| Rijksbegroting | Overzicht | Voorbereiding | Uitvoering | Verantwoording | |
|---|---|---|---|---|---|
| 2011 | |||||
Artikel 44 Maatschappelijke ondersteuning
44.1 Algemene beleidsdoelstelling
Alle burgers participeren in de samenleving.
Belangrijkste beleidsonderwerpen 2011
Belangrijkste beleidsonderwerpen 2011
Het Ministerie van VWS wil het participeren van burgers in de samenleving bereiken door:
- • Het bieden van bescherming en hulpverlening (bij de vrouwenopvang bijvoorbeeld);
- • Het stimuleren van zelfredzaamheid, opdat mensen – weer – zelfstandig een huishouden kunnen voeren en zich bijvoorbeeld in en om het huis kunnen verplaatsen;
- • Het stimuleren van «meedoen», onder meer door het toegankelijk maken van de samenleving;
- • Het stimuleren van zorg voor elkaar (bijvoorbeeld door vrijwilligerswerk en mantelzorg);
- • Het bevorderen van sociale samenhang.
Hieraan wordt ten eerste gewerkt door het organiseren van individuele en collectieve voorzieningen. Zowel op lokaal niveau (uit hoofde van de Wmo) als op nationaal niveau (door Valys bijvoorbeeld). Het tweede spoor betreft dat van de gelijke behandeling en het verstevigen van de rechten van mensen met beperkingen; zowel nationaal (door de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte) als internationaal (door het VN-verdrag voor de rechten van mensen met een handicap bijvoorbeeld).
Burgers worden gestimuleerd actief te participeren in maatschappelijke verbanden (44.3.1):
- • Er wordt een landelijk programma «Welzijn nieuwe stijl» uitgevoerd;
- • Er wordt een nieuw financieel arrangement Wmo geïntroduceerd.
Burgers bieden anderen vrijwillige ondersteuning cq. kunnen gebruik maken van (organisaties van) vrijwillige ondersteuning (44.3.2):
- • Het aantal vrijwilligers wordt vergroot;
- • Het aantal mantelzorgers wordt behouden.
Burgers met beperkingen kunnen gebruik maken van (algemene) voorzieningen en professionele ondersteuning (44.3.3):
- • De Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (Wgbh/cz) wordt uitgebreid;
- • De goedkeurings- en invoeringswet VN-verdrag over de rechten van personen met een handicap wordt eind 2010 aan de Kamer aangeboden;
- • Het ondersteuningsprogramma «Wonen, welzijn en zorg» wordt uitgevoerd.
Burgers met (psycho) sociale problemen kunnen gebruik maken van tijdelijke ondersteuning (44.3.4):
- • Het actieplan «Beschermd en Weerbaar» wordt ten uitvoer gebracht, waaronder het kabinetsstandpunt op het advies van de Commissie De Jong;
- • De (wet) Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling wordt voorbereid.
Ministeriële verantwoordelijkheid
Ministeriële verantwoordelijkheid
De bewindspersonen van VWS zijn verantwoordelijk voor de randvoorwaarden waarbinnen kwalitatief goede, toegankelijke en betaalbare maatschappelijke ondersteuning kan worden gerealiseerd, zowel voor als door burgers. Voor een groot deel van de taken waarvoor de bewindslieden van VWS verantwoordelijkheden dragen, ligt de directe verantwoordelijkheid uit hoofde van de Wmo bij gemeenten. Dat betekent dat VWS weet hoe de wet in de praktijk uitpakt en bijstuurt als de uitvoering van de wet/het systeem niet tot de beoogde uitkomsten leidt. Voorts wordt een goede toepassing van de wet bevorderd.
Externe factoren
Externe factoren
Kwalitatief goede, toegankelijke en betaalbare maatschappelijke ondersteuning vergt een samenspel van gemeenten, burgers en anderen, zoals zorgleveranciers, woningcorporaties, kennisinstituten, organisaties voor vrijwilligers en mantelzorgers. Al deze partijen dragen bij aan het ontwikkelen van sociale netwerken, die weer in belangrijke mate bijdragen aan de algemene beleidsdoelstelling.
Prestatie-indicatoren
Prestatie-indicatoren
Voor mensen met een beperking onderzoekt het Nivel de participatie voor de domeinen sociale contacten, wonen, werk, vrijetijdsbesteding, vervoer en opleiding. Door het Nivel wordt jaarlijks aan een steekproef van personen uit hun patiëntenpanel «mensen met een beperking of chronische ziekte» een vragenlijst voorgelegd over hun activiteiten op genoemde domeinen. Uit deze resultaten wordt vervolgens een indexcijfer over de feitelijke totale participatie op deze domeinen bepaald.
Deze participatie wordt weergegeven met het participatie-indexcijfer voor zelfstandig wonende mensen met een lichamelijke beperking van 15 jaar en ouder.
Mensen met een beperking participeren in 2009 meer dan in 2006 (het jaar voor de inwerkingtreding van de Wmo), al vindt deze ontwikkeling plaats met een soort golfbeweging. Deze golfbeweging is ook terug te zien in de trends over de tijd in bovengenoemde subgroepen. De stijging in participatie is relatief sterk bij de groep 65-plussers. Het is niet goed mogelijk om op basis van deze cijfers uitspraken te doen over de oorzaken van ontwikkelingen. De cijfers dienen over een langere periode bezien te worden om te kunnen beoordelen of een stijging zich ook daadwerkelijk voortzet. Binnen de genoemde domeinen doet zich bij een categorie personen soms een stijging in het ene domein en een daling in het andere domein voor. De index geeft het totaalresultaat aan.
| 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
|---|---|---|---|---|
| Totale groep | 100 | 105 | 102 | 106 |
| Geslacht | ||||
| Man | 101 | 105 | 101 | 103 |
| Vrouw (ref.) | 99 | 105 | 103 | 108 |
| Leeftijd | ||||
| 15–39 | 113 | 121 | 115 | 116 |
| 40–64 (ref.) | 103 | 109 | 108 | 106 |
| 65 jaar en ouder | 92 | 94 | 91 | 103 |
| Opleidingsniveau | ||||
| Laag | 92 | 96 | 93 | 98 |
| Midden (ref.) | 104 | 110 | 108 | 112 |
| Hoog | 119 | 124 | 120 | 120 |
| Aard van de beperking | ||||
| Alleen motorisch (ref.) | 101 | 106 | 102 | 107 |
| Motorisch en zintuiglijk | 97 | 103 | 101 | 104 |
| Ernst van de beperking | ||||
| Licht (ref.) | 109 | 114 | 111 | 116 |
| Matig | 97 | 101 | 98 | 102 |
| Ernstig | 73 | 81 | 80 | 80 |
Toelichting en bron
Nivel, Participatiemonitor. Basisjaar 2006=100, voorlopige cijfers 2009.
