3 Toelichting op de belastingontvangsten
3.1 Inleiding
Deze internetbijlage behorende bij de Miljoenennota 2012 geeft een toelichting op de raming van de belastingontvangsten voor 2011 en 2012 en gaat vervolgens dieper in op de ontwikkeling van enkele grote belastingsoorten.Dit zijn achtereenvolgens de vennootschapsbelasting, de loon- en inkomstenbelasting en de omzetbelasting.
Zoals bepaald in de Comptabiliteitswet worden de belastingontvangsten op kasbasis gepresenteerd. De raming komt overeen met bijlage 3 van de Miljoenennota.
Voorheen was deze bijdrage opgenomen in de Rijksbegroting Financiën (Begroting IX B). Op verzoek van de Tweede Kamer is de toelichting op de belastingontvangsten sinds de Rijksbegroting 2005 gecentraliseerd in de Miljoenennota.
3.2 De belastingramingen voor 2011 en 2012
De volgende twee tabellen geven de opbouw weer van de belastingramingen. Tabel 1 toont de ontwikkeling van de realisaties in 2010 naar de Vermoedelijke Uitkomsten in 2011. Tabel 2 toont vervolgens de ontwikkeling van de Vermoedelijke Uitkomsten in 2011 naar de Ontwerpbegroting 2012. Per belastingsoort is hierbij een opsplitsing gemaakt van de verandering van de ontvangsten naar autonome mutatie en endogene mutatie. Autonome mutaties zijn mutaties van de belastingopbrengsten als gevolg van fiscale maatregelen of van overige maatregelen. Endogene mutaties zijn mutaties van de belastingopbrengsten als gevolg van de economische ontwikkeling.
2010 | Autonome mutaties | Endogene mutaties | Endogene mutatie in % | 2011 | |
|---|---|---|---|---|---|
Indirecte belastingen | 69 532 | – 180 | – 252 | – 0,4% | 69 099 |
Invoerrechten | 2 156 | 0 | 196 | 9,1% | 2 352 |
Omzetbelasting | 41 891 | – 41 | – 575 | – 1,4% | 41 275 |
Belasting op personenauto's en motorrijwielen | 2 065 | – 41 | 29 | 1,4% | 2 054 |
Accijnzen | 11 067 | 169 | – 2 | 0,0% | 11 234 |
– Accijns van lichte olie | 4 092 | 0 | – 25 | – 0,6% | 4 067 |
– Accijns van minerale oliën, anders dan lichte olie | 3 571 | 2 | 114 | 3,2% | 3 687 |
– Tabaksaccijns | 2 407 | 167 | – 44 | – 1,8% | 2 530 |
– Alcoholaccijns | 316 | 0 | – 16 | – 5,0% | 300 |
– Bieraccijns | 385 | 0 | – 4 | – 1,1% | 380 |
– Wijnaccijns | 266 | 1 | 3 | 1,0% | 269 |
Belastingen van rechtsverkeer | 3 618 | – 271 | 67 | 1,8% | 3 415 |
– Overdrachtsbelasting | 2 786 | – 439 | 48 | 1,7% | 2 395 |
– Assurantiebelasting | 833 | 168 | 19 | 2,3% | 1 020 |
– Kapitaalsbelasting | 0 | 0 | 0 | 1,6% | 0 |
Motorrijtuigenbelasting | 3 608 | – 4 | – 8 | – 0,2% | 3 595 |
Belastingen op een milieugrondslag | 4 521 | 7 | 48 | 1,1% | 4 576 |
– Grondwaterbelasting | 179 | 0 | 0 | 0,0% | 179 |
– Afvalstoffenbelasting | 42 | 1 | 0 | 0,0% | 43 |
– Energiebelasting | 4 174 | 6 | 55 | 1,3% | 4 234 |
– Waterbelasting | 126 | 0 | 0 | 0,0% | 126 |
– Brandstoffenheffingen | 1 | 0 | 0 | 0,0% | 1 |
Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken e.a. | 155 | 0 | 0 | 0,0% | 155 |
Belasting op zware motorrijtuigen | 149 | 0 | 0 | 0,0% | 149 |
Verpakkingenbelasting | 302 | 0 | 0 | 0,0% | 302 |
Bankbelasting | 0 | 0 | 0 | 0,0% | 0 |
Directe belastingen | 64 922 | – 3 349 | 3 454 | 5,3% | 65 027 |
Loon- en inkomstenbelasting kas | 47 542 | – 2 919 | 2 104 | 4,4% | 46 728 |
Dividendbelasting | 2 400 | 0 | – 83 | – 3,4% | 2 317 |
Kansspelbelasting | 454 | 0 | 10 | 2,3% | 464 |
