONDS: UITGAVEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

212,9

700,6

1.167,9

1.670,5

2.069,4

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Accres tranche 2016

87,7

43,9

43,9

43,9

43,9

 
   

Accres tranche 2017

1,4

1,4

1,4

1,4

1,4

 
   

Accres tranche 2018

0

384,2

384,2

384,2

384,2

 
   

Accres tranche 2019

0

0

45

45

45

 
   

Accres tranche 2020

0

0

0

15,5

15,5

 
   

Accres tranche 2021

0

0

0

0

53,9

 
   

Accres tranche 2022

0

0

0

0

0

 
   

Bijstelling bcf

– 108,5

– 3,8

2,9

5

13,8

 
   

Extrapolatie

0

0

0

0

0

 
     

– 19,4

425,7

477,4

495

557,7

 

Technische mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Accres tranche 2016

– 87,7

– 43,9

– 43,9

– 43,9

– 43,9

 
   

Accres tranche 2017

– 1,4

– 1,4

– 1,4

– 1,4

– 1,4

 
   

Accres tranche 2018

0

– 804,6

– 804,6

– 804,6

– 804,6

 
   

Afrekening bcf

52,6

0

0

0

0

 
   

Bijstelling bcf

1,9

0

0

0

0

 
     

– 34,6

– 849,9

– 849,9

– 849,9

– 849,9

 

Extrapolatie

2.321,7

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

– 53,9

– 424,2

– 372,4

– 354,8

– 292,2

 
                 

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

159

276,4

795,5

1.315,7

1.777,2

2.321,7

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

0

Stand Miljoenennota 2018

159

276,4

795,5

1.315,7

1.777,2

2.321,7

                 
ACCRES GEMEENTEFONDS: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

0

0

0

0

0

 

Extrapolatie

0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

0

0

0

0

0

 
             

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

0

0

0

0

0

0

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

0

Stand Miljoenennota 2018

0

0

0

0

0

0

Tranche 2017–2022

Het accres kent jaarlijks twee bijstellingsmomenten, Voorjaarsnota en Miljoenennota, en één vaststellingsmoment, bij het Financieel Jaarverslag Rijk. Op basis van dit vastgestelde accrespercentage heeft de afrekening dit voorjaar plaats gevonden. De accressen voor de jaren 2017 e.v. zijn aangepast aan de uitkomsten van de normeringssystematiek. De geraamde accressen voor 2017 en 2018 zijn overgeboekt naar het Gemeentefonds.

Btw compensatiefonds (BCF)

Het plafond van het BCF is per 2015 gekoppeld aan de accrespercentages zoals deze volgen uit de normeringssystematiek voor het Gemeentefonds. Het plafond wordt aangepast voor taakmutaties (zoals decentralisaties) die gepaard gaan met onttrekkingen of toevoegingen aan het BCF. Als het plafond overschreden wordt, komt het verschil ten laste van het Gemeentefonds en het Provinciefonds. Bij een realisatie lager dan het plafond, komt het verschil ten gunste van het Gemeentefonds en het Provinciefonds. De toevoeging of onttrekking wordt over het Gemeentefonds en het Provinciefonds verdeeld conform de aandelen gezamenlijke gemeenten en provincies in het BCF in het gerealiseerde jaar.

Accres Provinciefonds

ACCRES PROVINCIEFONDS: UITGAVEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

29,8

97,1

157,7

222,8

274,5

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Accres tranche 2016

6,3

3,1

3,1

3,1

3,1

 
   

Accres tranche 2017

1,2

1,2

1,2

1,2

1,2

 
   

Accres tranche 2018

0

59,5

59,5

59,5

59,5

 
   

Accres tranche 2019

0

0

6,5

6,5

6,5

 
   

Accres tranche 2020

0

0

0

2,4

2,4

 
   

Accres tranche 2021

0

0

0

0

6,9

 
   

Accres tranche 2022

0

0

0

0

0

 
   

Bijstelling bcf

– 14,9

– 1

– 0,1

0,1

1,4

 
   

Extrapolatie

0

0

0

0

0

 
     

– 7,4

62,8

70,2

72,8

81

 

Technische mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Accres tranche 2016

– 6,3

– 3,1

– 3,1

– 3,1

– 3,1

 
   

Accres tranche 2017

– 1,2

– 1,2

– 1,2

– 1,2

– 1,2

 
   

Accres tranche 2018

0

– 116,4

– 116,4

– 116,4

– 116,4

 
   

Afrekening bcf

8,4

0

0

0

0

 
   

Bijstelling bcf

– 1,9

0

0

0

0

 
     

– 1

– 120,7

– 120,7

– 120,7

– 120,7

 

Extrapolatie

303,9

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

– 8,5

– 58

– 50,6

– 48

– 39,8

 
                 

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

21,4

39,1

107,1

174,8

234,7

303,9

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

0

Stand Miljoenennota 2018

21,4

39,1

107,1

174,8

234,7

303,9

                 
ACCRES PROVINCIEFONDS: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

0

0

0

0

0

 

Extrapolatie

0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

0

0

0

0

0

 
             

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

0

0

0

0

0

0

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

0

Stand Miljoenennota 2018

0

0

0

0

0

0

Tranche 2017–2022

Het accres kent jaarlijks twee bijstellingsmomenten, Voorjaarsnota en Miljoenennota, en één vaststellingsmoment, bij het Financieel Jaarverslag Rijk. Op basis van dit vastgestelde accrespercentage heeft de afrekening dit voorjaar plaats gevonden. De accressen voor de jaren 2016 e.v. zijn aangepast aan de uitkomsten van de normeringssystematiek. De geraamde accressen voor 2017 en 2018 zijn overgeboekt naar het Provinciefonds.

