Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2017
  • Begrotingsstaat
  • Download PDF

2. DE BELEIDSAGENDA 2017

Inleiding

De internationale veiligheidssituatie, zowel aan de zuid- als aan de oostgrenzen van Europa, baart zorgen. De gevolgen daarvan zijn tastbaar, ook voor de Nederlandse samenleving. Dreigingen en risico’s zijn diffuus en komen snel op. De weerbaarheid van Nederland heeft dan ook onze volle aandacht. Defensie speelt daarin een cruciale rol. De komende jaren richt zij zich op drie strategische opgaven (Kamerstuk 33 763, nr. 98):

  • 1.  Het waarborgen van de veiligheid van het eigen grondgebied en dat van de NAVO en de EU alsmede de veiligheid van onze samenleving;
  • 2.  Het bevorderen van internationale stabiliteit en het tegengaan van dreigingen in de ring rondom Europa en het Koninkrijk;
  • 3.  Het beschermen van de fysieke en digitale knooppuntfunctie van Nederland in de wereld, met inbegrip van de aan- en afvoerlijnen.

Voor het kabinet is de behoefte aan een krijgsmacht met een groot handelingsvermogen evident. Sinds 2014 heeft dit kabinet gefaseerd budget toegevoegd aan de defensiebegroting, oplopend tot structureel € 670 miljoen in 2021. In het kader van het meerjarig perspectief op de (verdere) versterking van de krijgsmacht worden in deze begroting opnieuw stappen voorwaarts gezet. Met een intensivering van € 300 miljoen brengt Defensie de basisgereedheid van de krijgsmacht op orde (voor € 197 miljoen) en wordt bijgedragen aan de Rijksbrede ruilvoetproblematiek (voor € 103 miljoen).

Met dit extra budget kunnen de komende jaren de resterende beperkingen in de basisgereedheid worden weggenomen. De materiële gereedheid, personele gereedheid en geoefendheid worden, met andere woorden, op peil gebracht. Hierbij geeft Defensie prioriteit aan eenheden die gereed moeten worden gesteld voor inzet, inclusief snelle reactiemachten. Wel zal het enige jaren duren voordat de effecten van het extra budget ook daadwerkelijk in volle omvang voelbaar zijn. Het spreekt voor zich dat het totale gereedstellingsproces mede afhankelijk is van inzet van eenheden, voldoende en adequate ondersteuning en ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Voor de gereedheid op lange termijn is tevens van belang dat benodigde vervangingsinvesteringen gerealiseerd kunnen worden.

In de eerste jaren is een deel van de intensivering gereserveerd voor de dubbele beheerlasten van IT. De intensivering komt in 2021 in volle omvang beschikbaar voor de versterking van de basisgereedheid.

Ten behoeve van de implementatie van de nieuwe Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Wiv) maakt het kabinet de komende jaren structureel € 20 miljoen vrij.

Meerjarig perspectief

De structurele versterking van de krijgsmacht vergt een stapsgewijze en meerjarige aanpak. Zoals het kabinet reeds eerder heeft gesteld (Kamerstuk 28 676 nr. 242) zijn – ook na het op orde brengen van de basisgereedheid – verdere vervolgstappen nodig, afhankelijk van de internationale veiligheidssituatie en de beschikbare financiële mogelijkheden.

Het gaat om de volgende stappen:

  • • 

    Instandhouding van de krijgsmacht op langere termijn

    Om ook in de toekomst snel, flexibel en toereikend te kunnen inspelen op veranderende veiligheidssituaties moet de krijgsmacht met het juiste materieel zijn uitgerust. De NAVO en de EU onderstrepen dat de vervanging, versterking en vernieuwing van wapensystemen cruciaal zijn. Op basis van de afspraken over financiële duurzaamheid, inclusief de levensduurbenadering, heeft Defensie het afgelopen jaar de (investerings-)kosten van de instandhouding en de noodzakelijke vervanging van de huidige wapensystemen in kaart gebracht. Zoals reeds in de begroting 2016 is vermeld, is de investeringsbehoefte voor de benodigde vernieuwingen, instandhoudingsprogramma’s en vervangingen de komende vijftien jaar groter dan het beschikbare budget. Uiteraard is een goed functionerende «voorzien in»-keten van groot belang;

  • • 

    Verbetering van de operationele (gevechts-)ondersteuning van de krijgsmacht

    De inzetbaarheid en het voortzettingsvermogen van de krijgsmacht worden in hoge mate bepaald door ondersteunende operationele eenheden. Zoals bekend, kampt Defensie met tekorten in dezen. Het gaat dan bijvoorbeeld om inlichtingen- en waarnemingsmiddelen (inclusief MALE UAV), vuursteun, genie, geneeskundige ondersteuning, (maritieme) bevoorrading en transport, Command&Control (C2)-support en tactisch/strategisch transport. Een beroep op internationale partners is in de praktijk zeer problematisch gebleken, omdat deze capaciteiten ook bij hen schaars zijn. De NAVO en de EU beklemtonen dan ook dat Nederland zoveel mogelijk zelf in deze operationele ondersteuning moet kunnen voorzien. Dit is van wezenlijk belang om sneller en beter op crises te kunnen reageren en het draagt bovendien bij aan de verdieping van de internationale samenwerking;

  • • 

    Uitbreiding van de slagkracht

    De krijgsmacht moet gelijktijdig, voor langere duur en in voldoende omvang kunnen deelnemen aan uiteenlopende activiteiten en operaties ter verdediging van het eigen grondgebied en dat van de NAVO en ter bevordering van de internationale rechtsorde. Als gevolg van het samengestelde «hybride» karakter van tegenwoordige en toekomstige dreigingen, moet ook rekening worden gehouden met een verhoogde inzet in het kader van de nationale bijstandstaken. Bij de uitbreiding van slagkracht kan worden gedacht aan aanvullende gevechtscapaciteiten en nieuwe capaciteiten in bijvoorbeeld het cyber- en informatiedomein.

In de begroting voor 2016 zijn de zorgen tot uitdrukking gebracht over de financiële gevolgen van de ontwikkeling van materieel- en munitieprijzen in verhouding tot de uitgekeerde prijsbijstelling en zo ook van het effect van valutakoerswisselingen. Beide hebben invloed op de betaalbaarheid van de krijgsmacht en op de stabiliteit van de planningsprocessen. Zoals bekend, zijn deze vraagstukken onder de aandacht gebracht van de Studiegroep Begrotingsruimte. Inmiddels is het CBS gevraagd onderzoek te doen naar mogelijk boveninflatoire prijsstijging en een defensiespecifieke prijsindex. Het kabinet heeft in 2016 eenmalig € 40 miljoen vrijgemaakt om een reservering voor valutaschommelingen binnen de defensiebegroting aan te leggen. Defensie vult deze reservering verder zelf aan. Wisselkoerstegenvallers worden vanuit deze reservering gedekt, wisselkoersmeevallers komen ten gunste van deze reservering.

De systematiek van deze reservering wordt aan de hand van voorgenoemde principes nader uitgewerkt.

