Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

3 Toelichting op de belastingontvangsten

3.1 Inleiding

Deze internetbijlage behorende bij de Miljoenennota 2012 geeft een toelichting op de raming van de belastingontvangsten voor 2011 en 2012 en gaat vervolgens dieper in op de ontwikkeling van enkele grote belastingsoorten.Dit zijn achtereenvolgens de vennootschapsbelasting, de loon- en inkomstenbelasting en de omzetbelasting.

Zoals bepaald in de Comptabiliteitswet worden de belastingontvangsten op kasbasis gepresenteerd. De raming komt overeen met bijlage 3 van de Miljoenennota.

Voorheen was deze bijdrage opgenomen in de Rijksbegroting Financiën (Begroting IX B). Op verzoek van de Tweede Kamer is de toelichting op de belastingontvangsten sinds de Rijksbegroting 2005 gecentraliseerd in de Miljoenennota.

3.2 De belastingramingen voor 2011 en 2012

De volgende twee tabellen geven de opbouw weer van de belastingramingen. Tabel 1 toont de ontwikkeling van de realisaties in 2010 naar de Vermoedelijke Uitkomsten in 2011. Tabel 2 toont vervolgens de ontwikkeling van de Vermoedelijke Uitkomsten in 2011 naar de Ontwerpbegroting 2012. Per belastingsoort is hierbij een opsplitsing gemaakt van de verandering van de ontvangsten naar autonome mutatie en endogene mutatie. Autonome mutaties zijn mutaties van de belastingopbrengsten als gevolg van fiscale maatregelen of van overige maatregelen. Endogene mutaties zijn mutaties van de belastingopbrengsten als gevolg van de economische ontwikkeling.

Tabel 3.2.1 Raming belastingontvangsten 2011 op EMU-basis (x € miljoen)
 

2010

Autonome mutaties

Endogene mutaties

Endogene mutatie in %

2011

Indirecte belastingen

69 532

– 180

– 252

– 0,4%

69 099

Invoerrechten

2 156

0

196

9,1%

2 352

Omzetbelasting

41 891

– 41

– 575

– 1,4%

41 275

Belasting op personenauto's en motorrijwielen

2 065

– 41

29

1,4%

2 054

Accijnzen

11 067

169

– 2

0,0%

11 234

– Accijns van lichte olie

4 092

0

– 25

– 0,6%

4 067

– Accijns van minerale oliën, anders dan lichte olie

3 571

2

114

3,2%

3 687

– Tabaksaccijns

2 407

167

– 44

– 1,8%

2 530

– Alcoholaccijns

316

0

– 16

– 5,0%

300

– Bieraccijns

385

0

– 4

– 1,1%

380

– Wijnaccijns

266

1

3

1,0%

269

Belastingen van rechtsverkeer

3 618

– 271

67

1,8%

3 415

– Overdrachtsbelasting

2 786

– 439

48

1,7%

2 395

– Assurantiebelasting

833

168

19

2,3%

1 020

– Kapitaalsbelasting

0

0

0

1,6%

0

Motorrijtuigenbelasting

3 608

– 4

– 8

– 0,2%

3 595

Belastingen op een milieugrondslag

4 521

7

48

1,1%

4 576

– Grondwaterbelasting

179

0

0

0,0%

179

– Afvalstoffenbelasting

42

1

0

0,0%

43

– Energiebelasting

4 174

6

55

1,3%

4 234

– Waterbelasting

126

0

0

0,0%

126

– Brandstoffenheffingen

1

0

0

0,0%

1

Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken e.a.

155

0

0

0,0%

155

Belasting op zware motorrijtuigen

149

0

0

0,0%

149

Verpakkingenbelasting

302

0

0

0,0%

302

Bankbelasting

0

0

0

0,0%

0

      

Directe belastingen

64 922

– 3 349

3 454

5,3%

65 027

Loon- en inkomstenbelasting kas

47 542

– 2 919

2 104

4,4%

46 728

Dividendbelasting

2 400

0

– 83

– 3,4%

2 317

Kansspelbelasting

454

0

10

2,3%

464

Vennootschapsbelasting

12 782

– 248

1 354

10,6%

13 888

– Gassector kas

1 630

0

120

7,4%

1 750

– Niet-gassector kas

11 152

– 248

1 234

11,1%

12 138

Vermogensbelasting

23

0

0

0%

23

Successierechten

1 721

– 183

69

4,0%

1 607

      