Btw compensatiefonds (BCF)

Het plafond van het BCF is per 2015 gekoppeld aan de accrespercentages zoals deze volgen uit de normeringssystematiek voor het gemeentefonds. Het plafond wordt aangepast voor taakmutaties (zoals decentralisaties) die gepaard gaan met onttrekkingen of toevoegingen aan het BCF. Als het plafond overschreden wordt, komt het verschil ten laste van het Gemeentefonds en het Provinciefonds. Bij een realisatie lager dan het plafond, komt het verschil ten gunste van het Gemeentefonds en het Provinciefonds. De toevoeging of onttrekking wordt over het Gemeentefonds en het Provinciefonds verdeeld conform de aandelen gezamenlijke gemeenten en provincies in het BCF in het gerealiseerde jaar.

BES-fonds

H BES-FONDS: UITGAVEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

32,7

32,7

32,8

32,8

32,8

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Diversen

0

0

0

0

0

 
     

0

0

0

0

0

 

Technische mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Diversen

8,9

8,6

0,3

0,3

0

 
     

8,9

8,6

0,3

0,3

0

 

Extrapolatie

33

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

8,9

8,6

0,3

0,3

0

 
                 

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

41,6

41,4

33,1

33,1

32,9

33

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

0

Stand Miljoenennota 2018

41,6

41,4

33,1

33,1

32,9

33

                 
H BES-FONDS: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

0

0

0

0

0

 

Extrapolatie

0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

0

0

0

0

0

 
             

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

0

0

0

0

0

0

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

0

Stand Miljoenennota 2018

0

0

0

0

0

0

Diversen (technische mutaties – uitgaven)

De vrije uitkering van het BES-fonds is vastgelegd in dollars. Door een lagere stand van de dollar zijn er tegenvallers. Deze worden gedekt door een overboeking vanuit de wisselkoersreserve op de begroting van Koninkrijksrelaties.

Deltafonds

J DELTAFONDS: UITGAVEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

904,7

1.098,1

1.088,8

1.170,3

1.343,7

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Saldo 2016

120

0

0

0

0

 
   

Diversen

– 0,7

– 0,9

– 0,9

– 0,8

– 0,8

 
     

119,3

– 0,9

– 0,9

– 0,8

– 0,8

 

Technische mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Kasschuif deltafonds

– 50

0

50

0

0

 
   

Diversen

9,1

22,1

26,1

40,4

25,9

 
     

– 40,9

22,1

76,1

40,4

25,9

 
                 
 

Stand miljoenennota

           
     

0

0

0

0

0

 

Extrapolatie

1.247,9

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

78,4

21,2

75,2

39,6

25,1

 
                 

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

983

1.119,3

1.164,1

1.209,8

1.368,7

1.247,9

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

0

Stand Miljoenennota 2018

983

1.119,3

1.164,1

1.209,8

1.368,7

1.247,9

                 
J DELTAFONDS: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

904,7

1.098,1

1.088,8

1.170,3

1.343,7

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Diversen

– 7,7

– 0,9

– 0,9

– 0,8

– 0,8

 
     

– 7,7

– 0,9

– 0,9

– 0,8

– 0,8

 

Technische mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Kasschuif deltafonds

– 50

0

50

0

0

 
   

Diversen

9,1

22,1

26,1

40,4

25,9

 
 

Niet tot een ijklijn behorend

           
   

Saldo 2016

127

0

0

0

0

 
     

86,1

22,1

76,1

40,4

25,9

 
                 
 

Stand miljoenennota

           
     

0

0

0

0

0

 

Extrapolatie

1.247,9

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

78,4

21,2

75,2

39,6

25,1

 
                 

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

983

1.119,3

1.164,1

1.209,8

1.368,7

1.247,9

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

0

Stand Miljoenennota 2018

983

1.119,3

1.164,1

1.209,8

1.368,7

1.247,9

Saldo 2016

Het voordelig saldo over 2016 is in 2017 toegevoegd aan de begroting van het Deltafonds. Het saldo 2016 bedraagt – 120,0 mln. op de uitgaven en 7,1 mln. op de ontvangsten, waardoor het netto saldo (uitgaven minus ontvangsten) uitkomt op – 127 mln.

Kasschuif Deltafonds

Er vindt een kasschuif plaats op het Deltafonds van 2017 naar 2019. De middelen zijn later nodig vanwege autonome vertraging in de programmering. Dit heeft voornamelijk te maken met vertraging van het project Markermeerdijk met een jaar omdat verdere consultatie met de regio nodig is.

Diversen – technische mutaties

Deze post bestaat hoofdzakelijk uit de loon- en prijsbijstelling tranche 2017 die vanuit de begroting van IenM wordt toegevoegd aan het Deltafonds. Daarnaast vinden diverse desalderingen plaats, waaronder ontvangsten vanuit provincies voor het project IJsseldelta. Ook wordt een bijdrage van het Ministerie van Economische Zaken ontvangen voor het project Wind op zee. Verder worden er middelen overgeheveld naar het Provinciefonds en BTW-compensatiefonds ten behoeve van de uitvoering van zoetwatermaatregelen door provincies. Tot slot worden de op het Deltafonds gereserveerde middelen voor de Basisregistratie Ondergrond (BRO) in tranches overgeheveld naar de begroting van IenM (XII) waar de uitgaven voor BRO worden verantwoord.