Om knelpunten in de bedrijfsvoering te kunnen aanpakken, heeft Defensie verschillende initiatieven genomen. In 2017 wordt gericht gewerkt aan het verbeteren van de prestaties van de «voorzien-in»-keten, dat wil zeggen de keten die tijdig moet voorzien in de materieelbehoeften van Defensie en dus de realisatie van noodzakelijke investeringen. Ook de vernieuwing van de informatietechnologie (IT) wordt voortgezet. In 2017 wordt een belangrijke mijlpaal bereikt met het sluiten van een contract voor een nieuwe IT-infrastructuur, die de komende jaren stapsgewijs wordt verwezenlijkt. Het Enterprise Resource Planning (ERP) systeem, dat het materieellogistieke en financiële domein (ERP M&F) ondersteunt, wordt verder geoptimaliseerd. Voor de versterking van de materiële gereedheid zijn, en worden, belangrijke stappen gezet. Zo voert Defensie, in navolging op de reeds uitgevoerde analyses voor de PzH2000, het LCF en de Apache, ook in 2017 aanvullende instandhoudingsanalyses uit. Voorts werkt Defensie in 2017 gericht en voortvarend aan maatregelen om de ernstige onvolkomenheid, zoals geconstateerd door de Algemene Rekenkamer ten aanzien van de logistieke keten voor reserveonderdelen op te lossen. Daartoe zijn, als onderdeel van een plan van aanpak voor de verbetering van de materiële gereedheid, aanvullende maatregelen genomen. Er wordt versneld werk gemaakt van een verbeterde inrichting van en regie over de reserveonderdelenketen, de beschikbaarheid van reserveonderdelen die cruciaal zijn voor de inzetbaarheid wordt verbeterd en de leverbetrouwbaarheid van reserveonderdelen die vaak nodig zijn in het onderhoudsproces wordt verhoogd.

Prioriteiten 2017

Defensie stelt in 2017 de volgende vijf prioriteiten:

  • 1.  Versterken van de gereedheid van de krijgsmacht;
  • 2.  Vernieuwen van het operationele domein en de ondersteuning;
  • 3.  Verdiepen van de internationale samenwerking;
  • 4.  Verankeren van financiële duurzaamheid;
  • 5.  Investeren in goed werkgeverschap.

1. Versterken van de gereedheid van de krijgsmacht

Met de eerder genoemde intensivering brengt Defensie de basisgereedheid de komende jaren op orde. Zo kan binnen de budgettaire kaders de vulling van eenheden verder worden verbeterd en ontstaat er meer ruimte bij gevechtseenheden voor het uitvoeren van kerntaken. Door het verhogen van de materiële gereedheid kan de krijgsmacht voorts voldoen aan de aangescherpte eisen die de NAVO aan de bondgenoten stelt. De generieke geoefendheid wordt verder op peil gebracht, inclusief de geoefendheid voor grootschalig optreden op hogere geweldsniveaus. Om dit mogelijk te maken wordt er onder meer geïnvesteerd in brandstof, oefenmunitie, operationele IT, inlichtingencapaciteit en verbindingsmiddelen. Organieke eenheden worden ontlast door meer capaciteit aan te wenden voor initiële opleidingen, functieopleidingen en de opleiding «Veiligheid & Vakmanschap».

Om het gereedstellingsproces zo doelmatig en doeltreffend mogelijk in te richten wordt in 2016 een interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO) uitgevoerd. Hierbij is uiteraard aandacht voor een optimale aansluiting van de gereedstellingsactiviteiten op de inzetbaarheidsdoelstellingen.

Zoals gezegd, duurt het enige tijd voordat de effecten van voorgaande en deze intensiveringen daadwerkelijk in volle omvang voelbaar zijn. Met (o.a.) de toenemende beschikbaarheid van reservedelen worden de knelpunten in de materiële gereedheid geleidelijk opgeheven. Daarbij is het natuurlijk van belang dat de logistieke keten naar behoren functioneert. Ook in 2017 wordt dus voortvarend verder gewerkt aan de verbetering van de leveringsbetrouwbaarheid. In overeenstemming met de aanbevelingen uit het IBO Wapensystemen worden instandhoudingsanalyses uitgevoerd. Dit is een belangrijke voorwaarde om een structurele verbetering van de materiële gereedheid te bewerkstellingen. In overeenstemming met de aanbeveling van de AR stelt Defensie prioriteiten per wapensystemen en eenheden, gekoppeld aan de gereedstellingsopdracht die voortvloeit uit de inzetbaarheidsdoelstellingen. Zo kan met voorrang worden gewerkt aan de beschikbaarheid van materieel voor eenheden die zullen worden ingezet, onder meer als onderdeel van snelle reactiemachten of ten behoeve van inzet in het kader van crisisbeheersingsoperaties.

2. Vernieuwing van het operationele domein en ondersteuning

De onvoorspelbaarheid en ook de toegenomen complexiteit van de dreigingen vragen om een technologisch geavanceerde krijgsmacht die zich aan een veranderende omgeving kan aanpassen en blijft innoveren. Technologische ontwikkelingen brengen ingrijpende veranderingen in de wereld teweeg. Zeker in het informatiedomein gaan de ontwikkelingen snel en exponentieel. Defensie opereert bovendien niet alleen, maar is onderdeel van een complex bestuurlijk, maatschappelijk en internationaal netwerk.

De vernieuwing van het operationele domein en de ondersteuning richten zich ook de komende jaren op:

  • 1.  Het vergroten van kennis en het innovatieve vermogen van de krijgsmacht;
  • 2.  Het verder versterken van het (operationele) informatiedomein;
  • 3.  Het versterken van onze positie in het defensie- en veiligheidsnetwerk.

Kennis en het innovatieve vermogen

Moderne krijgsmachten streven steeds nadrukkelijker naar dominantie op het slagveld op basis van een technologisch overwicht. In een tijd waarin technologie steeds breder en gemakkelijker toegankelijk wordt, is het moeilijker deze dominantie te bewerkstelligen en te behouden. De krijgsmacht moet daarom blijven innoveren, ook om militairen maximale bescherming te bieden en burgerslachtoffers zo veel mogelijk te voorkomen.

De speerpunten van de nieuwe Strategische Kennis- en Innovatieagenda (SKIA) worden in 2017 geïmplementeerd. Het gaat daarbij om de gerichte versterking van kennisgebieden die voor Defensie van toenemend belang zijn, de versterking van de internationale samenwerking op het gebied van onderzoek en ontwikkeling en de versnelling van innovatie. Om innovatie hoog op de agenda te houden zal het in 2016 opgerichte innovatiecentrum FRONT (Future Relevant Operations with Next-generation Technology) een ondersteunende en aanjagende rol gaan spelen. In dat kader worden in 2017, samen met het bedrijfsleven, innovatieve proeftuinen opgezet. Innovaties buiten Defensie worden beoordeeld op hun toepasbaarheid binnen de krijgsmacht en nieuwe bottom-up initiatieven van de defensieonderdelen worden door FRONT ondersteund.

Informatiedomein

Het internet of things, kunstmatige intelligentie en (gebruik van) big data veranderen op drastische wijze de manier waarop wij werken en denken, ook bij Defensie. Militaire capaciteiten zijn bovendien in steeds hogere mate afhankelijk van computertechnologie en de aansluiting op internet, en daarmee kwetsbaar voor cyberaanvallen. Een voorwaarde voor effectief optreden is een ononderbroken en volledig beeld van de (operationele) situatie. Om dat te garanderen moet Defensie zowel defensief als offensief actief zijn in het cyberdomein en via deze weg ook inlichtingen kunnen vergaren.