Niet nader toe te rekenen belastingontvangsten

27

78

0

0,0%

104

Totaal belastingen op kasbasis

134 481

– 3 452

3 202

2,4%

134 231

Tabel 3.2.2 Raming belastingontvangsten 2012 op EMU-basis (x € miljoen)

Belastingopbrengsten op kasbasis

2011

Autonome mutaties

Endogene mutaties

Endogene mutatie in %

2012

Indirecte belastingen

69 099

377

1 424

2,1%

70 901

Invoerrechten

2 352

0

76

3,2%

2 427

Omzetbelasting

41 275

174

852

2,1%

42 301

Belasting op personenauto's en motorrijwielen

2 054

– 6

20

1,0%

2 068

Accijnzen

11 234

48

235

2,1%

11 517

– Accijns van lichte olie

4 067

0

107

2,6%

4 174

– Accijns van minerale oliën, anders dan lichte olie

3 687

0

147

4,0%

3 834

– Tabaksaccijns

2 530

48

– 4

– 0,1%

2 574

– Alcoholaccijns

300

0

– 15

– 5,1%

285

– Bieraccijns

380

0

– 4

– 1,0%

377

– Wijnaccijns

269

0

4

1,4%

273

Belastingen van rechtsverkeer

3 415

86

193

5,6%

3 693

– Overdrachtsbelasting

2 395

– 12

170

7,1%

2 553

– Assurantiebelasting

1 020

98

22

2,2%

1 141

Motorrijtuigenbelasting

3 595

– 4

8

0,2%

3 599

Belastingen op een milieugrondslag

4 576

– 221

38

0,8%

4 394

– Grondwaterbelasting

179

– 178

0

0,0%

0

– Afvalstoffenbelasting

43

– 43

0

0,0%

0

– Energiebelasting

4 234

0

38

0,9%

4 271

– Waterbelasting

126

0

0

0,2%

126

– Brandstoffenheffingen

1

0

0

0,2%

1

Verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken e.a.

155

0

0

0,2%

155

Belasting op zware motorrijtuigen

149

0

0

0,0%

149

Verpakkingenbelasting

302

0

1

0,0%

302

Bankbelasting

0

300

0

0,0%

300

      

Directe belastingen

65 027

98

3 514

5,4%

68 638

Loon- en inkomstenbelasting kas

46 728

– 558

1 925

4,1%

48 094

Dividendbelasting

2 317

– 50

269

11,6%

2 536

Kansspelbelasting

464

0

10

2,2%

474

Vennootschapsbelasting

13 888

706

1 274

9,2%

15 868

– Gassector kas

1 750

0

150

8,6%

1 900

– Niet-gassector kas

12 138

706

1 124

9,3%

13 968

Vermogensbelasting

23

0

0

0,0%

23

Successierechten

1 607

0

35

2,2%

1 643

      

Niet nader toe te rekenen belastingontvangsten

104

– 4

0

0,0%

100

Totaal belastingen

134 231

471

4 938

3,7%

139 640

3.3 Nadere toelichting

De raming voor de totale belastingontvangsten in 2011 komt 0,3 miljard euro lager uit dan de realisatie van de totale belastingontvangsten in 2010 (zie tabel 3.2.1). Deze daling is de resultante van de autonome mutatie van – 3,5 miljard euro en de endogene ontwikkeling van 3,2 miljard euro. Voor 2012 geldt een toename van de totale belastingontvangsten met 5,4 miljard euro ten opzichte van 2011. Dit is het saldo van een autonome mutatie van 0,5 miljard euro en een endogene ontwikkeling van 4,9 miljard euro. De hierna volgende paragrafen geven een nadere toelichting op deze autonome en endogene mutaties.

3.3.1 Autonome mutaties

De belastingontvangsten in 2011 nemen met 3,5 miljard euro af als gevolg van fiscale en overige maatregelen. In tabel 3 staat aangegeven welke wijzigingen sinds de Miljoenennota 2011 hebben plaatsgevonden.