Prijsbijstelling

PRIJSBIJSTELLING: UITGAVEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

190,7

644,5

1.151,3

1.710,7

2.359,9

 

Mee- en tegenvallers

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Nominale ontwikkeling

145,4

247,3

323,1

376,3

427,9

 
 

Sociale zekerheid

           
   

Diversen

3,8

5,4

5

5,7

6,4

 
 

Zorg

           
   

Diversen

0,7

0,8

1,1

0,6

– 0,7

 
     

149,9

253,5

329,2

382,6

433,6

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Diversen

0

0

0

0

0

 
 

Sociale zekerheid

           
   

Diversen

0

0

0

0

0

 
 

Zorg

           
   

Diversen

0

0

0

0

0

 
     

0

0

0

0

0

 

Technische mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Uitkeren prijsbijstelling 2017

– 325,9

– 336,1

– 334,8

– 330,4

– 331,2

 
 

Sociale zekerheid

           
   

Diversen

– 6

– 5,6

– 4,8

– 4,8

– 4,8

 
 

Zorg

           
   

Diversen

– 1,5

– 1,4

– 1,4

– 1,3

– 1,3

 
 

Niet tot een ijklijn behorend

           
   

Nominale ontwikkeling

8,5

41,7

65,5

86

108,7

 
   

Diversen

– 15,7

– 16

– 16,1

– 16,4

– 16,7

 
     

– 340,6

– 317,4

– 291,6

– 266,9

– 245,3

 

Extrapolatie

3.314,3

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

– 190,7

– 63,8

37,6

115,8

188,2

 
                 

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

0

580,7

1.188,9

1.826,5

2.548,2

3.314,3

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

0

Stand Miljoenennota 2018

0

580,7

1.188,9

1.826,5

2.548,2

3.314,3

                 
PRIJSBIJSTELLING: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

0

0

0

0

0

 

Extrapolatie

0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

0

0

0

0

0

 
             

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

0

0

0

0

0

0

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

0

Stand Miljoenennota 2018

0

0

0

0

0

0

Nominale ontwikkeling

De prijsbijstelling wordt berekend door de grondslag (de prijsgevoelige gedeelten van de departementale begrotingen) te vermenigvuldigen met de betreffende prijsontwikkeling. De prijsontwikkeling wordt geactualiseerd op basis van de ramingen van het CPB; dit is de nominale ontwikkeling. Als gevolg van een sterkere prijsontwikkeling dan werd verwacht bij Miljoenennota 2017 is de nominale ontwikkeling voor alle jaren omhoog bijgesteld.

Uitkeren prijsbijstelling 2017

De prijsbijstelling tranche 2017 is uitgekeerd aan de departementen.

Diversen

Bij de mee- en tegenvallers bevat de post diversen de nominale ontwikkeling van de prijsbijstelling voor de uitgavenkaders Sociale Zekerheid en Arbeidsmarktbeleid en het Budgettair Kader Zorg. Bij de technische mutaties bevat de post diversen het uitkeren van de prijsbijstelling tranche 2017 aan deze twee uitgavenkaders, evenals de prijsbijstelling voor de uitgaven die niet tot een ijklijn behoren. Vanwege de kleine omvang van de betreffende mutaties vallen deze onder de post «diversen».

Arbeidsvoorwaarden

ARBEIDSVOORWAARDEN: UITGAVEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

925

1.984,3

2.954,7

4.096,6

5.288,8

 

Mee- en tegenvallers

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Nominale ontwikkeling

6,4

200

574,8

919,5

1.111,80

 
   

Diversen

0

0

0

0

0,0

 
 

Sociale zekerheid

           
   

Nominale ontwikkeling

10,3

13,1

36,5

53,6

64

 
 

Zorg

           
   

Diversen

1,5

1,7

4,7

4,1

0,8

 
     

18,2

214,8

616

977,2

1.176,6

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Diversen

0

0

0

0

0

 
 

Sociale zekerheid

           
   

Diversen

0

0

0

0

0

 
 

Zorg

           
   

Diversen

0

0

0

0

0

 
     

0

0

0

0

0

 

Technische mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Loonbijstelling tranche 2017

– 876,1

– 862,3

– 854,6

– 850,5

– 849,6

 
 

Sociale zekerheid

           
   

Loonbijstelling tranche 2017

– 59

– 55,4

– 52,9

– 50,6

– 51

 
 

Zorg

           
   

Diversen

– 6,9

– 6,4

– 6,5

– 5,9

– 6

 
 

Niet tot een ijklijn behorend

           
   

Diversen

– 1,3

0,4

6,5

10,4

15,4

 
     

– 943,3

– 923,7

– 907,5

– 896,6

– 891,2

 

Extrapolatie

7.112,8

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

– 925

– 708,9

– 291,4

80,6

285,4

 
                 

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

0

1.275,4

2.663,3

4.177,2

5.574,2

7.112,8

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

0

Stand Miljoenennota 2018

0

1.275,4

2.663,3

4.177,2

5.574,2

7.112,8

                 
ARBEIDSVOORWAARDEN: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

0

0

0

0

0

 

Extrapolatie

0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

0

0

0

0

0

 
             

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

0

0

0

0

0

0

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

0

Stand Miljoenennota 2018

0

0

0

0

0

0

Nominale ontwikkeling

Ten opzichte van de vorige Miljoenennota wordt de loonontwikkeling voor 2017 en verder nu hoger geraamd. Deze ontwikkeling volgt uit de macrobijstellingen, waaronder de middellange termijn raming van het CPB.

