Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

7 Garantieoverzicht

Tabellen 7.1, 7.2 en 7.3 geven een totaaloverzicht van directe en indirecte risico’s voor het Rijk. Voor details over onderstaande garantieregelingen en achterborgstellingen wordt verwezen naar begrotingen en jaarverslagen van de betreffende vakdepartementen. In de tabellen is aangegeven op welke begroting en op welk begrotingsartikel de verschillende garanties zijn opgenomen.

Garanties

Een garantie wordt omschreven als een voorwaardelijke, financiële verplichting van het Rijk aan een derde buiten het Rijk, die pas tot uitbetaling komt als zich bij de wederpartij een bepaalde omstandigheid (realisatie van een risico) voordoet. Garantieregelingen worden als verplichting opgenomen in de begroting van het betreffende vakdepartement. Tabel 7.1 bevat de garantieregelingen van het Rijk. Alle regelingen met een uitstaand risico, een risicoplafond of mutaties groter dan 100 miljoen euro zijn uitgesplitst weergegeven. Alle andere regelingen zijn samengevat in de post «Overig».

In het overzicht worden achtereenvolgens de begroting, het begrotingsartikel en de omschrijving van de garantie weergegeven. Daarachter staan de garanties voor de jaren 2013, 2014 en 2015. Het bedrag dat daadwerkelijk als risico is verleend dan wel door de Tweede Kamer is geautoriseerd, heet in de tabel «Uitstaande garanties». Onder de uitstaande garanties vallen ook de garanties die in eerdere jaren zijn verstrekt. In 2014 en 2015 zullen er garanties worden verleend, maar er komen ook garanties te vervallen. Dit is te zien in de kolommen «Geraamd te verlenen» en «Geraamd te vervallen». Een garantieregeling van het Rijk kent vrijwel altijd een maximum, het zogenoemde plafond. Dit plafond kan een jaarlijks plafond zijn (per jaar mag een maximaal bedrag aan risico worden verleend) of een totaalplafond (er mag nooit meer risico verleend worden dan het plafond). In tabel 7.1 is onderscheid gemaakt tussen beide soorten plafonds. Bij regelingen waar geen plafond is afgesproken, is het totaalplafond gelijk gesteld aan de uitstaande garanties. Bij internationale garanties is gekozen het garantieplafond gelijk te stellen aan de uitstaande garanties. Hiervan is sprake bij de Europese garanties (EFSM en ESM) en de garanties van een aantal internationale financiële instellingen. Het overzicht geeft de stand eind augustus weer. Ontwikkelingen daarna zijn nog niet in het overzicht opgenomen. Deze worden meegenomen in het garantieoverzicht bij het Financieel Jaarverslag Rijk 2014.

Tabel 7.2 bevat de bijbehorende uitgaven en ontvangsten voor 2014 en 2015. Alleen garanties waarop daadwerkelijk uitgaven en ontvangsten zijn gedaan worden hier weergegeven. De in de tabel getoonde uitgaven betreffen de schade-uitkeringen op afgegeven garanties. De in de tabel getoonde ontvangsten betreffen ontvangen premies of provisies en dergelijke, zoals op derden verhaalde (schade-)uitkeringen.

Tabel 7.1 Door het Rijk verstrekte garanties (in miljoenen euro)

b

a

Omschrijving

Uitstaande garanties 2013

Geraamd te verlenen 2014

Geraamd te vervallen 2014

Uitstaande garanties 2014

Garantieplafond 2014

Geraamd te verlenen 2015

Geraamd te vervallen 2015

Uitstaande garanties 2015

Garantieplafond 2015

Totaal plafond

VIII

7

Bouwleningen academische ziekenhuizen

253,4

 

4,6

248,8

     

248,8

 

248,8

VIII

14

Achterborgovereenkomst NRF

220,8

22,3

9,3

233,8

     

233,8

 

380,0

VIII

14

Indemniteitsregeling

288,5

229,0

331,5

186,0

     

186,0

 

300,0

IXB

2

Garantie interbancaire leningen

9.893,0

 

8.381,2

1.511,8

   

1.511,8

     

IXB

2

Terrorismeschades (NHT)

50,0

   

50,0

     

50,0

 

50,0

IXB

2

WAKO (kernongevallen)

14.023,0

   

14.023,0

   

2.723,0

11.300,0

 

14.023,0

IXB

3

DNB winstafdracht

5.700,0

   

5.700,0

     

5.700,0

 

5.700,0

IXB

3

Garantie en vrijwaring inzake verkoop van deelnemingen

954,8

   

