Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Bijlage 7: Fiscale regelingen

Sinds 2002 wordt budgettaire informatie over fiscale regelingen opgenomen in de Miljoenennota en het Financieel Jaarverslag van het Rijk. In de Miljoenennota worden ook onder andere het beleidsverantwoordelijk departement en de afgeronde en geplande evaluaties vermeld. Meer beleidsmatige informatie over fiscale regelingen wordt opgenomen in de begrotingen en jaarverslagen van de verschillende vakdepartementen.

In het Financieel Jaarverslag wordt alleen het budgettaire belang gegeven van de fiscale regelingen waarvan op dat moment voorlopige realisatiegegevens over 2017 beschikbaar zijn. Dit betreft de afdrachtverminderingen in de loonbelasting voor zeevaart en speur- en ontwikkelingswerk (WBSO) en de investeringsfaciliteiten in de inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting waarvoor een aanmeldingsverplichting geldt, namelijk de energie-investeringsaftrek (EIA), milieu-investeringsaftrek (MIA) en willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil). De voorlopige realisaties van deze regelingen worden hier vermeld. Definitieve realisaties worden pas in de loop van 2018 bekend en worden opgenomen in Miljoenennota 2019. Voor de overige fiscale regelingen zal in Miljoenennota 2019 een geactualiseerde raming voor 2017 worden opgenomen, op basis van de meest recente gegevens op dat moment.

De investeringsregelingen en de afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk zijn gebudgetteerde regelingen met een systematiek van meerjarige budgetegalisatie.

7.1 Afdrachtverminderingen in de loonbelasting

Tabel 7.1.1 laat de voorlopige (geschatte) realisaties van de betreffende afdrachtverminderingen over 2017 zien. De realisaties zijn gebaseerd op geaggregeerde informatie vanuit de loonaangiften.

Tabel 7.1.1 Gegevens afdrachtverminderingen over 2017 (stand april 2018 in miljoenen euro)

Afdrachtvermindering

Raming 2017 (MN 2018)

Voorlopige realisatie 2017

Speur- en ontwikkelingswerk (WBSO)

1.205

1.186

Zeevaart

111

107

Het totale beschikbare budget voor de afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk voor het jaar 2017 bedroeg € 1.205 miljoen. De voorlopige, geschatte realisatie is € 1.186 miljoen. Met deze realisatie is er een lichte onderuitputting van € 19 miljoen, die conform de geldende systematiek in 2019 aan het budget wordt toegevoegd. Deze onderuitputting is mede het gevolg van een lichte afname van het aantal ondernemers dat gebruik heeft gemaakt van de WBSO in 2017 en een lichte afname van de uitgaven die via de WBSO worden ondersteund.

De afdrachtvermindering zeevaart is geen gebudgetteerde regeling. De voorlopige realisatie voor 2017 ligt niet ver af van de raming in Miljoenennota 2018.

7.2 Investeringsfaciliteiten

Tabel 7.2.1 bevat voorlopige realisatiegegevens over het jaar 2017 voor de investeringsfaciliteiten waarvoor een aanmeldingsverplichting geldt.

Tabel 7.2.1 Gegevens investeringsfaciliteiten over 2017 (stand april 2018 in miljoenen euro)

Regeling

Budget 2017 (MN 2018)

Voorlopige realisatie 2017

Energie-investeringsaftrek (EIA)

164

135

Milieu-investeringsaftrek (MIA)

97

114

Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil)

40

27

In 2017 was er volgens de voorlopige cijfers sprake van overschrijding van de MIA en onderuitputting bij de EIA en de Vamil.

Wat betreft de EIA blijkt uit de voorlopige realisatiecijfers dat van het beschikbare budget van € 164 miljoen circa € 135 miljoen is benut. Het budget van de EIA is in 2017 per saldo geïntensiveerd met € 3 miljoen, door enerzijds een verruiming van de besparingsnormen (een budgettaire derving van € 15 miljoen) en anderzijds een verlaging van het aftrekpercentage van 58% naar 55% (een budgettaire opbrengst van € 12 miljoen). Ondanks deze intensivering is bij het vaststellen van het budget en de energielijst al gerekend op een lichte onderuitputting. Het feit dat de realisatie nog lager ligt dan verwacht, heeft te maken met het beperkte aantal meldingen van met name de industrie in 2017. Uit een analyse van de projecten die in het kader van het Addendum MEE zijn beoordeeld, volgt dat er voor de komende tijd extra EIA-meldingen van de industrie kunnen worden verwacht.

Het gerealiseerde budgettaire belang van de MIA is volgens de huidige stand € 17 miljoen hoger dan het budget. Bij de MIA was in 2017 een toename te zien van het aantal meldingen voor schone transportmiddelen, grote gebouwen en grote industriële projecten. Het tekort ten opzichte van het budget kan worden opgevangen door de budgetreserve uit eerdere jaren.

Van het beschikbare budget voor de Vamil van € 40 miljoen is volgens de voorlopige cijfers € 27 miljoen benut. Net als in 2016 is er sprake van een aanzienlijke onderuitputting, die samenhangt met het feit dat er geen Vamil meer wordt verleend bij investeringen in duurzame gebouwen en elektrische auto’s. Een nadere beschouwing op de verdeling van de budgetten wordt gegeven in de kabinetsreactie op de evaluatie van de MIA en de Vamil die dit jaar aan de Tweede Kamer is aangeboden.

Achtergrond

Op basis van de Vamil mag willekeurig worden afgeschreven op aangewezen milieu-investeringen. Deze regeling leidt in principe, evenals de andere regelingen voor vervroegde afschrijving, tot een liquiditeits- en rentevoordeel voor de belastingplichtige. Het budgettaire belang wordt berekend met de netto contante waarde-methode gebaseerd op het gemelde investeringsbedrag.

Het budgettaire belang van de EIA en MIA wordt gebaseerd op gemelde investeringsbedragen, in principe volgens de volgende formule: budgettair belang = (investeringsbedrag –/– correctiepercentage) * aftrekpercentage faciliteit * gemiddeld marginaal belastingtarief.