Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

9. Horizontale toelichting

In deze bijlage wordt per begroting (of begrotingsfonds dan wel aanvullende post) een toelichting gegeven op het verloop van de uitgaven en niet-belastingontvangsten vanaf 2015 tot en met 2020.

De totalen per begroting zijn exclusief de bedragen die onder de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) vallen; deze uitgaven worden separaat gepresenteerd.

De cijfers van de afzonderlijke begrotingen luiden in miljoenen euro’s in constante prijzen van het jaar 2015. Een uitzondering hierop vormen de premiegefinancierde uitgaven van SZW en VWS, deze luiden in lopende prijzen.

De Koning

I DE KONINGbedragen in miljoenen euro's
  

2015

2016

2017

2018

2019

2020

totaal uitgaven

40,9

40,6

40,6

40,5

40,6

40,6

totaal niet-belastingontvangsten

0,1

     

1

Uitkering leden Koninklijk Huis

      
 

Uitgaven

7,7

7,8

7,8

7,8

7,8

7,8

2

Functionele uitgaven van de Koning

      
 

Uitgaven

27,4

27,1

27,1

27,1

27,1

27,1

3

Doorbelaste uitgaven van andere begrotingen

      
 

Uitgaven

5,7

5,7

5,7

5,7

5,7

5,7

 

Ontvangsten

0,1

     

Artikel 1 Uitkering leden Koninklijk Huis

Op dit artikel worden de uitkeringen aan de leden van het Koninklijk Huis verantwoord. De lichte stijging in de uitgaven vanaf 2016 e.v. wordt veroorzaakt door de doorwerking van de stijging van de ambtenarensalarissen volgens de systematiek van de Wet Financieel Statuut van het Koninklijk Huis op de uitkering van de leden van het Koninklijk Huis.

Artikel 2 Functionele uitgaven van de Koning

Op dit artikel staan de functionele uitgaven van de Koning, waaronder de uitgaven aan personeel en materieel en overige specifieke uitgaven zoals de inzet van luchtvaartuigen.

Artikel 3 Doorbelaste uitgaven van andere begrotingen

Op dit artikel staan de doorbelaste uitgaven van andere begrotingen, zoals de uitgaven in het kader van voorlichting, het Militaire Huis als onderdeel van de Dienst van het Koninklijk Huis en de uitgaven van het Kabinet van de Koning.

Staten-Generaal

IIA STATEN-GENERAALbedragen in miljoenen euro's
  

2015

2016

2017

2018

2019

2020

totaal uitgaven

143,7

139,6

139,6

136,2

134,7

134,7

totaal niet-belastingontvangsten

5,2

5,2

5,2

5,2

5,2

5,2

1

Wetgeving en controle Eerste Kamer

      
 

Uitgaven

12,4

13,1

11,7

11,7

11,7

11,7

 

Ontvangsten

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

2

Uitgaven tbv van (oud) leden Tweede Kamer en leden EP

      
 

Uitgaven

29,4

29,4

30,9

29,9

29,4

29,4

 

Ontvangsten

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

3

Wetgeving en controle Tweede Kamer

      
 

Uitgaven

101,9

97,4

97,4

95,1

94,1

94,1

 

Ontvangsten

5,0

5,0

5,0

5,0

5,0

5,0

4

Wetgeving en controle Eerste en Tweede Kamer

      
 

Uitgaven

1,5

1,5

1,5

1,5

1,5

1,5

 

Ontvangsten

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

10

Nominaal en onvoorzien

      
 

Uitgaven

– 1,6

– 1,8

– 1,9

– 2,0

– 2,0

– 2,0

Artikel 1 Wetgeving en controle Eerste Kamer

De Eerste Kamer organiseert in 2015 een Verenigde Vergadering in het kader van 200 jaar Koninkrijk. In 2016 organiseert de Eerste Kamer een aantal activiteiten in het kader van het Europees voorzitterschap, waaronder ook een Verenigde Vergadering. Hierdoor zijn er in 2015 en 2016 hogere uitgaven.

Artikel 3 Wetgeving en controle Tweede Kamer

De middelen op dit artikel worden ingezet ten behoeve van de uitvoering van de kerntaken van de Tweede Kamer. Denk bijvoorbeeld aan de financiering van de ambtelijke organisatie voor het ondersteunen van het constitutionele proces van de Tweede Kamer en de financiering van de digitale en fysieke infrastructuur van het parlement. In 2015 en 2016 zijn er incidenteel hogere uitgaven, vanwege een langere doorlooptijd van de parlementaire enquête Fyra en geplande grote projecten, waaronder de aanleg van een 4G-netwerk en de aanpassing van de plenaire zaal.

Artikel 10 Nominaal en Onvoorzien

De inspanningsverplichting van de Staten Generaal voor de taakstelling Rijk, agentschappen en uitvoerende ZBO’s van de kabinetten Rutte-Verhagen (deels) en Rutte-Asscher is op artikel 10 onvoorzien gezet.

Hoge Colleges van Staat en Kabinetten van de Gouverneurs

IIB OVERIGE HOGE COLLEGES VAN STAAT EN KABINETTENbedragen in miljoenen euro's
  

2015

2016

2017

2018

2019

2020

totaal uitgaven

114,3

109,3

105,6

104,6

104,6

104,7

totaal niet-belastingontvangsten

5,7

5,7

5,7

5,7

5,7

5,7

1

Raad van State

      
 

Uitgaven

58,3

54,0

52,5

52,4

52,4

52,5

 

Ontvangsten

2,0

2,0

2,0

2,0

2,0

2,0

2

Algemene Rekenkamer

      
 

Uitgaven

28,9

28,2

27,3

27,2

27,2

27,2

 

Ontvangsten

1,2

1,2

1,2

1,2

1,2

1,2

3

De Nationale ombudsman

      
 

Uitgaven

15,7

15,2

14,9

14,8

14,8

14,9

 

Ontvangsten

2,2

2,2

2,2

2,2

2,2

2,2

4

Kanselarij der Nederlandse Orden

      
 

Uitgaven

4,8

5,4

4,6

3,9

3,9

3,9

 

Ontvangsten

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

6

Kabinet van de Gouverneur van Aruba

      
 

Uitgaven

1,8

1,8

1,7

1,7

1,7

1,7

 

Ontvangsten

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

7

Kabinet van de Gouverneur van Curaçao

      
 

Uitgaven

2,8

2,7

2,7

2,6

2,6

2,6

 

Ontvangsten

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

8

Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten

      
 

Uitgaven

2,1

2,0

1,9

1,9

1,9

1,9

 

Ontvangsten

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

10

Nominaal en onvoorzien

      
 

Uitgaven

      

Artikel 1 Raad van State

De instroomraming in het Hoger Beroep Vreemdelingen is voor 2015 naar beneden bijgesteld. Dit leidt automatisch tot een verlaging van uitgavenraming van de Raad van State voor 2016 en verdere jaren.

Artikel 4 Kanselarij der Nederlandse Orden

De Kanselarij der Nederlandse Orden maakt gebruik van een verouderd ICT-systeem voor de aanvraag van decoraties. Dit systeem wordt vervangen en leidt tot een oploop van het budget in de jaren 2014 tot en met 2017.

Algemene Zaken

III ALGEMENE ZAKENbedragen in miljoenen euro's
  

2015

2016

2017

2018

2019

2020

totaal uitgaven

64,6

63,2

62,7

61,4

61,4

61,4

totaal niet-belastingontvangsten

7,1

6,8

6,8

6,7

6,7

6,7

1

Bevorderen eenheid regeringsbeleid

      
 

Uitgaven

61,1

59,2

58,8

57,5

57,5

57,6

 

Ontvangsten

4,7

4,4

4,4

4,4

4,4

4,4

4

Kabinet van de Koning

      
 

Uitgaven

2,4

2,3

2,3

2,3

2,3

2,3

 

Ontvangsten

2,4

2,3

2,3

2,3

2,3

2,3

5

Cie voor toezicht op de Inlichtingen- en veiligheidsdiensten

      
 

Uitgaven

1,1

1,6

1,6

1,6

1,6

1,6

Artikel 1 Bevorderen eenheid regeringsbeleid

Dit artikel bestaat onder andere uit de bijdrage voor het agentschap Dienst Publiek en Communicatie, de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) en de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD). Als gevolg van de taakstellingen van Rutte I en Rutte II loopt het budget licht af.

Artikel 4 Kabinet van de Koning (KvK)

Het Kabinet van de Koning (KvK) draagt zorg voor de ambtelijke ondersteuning van de Koning bij de uitoefening van zijn staatsrechtelijke taken en fungeert als schakel tussen Koning en ministers. Het beschikbare budget blijft constant.

Artikel 5 Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD)

Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) is ingesteld bij de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten uit 2002 (WIV 2002) . Zij houdt toezicht op de rechtmatigheid van de uitvoering van deze wet en de Wet veiligheidsonderzoeken (Wvo) . De Commissie toetst zowel het handelen van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) als de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) aan de juridische kaders die er voor deze diensten bestaan. De oploop van 2015 naar 2016 e.v. komt door de additionele bijdrage aan het CTIVD uit de contra-terrorismemiddelen.

Koninkrijksrelaties

IV KONINKRIJKSRELATIESbedragen in miljoenen euro's
  

2015

2016

2017

2018

2019

2020

totaal uitgaven

392,6

257,5

292,6

268,4

124,1

123,2

totaal niet-belastingontvangsten

48,6

36,5

36,5

36,5

36,5

36,5

1

Waarborgfunctie

      
 

Uitgaven

62,6

70,3

70,2

61,6

61,6

61,6

 

Ontvangsten

4,9

4,9

4,9

4,9

4,9

4,9

2

Bevord.autonomie Koninkrijkspartners

      
 

Uitgaven

329,8

     
 

Ontvangsten

43,7

     

3

Nominaal en onvoorzien

      
 

Uitgaven

0,3

     

4

Bevorderen sociaal-economische structuur

      
 

Uitgaven

 

14,6

14,4

13,3

13,3

13,3

 

Ontvangsten

 

3,2

3,2

3,2

3,2

3,2

5

Schuldsanering/lopende inschrijving/leningen

      
 

Uitgaven

 

149,9

187,0

172,4

28,5

28,5

 

Ontvangsten

 

28,4

28,4

28,4

28,4

28,4

6

Apparaat

      
 

Uitgaven

 

21,5

20,9

20,0

19,6

18,7

7

Nominaal en onvoorzien

      
 

Uitgaven

 

1,3

0,1

1,1

1,1

1,1

Algemeen

De begroting van Koninkrijksrelaties is vanaf 2016 geherstructureerd (zie (Kamerstukken II, vergaderjaar 2014–2015, 34 000, nr. 42) Daarbij zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd:

  • a) Binnen het nieuwe artikel 4 wordt een specifieke verdeling gemaakt tussen de landen en Caribisch Nederland. Daarbij wordt uitgegaan van twee artikelonderdelen, namelijk een artikelonderdeel voor Aruba/Curaçao/Sint Maarten en één voor Caribisch Nederland.
  • b) In het nieuwe artikel 5 worden de uitgaven van de lopende inschrijvingen van de landen Curaçao en Sint Maarten en de uitgaven en ontvangsten voor schuldsanering apart in beeld gebracht.
  • c) Ten slotte worden de apparaatuitgaven binnen hoofdstuk IV ondergebracht in artikel 6.

Artikel 1 Waarborgfunctie

Er is besloten tot de oprichting van een Integriteitsautoriteit Sint Maarten. In 2015 tot en met 2017 zijn de budgetten hierom incidenteel verhoogd.

Artikel 2 Bevorderen autonomie Koninkrijkspartners

De uitgaven op dit artikel hangen samen met de aflossing van de door Nederland overgenomen restantschuld van Curaçao en Sint Maarten en de rente daarover. Deze uitgaven fluctueren over de jaren heen. Vanaf 2016 worden de uitgaven op dit artikel opgenomen in artikel 5.

Artikel 4 Bevorderen sociaal-economische structuur

Uitgaven ter verbetering van de sociaal-economische ontwikkeling en overheidsfinanciën binnen de landen van het Koninkrijk en Caribisch Nederland worden vanaf 2016 begroot binnen dit artikel.

Artikel 5 Schuldsanering/lopende inschrijving/leningen

Vanaf 2016 worden de uitgaven van de lopende inschrijvingen van de landen Curaçao en Sint Maarten en de uitgaven en ontvangsten voor schuldsanering opgenomen in dit artikel.

Artikel 6 Apparaat

Dit artikel bevat vanaf 2016 de apparaatuitgaven op het terrein van de Koninkrijksrelaties.

Buitenlandse Zaken

V BUITENLANDSE ZAKENbedragen in miljoenen euro's
  

2015

2016

2017

2018

2019

2020

totaal uitgaven

8.069,7

7.650,8

7.617,1

7.947,9

8.158,3

8.299,8

totaal niet-belastingontvangsten

695,1

2.402,9

598,7

610,8

623,2

635,9

43

Europese Samenwerking

      
 

Uitgaven

8.069,7

7.650,8

7.617,1

7.947,9

8.158,3

8.299,8

 

Ontvangsten

695,1

2.402,9

598,7

610,8

623,2

635,9

Relatie begroting van Buitenlandse Zaken en de Homogene groep internationale samenwerking (HGIS)

De begroting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken bestaat uit HGIS uitgaven/ontvangsten en niet-HGIS uitgaven/ontvangsten. De HGIS uitgaven en ontvangsten worden elders toegelicht. De niet-HGIS uitgaven en ontvangsten worden hieronder toegelicht.

Artikel 43 Europese Samenwerking

De meerjarige ontwikkeling van het artikel Europese samenwerking wordt bepaald door de doorwerking van de jaarlijkse nominale groei van de EU-begroting in de Nederlandse afdrachten aan en ontvangsten van de EU.

Veiligheid en Justitie

VI VEILIGHEID EN JUSTITIEbedragen in miljoenen euro's
  

2015

2016

2017

2018

2019

2020

totaal uitgaven

12.294,5

11.411,6

11.111,7

10.679,5

10.711,1

10.732,3

totaal niet-belastingontvangsten

1.454,2

1.517,1

1.515,5

1.534,0

1.552,4

1.565,8

31

Nationale Politie

      
 

Uitgaven

5.141,0

5.190,6

5.118,5

5.005,6

4.968,2

4.989,1

 

Ontvangsten

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

32

Rechtspleging en rechtsbijstand

      
 

Uitgaven

1.476,9

1.443,3

1.314,3

1.296,3

1.298,4

1.307,8

 

Ontvangsten

231,0

283,0

311,3

320,2

330,9

341,0

33

Veiligheid en criminaliteitsbestrijding

      
 

Uitgaven

711,7

644,8

630,2

619,2

619,3

619,0

 

Ontvangsten

1.010,9

1.127,3

1.091,7

1.100,6

1.108,5

1.112,5

34

Straffen en Beschermen

      
 

Uitgaven

2.531,4

2.644,2

2.537,8

2.483,5

2.524,8

2.510,9

 

Ontvangsten

82,6

104,4

110,1

110,9

110,8

111,0

35

Jeugd

      
 

Uitgaven

373,1

     
 

Ontvangsten

9,8

     

36

Contraterrorisme en Nationaal Veiligheidsbeleid

      
 

Uitgaven

260,6

257,2

255,6

254,9

254,7

254,7

37

Vreemdelingen

      
 

Uitgaven

1.395,5

824,9

893,2

691,6

692,4

692,5

 

Ontvangsten

61,3

     

91

Apparaatsuitgaven kerndepartement

      
 

Uitgaven

397,9

372,6

359,8

355,1

355,7

355,7

 

Ontvangsten

58,1

1,9

1,9

1,8

1,7

0,7

92

Nominaal en onvoorzien

      
 

Uitgaven

3,4

31,0

– 0,8

– 29,9

– 5,5

– 0,5

93

Geheim

      
 

Uitgaven

3,1

3,1

3,1

3,1

3,1

3,1

De totale uitgaven voor Veiligheid & Justitie laten een daling zien in de periode 2015 t/m 2018. Vanaf 2019 stijgen de uitgaven licht. De stijging in de ontvangsten wordt onder meer verklaard door hoger geraamde ontvangsten uit griffierechten, hoger geraamde Afpak-ontvangsten en de maatregelen uit het regeerakkoord Rutte-Asscher om de kosten van strafzaken en detentie aan de veroorzaker door te berekenen.

