Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2017
  • Begrotingsstaat
  • Najaarsnota
  • 2e suppletore
  • Financieel jaarverslag
  • Verantwoordingsbrief
  • Jaarverslag
  • Slotwet
  • Download PDF

1.4 Hoofdpunten van beleid 2017

Het kabinet trekt extra geld uit voor maatschappelijke prioriteiten en een evenwichtig koopkrachtbeeld. Het kabinet geeft structureel 1,5 miljard euro extra uit. De uitgaven aan het defensieapparaat en de Nationale Politie worden verhoogd, vanwege de toegenomen onrust in de wereld en de dreiging van terrorisme. Het kabinet investeert in kansengelijkheid in het onderwijs, trekt geld uit om armoede onder kinderen te bestrijden en schrapt de geplande bezuinigingen op de langdurige zorg. Om een evenwichtig en positief koopkrachtbeeld voor 2017 te krijgen, waarbij zo veel mogelijk mensen meeprofiteren van de betere economische situatie, verlicht het kabinet de lasten voor burgers structureel met 1,1 miljard euro. Zowel werkenden, uitkeringsontvangers als gepensioneerden gaan er in doorsnee op vooruit.

Daarbij houdt het kabinet houdbare overheidsfinanciën in het oog. De overheidsfinanciën ontwikkelen zich gunstiger dan bij de start van het kabinet werd verwacht. Het overheidstekort daalt in 2017 naar verwachting verder naar 0,5 procent van het bbp. De overheidsschuld daalt ook volgend jaar weer fors, en is hard op weg richting de grens van 60 procent van het bbp. Ook na de intensiveringen en lastenverlichting voor volgend jaar bevindt het structureel saldo zich binnen de marges van het SGP.

De veranderende veiligheidssituatie vraagt meer van de Nederlandse strijdkrachten. Zij leveren dagelijks een essentiële bijdrage aan een veilige samenleving in buiten- en binnenland. Om dit ook in de toekomst te kunnen verzekeren, verhoogt het kabinet de uitgaven aan defensie structureel met 300 miljoen euro. Hiermee wordt geïnvesteerd in het op orde brengen van de basisgereedheid van de krijgsmacht en het versterken van de inzetbaarheid. Dat betekent dat er ruimte komt voor meer training, opleiding en inzet. Verder zal de onderhoudsketen worden versterkt en wordt de beschikbaarheid van reserveonderdelen vergroot, zodat het materieel sneller kan worden gerepareerd. Door de strijdkrachten te versterken, levert Nederland zijn bijdrage aan de internationale stabiliteit. Dit kabinet heeft vanaf 2014 gefaseerd budget toegevoegd aan de defensiebegroting, oplopend tot structureel 870 miljoen euro in 2020.

Het kabinet blijft zich sterk maken voor een veilig Nederland. De veranderende veiligheidssituatie heeft meer druk gezet op de inzet van de Nationale Politie. Met extra middelen wordt de wijkagent ontlast, zodat deze zich meer kan wijden aan zijn taken op straat en wordt geïnvesteerd in de toerusting van politiemensen. Verbeteringen in het financieel beheer van de Nationale Politie worden met kracht voortgezet. Er worden extra middelen vrijgemaakt voor cybersecurity, de aanpak van ondermijnende criminaliteit en de bestrijding van terrorisme.

Het kabinet bestrijdt armoede onder kinderen. Alle kinderen verdienen een gelijke kans. Dat geldt dus ook voor kinderen die opgroeien in een gezin met een kleine portemonnee. In 2014 leefden 421 duizend kinderen in een huishouden met een laag inkomen, waarvan 131 duizend al vier jaar of langer. Om deze kinderen te ondersteunen, stelt het kabinet extra geld beschikbaar voor benodigdheden die ervoor zorgen dat zij kunnen meedoen. Het gaat bijvoorbeeld om schoolbenodigdheden, sportattributen, zwemles of een schoolreis. Om er zeker van te zijn dat de middelen direct bij de kinderen terechtkomen, vindt ondersteuning plaats in natura. Hierbij worden erkende partners zoals het Jeugdsportfonds, het Jeugdcultuurfonds en de Stichting Leergeld betrokken.