In 2017 zullen verdere stappen worden gezet om de synergie te vergroten tussen de organisatieonderdelen die actief zijn in het informatiedomein. Het betreft onder meer het Defensie Cybercommando (DCC), het Joint Intelligence, Surveillance, Target Acquisition and Reconnaisance Commando (JISTARC), de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) en het Civiel Militair Interactiecommando (CMI Co). Tevens zal gewerkt worden aan het verbeteren van de informatie-uitwisseling binnen en tussen de domeinen land, zee en lucht.

Een genetwerkte organisatie betekent dat personen en entiteiten zoveel mogelijk met elkaar verbonden zijn. Een voorwaarde daarvoor is technologisch hoogwaardige IT als strategische enabler voor de krijgsmacht. De vernieuwing van de IT-infrastructuur van Defensie is een belangrijk en omvangrijk programma dat hierop is gericht.

In 2017 wordt de evaluatie van de Defensie cyberstrategie voltooid. De resultaten van deze evaluatie zullen de basis vormen de verdere opbouw van cybercapaciteiten en de inzet hiervan.

Defensie- en veiligheidsnetwerk

Defensie is onderdeel van een breed en gevarieerd bestuurlijk, maatschappelijk en internationaal netwerk. De kracht van Defensie wordt voor een deel bepaald door de vitaliteit van andere partijen in dit netwerk en door de kwaliteit van onze relatie met deze partijen. In reactie op de toegenomen samenhang tussen de interne en externe veiligheid, is de civiel-militaire samenwerking de afgelopen jaren in binnen- en buitenland op tal van manieren verdiept. Het belang hiervan blijft de komende jaren onveranderd groot. Defensie blijft zich dan ook inzetten voor de ondersteuning van civiele autoriteiten en voor de verdere verdieping van de samenwerking binnen het defensie- en veiligheidsnetwerk.

Begin 2017 zal Defensie weer een Future Force Conference organiseren die nadrukkelijk is gericht op de versterking van het defensie- en veiligheidsnetwerk. Verder wordt gewerkt aan cyber security, handelsbevordering en open innovatie. Defensie, TNO en het bedrijfsleven pakken dit gezamenlijk op. De samenwerking in dezen kan variëren van het leveren van diensten tot het optreden als klankbord en het uitwisselen van personeel. Daarnaast heeft Defensie de intentie om de samenwerking met de Ministeries van Buitenlandse Zaken en Veiligheid en Justitie (inclusief de Nationale Politie) verder te verdiepen. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan gezamenlijke activiteiten op het gebied van kennisopbouw en innovatie.

Investeringen

Om de krijgsmacht van het juiste materieel te voorzien, investeert Defensie in 2017 ruim anderhalf miljard euro.

Ten opzichte van de defensiebegroting 2016 zijn in het investeringsplan diverse projecten herschikt. De ramingen voor de projecten Multi Role Tanker Transport (MRTT) en Defensie Operationeel KledingSysteem (DOKS) alsmede de studie vervanging onderzeeboten sluiten nu beter aan op de verwachte realisatie. Andere projecten, waaronder de vervanging van individuele Chemisch, Biologisch, Radiologisch en Nucleaire (CBRN-) bescherming, de Multi Ship Multi Type (MSMT-)helikoptersimulator en de studie ter voorbereiding op de vervanging van de maritieme mijnenbestrijdingscapaciteit, zijn vertraagd om binnen de beschikbare financiële kaders te blijven.

Een overzicht van de wijzigingen is opgenomen bij artikel 6 Investeringen krijgsmacht. Daarnaast is informatie opgenomen in het Materieel Projecten Overzicht 2017.

In 2017 zal Defensie onder meer aan de volgende projecten werken:

  • •  Vervanging onderzeeboten. Voorbereiding (de B-fase) van vervanging van de onderzeebootcapaciteit, overeenkomstig de A-brief die de Tweede Kamer in juni 2016 heeft ontvangen (Kamerstuk 34 225, nr. 14).
  • •  LC-fregatten. Zoals gemeld in de tussentijdse brief over het project «Instandhoudingsprogramma LC-fregatten» van 21 juni jl. (Kamerstuk 27 830, nr. 174) zullen eind 2016 en voorjaar 2017 deelcontracten voor dit project worden gesloten, waarna de technische voorbereiding en de productieactiviteiten zullen beginnen.
  • •  Landing craft Utility (LCU). In 2017 zal het contract worden getekend voor het project Midlife Upgrade Landing Craft Utility (MLU LCU), waarna met het project wordt aangevangen.
  • •  Munitie. In het kader van de versterking van de basisgereedheid worden in 2017 de voorraden conventionele munitie verder aangevuld. De eerder gemelde aanvulling van diverse kapitale munitiesoorten wordt vanzelfsprekend voortgezet.
  • •  Multi Role Tanker Transport (MRTT). Op 28 juni jl. (Kamerstuk 27 830, nr. 183) bent u geïnformeerd over dit Europese samenwerkingsproject en de aanschaf van twee toestellen die in de behoefte aan vlieguren van Nederland en Luxemburg zullen voorzien. België, Duitsland, Noorwegen en Polen hebben interesse om in een later stadium eveneens toe te treden.
  • •  Defensie Operationeel KledingSysteem (DOKS). Een volledig assortiment van gevechtskleding, inclusief helm, is essentieel voor de individuele bescherming van militairen. Het project Defensie Operationeel KledingSysteem (DOKS) start in 2017. De aanschaf en invoering van de nieuwe helmen gebeurt vanaf 2018. Daarna volgt de kleding (2019–2022).
  • •  Operationele wielvoertuigen. Zoals gemeld in de brief van 3 juli 2015 (Kamerstuk 26 396, nr 105) zal de Kamer begin 2017 worden geïnformeerd over de resultaten van de D-fase. Er zullen twee D-brieven worden opgesteld: een voor de deelprojecten «Voertuig 50-100-150 kN» en «Containers» en een voor de deelprojecten «12 kN overig inclusief Voertuigwapenstation» en «12 kN Air Assault».
  • •  Chinook. In september 2015 is de BCD-brief over het project «Chinook vervanging en modernisering» aan de Kamer aangeboden. In 2017 neemt Defensie een besluit over de standaardisatie van de huidige zes CH-47F (Kamerstuk 27 830, nr. 177).
  • •  Verwerving F-35. Het F-35 Joint Program Office werkt aan een mogelijke meerjarige bestelling om de stuksprijs van de F-35 te verlagen. Over de voortgang en stappen daarin ontvangt de Kamer afzonderlijk informatie.

3. Verdiepen van de internationale samenwerking

Defensie blijft zich in 2017 inzetten voor versterking van de internationale samenwerking. Samenwerking kent belangrijke voordelen, maar het schept ook verplichtingen. Partners moeten op Nederland kunnen rekenen.