44.2 Budgettaire gevolgen van beleid
44.2.1 Begrotingsuitgaven
| 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Verplichtingen | 277 516 | 351 173 | 106 018 | 185 118 | 194 922 | 196 066 | 196 066 |
| Uitgaven | 551 766 | 284 533 | 186 061 | 187 915 | 195 066 | 196 066 | 196 066 |
| Programma-uitgaven | 547 681 | 280 488 | 182 540 | 184 394 | 191 545 | 192 545 | 192 545 |
| 1. Burgers worden gestimuleerd actief te participeren in maatschappelijke verbanden | 27 065 | 29 152 | 19 230 | 19 353 | 26 116 | 27 116 | 27 116 |
| 2. Burgers bieden anderen vrijwillige ondersteuning cq. kunnen gebruik maken van (organisaties van) vrijwillige ondersteuning | 48 291 | 81 563 | 78 336 | 77 280 | 77 313 | 77 313 | 77 313 |
| 3. Burgers met beperkingen kunnen gebruik maken van (algemene) voorzieningen en professionele ondersteuning | 62 953 | 66 803 | 65 965 | 66 048 | 66 048 | 66 048 | 66 048 |
| 4. Burgers met (psycho) sociale problemen kunnen gebruik maken van tijdelijke ondersteuning | 409 372 | 102 970 | 19 009 | 21 713 | 22 068 | 22 068 | 22 068 |
| Apparaatsuitgaven | 4 085 | 4 045 | 3 521 | 3 521 | 3 521 | 3 521 | 3 521 |
| Ontvangsten | 8 356 | 9 413 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | |
|---|---|---|---|---|---|
| 1. Burgers worden gestimuleerd actief te participeren in maatschappelijke verbanden | 19 230 | 19 353 | 26 116 | 27 116 | 27 116 |
| – Juridisch verplicht | 13 086 | 11 752 | 8 369 | 8 369 | 8 369 |
| – Bestuurlijk gebonden | 5 582 | 6 501 | 15 747 | 16 747 | 16 747 |
| – Niet verplicht/bestuurlijk gebonden | 562 | 1 100 | 2 000 | 2 000 | 2 000 |
| 2. Burgers bieden anderen vrijwillige ondersteuning cq. kunnen gebruik maken van (organisaties van) vrijwillige ondersteuning | 78 336 | 77 280 | 77 313 | 77 313 | 77 313 |
| – Juridisch verplicht | 74 508 | 72 241 | 70 505 | 70 411 | 70 411 |
| – Bestuurlijk gebonden | 3 528 | 4 739 | 6 508 | 6 602 | 6 602 |
| – Niet verplicht/bestuurlijk gebonden | 300 | 300 | 300 | 300 | 300 |
| 3. Burgers met beperkingen kunnen gebruik maken van (algemene) voorzieningen en professionele ondersteuning | 65 965 | 66 048 | 66 048 | 66 048 | 66 048 |
| – Juridisch verplicht | 64 361 | 64 273 | 64 273 | 64 273 | 64 273 |
| – Bestuurlijk gebonden | 1 538 | 1 450 | 1 350 | 1 350 | 1 350 |
| – Niet verplicht/bestuurlijk gebonden | 66 | 325 | 425 | 425 | 425 |
| 4. Burgers met (psycho) sociale problemen kunnen gebruik maken van tijdelijke ondersteuning | 19 009 | 21 713 | 22 068 | 22 068 | 22 068 |
| – Juridisch verplicht | 4 083 | 2 938 | 2 823 | 2 308 | 2 308 |
| – Bestuurlijk gebonden | 14 126 | 17 575 | 18 045 | 18 260 | 18 260 |
| – Niet verplicht/bestuurlijk gebonden | 800 | 1 200 | 1 200 | 1 500 | 1 500 |
Toelichting tabel budgetflexibiliteit begrotingsuitgaven
De bedragen die als «niet-juridisch verplicht of bestuurlijk gebonden» zijn opgenomen zijn beleidsmatig gereserveerd voor uitgaven op het terrein van de volgende operationele doelstellingen:
Operationele doelstelling 1
Betreft beleidsmatige reserveringen voor uitgaven die de participatie en zelfredzaamheid van burgers bevorderen.
Operationele doelstelling 4
Betreft beleidsmatige reserveringen voor uitgaven op het terrein van maatschappelijke- en vrouwenopvang.
44.2.2 Premie-uitgaven
In de tabel hieronder zijn de beschikbare middelen opgenomen voor de premie-uitgaven op het terrein van de maatschappelijke ondersteuning. Hierin zijn de budgettaire consequenties van de besluitvorming rond de eerste suppletore begroting 2010 en de begroting 2011 verwerkt. Voor 2010 is de loon- en prijsontwikkeling al verwerkt, terwijl voor 2011 en latere jaren de loon- en prijsontwikkeling nog moet worden toegevoegd. Het saldo van de beschikbare middelen en maatregelen, voor zover niet aan de afzonderlijke sectoren toegedeeld, is opgenomen als onverdeeld.
| 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| MEE-instellingen | 178,1 | 180,7 | 180,8 | 181,1 | 181,1 | 181,1 | 181,1 |
| Totaal | 178,1 | 180,7 | 180,8 | 181,1 | 181,1 | 181,1 | 181,1 |
| Procentuele mutatie t.o.v. voorgaand jaar | – | 1,5% | 0,1% | 0,2% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
Bron
VWS, NZa productieafspraken en voorlopige realisatiegegevens, CVZ voorlopige financieringslasten Zvw en AWBZ.
Premiegefinancierde prioriteiten
De volgende tabel geeft de premiegefinancierde prioriteiten weer. De beleidsinformatie is opgenomen onder de operationele doelstelling bij de betreffende prioriteit. Bij een onbekend bedrag is een «pm» opgenomen en daar waar budgetneutraliteit het uitgangspunt is een «n.v.t.».
| OD | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Cliëntondersteuning mensen met een beperking | 43.3.3 | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. | n.v.t. |
Bron
VWS
44.3 Operationele doelstellingen
Er zijn vier operationele doelstellingen op het gebied van maatschappelijke ondersteuning:
- 1. Burgers worden gestimuleerd actief te participeren in maatschappelijke verbanden;
- 2. Burgers bieden anderen vrijwillige ondersteuning cq. kunnen gebruik maken van (organisaties van) vrijwillige ondersteuning;
- 3. Burgers met beperkingen kunnen gebruik maken van (algemene) voorzieningen en professionele ondersteuning;
- 4. Burgers met (psycho) sociale problemen kunnen gebruik maken van tijdelijke ondersteuning.
44.3.1 Burgers worden gestimuleerd actief te participeren in maatschappelijke verbanden
Motivering
Motivering
Samen met gemeenten wordt de participatie en zelfredzaamheid van burgers bevorderd. De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) biedt gemeenten, burgers en instellingen de mogelijkheid problemen rondom zelfredzaamheid en participatie op basis van lokaal maatwerk op te lossen. Gemeenten worden ondersteund om op vernieuwende wijze integraal lokaal beleid te ontwikkelen en uit te voeren, waarbij verbindingen gelegd worden tussen verschillende onderdelen van de Wmo en met aanpalende beleidsvelden. Daarbij wordt voortgebouwd op de eerste evaluatie van de Wmo, die dit voorjaar is verschenen.