Artikel 31 Nationale Politie

De uitgaven bij de politie dalen vanaf 2016 als gevolg van de taakstellingen en bezuinigingen uit het regeerakkoord van het kabinet Rutte-Verhagen en uit het begrotingsakkoord 2013.

Artikel 32 Rechtspleging en rechtsbijstand

De uitgaven op dit artikel dalen tot en met 2019 naar aanleiding van maatregelen bij de rechtsbijstand en een daling van de bijdrage aan de rechtspraak in verband met de efficiencytaakstelling uit het regeerakkoord Rutte-Asscher. De ontvangsten op dit artikel betreffen voornamelijk griffieontvangsten. Deze ontvangsten stijgen onder meer vanwege de verhoging van de griffierechten met gemiddeld 15 procent.

Artikel 33 Veiligheid en criminaliteitsbestrijding

De daling in de uitgaven op dit artikel tussen 2015 en 2018 wordt voornamelijk veroorzaakt door de efficiencytaakstelling uit het regeerakkoord. De stijging in de ontvangsten betreft met name hoger geraamde Afpakken-ontvangsten.

Artikel 34 Straffen en beschermen

Dit artikel betreft een samenvoeging van de oorspronkelijke artikelen Sanctietoepassing (artikel 34) en Jeugd (artikel 35). De uitgaven op dit artikel tonen op termijn een dalende reeks vanwege de doorverdeling van de taakstellingen op personeel en materieel uit o.a. het regeerakkoord de maatregelen uit het Masterplan DJI. Daarnaast stijgen de geraamde ontvangsten vanaf 2016 door o.a. het kostendekkend maken van de administratiekostenvergoeding CJIB.

Artikel 35 Jeugd

De budgetten op dit artikel zijn met ingang van de Ontwerpbegroting 2016 toegevoegd aan artikel 34.

Artikel 36 Contraterrorisme en Nationaal Veiligheidsbeleid

Dit betreft het budget voor contraterrorisme en nationaal veiligheidsbeleid. De uitgaven op dit artikel dalen licht vanwege de efficiency taakstelling uit het regeerakkoord Rutte-Asscher.

Artikel 37 Vreemdelingen

De uitgaven voor vreemdelingen tonen een dalende reeks. Er zijn in het regeerakkoord diverse maatregelen genomen om de toelatingsprocedures te versnellen en fraude tegen te gaan. De uitgaven zijn in 2015, 2016 en 2017 naar boven bijgesteld vanwege de verhoogde asielinstroom. Daarnaast zijn de uitgaven in 2015 gestegen door het inzetten van de asielreserve. De extra kosten voor eerstejaars asielopvang van asielzoekers uit DAC-landen worden toegerekend aan ontwikkelingssamenwerking (ODA). Hierdoor ontvangt VenJ in 2015 tot en met 2017 meer ODA-budget. Ook wordt een aanpassing in de ODA-systematiek doorgevoerd zodat toerekening en uitgaven dichter bij elkaar liggen.

Artikel 91 Apparaatsuitgaven kerndepartement

De apparaatsuitgaven dalen vanwege de efficiency taakstelling die bij het regeerakkoord Rutte-Asscher is opgenomen, evenals eerdere taakstellingen op de apparaatsuitgaven (bijvoorbeeld uit het regeerakkoord Rutte-Verhagen). De ontvangst in 2015 wordt grotendeels veroorzaakt door de tariefsverlaging van de Rgd die aan de departementen is toegekend.

Artikel 92 Nominaal en Onvoorzien

Artikel 92 is een doorverdeelartikel. Dit niet-beleidsartikel wordt uitsluitend gebruikt voor het parkeren van nog te verdelen loon- en prijsbijstellingen, het tijdelijk parkeren van andere nog te verdelen middelen en nog te verdelen taakstellingen, zoals de taakstelling op de strafrechtketen die in het voorjaar 2016 door VenJ wordt ingevuld.

Binnenlandse Zaken

VII BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIESbedragen in miljoenen euro's
  

2015

2016

2017

2018

2019

2020

totaal uitgaven

803,0

683,1

592,2

584,6

587,5

588,0

totaal niet-belastingontvangsten

920,7

42,0

57,0

56,9

56,7

56,7

61

Openbaar bestuur en democratie

      
 

Uitgaven

35,9

29,2

29,1

29,1

29,1

29,1

 

Ontvangsten

22,0

22,0

22,0

22,0

22,0

22,0

62

Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst

      
 

Uitgaven

212,4

213,7

215,4

215,7

220,7

229,7

 

Ontvangsten

12,7

12,7

12,7

12,7

12,7

12,7

66

Dienstverlenende en innovatieve overheid

      
 

Uitgaven

175,4

151,5

81,6

81,1

81,1

81,1

 

Ontvangsten

5,9

0,6

0,6

0,5

0,4

0,4

67

Arbeidszaken overheid

      
 

Uitgaven

35,8

32,9

29,1

29,0

29,0

29,0

 

Ontvangsten

0,8

0,8

0,8

0,8

0,8

0,8

71

Centraal Apparaat

      
 

Uitgaven

342,3

254,6

235,8

228,5

226,4

217,9

 

Ontvangsten

86,8

5,9

5,9

5,9

5,8

5,8

72

Algemeen

      
 

Uitgaven

1,2

1,2

1,2

1,2

1,2

1,2

 

Ontvangsten

  

15,0

15,0

15,0

15,0

73

Nominaal en onvoorzien

      
 

Uitgaven

      

74

VUT-fonds

      
 

Ontvangsten

792,6

     

Artikel 62 Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst

De operationele capaciteit van de AIVD wordt in een oplopende reeks uitgebreid ter versterking van contraterrorisme en om radicalisering tegen te kunnen gaan (Kamerstukken II, vergaderjaar 2014–2015, 29 754, nr. 302).

Artikel 66 Dienstverlenende en innovatieve overheid

Een deel van de gereserveerde middelen voor de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) is uitgekeerd aan BZK als opdrachtgever voor het grootste deel van de GDI-voorzieningen, waaronder eID, DigiD en MijnOverheid (circa 60 mln. in 2015 en 2016.). De daling tussen 2015 en 2016 wordt deels verklaard door besluitvorming over de businesscase adresfraude: in 2015 is er eenmalig 9,7 mln. naar BZK overgeheveld ter dekking van de kosten van maatregelen om adresfraude terug te dringen. Deze 9,7 mln. is afkomstig van de departementen waar de baten van die maatregelen neerslaan. Bovendien zijn kosten (circa 8 mln.) gemaakt voor de inbeheername van de Basisregistratie Personen (BRP) door het agentschap Rijksdienst voor Identiteitsgegevens. Ook is de eindejaarsmarge deels (circa 2 mln.) ingezet voor de registratie niet-ingezetenen (RNI).

Artikel 71 Centraal Apparaat

Vanwege de taakstelling Rijk, agentschappen en uitvoerende ZBO’s uit het Regeerakkoord Rutte-Verhagen en Rutte-Asscher nemen de uitgaven aan het Centraal Apparaat de komende jaren af. In 2015 zijn zowel de uitgaven als ontvangsten hoger vanwege desalderingen van 18,7 mln. bij Doc-Direkt en van 58,9 mln. voor dienstverleningsafspraken (DVA). Doc-Direkt levert diensten aan departementen en notarissen voor archiefbewerking, -beheer, -opslag en digitale documenthuishouding. Daarvoor ontvangt Doc-Direkt middelen ter dekking van de kosten (personeel en materieel). De ontvangsten en uitgaven die voortvloeien uit de DVA betreffen de dienstverlening tussen de baten lastenagentschappen die via het kerndepartement worden verrekend

Artikel 72 Algemeen

De vanaf 2017 te realiseren ontvangsten voor de GDI worden voorlopig geboekt op de begroting van BZK.

Artikel 74 VUT-fonds

De liquiditeitsbehoefte van het VUT-fonds is afhankelijk van het moment dat naar verwachting gebruik wordt gemaakt van de regeling Flexibel Pensioen en Uittreden (FPU). De uitgaven en ontvangsten fluctueren met het verwachte gebruik. In 2015 lost het VUT-fonds haar lening volledig af, wat resulteert in hogere ontvangsten.

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

VIII ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAPbedragen in miljoenen euro's
  

2015

2016

2017

2018

2019

2020

totaal uitgaven

36.086,6

36.792,8

35.899,7

35.931,7

35.890,1

35.890,2

totaal niet-belastingontvangsten

1.274,6

1.337,2

1.381,6

1.450,2

1.508,7

1.585,4

1

Primair onderwijs

      
 

Uitgaven

9.966,5

9.957,4

9.898,2

9.863,7

9.794,4

9.748,0

 

Ontvangsten

1,7

1,7

1,7

1,7

1,7

1,7

3

Voortgezet onderwijs

      
 

Uitgaven

7.578,2

7.574,5

7.571,8

7.541,2

7.453,2

7.349,0

 

Ontvangsten

1,4

4,7

1,4

1,4

1,4

1,4

4

Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

      
 

Uitgaven

4.086,8

4.064,7

4.024,3

4.053,1

4.009,9

3.986,1

 

Ontvangsten

6,5

3,0

3,0

3,0

3,0

3,0

6

Hoger beroepsonderwijs

      
 

Uitgaven

2.793,3

2.820,6

2.836,2

2.812,3

2.819,0

2.835,8

 

Ontvangsten

1,2

1,2

1,2

1,2

1,2

1,2

7

Wetenschappelijk onderwijs

      
 

Uitgaven

4.135,2

4.108,9

4.093,9

4.059,5

4.059,1

4.076,1

 

Ontvangsten

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

8

Internationaal onderwijsbeleid

      
 

Uitgaven

11,5

12,6

10,3

10,1

9,5

9,5

 

Ontvangsten

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

9

Arbeidsmarkt en personeelsbeleid

      
 

Uitgaven

269,1

250,9

183,0

181,4

176,0

231,9

 

Ontvangsten

6,0

6,0

6,0

6,0

6,0

6,0

11

Studiefinanciering

      
 

Uitgaven

4.265,3

4.953,6

4.401,1

4.544,7

4.709,2

4.785,1

 

Ontvangsten

817,0

869,7

925,9

985,7

1.046,7

1.112,5

12

Tegemoetkoming studiekosten

      
 

Uitgaven

95,3

88,3

87,4

86,3

85,8

84,0

 

Ontvangsten

3,3

3,0

3,0

3,0

3,0

2,9

13

Lesgelden

      
 

Uitgaven

7,6

7,1

6,6

6,3

6,3

6,3

 

Ontvangsten

242,6

249,1

247,7

249,4

254,0

257,9

14

Cultuur

      
 

Uitgaven

712,3

743,0

754,9

741,8

740,2

739,2

 

Ontvangsten

2,7

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

15

Media

      
 

Uitgaven

864,6

1.005,5

956,2

967,0

964,1

977,0

 

Ontvangsten

191,5

197,5

190,5

197,5

190,5

197,5

16

Onderzoek en wetenschappen

      
 

Uitgaven

1.025,3

953,1

934,3

929,9

928,7

928,4

 

Ontvangsten

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

25

Emancipatie

      
 

Uitgaven

15,3

13,5

14,6

15,6

15,5

15,5

91

Nominaal en onvoorzien

      
 

Uitgaven

  

– 94,3

– 94,3

– 94,3

– 94,3

95

Apparaatskosten

      
 

Uitgaven

260,4

239,2

221,2

213,1

213,5

212,7

 

Ontvangsten

0,6

0,6

0,6

0,6

0,6

0,6

Het OCW-budget neemt vanaf 2016 toe vanwege de investering in onderwijs en onderzoek, conform het Regeerakkoord van Rutte II en de Begrotingsafspraken 2014. Hier tegenover staat een dalende trend in leerlingaantallen, terwijl het aantal studenten de komende jaren naar verwachting iets toeneemt. Per saldo blijft het totale OCW-budget de komende jaren redelijk stabiel.

Artikel 1 Primair onderwijs

Bij het Primair onderwijs (PO) is sprake van een licht dalende trend in uitgaven. Vanwege demografische ontwikkelingen daalt het aantal leerlingen. Ook is er sprake van een lagere raming van gewichtenleerlingen waardoor het budget voor de gewichtenregeling en het onderwijs achterstandenbeleid (OAB) neerwaarts wordt bijgesteld. Hier tegenover staat de uitkering van middelen uit het Regeerakkoord Rutte II en de Begrotingsafspraken 2014.

Artikel 3 Voortgezet onderwijs

Ook bij het Voortgezet onderwijs (VO) is sprake van een dalend budget. Enerzijds daalt het aantal leerlingen, anderzijds worden middelen toegevoegd uit de Begrotingsafspraken 2014.

Artikel 4 Beroepsonderwijs en volwasseneducatie

Voor het Beroepsonderwijs en Volwassen Educatie (BVE) is sprake van een dalend budget, hoofdzakelijk vanwege een daling in het aantal mbo-studenten.

Artikel 6 Hoger beroepsonderwijs en Artikel 7 Wetenschappelijk onderwijs

Bij het Hoger Onderwijs (HO, artikel 6 en 7 samen) blijven de budgetten redelijk constant. Dit is het saldo van de stijging van het aantal studenten en de maatregelen uit Regeerakkoord Rutte II.

Artikel 8 Internationaal onderwijsbeleid

De uitgaven aan Internationaal onderwijsbeleid zijn in 2016 iets hoger in verband met het Europees voorzitterschap.

Artikel 9 Arbeidsmarkt en personeelsbeleid

Het budget voor Arbeidsmarkt en personeelsbeleid daalt per saldo omdat middelen zijn overgeheveld naar de onderwijsartikelen ten behoeve van professionalisering van het onderwijspersoneel. Daarnaast worden middelen uit de jaren 2016 en 2017 doorgeschoven naar de jaren 2018- 2020 ten behoeve van het Actieplan LeerKracht van Nederland.

Artikel 11 Studiefinanciering

Bij Studiefinanciering is het budget in 2016 hoger vanwege een kasschuif bij de ov-studentenkaart uit de jaren 2017 en 2018 naar 2016. De ontvangsten stijgen omdat er de komende jaren meer wordt afgelost. Dit wordt veroorzaakt omdat er in eerdere jaren meer is geleend.

