Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

2 De belasting- en premieontvangsten

2.1 Inleiding

Deze bijlage bevat een toelichting op de raming van de belasting- en premieontvangsten van het Rijk en de Sociale fondsen. Om inzicht te geven in de ontwikkeling van het totale ontvangstenbeeld worden de belasting- en premieontvangsten gezamenlijk gepresenteerd.

Net als in hoofdstuk 3 van deze Miljoenennota wordt de ontwikkeling van de verschillende belastingsoorten op EMU-basis toegelicht. Vanzelfsprekend zijn voor het EMU-saldo de belastingen en premies volksverzekeringen op EMU-basis1 relevant. Daarnaast worden in overeenstemming met de Comptabiliteitswet de belastingontvangsten op kasbasis getoond in de tabel aan het einde van deze bijlage. In deze tabel wordt tevens de aansluiting van de ontvangsten op kasbasis naar EMU-basis gemaakt.

De ramingen voor de premieontvangsten komen overeen met de ramingen in de begrotingen van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Begroting XV) en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Begroting XVI). In de begroting van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is een nadere toelichting opgenomen van de ramingen voor de AWBZ en de ZVW. De overige fondsen worden toegelicht in de begroting van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

In paragraaf 2.2 wordt de raming van de belasting- en premieontvangsten van 2014 (de Vermoedelijke Uitkomsten) vergeleken met de stand van het vorige ramingsmoment (Voorjaarsnota 2014), waarbij de belangrijkste ramingsbijstellingen worden toegelicht. Paragraaf 2.3 bevat vervolgens een toelichting op de raming van 2015 (de Ontwerpbegroting), onderverdeeld naar endogene ontwikkeling en beleidsmaatregelen. Voor een meer uitgebreide toelichting op de belastingramingen wordt verwezen naar de internetbijlage van deze Miljoenennota (www.rijksbegroting.nl). Paragraaf 2.4 presenteert de technische meerjarige ontvangstenraming tot en met 2017. Tot slot geeft paragraaf 2.5 een gedetailleerd overzicht van de raming van de belasting- en premieontvangsten voor 2014 en 2015, op EMU-basis en op kasbasis.

2.2 De belasting- en premieontvangsten in 2014

In tabel 2.2.1 wordt de nieuwe raming voor 2014 vergeleken met de raming ten tijde van de Voorjaarsnota en wordt een toelichting gegeven op de belangrijkste bijstellingen. Ten opzichte van de Voorjaarsnota 2014 is de raming voor de totale belasting- en premieontvangsten op EMU-basis met 2,8 miljard euro neerwaarts bijgesteld.

Tabel 2.2.1 Raming belasting- en premieontvangsten 2014 op EMU-basis (in miljoenen euro’s)
   

Voorjaarsnota 2014

Vermoedelijke uitkomsten 2014

Verschil

Indirecte belastingen

73.693

73.649

– 44

Invoerrechten

2.233

2.263

30

Omzetbelasting

43.092

43.441

348

Belasting op personenauto’s en motorrijwielen

1.142

1.157

14

Accijnzen

11.399

11.311

– 88

Overdrachtsbelasting

1.153

1.389

237

Assurantiebelasting

2.465

2.367

– 99

Motorrijtuigenbelasting

3.989

3.885

– 104

Belastingen op een milieugrondslag

5.204

4.819

– 385

Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken e.a.

209

209

1

Belasting op zware motorrijtuigen

138

137

– 1

Verhuurderheffing

1.161

1.164

3

Bankbelasting

1.507

1.507

0

       

Directe belastingen en premies volksverzekeringen

108.820

107.395

– 1.425

Loonheffing

95.730

93.786

– 1.944

Inkomensheffing

– 5.135

– 5.291

– 156

Dividendbelasting

3.117

3.107

– 10

Kansspelbelasting

487

484

– 2

Vennootschapsbelasting

12.865

13.702

837

Successierechten

1.756

1.606

– 150

       

Overige belastingontvangsten

189

170

– 19

       