In 2011 wordt richting gegeven aan uitvoering van de Wmo via inhoudelijke kaders, onder andere op het terrein van «Welzijn nieuwe stijl» en het verbeteren van de financiële stimulansen in en rond de Wmo. Dit opdat de doelstellingen van de wet (meer «meedoen» en vermindering van het beroep op (AWBZ-)zorg) sneller bereikt worden. Daarnaast wordt geïnvesteerd in de sociale samenhang in wijken en buurten, opdat mensen met behulp van hun eigen netwerk hun zelfredzaamheid kunnen behouden en (weer) kunnen meedoen.
| 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Instellingssubsidies | 9 765 | 9 135 | 7 337 | 7 137 | 7 137 |
| Movisie incl. Vernieuwingsprogramma «Beter in Meedoen» | 9 335 | 8 835 | 7 137 | 7 137 | 7 137 |
| Stimulansz | 430 | 300 | 200 | 0 | 0 |
| Projectsubsidies | 7 808 | 7 310 | 16 471 | 17 671 | 17 671 |
| Waarvan onder andere: | |||||
| Welzijn nieuwe stijl | 2 000 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Vernieuwingsprogramma «Beter in Meedoen» | 1 449 | 1 050 | 1 050 | 1 050 | 1 050 |
| Werkplaatsen Wmo | 810 | 770 | 45 | 0 | 0 |
| Kanteling | 750 | 250 | 446 | 446 | 446 |
| Lokale cliëntenparticipatie | 100 | 100 | 100 | 100 | 100 |
| Sociale samenhang, Erbij horen | 350 | 329 | 150 | 150 | 150 |
| Opdrachten | 1 657 | 2 908 | 2 308 | 2 308 | 2 308 |
| Beleidsdoorlichting Wmo | 1 100 | 1 600 | 1 000 | 1 000 | 1 000 |
| Monitoring Wmo | 557 | 1 308 | 1 308 | 1 308 | 1 308 |
| Totaal | 19 230 | 19 353 | 26 116 | 27 116 | 27 116 |
Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.
Prestatie-indicatoren
Prestatie-indicatoren
De voortgang van het beleid wordt gemeten met de volgende kengetallen:
| 2008 | 2009 | |
|---|---|---|
| 1. Percentage Wmo-cliënten dat aangeeft dat de Wmo ondersteuning bijdraagt aan het zelfstandig wonen en meedoen in de samenleving | 91% | – |
| 2. Percentage Wmo-cliënten dat aangeeft dat de Wmo ondersteuning bijdraagt aan het langer zelfstandig blijven | – | 81% |
| 3. Percentage Wmo-cliënten dat aangeeft dat de Wmo ondersteuning bijdraagt aan meedoen in de samenleving | – | 74% |
Bron
1. Rapportage tevredenheidsonderzoeken cliënten Wmo SGBO 2008 juni 2008.
2. Conceptrapportage tevredenheidsonderzoek cliënten Wmo 2009 SGBO/BMC. De vraag of de ondersteuning van de Wmo bijdraagt aan het zelfstandig kunnen blijven wonen en/of meedoen aan de maatschappij is in 2009 gesplitst in twee aparte vragen.
3. Conceptrapportage tevredenheidsonderzoek cliënten Wmo 2009SGBO/ BMC.
Instrumenten voor actieve participatie
• Welzijn nieuwe stijl
Om de Wmo vernieuwend en in volle breedte uit te voeren hebben het Ministerie van VWS, de VNG en de MOgroep gezamenlijk in 2010 de ontwikkeling van »Welzijn nieuwe stijl» voorbereid (circa € 2,0 miljoen). Dit gaat uit van acht bakens (of kwaliteitskenmerken) die richting moeten geven aan de uitvoering en de sturing door de instellingen en gemeenten. Meer specifiek draait het om de verbetering van de kwaliteit van het welzijnswerk en de verbetering van de relatie opdrachtgever/gemeente en opdrachtnemer/instelling.
Welzijn nieuwe stijl is:
- – Gericht op de vraag achter de vraag;
- – Gebaseerd op eigen kracht van de burger;
- – Direct erop af/outreachend werken;
- – Formeel en informeel in optimale verhouding;
- – Doordachte balans tussen individueel en collectief;
- – Integraal werken;
- – Niet vrijblijvend maar resultaatgericht;
- – Gebaseerd op ruimte voor de professional.
Het programma wil stimuleren, inspireren en concrete handreikingen bieden. Daarbij wordt aangesloten bij wat gemeenten en instellingen al aan verbeteringen doorvoeren en de fase waarin dat proces verkeert.
• Herziening financieel arrangement Wmo
In de Wmo gaat momenteel circa € 5 miljard om, verdeeld over middelen voor huishoudelijke hulp (circa € 1,1 miljard) en welzijnsmiddelen/middelen van de oude Wet Voorziening Gehandicapten (circa € 3,5 miljard).
Het zogenoemde «financieel arrangement Wmo», waarover de Kamer op 11 januari 2007 uitvoerig is geïnformeerd, functioneert in beginsel adequaat. Adequaat in de zin dat dit arrangement het bereiken van de Wmo-doelstellingen niet belemmert. De afspraken nodigen momenteel evenwel onvoldoende uit om meer te investeren in collectieve voorzieningen (onder meer door welzijnsorganisaties) dan in individuele voorzieningen. De afspraken vormen ook geen stimulans om meer verbindingen te leggen met andere lokale domeinen, zoals de Wet werk en bijstand en de Wet Sociale Werkvoorziening, waardoor het beroep op huishoudelijke hulp kan worden verminderd. Daarom werkt het kabinet aan een meer toekomstbestendig financieel arrangement. Daarmee ligt er nadrukkelijk ook een verbinding met het verder tot wasdom komen van vernieuwend welzijn. Samen met de VNG wordt bezien hoe een meer robuust financieel arrangement kan worden gecreëerd, dat ook meer rust brengt in de gemeentelijke budgetten, waardoor de mogelijkheid van het maken van meer langdurige afspraken met ketenpartners wordt gefaciliteerd. Juist in het kader van de Wmo – waar het veelal draait om het tot stand komen van sociale netwerken – zijn dergelijke meer langdurige en op samenwerking gerichte afspraken van groot belang. De gedachten gaan daarbij – binnen het kader van de Wmo – uit naar het «ontschotten» van het budget voor huishoudelijke hulp en de overige budgetten.
Daarbij past ook een betere registratie en monitoring van het Wmo-budget. Daarnaast gaat het om betere stimulansen «rond» de Wmo, bijvoorbeeld als het gaat om de relatie met preventie en de huisarts of de stimulansen voor samenwerking tussen de Wmo en de AWBZ (€ 0,5 miljoen).
