Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2017
  • Begrotingsstaat
  • Najaarsnota
  • 2e suppletore
  • Financieel jaarverslag
  • Verantwoordingsbrief
  • Jaarverslag
  • Slotwet
  • Download PDF

8. Overzicht risicoregelingen van het Rijk

Tabellen 8.1, 8.2 en 8.3 geven een totaaloverzicht van directe en indirecte risicoregelingen van het Rijk. Voor details over onderstaande garantieregelingen en achterborgstellingen wordt verwezen naar begrotingen en jaarverslagen van de betreffende vakdepartementen. In de tabellen is aangegeven op welke begroting en op welk begrotingsartikel de verschillende risicoregelingen zijn opgenomen.

Garanties

Een garantie wordt omschreven als een voorwaardelijke, financiële verplichting van het Rijk aan een derde buiten het Rijk, die pas tot uitbetaling komt als zich bij de wederpartij een bepaalde omstandigheid (realisatie van een risico) voordoet. Garantieregelingen worden als verplichting opgenomen in de begroting van het betreffende vakdepartement.

Tabel 8.1 bevat de garantieregelingen van het Rijk. Alle regelingen met een uitstaand risico, een risicoplafond of mutaties groter dan 100 miljoen euro zijn uitgesplitst weergegeven. Alle andere regelingen zijn samengevat in de post «overig». Het overzicht geeft de stand eind augustus weer. Ontwikkelingen daarna zijn niet in het overzicht opgenomen. Deze worden meegenomen in het overzicht risicoregelingen bij het Financieel Jaarverslag Rijk 2016.

In het overzicht worden achtereenvolgens de begroting (b), het begrotingsartikel (a) en de omschrijving van de garantie weergegeven. Daarachter staat voor de jaren 2015, 2016 en 2017 het bedrag dat daadwerkelijk als risico is verleend dan wel door de Tweede Kamer is geautoriseerd, genaamd de «uitstaande garanties». Onder de uitstaande garanties vallen ook de garanties die in eerdere jaren zijn verstrekt. In 2016 en 2017 worden garanties verleend en komen garanties te vervallen. Dit is terug te lezen in de kolommen «geraamd te verlenen» en «geraamd te vervallen».

Een garantieregeling van het Rijk kent vrijwel altijd een maximum, het zogenaamde plafond. Dit plafond kan een jaarlijks plafond zijn (per jaar mag een maximaal bedrag aan garanties worden verleend) of een totaalplafond (er mogen nooit meer garanties verleend worden dan het plafond). In tabel 8.1 is onderscheid gemaakt tussen beide soorten plafonds. Bij regelingen waar geen plafond is afgesproken, is het totaalplafond gelijk gesteld aan de uitstaande garanties. Bij internationale organisaties is gekozen het garantieplafond gelijk te stellen aan de uitstaande garanties. Hiervan is sprake bij de Europese garanties (EFSF, EFSM en ESM) en de garanties aan een aantal internationale financiële instellingen.

Tabel 8.1 Door het Rijk verleende garanties (in miljoenen euro)

b

a

Omschrijving

Uitstaande

garanties

2015

Geraamd te verlenen 2016

Geraamd te vervallen 2016

Uitstaande garanties 2016

Garantieplafond

2016

Geraamd te verlenen 2017

Geraamd te vervallen 2017

Uitstaande

garanties

2017

Garantieplafond

2017

Totaal

plafond

IXB

2

Single Resolution Fund (SRF)

 

4.163,5

 

4.163,5

     

4.163,5

 

4.163,5

IXB

2

WAKO (kernongevallen)

9.768,9

   

9.768,9

     

9.768,9

 

9.768,9

IXB

3

DNB winstafdracht

5.700,0

   

5.700,0

     

5.700,0

 

5.700,0

IXB

3

Financiering NS

448,7

   

448,7

     

448,7

 