Tabel 3.3.1 Effecten autonome maatregelen op belastingontvangsten in 2011 op kasbasis in mln euro
 

Kas 2011

Totaal maatregelen, zoals gemeld in Miljoenennota 2011

– 7 815

waarvan nabetalingen

4 525

waarvan beleid

– 162

Totaal maatregelen

– 3 452

Beleidsmatige wijzigingen vloeien voort uit het regeerakkoord 2011–2015 en de maatregelen die het huidige kabinet sindsdien heeft genomen. Daarnaast hebben er autonome mutaties plaatsgevonden als gevolg van nabetalingen tussen het Rijk en de sociale fondsen. Deze nabetalingen vinden plaats, omdat via de inkomensheffing en de loonheffing de belastingen en premies volksverzekeringen geïntegreerd worden geheven. De verdeling van deze ontvangsten tussen het Rijk en de sociale fondsen gebeurt op basis van voorlopige verdeelsleutels. Wanneer de Belastingdienst de gegevens over de feitelijke inkomens van mensen binnen heeft, kan nauwkeurig worden bepaald welk deel van de heffingen naar het Rijk had gemoeten en welk deel naar de sociale fondsen. Bij de loonheffing gebeurt dit na twee jaar, omdat dan het grootste deel van de aanslagen en aangiften is afgehandeld. Bij de inkomensheffing gebeurt dit om dezelfde reden pas na vier jaar. Hierdoor vinden er in de jaren nadat een transactiejaar is afgesloten nog nabetalingen plaats tussen het Rijk en de sociale fondsen. Tabel 3.3.1 laat zien dat dit in 2011 tot 4,5 miljard euro meer belastingontvangsten voor het Rijk heeft geleid ten opzichte van wat in Miljoenennota 2011 werd verwacht. Omdat het hier onderlinge nabetalingen betreft tussen premieontvangsten en belastingontvangsten, zijn deze verschuivingen niet relevant voor het EMU-saldo of het lastenbeeld.

Voor 2012 bedraagt de geraamde autonome mutatie van de belastingontvangsten van per saldo 0,5 miljard euro. Deze mutatie betreft voor enerzijds – 0,9 miljard onderlinge nabetalingen tussen premieontvangsten en belastingontvangsten. Deze verschuivingen zijn niet relevant voor het EMU-saldo. Anderzijds betreft de mutatie 1,3 miljard als gevolg van beleidsmaatregelen. Een toelichting op de beleidsmatige mutatie van de totale belasting- en premieontvangsten is te vinden in bijlage 2 van de Miljoenennota 2012.

3.3.2 Endogene mutaties

De belastingontvangsten nemen in 2012 met 4,9 miljard euro toe als gevolg van de endogene ontwikkeling. Dit betekent een groei van 3,7 procent. Bijlage 3 van de Miljoenennota bevat een toelichting van de endogene ontwikkeling voor het totaal van de belasting- en premieontvangsten.Deze paragraaf geeft voor enkele specifieke belastingsoorten een nadere toelichting op de endogene ontwikkeling. De aandacht gaat hierbij uit naar de vennootschapsbelasting, de loon- en inkomstenbelasting en de omzetbelasting, die bij elkaar meer dan 70 procent van de totale belastingontvangsten vormen.

3.3.2.1 Vennootschapsbelasting

Bij de vennootschapsbelasting wordt onderscheid gemaakt in een deel dat afkomstig is van bedrijven uit de gassector en een deel dat afkomstig is van bedrijven uit de niet-gassector. Voor de vennootschapsbelasting afkomstig uit de gassector wordt een aparte raming opgesteld op basis van de winstontwikkeling in die sector, die in belangrijke mate afhangt van de olieprijs en de ontwikkeling van de dollarkoers. Voor een toelichting op de aardgasbatenraming, inclusief de VPB-afdracht uit de gassector, wordt verwezen naar de begroting van Economische Zaken (Begroting XIII). Deze internetbijlage bespreekt alleen de ontwikkeling van de VPB-opbrengst in de niet-gassector.