Artikel 12 Tegemoetkoming studiekosten en Artikel 13 Lesgelden

De uitgaven bij Tegemoetkoming studiekosten en Lesgelden wijzigen nauwelijks.

Artikel 14 Cultuur

Bij Cultuur is er in 2015 sprake van een overboeking naar het artikel OWB. Daarnaast loopt het budget tot en met 2017 op, voornamelijk vanwege extra middelen voor het Nationaal Archief tot en met 2016 en intertemporele compensaties van middelen van 2014–2016 naar 2017 ten behoeve van de invoering van het nieuwe huisvestingsstelsel rijksmusea.

Artikel 15 Media

Bij Media is de stand 2015 lager door een correctie op het budget vanwege een foutieve vooruitbetaling in 2014 (zie ook brief aan de Tweede Kamer, kamerstuk 34 000 VIII, nr. 82). Het media budget daalt vanaf 2017 vanwege de Regeerakkoordmaatregelen van Rutte I en II en de Begrotingsafspraken 2014.

Artikel 16 Onderzoek en wetenschappen

Het budget voor Onderzoek en Wetenschap (OWB) wordt in 2015 verhoogd vanwege een overheveling van de middelen voor de Wet Stelsel Openbare Bibliotheekvoorzieningen (WSOB) vanaf het artikel Cultuur. In verdere jaren is er sprake van een kleine daling hoofdzakelijk vanwege de Regeerakkoordmaatregelen «schrappen subsidies» en de taakstelling «A1 Rijksoverheid».

Artikel 25 Emancipatie

De uitgaven aan Emancipatie zijn redelijk stabiel. Het budget voor 2016 is iets lager hoofdzakelijk vanwege overboekingen naar het Gemeente- en Provinciefonds.

Artikel 91 Nominaal en onvoorzien

Op het artikel Nominaal en onvoorzien is er sprake van een incidentele ramingsbijstelling voor de jaren 2017 tot en met 2020. Bij de begroting 2017 wordt dit verdeeld over de verschillende beleidsartikelen.

Artikel 95 Apparaatskosten

De Apparaatskosten nemen af als gevolg van de regeerakkoordmaatregelen van Rutte I en II.

Nationale Schuld

IXA NATIONALE SCHULD (TRANSACTIEBASIS)bedragen in miljoenen euro's
  

2015

2016

2017

2018

2019

2020

totaal uitgaven

15.122,3

9.150,4

10.793,0

11.754,5

12.424,0

13.045,8

totaal niet-belastingontvangsten

9.371,8

7.068,1

7.640,7

7.808,0

7.839,0

6.907,1

1

Financiering staatsschuld

      
 

Uitgaven

8.166,7

7.949,0

9.319,8

10.173,0

10.736,0

11.255,0

 

Ontvangsten

2.175,5

1.680,0

2.258,0

2.301,0

2.130,0

1.799,5

2

Kasbeheer

      
 

Uitgaven

6.955,6

1.201,4

1.473,2

1.581,5

1.688,0

1.790,8

 

Ontvangsten

7.196,3

5.388,1

5.382,7

5.507,0

5.709,0

5.107,6

Artikel 1 Financiering Staatsschuld

Dit artikel heeft betrekking op de extern gefinancierde staatsschuld. De uitgaven bestaan uit de rentelasten en aflossingen van vaste en vlottende schuld. De ontvangsten bestaan uit rentebaten en uitgifte van schuld. Het verloop van de uitgaven en ontvangsten is de komende jaren ietwat grillig. Zo wordt er in 2016 minder afgelost en uitgegeven doordat er minder staatsleningen aflopen. In de jaren daarop stijgen de uitgiftes en aflossingen door het verloop van het uitgiftebeleid en de stijgende staatsschuld.

Artikel 2 Kasbeheer

Op dit artikel staan de geldstromen die betrekking hebben op het schatkistbankieren van aan de schatkist gelieerde instellingen. De uitgaven bestaan enerzijds uit de rentevergoeding over de saldi die in de schatkist worden aangehouden door baten-lastendiensten, RWT’s (Rechtspersoon met een Wettelijke Taak) en sociale fondsen. Anderzijds bestaan de uitgaven uit verstrekte leningen aan baten-lastendiensten en RWT’s en, in sommige jaren, uit een afname van het rekening-couranttegoed van deze instellingen of van de sociale fondsen. De ontvangsten bestaan uit rentebaten en aflossingen op leningen door deelnemers aan het schatkistbankieren, alsmede toenemende rekening-courant saldi. De schommelingen van de ontvangsten op dit artikel worden veroorzaakt door fluctuerende aflossingen van uitgezette leningen in het kader van het geïntegreerd middelenbeheer en met name bij de ramingen van de rekening-courant saldi van de sociale fondsen.

Financiën

IXB FINANCIENbedragen in miljoenen euro's
  

2015

2016

2017

2018

2019

2020

totaal uitgaven

6.656,9

6.547,2

6.245,1

6.090,9

5.996,2

5.893,0

totaal niet-belastingontvangsten

3.808,9

3.104,5

2.912,0

2.837,9

2.706,8

2.614,6

1

Belastingen

      
 

Uitgaven

3.311,5

3.101,4

2.804,8

2.668,5

2.558,3

2.519,5

 

Ontvangsten

918,3

929,6

943,6

957,1

959,9

960,9

2

Financiele Markten

      
 

Uitgaven

25,3

22,4

18,9

18,9

18,9

18,9

 

Ontvangsten

18,0

10,3

9,9

9,7

8,7

8,7

3

Financ. act. Publiek-Private sector

      
 

Uitgaven

29,0

19,4

19,4

19,4

19,4

17,8

 

Ontvangsten

2.585,0

1.831,8

1.589,4

1.481,8

1.359,4

1.286,2

4

Internationale Fin. Betrekkingen

      
 

Uitgaven

107,4

158,4

99,3

78,7

69,7

24,2

 

Ontvangsten

23,0

23,0

86,3

86,3

86,3

88,4

5

Exportkrediet- en investeringsverzekering

      
 

Uitgaven

88,1

88,1

88,1

88,1

88,1

88,1

 

Ontvangsten

193,2

247,0

218,3

240,4

229,8

207,6

6

BTW-Compensatiefonds

      
 

Uitgaven

2.851,7

2.851,7

2.851,7

2.851,7

2.851,7

2.851,7

7

Beheer materiele activa

      
 

Uitgaven

0,3

0,3

0,3

0,3

0,3

0,3

 

Ontvangsten

1,8

1,8

1,8

1,8

1,8

1,8

10

Nominaal en onvoorzien

      
 

Uitgaven

0,4

63,6

126,7

133,0

157,3

140,1

 

Ontvangsten

      

21

Centraal Apparaat

      
 

Uitgaven

243,1

241,9

236,0

232,4

232,6

232,6

 

Ontvangsten

69,6

61,0

62,7

60,8

61,0

61,0

Artikel 1 Belastingen

De dalende trend in de uitgaven bij de Belastingdienst is het gevolg van de taakstellingen op het apparaat van de Belastingdienst uit de regeerakkoorden Rutte I en II en besparingen in het kader van de investeringsagenda. De oploop in de ontvangsten is het gevolg van ramingsbijstellingen op de niet-belastingontvangsten en extra niet-belastingontvangsten vanwege de oprichting van het werkbedrijf «Switch».

Artikel 2 Financiële Markten

De hogere uitgaven in 2015 en 2016 worden veroorzaakt door incidentele extra kosten voor het CDFD in verband met een piek in het aantal afgenomen examens. Deze piek leidt ook tot hogere ontvangsten in 2015.

Artikel 3 Financieringsactiviteiten publiek-private sector

In 2015 zijn er eenmalig hogere uitgaven door een extra bijdrage aan NLFI vanwege de mogelijke verkooptrajecten van ABN AMRO, ASR en SNS Bank waaraan advieskosten zijn verbonden. Een deel van deze kosten wordt doorbelast aan de financiële instellingen. De ontvangsten lopen de komende jaren voornamelijk af door een lagere winstafdracht van DNB.

Artikel 4 Internationale Financiële betrekkingen

Vanwege de voorgenomen deelname als Founding Member aan de nieuwe Aziatische investeringsbank (AIIB) zijn de uitgaven hoger. In 2016 worden twee termijnen betaalt, in de jaren 2017–2019 wordt telkens één termijn betaalt. Daarnaast dalen de winsten van de SMP-leningen, waardoor er ook minder hoeft te worden doorgegeven aan Griekenland. De ontvangstenraming kent een oploop in de komende jaren vanwege verwachte hogere rente-opbrengsten op de leningen aan Griekenland.

Artikel 5 Exportkrediet- en investeringsverzekering

De hoogte van de ontvangsten met betrekking tot de exportkredietverzekering (EKV) worden voornamelijk bepaald door de terugbetaling van Argentinië, naar aanleiding van het schuldenakkoord met de Club van Parijs (Zie ook Kamerbrief 2013–2014, 33 750 IX, nr. 29).

Artikel 6 BTW-compensatiefonds

Op dit artikel wordt het BTW-compensatiefonds (BCF) verantwoord. De meerjarige raming is gebaseerd op realisatiecijfers over 2014. De uitgaven aan het BCF zijn stabiel de komende jaren, het gemeente- en provinciefonds fungeren als ventiel bij een onder- of overschrijding.

Artikel 7 Beheer materiële activa

De uitgaven en ontvangsten op dit artikel betreffen sinds de overheveling van het RVOB naar het Ministerie van BZK in 2013 alleen nog de programmamiddelen van Domeinen Roerende Zaken. De raming voor de komende jaren is stabiel.

Artikel 10 Nominaal en onvoorzien

Vanaf 2016 zijn op dit artikel de kosten opgenomen voor het werkbedrijf «Switch» van de Belastingdienst. Dit budget wordt in de toekomst, als de investeringsplannen verder uitgewerkt zijn, overgeheveld naar het artikel van de Belastingdienst. Het budget voor «Switch» neemt toe tot en met 2019 en daalt in de jaren hierna tot nihil.

Artikel 21 Centraal Apparaat

De dalende trend in de uitgaven op dit artikel wordt voornamelijk veroorzaakt door taakstellingen op het apparaat van het Ministerie van Financiën.

Defensie

X DEFENSIEbedragen in miljoenen euro's
  

2015

2016

2017

2018

2019

2020

totaal uitgaven

7.657,4

7.852,4

8.084,5

8.102,2

8.117,9

8.063,5

totaal niet-belastingontvangsten

353,4

241,8

288,4

339,9

266,4

336,7

1

Opdracht Inzet

      
 

Uitgaven

9,2

3,1

3,1

3,1

3,1

3,1

 

Ontvangsten

      

2

Taakuitvoering Zeestrijdkrachten

      
 

Uitgaven

715,0

689,6

684,2

674,3

674,2

676,4

 

Ontvangsten

20,0

20,0

20,0

20,0

20,0

20,0

3

Taakuitvoering Landstrijdkrachten

      
 

Uitgaven

1.162,6

1.138,0

1.125,0

1.117,3

1.116,3

1.111,6

 

Ontvangsten

20,5

20,5

20,5

20,5

20,5

20,5

4

Taakuitvoering Luchtstrijdkrachten

      
 

Uitgaven

689,6

633,8

633,6

631,5

623,4

621,6

 

Ontvangsten

15,8

15,8

15,8

15,8

15,8

15,8

5

Taakuitvoering Koninklijke Marechaussee

      
 

Uitgaven

322,2

319,5

323,9

319,7

320,1

320,1

 

Ontvangsten

4,6

4,6

4,6

4,6

4,6

4,6

6

Investeringen Krijgsmacht

      
 

Uitgaven

1.217,3

1.446,2

1.737,3

1.774,8

1.866,3

1.732,5

 

Ontvangsten

191,0

77,6

121,7

175,1

103,8

174,0

7

Ondersteuning krijgsmacht door Defensie Materieel Org

      
 

Uitgaven

715,7

743,9

735,1

731,4

718,8

742,1

 

Ontvangsten

42,9

42,9

43,4

43,4

43,4

43,4

8

Ondersteuning krijgsmacht door Cdo Dienstencentra

      
 

Uitgaven

1.031,8

1.023,8

1.007,4

983,2

956,3

960,1

 

Ontvangsten

51,9

53,6

55,6

53,7

51,6

51,6

9

Algemeen

      
 

Uitgaven

98,9

100,1

96,4

97,2

96,9

96,4

10

Centraal apparaat

      
 

Uitgaven

1.613,7

1.595,6

1.554,5

1.535,4

1.454,4

1.437,6

 

Ontvangsten

6,8

6,8

6,8

6,8

6,8

6,8

11

Geheime uitgaven

      
 

Uitgaven

5,3

5,4

5,4

5,4

5,4

5,4

12

Nominaal en onvoorzien

      
 

Uitgaven

76,0

153,5

178,6

229,0

282,7

356,6

Het meerjarige verloop van de totale uitgaven wordt verklaard door de doorwerking van de maatregelen uit het Regeerakkoord en de extra middelen die achtereenvolgens bij de begrotingsonderhandelingen in 2014, voor de maatregelen ter versterking van de veiligheidsketen en het pakket ter versterking van de basisgereedheid van de krijgsmacht zijn toegevoegd aan de Defensiebegroting. De extra middelen voor versterking van de basisgereedheid zijn voorlopig grotendeels gereserveerd op artikel 12 en worden bij eerste suppletoire begroting uitgedeeld aan de verschillende beleidsartikelen. Het effect van dit pakket is daarom nog niet zichtbaar bij de beleidsartikelen.

Het meerjarige verloop van de totale niet-belastingontvangsten wordt verklaard door de uitfasering van de verkoopopbrengsten als gevolg van de maatregelen die Defensie in de voorgaande jaren heeft genomen aangevuld met het afstoten van overtollig materieel en onroerend goed.

Hieronder worden per artikel de belangrijkste ontwikkelingen besproken. In de begroting zelf is een uitputtende opsomming van de effecten van de maatregelen op alle artikelen opgenomen.

Artikel 2 Taakuitvoering Zeestrijdkrachten

Op dit artikel worden de teruglopende uitgaven verklaard door de maatregelen uit de nota «In het belang van Nederland» voor een toekomstbestendige krijgsmacht.

Artikel 3 Taakuitvoering Landstrijdkrachten

Op dit artikel lopen de uitgaven terug als gevolg van de maatregelen uit de nota «In het belang van Nederland» voor een toekomstbestendige krijgsmacht.

Artikel 4 Taakuitvoering Luchtstrijdkrachten

De afname van de uitgaven op dit artikel wordt vooral verklaard door de maatregelen uit de nota «In het belang van Nederland» voor een toekomstbestendige krijgsmacht.

Artikel 5 Taakuitvoering Koninklijke Marechaussee

Het verloop op dit artikel hangt samen met de versterkende maatregelen in de veiligheidsketen die in 2015 zijn ingezet en die een structurele verhoogde inzet van de Koninklijke Marechaussee vragen.