448,7

IXB

3

Financiering Tennet

300,0

   

300,0

     

300,0

 

300,0

IXB

3

Garantie Propertize/SNS

2.623,1

 

2.623,1

0

           

IXB

3

Vrijwaring WST

167,5

   

167,5

     

167,5

 

167,5

IXB

4

Asian Infrastructure Investment Bank (AIIB)

757,8

 

0,8

757,0

     

757,0

 

757,0

IXB

4

European Financial Stability Facility (EFSF)

49.640,4

   

49.640,4

     

49.640,4

 

49.640,4

IXB

4

European Financial Stabilisation Mechanism (EFSM)

2.817,0

3,0

 

2.820,0

   

12,0

2.808,0

 

2.832,4

IXB

4

EIB – kredietverlening in ACP en OCT

174,0

   

174,0

     

174,0

 

174,0

IXB

4

European Stability Mechanism (ESM)

35.445,4

   

35.445,4

     

35.445,4

 

35.445,4

IXB

4

Kredieten EU-betalingsbalanssteun

2.347,5

2,5

 

2.350,0

   

10,0

2.340,0

 

2.347,5

IXB

4

DNB – deelneming in kapitaal IMF

49.761,9

633,0

5.696,5

44.698,4

     

44.698,4

 

44.698,4

IXB

4

European Bank for Reconstruction and Development (EBRD)

589,1

   

589,1

     

589,1

 

589,1

IXB

4

European Investment Bank (EIB)

9.895,5

   

9.895,5

     

9.895,5

 

9.895,5

IXB

4

Wereldbank

4.336,0

430,4

 

4.766,4

     

4.766,4

 

4.765,4

IXB

5

Exportkredietverzekering

15.728,6

10.000,0

10.000,0

15.728,6

10.000,0

10.000,0

10.000,0

15.728,6

10.000,0

 

IXB

5

Multilateral Investment Guarantee Agency (MIGA) – herverzekeren

 

150,0

150,0

 

150,0

150,0

150,0

 

150,0

 

IXB

5

Regeling Investeringen

164,8

453,8

453,8

164,8

453,8

453,8

453,8

164,8

453,8

 

VIII

7

Bouwleningen academische ziekenhuizen

202,0

 

1,5

200,5

     

200,5

 

200,5

VIII

14

Achterborgovereenkomst Nationaal Restauratiefonds (NRF)

278,7

21,7

19,3

281,1

 

19,0

15,0

285,1

 

380,0

VIII

14

Indemniteitsregeling

277,0

300,0

277,0

300,0

 

600,0

600,0

300,0

 

300,0

XIII

2

Borgstelling MKB Kredieten (BMKB)

1.756,3

765,0

326,0

2.195,2

765,0

765,0

490,9

2.469,3

765,0

 

XIII

2

Garantie Ondernemingsfinanciering (GO)

665,5

400,0

193,9

871,5

400,0

400,0

89,0

1.182,6

400,0

 

XIII

2

Groeifaciliteit

107,7

114,5

21,7

200,5

114,5

135,0

40,3

295,2

135,0

 

XIII

2

MKB-financiering

 

750,0

 

750,0

     

750,0

 

750,0

XIII

2

Scheepsnieuwbouw garantieregeling

42,0

376,7

3,0

415,7

376,7

376,7

39,0

753,3

376,7

 

XIII

4

Aardwarmte

66,7

159,7

21,7

204,7

159,7

66,6

25,1

246,2

66,6

 

XIII

6

Garantie voor investeringen & werkkapitaal landbouwondernemingen

322,4

120,0

35,0

407,4

120,0

120,0

30,0

497,4

120,0

 

XIII

8

Garantie voor natuurgebieden en landschappen

399,7

 

16,0

383,6

   

16,6

367,1

 

383,6

XVI

2,3

Instellingen voor de gezondheidszorg

425,9

 

51,9

374,0

   

51,1

322,9

 