Vennootschapsbelasting | 12 782 | – 248 | 1 354 | 10,6% | 13 888 |
– Gassector kas | 1 630 | 0 | 120 | 7,4% | 1 750 |
– Niet-gassector kas | 11 152 | – 248 | 1 234 | 11,1% | 12 138 |
Vermogensbelasting | 23 | 0 | 0 | 0% | 23 |
Successierechten | 1 721 | – 183 | 69 | 4,0% | 1 607 |
Niet nader toe te rekenen belastingontvangsten | 27 | 78 | 0 | 0,0% | 104 |
Totaal belastingen op kasbasis | 134 481 | – 3 452 | 3 202 | 2,4% | 134 231 |
Belastingopbrengsten op kasbasis | 2011 | Autonome mutaties | Endogene mutaties | Endogene mutatie in % | 2012 |
|---|---|---|---|---|---|
Indirecte belastingen | 69 099 | 377 | 1 424 | 2,1% | 70 901 |
Invoerrechten | 2 352 | 0 | 76 | 3,2% | 2 427 |
Omzetbelasting | 41 275 | 174 | 852 | 2,1% | 42 301 |
Belasting op personenauto's en motorrijwielen | 2 054 | – 6 | 20 | 1,0% | 2 068 |
Accijnzen | 11 234 | 48 | 235 | 2,1% | 11 517 |
– Accijns van lichte olie | 4 067 | 0 | 107 | 2,6% | 4 174 |
– Accijns van minerale oliën, anders dan lichte olie | 3 687 | 0 | 147 | 4,0% | 3 834 |
– Tabaksaccijns | 2 530 | 48 | – 4 | – 0,1% | 2 574 |
– Alcoholaccijns | 300 | 0 | – 15 | – 5,1% | 285 |
– Bieraccijns | 380 | 0 | – 4 | – 1,0% | 377 |
– Wijnaccijns | 269 | 0 | 4 | 1,4% | 273 |
Belastingen van rechtsverkeer | 3 415 | 86 | 193 | 5,6% | 3 693 |
– Overdrachtsbelasting | 2 395 | – 12 | 170 | 7,1% | 2 553 |
– Assurantiebelasting | 1 020 | 98 | 22 | 2,2% | 1 141 |
Motorrijtuigenbelasting | 3 595 | – 4 | 8 | 0,2% | 3 599 |
Belastingen op een milieugrondslag | 4 576 | – 221 | 38 | 0,8% | 4 394 |
– Grondwaterbelasting | 179 | – 178 | 0 | 0,0% | 0 |
– Afvalstoffenbelasting | 43 | – 43 | 0 | 0,0% | 0 |
– Energiebelasting | 4 234 | 0 | 38 | 0,9% | 4 271 |
– Waterbelasting | 126 | 0 | 0 | 0,2% | 126 |
– Brandstoffenheffingen | 1 | 0 | 0 | 0,2% | 1 |
Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken e.a. | 155 | 0 | 0 | 0,2% | 155 |
Belasting op zware motorrijtuigen | 149 | 0 | 0 | 0,0% | 149 |
Verpakkingenbelasting | 302 | 0 | 1 | 0,0% | 302 |
Bankbelasting | 0 | 300 | 0 | 0,0% | 300 |
Directe belastingen | 65 027 | 98 | 3 514 | 5,4% | 68 638 |
Loon- en inkomstenbelasting kas | 46 728 | – 558 | 1 925 | 4,1% | 48 094 |
Dividendbelasting | 2 317 | – 50 | 269 | 11,6% | 2 536 |
Kansspelbelasting | 464 | 0 | 10 | 2,2% | 474 |
Vennootschapsbelasting | 13 888 | 706 | 1 274 | 9,2% | 15 868 |
– Gassector kas | 1 750 | 0 | 150 | 8,6% | 1 900 |
– Niet-gassector kas | 12 138 | 706 | 1 124 | 9,3% | 13 968 |
Vermogensbelasting | 23 | 0 | 0 | 0,0% | 23 |
Successierechten | 1 607 | 0 | 35 | 2,2% | 1 643 |
Niet nader toe te rekenen belastingontvangsten | 104 | – 4 | 0 | 0,0% | 100 |
Totaal belastingen | 134 231 | 471 | 4 938 | 3,7% | 139 640 |
3.3 Nadere toelichting
De raming voor de totale belastingontvangsten in 2011 komt 0,3 miljard euro lager uit dan de realisatie van de totale belastingontvangsten in 2010 (zie tabel 3.2.1). Deze daling is de resultante van de autonome mutatie van – 3,5 miljard euro en de endogene ontwikkeling van 3,2 miljard euro. Voor 2012 geldt een toename van de totale belastingontvangsten met 5,4 miljard euro ten opzichte van 2011. Dit is het saldo van een autonome mutatie van 0,5 miljard euro en een endogene ontwikkeling van 4,9 miljard euro. De hierna volgende paragrafen geven een nadere toelichting op deze autonome en endogene mutaties.
