Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Bijlage 10 Overzicht risicoregelingen van het Rijk 2016

Tabellen 10.1, 10.2 en 10.3 geven een totaaloverzicht van directe en indirecte risicoregelingen van het Rijk. Voor details over onderstaande garantieregelingen en achterborgstellingen wordt verwezen naar begrotingen en jaarverslagen van de betreffende vakdepartementen. In de tabellen is aangegeven op welke begroting en op welk begrotingsartikel de verschillende risicoregelingen zijn opgenomen.

Garanties

Een garantie wordt omschreven als een voorwaardelijke, financiële verplichting van het Rijk aan een derde buiten het Rijk, die pas tot uitbetaling komt als zich bij de wederpartij een bepaalde omstandigheid (realisatie van een risico) voordoet.

Tabel 10.1 bevat de garantieregelingen van het Rijk. Alle regelingen met een uitstaand risico, een risicoplafond of mutaties groter dan 100 miljoen euro zijn uitgesplitst weergegeven. Alle andere regelingen zijn samengevat in de post «Overig». Het overzicht bevat alle garanties met de stand ultimo 2016. Ontwikkelingen daarna zijn niet in het overzicht opgenomen omdat die buiten de reikwijdte van het jaarverslag 2016 vallen. Deze worden meegenomen in het overzicht van risicopeilingen bij de Miljoenennota 2018.

In het overzicht worden achtereenvolgens de begroting, het begrotingsartikel en de omschrijving van de garantie weergegeven. Daarachter staat voor de jaren 2015 en 2016 het bedrag dat daadwerkelijk als risico is verleend dan wel door de Tweede Kamer is geautoriseerd, genaamd de «uitstaande garanties». Onder de uitstaande garanties vallen ook de garanties die in eerdere jaren zijn verstrekt. In 2016 zijn er garanties verleend, maar zijn er ook garanties komen te vervallen. Dit is terug te lezen in de kolommen «verleende garanties» en «vervallen garanties».

Een garantieregeling van het Rijk kent vrijwel altijd een maximum, het zogenoemde plafond. Dit plafond kan een jaarlijks plafond zijn (per jaar mag een maximaal bedrag aan garanties worden verleend) of een totaalplafond (er mogen nooit meer garanties verleend worden dan het plafond). In tabel 10.1 is onderscheid gemaakt tussen beide soorten plafonds. Bij internationale organisaties is gekozen het garantieplafond gelijk te stellen aan de uitstaande garanties. Hiervan is sprake bij de Europese garanties (EFSF, EFSM en ESM) en de garanties van een aantal internationale financiële instellingen zoals het IMF en de Wereldbank.

Tabel 10.1 Door het Rijk verleende garanties (in miljoenen euro)

b

a

Omschrijving

Uitstaande garanties

Verleende garanties

vervallen garanties

Uitstaande garanties

Garantie-plafond

Totaal plafond

     

2015

2016

2016

2016

2016

 

VIII

7

Bouwleningen academische ziekenhuizen

202,0

 

12,7

189,3

 

189,3

VIII

14

Achterborgovereenkomst NRF

278,7

64,8

35,7

307,8

 

380,0

VIII

14

Indemniteitsregeling

277,0

659,2

678,8

257,4

 

300,0

IXB

2

Single Resolution Fund (SRF)

 

4.163,5

 

4.163,5

 

4.163,5

IXB

2

WAKO (kernongevallen)

9.768,9

   

9.768,9

 

9.768,9

IXB

3

DNB winstafdracht

5.700,0

   

5.700,0

 

5.700,0

IXB

3

Garantie en vrijwaring inzake verkoop en financiering staatsdeelnemingen

952,8

2,7

557,0

398,5

 

398,5

IXB

3

Garantie Propertize/SNS

2.623,1

 

2.623,1

     

IXB

4

Asian Infrastructure Investment Bank (AIIB)

757,8

   

757,8

 

757,8

IXB

4

DNB – deelneming in kapitaal IMF

49.761,9

731,7

19.295,5

31.198,1

 

31.198,1

IXB

4

European Bank for Reconstruction and Development (EBRD)

589,1

   

589,1

 

589,1

IXB

4

European Financial Stabilisation Facility (EFSF)

49.640,4

 

15.486,3

34.154,2

 

34.240,4

IXB

4

European Financial Stabilisation Mechanism (EFSM)