Voor een nader inzicht in de ontwikkeling van de kasontvangsten volgt een korte toelichting op het proces van aanslagoplegging. De heffing van de vennootschapsbelasting vindt in eerste instantie plaats via voorlopige aanslagen. In januari wordt een inschatting gemaakt van de winst voor dat jaar op basis van winsten uit de afgelopen twee jaren, eventueel gecorrigeerd voor verwachtingen betreffende de winsten van dat jaar zelf. Op basis hiervan worden voorlopige aanslagen verstuurd. Vervolgens geven bedrijven in juli of augustus van datzelfde jaar T een eerste voorlopige inschatting van de winstontwikkeling. Op basis van deze voorlopige schatting kan een bijstelling van de voorlopige aanslag plaatsvinden. In juli / augustus van het daaropvolgende jaar (T+1) vindt vervolgens de voorlopige aangifte plaats en dit kan wederom leiden tot een nadere voorlopige aanslag. Afhankelijk van de omvang van het bedrijf en de aard van de aangifte vindt in een van de daaropvolgende jaren de definitieve vaststelling van de winst plaats. Meestal wordt circa driekwart van de uiteindelijke aanslagopleggingen reeds in het eerste jaar via voorlopige aanslagen ontvangen, maar dit percentage fluctueert wel.

Voor het opstellen van de begroting zijn de kasontvangsten van de vennootschapsbelasting relevant. Daarom is het van belang hoe het verloop van aanslagoplegging zich vertaalt in kasontvangsten. Tabel 4 toont de ontwikkeling van de totale kasopbrengst per jaar met een opsplitsing naar transactiejaar. Hieruit blijkt duidelijk dat het grootste deel van de opbrengst in een bepaald jaar voortkomt uit de voorlopige aanslagen over dat jaar zelf. Deze opbrengst stijgt nog door bijstellingen in de voorlopige aanslagen over voorgaande jaren, maar als gevolg van verliesverrekening is de bijdrage van jaar T-3 en ouder over het algemeen negatief.

Tabel 3.3.2.1 Opbrengst en ontwikkeling van de vennootschapsbelasting (exclusief gas) op kasbasis naar transactiejaar (x € miljoen)
 

2007

2008

2009

2010

2011

2012

Jaar T

13 597

14 325

9 823

10 426

11 008

12 597

Jaar T-1

4 331

4 007

1 126

1 984

1 745

1 818

Jaar T-2

– 42

319

501

– 150

201

202

Jaar T-3

93

– 170

– 613

– 484

– 158

– 118

Jaar T-4 en ouder

– 1 265

– 1 868

– 1 083

– 624

– 658

– 531

Totaal kasopbrengst VPB niet-gas

16 714

16 614

9 754

11 152

12 138

13 968

Per saldo is de verwachte endogene mutatie van 2010 naar 2011 1,2 miljard euro voor de vennootschapsbelasting bij de niet-gassector. Beleidsmaatregelen zorgen in 2011 voor – 0,2 miljard lagere ontvangsten. Per saldo bedraagt de ontwikkeling van de Vpb-ontvangsten van de niet-gassector 1,0 miljard in 2011. In 2012 bedraagt de endogene toename van de Vpb-ontvangsten bij de niet-gassector naar verwachting 1,1 miljard euro. Beleids maatregelen met betrekking tot de Vpb zoals die in het Belastingplan 2012 en andere fiscale wetgeving en eerdere belastingplannen zijn genomen leiden tot per saldo 0,7 miljard hogere ontvangsten in 2012. Per saldo bedraagt de totale toename in de Vpb-ontvangsten van de niet-gassector in 2012 afgerond 1,8 miljard euro.