Artikel 6 Investeringen Krijgsmacht

De oploop van dit artikel wordt verklaard doordat maatregelen uit de nota «In het belang van Nederland» structureel hun beslag krijgen waardoor het budget zich herstelt. Daarnaast zijn achtereenvolgens bij de begrotingsonderhandelingen in 2014, voor versterkende maatregelen in de veiligheidsketen en met het pakket ter versterking van de basisgereedheid van de krijgsmacht extra middelen toegevoegd die voor een oploop zorgen. Herijkingen van het budget voor investeringsplannen zorgen daarnaast voor een verschuiving van budget van 2015 en 2016 naar latere jaren.

Artikel 7 Defensie Materieel Organisatie

Het verloop van de uitgaven op dit artikel hangen samen met de herschikking van wapensysteem gerelateerde budgetten tussen exploitatie en instandhouding n.a.v. materieel verwervingsprojecten.

Artikel 8 Commando Dienstencentra

Op dit artikel dalen de uitgaven door eerder getroffen maatregelen op o.a. het personeelslogistieke domein.

Artikel 9 Algemeen

De uitgaven op dit artikel betreffen het exploitatiedeel van de bijdragen aan de NAVO, verschillende subsidies en overige (departementsbrede) uitgaven. De oploop in 2016 hangt samen met de verwachte uitgaven voor het EU voorzitterschap.

Artikel 10 Centraal Apparaat

Dit artikel toont de apparaatskosten van de bestuursstaf en de MIVD en de defensiebrede pensioenen, uitkeringen en wachtgelden. De meerjarige daling van de uitgaven weerspiegelt met name de doorwerking van de maatregel gericht op het verminderen van de bestuurlijke drukte.

Artikel 12 Nominaal en Onvoorzien

De oploop op dit artikel wordt verklaard door de extra middelen voor versterking van de basisgereedheid van de krijgsmacht die bij augustusbesluitvorming zijn toegevoegd aan de defensiebegroting. De stand op dit artikel betreft daarnaast het restsaldo van de nog niet uitgedeelde meerjarige loon- en prijsbijstelling en de premiedaling sociale lasten die gereserveerd staat in het kader van de onderhandelingen over de arbeidsvoorwaarden.

Infrastructuur en Milieu

XII INFRASTRUCTUUR EN MILIEUbedragen in miljoenen euro's
  

2015

2016

2017

2018

2019

2020

totaal uitgaven

8.728,8

8.155,7

8.319,6

8.332,2

8.371,6

8.343,3

totaal niet-belastingontvangsten

271,9

212,5

237,9

237,5

370,5

307,5

11

Integraal waterbeleid

      
 

Uitgaven

26,8

35,6

34,7

33,0

33,5

33,9

 

Ontvangsten

23,8

     

12

Waterkwaliteit

      
 

Uitgaven

6,2

     

13

Ruimtelijke Ontwikkeling

      
 

Uitgaven

126,5

112,2

105,8

108,3

100,7

100,5

 

Ontvangsten

3,8

0,9

0,9

0,9

0,9

0,9

14

Wegen en verkeersveiligheid

      
 

Uitgaven

37,0

33,4

31,6

29,1

28,2

28,4

 

Ontvangsten

6,9

6,8

6,8

6,8

6,8

6,8

15

OV-keten

      
 

Uitgaven

5,7

6,1

5,4

6,1

6,2

6,5

 

Ontvangsten

      

16

Spoor

      
 

Uitgaven

36,5

24,0

14,1

4,8

4,9

4,9

 

Ontvangsten

      

17

Luchtvaart

      
 

Uitgaven

25,8

24,0

14,2

10,5

10,6

7,6

 

Ontvangsten

33,4

9,3

0,0

0,0

0,0

0,0

18

Scheepvaart en havens

      
 

Uitgaven

12,2

24,1

27,4

13,9

10,1

7,9

 

Ontvangsten

      

19

Klimaat

      
 

Uitgaven

71,4

52,7

50,6

48,6

47,5

47,5

 

Ontvangsten

168,0

189,0

224,0

224,0

357,0

294,0

20

Lucht en geluid

      
 

Uitgaven

32,8

31,0

30,5

45,0

31,9

31,9

21

Duurzaamheid

      
 

Uitgaven

22,5

23,6

20,9

21,6

18,7

18,7

22

Omgevingsveiligheid en milieurisico's

      
 

Uitgaven

31,7

34,0

52,7

53,1

59,5

66,0

 

Ontvangsten

12,9

0,9

0,7

0,2

0,2

0,2

23

Meteorologie, seismologie en aardobservatie

      
 

Uitgaven

37,4

32,6

41,1

44,2

48,1

37,7

24

Handhaving en toezicht

      
 

Uitgaven

116,3

110,7

104,9

102,6

102,6

102,6

25

Bijdrage BDU

      
 

Uitgaven

1.879,6

852,7

853,5

855,0

854,9

853,6

26

Bijdrage investeringsfondsen

      
 

Uitgaven

5.879,0

6.375,2

6.605,3

6.625,5

6.685,0

6.666,6

97

Algemeen departement

      
 

Uitgaven

51,5

45,7

43,8

44,4

43,5

43,2

 

Ontvangsten

3,4

2,0

2,0

2,0

2,0

2,0

98

Apparaatsuitgaven Kerndepartement

      
 

Uitgaven

329,9

338,2

283,0

284,6

285,0

281,2

 

Ontvangsten

19,7

3,5

3,5

3,5

3,5

3,5

99

Nominaal en onvoorzien

      
 

Uitgaven

 

0,0

 

1,9

0,7

4,5

 

Ontvangsten

      

Artikel 11 Integraal waterbeleid en Artikel 12 Waterkwaliteit

De toename aan middelen vanaf 2016 valt te verklaren door het samenvoegen van de beleidsartikelen 11 en 12. Vanaf artikel 12 Waterkwaliteit worden middelen overgeboekt naar het nieuwe artikelonderdeel 11.04, Integraal Waterbeleid.

Artikel 13 Ruimtelijke Ontwikkeling

De schijnbare terugloop aan middelen wordt grotendeels veroorzaakt door een kasschuif tussen 2016 en latere jaren voor het Meerjarenprogramma Bodem. Deze schuif stemt budgetten en planning beter op elkaar af. De hogere ontvangsten in 2015 worden veroorzaakt doordat de Unie van Waterschappen in dat jaar bijdraagt aan de kosten van de opdrachtverstrekking aan het Kadaster voor Basisregistraties.

Artikel 16 Spoor

Het budget op dit artikel daalt sterk tot 2018. Dit komt doordat een groot gedeelte van de subsidies op spoor is komen te vervallen door de subsidietaakstellingen.

Artikel 17 Luchtvaart

Het budget (uitgaven en ontvangsten) op dit artikel daalt sterk tot 2018. Dit komt doordat het Geluidsisolatieprogramma Schiphol (GIS 3) afgerond is. In de volgende jaren is er nog een klein, aflopend budget voor de afhandeling van dit programma.

Artikel 18 Scheepvaart en havens

Voor de Topsector Logistiek zijn er extra middelen beschikbaar gekomen, een groot deel van deze middelen wordt in 2016 en 2017 ingezet.

Artikel 19 Klimaat

Het hogere budget in 2015 is het gevolg van extra inzet voor het thema Klimaat. De ontvangsten kennen een grillig verloop omdat in Europees verband is besloten het aantal te veilen emissierechten in 2014, 2015 en 2016 met in totaal 900 miljoen ton CO2-rechten te beperken.

Artikel 20 Lucht en geluid

De piek in 2018 wordt veroorzaakt doordat de financiële afwikkeling en nabetaling in het kader van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit in dat jaar is voorzien.

Artikel 21 Duurzaamheid

De hogere uitgaven tot en met 2018 op artikel 21 Duurzaamheid hebben met name te maken met een overboeking vanuit artikel 19 Klimaat in het kader van de uitvoering van werkzaamheden met betrekking tot de fiscale regelingen Milieu Investeringsaftrek (MIA), Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (VAMIL) en Groen beleggen, omdat deze werkzaamheden beter aansluiten op de algemene doelstelling van artikel 21 Duurzaamheid. Het betreft een taakoverdracht en geen beleidswijziging.

Artikel 22 Omgevingsveiligheid en Milieurisico’s

De uitgaven op artikel 22 nemen vanaf 2015 sterk toe door het Programma Impuls Omgevingsveiligheid (IOV). Via een programmatische aanpak wordt ingezet op een verbetering van de omgevingsveiligheid. De verdere verhoging vanaf 2017 wordt verklaard door de budgetten die bestemd zijn voor de ondersteuning van het in te stellen verbod op asbestdaken.

De ontvangsten zijn in 2015 significant hoger door ontvangsten van de Europese Commissie ten behoeve van het EU-programma NANoREG en het EU-project ProSafe, alsmede de afwikkeling van het project Saneringsregeling Asbestwegen (derde fase).

Artikel 24 Handhaving en toezicht

De uitgaven in 2015 en 2016 zijn hoger met name doordat in deze jaren het grootste deel van een bijdrage aan de Inspectie voor Leefomgeving en Transport (vooral voor ICT-uitgaven) valt.

Artikel 25 Bijdrage BDU

Met ingang van 1 januari 2015 is de Wet afschaffing plusregio's in werking getreden. Deze wet maakt een einde aan de verplichte samenwerking in zeven plusregio’s. In deze wet is tevens de decentralisatie van de BDU wettelijk geregeld. Met ingang van 2016 worden de voor de provincies bestemde BDU-middelen toegevoegd aan het provinciefonds. De BDU-middelen voor de metropoolregio Rotterdam Den Haag en de metropoolregio Amsterdam worden niet gedecentraliseerd naar het provinciefonds en worden verstrekt via de begroting van IenM (zie beleidsartikel 25 Brede Doeluitkering).

Artikel 26 Bijdrage investeringsfondsen

Er is sprake van een aanvullende kasschuif in 2016 ten behoeve van het rijksbrede financiële beeld. De meerjarige programmering wordt hierop niet aangepast.

Artikel 97 Algemeen departement

In 2015 zijn de uitgaven hoger door onder andere extra kosten aan het onderhoud van de motoren van het regeringsvliegtuig (KBX) en de overboeking van EZ voor de programmauitgaven van de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS) (circa 4 mln. vanaf 2015 en in latere jaren). De ontvangsten zijn in 2015 hoger vanwege het surplus van het eigen vermogen van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) die zijn toegevoegd aan de IenM begroting.

Artikel 98 Apparaatsuitgaven kerndepartement

De apparaatsuitgaven nemen door verschillende taakstellingen af (Rutte I, Rutte II en de inkooptaakstelling uit de Begrotingsafspraken 2014).

Economische Zaken

XIII ECONOMISCHE ZAKENbedragen in miljoenen euro's
  

2015

2016

2017

2018

2019

2020

totaal uitgaven

5.011,7

4.856,6

4.796,1

4.954,3

5.504,7

6.180,2

totaal niet-belastingontvangsten

7.790,6

6.783,5

6.495,5

6.976,9

7.774,0

8.296,2

11

Goed functionerende economie en markten

      
 

Uitgaven

195,3

181,6

174,5

167,8

167,8

167,8

 

Ontvangsten

37,2

59,9

30,9

30,9

30,9

30,9

12

Een sterk innovatievermogen

      
 

Uitgaven

563,6

522,3

503,0

488,6

495,9

505,4

 

Ontvangsten

44,0

45,4

48,9

50,2

52,4

49,6

13

Een excellent ondernemingsklimaat

      
 

Uitgaven

288,7

255,2

239,5

233,4

237,1

238,0

 

Ontvangsten

78,8

62,0

57,9

59,7

62,1

65,4

14

Een doelmatige en duurzame energievoorziening

      
 

Uitgaven

1.624,5

1.829,0

1.966,6

2.206,3

2.786,0

3.452,5

 

Ontvangsten

7.305,4

6.386,4

6.170,4

6.659,8

7.470,8

7.993,8

16

Een concurr., duurz.en veilige agro-, viss.- en voedeselket.

      
 

Uitgaven

599,7

520,7

483,8

471,4

463,8

463,8

 

Ontvangsten

99,8

64,1

56,2

51,0

42,9

42,9

17

Groen onderwijs van hoge kwaliteit

      
 

Uitgaven

846,5

794,7

784,6

764,7

752,5

742,3

 

Ontvangsten

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

18

Natuur, regio en ruimte

      
 

Uitgaven

266,7

209,6

177,8

163,3

157,8

157,8

 

Ontvangsten

121,9

101,0

64,3

51,4

39,1

32,7

19

Toekomstfonds

      
 

Uitgaven

238,0

164,7

122,0

128,8

110,2

122,3

 

Ontvangsten

63,2

32,1

33,4

40,6

42,6

47,6

40

Apparaat

      
 

Uitgaven

388,6

378,8

344,4

330,0

333,6

330,3

 

Ontvangsten

40,2

32,5

33,3

33,3

33,2

33,2

41

Nominaal en onvoorzien

      
 

Uitgaven

– 0,0

     

Artikel 11 Goed functionerende economie en markten

De uitgaven op dit artikel lopen af van 195 mln. tot 168 mln. in 2018 en verder. De uitgaven op dit artikel hebben met name betrekking op de financiering van het CBS, Agentschap Telecom en bijdragen in het kader van de Metrologiewet. Het dalende verloop van de uitgaven wordt veroorzaakt door invulling van de apparaatstaakstelling op voornoemde organisaties. De ontvangsten hebben een piek in 2016. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft op 8 januari 2015 uitspraak gedaan in hoger beroep over een FM-vergunning voor een commercieel radiostation. EZ moet het bedrag dat de vergunninghouder (Veronica) tot nu toe heeft betaald inclusief wettelijke rente terugbetalen (15,8 mln). Een nieuw besluit zal genomen worden over de hoogte van de bijdrage die naar verwachting in 2016 zal worden ontvangen.

Artikel 12 Een sterk innovatievermogen

De uitgaven op dit artikel lopen terug door de doorwerking van de verschillende taakstellingen op subsidies en bijdragen aan (inter)nationale organisaties.

Artikel 13 Een excellent ondernemingsklimaat

Op dit artikel hebben de uitgaven een dalend verloop vanwege aflopende programma’s en aflopende regelingen. De lichte stijging in 2019 en 2020 komt hogere subsidie uitgaven. In 2015 zijn de ontvangsten hoger dan in andere jaren vanwege onttrekkingen uit de begrotingsreserve ten behoeve van de aanpassing van de schaderaming van de Borgstellingsregeling Midden en Kleinbedrijf.

Artikel 14 Een doelmatige en duurzame energievoorziening

De uitgaven op dit artikel stijgen door de oplopende uitgaven aan de SDE+-regeling. De totale ontvangsten op artikel 14 worden voornamelijk bepaald door de aardgasbaten. De ontvangsten kennen een dalend verloop. De daling is hoofdzakelijk het gevolg van de kabinetsbesluiten om de verkoop van gas uit het Groningengasveld terug te brengen tot 33 mld kubieke meter. Besluitvorming over de maximale productie uit het Groningengasveld in 2016 zal eind 2015 plaatsvinden.

Artikel 16 Een concurrerende, duurzame en veilige agro-, visserij- en voedselketen

De uitgaven op het artikel hebben een dalend verloop tot 2019. Hierna blijven de budgetten gelijk. De daling komt voor uit verschillende taakstellingen op subsidies. De ontvangsten op het artikel lopen ook terug. Dit komt voornamelijk door minder onttrekkingen uit de begrotingsreserves.