Loonbijstelling tranche 2017

De loonbijstelling tranche 2017 wordt overgemaakt naar de departementale begrotingen. Deze tranche bestaat uit een vergoeding voor sociale werkgeverslasten en de contractloonontwikkeling.

Koppeling Uitkeringen

KOPPELING UITKERINGEN: UITGAVEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

193,9

383,1

572,9

804,6

1.093,7

 

Mee- en tegenvallers

           
 

Sociale zekerheid

           
   

Nominale ontwikkeling

28,8

115,5

269,2

423,9

544,4

 
     

28,8

115,5

269,2

423,9

544,4

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Sociale zekerheid

           
   

Nominale ontwikkeling

– 211,2

– 234,8

– 239

– 243,6

– 247

 
   

Diversen

0

0

0

0

0

 
     

– 211,2

– 234,8

– 239

– 243,6

– 247

 

Technische mutaties

           
 

Sociale zekerheid

           
   

Brutering

– 10,9

– 7,9

– 17,4

– 21,3

– 38,6

 
   

Temporisering afbouw ahk

0

19,9

29,7

31,4

32,5

 
   

Diversen

– 0,5

– 0,5

– 0,5

– 0,5

– 0,6

 
     

– 11,4

11,5

11,8

9,6

– 6,7

 

Extrapolatie

1.782,1

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

– 193,9

– 107,7

42,1

189,9

290,8

 
                 

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

0

275,4

614,9

994,5

1.384,4

1.782,1

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

0

Stand Miljoenennota 2018

0

275,4

614,9

994,5

1.384,4

1.782,1

                 
KOPPELING UITKERINGEN: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

1,9

2

3,1

4,8

8,6

 

Mee- en tegenvallers

           
 

Sociale zekerheid

           
   

Diversen

0

2,3

4,8

7,7

8,1

 
     

0

2,3

4,8

7,7

8,1

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Sociale zekerheid

           
   

Diversen

– 1,9

– 2,3

– 3

– 2,8

– 2,7

 
     

– 1,9

– 2,3

– 3

– 2,8

– 2,7

 

Technische mutaties

           
 

Niet tot een ijklijn behorend

           
   

Nominale ontwikkeling

0

26

56

85

116

 
     

0

26

56

85

116

 

Extrapolatie

167,8

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

– 1,9

26

57,7

89,9

121,4

 
                 

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

0

28

60,8

94,8

130

167,8

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

0

Stand Miljoenennota 2018

0

28

60,8

94,8

130

167,8

Nominale ontwikkeling (mee- en tegenvallers)

De mutatie betreft een aanpassing in de geraamde nominale ontwikkeling binnen het SZA-kader als gevolg van CPB-ramingen van loon- en prijsontwikkeling en als gevolg van mutaties in uitgavenramingen binnen de Sociale Zekerheid.

Nominale ontwikkeling (beleidsmatige mutaties)

Dit is een overboeking naar de begroting van SZW(hoofdstuk 15) om de begrotingsgefinancierde uitkeringen op prijspeil 2017 te brengen.

Brutering

Het bruteringseffect wordt veroorzaakt doordat enkele uitkeringen, de grootste zijnde de bijstand en de AOW, worden afgeleid van het netto minimumloon. Wijzigingen in belastingen en premies hebben effect op de bruto hoogte van deze uitkeringen. Deze wijzigingen kunnen daarmee tot hogere of lagere uitgaven in het SZA-kader leiden. In de begrotingsregels is afgesproken dat het SZA-kader voor de effecten van deze belasting- en premiewijzigingen gecorrigeerd wordt, zodat geen mee- of tegenvallers in het SZA-kader ontstaan als gevolg van belasting- en premiewijzigingen.

Temporisering afbouw AHK

De overdraagbaarheid van de algemene heffingskorting in de bijstandsregelingen en de Anw wordt sinds 2012 afgebouwd. In de periode 2014–2017 is het tempo waarin dit gebeurt gehalveerd. Deze maatregel voorziet in het verlengen van deze temporisering tot en met 2018.

Nominale ontwikkeling (technische mutatie ontvangsten)

Dit betreft de nominale ontwikkeling van de ingeboekte werkgeversbijdrage kinderopvangtoeslag.

Algemeen

ALGEMEEN: UITGAVEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

145,9

396,8

355,1

335,5

335,5

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Afpakken crimineel vermogen

0

30

0

0

0

 
   

Compensatie abp-pensioenpremiestijging

341,5

341,5

341,5

341,5

341,5

 
   

In=uit taakstelling

– 1.480,7

– 105,8

– 20,8

0

0

 
   

Belastingdienst

0

75

0

0

0

 
   

Invest-nl ontwikkelkosten

0

0

19

19

19

 
   

Kasschuif ia-middelen

– 60

0

30

30

0

 
   

Kasschuif investeringsagenda

63

0

0

0

0

 
   

Nvwa

0

25

0

0

0

 
   

Diversen

5

– 1,2

– 1,2

– 1,2

– 1,2

 
 

Sociale zekerheid

           
   