Het kabinet maakt geld vrij voor kansengelijkheid in het onderwijs. Nederland kent kwalitatief goed onderwijs, dat bovendien breed toegankelijk is voor kinderen met verschillende sociaaleconomische achtergronden. Tegelijkertijd constateerde de onderwijsinspectie dit jaar dat de kansenongelijkheid in het onderwijs toeneemt. Kinderen van laagopgeleide ouders volgen niet altijd onderwijs op het niveau dat ze aan zouden kunnen en daardoor blijft talent onbenut10. Het kabinet is van mening dat elk kind het beste uit zichzelf moet kunnen halen, en wil daarom zorgen voor gelijke onderwijskansen voor ieder kind. Daarom trekt het kabinet hier extra middelen voor uit. Hiermee wordt ook invulling gegeven aan de motie-Nijboer-Harbers11. Verder verbetert het kabinet de doorstroom tussen onderwijsniveaus, waarmee het gemakkelijker wordt gemaakt om diploma’s te stapelen. Ook is besloten om een interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO) «Onderwijsachterstandenbeleid» in te stellen. Er wordt ook geld beschikbaar gesteld voor het verlagen van schoolkosten voor de minder draagkrachtige minderjarige mbo’ers en voor gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid. Daarnaast wordt er geld vrijgemaakt voor onderwijs voor asielzoekerskinderen, het onderwijstoezicht en cultuur.

Het kabinet schrapt de geplande bezuinigingen op verpleeghuizen. De toename van de zorgvraag, de grotere behoefte van ouderen aan maatwerk en de ontwikkeling van de medische technologie, vragen veel van professionals in de verpleeghuiszorg. Het kabinet is van mening dat de woonplaats van ouderen een plek moet zijn waar zij waardig kunnen leven, waar familie en andere verwanten zich welkom voelen en waar kwalitatief goede en veilige zorg wordt geleverd. Om zorgaanbieders ruimte te bieden om de kwaliteit van de ouderenzorg te verbeteren, heeft het kabinet de voorgenomen bezuiniging op verpleeghuizen teruggedraaid.

Het kabinet vangt asielzoekers sober op en zet in op de snelle integratie van de mensen die mogen blijven. De toestroom van asielzoekers is in de eerste helft van 2016 substantieel gedaald ten opzichte van de laatste maanden van 2015. Het kabinet gaat daarom voor 2017 uit van een lagere instroom dan voor 2016, namelijk van 42 duizend asielzoekers. Dit is in lijn met de MEV-raming van het CPB. Voor mensen die in Nederland asiel aanvragen, wordt sobere opvang geregeld. Het kabinet wil mensen zo snel mogelijk zekerheid geven over hun verblijfsstatus. Voor hen die mogen blijven, is een snelle integratie in Nederland essentieel, met name op de arbeidsmarkt. Hiervoor is een grote inzet nodig van de vergunninghouder, die zich door het ondertekenen van een participatieverklaring bereid toont bij te dragen aan de Nederlandse samenleving. Vanuit de overheid wordt de integratie bevorderd, bijvoorbeeld door integratietrajecten om de Nederlandse taal en waarden en normen te leren. Het Rijk en gemeenten gaan deze opgaven gezamenlijk aan.

Naast werkenden profiteren ook ouderen en uitkeringsgerechtigden van het economisch herstel door diverse koopkrachtmaatregelen van het kabinet. De verbeterde koopkracht in 2017 ten opzichte van het beeld dat in het voorjaar nog voor 2017 werd verwacht is enerzijds te danken aan een lagere geraamde inflatie en hypotheekrente, waardoor de reële loonontwikkeling hoger uitvalt en huishoudens minder kwijt zijn aan vaste lasten. Anderzijds is het verbeterde koopkrachtbeeld een direct gevolg van koopkrachtmaatregelen van dit kabinet. Zo komt het kabinet huishoudens met lage inkomens tegemoet door de algemene heffingskorting, zorgtoeslag en huurtoeslag te verhogen. Ook wordt het kindgebonden budget verhoogd om de koopkracht van gezinnen met kinderen aan de onderkant van de inkomensverdeling te verbeteren. Om ouderen financieel tegemoet te komen wordt daarnaast de ouderenkorting met meer dan 200 euro verhoogd. Dit alles resulteert in een evenwichtig koopkrachtbeeld voor 2017, waarbij de mediane inkomensontwikkeling van alle groepen (alle inkomensniveaus, met en zonder kinderen, eenverdieners, tweeverdieners, alleenstaanden) positief is. Ongeveer 90 procent van alle huishoudens gaat er in 2017 op vooruit.