3.3.2.2 Loon- en inkomstenheffing

De loonheffing is een voorheffing van de inkomstenheffing. In de eerste instantie dragen particulieren maandelijks loonbelasting af op basis van hun inkomen uit arbeid. Na het verstrijken van het kalenderjaar moet vervolgens voor 1 april van het volgende jaar belastingaangifte worden gedaan. Op basis hiervan wordt bepaald hoeveel belasting in totaal verschuldigd is (met inachtneming van andere bronnen van inkomen, belastingkortingen en aftrekposten). Wanneer dit bedrag hoger is dan de reeds betaalde loonheffing, moet men het resterende bedrag aan inkomstenheffing voldoen. Wanneer de verschuldigde belasting lager is, krijgt men geld terug van de Belastingdienst. Hierdoor zijn per saldo de opbrengsten van de inkomstenheffing negatief. In onderstaande analyse wordt gekeken naar de ontwikkeling van de loon- en inkomensheffing. Dit betreft naast de belasting tevens de ontvangsten premies volksverzekeringen welke geïntegreerd worden geheven. Voor analysedoeleinden zijn de ontvangsten op heffingsniveau beter bruikbaar, omdat deze eenvoudiger kunnen worden waargenomen. De premieontvangsten worden echter niet in deze internetbijlage verantwoord.

Loonheffing

De raming van de loonheffing vindt net als bij de vennootschapsbelasting op transactiebasis plaats. Het ontvangstpatroon van de transactieopbrengst in de kas is bij de loonheffing echter veel stabieler dan bij de VPB. Daarnaast geldt dat de transactieopbrengst ook aanzienlijk sneller wordt ontvangen en binnen drie maanden na afloop van het jaar bijna volledig gerealiseerd is. Hierdoor treden minder grote verschillen op tussen de ontwikkeling van de transactieopbrengst en de kasopbrengst dan bij de VPB.

Tabel 3.3.2.2 Ontwikkeling loonheffing op transactiebasis (x € miljoen)
  

2010

2011

2012

Opbrengst op transactiebasis

88 377

89 503

93 179

     

Mutatie

 

1 125

3 676

 

wv endogeen

 

1 746

2 991

 

wv autonoom

 

– 621

686

     

Endogene groei (in %)

 

2,0%

3,3%

In tabel 3.3.2.2 is de (geraamde) endogene ontwikkeling van de loonheffing in 2011 en 2012 te zien. De verwachte endogene groei bedraagt in 2011 bedraagt 1,7 miljard. In 2012 wordt een ontwikkeling van 3,0 miljard verwacht. De ontwikkeling van de loonheffing is afhankelijk van de ontwikkeling van de totale belastbare loonsom. Dat wordt bepaald door de groei van de werkgelegenheid, de stijging van de contractlonen, de hoogte van verschillende premies en de ontwikkeling van uitkeringen en pensioenen. Onderstaande tabel geeft een overzicht van enkele gegevens uit de Macro Economische Verkenning van het CPB.

Tabel 3.3.2.3 Relevante economische indicatoren voor de loonheffing
 

2011

2012

Arbeidsvolume in arbeidsjaren

– 0,3%

– 0,1%

Contractloonstijging bedrijven

1,5%

2,0%

Incidentele loonstijging

0,9%

0,8%

Tabelcorrectiefactor

0,6%

1,7%

Arbeidsinkomensquote marktsector

0,79

0,79

Uit de economische indicatoren kan de ontwikkeling van de loonheffing worden verklaard. In 2011 neemt het arbeidsvolume licht af met 0,3%. De incidentele loonontwikkeling (0,9%) en de contractloonstijging (1,5%) zijn echter positief en domineren het negatieve effect van de ontwikkeling van de werkgelegenheid: de endogene ontwikkeling van de loonheffing bedraagt in 2011 1,8 miljard. In 2012 is de ontwikkeling van het arbeidsvolume licht negatief. De de contractloonontwikkeling in 2012 is met 2,0% hoger dan in 2011. De incidentele loonstijging is in 2012 met 0,8% vrijwel gelijk aan die in 2011. Per saldo leidt dit in 2012 tot een endogene ontwikkeling van de loonheffing van 3,0 miljard euro.

Inkomensheffing

De ontvangsten bij de inkomensheffing zijn het saldo van de belastingontvangsten van particulieren en zelfstandige ondernemers. Voor de particulieren geldt de loonheffing als voorheffing. Bij de inkomensheffing voor particulieren hebben de ontvangsten dan ook betrekking op bijtel- en aftrekposten en heffingskortingen die niet via de loonheffing zijn verrekend. Bij de zelfstandigen wordt de ontwikkeling daarnaast ook bepaald door de winstontwikkeling.