In=uit taakstelling

– 86,5

0

0

0

0

 
     

– 1.217,7

364,5

368,5

389,3

359,3

 

Technische mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Besparingsverlies eigen bijdrageregeling strafvordering

– 47

– 20,4

– 7,2

– 5,6

– 4,7

 
   

Intensivering veiligheid

– 69,5

– 73,3

– 69,4

– 70,5

– 70,5

 
   

Investeringsagenda

– 81,7

– 47,8

– 12,7

– 12,7

– 12,7

 
   

Terugbetalen voorschot vertrekregeling

0

40

40

21,5

10

 
   

Uitkering compensatie abp-pensioenpremiestijging

– 340,1

– 340,1

– 340,1

– 340,1

– 340,1

 
   

Diversen

– 40,8

– 55,5

– 24,9

– 25,2

– 25,2

 
 

Niet tot een ijklijn behorend

           
   

Diversen

0

0

0

0

0

 
     

– 579,1

– 497,1

– 414,3

– 432,6

– 443,2

 

Extrapolatie

252,1

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

– 1.796,9

– 132,7

– 45,8

– 43,3

– 83,9

 
                 

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

– 1.651

264,2

309,3

292,2

251,6

252,1

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

0

Stand Miljoenennota 2018

– 1.651

264,2

309,3

292,2

251,6

252,1

                 
ALGEMEEN: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

0

0

0

0

0

 

Extrapolatie

0

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

0

0

0

0

0

 
             

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

0

0

0

0

0

0

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

0

Stand Miljoenennota 2018

0

0

0

0

0

0

Afpakken crimineel vermogen

Voor 2018 wordt 30 mln. gereserveerd voor de aanpak van het afpakken van crimineel vermogen. Hiertoe maakt VenJ een plan van aanpak, waarbij ook aandacht is voor de verbetering van de registratie van de opbrengsten bij het OM en de Belastingdienst.

Compensatie ABP-pensioenpremiestijging

Per 1 januari 2017 heeft het ABP de pensioenpremie verhoogd. Ter compensatie van de pensioenpremiestijging wordt 342 mln. aan de loonruimte 2017 toegevoegd. Deze middelen worden vanuit de Aanvullende Post overgemaakt naar de departementale begrotingen.

In=uit taakstelling (RBG-eng en SZA)

Departementen kunnen onbestede middelen in 2016 met behulp van de eindejaarsmarge doorschuiven naar 2017. HGIS middelen kunnen worden doorgeschoven naar de drie opvolgende jaren. Als tegenhanger van de uitgekeerde eindejaarsmarges is de in=uit taakstelling op de aanvullende post ingeboekt, onder de veronderstelling dat departementen ieder jaar een soortgelijk bedrag doorschuiven met behulp van de eindejaarsmarge. De in=uit taakstelling zal gedurende de uitvoering van begrotingsjaar 2017 worden ingevuld met onderuitputting.

Belastingdienst

Er wordt 75 mln. op de Aanvullende Post gereserveerd, vooral ter borging van de continuïteit gedurende de looptijd van de Investeringsagenda, voor zover en waar dat nodig zou blijken.

Invest-NL ontwikkelkosten

De (nationale en internationale) ontwikkeltak van Invest-NL ontvangt in 2017 en 2018 middelen via de EZ begroting. De middelen voor de jaren na 2018 (19 mln. per jaar) zijn gereserveerd op de Aanvullende Post.

Kasschuif IA-middelen

Een deel van de beschikbare middelen voor de Investeringsagenda voor de Belastingdienst voor 2017 komt dit jaar niet tot besteding en wordt middels een kasschuif naar latere jaren geschoven.

Kasschuif investeringsagenda

Op de Aanvullende Post staan middelen gereserveerd voor projecten van de Belastingdienst (Investeringsagenda). De niet uitgeputte middelen over 2016 zijn doorgeschoven naar 2017.

NVWA

Om de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) beter in staat te stellen haar rol als autoriteit uit te oefenen, is er 25 mln. gereserveerd in 2018.

Besparingsverlies eigen bijdrageregeling strafvordering

Voor het wetsvoorstel «eigen bijdrageregeling strafvordering en slachtofferzorg» staat een reservering op de Aanvullende post. Omdat het wetsvoorstel nog niet is aangenomen door de Eerste Kamer is er een besparingsverlies. Een deel van de gereserveerde middelen wordt nu toegevoegd aan de VenJ-begroting en ingezet om het besparingsverlies te dekken.

Intensivering veiligheid

Bij Miljoenennota 2017 is 450 mln. extra beschikbaar gesteld voor de VenJ-begroting. Een deel van deze middelen – de intensiveringen – was gereserveerd op de Aanvullende Post. Op basis van bestedingsplannen zijn deze middelen bij nota van wijziging op de ontwerpbegroting 2017 overgeheveld naar de VenJ-begroting. Het gaat onder andere om middelen voor de aanpak van ondermijnende criminaliteit, cyberveiligheid en grensbewaking.

Investeringsagenda

Vanuit de Aanvullende Post zijn middelen vrijgegeven voor verschillende ICT-projecten en het aannemen van nieuw personeel in het kader van de Investeringsagenda van de Belastingdienst (Kamerstuk 31 066, nr. 236).