Totaal belastingen en premies volksverzekeringen

182.702

181.213

– 1.489

       

Premies werknemersverzekeringen

54.755

53.474

– 1.281

 

waarvan zorgpremies

36.059

34.950

– 1.109

Totaal belasting- en premieontvangsten (EMU-basis)

237.457

234.687

– 2.770

De geraamde waardeontwikkeling van het bbp in 2014 is sinds de Voorjaarsnota 2014 (die gebaseerd was op het CEP-beeld van het CPB) bijgesteld met – 0,5 procent. Onderliggend zijn de verwachtingen van diverse voor de belasting- en premieontvangsten relevante economische indicatoren aangepast. Zo is de loonontwikkeling fors neerwaarts bijgesteld. De verwachting over de ontwikkeling van respectievelijk de investeringen door de overheid, het aantal huizenverkopen en de huizenprijzen in 2014 is juist opwaarts bijgesteld. De verwachting over andere relevante indicatoren zoals de (waardemutatie van de) particuliere consumptie en de werkgelegenheid zijn nauwelijks gewijzigd ten opzichte van het CEP-beeld. Het meest actuele economische beeld (MEV2015), de gerealiseerde belastingontvangsten tot en met juli 2014 en gereviseerde realisaties van de zorgpremies leiden per saldo tot een neerwaartse bijstelling van de verwachte belasting- en premieontvangsten met 2,8 miljard euro.

De raming van de totale indirecte belastingen is per saldo nauwelijks bijgesteld opzichte van de Voorjaarsnota 2014. De raming van de btw-ontvangsten is vooral op basis van de gerealiseerde ontvangsten over het eerste half jaar van 2014 met 0,3 miljard euro opwaarts bijgesteld. De ontvangsten uit de belastingen op een milieugrondslag zijn met – 0,4 miljard euro bijgesteld. Dit betreft voor het grootste deel de energiebelasting. De bijstelling volgt uit de gerealiseerde ontvangsten over het eerste half jaar. Daarnaast is de raming van de ontvangsten uit de belasting op leidingwater bijgesteld. Deze bijstelling is grotendeels beleidsmatig (in casu het terugdraaien van de maatregel uit de aanvullende begrotingsafspraken 2014 waarbij het plafond in de belasting op leidingwater zou worden afgeschaft). Een gunstiger ontwikkeling van het aantal huizenverkopen tegen een hogere prijsontwikkeling leidt tot hogere ontvangsten uit de overdrachtsbelasting (0,2 miljard). Ten slotte zijn de ramingen van respectievelijk de assurantiebelasting, motorrijtuigenbelasting en accijnzen neerwaarts aangepast op basis van de gerealiseerde ontvangsten.

De ontvangsten uit de directe belastingen zijn per saldo met 1,4 miljard euro naar beneden bijgesteld ten opzichte van de Voorjaarsnota 2014. Deze neerwaartse bijstelling komt vooral op het conto van de loon- en inkomensheffing (– 1,9 miljard euro), als gevolg van een fors negatievere verwachting van de loonontwikkeling. De gerealiseerde ontvangsten over het eerste half jaar van 2014 bevestigen dit beeld. De opwaartse bijstelling van 0,8 miljard euro bij de vpb is volledig gebaseerd op de gerealiseerde kasontvangsten dit jaar. Met name de kasontvangsten met betrekking tot 2013 en 2012 komen hoger uit dan verwacht. Ook bij de schenk- en erfbelasting geven de realisaties over het eerste half jaar van 2014 aanleiding tot een (neerwaartse) aanpassing van de raming.

Ten slotte komen de ontvangsten uit de premies werknemersverzekeringen 1,3 miljard euro lager uit en dan vooral de premies zorgverzekeringen. Deze bijstelling volgt uit de revisie van de nationale rekeningen waarbij de zorgpremieontvangsten neerwaarts zijn aangepast als gevolg van het overstappen op een andere bron en methodiek. Box 3.4.2 van hoofdstuk 3 geeft een nadere toelichting op de revisie van de nationale rekeningen (ESA2010).