Op 1 januari 2017 starten België en Nederland met de integratie van de bewaking van het Benelux-luchtruim. De drie landen hebben hierover op 4 maart 2015 een verdrag gesloten. Nu hebben België en Nederland allebei nog twee jachtvliegtuigen permanent paraat voor de Quick Reaction Alert (QRA), maar vanaf 1 januari 2017 zullen zij elkaar om de vier maanden afwisselen. België vervult deze taak als eerste. De Benelux-landen zullen met Frankrijk een aanvullende overeenkomst sluiten over grensoverschrijdende samenwerking bij de luchtruimbewaking. Ook met Duitsland is een dergelijke overeenkomst in de maak.

De samenwerkingsovereenkomsten tussen Duitsland en Nederland worden verder geconcretiseerd. Het betreft de integratie van de Luchtmobiele Brigade in de Duitse Division Schnelle Kräfte, de integratie van de 43e Gemechaniseerde Brigade in de Duitse Eerste Pantserdivisie, het medegebruik door Duitsland van het Joint Support Ship Zr. Ms. Karel Doorman en de integratie van het Duitse Seebataillon in het Commando Zeestrijdkrachten.

De 13e Lichte Brigade in Oirschot zal intensief gaan samenwerken met vergelijkbare brigades in België en Frankrijk en het Korps Mariniers intensiveert de samenwerking met de Belgische Lichte Brigade.

NAVO

De NAVO past zich aan veranderende veiligheidssituatie aan. De NATO Response Force (NRF) is uitgebreid en de NAVO stelt hogere eisen aan de inzetbaarheid en de gereedheid van de bondgenootschappelijke strijdkrachten. Op de Top in Warschau is besloten dat voor een geloofwaardige afschrikking vanaf 2017 NAVO-strijdkrachten aanwezig zullen zijn in de Baltische staten en Polen. Ook Nederland draagt hieraan in 2017 bij. Tegelijkertijd blijft Nederland aandringen op een dialoog met Rusland.

Naast de collectieve verdedigingstaak hecht Nederland er belang aan dat de NAVO de andere kerntaken, te weten crisismanagement en coöperatieve veiligheid, kan blijven uitvoeren. Ook is versterking van ondersteuning van partnerlanden door de NAVO via het Defence Capacity Building (DCB) voor Nederland van belang. Voorts wil Nederland dat de NAVO met de inzet van de Standing NATO Maritime Group 2 (SNMG-2) een waardevolle bijdrage blijft leveren aan het beheersbaar houden van migratiestromen.

Om de complexe dreigingen op de flanken van het verdragsgebied het hoofd te bieden, is versterking van de samenwerking tussen de EU en de NAVO van belang. De gezamenlijke EU-NAVO verklaring die en marge van de Top in Warschau is aangenomen, vormt hiervoor een goede basis.

Defensiesamenwerking in EU-verband

De internationale geopolitieke en veiligheidssituatie vraagt om een steviger Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid (GVDB). Een krachtiger GVDB is in het belang van de EU, de NAVO én de individuele lidstaten. De nieuwe EU Global Strategy, die in juni 2016 is gepresenteerd, onderstreept dit. Tijdens het EU-voorzitterschap heeft Nederland met succes gepleit voor het operationaliseren van die nieuwe strategie. De uitwerking moet het ambitieniveau, de taken en de civiele en militaire capaciteiten beschrijven die de EU nodig heeft om zich als sterke mondiale speler te kunnen manifesteren.

Nederland vindt het voorts van belang dat EU-lidstaten meer openheid betrachten over voorgenomen veranderingen in hun nationale defensiebegroting en plannen voor capaciteitsontwikkeling, onder meer door een jaarlijkse gezamenlijke discussie hierover. Lidstaten kunnen elkaar dan onderling op hun verantwoordelijkheden aanspreken. Deze politieke impuls moet resulteren in meer ownership van de lidstaten met betrekking tot nut en noodzaak van Europese defensiesamenwerking. Ook deze voorstellen zijn tijdens het Nederlands EU-voorzitterschap in de nieuwe EU Global Strategy opgenomen. Door onze verregaande defensiesamenwerking met Duitsland, België, Luxemburg en andere partners, vervult Nederland op dit gebied onveranderd een voorbeeldfunctie.

Voor nauwe samenwerking op het gebied van capaciteitsontwikkeling zijn een goed functionerende defensiemarkt en -industrie uiteraard essentieel. Nederland dringt dan ook aan op de spoedige uitvoering van het Europees Defensieactieplan (voorzien voor eind 2016). Tevens stuurt Nederland aan op het voortvarend ter hand nemen van het EU-beleidskader voor de aanpak van hybride dreigingen. De EU zal hierover in de loop van 2017 een voortgangsrapportage publiceren. Voorts is Nederland van mening dat er op het gebied van CBSD (capaciteitsopbouw ter ondersteuning van veiligheid en ontwikkeling) en Security Sector Reform concrete stappen moeten worden gezet, in overeenstemming met het beleidskader dat in 2016 is gepresenteerd.

Migratie zal in 2017 onveranderd hoog op de politieke EU-agenda staan. Nederland blijft zich inzetten om de migratiestromen naar Europa met alle beschikbare instrumenten te controleren en te beheersen, inclusief eventuele GVDB-gerelateerde initiatieven. Ook blijft Nederland zich inzetten voor een intensieve samenwerking tussen de EU en de NAVO. Beide organisaties hebben elkaar hard nodig.

4. Verankeren van financiële duurzaamheid

Met financiële duurzaamheid streeft Defensie naar een realistisch evenwicht tussen doelstellingen, capaciteiten en middelen. In de afgelopen jaren zijn belangrijke stappen voorwaarts gezet op het terrein van financiële duurzaamheid:

  • •  De ramingssystematiek en het risicomanagement van investeringen zijn gestandaardiseerd. Het komende jaar staat in het teken van het toepassen van deze nieuwe standaarden.
  • •  Voor de eerste drie wapensystemen is een informatieanalysetraject afgerond waarmee inzichtelijk is gemaakt welke knelpunten moeten worden opgelost om structureel inzicht in de gerealiseerde kosten per wapensysteem in de administratie mogelijk te maken. Ook in 2017 wordt hieraan voortvarend verder gewerkt, waarmee inzicht ontstaat in de totale uitgaven per wapensysteem gedurende de gehele levenscyclus («life cycle costing»).
  • • 

    Aan het CBS is gevraagd de mogelijkheden voor een defensiespecifieke prijsindex te onderzoeken. Een vergelijkbare index in het Verenigd Koninkrijk kan daarbij als voorbeeld dienen. Als het onderzoek van het CBS voldoende aanknopingspunten biedt, zal in 2017, in samenspraak met het Ministerie van Financiën, de uitwerking van een defensiespecifieke prijsindex volgen.

    Valutaschommelingen hebben invloed op de betaalbaarheid van de krijgsmacht en de stabiliteit van de planningsprocessen en daarmee op het behalen van de doelstellingen op het terrein van de financiële duurzaamheid. Het kabinet heeft in 2016 eenmalig € 40 miljoen vrijgemaakt om een reservering voor valutaschommelingen binnen de defensiebegroting aan te leggen. Defensie vult deze reservering verder zelf aan. Wisselkoerstegenvallers worden vanuit deze reservering gedekt, wisselkoersmeevallers komen ten gunste van deze reservering.