• Beter in Meedoen
In 2008 is het stimuleringsprogramma «Beter in meedoen» van start gegaan dat wordt uitgevoerd door Movisie en het Verwey-Jonkerinstituut (€ 1,4 miljoen). Het programma loopt tot en met 2012 en heeft als doel om de kwaliteit van de uitvoering van de Wmo te verbeteren. In samenwerking met de MO-groep worden bij de welzijnsinstellingen bestaande interventies verzameld en verrijkt. Er is een databank met effectieve interventies in de sociale sector gelanceerd, die eind 2011 ongeveer 50 interventies zal omvatten. Alle producten die worden ontwikkeld in «Beter in meedoen» zullen worden gebruikt bij de uitvoering van «Welzijn nieuwe stijl».
• Werkplaatsen Wmo
Ter uitvoering van het amendement Wolbert (kamerstuk 31 700 XVI nr. 35) zijn in september 2009 verspreid over het land zes Wmo-werkplaatsen gestart voor een periode van drie jaar. In de werkplaatsen werken hogescholen, instellingen en gemeenten samen aan onderzoek en ontwikkeling van nieuwe werkvormen voor zorg en welzijn.
In aanvulling op het programma «Beter in Meedoen», ligt de nadruk bij de werkplaatsen meer op ontwikkeling en de doorvertaling naar opleidingen. De resultaten worden ook beschikbaar gesteld aan gemeenten, organisaties uit de zorg- en welzijnssector en andere belangstellenden.
Voor 2011 is er subsidie van € 0,8 miljoen verleend voor zes werkplaatsen. Tot nu toe heeft iedere werkplaats vijf of meer praktijken opgezet die zich richten op verschillende terreinen van de Wmo. In 2011 loopt de uitvoeringsfase van de praktijken door en start de analysefase. Er verschijnen rapportages met daarin ervaringen met de gebruikte methoden, professionele inzet, vaardigheden en randvoorwaarden. Ook deze resultaten worden benut in het kader van «Welzijn nieuwe stijl».
• De Kanteling
Voorgaande trajecten richtten zich voornamelijk op effectieve en vernieuwende methoden in de uitvoering. Het project «De Kanteling» richt zich in het bijzonder op de toepassing van de in de Wmo vervatte compensatieplicht (€ 0,8 miljoen). Daarbij gaat het om de omslag van «het afhandelen van een aanvraag» naar «een brede intake over wensen én (eigen) mogelijkheden van de burger». Uitgangspunten zijn eigen kracht, zelfredzaamheid en het benutten van het sociale netwerk. Onder leiding van de VNG zijn twaalf pilot-gemeenten aan de slag om de compensatieplicht op een nieuwe manier vorm te geven. De Chronisch zieken en Gehandicapten (CG)-Raad is in samenwerking met de Centrale Samenwerkende Ouderenorganisaties (CSO) en het Programma Versterking Cliënten Positie (VCP) tegelijkertijd en in goede afstemming gestart om deze kanteling op gang te brengen bij de lokale cliënten- en ouderenorganisaties en Wmo-raden. Een nieuwe (gekantelde) modelverordening moet er voor zorgen dat ook in juridische termen de nieuwe werkwijze (van aanbod naar vraaggericht) van gemeenten geborgd is.
• Verspreiden kennis Wmo
Movisie ondersteunt gemeenten en instellingen bij de uitvoering van de Wmo en aanpalende terreinen door middel van het verzamelen, verrijken, valideren en verspreiden van kennis op het terrein van de Wmo. Movisie ontvangt hiervoor een subsidie van € 9,3 miljoen per jaar. De activiteiten worden uitgevoerd in zeven programma’s, die worden ingevuld door vragen uit het veld. De resultaten zijn te vinden op of via de website van Movisie (www.movisie.nl).
• Lokale cliëntenparticipatie
Een bijzonder project van Movisie richt zich op lokale cliëntenparticipatie. Deze participatie is van groot belang voor het welslagen van de Wmo, waar een grote nadruk ligt op «horizontale verantwoording». Hiertoe is een «kenniscentrum cliëntenparticipatie» opgericht. Dit kenniscentrum richt zich zowel op cliënten als op gemeenten die (kwetsbare) mensen willen betrekken bij hun Wmo-beleid. VWS stelt een plan van aanpak op om gemeenten in staat te stellen de consultatie van in het bijzonder kleine doelgroepen zoals mensen met een verstandelijke handicap of een chronisch psychiatrische aandoening te verbeteren (€ 0,1 miljoen).
• Basisfuncties sociale samenhang
Voor het kunnen participeren zijn sociale netwerken – óók in de buurt – cruciaal. Bovendien is het versterken van sociale verbanden tussen burgers een effectieve manier om informele zorg en hulp tot stand te laten komen. Zo kan een onnodig beroep op professionele zorg worden voorkomen. Bovendien draagt een prettige en vertrouwde woonbuurt bij aan de kwaliteit van het bestaan. De Wmo is een belangrijk instrument voor gemeenten om sociale samenhang te vergroten. Gemeenten vinden de breed geformuleerde doelstelling van het eerste prestatieveld van de Wmo (het bevorderen van sociale samenhang in dorpen, wijken en buurten) evenwel te abstract. In 2011 en 2012 worden – samen met de gemeenten van het project «Wmo-in-de-buurt» en met relevante landelijke veldpartijen – basisfuncties voor sociale samenhang ontwikkeld (€ 0,2 miljoen). Dit in lijn met de eerder ontwikkelde basisfuncties voor mantelzorg en vrijwilligerswerk.
• Erbij horen
Sociale samenhang hangt onder meer af van het netwerk van mensen waarop je een beroep kunt doen. Veel mensen hebben een te beperkte kring van mensen waarop ze tijdelijk terug kunnen vallen en ervaren eenzaamheid. Het gaat hier om circa 10% van de bevolking in alle leeftijdsgroepen en een toenemend aantal bij ouderen. Veel zorgvragen zijn ook gerelateerd aan eenzaamheid. Bestrijding van eenzaamheid vraagt een actieve lokale overheid die samen met welzijnsinstellingen, zorginstellingen en lokale vrijwilligersorganisaties nagaat waar de doelgroep zit en over de domeinen heen een aanpak ontwikkelt. Samen met de «Coalitie Erbij», een organisatie van publieke en private partijen, wil het Ministerie van VWS een stimulans geven aan «Erbij horen» (€ 0,2 miljoen per jaar). In dat kader wordt gewerkt aan deskundigheidsbevordering, waaronder het herkennen en bewustmaken van professionals voor eenzaamheid, de maatschappelijke gevolgen daarvan en wat er tegen te doen is.
In 2011 wordt ten slotte onderzoek gedaan naar de activiteiten die gemeenten en andere lokale partijen ondernemen om eenzame mensen te bereiken en uit hun isolement te halen. Het rapport zal ook inzicht geven in mogelijke effectieve methoden van eenzaamheidsbestrijding.