2.3 De belasting- en premieontvangsten in 2015

In tabel 2.3.1 wordt een overzicht gegeven van de ontwikkeling van de geraamde belasting- en premieontvangsten in 2015. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen het effect van beleidsmaatregelen op de ontvangsten en de endogene (beleidsarme) ontwikkeling, die vooral samenhangt met de economische groei en de samenstelling daarvan.

Tabel 2.3.1 Raming belasting- en premieontvangsten 2015 op EMU-basis (in miljoenen euro’s)
   

Vermoedelijke uitkomsten 2014

Maatregelen

Endogeen

Endogeen in %

2015

Indirecte belastingen

73.649

– 38

1.248

1,7%

74.858

Invoerrechten

2.263

0

127

5,6%

2.390

Omzetbelasting

43.441

192

1.103

2,5%

44.736

Belasting op personenauto’s en motorrijwielen

1.157

184

– 6

– 0,5%

1.335

Accijnzen

11.311

105

– 55

– 0,5%

11.361

Overdrachtsbelasting

1.389

– 20

54

3,9%

1.423

Assurantiebelasting

2.367

18

5

0,2%

2.389

Motorrijtuigenbelasting

3.885

62

– 13

– 0,3%

3.934

Belastingen op een milieugrondslag

4.819

245

33

0,7%

5.097

Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken e.a.

209

6

– 2

– 1,2%

213

Belasting op zware motorrijtuigen

137

0

3

1,9%

140

Verhuurderheffing

1.164

170

0

0,0%

1.334

Bankbelasting (inclusief resolutieheffing 2014)

1.507

– 1.000

0

0,0%

507

             

Directe belastingen en premies volksverzekeringen

107.395

– 384

1.749

1,6%

108.761

Loonheffing

93.786

– 733

360

0,4%

93.413

Inkomensheffing

– 5.291

585

862

– 16,3%

– 3.844

Dividendbelasting

3.107

– 645

181

5,8%

2.643

Kansspelbelasting

484

23

8

1,7%

515

Vennootschapsbelasting

13.702

387

300

2,2%

14.389

Successierechten

1.606

0

38

2,4%

1.644

             

Overige belastingontvangsten

170

0

16

9,3%

186

           

Totaal belastingen en premies volksverzekeringen

181.213

– 422

3.013

1,7%

183.805

Premies werknemersverzekeringen

53.474

– 29

446

0,8%

53.891

 

waarvan zorgpremies

34.950

– 269

611

1,7%

35.293

Totaal belasting- en premieontvangsten

234.687

– 451

3.459

1,5%

237.696

In 2015 bedragen de totale ontvangsten op EMU-basis naar verwachting 237,7 miljard. Ten opzichte van de meest actuele raming voor 2014 is dit een toename van 3,0 miljard euro. Deze ontwikkeling is voor – 0,5 miljard euro het gevolg van beleidsmaatregelen. Dit betreft zowel beleid van dit kabinet als het beleid van vorige kabinetten. De verwachte endogene groei van de belasting- en premieontvangsten in 2015 bedraagt 3,5 miljard euro (1,5 procent). In de volgende paragrafen wordt hier nader op ingegaan. In de internetbijlage van deze Miljoenennota staat een uitgebreidere toelichting voor de grootste belastingsoorten (www.rijksbegroting.nl).

2.3.1 Endogene ontwikkeling belasting- en premieontvangsten 2015

De endogene toename van de ontvangsten volgt uit de economische indicatoren zoals deze geraamd zijn in de Macro Economische Verkenning 2015. Voor 2015 verwacht het Centraal Planbureau (CPB) een waardeontwikkeling van het bbp van 2,6 procent. De endogene groei van de totale belasting- en premieontvangsten bedraagt in 2015 naar verwachting 1,5 procent. Daarmee is de groei van de inkomsten in 2015 substantieel, maar blijft nog wel achter bij de waardeontwikkeling van het bbp. Zoals eerder in hoofdstuk 3 uitgebreid is toegelicht, is de ontwikkeling van de belasting- en premieontvangsten gerelateerd aan de samenstelling van de economische groei: elke belastingsoort kent immers een eigen grondslag. De verschillende belastinggrondslagen zijn elk op een andere wijze gerelateerd aan de onderdelen van het bbp, waardoor de ontwikkeling als gevolg van de economische groei per belastingsoort kan verschillen.