322,9

XVI

3

Voorzieningen tbv instellingen gehandicapten

104,2

 

9,8

94,5

   

9,0

85,4

 

85,4

XVII

41

Dutch Trade and Investment Fund (DTIF)

 

11,2

 

11,2

 

20,0

 

31,2

 

140,0

XVII

41

Garantie Dutch Good Growth Fund (DGGF)

16,6

42,5

 

59,1

 

50,0

 

109,1

 

109,1

XVII

45

Garanties IS-NIO

184,4

 

17,8

166,6

     

166,6

 

166,6

XVII

45

Garanties IS-Raad van Europa

176,7

   

176,7

     

176,7

 

176,7

XVII

45

Garanties Regionale Ontwikkelingsbanken

2.296,7

   

2.296,7

     

2.296,7

 

2.296,7

   

Overig

234,9

3,9

7,6

231,2

4,9

58,9

10,4

279,7

55,5

224,5

                         
   

Totaal

198.223,7

   

197.198,4

     

198.371,2

   
   

Totaal als percentage bbp

29,3%

   

28,5%

     

28,0%

   

Tabel 8.2 bevat de uitgaven en ontvangsten behorende bij de door de staat verstrekte garanties in 2016 en 2017. Alleen garanties waarop daadwerkelijk uitgaven en ontvangsten zijn gedaan worden hier weergegeven. De in de tabel getoonde uitgaven betreffen de schade-uitkeringen op afgegeven garanties. De in de tabel getoonde ontvangsten betreffen zowel ontvangen premies, provisies en dergelijke als op derden verhaalde (schade-)uitkeringen.

Tabel 8.2 Uitgaven en ontvangsten op de door het Rijk verstrekte garanties (in duizenden euro)

b

a

omschrijving

Uitgaven

2016

Ontvangsten

2016

Saldo

2016

Uitgaven

2017

Ontvangsten

2017

Saldo

2017

VI

34

Garantiestelling Faillissementscuratoren dienst JUSTIS

700

 

– 700

700

 

– 700

IXB

1

Garantie procesrisico's

245

 

– 245

245

 

– 245

IXB

2

Terrorismeschades (NHT)

 

900

900

     

IXB

2

WAKO (kernongevallen)

 

609

609

     

IXB

3

Financiering Tennet

4.800

4.800

 

4.800

4.800

 

IXB

3

Garantie Propertize/SNS

 

5.850

5.850

     

IXB

5

Exportkredietverzekering

74.900

233.202

158.302

74.900

243.342

168.442

IXB

5

Regeling Investeringen

500

1.250

750

500

1.250

750

XIII

2

Borgstelling MKB Kredieten (BMKB)

42.594

29.000

– 13.594

41.594

33.000

– 8.594

XIII

2

Garantie Ondernemingsfinanciering (GO)

11.745

13.000

1.255

11.745

13.000

1.255

XIII

2

Groeifaciliteit

8.850

8.000

– 850

8.850

8.000

– 850

XIII

2

Scheepsnieuwbouw garantieregeling

3.591

4.000

409

3.591

4.000

409

XIII

4

Aardwarmte

 

1.800

1.800

 

2.500

2.500

XIII

6

Garantie voor investeringen & werkkapitaal landbouwondernemingen

5.000

1.800

– 3.200

2.500

1.800

– 700

XV

2

startende ondernemers

150

 

– 150

50

 

– 50

XVII

41

Dutch Trade and Investment Fund (DTIF)

0

 

0

18.786

1.857

– 16.929

XVII

41

DRIVE

     

13.750

 

– 13.750

XVII

41

Garantie Dutch Good Growth Fund (DGGF)

1.200

500

– 700

18.000

500

– 17.500

XVII

41

Garantie FOM

2.000

763

– 1.237

1.400

744

– 656

XVII

45

Garanties IS-NIO

193

3.000

2.807

     