    De systematiek van deze reservering wordt aan de hand van voorgenoemde principes nader uitgewerkt.

Financiële duurzaamheid heeft de volledige aandacht van de Defensieorganisatie. Problemen zijn onderkend en verbeteringen zijn ingezet. Periodiek wordt de financiële duurzaamheid van Defensie besproken met de Algemene Rekenkamer, de Audit Dienst Rijk en het Ministerie van Financiën. Gezamenlijk leeft het besef dat het verankeren van financiële duurzaamheid een groeitraject is dat tijd vergt.

Financiële duurzaamheid richt zich niet alleen op de uitgaven, maar ook op het verkrijgen van inzicht in kosten. Daarbij vindt de komende jaren een ontwikkeling plaats naar:

  • •  een toekomstbestendige sturing op de bedrijfsvoering, waarbij het realiseren van de inzetbaarheids- en gereedheidsdoelstellingen binnen de beschikbaar gestelde middelen voorop staat;
  • •  een robuuste duurzame (meerjarige) begroting gebaseerd op de inzetbaarheids- en gereedheidsdoelstellingen. Daarbij dient sprake te zijn van solide ramingen en een optimale samenhang tussen investeringen en exploitatie.
  • •  een ERP-systeem dat inzicht biedt in zowel instandhoudingsuitgaven als de daaraan ten grondslag liggende exploitatiekosten en genormeerde gebruiks- en verbruikscijfers per wapensysteem.

5. Investeren in goed werkgeverschap

De kerntaken van Defensie vergen veel van het personeel. Het is dan ook van belang dat Defensie een aantrekkelijke werkgever blijft door voldoende en geschikt personeel aan zich te binden en te motiveren en de verdere ontwikkeling van personeel te ondersteunen.

Defensie streeft naar een nieuwe arbeidsvoorwaardenovereenkomst. Afspraken over een aangepaste diensteinderegeling voor militair personeel en aanpassingen in het flexibel personeelssysteem, waaronder het versterken van employability, maken hier deel van uit. Ook spreken Defensie en de centrales verder over aanpassingen in het pensioenstelsel voor militairen.

Op basis van een plan van aanpak, dat naar verwachting eind 2016 naar de Kamer zal worden gestuurd, wordt het reservistenbeleid verder vormgegeven. Daarmee wordt de beoogde intensivering van het beleid, en dus de verdere integratie van de reservist in de defensieorganisatie, voor de komende jaren concreet gemaakt.

Voorts wordt de mobiliteit van burgerpersoneel vergroot door het aanstellen van loopbaanbegeleiders, re-employment en het creëren van werkervaringsplaatsen.

Ook in 2017 zijn de inspanningen gericht op de werving van schaars, in het bijzonder technisch, personeel. Dit gebeurt met behulp van gerichte arbeidsmarktcampagnes. Verder worden specifieke wervingsactiviteiten ingezet, waaronder Tech Talent events, leerovereenkomsten en stages.

Behoud van welzijn en gezondheid is cruciaal om inzetbaar te zijn en te blijven. Daarom wordt het re-integratiebeleid geactualiseerd en worden er, met het programma Duurzaam Inzetbaar Defensie, concrete maatregelen genomen die toezien op de fysieke, mentale en sociale inzetbaarheid van het defensiepersoneel. Het stimuleren van gezonde voeding en het monitoren van vorming en ontwikkeling maken hier deel van uit.

Tevens neemt Defensie maatregelen om de duurzame geschiktheid van het defensiepersoneel voor functies binnen en buiten Defensie te verhogen. Het Sectorplan Politie en Defensie, dat voorziet in mobiliteitsopleidingen voor ongeveer 3.200 medewerkers en de civiele certificering van militaire vakopleidingen, is in 2017 gereed. Ook intensiveert Defensie de samenwerking met civiele onderwijsinstellingen (ROC, HBO). Naast opleidingen gericht op de instroom van nieuw personeel (de opleidingen Veiligheid en Vakmanschap) komen er opleidingen gericht op de door- en uitstroom van zittend personeel.

Defensie draagt een bijzondere verantwoordelijkheid voor veteranen en voor (voormalig) personeel met werkgerelateerde gezondheidsklachten. Eind 2016 wordt het veteranenbeleid geëvalueerd en eventuele hieruit volgende verbeterpunten worden in 2017 opgepakt.

Voorziene inzet van de Krijgsmacht in 2017

Op de NAVO-top in Warschau is besloten tot een vooruitgeschoven NAVO-aanwezigheid in de Baltische Staten en Polen. Deze aanwezigheid geeft verder invulling aan de bondgenootschappelijke solidariteit. In dit kader treft Nederland voorbereidingen om in 2017 een eenheid van compagniesgrootte aan de door Duitsland geleide battlegroup in Litouwen te leveren.

In 2017 stelt Nederland ook eenheden beschikbaar aan de NATO Response Force (NRF). Nederland levert een raiding squadron mariniers met gevechtssteun en logistieke ondersteuning (een eenheid van compagniegrootte) aan de door het Verenigd Koninkrijk geleide Very High Readiness Joint Task Force (VJTF). Tevens levert Nederland een bijdrage aan de Standing Naval Forces (SNF). Twee mijnenjagers maken elk voor een periode van drie tot vier maanden deel uit van de staande mijnenjagersverbanden van de NAVO. Verder levert Nederland een fregat, voor twee perioden van drie maanden, waarvan de eerste periode met een NH-90 helikopter. In de tweede helft van het jaar is voorts een onderzeeboot op afroep beschikbaar voor de SNF. Daarnaast levert Nederland in 2017 vier F-16’s voor Baltic Air Policing. Tot slot stelt Nederland samen met Duitsland het hoofdkwartier van het Eerste Duits-Nederlandse Legerkorps als Joint Task Force Headquarters beschikbaar aan de NAVO. Dit hoofdkwartier zal van juli 2017 tot juli 2018 gereedstaan om deze rol te vervullen.

België heeft met ingang van juli 2016 en voor de duur van een jaar de inzet van F-16’s in de Strijd tegen ISIS van Nederland overgenomen. Nederland verzorgt op zijn beurt de force protection van het Belgische detachement. Nederland zal blijven bijdragen aan de strijd tegen ISIS. Dat gebeurt onder andere door militaire steun en training aan de Iraakse strijdkrachten, inclusief de Peshmerga.

Over de verlenging van de Nederlandse trainingsmissie in Irak en over de deelname aan de EU maritieme operatie Sophia voor de kust van Libië, heeft de Kamer inmiddels een artikel 100-brief ontvangen. Voorts is het kabinet voornemens op korte termijn besluiten te nemen over de verlenging van de Nederlandse bijdrage aan de VN-missie in Mali, MINUSMA, en de voorzetting van de bijdrage aan de NAVO-missie Resolute Support in Afghanistan..

Over een verlenging van de Nederlandse bijdrage aan de EU-operatie Atalanta, tegen piraterij in de Hoorn van Afrika, moet nog worden besloten. Defensie blijft Vessel Protection Detachments (VPD’s) inzetten ter bescherming van de koopvaardij.