2.817,0

3,0

 

2.820,0

 

2.820,0

IXB

4

European Investment Bank (EIB)

9.895,5

   

9.895,5

 

9.895,5

IXB

4

EIB – kredietverlening in ACP en OCT

170,1

 

121,0

49,1

 

49,1

IXB

4

European Stability Mechanism (ESM)

35.445,4

   

35.445,4

 

35.445,4

IXB

4

Kredieten EU-betalingsbalanssteun

2.347,5

2,5

 

2.350,0

 

2.350,0

IXB

4

Wereldbank

4.336,0

586,8

 

4.922,8

 

4.922,8

IXB

5

Exportkredietverzekering

15.728,6

6.850,1

6.819,9

15.758,8

10.000,0

 

IXB

5

Regeling Investeringen

164,8

62,1

72,2

154,7

453,8

 

XIII

13

Borgstelling MKB Krediet (BMKB)

1.756,3

656,7

586,0

1.827,0

765,0

 

XIII

13

Garantie Ondernemingsfinanciering (GO)

665,5

118,6

217,8

566,3

400,0

 

XIII

13

Groeifaciliteit

107,7

51,3

37,4

121,6

114,5

 

XIII

13

MKB-financiering

         

400,0

XIII

13

Scheepsnieuwbouw garantieregeling

42,0

   

42,0

376,7

 

XIII

16

Garantie voor investeringen & werkkapitaal landbouwondernemingen

322,4

37,7

41,3

318,8

120,0

 

XIII

18

Garantie voor natuurgebieden en landschappen

399,7

 

16,1

383,6

 

399,7

XVI

2/3

Instellingen voor de gezondheidszorg

425,9

3,9

64,6

365,3

 

365,3

XVI

3

Voorzieningen tbv gehandicapten

104,2

 

11,8

92,4

92,4

92,4

XVII

41

Dutch Trade and Investment fund (DTIF)

       

140,0

140,0

XVII

41

Garantie Dutch Good Growth Fund (DGGF)

16,1

19,6

 

35,7

808,0

808,0

XVII

45

Garanties Internationale samenwerking - Netwerk internationaal ondernemen (IS-NIO)

184,4

 

0,1

184,2

184,2

184,2

XVII

45

Garanties Internationale samenwerking (IS)-Raad van Europa

176,7

   

176,7

176,7

176,7

XVII

45

Garanties Regionale Ontwikkelingsbanken

2.296,7

5,8

37,8

2.264,7

2.264,7

2.264,7

   

Overig

325,5

34,2

34,3

325,3

267,2

267,2

                 
   

Totaal

198.279,8

14.054,2

46.749,4

165.584,6

16.163,2

148.266,7

   

Totaal als percentage bbp

29,3

   

23,9

   

Tabel 10.2 bevat de uitgaven en ontvangsten behorende bij de door het Rijk verstrekte garanties in 2015 en 2016. Alleen garanties waarbij de daadwerkelijke uitgaven en ontvangsten groter zijn dan 50 duizend euro worden weergegeven. De in de tabel getoonde uitgaven betreffen de schade-uitkeringen op afgegeven garanties. De in de tabel getoonde ontvangsten betreffen zowel ontvangen premies, provisies en dergelijke als op derden verhaalde (schade-)uitkeringen.

Tabel 10.2 Uitgaven en ontvangsten op de door het Rijk verstrekte garanties (in miljoenen euro)

b

a

omschrijving

Uitgaven

Ontvangsten

Uitgaven

Ontvangsten

     

2015

2015

2016

2016

VI

34

Garantiestelling Faillissementscuratoren dienst JUSTIS

1,4

 

1,8

 

IXB

1

Garantie procesrisico's

0,2

 

0,2

 

IXB

2

Terrorismeschades (NHT)

 

1,1

 

0,9

IXB

2

WAKO (kernongevallen)

 

0,6

 

0,6

IXB

3

Garantie Propertize/SNS

 

11,5

 

7,8

IXB

3

Financiering NS

 

0,9

 

0,9

IXB

3

Tennet

 

4,8

 

4,8

IXB

5

Exportkredietverzekering

95,7

221,9

13,9

329,6

IXB

5

Regeling Investeringen

 

0,8

 

0,7

XIII

13

Borgstelling MKB krediet (BMKB)