De endogene groei van de inkomsten uit de indirecte belastingen in 2015 bedraagt 1,7 procent. Deze ontwikkeling hangt voor een groot deel af van de btw-ontvangsten, verreweg de grootste post bij de indirecte belastingen. Deze btw-ontvangsten worden vooral bepaald door de consumptieve bestedingen, investeringen in woningen en overheidsinvesteringen. De waardeontwikkeling van de particuliere consumptie blijft in 2015 licht achter bij de totale economische groei. Binnen de particuliere consumptie neemt het aandeel van duurzame goederen toe, wat leidt tot hogere ontvangsten omdat deze goederen belast worden tegen het algemene btw-tarief. De investeringen in woningen groeien met 4,7 procent, terwijl de overheidsinvesteringen afnemen met 1,4 procent. Per saldo komt de ontwikkeling van de btw-ontvangsten naar verwachting uit op 2,5 procent in 2015. Voor 2015 wordt een ontwikkeling van 3,9 procent van de ontvangsten uit de overdrachtsbelasting verwacht. Dat is het gevolg van hogere verkoopprijzen van (tweedehands) woningen en vooral meer transacties in 2015 ten opzichte van het jaar daarvoor. De bpm-ontvangsten komen in 2015 naar verwachting 0,5 procent procent lager uit dan in 2014. De bpm-ontvangsten hangen af van het aantal autoverkopen en het aandeel van kleinere en/of zuinige auto’s daarin. De ontvangsten uit de motorrijtuigenbelasting – waarvoor het gewicht van de in Nederland geregistreerde auto’s de grondslag vormt – nemen naar verwachting met 0,3 procent af in 2015. Tot slot kennen de ontvangsten uit de accijnzen in 2015 een ontwikkeling van – 0,5 procent.

De endogene ontwikkeling van de directe belastingen bedraagt 1,6 procent in 2015. De qua omvang belangrijkste post daarbinnen betreft de loon- en inkomensheffing.2 Voor de ontwikkeling daarvan zijn vooral macro-economische indicatoren als de loonontwikkeling, de werkgelegenheid en de ontwikkeling van winsten van zelfstandigen van belang. De grondslag van de loon- en inkomensheffing wordt daarnaast onder meer beïnvloed door de omvang van de hypotheekrenteaftrek en pensioenpremies.

De ontvangsten uit de loonheffing groeien in 2015 met 0,4 procent vooral als gevolg van een positieve loonontwikkeling (1,9 procent). De ontvangsten uit de inkomensheffing nemen in 2015 toe door een de verbeterde winstgevendheid van IB-ondernemers (dat zijn ondernemers die belastingplichtig zijn voor de inkomstenbelasting. De vpb-ontvangsten komen 2,2 procent hoger uit door een verdere verbetering van de winstgevendheid van bedrijven in 2015. In relatie met de hogere winsten nemen de ontvangsten uit de dividendbelasting met 5,8 procent toe.

2.3.2 Het effect van beleidsmaatregelen op de belasting- en premieontvangsten

In 2015 is het effect van beleidsmaatregelen op de belasting- en premieontvangsten – 0,5 miljard euro. In tabel 2.3.1 wordt het effect van de beleidsmaatregelen (oftewel de autonome mutatie) op de ontvangsten in 2015 per belastingsoort getoond. Dit is zowel beleid van vorige kabinetten met in 2015 nog een op- of neerwaarts effect op de inkomsten ten opzichte van 2014, als beleid van het huidige kabinet.