Terugbetalen voorschot vertrekregeling

Vanuit de Aanvullende Post is 122 mln. voorgefinancierd om de vertrekregeling in 2016 te kunnen bekostigen (zie ook Kamerstukken 2016–2017 31 066 nr. 307 bijlage bij feitenrelaas document 37). Met deze mutatie wordt dit voorschot in een geactualiseerd kasritme weer terugbetaald aan de Aanvullende Post.

Uitkering compensatie ABP-pensioenpremiestijging

Per 1 januari 2017 heeft het ABP de pensioenpremie verhoogd. Ter compensatie van de pensioenpremiestijging wordt 342 mln. aan de loonruimte 2017 toegevoegd. Deze middelen worden vanuit de Aanvullende Post overgemaakt naar de departementale begrotingen.

Consolidatie

CONSOLIDATIE: UITGAVEN
     

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

– 6.168,3

– 6.598

– 6.732,3

– 6.880,4

– 7.013,5

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Consolidatie

831

2,7

– 226,3

– 134,9

– 118,5

 
   

Diversen

0

0

0

0

0

 
     

831

2,7

– 226,3

– 134,9

– 118,5

 

Extrapolatie

– 7.178,6

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

831

2,7

– 226,3

– 134,9

– 118,5

 
                 

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

– 5.337,3

– 6.595,3

– 6.958,6

– 7.015,4

– 7.132

– 7.178,6

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

0

Stand Miljoenennota 2018

– 5.337,3

– 6.595,3

– 6.958,6

– 7.015,4

– 7.132

– 7.178,6

                 
CONSOLIDATIE: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017 (excl. IS)

– 6.168,3

– 6.598

– 6.732,3

– 6.880,4

– 7.013,5

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Consolidatie

831

2,7

– 226,3

– 134,9

– 118,5

 
   

Diversen

0

0

0

0

0

 
     

831

2,7

– 226,3

– 134,9

– 118,5

 

Extrapolatie

– 7.178,6

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

831

2,7

– 226,3

– 134,9

– 118,5

 
                 

Stand Miljoenennota 2018 (subtotaal)

– 5.337,3

– 6.595,3

– 6.958,6

– 7.015,4

– 7.132

– 7.178,6

Totaal Internationale samenwerking

0

0

0

0

0

0

Stand Miljoenennota 2018

– 5.337,3

– 6.595,3

– 6.958,6

– 7.015,4

– 7.132

– 7.178,6

De post Consolidatie wordt gebruikt voor het corrigeren van de Rijksbegroting voor dubbeltellingen die ontstaan door het bruto-boeken van bijdragen. Het bruto-boeken houdt in dat zowel het departement dat bijdraagt, als het departement dat ontvangt de uitgaven op zijn begroting opneemt. Het ontvangende departement raamt daarnaast de te ontvangen bijdragen ook aan de ontvangstenkant van de begroting. Hierdoor wordt het rekenkundig niveau van de totale rijksuitgaven en de rijksontvangsten hoger dan het feitelijk niveau. Op de post Consolidatie wordt hiervoor gecorrigeerd. De hoogte van de post wordt in belangrijke mate bepaald door de bijdragen van de begroting van Infrastructuur en Milieu aan het Infrastructuurfonds.

Homogene Groep Internationale Samenwerking

HOMOGENE GROEP INTERNATIONALE SAMENWERKING: UITGAVEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017

4.131,4

4.188,4

4.159,1

4.179,7

4.387,7

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Asielinstroom 2016

170,3

0

0

0

0

 
   

Asielinstroom 2017 e.v.: kasschuif

0

151,2

146,5

53,1

39,7

 
   

Asielinstroom 2017 e.v.: oda-toerekening

0

– 151,2

– 146,5

– 53,1

– 39,7

 
   

Biv trekkingsrechten

60

0

0

0

0

 
   

Biv trekkingsrechten bhos/bz

– 60

0

0

0

0

 
   

Biv trekkingsrechten defensie

– 59,5

0

0

0

0

 
   

Compensatie nacalculatie

75

0

0

0

0

 
   

Correctie extrapolatie

0

0

0

120

283,1

 
   

Dekking nacalculatie

– 75

0

0

0

0

 
   

Financiering brigade speciale beveiligingsopdrachten (bsb)

– 20,8

0

0

0

0

 
   

Hgis eindejaarsmarge

198,6

105,8

20,8

0

0

 
   

Hgis-bijstelling

137,6

230,4

251,8

279,4

288,5

 
   

Inzet eindejaarsmarge

0

– 99,8

– 13,8

0

0

 
   

Kasschuif platslaan bni minreeks

0

48

48

48

– 59

 
   

Noodhulpfonds

63,3

0

0

0

0

 
   

Noodhulpfonds extra inzet

39,7

0

0

0

0

 
   

Noodhulpfonds inzet eindejaarsmarge

– 46,3

0

0

0

0

 
   

Oda-toerekening asielinstroom 2017 en nacalculatie 2016

21,3

0

0

0

0

 
   

Oda-toerekening asielinstroom 2017 en nacalculatie 2016 overheveling

– 21,3

0

0

0

0

 
   

Opvang in de regio

82,2

0

0

0

0

 
   

Opvang in de regio inzet eindejaarsmarge

– 82,2

0

0

0

0

 
   

Terugbrengen taakstellende minreeks

0

135,8

60,8

2,9

0

 
   

Terugbrengen taakstellende minreeks: dekking

0

– 36

– 47

– 2,9

0

 
   

Terugbrengen taakstellende minreeks: kasschuif

0

36

47

2,9

– 85,9

 
   