44.3.2 Burgers bieden anderen vrijwillige ondersteuning en kunnen gebruik maken van (organisaties van) vrijwillige ondersteuning
Motivering
Motivering
Onze samenleving kent veel mensen die er niet voldoende in slagen om (al dan niet met hun eigen netwerk) voor zichzelf te zorgen of om te participeren. De inzet van vrijwilligers of mantelzorgers draagt bij aan hun zelfredzaamheid, hun participatie en zorgt voor het vergroten van de onderlinge betrokkenheid en sociale samenhang in onze maatschappij. Het belangeloos inzetten voor een ander levert vrijwilligers en mantelzorgers ook voldoening, nieuwe ervaringen en kennis op.
Daarbij wordt gestreefd naar het behoud van het aantal mantelzorgers en een toename van het aantal vrijwilligers. Om diverse redenen (vergrijzing, individualisering, personeelstekorten in de zorg, beperking van het verzekerd pakket en de roep om langer te moeten blijven werken) staat er druk op de mantelzorg. Verder moet overbelasting van deze mensen, die cruciale ondersteuning bieden, worden voorkomen. Vooral bij specifieke groepen als jonge mantelzorgers. Voor 450 000 mantelzorgers geldt dat ze overbelast zijn of dreigen te raken.
Gemeenten zijn op grond van de Wmo primair verantwoordelijk voor de ondersteuning van vrijwilligers en mantelzorgers, bijvoorbeeld door een adequaat ondersteuningsaanbod voor mantelzorgers en vrijwilligers aan te bieden. Om genoemde doelstellingen te kunnen realiseren zijn er evenwel ook taken voor het Rijk, deels ter ondersteuning van gemeenten, deels waar het gaat om taken die beter op nationaal niveau kunnen worden opgepakt, zoals het beter kunnen combineren van werk en mantelzorg of het faciliteren van de samenwerking tussen de professionele zorg, informele zorg en de cliënt.
| 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Instellingssubsidies | 4 354 | 4 354 | 4 354 | 4 354 | 4 354 |
| Mezzo, Rode Kruis en Zonnebloem | 4 354 | 4 354 | 4 354 | 4 354 | 4 354 |
| Stimuleringsregeling | 65 000 | 65 000 | 65 000 | 65 000 | 65 000 |
| Vergoeding aan mantelzorgers | 65 000 | 65 000 | 65 000 | 65 000 | 65 000 |
| Projectsubsidies | 8 982 | 7 926 | 7 959 | 7 959 | 7 959 |
| Waarvan onder andere: | |||||
| Kennisverwerken/verspreiden met betrekking tot mantelzorg | 600 | 600 | 600 | 600 | 600 |
| Deskundigheidsbevordering vrijwillige inzet | 3 500 | 2 500 | 2 500 | 2 500 | 2 500 |
| Behoud van aantal mantelzorgers en versterken vrijwillige inzet | 4 000 | 4 000 | 4 000 | 4 000 | 4 000 |
| Europees Jaar van het Vrijwilligerswerk | 500 | 100 | 0 | 0 | 0 |
| Bedrijven en vrijwilligers en mantelzorgers | 135 | 45 | 63 | 0 | 0 |
| Totaal | 78 336 | 77 280 | 77 313 | 77 313 | 77 313 |
Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.
Prestatie-indicatoren
Prestatie-indicatoren
De voortgang van het beleid wordt gemeten met de volgende indicatoren:
| 2002 | 2008 | Streefwaarde 2011 | Streefwaarde lange termijn | |
|---|---|---|---|---|
| 1. Aantal mantelzorgers (x 1 miljoen) | – | 2,6 | 2,6 | ≥ 2,6 |
| 2. Percentage vrijwillige inzet van het aantal mensen van 18 jaar en ouder. | 42% | 42% | > 42% | ≥ 42% |
Bron & toelichting
1. De Toekomst van mantelzorg, SCP oktober 2009 en Blijvend in Balans; een Toekomstverkenning van Informele Zorg, SCP juni 2007.
2. Toekomstverkenning Vrijwillige Inzet 2015, SCP juni 2007 en Vrijwillige Inzet 2008, CBS april 2009. Het SCP meet iedere vijf jaar de participatie aan het vrijwilligerswerk in het kader van het Tijdsbestedingsonderzoek (Tbo). De volgende keer zal dat in 2010/11 zijn. Het CBS meet iedere twee jaar de deelname aan vrijwilligerswerk in het kader van het Permanent Onderzoek Leefsituatie (POLS). De volgende keer zal dat in 2010 zijn. Dan wordt ook voor het eerst de mantelzorg in de meting opgenomen.
Instrumenten voor mantelzorg en vrijwillige ondersteuning
• Verspreiden van kennis over mantelzorg en vrijwilligerswerk.
Het Ministerie van VWS subsidieert Movisie, het Expertisecentrum Mantelzorg, Mezzo (belangenorganisatie mantelzorgers) en Vilans (totaal € 5,0 miljoen) voor het verspreiden van kennis over vrijwilligerswerk en mantelzorg onder gemeenten en organisaties. Tevens ondersteunen zij gemeenten en organisaties bij de toepassing daarvan. Movisie voert bijvoorbeeld het project rond de invoering van de basisfuncties voor de ondersteuning van mantelzorgers en vrijwilligers uit, het Expertisecentrum mantelzorg besteedt onder meer aandacht aan de relatie tussen de professionele en de informele zorg en Mezzo besteedt veel aandacht aan de kwaliteit van de ondersteuning alsmede de relatie tussen werk en mantelzorg. Vilans voert onder meer samen met landelijke en regionale organisaties het programma «Zorg Beter met Vrijwilligers» uit. Dat bestaat uit de begeleiding en ondersteuning van verbetertrajecten voor het vrijwilligersbeleid van individuele zorgorganisaties.
• Lokale ondersteuning mantelzorgers en vrijwilligersorganisaties
Een belangrijk onderdeel van de beleidsbrief «Voor Elkaar» is het opstellen en invoeren van basisfuncties voor vrijwilligerswerk en mantelzorg. Daarbij gaat het om functies waarvan het kabinet van mening is dat iedere burger – waar hij of zij ook woonachtig is – op zou mogen rekenen.
Gedacht moet worden aan informatieverstrekking, praktische en emotionele ondersteuning, respijtzorg, begeleiding, etcetera.
Het versterken van de lokale infrastructuur vindt in 2011 verder plaats via de makelaarsfunctie maatschappelijke stage en vrijwilligerswerk (€ 4,0 miljoen). Deze makelaars helpen onder meer stagiairs bij het vinden van een plek bij vrijwilligersorganisaties. Het doel hiervan is dat de maatschappelijke stagiair van nu de vrijwilliger van de toekomst wordt.
• Regeling deskundigheidsbevordering vrijwilligers
In het kader van deze regeling kunnen landelijke vrijwilligersorganisaties, als voldaan wordt aan bepaalde criteria, subsidie aanvragen voor training van hun vrijwilligers. Voor deze regeling – die nadrukkelijk die organisaties probeert te bereiken die uit hoofde van hun aard en functie onvoldoende kunnen worden ondersteund door gemeenten – is in 2011 een bedrag van € 3,5 miljoen beschikbaar. In 2010 werden 52 subsidieaanvragen gehonoreerd; het gemiddeld toegekende subsidiebedrag was € 103 600.