Bij de indirecte belastingen is de beleidsmatige mutatie per saldo (afgerond) nihil. Onderliggend is er sprake van een groot aantal maatregelen. Zo zorgt de eenmalige resolutieheffing vanwege de nationalisatie van SNS REAAL in 2014 voor lagere ontvangsten (– 1,0 miljard euro) in 2015.3 De ontvangsten uit de belastingen op milieugrondslag komen beleidsmatig 0,2 miljard euro hoger uit door een hogere energiebelasting en de herintroductie van de afvalstoffenheffing. Daarnaast worden in 2015 binnen de bpm de CO2-grenzen verder aangescherpt en loopt de verhuurderheffing op, beide met 0,2 miljard hogere ontvangsten als gevolg. Ten slotte zorgt met name de verhoging van de tabaksaccijns voor beleidsmatig 0,1 miljard euro hogere (kas)ontvangsten bij de accijnzen.

Als gevolg van beleidsmaatregelen nemen de ontvangsten uit de directe belastingen af met 0,4 miljard euro in 2015. Het betreft een saldo van vele maatregelen, voor een groot deel binnen de loon- en inkomensheffing. De beleidsmatige mutatie bij de loon- en inkomensheffing komt per saldo uit op – 0,1 miljard euro. Door het aflopen van incidentele maatregelen uit 2014 zoals het fiscaal stimuleren van de vrijval van bestaande stamrechten (– 1,2 miljard), het verlagen van het box 2 tarief (– 0,7 miljard) en de tijdelijke werkgeversheffing (– 0,5 miljard) komen de ontvangsten in 2015 lager uit. Andere terreinen waarop maatregelen met een groot budgettair effect worden genomen zijn de heffingskortingen en de pensioenen. Het verhogen van de algemene heffingskorting en de arbeidskorting in combinatie met de afbouw van deze kortingen zorgt per saldo voor lagere ontvangsten (– 1,6 miljard euro) in 2015. Daar tegenover staan op het terrein van de pensioenen onder meer maatregelen als het beperken van de fiscale aftrekbaarheid van pensioenpremies, het aftoppen van het inkomen op 100.000 euro waarover fiscaal gefaciliteerd pensioen kan worden opgebouwd (beide inperkingen Witteveenkader) en de verhoging van de AOW-leeftijd met in totaal 1,5 miljard euro hogere ontvangsten als gevolg. Het afschaffen van de alleenstaande ouderkorting, de aanvullende alleenstaande ouderkorting, de ouderschapverlofkorting en de aftrek voor levensonderhoud voor kinderen leidt tot 0,6 miljard euro hogere ontvangsten. Daarnaast is sprake van een groot aantal, vaak kleinere maatregelen met effect op de ontvangsten uit de loon- en inkomensheffing in 2015.

De ontvangsten uit de vennootschapsbelasting komen als gevolg van beleidsmaatregelen 0,4 miljard euro hoger uit in 2015. Dit betreft het saldo van meerdere maatregelen waaronder het aflopen van de liquiditeitsverruimende maatregelen voor bedrijven (0,2 miljard euro) en een kleiner budgettair beslag van de Research & Development Aftrek (0,1 miljard euro). Bij de dividendbelasting is sprake van 0,6 miljard euro lagere ontvangsten. Dat betreft het aflopen van de tijdelijke verlaging van het tarief van box 2 van de inkomstenbelasting in 2014.4

Beleid met betrekking tot de premies werknemersverzekeringen (waaronder de zorgpremies) heeft per saldo (afgerond) geen effect op de ontvangsten in 2015. Onderliggend is sprake van lagere ontvangsten uit de premies zorgverzekeringen respectievelijk de premies werkloosheidsverzekeringen en hogere ontvangsten uit de premies arbeidsongeschiktheidsverzekeringen.