Artikel 17 Groen onderwijs van hoge kwaliteit

Het budget van dit artikel is bestemd voor onderwijs en de toepassing van kennis in het groene domein. De oorzaak van de daling in de uitgaven is het invullen van de subsidietaakstelling.

Artikel 18 Natuur, regio en ruimte

De uitgaven op dit artikel lopen af tot 2019. Na 2019 is het patroon van de uitgaven stabiel. De vermindering komt door het aflopen van programma’s zoals Pieken in de Delta en de uitfinanciering van programma’s als Sterke Regio's en Nota Ruimte. Door het opheffen van de Dienst Landelijk Gebied valt de bijdrage aan DLG weg. Een deel van de middelen is overgeheveld naar de provincies voor de financiering van overgenomen medewerkers van DLG.De ontvangsten op dit artikel lopen ook terug. Dit komt voornamelijk omdat de inkomstentaakstelling op de verkoop van gronden afloopt.

Artikel 19 Toekomstfonds

Bij oprichting van het Toekomstfonds is eenmalig 200 mln aan startkapitaal toegevoegd verspreidt over de jaren 2014–2016. Bij ontvangsten en uitgaven in 2015 is een eenmalige piek als gevolg van de verkoop van aandelen in LIOF en herinvestering in andere ROMs. Na 2015 stijgen de ontvangsten gestaag als gevolg van de toenemende terugontvangt van in eerdere jaren geïnvesteerde middelen.

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

XV SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEIDbedragen in miljoenen euro's
  

2015

2016

2017

2018

2019

2020

totaal uitgaven

31.445,6

31.766,7

32.179,4

32.726,3

33.414,4

33.843,0

totaal niet-belastingontvangsten

1.849,4

1.724,0

1.730,7

1.720,2

1.745,0

1.740,6

1

Arbeidsmarkt

      
 

Uitgaven

18,6

21,2

19,8

21,6

20,8

20,9

 

Ontvangsten

25,5

29,6

36,1

36,1

36,1

36,1

2

Bijstand, Toeslagenwet en Sociale werkvoorziening

      
 

Uitgaven

6.523,1

6.611,1

6.719,1

6.722,1

6.822,8

6.943,6

 

Ontvangsten

42,7

3,5

2,6

2,6

2,6

 

3

Arbeidsongeschiktheid

      
 

Uitgaven

0,8

0,8

0,8

0,8

0,8

0,9

4

Jonggehandicapten

      
 

Uitgaven

3.099,8

3.174,4

3.221,6

3.140,3

3.193,9

3.234,3

5

Werkloosheid

      
 

Uitgaven

48,6

66,6

67,3

61,6

79,0

97,8

6

Ziekte en zwangerschap

      
 

Uitgaven

7,5

7,4

7,5

7,6

7,7

7,8

7

Kinderopvang

      
 

Uitgaven

2.194,8

2.365,5

2.400,1

2.418,6

2.435,9

2.452,3

 

Ontvangsten

1.527,1

1.432,2

1.419,3

1.405,3

1.398,5

1.396,8

8

Oudedagsvoorziening

      
 

Uitgaven

113,3

40,0

37,0

31,5

31,1

32,1

 

Ontvangsten

0,6

     

9

Nabestaanden

      
 

Uitgaven

1,1

1,1

1,1

1,1

1,2

1,2

10

Tegemoetkoming ouders

      
 

Uitgaven

5.311,2

5.329,5

5.302,5

5.285,1

5.266,2

5.248,4

 

Ontvangsten

239,4

239,9

243,2

244,0

244,0

243,9

11

Uitvoeringskosten

      
 

Uitgaven

432,7

458,3

434,7

416,4

385,2

377,5

 

Ontvangsten

10,0

     

12

Rijksbijdragen

      
 

Uitgaven

13.205,0

13.147,3

13.378,9

13.511,5

13.725,4

13.941,1

13

Integratie en maatschappelijke samenhang

      
 

Uitgaven

147,0

144,3

138,6

131,9

130,0

130,0

 

Ontvangsten

1,0

0,8

0,6

0,2

  

96

Apparaat

      
 

Uitgaven

294,5

261,8

261,1

253,8

282,7

282,4

 

Ontvangsten

3,1

18,0

28,9

32,0

63,8

63,8

98

Algemeen

      
 

Uitgaven

35,0

47,2

42,1

38,8

44,4

39,9

99

Nominaal en onvoorzien

      
 

Uitgaven

12,7

90,3

147,3

683,6

987,3

1.032,9

Artikel 2 Bijstand, toeslagenwet en Sociale werkvoorziening

Meerjarig lopen de uitgaven van de participatiewet op. Deze stijging hangt samen met een aantal wetswijzigingen vanaf 2015, waaronder de invoering van de Participatiewet en het wetsvoorstel ZZP-pensioenregeling. Daarnaast nemen de uitgaven aan de IOAW de komende jaren toe. Deze stijging komt voornamelijk door een hogere verwachte instroom in de IOAW als gevolg van een hogere verwachte uitstroom van de WW in de IOAW en door de verhoging van de AOW-leeftijd. Tot slot is een deel van het budget voor de sectorplannen van 2015 en 2016 overgeheveld naar 2017 en verder vanwege een derde tranche en een andere liquiditeitsbehoefte van de plannen.

Artikel 4 Jonggehandicapten

Met de maatregelen uit de Participatiewet is de Wajong alleen nog toegankelijk voor personen die duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben. Hierdoor is de instroom in de Wajong aanzienlijk gedaald. De verwachting is dat de instroom in 2015 voor het eerst kleiner zal zijn dan de uitstroom. Dit zet zich voor in 2016. De verwachte uitgaven stijgen echter nog wel vanwege een stijgende gemiddelde uitkeringshoogte.

Artikel 7 Kinderopvang

Het gebruik van de kinderopvangtoeslag neemt de komende jaren naar verwachting jaarlijks toe. In het kader van het 5 mld. pakket is besloten de kinderopvangtoeslag te intensiveren met structureel 291 mln. Met de intensivering worden de toeslagpercentages in de eerste en tweede kindtabel (voor twee kinderen en meer) voor iedereen opgehoogd.

Artikel 10 Tegemoetkoming ouders

Bij de kinderbijslag neemt het aantal kinderen met recht op kinderbijslag in de komende jaren af door demografische ontwikkelingen. De uitgaven aan de kinderbijslag dalen hierdoor na 2016 licht.

De uitgaven aan het kindgebonden budget zijn per 2015 fors toegenomen. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de introductie van de alleenstaande ouderkop. Daarnaast is het kindgebonden budget voor derde en volgende kinderen structureel verhoogd vanaf 2016. Ook wordt in 2016 het kindgebonden budget voor het tweede kind eenmalig verhoogd.

Artikel 12 Rijksbijdragen sociale fondsen

De grootste onderliggende post betreft de rijksbijdrage aan het ouderdomsfonds. In de rijksbijdrage van 2015 wordt een vermogenstekort uit 2014 verrekend en zijn de onderlinge betalingen hoger dan in 2016. Hierdoor is de rijksbijdrage in 2015 hoger dan de rijksbijdrage in 2016. De oploop van de rijksbijdrage naar 2016 wordt voornamelijk verklaard door de ontwikkeling van de premie-inkomsten.

Premiegefinancierde Sociale Zekerheid

SOCIALE VERZEKERINGENbedragen in miljoenen euro's
  

2015

2016

2017

2018

2019

2020

totaal uitgaven

56.502,8

57.496,0

57.957,2

58.309,4

58.800,0

59.178,6

totaal niet-belastingontvangsten

385,0

392,8

397,0

401,3

405,6

409,9

3

Arbeidsongeschiktheid

      
 

Uitgaven

9.147,8

9.348,2

9.490,3

9.626,4

9.832,7

10.077,6

5

Werkloosheid

      
 

Uitgaven

6.964,7

6.792,9

6.647,1

6.537,6

6.298,4

5.978,7

 

Ontvangsten

385,0

392,8

397,0

401,3

405,6

409,9

6

Ziekte en zwangerschap

      
 

Uitgaven

2.608,3

2.648,2

2.674,0

2.718,1

2.764,0

2.803,3

8

Oudedagsvoorziening

      
 

Uitgaven

35.704,4

36.748,2

37.294,7

37.608,8

38.092,8

38.502,7

9

Nabestaanden

      
 

Uitgaven

471,8

455,7

443,4

429,2

420,3

419,9

11

Uitvoeringskosten

      
 

Uitgaven

1.605,7

1.502,8

1.407,8

1.389,4

1.391,8

1.396,4

Artikel 3 Arbeidsongeschiktheid

De komende jaren stijgen de uitkeringslasten WIA inclusief de lasten voor eigenrisicodragers. Dit is het gevolg van het feit dat de WIA een relatief nieuwe regeling is die nog niet het structurele niveau heeft bereikt. De hogere AOW-leeftijd heeft als gevolg dat WIA-uitkeringen langer doorlopen.

In de WAO is alleen nog nieuwe instroom door herleving van uitkeringen. Er worden dan ook nauwelijks nog nieuwe WAO-uitkeringen toegekend. Tegelijkertijd worden er in 2016 22.000 uitkeringen beëindigd. Hierdoor dalen de uitkeringslasten WAO. In latere jaren gaat de daling van de uitkeringslasten minder snel dan in 2016. Dit komt vooral doordat WAO-uitkeringen langer doorlopen als gevolg van de verdere stijging van de AOW-leeftijd.

Artikel 5 Werkloosheid

De arbeidsmarkt trekt in 2015 en 2016 naar verwachting verder aan. In 2015 en 2016 wordt dan ook een daling van de werkloosheid verwacht. De daling van de werkloosheid leidt tot een daling van het volume WW-uitkeringen. De effecten van de Wet Werk en Zekerheid groeien vanaf 2016 geleidelijk in. Onder meer de aanscherping van het besluit passende arbeid en invoering van inkomensverrekening hebben naar verwachting in 2016 een licht neerwaarts effect op de uitkeringslasten.

De ontvangsten van overheidswerkgevers blijven in 2016 ongeveer gelijk aan de ontvangsten in 2015. Enerzijds stijgen de ontvangsten als gevolg van taakstellingen bij de overheid. Anderzijds dalen de ontvangsten als gevolg van de aantrekkende arbeidsmarkt.

Artikel 6 Ziekte en zwangerschap

De ZW-uitkeringslasten van de bij het UWV-verzekerde populatie nemen in 2016 af vanwege een daling van het uitkeringsvolume bij uitzendkrachten en personen met een arbeidscontract dat afloopt tijdens ziekte. Deze daling komt door een stijging van het aantal eigenrisicodragers onder werkgevers van deze vangnetgroepen. Daarnaast dalen de ZW-uitkeringslasten als gevolg van maatregelen uit de Wet beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters, zoals de keuring op algemeen geaccepteerde arbeid na afloop van het eerste ziektejaar.

De uitkeringslasten voor de WAZO laten een stijging zien. De stijging hangt samen met de CBS-prognose dat het aantal geboorten de komende jaren toeneemt.

Artikel 8 Oudedagsvoorziening

De stijging van de uitgaven wordt verklaard door een aantal factoren. Ten eerste neemt het AOW-volume de komende jaren toe als gevolg van de stijgende levensverwachting en de vergrijzing. Daarnaast zijn de AOW-uitgaven inclusief de geraamde loon- en prijsontwikkeling.

Door de stapsgewijze verhoging van de AOW-leeftijd sinds 2013 en de versnelling van deze verhoging vanaf 2016 wordt de toename enigszins afgevlakt. De uitkeringslasten AOW stijgen tot 2018 als gevolg van de toename van het volume. Vanaf 2018 dalen de uitkeringslasten AOW als gevolg van de invoering van de kostendelersnorm in de AOW.

Artikel 9 Nabestaanden

De uitkeringslasten Anw dalen voornamelijk omdat de groep mensen die bij inwerkingtreding van de huidige Anw al recht had op diens voorganger, de Algemenen Weduwen- en Wezenwet, de komende jaren grotendeels uitstroomt vanwege het bereiken van de AOW-leeftijd. Daarnaast dalen de uitkeringslasten, omdat er geen recht meer kan ontstaan op Anw op grond van leeftijd. De groep Anw-gerechtigden die voor 1950 geboren is, en daar hun recht op Anw aan ontleent, is volledig uitgestroomd op 1 april 2015 omdat die groep de AOW-leeftijd heeft bereikt.

Artikel 11 Uitvoeringskosten

De uitvoeringskosten van het UWV en de SVB wijzigen in de loop der jaren als gevolg van beleidswijzigingen en als gevolg van volumeontwikkelingen in de onderscheiden wetten.

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

XVI VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORTbedragen in miljoenen euro's
  

2015

2016

2017

2018

2019

2020

totaal uitgaven

14.700,0

14.551,4

14.938,8

15.075,2

15.281,5

15.769,0

totaal niet-belastingontvangsten

113,0

174,7

91,7

96,7

91,7

91,7

1

Volksgezondheid

      
 

Uitgaven

593,3

614,5

621,2

637,7

645,8

640,7

 

Ontvangsten

11,0

10,9

10,9

10,9

10,9

10,9

2

Curatieve zorg

      
 

Uitgaven

4.553,8

4.187,2

3.930,9

3.627,2

3.332,6

3.433,8

 

Ontvangsten

60,9

61,0

61,0

61,0

61,0

61,0

3

Langdurige zorg en ondersteuning

      
 

Uitgaven

3.634,7

3.644,8

3.807,3

4.004,9

4.221,4

4.450,2

 

Ontvangsten

3,4

3,4

3,4

3,4

3,4

3,4

4

Zorgbreed beleid

      
 

Uitgaven

895,0

871,2

878,4

862,8

872,3

870,5

 

Ontvangsten

4,9

4,9

4,9

4,9

4,9

4,9

5

Jeugd

      
 

Uitgaven

208,5

126,2

129,8

75,8

83,5

83,5

 

Ontvangsten

4,5

82,5

4,5

4,5

4,5

4,5

6

Sport en bewegen

      
 

Uitgaven

73,1

128,8

128,2

126,6

127,6

127,6

 

Ontvangsten

0,7

0,7

0,7

0,7

0,7

0,7

7

Oorlogsgetroffenen en Herinneringen Tweede Wereldoorlog

      
 

Uitgaven

309,0

290,1

272,4

256,9

241,2

226,9

 

Ontvangsten

0,9

0,9

0,9

0,9

0,9

0,9

8

Tegemoetkoming specifieke kosten

      
 

Uitgaven

4.157,9

4.432,3

4.905,4

5.214,8

5.488,5

5.662,1

9

Algemeen

      
 

Uitgaven

28,5

23,5

25,0

28,6

31,7

36,7

10

Apparaatsuitgaven

      
 

Uitgaven

291,7

248,0

238,1

237,4

234,2

234,3

 

Ontvangsten

21,3

5,4

5,4

10,4

5,4

5,4

11

Nominaal en Onvoorzien

      
 

Uitgaven

– 45,6

– 15,0

2,1

2,6

2,7

2,7

 

Ontvangsten

5,4

5,0

    

Artikel 1 Volksgezondheid

De uitgaven voor gezondheidsbescherming, ziektepreventie en gezondheidsbevordering op het artikel Volksgezondheid kennen een stabiel verloop. Het lagere budget in 2015 wordt met name veroorzaakt doordat er middelen voor de tijdelijke projectdirectie Antonie van Leeuwenhoek Terrein (PD-ALt) zijn overgeheveld naar artikel 10.