• Bedrijven en vrijwilligers en mantelzorgers
Samen met het bedrijfsleven wordt het vrijwilligerswerk door werknemers gestimuleerd en de aandacht voor mantelzorg in personeelsbeleid vergroot, door bijvoorbeeld meer aandacht te schenken aan flexibel werken, voor ondersteuning van mantelzorgers op het werk, het betrekken van mantelzorg bij functioneringsgesprekken, etcetera. Dat geschiedt onder meer door de inzet van ambassadeurs (Menzis, Isalaklinieken vanaf 2009 en vanaf 2010 Microsoft, Waterland Ziekenhuis, Tinguely Netwerk en gemeente Amersfoort). Een en ander kan ook tot uitdrukking komen in door sociale partners af te sluiten CAO’s.
Vanaf maart 2010 tot begin 2011 loopt een traject om leidinggevenden bij de rijksoverheid meer bewust te maken van het belang van een goede ondersteuning van werknemers die mantelzorg verlenen. Dit traject is samen met het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties opgestart.
MVO-Nederland wordt tot en met 2012 gesubsidieerd voor de uitvoering van het programma «Maatschappelijk Betrokken Ondernemen» (MVO) (€ 0,1 miljoen). Het doel van dit programma is het stimuleren van vrijwilligerswerk door werknemers, onder meer door het bieden van workshops aan bedrijven, het ontwikkelen van een monitor en het organiseren van een congres.
• Regeling waardering mantelzorgers
Mensen die langdurig voor een ander zorgen kunnen – binnen bepaalde randvoorwaarden – in aanmerking komen voor een waardering voor de door hen verleende ondersteuning (mantelzorgcompliment). Het gaat bij dat mantelzorgcompliment om ondersteuning die leidt tot besparing op geïndiceerde zorg. De regeling wordt uitgevoerd door de Sociale Verzekeringsbank. In 2009 werd aan 96 802 mantelzorgers een compliment toegekend (inclusief nabetalingen over 2007 en 2008). De verwachting is dat in 2010 circa 268 000 mantelzorgers een mantelzorgcompliment ontvangen (inclusief nabetalingen over 2009). Voor het mantelzorgcompliment is een bedrag van € 65,0 miljoen beschikbaar.
• Europees Jaar van het Vrijwilligerswerk.
Door de Europese Raad is het jaar 2011 uitgeroepen tot het «jaar van het Vrijwilligerswerk». Veel mensen dragen in Nederland belangeloos bij aan het functioneren van de samenleving. Ze doen dit op alle terreinen, maar in het bijzonder bij sport, zorg, onderwijs en cultuur. De economische vervangingswaarde van de inzet van vrijwilligers bedraagt minimaal € 8 miljard. In het Europees jaar van het Vrijwilligerswerk wordt het belang van al deze vrijwilligers belicht. Movisie organiseert het «jaar van het Vrijwilligerswerk». Hiervoor is in 2011 € 0,5 miljoen en in 2012 € 0,1 miljoen beschikbaar.
44.3.3 Burgers met beperkingen kunnen gebruik maken van (algemene) voorzieningen en professionele ondersteuning
Motivering
Motivering
Mensen met een beperking moeten kunnen deelnemen aan de samenleving. Vaak lukt dat met ondersteuning uit hun eigen netwerk en door hulp van vrijwilligers of mantelzorgers. Ook door het voorkomen of wegnemen van drempels kunnen mensen met beperkingen op voet van gelijkheid gebruik maken van algemene voorzieningen. Als zij er, al dan niet met behulp van informele hulp, niet in slagen voor zichzelf te zorgen of op eigen kracht te participeren, dan wordt dit met professionele ondersteuning of specifieke voorzieningen alsnog mogelijk gemaakt.
Om de positie van mensen met een beperking te verbeteren richt het kabinet zich op:
- • Het bevorderen van gelijke behandeling door het wegnemen van drempels (fysiek en sociaal) en het bevorderen van gelijke behandeling door het verbeteren van de individuele rechtsbescherming;
- • Specifieke voorzieningen daar waar algemene voorzieningen niet toegankelijk zijn, onder andere op het terrein van het vervoer;
- • Het versterken van het beleid van gemeenten gericht op een samenhangende aanpak van welzijn, wonen en zorg voor mensen met een beperking;
- • Het verbeteren van de lokale cliëntondersteuning.
| 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Projectsubsidies | 5 685 | 5 768 | 5 768 | 5 768 | 5 768 |
| Waarvan onder andere: | |||||
| VN-verdrag | 300 | 300 | 150 | 150 | 150 |
| Woningaanpassingen | 3 993 | 3 993 | 3 993 | 3 993 | 3 993 |
| Wonen met zorg en ondersteuning | 500 | 500 | 600 | 600 | 600 |
| Alles toegankelijk | 600 | 600 | 600 | 600 | 600 |
| Uitbreiding Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte | 100 | 100 | 0 | 0 | 0 |
| Taakgroep Handicap en Lokale Samenleving | 88 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 60 280 | 60 280 | 60 280 | 60 280 | 60 280 |
| Bovenregionaal vervoer (Valys) | 60 280 | 60 280 | 60 280 | 60 280 | 60 280 |
| Totaal | 65 965 | 66 048 | 66 048 | 66 048 | 66 048 |
Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.
Prestatie-indicatoren
Prestatie-indicatoren
De voortgang van het beleid wordt gemeten met de volgende indicatoren:
| 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | Streefwaarde 2011 | Streefwaarde lange termijn | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 1. Klanttevredenheid over Valys | 8,3 | 7,1 | 8,0 | 8,5 | > 8,6 | > 8,6 |
| 2. Percentage 65+ dat extramuraal woont | 92,7% | 92,9% | 93,0% | 93,2% | > 93,2% | > 93,2% |
Bron & toelichting
1. Jaarlijks tevredenheidonderzoek Valys.
2. CBS (cijfers demografie) en NZa (cijfers over het aantal intramurale plaatsen). Het cijfer over 2009 betreft een voorlopig cijfer.
Instrumenten voor de bevordering van gelijke behandeling
• Uitbreiding Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte
Eind 2010 zal de AMvB voor een toegankelijk openbaar vervoer in werking treden. De Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (Wgbh/cz) zal daarmee ook voor het openbaar vervoer van kracht worden. De Wgbh/cz was al van toepassing op de terreinen arbeid, onderwijs en wonen. In het kader van het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap en van de voorgestelde EU-ontwerprichtlijn gelijke behandeling wordt onderzocht wat de gevolgen kunnen zijn voor de (uitbreiding van de) Wgbh/cz (€ 0,1 miljoen).
• AllesToegankelijk
Vilans beheert, in samenspraak met onder andere vertegenwoordigers van ondernemers en cliëntenorganisaties, de interactieve website www.allestoegankelijk.nl. Dit is een informatiebank met goede voorbeelden van toegankelijkheid op verschillende terreinen, die voor iedereen te raadplegen is. Naast de uitgebreide, interactieve website beheert Vilans ook een helpdesk. Doel is de toegankelijkheid van goederen en diensten voor mensen met een beperking te vergroten (€ 0,6 miljoen).