Tabel 2.3.2 Budgettair effect van belasting- en premiemaatregelen 2015 (in miljoenen euro’s)
 

Belastingen en premies kas

Belastingen en premies op transactiebasis

Totaal lasten

Zorgpremies

– 269

– 269

– 269

Zorgtoeslag

0

0

– 303

Sectorfondspremies

240

240

240

Liquiditeitsverruiming

270

0

0

Aanpassingen Witteveenkader / pensioenleeftijd

1.513

1.595

1.125

Resolutieheffing

– 1.000

– 1.000

0

Fiscale behandeling stamrechten

– 896

– 1.225

0

Tijdelijke tariefsverlaging box 2

– 723

– 1.810

150

Inkomensbeleid

– 614

– 148

– 144

Milieu- en autobelastingen

491

493

598

Afschaffen PBO’s

0

0

– 7

SDE+

0

0

20

OPL

0

0

– 183

Overig

537

330

1.099

Totaal

– 451

– 1.794

2.327

Tabel 2.3.2 geeft een overzicht van het budgettaire beslag van beleidsmaatregelen op zowel kas- als transactiebasis en tevens het effect daarvan op de lastenontwikkeling in 2015. Het verschil tussen het totale effect van het beleid op de ontvangsten en de lastenontwikkeling wordt veroorzaakt doordat sommige maatregelen wel gevolgen hebben voor de inkomsten maar niet relevant zijn voor de lastenontwikkeling. Dat is bijvoorbeeld het geval bij de resolutieheffing vanwege de nationalisatie van SNS REAAL die voor een negatieve mutatie bij de belasting- en premieontvangsten zorgt van 2014 op 2015 maar niet relevant is voor de lastenontwikkeling5. Verder leidt het incidenteel fiscaal stimuleren van de vrijval van bestaande stamrechten in 2014 in 2015 tot lagere ontvangsten in 2015 ten opzichte van 2014, terwijl dit geen effect heeft op de lastenontwikkeling in 20156. Daar staat tegenover dat de zorgtoeslag vanwege de directe koppeling met de nominale premie wel relevant is voor de lastenontwikkeling, terwijl dit geen belasting- en premieontvangsten betreft. Hetzelfde geldt voor de SDE+ en de lasten voor de lokale overheden (OPL). Deze zijn wel relevant voor de lastenontwikkeling, maar niet voor de belasting- en premieontvangsten. Daarnaast zijn er ook verschillen tussen het transactiemoment van belasting- en premieontvangsten en het moment waarop de betreffende belasting of premie daadwerkelijk in kas wordt ontvangen.

2.4 Meerjarige ontvangstenraming

De ontwikkeling van de belasting- en premieontvangsten voor de periode 2014–2017 is weergegeven in tabel 2.4.1. De ramingen voor 2014 en 2015 zijn in voorgaande paragrafen toegelicht. Het gaat voor de jaren 2016 en 2017 om een technische raming.

Tabel 2.4.1. Meerjarige belasting- en premieraming op EMU-basis (in miljarden euro’s)
   

2014

2015

2016

2017

Totaal belasting- en premieontvangsten op EMU-basis

234,7

237,7

243,9

249,4

 

waarvan belastingen op kasbasis

138,5

146,6

149,8

154,7

2.5 De belastingraming 2014–2015

Tabel 2.5.1 bevat een gedetailleerd overzicht van de raming van de belasting- en premieontvangsten 2014 en 2015 op EMU-basis.

Tabel 2.5.1 Overzicht van belasting- en premieontvangsten 2014–2015 op EMU-basis (in miljoenen euro’s)
   

Vermoedelijke uitkomsten 2014

Ontwerpbegroting 2015

Indirecte belastingen

73.649

74.858

Invoerrechten

2.263

2.390

Omzetbelasting

43.441

44.736

Belasting op personenauto’s en motorrijwielen

1.157

1.335

Accijnzen

11.311

11.361

– Accijns van lichte olie

3.968

3.956

– Accijns van minerale oliën, anders dan lichte olie

3.830

3.831

– Tabaksaccijns

2.412

2.450

– Alcoholaccijns

313

324

– Bieraccijns

425

427

– Wijnaccijns

361

373

Belastingen van rechtsverkeer

3.756

3.813

– Overdrachtsbelasting

1.389

1.423

– Assurantiebelasting

2.367

2.389

Motorrijtuigenbelasting

3.885

3.934

Belastingen op een milieugrondslag

4.819

5.097

– Afvalstoffenbelasting

30

97

– Energiebelasting

4.390

4.636

– Waterbelasting

239

221

– Brandstoffenheffingen

160

142

Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken e.a.