Achterborgstellingen

Naast het risico uit garantieregelingen staat het Rijk ook indirect bloot aan risico’s uit achterborgstellingen. In die gevallen wordt de daadwerkelijke garantieverplichting niet afgegeven door het Rijk maar door een daarvoor aangewezen tussenpersoon, bijvoorbeeld een stichting. Het Rijk wordt pas aangesproken zodra de tussenpersoon niet aan haar verplichtingen kan voldoen. In de begroting van het betreffende vakdepartement worden achterborgstellingen niet als verplichting opgenomen (zolang er geen schade ontstaat of is ontstaan). De achterborgstellingen zijn opgenomen in tabel 8.3.

Het risico uit de achterborgstellingen (in tabel 8.3) is niet één op één te vergelijken met het risico uit de garantieregelingen (in tabel 8.1). Bij achterborgstellingen worden de risico’s soms gedeeld met gemeenten. Zo worden de verplichtingen die het Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) voor 1 januari 2011 is aangegaan voor 50 procent gedekt door gemeenten en voor 50 procent door de rijksoverheid. Verplichtingen aangegaan na deze datum worden volledig door de rijksoverheid gedekt. Bij het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) wordt de gehele positie met gemeenten gedeeld.

Per achterborgstelling gelden verschillende regelingen om eventuele schade te dekken. Wanneer een woningcorporatie financieel in de problemen komt, kan eerst saneringssteun worden verleend. Sinds de inwerkingtreding van de herzieningswet per 1 juli 2015 is sanering gemandateerd aan het WSW, waarbij het WSW kan putten uit het saneringsfonds welke wordt aangehouden als een risicovoorziening bij W&R. Het saneringfonds kan indien nodig aangevuld worden met een heffing betaald door de corporatiesector. Indien de sanering voldoende soelaas biedt of besloten wordt om niet te saneren, kunnen financiers aanspraak doen op het WSW. Het eigen vermogen van het WSW is daarna de eerste buffer om aan te spreken om aanspraken op de borg op te vangen. Indien dit niet voldoende is, worden de obligo’s van de deelnemende woningcorporaties aangesproken. Een obligo is een voorwaardelijke verplichting van de deelnemer om aan het fonds een bepaald bedrag over te maken. Pas daarna wordt een beroep gedaan op de achterborg van de rijksoverheid. De Stichting Waarborgfonds Zorg (WFZ) kent een soortgelijke regeling. Ook hier wordt eerst het bufferkapitaal aangesproken om schade te dekken. Daarna moeten de zorginstellingen met een door het WFZ geborgde lening een percentage (maximaal 3 procent van de uitstaande garanties van de deelnemende zorginstelling) van het leningenbedrag afdragen (obligo). Mocht dit onvoldoende zijn om de verplichtingen van het WFZ na te komen, dan kan het WFZ een beroep doen op de rijksoverheid. Bij het WEW geldt geen obligoverplichting. Hier dienen huizen als onderpand, waardoor de schade zich beperkt tot eventuele restschulden na gedwongen verkoop. Het WEW teert bij verlies direct in op het bufferkapitaal.

Tabel 8.3 Achterborgstellingen van het Rijk (in miljoenen euro)
 

Realisatie

2015

Raming

2016

Raming

2017

Totaal Achterborgstellingen

279.354

286.265

291.687

waarvan:

     

Stichting Waarborgfonds Zorg (WFZ)

8.330

8.148

7.922

Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW)

83.800

84.200

83.500

Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW)

187.224

193.917

200.265

       

Bufferkapitaal

1.665

1.759

1.829

waarvan:

     

Stichting Waarborgfonds Zorg (WFZ)

260

267

275

Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW)

516

529

541

Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW)

889

963

1.013

       

Obligo

3.425

3.428

3.396

waarvan:

     

Stichting Waarborgfonds Zorg (WFZ)

257

243

238

Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW)

3.168

3.185

3.158