3.3.1 Autonome mutaties
De belastingontvangsten in 2011 nemen met 3,5 miljard euro af als gevolg van fiscale en overige maatregelen. In tabel 3 staat aangegeven welke wijzigingen sinds de Miljoenennota 2011 hebben plaatsgevonden.
Kas 2011 | |
|---|---|
Totaal maatregelen, zoals gemeld in Miljoenennota 2011 | – 7 815 |
waarvan nabetalingen | 4 525 |
waarvan beleid | – 162 |
Totaal maatregelen | – 3 452 |
Beleidsmatige wijzigingen vloeien voort uit het regeerakkoord 2011–2015 en de maatregelen die het huidige kabinet sindsdien heeft genomen. Daarnaast hebben er autonome mutaties plaatsgevonden als gevolg van nabetalingen tussen het Rijk en de sociale fondsen. Deze nabetalingen vinden plaats, omdat via de inkomensheffing en de loonheffing de belastingen en premies volksverzekeringen geïntegreerd worden geheven. De verdeling van deze ontvangsten tussen het Rijk en de sociale fondsen gebeurt op basis van voorlopige verdeelsleutels. Wanneer de Belastingdienst de gegevens over de feitelijke inkomens van mensen binnen heeft, kan nauwkeurig worden bepaald welk deel van de heffingen naar het Rijk had gemoeten en welk deel naar de sociale fondsen. Bij de loonheffing gebeurt dit na twee jaar, omdat dan het grootste deel van de aanslagen en aangiften is afgehandeld. Bij de inkomensheffing gebeurt dit om dezelfde reden pas na vier jaar. Hierdoor vinden er in de jaren nadat een transactiejaar is afgesloten nog nabetalingen plaats tussen het Rijk en de sociale fondsen. Tabel 3.3.1 laat zien dat dit in 2011 tot 4,5 miljard euro meer belastingontvangsten voor het Rijk heeft geleid ten opzichte van wat in Miljoenennota 2011 werd verwacht. Omdat het hier onderlinge nabetalingen betreft tussen premieontvangsten en belastingontvangsten, zijn deze verschuivingen niet relevant voor het EMU-saldo of het lastenbeeld.
Voor 2012 bedraagt de geraamde autonome mutatie van de belastingontvangsten van per saldo 0,5 miljard euro. Deze mutatie betreft voor enerzijds – 0,9 miljard onderlinge nabetalingen tussen premieontvangsten en belastingontvangsten. Deze verschuivingen zijn niet relevant voor het EMU-saldo. Anderzijds betreft de mutatie 1,3 miljard als gevolg van beleidsmaatregelen. Een toelichting op de beleidsmatige mutatie van de totale belasting- en premieontvangsten is te vinden in bijlage 2 van de Miljoenennota 2012.
3.3.2 Endogene mutaties
De belastingontvangsten nemen in 2012 met 4,9 miljard euro toe als gevolg van de endogene ontwikkeling. Dit betekent een groei van 3,7 procent. Bijlage 3 van de Miljoenennota bevat een toelichting van de endogene ontwikkeling voor het totaal van de belasting- en premieontvangsten.Deze paragraaf geeft voor enkele specifieke belastingsoorten een nadere toelichting op de endogene ontwikkeling. De aandacht gaat hierbij uit naar de vennootschapsbelasting, de loon- en inkomstenbelasting en de omzetbelasting, die bij elkaar meer dan 70 procent van de totale belastingontvangsten vormen.