209

213

Belasting op zware motorrijtuigen

137

140

Verhuurderheffing

1.164

1.334

Bankbelasting (inclusief resolutieheffing 2014)

1.507

507

         

Directe belastingen

64.656

71.585

Inkomstenbelasting kas

– 410

846

Loonbelasting kas

46.166

51.547

Dividendbelasting

3.107

2.643

Kansspelbelasting

484

515

Vennootschapsbelasting

13.702

14.389

– Gassector kas

1.400

1.350

– Niet-gassector kas

12.302

13.039

Successierechten

1.606

1.644

         

Overige belastingontvangsten

170

186

 

waarvan belasting- en premieontvangsten Caribisch Nederland

101

103

Totaal belastingen

138.475

146.629

Premies volksverzekeringen (EMU)

42.738

37.176

Premies werknemersverzekeringen

53.474

53.891

 

waarvan zorgpremies

34.950

35.293

Totaal belasting- en premieontvangsten op EMU-basis

234.687

237.696

Tabel 2.5.2 bevat een gedetailleerd overzicht van de raming van de belasting- en premieontvangsten 2014 en 2015 op kasbasis en de aansluiting naar de totaalraming op EMU-basis.

Tabel 2.5.2. Overzicht van belasting- en premieontvangsten 2014–2015 op kasbasis (in miljoenen euro’s)
 

Vermoedelijke uitkomsten 2014

Ontwerpbegroting 2015

Indirecte belastingen

73.476

74.408

Invoerrechten

2.248

2.375

Omzetbelasting

43.406

44.328

Belasting op personenauto’s en motorrijwielen

1.146

1.336

Accijnzen

11.312

11.352

– Accijns van lichte olie

3.966

3.953

– Accijns van minerale oliën, anders dan lichte olie

3.825

3.825

– Tabaksaccijns

2.409

2.448

– Alcoholaccijns

327

326

– Bieraccijns

425

427

– Wijnaccijns

360

372

Belastingen van rechtsverkeer

3.733

3.798

– Overdrachtsbelasting

1.370

1.413

– Assurantiebelasting

2.363

2.385

Motorrijtuigenbelasting

3.845

3.923

Belastingen op een milieugrondslag

4.776

5.103

– Afvalstoffenbelasting

25

100

– Energiebelasting

4.372

4.618

– Waterbelasting

219

221

– Brandstoffenheffingen

160

164

Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken e.a.

205

213

Belasting op zware motorrijtuigen

136

139

Verhuurderheffing

1.163

1.333

Bankbelasting (inclusief resolutieheffing 2014)

1.507

507

       

Directe belastingen

64.658

71.115

Inkomstenbelasting kas

– 410

846

Loonbelasting kas

46.172

51.079

Dividendbelasting

3.107

2.643

Kansspelbelasting

480

514

Vennootschapsbelasting

13.702

14.389

– Gassector kas

1.400

1.350

– Niet-gassector kas

12.302

13.039

Successierechten

1.606

1.644

     

Overige belastingontvangsten

184

186

 

waarvan belasting- en premieontvangsten Caribisch Nederland

101

103

Totaal belastingen

138.318

145.708

Premies volksverzekeringen kas

42.690

37.687

Premies werknemersverzekeringen

53.474

53.891

 

waarvan zorgpremies

34.950

35.293

Aansluiting naar EMU-basis

205

410

Totaal belasting- en premieontvangsten op EMU-basis

234.687

237.696