Artikel 2 Curatieve zorg

De sterke afloop op dit artikel in de jaren 2015 t/m 2018 wordt verklaard door de technische rijksbijdrage aan het zorgverzekeringsfonds die voor 4 jaar is afgesproken om het effect van de overhevelingen naar de Zvw in het kader van de hervorming langdurige zorg op de premie te dempen.

Artikel 3 Maatschappelijke Ondersteuning en Langdurige Zorg

Dit artikel neemt aan de uitgavenkant toe door een stijging van de bijdrage in kosten van kortingen (BIKK) in de Wlz. De hoogte van deze rijksbijdrage hangt o.a. samen met de ontwikkeling van verschillende tarieven in de inkomstenbelasting die leiden tot wijzigingen in de ontvangsten in het AWBZ-fonds, waar deze rijksbijdrage voor compenseert.

Artikel 4 Zorgbreed Beleid

De uitgaven op dit artikel laten in deze periode gemiddeld een beperkte afname zien.

Artikel 5 Jeugd

Het artikel Jeugd laat een afname zien van de uitgaven. In de jaren 2015, 2016 en 2017 is het budget hoger dan in latere jaren doordat er extra middelen beschikbaar zijn voor transitiekosten van de decentralisatie. De extra ontvangsten in 2016 betreft egalisatiereserves van provincies nu deze sinds 1 januari 2015 niet meer verantwoordelijk zijn voor de provinciale jeugdzorg.

Artikel 6 Sport en Bewegen

Het verschil tussen 2015 en latere jaren op dit artikel is grotendeels te verklaren door de jaarlijkse storting in het Gemeentefonds voor buurtsportcoaches. Deze storting vindt plaats lopende het begrotingsjaar.

Artikel 7 Oorlogsgetroffenen en Herinneringen Tweede Wereldoorlog

Door demografische ontwikkelingen neemt het aantal verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen WOII af, waardoor de uitgaven aan pensioenen en uitkeringen op dit artikel een dalende trend vertoont.

Artikel 8 Tegemoetkoming Specifieke Zorgkosten

De toename van de uitgaven op dit artikel geeft met name de ontwikkeling van de zorgtoeslag weer. De toename is het gevolg van de ontwikkeling van de zorgpremie.

Artikel 9 Algemeen

Op dit artikel vinden geen bijzonderheden plaats. De uitgaven hebben een licht schommelend verloop.

Artikel 10 Apparaatsuitgaven

De uitgaven op dit artikel hebben vanaf 2016 een stabieler verloop. De piek in de uitgaven en ontvangsten in 2015 wordt met name veroorzaakt door overhevelingen en desalderingen ten behoeve van PD-ALt.

Artikel 11 Nominaal en Onvoorzien

Het verloop op dit artikel wordt grotendeels verklaard door het gefaseerd terugbrengen van de taakstellende onderuitputting op de VWS-begroting. Vanaf 2017 is de taakstellende onderuitputting 0.

Premiegefinancierde zorg

PREMIEGEFINANCIERD BUDGETTAIR KADER ZORGbedragen in miljoenen euro's
  

2015

2016

2017

2018

2019

2020

totaal uitgaven

63.210,5

65.759,1

67.200,9

70.468,9

73.743,9

77.563,0

totaal niet-belastingontvangsten

5.109,0

5.042,8

5.120,0

5.245,0

5.436,9

5.585,0

11

Zorgverzekeringswet

      
 

Uitgaven

43.359,7

45.860,1

47.468,7

50.075,3

52.488,9

55.302,5

 

Ontvangsten

3.217,7

3.194,8

3.285,1

3.404,8

3.546,8

3.681,5

12

Wet langdurige zorg

      
 

Uitgaven

19.850,7

19.899,0

19.732,2

20.393,6

21.255,0

22.260,5

 

Ontvangsten

1.891,3

1.848,0

1.834,9

1.840,2

1.890,0

1.903,4

Artikel 11 Zorgverzekeringswet

De uitgaven onder de Zorgverzekeringswet tonen in de periode 2015–2017 een gematigde stijging. Deze stijging wordt aan de volumekant met name veroorzaakt door factoren zoals demografie, technologische ontwikkeling in combinatie met open pakketinstroom en epidemiologie. De stijging van de uitgaven onder de Zorgverzekeringswet is minder hoog dan eerder is geraamd. Dit komt omdat in de meerjarenraming het dempende effect van de gesloten hoofdlijnakkoorden 2013 is verwerkt. Het succesvolle preferentiebeleid bij de geneesmiddelen doet de groei van de zorguitgaven ook afnemen. Het verschil tussen 2015 en 2016 wordt ook deels veroorzaakt doordat er in 2015 sprake was van een incidentele technische correctie van circa -700 mln. vanwege de verkorting van de DBC-doorlooptijd. Voor de extrapolatiejaren 2018, 2019 en 2020 geldt de technische veronderstelling dat de uitgavengroei terugkeert naar het bij de MLT geraamde groeitempo. Dat zogenoemde basispad in de MLT ligt veel hoger dan de feitelijke groei in deze kabinetsperiode, wat de grote uitgavenstijging in de latere jaren verklaart. Daarnaast is er gedurende de hele gepresenteerde periode sprake van nominale groei.

Artikel 12 Wet langdurige zorg

De afloop vanaf 2015 in de uitgaven voor de Wet langdurige zorg (Wlz) is met name de doorwerking van de overhevelingen en ingeboekte besparingen in het kader van de hervorming van de langdurige zorg (HLZ).De besparingen die zijn gehaald worden onder andere gedempt doordat er tegenvallers zijn bij de PGB’s en doordat het extramuraliseringstempo minder hoog is dan gedacht. Voor 2018 en verder geldt net zoals in artikel 11 dat de uitgavengroei terugkeert naar het bij de MLT geraamde groeitempo. Gedurende de gehele gepresenteerde periode is sprake van nominale groei.

Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

XVII BUITENLANDSE HANDEL & ONTWIKKELINGSSAMENWERKINGbedragen in miljoenen euro's
  

2015

2016

2017

2018

2019

2020

totaal uitgaven

      

totaal niet-belastingontvangsten

20,9

16,4

18,1

15,7

13,4

13,1

45

Versterkte kaders voor ontwikkeling

      
 

Ontvangsten

20,9

16,4

18,1

15,7

13,4

13,1

Relatie begroting voor Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking en de Homogene groep internationale samenwerking (HGIS)

De begroting van het ministerie voor Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking bestaat enkel uit HGIS uitgaven, maar uit HGIS en niet-HGIS ontvangsten. De HGIS uitgaven en ontvangsten worden elders toegelicht. De niet-HGIS ontvangsten worden hieronder toegelicht.

Versterkte kaders voor ontwikkeling

De fluctuaties in de ontvangsten betreffen rente-inkomsten en restituties uit leningen van de Nederlandse Investeringsbank voor Ontwikkelingslanden, deze leningen zijn in het verleden aangegaan en lopen tot uiterlijk 2038. Tot die tijd worden de ontvangsten uit rente en restituties verantwoord op de begroting van BH&OS.

Wonen en Rijksdienst

XVIII WONEN & RIJKSDIENSTbedragen in miljoenen euro's
  

2015

2016

2017

2018

2019

2020

totaal uitgaven

3.888,2

3.760,4

3.630,3

4.009,7

4.208,6

4.201,6

totaal niet-belastingontvangsten

603,0

629,1

584,2

563,1

555,2

549,8

11

Woningmarkt

      
 

Uitgaven

3.473,3

3.569,9

3.449,1

3.630,1

3.826,0

4.017,7

 

Ontvangsten

446,3

442,4

427,0

417,0

413,0

409,0

12

Woonomgeving en bouw

      
 

Uitgaven

175,6

26,5

20,2

217,5

218,9

18,1

 

Ontvangsten

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

13

Kwaliteit Rijksdienst

      
 

Uitgaven

25,9

19,2

17,2

17,0

17,0

17,0

 

Ontvangsten

0,7

     

16

Uitvoering rijksvastgoedbeleid

      
 

Uitgaven

213,3

144,7

143,8

145,0

146,7

148,9

 

Ontvangsten

155,9

186,6

157,1

146,0

142,1

140,7

Artikel 11 Woningmarkt

Het budget huurtoeslag neemt toe, met name doordat boveninflatoire huurverhogingen tot hogere huurtoeslaguitgaven leiden en doordat de huurtoeslag in nominale prijzen wordt gepresenteerd.

Artikel 12 Woonomgeving en bouw

Dit artikel toont incidenteel hogere uitgaven in 2015. In het Woonakkoord is overeengekomen om het Fonds Energiebesparing Huursector te vormen. De niet bestede middelen uit 2014 zijn meegenomen naar 2015. Conform afspraken binnen het Energieakkoord voor duurzame groei is in de jaren 2018 en 2019 totaal 400 mln. beschikbaar voor de stimulering van energiebesparende projecten binnen de huursector.

Artikel 13 Kwaliteit Rijksdienst

De middelen voor het verbeteren van de kwaliteit van de Rijksdienst worden besteed aan arbeidsmarktprojecten via het A&O-fonds, het realiseren van in-, door- en uitstroom van rijksambtenaren, en projecten om samenwerking op het gebied van ICT, professioneel en verantwoord inkopen en rijksbrede arbeidsmarktcommunicatie te stimuleren. De daling in de periode 2015–2018 wordt vooral veroorzaakt doordat in kader van de taakstelling het budget voor arbeidsmarktcommunicatie is verlaagd.

Artikel 16 Uitvoering rijksvastgoedbeleid

De overdracht van het beheer en onderhoud van 31 monumenten aan de NMO medio 2015 gaat gepaard met een eenmalige instandhoudingsbijdrage. Dit leidt tot een desaldering van ontvangsten en uitgaven van 12,7 mln. Hiernaast zijn er in 2015 en 2016 ontvangsten door afroming van het (verwachte) surplus eigen vermogen van de Rijksgebouwendienst. Deze ontvangsten worden ingezet voor de GDI.

Tot slot liggen de ontvangsten tussen 2015 en 2019 hoger, met een piek in 2015 van 52,9 mln., vanwege een technische verwerking van de eenheidsprijzen kantoren. De invoering hiervan is voor departementen budgetneutraal.

Gemeentefonds

B GEMEENTEFONDSbedragen in miljoenen euro's
  

2015

2016

2017

2018

2019

2020

totaal uitgaven

27.246,5

27.338,7

26.923,8

26.703,1

26.567,8

26.385,8

totaal niet-belastingontvangsten

0,1

     

2

Apparaat

      
 

Uitgaven

89,0

77,8

25,3

24,3

24,3

24,3

 

Ontvangsten

0,1

     

3

Programma

      
 

Uitgaven

17.001,6

17.425,7

17.251,3

17.196,6

17.145,2

17.076,2

4

Integratie-uitkering sociaal Domein

      
 

Uitgaven

10.155,9

9.835,2

9.647,2

9.482,2

9.398,3

9.285,2

Artikel 2 Apparaat

Dit artikel heeft voornamelijk betrekking op bijdragen aan de VNG en het daaraan gelieerde Kwaliteitsinstituut van Nederlandse Gemeenten (KING).

Artikel 3 Programma en Artikel 4 Deelfonds sociaal Domein

De daling in de programma uitgaven (artikel 3) wordt verklaard door maatregelen uit het regeerakkoord Rutte II en het financieel akkoord uit januari 2013. Verder zijn er per 2015 middelen overgeheveld naar het gemeentefonds (in de integratie-uitkering sociaal domein) als gevolg van de decentralisaties van de jeugdzorg, de langdurige zorg en de participatiewet. Deze middelen staan op (het nieuwe) artikel 4. De daling in dit budget hangt voornamelijk samen met de maatregelen met betrekking tot de sociale werkvoorziening uit het Regeerakkoord en de bijstelling van het macrobudget als gevolg van het akkoord dat in mei 2015 met de VNG is gesloten.

Provinciefonds

C PROVINCIEFONDSbedragen in miljoenen euro's
  

2015

2016

2017

2018

2019

2020

totaal uitgaven

1.077,4

2.160,3

2.150,4

1.994,6

1.988,7

1.982,3

totaal niet-belastingontvangsten

      

1

Provinciefonds

      
 

Uitgaven

1.077,4

2.160,3

2.150,4

1.994,6

1.988,7

1.982,3

De daling in de uitgaven wordt verklaard door maatregelen uit het regeerakkoord Rutte II en het financieel akkoord uit januari 2013.

De bedragen vanaf 2016 liggen hoger dan in 2015 vanwege de decentralisatie van de Brede doeluitkering Vervoer en verkeer.

Infrastructuurfonds

A INFRASTRUCTUURFONDSbedragen in miljoenen euro's
  

2015

2016

2017

2018

2019

2020

totaal uitgaven

5.946,7

5.784,0

6.065,8

5.962,1

6.061,7

6.225,8

totaal niet-belastingontvangsten

5.922,5

5.784,0

6.065,8

5.962,1

6.061,7

6.225,8

12

Hoofdwegennet

      
 

Uitgaven

2.235,7

2.011,1

2.298,8

2.437,5

2.837,0

3.147,9

 

Ontvangsten

667,1

55,5

136,9

47,8

49,7

130,7

13

Spoorwegen

      
 

Uitgaven

2.261,3

2.447,3

2.229,2

2.140,9

2.036,0

1.785,6

 

Ontvangsten

203,9

299,8

187,6

188,3

202,3

201,1

14

Regionaal, lokale infra

      
 

Uitgaven

140,0

278,7

366,0

327,6

166,9

185,4

 

Ontvangsten

      

15

Hoofdvaarwegennet

      
 

Uitgaven

922,0

854,4

836,8

854,1

721,8

700,1

 

Ontvangsten

194,5

32,6

16,9

   

17

Megaprojecten Verkeer en Vervoer

      
 

Uitgaven

153,2

99,0

165,4

200,9

280,9

387,8

 

Ontvangsten

33,4

40,4

22,1

28,6

60,7

67,5

18

Overige uitgaven en ontvangsten

      
 

Uitgaven

234,5

93,5

169,6

1,0

19,1

19,0

 

Ontvangsten

    

18,3

18,3

19

Bijdrage andere begrotingen Rijk

      
 

Ontvangsten

4.823,7

5.355,6

5.702,4

5.697,4

5.730,7

5.808,3

Artikel 12 Hoofdwegennet

De uitgaven binnen dit artikel kennen een vrij grillig verloop. Dit verloop hangt samen met de planning van de uitgaven van de diverse aanlegprojecten (zowel realisatie als verkenningen en planuitwerkingen) in de komende jaren. De uitgaven zijn een stuk hoger in 2018–2020, met name omdat in deze jaren er veel middelen worden voorzien voor een aantal aanlegprojecten: A1/A6/A9 Schiphol-Amsterdam-Almere, A28 Knooppunt Hoevelaken en A4/A44 Rijnlandroute. De hoge ontvangsten in 2015 worden met name verklaard door bijdragen van derden aan de projecten A1 Apeldoorn-Azelo en A12/A15 Ressen-Oudbroeken.