954,8

     

954,8

 

954,8

IXB

3

Garantie SNS

4.166,4

   

4.166,4

     

4.166,4

 

4.166,4

IXB

3

Deelneming ABN AMRO

950,0

   

950,0

     

950,0

 

950,0

IXB

4

DNB kredietverlening BIS

 

113,4

113,4

             

IXB

4

EFSF

49.640,4

   

49.640,4

     

49.640,4

 

49.640,4

IXB

4

EFSM

2.790,0

   

2.790,0

     

2.790,0

 

2.790,0

IXB

4

ESM

35.445,4

   

35.445,4

     

35.445,4

 

35.445,4

IXB

4

Kredieten EU-betalingsbalanssteun aan lidstaten

2.325,0

   

2.325,0

     

2.325,0

 

2.325,0

IXB

4

DNB – deelneming in kapitaal IMF

45.345,0

   

45.345,0

     

45.345,0

 

45.345,0

IXB

4

EBRD

589,1

   

589,1

     

589,1

 

589,1

IXB

4

EIB

9.895,5

   

9.895,5

     

9.895,5

 

9.895,5

IXB

4

Wereldbank

3.255,1

178,5

 

3.433,6

 

178,5

 

3.612,1

 

3.612,1

IXB

5

Exportkredietverzekering

20.858,1

10.000,0

10.000,0

20.858,1

10.000,0

10.000,0

10.000,0

20.858,1

10.000,0

 

IXB

5

MIGA

24,3

150,0

150,0

24,3

150,0

150,0

150,0

24,3

150,0

24,3

IXB

5

Regeling Investeringen

226,5

453,8

453,8

226,5

453,8

453,8

453,8

226,5

453,8

 

XIII

13

BMKB

2.165,5

350,0

560,0

1.955,5

706,3

706,3

525,0

2.136,8

706,3

 

XIII

13

GO

679,8

100,0

176,3

603,5

400,0

400,0

100,0

903,5

400,0

 

XIII

13

Groeifinancieringsfaciliteit

71,4

58,2

12,1

117,6

85,0

85,0

17,8

184,8

85,0

 

XIII

13

Scheepsnieuwbouw garantieregeling

44,1

50,0

40,0

54,1

1.000,0

400,0

40,0

414,1

400,0

 

XIII

14

Aardwarmte

65,8

43,9

 

109,6

43,9

43,9

 

153,5

43,9

 

XIII

16

Garantie voor investeringen en werkkapitaal landbouwondernemingen

394,5

36,0

90,5

340,0

90,0

120,0

80,0

380,0

120,0

 

XIII

18

Garantie voor natuurgebieden en landschappen

433,2

 

15,9

417,3

   

15,4

401,9

 

449,1

XVI

2

Inrichtingen voor de gezondheidszorg

505,4

18,6

74,2

459,8

   

51,5

408,3

 

408,3

XVI

3

Voorzieningen tbv instellingen gehandicapten

147,3

2,3

22,0

127,5

   

13,0

114,5

 

114,5

   

Overig

318,8

4,3

10,1

313,0

 

4,4

49,5

267,9

   
                         
   

Totaal

211.720,1

11.810,3

20.444,9

203.095,4

 

12.541,9

15.730,8

199.906,5

   
   

Totaal als percentage bbp

32,9

   

31,2

     

30,0

   
Tabel 7.2 Uitgaven en ontvangsten op door het Rijk verleende garanties (in duizenden euro)

b

a

Omschrijving

Geraamde uitgaven 2014

Geraamde ontvangsten 2014

Saldo 2014

Geraamde uitgaven 2015

Geraamde ontvangsten 2015

Saldo 2015

VI

34

Garantiestelling Faillissementscuratoren dienst JUSTIS

1.300

 

– 1.300

1.300

 

– 1.300

IXB

1

Garantie procesrisico's

245

 

– 245

245

 

– 245

IXB

2

Garantie interbancaire leningen

 

99.636

99.636

   

0

IXB

2

Terrorismeschades (NHT)

 

1.275

1.275

 

1.275

1.275

IXB

2

WAKO (kernongevallen)

 

569

569

 

569

569

IXB

3

Garantie en vrijwaring inzake verkoop van deelnemingen

4.800

4.800

 

4.800

4.800

0

IXB

3

Deelneming ABN AMRO

 

25.555

25.555

 