Veiligheid, stabiliteit, migratiesamenwerking, opvang in de regio

50

0

0

0

0

 
   

Diversen

32,9

– 5,1

4

3,8

5,3

 
     

565,8

415,1

371,6

454,1

432

 

Technische mutaties

           
 

Niet tot een ijklijn behorend

           
   

Deelname aiib

38,5

38,5

38

0

0

 
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Diversen

– 27

20,1

0,1

0,1

0,1

 
     

11,5

58,6

38,1

0,1

0,1

 
                 

Extrapolatie

4.570,1

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

577,5

473,7

409,7

454,2

432

 

Stand Miljoenennota 2018

4.708,8

4.662,1

4.568,7

4.633,9

4.819,7

4.570,1

                 
HOMOGENE GROEP INTERNATIONALE SAMENWERKING: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand Miljoenennota 2017

183,3

134,7

134,6

134,5

134,4

 

Beleidsmatige mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Diversen

3,9

0

0

0

0

 
     

3,9

0

0

0

0

 

Technische mutaties

           
 

Rijksbegroting in enge zin

           
   

Diversen

– 27

20,1

0,1

0,1

0,1

 
     

– 27

20,1

0,1

0,1

0,1

 
                 

Extrapolatie

127,8

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2017

– 23,1

20,1

0,1

0,1

0,1

 

Stand Miljoenennota 2018

160,2

154,8

134,7

134,6

134,5

127,8

Asielinstroom 2016

Bij de Najaarsnota 2016 is de raming voor de asielinstroom in 2016 verlaagd van 58.000 naar 33.000. De verlaging van de instroom in 2016 werkt ook door in 2017, omdat asielzoekers die later in 2016 instromen ook in 2017 opgevangen worden. Het bedrag dat gemoeid is met de verlaging is overgeboekt van de begroting van Veiligheid en Justitie naar het verdeelartikel op de begroting voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en is ingezet ter dekking van een eerdere negatieve BNI-bijstelling.

Asielinstroom 2017 e.v. (kasschuif en oda-toerekening)

De herziene Meerjarige Productie Prognose (MPP) voor de instroom van asielzoekers leidt tot een bijstelling van de ODA toerekening van eerstejaarsopvangkosten voor de instroom 2017 en 2018. Daarnaast wordt de toerekening van de bestaande raming voor 2019 en verder gefinancierd. De kosten voor de eerstejaarsopvang van asielzoekers zijn conform de OESO-DAC-systematiek toegerekend aan ODA en overgeheveld naar de begroting van Veiligheid en Justitie. De dekking wordt geleverd door een kasschuif waarbij BNI-ruimte in het jaar 2022 wordt ingezet.

Biv trekkingsrechten

Het betreft de overheveling van middelen uit het Budget Internationale Veiligheid (BIV) naar de begrotingen van Defensie, Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking voor het financieren van uitgaven van deze departementen gerelateerd aan internationale veiligheid.

Compensatie en dekking nacalculatie

Het kabinet heeft 75 mln. vrijgemaakt om de kosten voor leegstand in de eerstejaarsasielopvang in 2016 te dekken. Dit loopt mee in de reguliere nacalculatie over 2016 en wordt via de begroting voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking naar de begroting van Veiligheid en Justitie overgeboekt.

Correctie extrapolatie

Op het ODA-budget zijn middelen uit latere jaren naar voren gehaald door middel van kasschuiven, waardoor het niveau van uitgaven in het laatste jaar incidenteel is verlaagd. Deze incidentele verlagingen zijn, per abuis in afwijking van de gebruikelijke systematiek, structureel doorgetrokken in de extrapolatie. Hierdoor is het ODA-budget momenteel structureel 390 mln. lager dan politiek afgesproken. Het ODA-budget wordt hiervoor technisch gecorrigeerd.

Financiering brigade speciale beveiligingsopdrachten (BSB)

Defensie voert in opdracht van Buitenlandse Zaken de beveiliging uit van diplomaten en ambassades in gebieden waar dit noodzakelijk is.

HGIS-bijstelling

De non-ODA uitgaven zijn gekoppeld aan de ontwikkeling van het prijs BBP. De ontwikkeling van de ODA gerelateerde uitgaven is gekoppeld aan de ontwikkeling van het BNI. Naar aanleiding van de laatste macro-economische cijfers van het CPB is het budget van de HGIS opwaarts bijgesteld.

HGIS eindejaarsmarge

De eindejaarsmarge 2016 is aan de HGIS toegevoegd en is doorverdeeld naar de betreffende HGIS departementen. De HGIS eindejaarsmarge kan over maximaal drie jaar aangewend worden.

Inzet eindejaarsmarge

Het deel van de ODA eindejaarsmarge dat ontstaan is als gevolg van het verlagen van de asielraming bij Najaarsnota 2016 wordt in 2018 en 2019 ingezet als dekking voor het terugbrengen van de taakstellende minreeks op de begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

Kasschuif platslaan bni minreeks

BNI-ruimte in de jaren 2021 en 2022 wordt met een kasschuif naar de jaren 2018–2020 gehaald om de taakstellende minreeks op de begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking gelijkmatiger over de jaren te verdelen.