Figuur 1.4.1 Ontwikkeling mediane koopkracht 2017 voor en na koopkrachtpakket

Bron: CPB, bewerkingen door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Na jaren van herstel van de economie moet de aandacht nu verschuiven naar investeringen in nieuwe kansen. Aan de ene kant vragen maatschappelijke uitdagingen een grote investeringsopgave, zoals de energietransitie, verduurzaming, bereikbaarheid en onderwijs. Aan de andere kant zijn er rond het bedrijfsleven knelpunten in de financiering van nieuwe investeringen, vooral bij de doorgroei van kansrijke, nieuwe bedrijven. Bij beide vindt financiering steeds vaker plaats op een snijvlak van publiek en privaat, om investeringen op grotere schaal van de grond te krijgen. Het vergt een goede organisatie om markt en overheid op elkaar aan te sluiten en nieuwe investeringskansen vorm te geven. Op beide terreinen is de overheid al met veel instrumenten en instellingen actief om financiering mogelijk te maken. Dat gebeurt met leningen, risicokapitaal, borgstellingen, garanties en verzekeringen. Hierbij is de afgelopen jaren ook sprake van verschuiving van subsidies naar ondersteuning van financiering. Een verschuiving die met het Junckerplan nu ook zichtbaar is op Europees niveau. In de meeste Europese landen wordt hierop ingespeeld met een national promotional bank die instrumenten bundelt en zo snel en adequaat kan inspelen op nieuwe financieringsbehoeften.

Het kabinet wil nog deze kabinetsperiode besluiten nemen om de export uit en de investeringen in Nederland verder te stimuleren. Dit doet het kabinet door de capaciteit en middelen op het snijvlak van publiek en privaat beter te organiseren. Daarbij richt het zich enerzijds op de faciliteiten voor het bedrijfsleven en anderzijds op de grote maatschappelijke opgaven. Meer bundeling van kennis en middelen rond deze twee thema's ligt voor de hand. Het kabinet zal de voorstellen van Jeroen Kremers12 en het VNO-NCW hierbij betrekken.

Het kabinet werkt verder aan een arbeidsmarkt die iedereen kansen op goed werk biedt. Er wordt vanaf 2017 toegewerkt naar een volwaardig minimumloon vanaf 21 jaar en een hoger minimumjeugdloon voor 18-, 19- en 20-jarigen. Daarnaast wordt wettelijk geregeld dat wie meer dan 40 uur per week werkt («meerwerk»), ook recht krijgt op evenredig meer dan het wettelijke minimumloon en dat werknemers die stukloon ontvangen, ook ten minste het wettelijk minimumloon verdienen. Om de arbeidsmarktkansen voor mensen met een laag inkomen te vergroten, is er vanaf 2017 het lage-inkomensvoordeel (LIV): een financieel voordeel voor werkgevers die een werknemer in dienst nemen – of houden – die het wettelijk minimumloon verdient of net iets meer. De Belastingdienst betaalt het lage-inkomensvoordeel automatisch uit. In 2018 worden ook de premiekortingen die werkgevers krijgen voor het in dienst nemen van ouderen en mensen met een arbeidsbeperking omgezet in eenvoudigere loonkostenvoordelen, die onafhankelijk van de afgedragen premies worden uitbetaald. Ook kleine werkgevers krijgen dan altijd de volledige tegemoetkoming in de loonkosten voor deze doelgroepen.

Het kabinet zet ondersteuning voor werkzoekenden door. Met ingang van 2017 wordt het budget voor de WW-dienstverlening van het UWV verhoogd tot 160 miljoen euro. Hiermee zal het UWV een persoonlijkere dienstverlening gaan leveren aan werkzoekenden met een WW-uitkering. Dat vergroot de kans op snelle werkhervatting. Daarnaast zijn er ook in 2017 scholingsvouchers beschikbaar, waarmee mensen zich kunnen omscholen naar een beroep met een beter perspectief op werk. Verder ondersteunt het kabinet in 2017 en 2018 projecten die zijn gericht op dienstverlening aan werkzoekenden en op nauwere samenwerking in de regio. De langdurige werkloosheid onder vijftigplussers pakt het kabinet samen met de sociale partners aan met het actieplan Perspectief voor Vijftigplussers, dat in 2017 van start gaat. Ook biedt het kabinet werkgevers en werknemers meer mogelijkheden om in cao’s afspraken te maken over transitievoorzieningen, omscholing en van-werk-naar-werkbegeleiding van werknemers, in geval van ontslag om bedrijfseconomische redenen.