3.3.2.1 Vennootschapsbelasting
Bij de vennootschapsbelasting wordt onderscheid gemaakt in een deel dat afkomstig is van bedrijven uit de gassector en een deel dat afkomstig is van bedrijven uit de niet-gassector. Voor de vennootschapsbelasting afkomstig uit de gassector wordt een aparte raming opgesteld op basis van de winstontwikkeling in die sector, die in belangrijke mate afhangt van de olieprijs en de ontwikkeling van de dollarkoers. Voor een toelichting op de aardgasbatenraming, inclusief de VPB-afdracht uit de gassector, wordt verwezen naar de begroting van Economische Zaken (Begroting XIII). Deze internetbijlage bespreekt alleen de ontwikkeling van de VPB-opbrengst in de niet-gassector.
Voor een nader inzicht in de ontwikkeling van de kasontvangsten volgt een korte toelichting op het proces van aanslagoplegging. De heffing van de vennootschapsbelasting vindt in eerste instantie plaats via voorlopige aanslagen. In januari wordt een inschatting gemaakt van de winst voor dat jaar op basis van winsten uit de afgelopen twee jaren, eventueel gecorrigeerd voor verwachtingen betreffende de winsten van dat jaar zelf. Op basis hiervan worden voorlopige aanslagen verstuurd. Vervolgens geven bedrijven in juli of augustus van datzelfde jaar T een eerste voorlopige inschatting van de winstontwikkeling. Op basis van deze voorlopige schatting kan een bijstelling van de voorlopige aanslag plaatsvinden. In juli / augustus van het daaropvolgende jaar (T+1) vindt vervolgens de voorlopige aangifte plaats en dit kan wederom leiden tot een nadere voorlopige aanslag. Afhankelijk van de omvang van het bedrijf en de aard van de aangifte vindt in een van de daaropvolgende jaren de definitieve vaststelling van de winst plaats. Meestal wordt circa driekwart van de uiteindelijke aanslagopleggingen reeds in het eerste jaar via voorlopige aanslagen ontvangen, maar dit percentage fluctueert wel.
Voor het opstellen van de begroting zijn de kasontvangsten van de vennootschapsbelasting relevant. Daarom is het van belang hoe het verloop van aanslagoplegging zich vertaalt in kasontvangsten. Tabel 4 toont de ontwikkeling van de totale kasopbrengst per jaar met een opsplitsing naar transactiejaar. Hieruit blijkt duidelijk dat het grootste deel van de opbrengst in een bepaald jaar voortkomt uit de voorlopige aanslagen over dat jaar zelf. Deze opbrengst stijgt nog door bijstellingen in de voorlopige aanslagen over voorgaande jaren, maar als gevolg van verliesverrekening is de bijdrage van jaar T-3 en ouder over het algemeen negatief.
2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
Jaar T | 13 597 | 14 325 | 9 823 | 10 426 | 11 008 | 12 597 |
Jaar T-1 | 4 331 | 4 007 | 1 126 | 1 984 | 1 745 | 1 818 |
Jaar T-2 | – 42 | 319 | 501 | – 150 | 201 | 202 |
Jaar T-3 | 93 | – 170 | – 613 | – 484 | – 158 | – 118 |
Jaar T-4 en ouder | – 1 265 | – 1 868 | – 1 083 | – 624 | – 658 | – 531 |
Totaal kasopbrengst VPB niet-gas | 16 714 | 16 614 | 9 754 | 11 152 | 12 138 | 13 968 |
Per saldo is de verwachte endogene mutatie van 2010 naar 2011 1,2 miljard euro voor de vennootschapsbelasting bij de niet-gassector. Beleidsmaatregelen zorgen in 2011 voor – 0,2 miljard lagere ontvangsten. Per saldo bedraagt de ontwikkeling van de Vpb-ontvangsten van de niet-gassector 1,0 miljard in 2011. In 2012 bedraagt de endogene toename van de Vpb-ontvangsten bij de niet-gassector naar verwachting 1,1 miljard euro. Beleids maatregelen met betrekking tot de Vpb zoals die in het Belastingplan 2012 en andere fiscale wetgeving en eerdere belastingplannen zijn genomen leiden tot per saldo 0,7 miljard hogere ontvangsten in 2012. Per saldo bedraagt de totale toename in de Vpb-ontvangsten van de niet-gassector in 2012 afgerond 1,8 miljard euro.