• Het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
Het kabinet zet zich actief in voor het ratificeren van het «Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap». Na een grondige analyse van bestaande wetten door alle betrokken departementen zijn de consequenties van het Verdrag voor de Nederlandse wetten in kaart gebracht. De conclusies worden opgenomen in de voorstellen voor de goedkeuringswet en de invoeringswet. Deze zullen in het najaar van 2010 aan de Raad van State worden voorgelegd. Tevens heeft het kabinet een wetsvoorstel aan de Raad van State voorgelegd voor de oprichting van een nationaal mensenrechteninstituut dat (onder meer) toezicht op de naleving van het verdrag zal houden. Het kabinet zal na parlementaire goedkeuring initiatieven ontplooien en ondersteunen gericht op de bekendheid van dit Verdrag (€ 0,3 miljoen).
• De Taakgroep Handicap en Lokale Samenleving
De Taakgroep Handicap en Lokale Samenleving heeft zich de afgelopen jaren ingespannen om de positie van burgers met beperkingen bij diverse gemeenten onder de aandacht te brengen en «inclusief denken en doen» bij gemeenten te stimuleren. Dit heeft in veel gevallen geleid tot samenwerking tussen belangenorganisaties en gemeentebesturen.
De projectperiode van de taakgroep eindigt op 31 maart 2011. De ervaringen van de taakgroep zullen worden vastgelegd en verspreid, zodat deze een voorbeeld kunnen vormen voor gemeenten die besluiten de participatie van burgers met beperkingen met inclusief beleid te gaan bevorderen (€ 0,1 miljoen).
Instrumenten met betrekking tot beschikbaarheid specifieke voorzieningen
• Wonen met ondersteuning en zorg
De minister van VWS voert samen met de minister voor WWI en partijen in het veld het Actieplan «Beter (t)huis in de buurt; Samenwerken aan wonen, welzijn en zorg 2007–2011» (kamerstuk 31 200 XVIII nr. 48) uit. In 2011 richt het kabinet zich op twee thema’s, namelijk «lokale samenwerking» en «regievoering door de gemeente». In 2009 is een ondersteuningsprogramma («Wonen + welzijn + zorg: maak het samen!») gestart dat in 2011 wordt afgerond. Met dit ondersteuningsprogramma wordt individuele en collectieve ondersteuning (adviseurs) aan een aantal gemeenten geboden bij vraagstukken rond lokale samenwerking en regievoering door de gemeente. Tevens wordt een «gereedschapskist» met instrumenten gecomplementeerd en ter beschikking gesteld van gemeenten en samenwerkingspartners. Belangrijke focus in 2011 is het implementeren van de in 2010 ontwikkelde handreiking voor gemeenten voor het maken van lokaal beleid voor de ondersteuning van mensen met een beperking. Daarnaast voeren ook veldpartijen in het kader van het actieplan activiteiten uit die waar wenselijk en mogelijk vanuit het Rijk worden ondersteund ( € 0,5 miljoen). Het stimuleren van de totstandkoming van voldoende geschikte woningen en een goede lokale infrastructuur van ondersteuning en zorg draagt behalve aan «meedoen» bij aan vermindering van het beroep op (dure) intramurale AWBZ-zorg.
• Bovenregionaal vervoer gehandicapten (Valys)
Valys is bedoeld om bovenregionaal sociaalrecreatief vervoer per (deel)taxi te bieden aan mensen met een mobiliteitsbeperking. Dit is een aanvulling op het (nog onvoldoende toegankelijke) openbaar vervoer en het gemeentelijke Wmo-vervoer. In 2011 blijft er bijzondere aandacht voor de kwaliteit voor de reiziger, met name door te blijven sturen op punctualiteit van het vervoer. Hiertoe is als onderdeel van de verbeteragenda voor Valys een compensatieregeling bij vertraging voor de reizigers geïntroduceerd. Aandachtspunt blijft de beheersbaarheid van de uitgaven. De uitgaven lopen gestaag op, omdat ondanks de daling van het percentage Valys-pashouders dat daadwerkelijk reist, het absolute aantal pashouders dat gebruik maakt van de regeling nog steeds stijgt. Mede daarom worden voorstellen uitgewerkt voor de toekomst van Valys. Daarbij zal onder meer een relatie gelegd worden met de verbeteringen in de toegankelijkheid van het openbaar vervoer en de samenhang met andere vervoersregelingen, maar ook met de opgedane ervaringen in de pilots doelgroepenvervoer en de meerwaarde die voor gebruikers gerealiseerd kan worden (€ 60,3 miljoen).
| 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | |
|---|---|---|---|---|
| 1. Aantal pashouders met standaard pkb Valys | 120 433 | 168 876 | 209 592 | 257 744 |
| 2. Aantal pashouders met hoog pkb Valys | 5 210 | 6 588 | 7 444 | 8 128 |
| 3. Totaal aantal pashouders Valys | 125 643 | 175 464 | 217 036 | 265 872 |
| 4. Percentage van het aantal Valys-pashouders dat daadwerkelijk reist met bovenregionaal vervoer gehandicapten | 64,2% | 63,5% | 59,5% | 54,7% |
Bron & toelichting
Managementinformatie Valys conform de maandelijkse facturen van de vervoerder. Het aantal pashouders neemt maandelijks toe.
pkb = persoonlijk kilometer budget
Instrumenten om de cliëntondersteuning te verbeteren
• (P) Cliëntondersteuning mensen met een beperking
Er wordt aan de ontwikkeling en implementatie van een visie op cliëntondersteuning gewerkt. Daarbij wordt nadrukkelijk de positie van MEE betrokken. MEE-organisaties bieden cliëntondersteuning aan mensen met een beperking. Daarvoor ontvangen zij subsidie van het CVZ op basis van de AWBZ (€ 180,8 miljoen). Conform de subsidieregeling maken MEE-organisaties afspraken met gemeenten in hun werkgebied. In de subsidievoorwaarden 2011 is het aantal netto inzetbare uren van een MEE-consulent verhoogd, waardoor er met hetzelfde geld meer cliënten kunnen worden geholpen.
| 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | Geraamd 2010 | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 1. Aantal cliënten MEE-organisaties | 82 531 | 91 183 | 100 546 | 99 192 | 100 676 | 100 700 |
| 2. Aantal diensten MEE-organisaties | 122 417 | 163 675 | 185 976 | 168 715 | 171 409 | 171 500 |
| 3. Totaal aantal MEE-organisaties | 26 | 25 | 23 | 23 | 22 | 22 |
Bron
MEE-Nederland.