In 2017 wordt een aantal kleine bijdragen aan missies in Afrika en het Midden-Oosten voortgezet. Zo is de bijdrage aan de United Nations Mission in the Republic of South Sudan (UNMISS) verlengd tot maart 2017. De Nederlandse bijdrage aan EUTM Mali is verlengd tot mei 2018. In artikel 1 (Inzet) is een overzicht van de (kleine) bijdragen aan missies opgenomen.

Ook in 2017 draagt Defensie vanzelfsprekend bij aan de nationale veiligheid onder civiel gezag. Zo voert de Marechaussee nationale politietaken uit en beveiligt de Luchtmacht het Nederlandse luchtruim met jachtvliegtuigen. Ook levert Defensie, in de vorm van militaire bijstand en steunverlening, ondersteuning aan de civiele autoriteiten, zowel in Nederland als in het Caribisch deel van het Koninkrijk.

Inzetbaarheidsdoelstellingen Defensie

Vanaf 2017 is de krijgsmacht inzetbaar voor:

  • 1.  De verdediging van het eigen en het bondgenootschappelijke grondgebied, inclusief de Caribische delen van het Koninkrijk, zo nodig met alle beschikbare middelen. Deze taak wordt in bondgenootschappelijk verband uitgevoerd. In dat kader kan ook de NAVO een beroep doen op Nederland.
  • 2.  De deelname aan operaties wereldwijd ter bevordering van de internationale stabiliteit en rechtsorde, voor noodhulp bij rampen en humanitaire crises en voor de bescherming van de belangen van het Koninkrijk. Deze operaties worden meestal in internationaal verband uitgevoerd, waarbij bijdragen van verschillende partners in samengestelde eenheden worden geïntegreerd. In dat kader kan de krijgsmacht de volgende bijdragen leveren:
    • •  Op land: Eenmalig een samengestelde taakgroep van brigadeomvang of langdurig een samengestelde taakgroep van bataljonsomvang. Naast de langdurige inzet van een bataljonstaakgroep kunnen gedurende kortere tijd een tweede bataljonstaakgroep en langere tijd kleinere bijdragen worden ingezet (inclusief de presentie in het Caribisch gebied).
    • •  Op en vanaf zee: Eenmalig een maritieme taakgroep van vijf schepen of langdurig twee schepen afzonderlijk, waarbij vloot en mariniers geïntegreerd optreden.
    • •  In de lucht: Tot de vervanging van de F-16 – voorzien in 2023 – eenmalig een groep van acht jachtvliegtuigen of langdurig een groep van vier jachtvliegtuigen. Na de vervanging van de F-16 – voorzien in 2023 – eenmalig of langdurig een groep van vier jachtvliegtuigen. Helikopters ondersteunen het optreden op land en zee.
    • •  Speciale operaties: Langdurige deelname van compagniesomvang aan een joint taakgroep Special Forces.
    • •  Cyberoperaties: Defensieve en offensieve cybertaken evenals inlichtingenvergaring.
    • •  Nichecapaciteiten (naast Special Forces en offensieve cybercapaciteit): Onderzeeboten, het Duits-Nederlandse Legerkorpshoofdkwartier, Luchttransport, Air-to-Air Refuelling, Patriots en het Civil-Military Interaction commando.

Al deze vormen van inzet zijn inclusief ondersteunende eenheden, zowel de gevechtsondersteuning (combat support) als de logistieke ondersteuning (combat service support). Vooral voor logistieke ondersteuning kan een beroep worden gedaan op internationale partners. Andersom is de ondersteuning van internationale partners door onze krijgsmacht eveneens mogelijk. De inzet van afzonderlijke modules van ondersteunende capaciteiten is ook een optie.

  • 3.  Het bijdragen aan de nationale veiligheid onder civiel gezag. In dat kader levert de krijgsmacht de in wettelijke en interdepartementale afspraken vastgelegde bijdragen. Het gaat hierbij om:
    • •  De uitvoering van structurele nationale taken zoals de politietaken van de Koninklijke Marechaussee, de beveiliging van het Nederlandse luchtruim met jachtvliegtuigen, de coördinatie van en de bijdrage aan de Kustwacht Nederland evenals de hydrografische taak;
    • •  Het samen met veiligheidspartners kunnen optreden tegen digitale bedreigingen en aanvallen (cybercapaciteit);
    • •  Militaire bijstand en steunverlening bij handhaving van de rechtsorde, de openbare orde en veiligheid, in het bijzonder met de in de catalogus Intensivering Civiel-Militaire Samenwerking (ICMS) gegarandeerde capaciteiten;
    • •  Militaire bijstand bij de bestrijding van terrorisme, rampen en crises – zo nodig met alle op dat moment beschikbare eenheden.
  • 4.  Een permanente militaire presentie in het Caribisch gebied, zowel voor de verdedigingstaak (zie doelstelling 1) als voor de ondersteuning van lokale en regionale civiele autoriteiten (zie doelstelling 3, in het bijzonder de ondersteuning van de Kustwacht, de regionale drugsbestrijding, de politietaken van de Marechaussee en het beteugelen van woelingen). De permanente presentie bestaat uit een vaste compagnie van het CZSK en een roulerende compagnie van het CLAS, een bootpeloton, een groot bovenwaterschip, een ondersteuningsschip en een brigade Marechaussee. Als de situatie dit vereist, kan de militaire presentie in het Caribisch gebied worden vergroot. Dit zal dan wel ten koste gaan van de overige inzetmogelijkheden.

Financiële gevolgen

In onderstaande tabel staan de mutaties ten opzichte van de vastgestelde begroting 2016 (in bijlage 4.1 verdiepingshoofdstuk is dit nader uitgewerkt).

TOTAAL DEFENSIE (bedragen x € 1 miljoen)
   

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Standen ontwerpbegroting 2016

7.815,8

8.233,9

8.415,9

8.433,6

8.449,3

8.394,9

8.326,5

                 

Mutaties 1e suppletoire begroting 2016

 

57,8

4,3

143,3

212,0

368,5

221,8

                 

Stand voorjaarsnota 2016

7.815,8

8.291,8

8.420,2

8.576,9

8.661,3

8.763,3

8.548,3

                 

Belangrijkste mutaties

             

1.

Bijdrage ruilvoet HGIS

 

0,0

– 2,6

– 2,6

– 2,6

– 2,6

– 2,6

2.

Interdepartementale Budgetoverhevelingen

 

6,7

4,5

13,7

13,3

5,5

3,7

3.

Doorwerking Ontvangsten huur Nationaal Militair Museum

 

0,0

8,3

8,3

8,3

8,3

8,3

4.

Doorwerking verkoopopbrengsten

 

0,0

29,1

– 10,4

4,0

– 106,0

– 27,5

5.

Doorwerking overige ontvangsten

 

– 4,7

3,4

1,1

– 0,8

– 1,0

– 1,0

6.

Versterken basisgereedheid

 

0,0

197,0

197,0

197,0

197,0

197,0

 

Waarvan personele gereedheid

 

0,0

45,9

51,0

51,6

52,3

54,2

 

Waarvan materiële gereedheid

 

0,0

75,9

72,6

68,8

69,0

77,7

 

Waarvan geoefendheid

 

0,0

46,3

46,5

49,2

49,9

54,7

 

Waarvan faciliteren operationele gereedheid

 

0,0

7,9

8,0

10,4

10,9

10,4

 

Waarvan dubbele beheerlasten IT

 

0,0

21,0

19,0

17,0

15,0

0,0

7.