3.3.2.2 Loon- en inkomstenheffing
De loonheffing is een voorheffing van de inkomstenheffing. In de eerste instantie dragen particulieren maandelijks loonbelasting af op basis van hun inkomen uit arbeid. Na het verstrijken van het kalenderjaar moet vervolgens voor 1 april van het volgende jaar belastingaangifte worden gedaan. Op basis hiervan wordt bepaald hoeveel belasting in totaal verschuldigd is (met inachtneming van andere bronnen van inkomen, belastingkortingen en aftrekposten). Wanneer dit bedrag hoger is dan de reeds betaalde loonheffing, moet men het resterende bedrag aan inkomstenheffing voldoen. Wanneer de verschuldigde belasting lager is, krijgt men geld terug van de Belastingdienst. Hierdoor zijn per saldo de opbrengsten van de inkomstenheffing negatief. In onderstaande analyse wordt gekeken naar de ontwikkeling van de loon- en inkomensheffing. Dit betreft naast de belasting tevens de ontvangsten premies volksverzekeringen welke geïntegreerd worden geheven. Voor analysedoeleinden zijn de ontvangsten op heffingsniveau beter bruikbaar, omdat deze eenvoudiger kunnen worden waargenomen. De premieontvangsten worden echter niet in deze internetbijlage verantwoord.
Loonheffing
De raming van de loonheffing vindt net als bij de vennootschapsbelasting op transactiebasis plaats. Het ontvangstpatroon van de transactieopbrengst in de kas is bij de loonheffing echter veel stabieler dan bij de VPB. Daarnaast geldt dat de transactieopbrengst ook aanzienlijk sneller wordt ontvangen en binnen drie maanden na afloop van het jaar bijna volledig gerealiseerd is. Hierdoor treden minder grote verschillen op tussen de ontwikkeling van de transactieopbrengst en de kasopbrengst dan bij de VPB.
2010 | 2011 | 2012 | ||
|---|---|---|---|---|
Opbrengst op transactiebasis | 88 377 | 89 503 | 93 179 | |
Mutatie | 1 125 | 3 676 | ||
wv endogeen | 1 746 | 2 991 | ||
wv autonoom | – 621 | 686 | ||
Endogene groei (in %) | 2,0% | 3,3% | ||
In tabel 3.3.2.2 is de (geraamde) endogene ontwikkeling van de loonheffing in 2011 en 2012 te zien. De verwachte endogene groei bedraagt in 2011 bedraagt 1,7 miljard. In 2012 wordt een ontwikkeling van 3,0 miljard verwacht. De ontwikkeling van de loonheffing is afhankelijk van de ontwikkeling van de totale belastbare loonsom. Dat wordt bepaald door de groei van de werkgelegenheid, de stijging van de contractlonen, de hoogte van verschillende premies en de ontwikkeling van uitkeringen en pensioenen. Onderstaande tabel geeft een overzicht van enkele gegevens uit de Macro Economische Verkenning van het CPB.
2011 | 2012 | |
|---|---|---|
Arbeidsvolume in arbeidsjaren | – 0,3% | – 0,1% |
Contractloonstijging bedrijven | 1,5% | 2,0% |
Incidentele loonstijging | 0,9% | 0,8% |
Tabelcorrectiefactor | 0,6% | 1,7% |
Arbeidsinkomensquote marktsector | 0,79 | 0,79 |
Uit de economische indicatoren kan de ontwikkeling van de loonheffing worden verklaard. In 2011 neemt het arbeidsvolume licht af met 0,3%. De incidentele loonontwikkeling (0,9%) en de contractloonstijging (1,5%) zijn echter positief en domineren het negatieve effect van de ontwikkeling van de werkgelegenheid: de endogene ontwikkeling van de loonheffing bedraagt in 2011 1,8 miljard. In 2012 is de ontwikkeling van het arbeidsvolume licht negatief. De de contractloonontwikkeling in 2012 is met 2,0% hoger dan in 2011. De incidentele loonstijging is in 2012 met 0,8% vrijwel gelijk aan die in 2011. Per saldo leidt dit in 2012 tot een endogene ontwikkeling van de loonheffing van 3,0 miljard euro.