Het kabinet zorgt voor een gelijkere verdeling van verantwoordelijkheden tussen werkgevers en werknemers bij ziekte van een werknemer. Tegelijkertijd behouden zieke werknemers de maximale kans op terugkeer naar werk. Bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid kunnen werkgevers compensatie krijgen voor de wettelijke transitievergoeding. Het kabinet gaat ook de beoordeling van re-integratietrajecten door het UWV, in het bijzonder de re-integratie bij een nieuwe werkgever (het «tweede spoor»), begrijpelijker en voorspelbaarder maken. Daarnaast moeten zowel werknemers als werkgevers straks het initiatief kunnen nemen voor een vervroegde WIA-aanvraag, als een zieke werknemer geen perspectief meer heeft op terugkeer op de arbeidsmarkt.

Met ingang van 2017 wordt de eerste stap gezet naar een vermogensrendementsheffing in box 3 die beter aansluit op werkelijk behaalde rendementen. Daarnaast is verkend of, onder welke voorwaarden en wanneer het mogelijk is een systeem te introduceren waarbij geheven wordt over een werkelijk rendement op vermogen. Per vermogensbestanddeel is gekeken wat de beste manier is om dit te belasten. Daarbij zijn zowel de voor- als de nadelen geschetst. Op basis van deze uitkomsten zijn drie varianten opgesteld waarvan het kabinet invoering in Nederland in beginsel denkbaar acht.

Het kabinet maakt in lijn met de doelen van het Energieakkoord werk van het verminderen van de C02-uitstoot. Om energiebesparing in de energie-intensieve industrie extra te stimuleren, maakt het kabinet geld vrij om de Energie-investeringsaftrek (EIA) te verruimen.

Het kabinet zet in op het verder versterken van het innovatieve bedrijfsleven. Zo maakt het kabinet het voor innovatieve start-ups gemakkelijker om te investeren in het eigen bedrijf door de gebruikelijkloonregeling te versoepelen. Daarnaast komt extra budget beschikbaar voor de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO), zodat bedrijven meer zekerheid hebben als zij investeren in onderzoek en ontwikkeling. Ten slotte verbetert het kabinet – vanuit de opbrengst van de aanpak van belastingontwijking (BEPS) – het fiscale klimaat voor het mkb door vanaf 2018 de eerste schijf van de vennootschapsbelasting stapsgewijs te verlengen tot 350 duizend euro. Vanwege de bijzondere waarde van Brainport Eindhoven voor het verdienvermogen van Nederland stelt het kabinet geld beschikbaar ter versterking van het regionale voorzieningenniveau. Het kabinet gaat er vanuit dat de provincie deze impuls matcht.

De pensioenklem waarmee directeuren-grootaandeelhouders (DGA's) te maken hebben wordt opgelost. Veel DGA's die pensioen opbouwen via het Pensioen in Eigen Beheer (PEB) hebben hierdoor geld vastzitten in het eigen bedrijf: het zogenoemde «beklemd vermogen». DGA’s kunnen nu gebruikmaken van een regeling met een belastingkorting, om deze pensioenregeling af te kopen. Zo worden zij extra geprikkeld om te stoppen met PEB en op die manier beklemd eigen vermogen vrij te spelen. Door het PEB af te schaffen, worden bv’s meer solvabel, waardoor er meer ruimte voor dividenduitkeringen en investeringen ontstaat. Voor DGA's die de pensioenregeling niet afkopen, wordt een spaarvariant geïntroduceerd. Het afschaffen van PEB gaat gepaard met een aanzienlijke verlaging van de administratieve lasten voor DGA’s. Ook levert het een belangrijke vereenvoudiging voor de Belastingdienst op, waar op dit moment ongeveer 75 personen fulltime bezig zijn met het PEB.