65,3

32,3

35,0

35,6

XIII

13

Groeifaciliteit

3,5

3,0

6,1

4,4

XIII

13

Garantie Ondernemersfinanciering (GO)

10,6

9,4

2,1

9,7

XIII

13

Scheepsnieuwbouw garantieregeling

     

0,1

XIII

14

Aardwarmte

 

0,9

1,2

1,0

XIII

16

Garantie voor investeringen & werkkapitaal landbouwondernemingen

28,3

1,7

3,6

2,0

XV

2

startende ondernemers

0,2

     

XVI

3

Voorzieningen tbv instellingen gehandicapten

2,6

     

XVII

41

Development Related Infrastructure Investment Vehicle (DRIVE)

12,5

     

XVII

41

Garantie Dutch Good Growth Fund (DGGF)

92,0

1,9

1,5

1,0

XVII

41

Garantie Fonds Opkomende Markten (FOM)

3,5

0,3

 

0,4

XVII

45

Garanties Internationale samenwerking - Netwerk internationaal ondernemen (IS-NIO)

0,2

     
   

Totaal

316,2

291,1

65,4

399,4

Achterborgstellingen

Naast het risico uit garantieregelingen loopt het Rijk ook indirect risico’s door achterborgstellingen. In die gevallen wordt de daadwerkelijke garantieverplichting niet afgegeven door het Rijk maar door een daarvoor aangewezen tussenpersoon, bijvoorbeeld een stichting. Het Rijk wordt pas aangesproken zodra de tussenpersoon niet aan haar verplichtingen kan voldoen. In de begroting van het betreffende vakdepartement worden achterborgstellingen niet als verplichting opgenomen (zolang er geen schade ontstaat of is ontstaan). De achterborgstellingen zijn opgenomen in tabel 10.3.

Het risico uit de achterborgstellingen is niet één op één te vergelijken met het risico uit de garantieregelingen. Bij achterborgstellingen worden de risico’s soms gedeeld met gemeenten. Zo worden de verplichtingen die het Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) voor 1 januari 2011 is aangegaan voor 50 procent gedekt door gemeenten en voor 50 procent door het Rijk. Verplichtingen aangegaan na deze datum worden volledig door het Rijk gedekt. Bij het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) wordt de gehele positie met gemeenten gedeeld.

Per achterborgstelling gelden verschillende regelingen om eventuele schade te dekken. Bij het WSW verleent eerst het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV) sanering- en projectsteun. Hierna moet het WSW zijn bufferkapitaal aanspreken. Indien deze stappen ontoereikend zijn, worden de obligo’s van de deelnemende woningcorporaties aangesproken. Een obligo is een voorwaardelijke verplichting van de deelnemer om aan het fonds een bepaald bedrag over te maken. Pas daarna wordt een beroep gedaan op de achterborg van de rijksoverheid. Zo heeft de sanering van Vestia niet geleid tot een aanspraak op de achterborgstelling.

De Stichting Waarborgfonds Zorg (WFZ) kent een soortgelijke regeling. Ook hier wordt eerst het bufferkapitaal aangesproken om schade te dekken. Daarna moeten de zorginstellingen met een door het WFZ geborgde lening een percentage (maximaal 3 procent van de uitstaande garanties van de deelnemende zorginstelling) van het leningenbedrag afdragen (obligo). Mocht dit onvoldoende zijn om de verplichtingen van het WFZ na te komen, dan kan het WFZ een beroep doen op de rijksoverheid. Bij het WEW geldt geen obligoverplichting. Hier dienen huizen als onderpand, waardoor de schade zich beperkt tot eventuele restschulden na gedwongen verkoop. Het WEW teert bij verlies direct in op het bufferkapitaal.

Tabel 10.3 Achterborgstellingen van het Rijk (in miljoenen euro)1In deze tabel zijn voorlopige realisaties opgenomen.

b

a

omschrijving

Geborgd vermogen

Geborgd vermogen

Bufferkapitaal

Obligo

     

2015

2016

2016

 

XVI

42

Stichting Waarborgfonds Zorg (WFZ)

8.329

7.954

273

239

XVIII

1

Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW)

83.800

82.200

531

3.104

XVIII

1

Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW)

187.200

193.000

966

n.v.t.

   

Totaal Achterborgstellingen

279.329

283.154