Noodhulpfonds

Bij Najaarsnota 2016 is gemeld dat er 48 mln. extra beschikbaar komt voor het Noodhulpfonds vanuit de correctie van de toerekening van eerstejaarsopvangkosten asiel. Van dit bedrag wordt 31 mln. via de eindejaarsmarge uit 2016 meegenomen naar 2017; de resterende 17 mln. komt beschikbaar vanuit de asieltoerekening in 2017. Daarnaast wordt 15,3 mln. aan onderuitputting op het Noodhulpfonds in 2016 via de eindejaarmarge naar 2017 meegenomen.

Noodhulpfonds extra inzet

Aanvullend wordt 39,7 mln. toegevoegd aan het Noodhulpfonds vanuit de lagere ODA-toerekening voor eerstejaarsopvangkosten van de asielinstoom in 2017. Per saldo is er daarmee voor 2017 103 mln. extra budget vrijgemaakt ten behoeve van het Noodhulpfonds.

Noodhulpfonds inzet eindejaarsmarge

Zoals hierboven aangegeven wordt vanuit de eindejaarsmarge 2016 46,3 mln. ingezet voor het Noodhulpfonds in 2017.

ODA-toerekening asielinstroom 2017 en nacalculatie 2016 en overheveling

De raming voor de instroom van asielzoekers in 2017 is verlaagd van 42.000 naar 41.000. Dit leidt, samen met de reguliere jaarlijkse herijking van o.a. verblijfsduur en kostprijs, tot een neerwaartse bijstelling van de ODA-toerekening van eerstejaarsopvangkosten asielinstroom 2017. Daarnaast vindt de reguliere nacalculatie over 2016 plaats. Per saldo leidt dit tot een verhoging van de ODA-toerekening voor de eerstejaarsopvangkosten van asielzoekers in 2017 van 21,3 mln.

Deze kosten voor de eerstejaarsopvang van asielzoekers worden conform de OESO-DAC- systematiek toegerekend aan ODA en overgeheveld naar de VenJ-begroting.

Opvang in de regio

Het kabinet heeft bij Voorjaarsnota 2016 260 mln. extra meerjarige middelen beschikbaar gesteld voor opvang in de regio. De middelen die niet in 2016 tot besteding zijn gekomen worden via de eindejaarsmarge meegenomen naar en ingezet in 2017.

Terugbrengen taakstellende minreeks, kasschuif en dekking

De taakstellende minreeks op de begroting voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking die is ontstaan door bijstellingen als gevolg van de ontwikkeling van het BNI en de verhoogde toerekening van de eerstejaarsopvangkosten van asielzoekers wordt teruggebracht in de jaren 2018–2020. Dit wordt gedaan door een kasschuif waarbij BNI-ruimte in 2021 wordt ingezet in de jaren 2018–2020 en door de inzet van de eindejaarsmarge 2016.

Veiligheid, stabiliteit, migratiesamenwerking, opvang in de regio

Het kabinet maakt 50 mln. extra vrij in 2017 voor veiligheid, stabiliteit, migratiesamenwerking en opvang in de regio in Afrika. Hiermee wordt ingezet op het beperken van irreguliere migratie en mensensmokkel, en op opvang van vluchtelingen in de regio van herkomst. 30 mln. wordt ingezet ten behoeve van opvang in regio in de Hoorn van Afrika, 10 mln. voor veiligheid en stabiliteit en 10 mln. voor migratiesamenwerking.

Diversen (beleidsmatige mutaties)

Deze mutatie betreft onder andere de overheveling van de aanvullende post naar de BHOS-begroting van de structurele reeks van 10 mln. die het kabinet bij Miljoenennota 2017 heeft vrijgemaakt voor de versterking van de concurrentiepositie van Nederland. Tevens betreft deze mutatie een kasschuif van cumulatief 14 mln. vanuit de meerjaren periode naar 2017 om de kosten die verband houden met de extra uitgave die vorig jaar is gedaan als gevolg van een gemaakte afspraak behorende bij de financiering van de nieuwbouw van het International Criminal Court, in het juiste kasritme te dekken.

Deelname AIIB (Asian Infrastructure Investment Bank)

Als gevolg van een besluit van de OESO-DAC is het mogelijk om 83% van de kapitaalinleg te rapporteren als ODA. Mede gelet hierop en gezien het internationale karakter van de kapitaalstorting aan de AIIB worden de middelen per 2017 toegevoegd aan de HGIS.

Diversen (technische mutaties uitgaven en niet-belastingsontvangsten)

Per saldo dalen de ontvangsten binnen de HGIS. Dit wordt veroorzaakt door mutaties op de begroting voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking vanwege lagere raming voor ontvangsten van bedrijfsleveninstrumenten en mutaties op de begroting van Defensie door lagere ontvangsten in 2017 van de VN voor de missie in Mali; deze zijn reeds in 2016 ontvangen.

Diversen (beleidsmatige mutaties niet-belastingontvangsten)

De resterende vrijvallende middelen van het Clean Development Mechanism (CDM) worden terugontvangen van de Wereldbank. Deze middelen zijn ingezet voor de Carbon Pricing Leadership Coalition en voor Partnership for Market Readines.

Noot 28: Zie Kamerstuk 21 501-03, nr. 101

Noot 29: Zie Kamerstuk 21 501-03, nr. 99

Noot 30: Zie Kamerstuk 21 501-03, nr. 106

Noot 31: Zie Kamerstuk 21 501-03, nr. 106

Noot 32: Zie Kamerstuk 21 501-03, nr. 99

Noot 33: Zie Kamerstuk 21 501-03, nr. 103