Artikel 13 Spoorwegen

De uitgaven op artikel 13 zijn bestemd voor de aanleg en het beheer en de vervanging van de spoorwegen. De verlaging vanaf 2017 wordt met name verklaard door het overboeken van het project ERTMS naar artikel 17 Megaprojecten Verkeer en Vervoer. Verder worden er binnen het aanlegprogramma enkele grote aanlegprojecten in 2016 afgerond, waaronder Programma Hoogfrequent Spoorvervoer Doorstroomstation Utrecht (PHS DSSU), OV-terminal Utrecht Centraal en OV Schiphol, Amsterdam, Almere en Lelystad (OV SAAL) Korte Termijn.

Artikel 14 Regionaal, lokale infra

De uitgaven op artikel 14 hangen samen met grote projecten die regionale overheden aanleggen. De fluctuatie binnen het artikel is groot door de planning van deze grote regionale projecten. Zo worden er in 2016–2018 hoge uitgaven verwacht voor onder andere de A12/A20 Parallelstructuur Gouwe en HOV-NET Zuid-Holland Noord. Daarnaast wordt het Regiospecifiek Pakket Zuiderzeelijn (RSP-ZZL) uit dit artikel gefinancierd en ook daarvoor ligt een aanzienlijk deel van de uitgaven in 2016–2018.

Artikel 15 Hoofdvaarwegennet

De daling ten opzichte van 2015 houdt verband met de afronding van het programma NoMo achterstallig onderhoud vaarwegen (NoMo AOV). De hoge ontvangsten in 2015 worden met name verklaard door de versnelde bijdrage van Vlaanderen aan het project Kanaal Gent-Terneuzen en de versnelde bijdrage van de provincie Noord-Holland aan het project Zeetoegang IJmond.

Artikel 17 Megaprojecten Verkeer en Vervoer

De uitgaven op dit artikel lopen op omdat de uitgaven voor de megaprojecten ERTMS en ZuidasDok sterk oplopen richting 2020 in verband met de programmering van deze projecten. De geraamde ontvangsten hangen bijna volledig samen met de verwachte bijdragen van medeoverheden aan het project ZuidasDok.

Artikel 18 Overige uitgaven en ontvangsten

De uitgaven in 2015 worden grotendeels veroorzaakt door de apparaatskosten van RWS. Deze kosten zijn vanaf 2016 verdeeld over artikel 12 Hoofdwegennet en artikel 15 Hoofdvaarwegennet van het Infrastructuurfonds en het Deltafonds. Het budget in 2016 en 2017 bestaat grotendeels uit middelen voor het vervolg van het programma Beter Benutten. Daarnaast zijn op dit artikel de ontvangsten en uitgaven opgenomen die gerealiseerd worden uit tol bij de projecten ViA15 en Nieuwe Westelijke Oeververbinding (NWO). Er is sprake van een aanvullende kasschuif in 2016 ten behoeve van het rijksbrede financiële beeld. De meerjarige programmering wordt hierop niet aangepast.

Artikel 19 Bijdrage andere begrotingen Rijk

Het artikel 19 betreft de voeding van het Infrastructuurfonds vanuit de begroting van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu.

Diergezondheidsfonds

F DIERGEZONDHEIDSFONDSbedragen in miljoenen euro's
  

2015

2016

2017

2018

2019

2020

totaal uitgaven

42,8

30,6

30,6

30,6

30,6

30,6

totaal niet-belastingontvangsten

23,8

30,6

30,6

30,6

30,6

30,6

1

Bewaking en bestrijding van dierziekten

      
 

Uitgaven

42,8

30,6

30,6

30,6

30,6

30,6

 

Ontvangsten

23,8

30,6

30,6

30,6

30,6

30,6

Op de begroting van het Diergezondheidsfonds (DGF) worden meerjarig de reguliere uitgaven voor bewaking en bestrijding van dierziekten opgenomen. Dekking vindt plaats door bijdragen van de sector via een heffing, de EU en het Rijk.

Accres Gemeentefonds

ACCRES GEMEENTEFONDSbedragen in miljoenen euro's
  

2015

2016

2017

2018

2019

2020

totaal uitgaven

3,3

246,7

206,3

476,0

807,0

1.187,8

totaal niet-belastingontvangsten

      

1

Accres gemeentefonds

      
 

Uitgaven

  

– 33,2

196,8

479,0

803,4

2

Reservering BCF

      
 

Uitgaven

3,3

246,7

239,5

279,2

328,0

384,4

Artikel 1 Accres gemeentefonds

Het accres van het gemeentefonds wordt berekend door de mutatie van de netto gecorrigeerde rijksuitgaven (NGRU) als groeivoet te nemen over de grondslag, gevormd door gemeentefonds. De stijging van accressen wordt veroorzaakt door een stijging van de netto gecorrigeerde rijksuitgaven. Bijlage 8 van de Miljoenennota geeft de onderbouwing van de netto gecorrigeerde rijksuitgaven, en daarmee van de jaarlijkse accresontwikkeling, weer.

Artikel 2 Reservering Btw-compensatiefonds (BCF)

Het plafond van het BCF is per 2015 gekoppeld aan de accrespercentages zoals deze volgen uit de normeringssystematiek voor het gemeentefond. Het plafond wordt aangepast voor taakmutaties (zoals decentralisaties) die gepaard gaan met onttrekkingen of toevoegingen aan het BCF. Als het plafond overschreden wordt, komt het verschil ten laste van het gemeentefonds. Bij een realisatie lager dan het plafond, komt het verschil ten gunste van het gemeentefonds. De toevoeging of uitname wordt over het gemeentefonds verdeeld conform de aandelen van de gezamenlijke gemeenten in het BCF in het gerealiseerde jaar. Bij Miljoenennota 2016 is het aandeel van gemeenten van 137,6 miljoen euro in de geraamde ruimte onder het plafond voor 2015 toegevoegd aan het gemeentefonds.

Accres Provinciefonds

ACCRES PROVINCIEFONDSbedragen in miljoenen euro's
  

2015

2016

2017

2018

2019

2020

totaal uitgaven

– 3,3

26,0

20,3

56,4

98,1

146,1

totaal niet-belastingontvangsten

      

1

Accres provinciefonds

      
 

Uitgaven

  

– 4,5

26,5

61,8

102,4

2

Reservering BCF

      
 

Uitgaven

– 3,3

26,0

24,7

29,9

36,3

43,7

Accres provinciefonds

Het accres het provinciefonds wordt berekend door de mutatie van de netto gecorrigeerde rijksuitgaven (NGRU) als groeivoet te nemen over de grondslag, gevormd door het provinciefonds. De stijging van accressen wordt veroorzaakt door een stijging van de netto gecorrigeerde rijksuitgaven. Bijlage 8 van de Miljoenennota geeft de onderbouwing van de netto gecorrigeerde rijksuitgaven, en daarmee van de jaarlijkse accresontwikkeling, weer.

Reservering Btw-compensatiefonds (BCF)

Het plafond van het BCF is per 2015 gekoppeld aan de accrespercentages zoals deze volgen uit de normeringssystematiek voor het provinciefond. Het plafond wordt aangepast voor taakmutaties (zoals decentralisaties) die gepaard gaan met onttrekkingen of toevoegingen aan het BCF. Als het plafond overschreden wordt, komt het verschil ten laste van het provinciefonds. Bij een realisatie lager dan het plafond, komt het verschil ten gunste van het provinciefonds. De toevoeging of uitname wordt over het provinciefonds verdeeld conform de aandelen van de gezamenlijke provincies in het BCF in het gerealiseerde jaar. Bij Miljoenennota 2016 is het aandeel van provincies van 18,4 miljoen euro in de geraamde ruimte onder het plafond voor 2015 toegevoegd aan het provinciefonds.

BES-fonds

H BES-FONDSbedragen in miljoenen euro's
  

2015

2016

2017

2018

2019

2020

totaal uitgaven

34,0

33,4

32,6

32,7

32,8

32,8

totaal niet-belastingontvangsten

      

1

BES-fonds

      
 

Uitgaven

34,0

33,4

32,6

32,7

32,8

32,8

Via het BES-fonds krijgen de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Caribisch Nederland) middelen toebedeeld om hun publieke taken naar behoren uit te voeren. In 2015 en 2016 is de vrije uitkering incidenteel opgehoogd ter bevordering van de economische ontwikkeling van de BES.

Deltafonds

J DELTAFONDSbedragen in miljoenen euro's
  

2015

2016

2017

2018

2019

2020

totaal uitgaven

1.219,5

1.211,5

1.088,8

1.119,9

1.135,8

1.027,9

totaal niet-belastingontvangsten

1.257,5

1.211,5

1.088,8

1.119,9

1.135,8

1.027,9

1

Investeren in waterveiligheid

      
 

Uitgaven

740,3

661,1

598,8

630,7

634,0

524,4

 

Ontvangsten

199,0

187,0

185,9

191,8

181,5

169,6

2

Investeren in zoetwatervoorziening

      
 

Uitgaven

16,0

49,6

46,2

26,3

32,0

32,4

 

Ontvangsten

3,2

4,9

    

3

Beheer, Onderhoud en vervanging

      
 

Uitgaven

165,5

206,3

141,1

148,2

141,5

97,9

4

Experimenteren cf. art.111 Deltawet

      
 

Uitgaven

      

5

Netwerkgebonden kosten en overige uitgaven

      
 

Uitgaven

249,7

270,1

273,7

276,7

274,0

272,2

6

Bijdrage ten laste van begroting Hoofdstuk XII

      
 

Ontvangsten

1.055,3

1.019,7

902,9

928,1

954,3

858,2

7

Investeren in Waterkwaliteit

      
 

Uitgaven

48,0

24,3

29,0

37,9

54,3

100,9

Artikel 1 Investeren in waterveiligheid

De jaarlijkse uitgaven op het artikel investeren in waterveiligheid variëren. Het verloop hangt samen met de planning van de uitgaven van de diverse aanlegprojecten (zowel realisatie als verkenningen en planuitwerkingen) in de komende jaren. Op dit artikel worden de uitgaven gedaan voor de projecten binnen het Hoogwaterbeschermingsprogramma en Ruimte voor de Rivier. De benodigde middelen voor deze projecten worden wel geleidelijk minder richting 2020.

Artikel 2 Investeren in zoetwatervoorziening

De fluctuatie in het budget wordt hoofdzakelijk verklaard door de geprogrammeerde uitgaven (kasritme) in 2016 en 2017 voor het Besluit Beheer Haringvlietsluizen.

Artikel 3 Beheer onderhoud en vervanging

De budgetten voor beheer, onderhoud en vervanging lopen op tot 2016 om vervolgens weer te dalen. Dit wordt onder andere veroorzaakt door de afronding van het programma Stroomlijn.

Artikel 5 Netwerkgebonden kosten en overige uitgaven

Op dit artikel worden de apparaatskosten van RWS en de Deltacommissaris geraamd alsmede de investeringsruimte, de overige netwerkgebonden uitgaven van RWS en programma-uitgaven van de Deltacommissaris die niet direct aan de afzonderlijke projecten uit dit Deltafonds zijn toe te wijzen. De toename na 2015 wordt veroorzaakt doordat een deel van de middelen voor Netwerkoverstijgende Kosten die op artikelonderdeel 18.08 van het Infrastructuurfonds stonden overgeboekt zijn naar artikel 5 van het Deltafonds.

Artikel 6 Bijdragen ten laste van begroting Hoofdstuk XII

Dit artikel betreft de voeding van het Deltafonds vanuit de begroting van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu.

Artikel 7 Investeren in Waterkwaliteit

Maatregelen op het gebied van waterkwaliteit ten behoeve van de Kaderrichtlijn Water (KRW) worden op dit artikel verantwoord. De oploop van het budget wordt veroorzaakt door de realisatie van de 2e en 3e tranche KRW.

Prijsbijstelling

PRIJSBIJSTELLINGbedragen in miljoenen euro's
  

2015

2016

2017

2018

2019

2020

totaal uitgaven

 

436,8

881,3

1.337,4

1.804,6

2.272,3

totaal niet-belastingontvangsten

      

1

Rijksbegroting in enge zin

      
 

Uitgaven

 

401,6

798,1

1.194,9

1.602,1

2.003,2

2

SZA

      
 

Uitgaven

 

5,4

10,4

15,6

20,5

25,5

3

ZORG

      
 

Uitgaven

 

0,7

2,0

3,0

4,2

6,3

4

Niet-relevant

      
 

Uitgaven

 

29,0

70,8

123,9

177,8

237,4

Op de aanvullende post Prijsbijstelling worden de middelen gereserveerd die worden gebruikt om de prijsgevoelige uitgaven op de diverse begrotingen te compenseren voor de prijsontwikkeling. Deze compensatie wordt jaarlijks van deze aanvullende post overgeboekt naar de departementale begrotingen. Op deze aanvullende post worden de tranches voor de prijsbijstelling voor de komende vijf jaar gereserveerd; dit verklaart de oploop in bovenstaande reeks.

Arbeidsvoorwaarden

ARBEIDSVOORWAARDENbedragen in miljoenen euro's
  

2015

2016

2017

2018

2019

2020

totaal uitgaven

 

1.094,7

1.726,4

2.280,9

2.837,6

3.454,2

totaal niet-belastingontvangsten

      

1

arbeidsvoorwaardenruimte ijklijn RB-eng

      
 

Uitgaven

 

1.031,9

1.636,5

2.169,7

2.709,4

3.306,0

2

arbeidsvoorwaardenruimte ijklijn SZ

      
 

Uitgaven

 

56,9

79,8

98,2

116,3

133,0

3

arbeidsvoorwaardenruimte ijklijn Z

      
 

Uitgaven

 

4,5

7,9

10,6

13,6

18,2

4

indexering rijksbijdragen

      
 

Uitgaven

 

1,4

2,2

2,3

– 1,7

– 3,0

Op de aanvullende post Arbeidsvoorwaarden worden de middelen gereserveerd die nodig zijn om de loongevoelige uitgaven op de Rijksbegroting, Sociale Zekerheid en Zorg op het uitgavenpeil van het desbetreffende jaar te brengen. De oploop in de cijfers ontstaat doordat jaarlijks een structurele reservering wordt opgenomen teneinde de begrotingsuitgaven (zoals deze op de afzonderlijke begrotingen zijn opgenomen) van constante naar lopende prijzen te brengen. Bij de niet-kaderrelevante uitgaven (nr.4) is de afloop vanaf 2019 te verklaren door de gekozen financieringsconstructie van het vroegpensioen (UKW) voor militairen. De min wordt veroorzaakt door een lening die Defensie vanaf dat jaar gaat terugbetalen. De lening is ingezet om de tijdelijke extra UKW lasten te financieren.