De raming van de ontvangsten van de inkomensheffing is opgesteld op basis van de autonome maatregelen, de geraamde endogene ontwikkeling en de kasrealisaties tot en met juli.

Tabel 3.3.2.4 Ontwikkeling inkomensheffing op transactiebasis (x € miljoen)
  

2010

2011

2012

Inkomensheffing op transactiebasis

– 5 840

– 5 552

– 4 906

     

mutatie

 

287

646

 

wv endogeen

 

92

16

 

wv autonoom

 

196

630

De endogene ontwikkeling van de ontvangsten inkomensheffing in respectievelijk 2011 en 2012 is positief maar zeer beperkt. De winsten van zelfstandigen trekken naar verwachting in bescheiden mate aan nadat deze in 2009 fors zijn afgenomen. Het effect op de inkomsten is navenant bescheiden. Tegelijkertijd is de ontwikkeling in de hypotheekrenteaftrek zeer bescheiden als gevolg van de ontwikkeling op de woningmarkt. Dit heeft een eveneens zeer bescheiden negatief effect op de ontwikkeling van de inkomensheffing tot gevolg. Per saldo resteert een bescheiden positieve ontwikkeling.

3.3.2.3 Omzetbelasting

De omzetbelasting is de grootste belastingsoort en verantwoordelijk voor circa 30 procent van de totale belastingontvangsten.De endogene groei van de omzetbelasting wordt vooral bepaald door de waardeontwikkeling van de bestedingen waarop BTW rust, te weten de particuliere consumptie, de overheidsinvesteringen en de investeringen in woningen.De ramingen van het CPB voor deze bestedingscategorieën zijn samengevat in onderstaande tabel.

Tabel 3.3.2.5 Raming van de procentuele ontwikkeling van bestedingen in 2011 en 2012
 

2011

2012

particuliere consumptie, waardemutatie

2,3%

2,2%

investeringen in woningen, waardemutatie

0,9%

3,5%

overheidsinvesteringen, waardemutatie

2,0%

– 2,0%

Bij de particuliere consumptie speelt ook de samenstelling van de consumptie een rol, omdat er verschillende bestedingscategorieën zijn waarvoor een verschillend BTW-tarief geldt. Bij laagconjunctuur is het bijvoorbeeld geen ongebruikelijk verschijnsel dat er een verschuiving plaatsvindt van consumptie waarvoor een hoger tarief geldt («luxe goederen») naar consumptie waarvoor een laag BTW-tarief geldt. Hierdoor neemt het gemiddelde BTW-tarief over de totale particuliere consumptie af en daarmee de BTW-ontvangsten.

De endogene ontwikkeling van de BTW-ontvangsten op transactiebasis bedraagt naar verwachting – 0,7 miljard in 2011. In 2012 wordt een positieve ontwikkeling van 1,3 miljard verwacht.

Tabel 3.3.7 Raming van de omzetbelasting op transactiebasis (x € miljoen)
  

2010

2011

2012

Omzetbelasting op transactiebasis

41 819

41 112

42 438

     

mutatie

 

– 707

1 327

 

wv endogeen

 

– 696

1 141

 

wv autonoom

 

– 11

186

     

Endogene mutatie in procent

 

– 1,7%

2,8%

De ontwikkeling van de BTW-ontvangsten wordt voor een groot deel bepaald door de waardeontwikkeling van de particuliere consumptie. Deze is in 2011 positief: 2,3%. De investeringen in woningen ontwikkelen zich in 2011 licht positief met 0,9%. De nominale ontwikkeling van de overheidsinvesteringen valt in 2011 positief uit. Ondanks de positieve ontwikkeling van relevante macro-economische indicatoren verwachten we een negatieve ontwikkeling van de BTW-ontvangsten op transactiebasis in 2011 op basis van de gerealiseerde ontvangsten in 2011 tot en met de maand juli. In 2012 neemt de particuliere consumptie toe met 2,2% en kennen de investeringen in woningen een positieve ontwikkeling van 3,5%. De overheidsinvesteringen kennen in 2012 een negatieve ontwikkeling. Per saldo leidt dit naar verwachting tot een positieve endogene ontwikkeling (1,1 miljard) van de BTW-ontvangsten op transactiebasis.