Vervallen oude lening ABP

 

– 10,7

– 11,0

– 11,1

– 11,0

– 10,6

– 9,9

8.

Raming nieuwe lening ABP

 

43,6

37,5

26,9

10,2

2,5

0,0

9.

Reservering valutaschommelingen

 

40,0

         
                 
 

Standen ontwerpbegroting 2017

7.815,8

8.366,6

8.686,2

8.799,7

8.879,7

8.856,4

8.716,2

1. Bijdrage ruilvoet HGIS

Om te blijven voldoen aan de Europese begrotingsregels is het kabinet genoodzaakt een taakstelling door te voeren in verband met het ruilvoetverlies. De taakstelling is ook neergeslagen op de HGIS-uitgaven. Dit betreft voor Defensie voor de jaren 2017 en verder een taakstelling van structureel € 2,6 miljoen op de HGIS-uitgaven. Dit zal ten laste worden gebracht van de voorziening van het BIV-budget op artikel 1.

2. Interdepartementale budgetoverhevelingen

Dit betreft onder andere de bijdragen voor de kustwacht door de Ministeries van I&M en EZ (voor de periode 2016 tot en met 2018). De mutaties voor de kustwacht zijn verwerkt op artikel 6 Investeringen in nieuw materieel (de bandbreedteprojecten van het CZSK). Verder is sprake van een bijdrage van het Ministerie van EZ voor de oprichting van het motorenonderhoudsfaciliteit F-135 op het Logistiek Centrum Woensdrecht (LCW), ook deze is verwerkt op artikel 6 Investeringen. Vanuit artikel 9 wordt budget overgeheveld naar het Ministerie van OCW voor de bijdrage aan het sociale beleidskader voor de defensiescholen.

3. Doorwerking ontvangsten (huur Nationaal Militair Museum).

Met de oplevering van de nieuwe locatie te Soesterberg is Defensie eigenaar van het gebouw waarin het Nationaal Militair Museum is gehuisvest. Defensie verhuurt dit aan de Stichting Defensie Musea. Defensie betaalt een maandelijkse gebruiksvergoeding aan het consortium dat verantwoordelijk is voor de nieuwbouw en het beheer van de locatie. Sinds 2016 gebeurt dit door het CDC. Voor de begroting van CDC betekent dit dat zowel de ontvangsten (huur) als de uitgaven (gebruiksvergoeding) stijgen.

4. Doorwerking verkoopopbrengsten

Met het harmoniseren van het investeringsplan zijn ook te verwachten verkoopopbrengsten van de roerende en onroerende goederen bijgesteld. Deze bijstelling in de ontvangsten werken ook door op het uitgavenkader.

5. Doorwerking overige ontvangsten

Dit betreft de ontvangsten van IT medische investeringen en de ontvangsten van de Stichting Ziektekosten Verzekering Krijgsmacht als bijdrage voor de infrastructurele aanpassingen van het Centraal Militair hospitaal.

6. Versterken basisgereedheid

Met dit extra budget kunnen de komende jaren de resterende beperkingen in de basisgereedheid worden weggenomen. De materiële gereedheid, personele gereedheid en geoefendheid worden, met andere woorden, op peil gebracht. Defensie geeft prioriteit aan eenheden die gereed moeten worden gesteld voor inzet, inclusief snelle reactiemachten. In de eerste jaren is een deel van de intensivering gereserveerd voor modernisering IT. De intensivering komt in 2021 in volle omvang beschikbaar voor de versterking van de basisgereedheid.

Waarvan personele gereedheid

Er wordt toegewerkt aan herstel van balans tussen personeelsbudget en formatieplan. Binnen de budgettaire kaders kan de vulling van eenheden verder worden verbeterd. Hierdoor ontstaat er bij gevechtseenheden meer ruimte voor het uitvoeren van kerntaken.

Waarvan materiële gereedheid

Door het verhogen van de materiële gereedheid kan de krijgsmacht voldoen aan de aangescherpte eisen die de NAVO aan de bondgenootschappelijke strijdkrachten stelt.

Waarvan geoefendheid

De generieke geoefendheid wordt verder op peil gebracht, ook met betrekking tot grootschalig optreden op hogere geweldsniveaus. Om dit mogelijk te maken wordt er geïnvesteerd in onder meer brandstof, oefenmunitie, operationele IT en verbindingsmiddelen. Door meer capaciteit aan te wenden voor initiële opleidingen, functieopleidingen en de opleiding «Veiligheid & Vakmanschap», kunnen organieke eenheden worden ontlast.

Waarvan faciliteren operationele gereedheid

Ter ondersteuning van het op orde brengen van de basisgereedheid worden enkele diensten versterkt die ondersteunend zijn aan die basisgereedheid. Dit betreft met name de directe ondersteuning vanuit het CDC aan de operationeel commando’s.

Waarvan dubbele beheerlasten IT

De voorziening is bedoeld voor de extra kosten gedurende de transitieperiode naar de nieuwe IT, zoals dubbele beheerlasten, transitie- en migratiekosten.

7. en 8. Lening ABP

Defensie is met het ABP een lening overeengekomen voor het op kapitaaldekking brengen van de militaire ouderdomspensioenen. De ramingen voor opname en aflossing van de lening zijn aangepast naar de actuele cijfers.

9. Reservering valutaschommelingen

Het kabinet heeft in 2016 eenmalig € 40 miljoen vrijgemaakt om een reservering voor valutaschommelingen binnen de defensiebegroting aan te leggen.

Overzicht niet-verplichte uitgaven en bestemmingen (bedragen x € 1.000) Ministerie van Defensie

Art. Nr.

Naam artikel

Uitgaven Budget

Juridisch

verplicht

Niet-juridisch

verplichte uitgaven

Bestemming van de niet-juridisch verplichte uitgaven

1

Inzet

325.793

24.544

301.249

Waarvan € 11,6 mln. aan contributies, € 15,1 mln. voor overige operaties en kleine missies, € 20,3 voor inzet VPD's, € 40 mln. voor veiligheidssectorhervormingen en vredesopbouw (BZ/BH&OS), € 20 mln. voor beveiliging van ambassades en diplomaten (BZ/BH&OS), € 59,5 mln. voor ondersteunende activiteiten en training voor Defensie. Het overige betreft de voorziening HGIS voor het aangaan van nieuwe missies en verlengen van bestaande missies

   

8%

92%

2

Taakuitvoering zeestrijdkrachten

721.477

563.072

158.405

Het niet-juridisch verplichte deel van de uitgaven is bestemd voor gereedstelling (het inhuren van oefen- en schietterreinen, de bijdrage door de Rijksrederij) instandhouding van de zeesystemen en overige personele en materiele exploitatie.

   

78%

22%

3

Taakuitvoering landstrijdkrachten

1.251.341

974.209

277.132

Het niet-juridisch verplichte deel van de uitgaven is bestemd voor gereedstelling (het inhuren van oefen- en schietterreinen, operationele zaken), instandhouding van de landsystemen en overige personele en materiele exploitatie

   

78%

22%

4

Taakuitvoering luchtstrijdkrachten

681.678

585.409

96.269

Het niet-juridisch verplichte deel van de uitgaven is bestemd voor gereedstelling (het inhuren van oefen- en schietterreinen, operationele zaken), instandhouding van de luchtsystemen en overige personele en materiele exploitatie.