Inkomensheffing
De ontvangsten bij de inkomensheffing zijn het saldo van de belastingontvangsten van particulieren en zelfstandige ondernemers. Voor de particulieren geldt de loonheffing als voorheffing. Bij de inkomensheffing voor particulieren hebben de ontvangsten dan ook betrekking op bijtel- en aftrekposten en heffingskortingen die niet via de loonheffing zijn verrekend. Bij de zelfstandigen wordt de ontwikkeling daarnaast ook bepaald door de winstontwikkeling.
De raming van de ontvangsten van de inkomensheffing is opgesteld op basis van de autonome maatregelen, de geraamde endogene ontwikkeling en de kasrealisaties tot en met juli.
2010 | 2011 | 2012 | ||
|---|---|---|---|---|
Inkomensheffing op transactiebasis | – 5 840 | – 5 552 | – 4 906 | |
mutatie | 287 | 646 | ||
wv endogeen | 92 | 16 | ||
wv autonoom | 196 | 630 | ||
De endogene ontwikkeling van de ontvangsten inkomensheffing in respectievelijk 2011 en 2012 is positief maar zeer beperkt. De winsten van zelfstandigen trekken naar verwachting in bescheiden mate aan nadat deze in 2009 fors zijn afgenomen. Het effect op de inkomsten is navenant bescheiden. Tegelijkertijd is de ontwikkeling in de hypotheekrenteaftrek zeer bescheiden als gevolg van de ontwikkeling op de woningmarkt. Dit heeft een eveneens zeer bescheiden negatief effect op de ontwikkeling van de inkomensheffing tot gevolg. Per saldo resteert een bescheiden positieve ontwikkeling.
3.3.2.3 Omzetbelasting
De omzetbelasting is de grootste belastingsoort en verantwoordelijk voor circa 30 procent van de totale belastingontvangsten.De endogene groei van de omzetbelasting wordt vooral bepaald door de waardeontwikkeling van de bestedingen waarop BTW rust, te weten de particuliere consumptie, de overheidsinvesteringen en de investeringen in woningen.De ramingen van het CPB voor deze bestedingscategorieën zijn samengevat in onderstaande tabel.
2011 | 2012 | |
|---|---|---|
particuliere consumptie, waardemutatie | 2,3% | 2,2% |
investeringen in woningen, waardemutatie | 0,9% | 3,5% |
overheidsinvesteringen, waardemutatie | 2,0% | – 2,0% |
Bij de particuliere consumptie speelt ook de samenstelling van de consumptie een rol, omdat er verschillende bestedingscategorieën zijn waarvoor een verschillend BTW-tarief geldt. Bij laagconjunctuur is het bijvoorbeeld geen ongebruikelijk verschijnsel dat er een verschuiving plaatsvindt van consumptie waarvoor een hoger tarief geldt («luxe goederen») naar consumptie waarvoor een laag BTW-tarief geldt. Hierdoor neemt het gemiddelde BTW-tarief over de totale particuliere consumptie af en daarmee de BTW-ontvangsten.
De endogene ontwikkeling van de BTW-ontvangsten op transactiebasis bedraagt naar verwachting – 0,7 miljard in 2011. In 2012 wordt een positieve ontwikkeling van 1,3 miljard verwacht.
2010 | 2011 | 2012 | ||
|---|---|---|---|---|
Omzetbelasting op transactiebasis | 41 819 | 41 112 | 42 438 | |
mutatie | – 707 | 1 327 | ||
wv endogeen | – 696 | 1 141 | ||
wv autonoom | – 11 | 186 | ||
Endogene mutatie in procent | – 1,7% | 2,8% | ||
De ontwikkeling van de BTW-ontvangsten wordt voor een groot deel bepaald door de waardeontwikkeling van de particuliere consumptie. Deze is in 2011 positief: 2,3%. De investeringen in woningen ontwikkelen zich in 2011 licht positief met 0,9%. De nominale ontwikkeling van de overheidsinvesteringen valt in 2011 positief uit. Ondanks de positieve ontwikkeling van relevante macro-economische indicatoren verwachten we een negatieve ontwikkeling van de BTW-ontvangsten op transactiebasis in 2011 op basis van de gerealiseerde ontvangsten in 2011 tot en met de maand juli. In 2012 neemt de particuliere consumptie toe met 2,2% en kennen de investeringen in woningen een positieve ontwikkeling van 3,5%. De overheidsinvesteringen kennen in 2012 een negatieve ontwikkeling. Per saldo leidt dit naar verwachting tot een positieve endogene ontwikkeling (1,1 miljard) van de BTW-ontvangsten op transactiebasis.