Koppeling uitkeringen

KOPPELING UITKERINGENbedragen in miljoenen euro's
  

2015

2016

2017

2018

2019

2020

totaal uitgaven

 

199,0

407,5

573,5

736,5

900,2

totaal niet-belastingontvangsten

 

1,2

5,9

10,6

15,5

20,4

2

Bijstand, Toeslagenwet en WSW

      
 

Uitgaven

 

73,5

131,6

150,8

159,8

166,9

3

Arbeidsongeschiktheid

      
 

Uitgaven

 

0,0

0,0

0,0

0,1

0,1

4

Jonggehandicapten

      
 

Uitgaven

 

53,6

89,7

116,7

148,6

180,9

5

Werkloosheid

      
 

Uitgaven

 

0,9

1,7

2,3

3,6

5,4

6

Ziekte en zwangerschap

      
 

Uitgaven

 

0,1

0,2

0,3

0,4

0,6

7

Kinderopvang

      
 

Uitgaven

 

37,7

68,7

96,9

125,7

155,1

8

Oudedagsvoorziening

      
 

Uitgaven

 

0,6

1,1

1,3

1,7

2,1

9

Nabestaanden

      
 

Uitgaven

 

0,0

0,0

0,1

0,1

0,1

10

Tegemoetkoming ouders

      
 

Uitgaven

 

32,6

114,5

205,1

296,5

389,0

 

Ontvangsten

 

1,2

5,9

10,6

15,5

20,4

Op de aanvullende post Koppeling Uitkeringen worden de uitgaven voor de indexering van de begrotingsgefinancierde sociale-zekerheidsuitgaven geraamd. De mutaties in uitgaven op de artikelen komen met name tot stand door aanpassingen van de WKA (Wet koppeling met afwijkingsmogelijkheden)-index, door wijzigingen in prijsontwikkeling en door grondslageffecten bij de uitkeringen en programma-uitgaven. Aanpassing van de WKA-index en prijsontwikkeling vinden plaats op basis van CPB-cijfers. De uitgaven betreffen jaarlijkse tranches voor de komende vijf jaar, dit verklaart de oploop op de verschillende artikelen.

Aanvullende Post

ALGEMEENbedragen in miljoenen euro's
  

2015

2016

2017

2018

2019

2020

totaal uitgaven

– 310,7

1.011,0

874,0

1.284,6

1.213,6

1.293,0

totaal niet-belastingontvangsten

      

4

Eindejaarsmarge

      
 

Uitgaven

– 902,6

 

– 186,7

   

55

Diversen

      
 

Uitgaven

591,9

1.011,0

833,4

780,5

736,4

716,4

92

RA B: Veiligheid

      
 

Uitgaven

   

76,0

76,0

76,0

93

RA D: Onderwijs

      
 

Uitgaven

  

186,1

386,9

360,1

449,3

94

RA E: Zorg

      
 

Uitgaven

  

41,2

41,2

41,2

51,4

Op de aanvullende post Algemeen staan middelen waarvan op het moment van reservering de definitieve aanwending nog niet kan worden aangegeven. Daarnaast staat op de aanvullende post de in=uit-taakstelling op artikel 4 eindejaarsmarge.

Artikel 4 Eindejaarsmarge

Bij Voorjaarsnota zijn de eindejaarsmarges uitgekeerd aan de departementale begrotingen. Als tegenhanger hiervan is de ramingstechnische veronderstelling in=uit op de aanvullende post verwerkt (in=uit-taakstelling). Hierbij wordt er vanuit gegaan dat de onderuitputting die zich in 2014 heeft voortgedaan ook in 2015 zal optreden. De eindejaarsmarge voor de HGIS-middelen en de daarmee corresponderende in=uit-taakstelling is over drie jaren verspreid. De in=uit-taakstelling is voor 2015 voor 45 mln. ingevuld en is voor 2016 volledig ingevuld.

Artikel 55 Diversen

De stand op artikel 55 wordt hoofdzakelijk gevormd door reserveringen voor de CAO publieke sector, de Belastingdienst, BNI revisies en de gevolgen voor de EU-afdrachten en voor de Generieke Digitale Infrastructuur van de rijksoverheid.

Artikel 92 RA B: Veiligheid, Artikel 93 RA D: Onderwijs en Artikel 94 RA E: Zorg

Op artikelen 92, 93 en 94 staan de intensiveringsmiddelen uit het Regeerakkoord Rutte-Asscher die nog niet zijn uitgekeerd aan de verschillende departementale begrotingen.

Homogene Groep Internationale Samenwerking

HOMOGENE GROEP INTERNATIONALE SAMENWERKINGbedragen in miljoenen euro's
 

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Totaal uitgaven

5.064,3

4.926,0

4.713,7

4.528,1

4.537,2

4.612,6

Totaal niet-belastingontvangsten

149,3

263,4

176,8

132,4

132,4

132,4

       

5. Buitenlandse Zaken

      

Uitgaven

1.396,5

1.393,8

1.332,0

1.332,0

1.336,8

1.364,5

Ontvangsten

64,9

64,9

64,9

64,9

64,9

64,9

       

Artikel 41: Internationale rechtsorde en eerbiediging mensenrechten

      

Uitgaven

117,3

113,6

110,2

109,7

109,7

109,7

       

Artikel 42: Veiligheid en stabiliteit

      

Uitgaven

266,9

248,7

251,2

245,8

243,8

241,0

Ontvangsten

1,2

1,2

1,2

1,2

1,2

1,2

       

Artikel 43: Europese Samenwerking

      

Uitgaven

201,3

240,6

207,2

207,2

207,2

207,2

Ontvangsten

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

       

Artikel 44: Consulaire belangenbehartiging

      

Uitgaven

57,2

52,7

46,8

46,8

46,8

46,8

Ontvangsten

42,1

42,1

42,1

42,1

42,1

42,1

       

Artikel 46: Nominaal en onvoorzien

      

Uitgaven

– 2,8

34,0

62,5

92,6

99,4

130,3

       

Artikel 47: Apparaat

      

Uitgaven

756,6

704,3

654,2

629,9

630,0

629,5

Ontvangsten

21,4

21,4

21,4

21,4

21,4

21,4

       

6. Veiligheid en Justitie

      

Uitgaven

50,5

45,3

33,3

32,8

32,8

32,8

       

7. Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

      

Uitgaven

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

       

8. Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

      

Uitgaven

61,6

60,6

55,8

55,8

55,8

55,8

       

9B. Financien

      

Uitgaven

359,3

283,9

258,4

275,7

275,7

254,6

Ontvangsten

5,4

     
       

10. Defensie

      

Uitgaven

310,2

381,5

331,4

331,4

331,4

331,4

Ontvangsten

6,7

26,8

32,2

6,7

6,7

6,7

       

12. Infrastructuur en Milieu

      

Uitgaven

26,7

20,2

18,5

18,5

18,5

18,5

       

13. Economische Zaken

      

Uitgaven

59,4

47,9

47,2

46,3

46,3

46,3

Ontvangsten

0,4

     
       

15. Sociale Zaken en Werkgelegenheid

      

Uitgaven

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

       

16. Volksgezondheid, Welzijn en Sport

      

Uitgaven

5,3

5,1

5,0

5,0

5,0

5,0

       

17. Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking

      

Uitgaven

2.794,2

2.686,9

2.631,4

2.430,0

2.434,2

2.503,0

Ontvangsten

71,9

171,8

79,7

60,8

60,8

60,8

       

Artikel 41: Duurzame handel en investeringen

      

Uitgaven

518,8

582,2

757,6

426,5

426,5

426,5

Ontvangsten

12,3

23,5

20,7

1,8

1,8

1,8

       

Artikel 42: Duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid en water

      

Uitgaven

561,9

632,3

665,7

680,7

685,7

685,7

       

Artikel 43: Sociale vooruitgang

      

Uitgaven

941,7

847,6

733,0

730,5

730,5

730,5

       

Artikel 44: Vrede en veiligheid voor ontwikkeling

      

Uitgaven

708,6

544,6

544,6

404,6

414,6

414,6

       

Artikel 45: Versterkte kaders voor ontwikkeling

      

Uitgaven

63,3

80,2

– 69,5

187,7

176,9

245,8

Ontvangsten

59,7

148,3

59,0

59,0

59,0

59,0

De Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) is een aparte budgettaire constructie, waarin de uitgaven aan internationale samenwerking van de verschillende departementen worden gebundeld. Het uitgavenniveau van de HGIS wordt aangepast voor macro-economische ontwikkelingen.

Het merendeel van de HGIS-uitgaven wordt verantwoord via de begroting van Buitenlandse Zaken en de begroting voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Daarom wordt het verloop van de HGIS-uitgaven van deze twee begrotingen per artikel toegelicht. Voor de overige begrotingen wordt de toelichting per departement gepresenteerd.

5. Buitenlandse Zaken

Het budget voor bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband is in het jaar 2015 hoger dan overige jaren, met name door een overheveling vanuit het Budget Internationale Veiligheid (BIV) van de begroting van het ministerie van Defensie.

Nederland zal in 2016 voor de 12e keer het voorzitterschap van de Europese Unie verzorgen. De Rijksbrede organisatie van het voorzitterschap ligt in handen van een centrale projectgroep bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken, waardoor artikel 43 een stijging van de uitgaven voor het jaar 2016 laat zien.

Artikel 46 (nominaal en onvoorzien) toont een oplopend budget voor de komende jaren. De budgettaire ruimte betreft met name een reservering voor de loon- en prijsindexatie, en voor overige onvoorziene uitgaven. Ook worden prijscorrecties voor het non-ODA deel van de HGIS op dit artikel opgevangen.

De apparaatuitgaven tonen (artikel 47) ook de komende jaren een dalende lijn. Dit is het gevolg van de regeerakkoordmaatregelen A1 (Rijksoverheid incl. ZBO’s) en H89 (Reductie postennetwerk).

6. Veiligheid en Justitie

De daling van de uitgaven betreffen de afnemende bijdragen in de huisvestingskosten van Europol en Eurojust.

7. Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

De HGIS middelen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties betreffen enkele attachés.

8. Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

De HGIS uitgaven van OCW dalen. Dit is het gevolg van de regeerakkoordmaatregel H85 (Ontwikkelingshulp). Zoals beschreven in de kamerbrief Wat de Wereld Verdient, een Nieuwe Agenda voor Hulp en Handel (Kamerstukken II, vergaderjaar 2012–2013, 33 625, nr. 1) wordt de ODA bijdrage aan kennisinstellingen op de begroting van OCW verlaagd.

9B. Financiën

Betalingen aan de Wereldbank zijn eerder gedaan dan vooraf gepland, waardoor schommelingen in de HGIS uitgaven van het Ministerie van Financiën ontstaan.

10. Defensie

Het kabinet heeft bij de totstandkoming van de begroting 2016 besloten tot een verhoging van het Budget Internationale Veiligheid (60 mln.) t.b.v. crisisbeheersingsoperaties vanaf 2016 waardoor de uitgavenruimte structureel wordt verhoogd. De hogere uitgaven in 2016 worden verder verklaard door de verlengingen van de crisisbeheersingsoperaties in Afghanistan (Resolute Support), Irak (anti-ISIS coalitie) en Mali (MINUSMA). Hiervoor wordt ook ruimte in het budget 2015 aangewend. De hogere ontvangsten in 2016 en 2017 worden verklaard doordat in deze jaren teruggaven worden verwacht vanuit de Verenigde Naties voor kosten die worden gemaakt voor de MINUSMA-missie in Mali.

12. Infrastructuur en Milieu

De daling van de uitgaven vanaf 2015 wordt met name verklaard door de afloop van het CO2-reductieprogramma Clean Development Mechanism (CDM) en een daling van het attachébudget als gevolg van de regeerakkoordmaatregel H89 (Reductie postennetwerk).

13. Economische Zaken

De daling van de uitgaven vanaf 2015 wordt met name verklaard door de afloop van het CO2-reductieprogramma Joint Implementation (JI) en een daling van het attachébudget als gevolg van de regeerakkoordmaatregel H89 (Reductie postennetwerk).

15. Sociale Zaken en Werkgelegenheid

De HGIS middelen van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid betreffen enkele attachés.

16. Volksgezondheid, Welzijn en Sport

De HGIS middelen van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport betreffen enkele attachés.

17. Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

Artikel 41 (Duurzame handel en investeringen) laat stijgende uitgaven zien t/m 2017. Met het Dutch Good Growth Fund wordt beoogd het speerpunt voor een versterkte private sector en een verbeterd investeringsklimaat in ontwikkelingslanden te realiseren.

Artikel 42 (Duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid en water) toont stijgende uitgaven. Zoals omschreven in de brief Wat de Wereld Verdient, een Nieuwe Agenda voor Hulp en Handel (Kamerstukken II, vergaderjaar 2012–2013, 33 625, nr. 1) neemt het budget op het speerpunt van duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid en water de komende jaren toe.

Artikel 43 (Sociale vooruitgang) laat per saldo dalende uitgaven zien. Dit is het gevolg van beleidskeuzes zoals omschreven in de kamerbrief Wat de Wereld Verdient, een Nieuwe Agenda voor Hulp en Handel (Kamerstukken II, vergaderjaar 2012–2013, 33 625, nr. 1). Binnen dit artikel stijgen de uitgaven op het speerpunt seksuele en reproductieve gezondheid en rechten en een halt aan de verspreiding van HIV/Aids. Hier staat tegenover dat de uitgaven die niet tot de speerpunten behoren dalen. Het gaat om uitgaven met betrekking tot het maatschappelijk middenveld en onderwijs- en onderzoeksactiviteiten.

Artikel 44 (Vrede en veiligheid voor ontwikkeling) betreft het artikel waarop het kabinet met het oog op de vele internationale crises in 2014 besloot 570 mln. beschikbaar te stellen voor een noodhulpfonds. Het fonds is flexibel inzetbaar gedurende de kabinetsperiode (t/m 2017). Daarnaast wordt in 2015 additioneel 110 mln. beschikbaar gesteld ten behoeve van opvang in de regio.

Artikel 45 (Versterkte kaders voor ontwikkeling) betreft het parkeer- en verdeelartikel van de begroting voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Op dit artikel worden aanpassingen als gevolg van de bni-ontwikkeling opgenomen.

Consolidatie

CONSOLIDATIEbedragen in miljoenen euro's
  

2015

2016

2017

2018

2019

2020

totaal uitgaven

– 5.879,0

– 6.375,2

– 6.605,3

– 6.625,5

– 6.685,0

– 6.666,6

totaal niet-belastingontvangsten

– 5.879,0

– 6.375,2

– 6.605,3

– 6.625,5

– 6.685,0

– 6.666,6

1

Nog niet toegerekend

      
 

Uitgaven

– 5.879,0

– 6.375,2

– 6.605,3

– 6.625,5

– 6.685,0

– 6.666,6

 

Ontvangsten

– 5.879,0

– 6.375,2

– 6.605,3

– 6.625,5

– 6.685,0

– 6.666,6

De post Consolidatie wordt gebruikt voor het corrigeren van de Rijksbegroting voor dubbeltellingen die ontstaan door het bruto-boeken van bijdragen. Het bruto-boeken houdt in dat zowel het departement dat bijdraagt, als het departement dat ontvangt de uitgaven op zijn begroting opneemt. Het ontvangende departement raamt daarnaast de te ontvangen bijdragen ook aan de ontvangstenkant van de begroting. Hierdoor wordt het rekenkundig niveau van de totale rijksuitgaven en de rijksontvangsten hoger dan het feitelijk niveau. Op de post Consolidatie wordt hiervoor gecorrigeerd. De hoogte van de post wordt in belangrijke mate bepaald door de bijdragen van de begroting van Infrastructuur & Milieu aan het Infrastructuurfonds.