6.441

6.441

IXB

5

Exportkredietverzekering

85.000

121.000

36.000

74.900

88.000

13.100

IXB

5

Regeling Investeringen

500

1.250

750

500

1.250

750

XIII

13

BMKB

91.500

23.500

– 68.000

71.000

25.000

– 46.000

XIII

13

GO

11.842

13.000

1.158

11.842

13.000

1.158

XIII

13

Groeifinancieringsfaciliteit

9.343

8.000

– 1.343

9.365

8.000

– 1.365

XIII

13

Scheepsnieuwbouw garantieregeling

9.668

10.000

332

3.679

4.000

321

XIII

14

Aldel

4.000

 

– 4.000

   

0

XIII

16

Garantie voor investeringen en werkkapitaal landbouwondernemingen

21.000

1.800

– 19.200

17.000

1.800

– 15.200

XV

2

Startende ondernemers

500

 

– 500

300

 

– 300

                 
   

Totaal

239.698

310.385

70.687

194.931

154.135

– 40.796

Achterborgstellingen

Naast het risico uit garantieregelingen wordt het Rijk ook indirect blootgesteld aan risico’s uit achterborgstellingen. In dit geval wordt de daadwerkelijke garantieverplichting niet afgegeven door het Rijk, maar door een daarvoor aangewezen tussenpersoon, bijvoorbeeld een stichting. Het Rijk zal pas worden aangesproken wanneer de tussenpersoon niet aan haar verplichtingen kan voldoen. In de begroting van het betreffende vakdepartement worden dergelijke achterborgstellingen niet als verplichting opgenomen (zolang er geen schade ontstaat vanuit de achterborgstelling). De achterborgstellingen zijn opgenomen in tabel 7.3.

Het risico uit de achterborgstellingen (in tabel 7.3) is niet één op één te vergelijken is met het risico uit de garantieregelingen (in tabel 7.1). Bij achterborgstellingen worden de risico’s soms gedeeld met gemeenten. Zo worden de verplichtingen die het Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) voor 1 januari 2011 is aangegaan voor 50 procent gedekt door de gemeenten en voor 50 procent door de rijksoverheid. Verplichtingen aangegaan na deze datum worden volledig door de rijksoverheid gedekt. Bij het WSW wordt de gehele positie gedeeld met gemeenten.

Daarnaast gelden per achterborgstelling verschillende regelingen om eventuele schade te dekken. Bij het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) dient eerst het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV) sanering- en projectsteun te verlenen om een aanspraak op het WSW te voorkomen. Hierna moet het WSW zijn bufferkapitaal aanspreken. Indien dit onvoldoende is, worden de obligo’s van de deelnemende woningcorporaties aangesproken. Een obligo is een voorwaardelijke verplichting van de deelnemer om aan het fonds een bepaald bedrag over te maken. Pas daarna wordt een beroep gedaan op de achterborg van de rijksoverheid.

De Stichting Waarborgfonds Zorg (WFZ) kent een soortgelijke regeling. Ook hier wordt eerst het bufferkapitaal aangesproken om schade te dekken. Daarna moeten de zorginstellingen met een door het WFZ geborgde lening een percentage (maximaal 3 procent van de uitstaande garanties van de deelnemende zorginstelling) van het leningenbedrag afdragen (obligo). Mocht dit onvoldoende zijn om de verplichtingen van het WFZ na te komen, dan kan het WFZ een beroep doen op het Rijk.

Bij het WEW geldt geen obligoverplichting. Hier dient het huis als onderpand, waardoor de schade zich beperkt tot eventuele restschulden na gedwongen verkoop. Het WEW teert bij verlies direct in op het bufferkapitaal.

Tabel 7.3 Achterborgstellingen van het Rijk (in miljoenen euro)
 

2008

2009

2010

2011

2012

2013

Totaal Achterborgstellingen

177.658

192.740

220.163

231.179

250.315

258.878

waarvan:

           

Stichting Waarborgfonds voor de Zorgsector (WFZ)

7.703

8.061

8.441

8.672

8.915

8.922

Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW)

71.700

75.800

85.300

86.300

87.400

86.200

Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW)

98.255

108.879

126.422

136.207

154.000

163.756

             

Bufferkapitaal

1.157

1.277

1.336

1.456

1.520

1.501

waarvan:

           

Stichting Waarborgfonds voor de Zorgsector (WFZ)

176

191

211

230

245

235

Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW)

452

476

482

497

489

487

Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW)

529

610

643

729

786

779

             

Obligo

2.991

3.160

3.453

3.460

3.568

3.528

waarvan:

           

Stichting Waarborgfonds voor de Zorgsector (WFZ)

231

242

253

260

268

268

Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW)

2.760

2.918

3.200

3.200

3.300

3.260