   

86%

14%

5

Taakuitvoering marechaussee

338.752

312.037

26.715

Het niet-juridisch verplichte deel van de uitgaven is bestemd voor de overige personele en materiele exploitatie voor alle districten van de KMar.

   

92%

8%

6

Investeringen krijgsmacht

1.640.538

1.111.740

528.798

Het niet-juridisch verplichte deel van de uitgaven is bestemd voor investeringen nieuw materieel (waaronder kleine (bandbreed)projecten), JSF, NH-90, brugleggende tank, instandhouding LCF, Chinook, reservedelen apache, mobiele energievoorziening, aanpassingen aan infrastructuur, ICT-projecten en wetenschappelijk onderzoek.

   

68%

32%

7

Ondersteuning krijgsmacht door Defensie Materieel Organisatie

830.335

374.099

456.236

Het niet-juridisch verplichte deel van de uitgaven is bestemd voor brandstof, munitie, communicatie verbindingen, Kleding en uitrusting en informatievoorziening.

   

45%

55%

8

Ondersteuning krijgsmacht door Commando DienstenCentra

1.162.083

516.242

645.841

Het niet-juridisch verplichte deel van de uitgaven is bestemd voor transport (€ 55 mln); gebruik en onderhouden van infrastructuur (€ 252 mln), exploitatie PPS Kromhout (€ 53 mln) en de overige personele en materiele exploitatie (opleidingen, werving en selectie, schadevergoedingen, ondersteuning personeel op buitenlandse posten, sociaal beleidskader).

   

44%

56%

 

Totaal niet verplichte uitgaven

   

2.490.645

 

Overzicht beleidsdoorlichtingen

Op verzoek van de Tweede Kamer is de defensiebegroting ingericht naar organisatieonderdelen in plaats van beleidsartikelen. Beleidsartikelen zijn normaal gesproken het aanknopingspunt voor beleidsdoorlichtingen. Beleid heeft bij Defensie vaak betrekking op meer organisatieonderdelen. Een beleidsdoorlichting van een beleidsthema kan derhalve onderdelen van verschillende begrotingsartikelen bevatten. Zo worden per beleidsdoorlichting alle gerelateerde defensie-uitgaven verantwoord. De programmering van de beleidsdoorlichtingen is ondanks de afwijkende ordening van de begroting – conform de Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek – dekkend. Dat wil zeggen dat beleidsdoorlichtingen voor alle beleidsthema’s binnen de gestelde termijn van zeven jaar zijn gepland.

In elke beleidsdoorlichting wordt aandacht besteed aan de behaalde (maatschappelijke) effecten. De verantwoording over verrichte activiteiten en geleverde prestaties staat centraal. Indien hierbij de causale relatie tussen de defensie-inzet en de beoogde effecten niet kan worden aangetoond, wordt ingegaan op de plausibiliteit. Ten slotte wordt in de beleidsdoorlichting op meer jaren teruggekeken, waarbij periodieke en tussentijdse evaluaties als bouwstenen kunnen worden gebruikt.

Beleidsdoorlichtingen

Planning

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Geheel

artikel

Artikel / Operationele doelstelling

             
               

Artikel 1; Inzet

             

Budget Internationale Veiligheid

X

           
               

Artikel 2; CZSK

             

Wijziging samenstelling Koninklijke Marine (2005)

X

           
               

Artikel 3; CLAS

             

Nationale veiligheid: samenwerking met civiele partners

 

X

         

Omvorming 13 gemechaniseerde brigade

     

X

     
               

Artikel 4; CLSK

             

Vorming joint Defensie Helikopter Commando

   

X

       
               

Artikel 5; KMar

             

Informatiegestuurd optreden (IGO)

         

x

 
               

Artikel 6; Investeringen krijgsmacht

             

IBO Wapensystemen 2015, incl. professionalisering inkoop

       

X

   
               

Artikel 7; Ondersteuning krijgsmacht door DMO

             

IBO Wapensystemen 2015, incl. professionalisering inkoop

       

X

   
               

Artikel 8; Ondersteuning krijgsmacht door CDC

             

V = afgehandeld

X= in uitvoering of in planning

Ten opzichte van de begroting 2016 is de programmering op twee punten gewijzigd. De beleidsdoorlichting «Wijziging samenstelling Koninklijke Marine (2005)» wordt in 2016 voltooid. Daarnaast is de beleidsdoorlichting «Informatiegestuurd optreden (IGO)» in 2021 toegevoegd.

Garanties en achterborgstellingen

Defensie heeft sinds 2003 een overeenkomst met de Vereniging Verbond van Verzekeraars over de verzekerbaarheid van defensiepersoneel in het bijzonder voor personeel dat deelneemt aan vredes- en humanitaire operaties. De overeenkomst regelt de verhouding tussen het Ministerie van Defensie en de Vereniging. Het doel hiervan is het wegnemen van belemmeringen die defensieambtenaren in het maatschappelijk verkeer ondervinden door uitsluitingsclausules bij levensverzekeringen die zijn gekoppeld aan de financiering van een woning.

Bij het sluiten van levensverzekeringen en de vaststelling van de hoogte van de premie is geen rekening gehouden met het verhoogde risico op overlijden in geval van deelname aan militaire missies. Zodra defensiepersoneel met een dergelijke levensverzekering bij een bij de Vereniging aangesloten verzekeraar tijdens deelname aan vredes- en humanitaire missies komt te overlijden, zal binnen de kaders van de overeenkomst – ondanks een eventuele molestclausule – tot uitkering worden overgegaan. Dit is van toepassing als de aan de woningfinanciering gekoppelde levensverzekering kleiner is dan € 400.000 per situatie. Defensie vergoedt de verzekeraar de helft, zodra die tot uitkering overgaat.

Er wordt een nulraming gehanteerd. De overeenkomst is potentieel van toepassing op een kleine groep, waarvan de omvang vooraf niet te bepalen is. Er wordt geen aanvullende premie gevraagd aan de uitgezonden defensieambtenaren, er bestaat geen begrotingsreserve. Mocht een beroep worden gedaan op de regeling, dan komt dit ten laste van de defensiebegroting.

De duur van de overeenkomst is vijf jaar met een stilzwijgende verlenging voor onbepaalde tijd met een opzegtermijn van een jaar. De regeling wordt periodiek geëvalueerd. De overeenkomst kent geen plafondwaarde.

Artikel

(Bedragen x

€ 1.000)

Omschrijving

Uitstaande garantie 2016

Geraamd te verlenen 2017

Geraamd te vervallen 2017

Uitstaande garanties 2017

Garantieplafond 2017

Geraamd te verlenen 2018

Geraamd te vervallen 2018

Uitstaande garanties 2018

Garantie plafond 2018

Totaal plafond

Artikel 8 – Ondersteuning krijgsmacht door Commando DienstenCentra

Garantie overeenkomst vredes- en humanitaire operaties

0

0

0

0

0

0

0

0

0

n.v.t.