44.3.4 Burgers met (psycho)sociale problemen kunnen gebruik maken van tijdelijke ondersteuning
Motivering
Motivering
Een bijzondere doelgroep binnen de maatschappelijke ondersteuning betreft de cliënten van de maatschappelijke opvang (MO) en vrouwenopvang (VO). Doel is mensen, die daar hun toevlucht hebben gezocht, te beschermen cq. te ondersteunen en perspectief te bieden om daarna weer mee te kunnen doen in de samenleving. Daarvoor is een samenhangend (lokaal) beleid nodig op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, veiligheid, wonen, zorg, inkomen en dagbesteding. Meer en meer komt de nadruk te liggen op preventie en nazorg cq. participatie.
Voor de overheid ligt er een bijzondere verantwoordelijkheid om slachtoffers van geweld in afhankelijkheidsrelaties acute bescherming te bieden en ze te ondersteunen om weer een normaal leven zonder geweld op te bouwen. De inzet is om zo vroeg mogelijk in te grijpen om geweld te kunnen stoppen. Om dit te bewerkstelligen worden verschillende maatregelen ingezet. Een en ander is onder meer verwoord in de beleidsbrief «Beschermd en Weerbaar» (kamerstuk 28 345 nr. 51), die ook in 2011 ten uitvoer wordt gebracht. Bij geweld in afhankelijkheidsrelaties gaat het onder meer om huiselijk geweld, eergerelateerd geweld en vrouwelijke genitale verminking.
Bij de uitvoering van dit beleid werkt het Ministerie van VWS nauw samen met andere ministeries, waaronder Justitie, Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en de programmaministeries Jeugd en Gezin en Wonen, Wijken en Integratie.
| 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | 2015 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Instellingssubsidies/Structurele subsidies | 905 | 905 | 905 | 905 | 905 |
| Stichting Korrelatie | 676 | 676 | 676 | 676 | 676 |
| SOS telefonische Hulpdiensten | 229 | 229 | 229 | 229 | 229 |
| Projectsubsidies | 11 108 | 11 312 | 11 667 | 11 667 | 11 667 |
| Waarvan onder andere: | |||||
| Zwerfjongeren | 500 | 500 | 500 | 500 | 500 |
| Beschermd en weerbaar: | 9 834 | 9 150 | 7 200 | 7 200 | 7 200 |
| Waarvan onder andere: | |||||
| – Vrouwelijke Genitale Verminking | 1 300 | 1 200 | 1 200 | 1 200 | 1 200 |
| – Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling | 2 000 | 1 950 | 0 | 0 | 0 |
| – Mensenhandel | 1 200 | 1 200 | 1 200 | 1 200 | 1 200 |
| – Mannenopvang | 1 200 | 1 200 | 1 200 | 1 200 | 1 200 |
| – Meisjesprojecten | 1 600 | 1 600 | 1 600 | 1 600 | 1 600 |
| Opdrachten | 750 | 750 | 750 | 750 | 750 |
| Longitudinaal onderzoek dak- en thuislozen | 300 | 300 | 300 | 300 | 300 |
| Versterking kwaliteit MO/VO/Oggz | 250 | 250 | 250 | 250 | 250 |
| Specifieke uitkeringen/betalingen via het Gemeentefonds | 6 246 | 8 746 | 8 746 | 8 746 | 8 746 |
| Loonbijstelling decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang | 1 246 | 1 246 | 1 246 | 1 246 | 1 246 |
| Uitbreiding capaciteit Vrouwenopvang | 5 000 | 7 500 | 7 500 | 7 500 | 7 500 |
| Totaal | 19 009 | 21 713 | 22 068 | 22 068 | 22 068 |
Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.
Prestatie-indicatoren
Prestatie-indicatoren
Een prestatie-indicator voor de maatschappelijke opvang zal worden bepaald aan de hand van het «plan van aanpak maatschappelijke opvang fase 2», dat vermoedelijk in het najaar van 2010 wordt vastgesteld met de G4. Op basis van het advies over het stelsel vrouwenopvang (2010) zal een (nieuwe) prestatie-indicator voor de vrouwenopvang worden geformuleerd. Deze indicator zal in de begroting 2012 worden opgenomen.
| Aantal plaatsen 2007 | Percentage 2007 | Aantal plaatsen 2008 | Percentage 2008 | |
|---|---|---|---|---|
| Capaciteit Maatschappelijke opvang (MO) | ||||
| 1. Dagopvang | 3 047 | 21% | 3 687 | 21% |
| 2. Nachtopvang | 1 783 | 12% | 1 794 | 10% |
| 3. 24 uurs (crisis)opvang | 903 | 6% | 879 | 5% |
| 4. 24 uurs meerzorg | 749 | 5% | 811 | 5% |
| 5. 24 uurs woonvoorziening | 3 780 | 26% | 4 165 | 23% |
| 6. Begeleid wonen | 4 312 | 29% | 5 875 | 33% |
| 7. Preventie projecten | 61 | < 1% | 161 | < 1% |
| 8. Sociale activering | 30 | < 1% | 460 | < 3% |
| Totaal Maatschappelijke opvang | 14 665 | 100% | 17 862 | 100% |
| Capaciteit Vrouwenopvang (VO) | ||||
| 9. Dagopvang | 210 | 7% | 210 | 7% |
| 10. Nachtopvang | 23 | 1% | 27 | 1% |
| 11. 24 uurs (crisis)opvang | 305 | 10% | 358 | 11% |
| 12. 24 uurs meerzorg | 949 | 31% | 1 033 | 32% |
| 13. 24 uurs woonvoorziening | 904 | 29% | 963 | 30% |
| 14. Begeleid wonen | 626 | 20% | 480 | 15% |
| 15. Preventie projecten | 50 | 2% | 117 | 4% |
| Totaal Vrouwenopvang | 3 067 | 100% | 3 188 | 100% |
Bron & toelichting
Jaarbericht 2009 monitor maatschappelijke opvang.
Bovenstaande tabel laat de capaciteit maatschappelijke opvang en vrouwenopvang naar voorzieningensoort in 2007 en 2008 zien. Het betreft een geschatte 100% capaciteit van de bij de Federatie Opvang aangesloten instellingen die in 2008 opvang leverden.
De tabel is opgesteld op basis van een wisselende set responderende instellingen, waardoor het vergelijken van de jaren met enige voorzichtigheid dient te gebeuren. Zo lijkt uit de tabel te wijzen dat de capaciteit vrouwenopvang voor begeleid wonen is afgenomen. Dit hoeft echter geen afname van het aantal plaatsen begeleid wonen te betekenen. Een verklaring zou kunnen zijn dat bij een fusie tussen twee instellingen de capaciteit is gelabeld als 24-uurs opvang in plaats van begeleid wonen.
Uit bovenstaande kengetallen wordt zichtbaar dat de capaciteit van de maatschappelijke opvang in de afgelopen jaren is toegenomen. Met name het aantal plaatsen voor begeleid wonen is fors gegroeid. Dit sluit aan bij het ingezette beleid om doorstroom te bevorderen. De inspanningen zijn er – ook in 2011 – op gericht mensen te laten doorstromen naar zo zelfstandig mogelijke woonvormen.
Instrumenten ten behoeve van het uitvoeren van het beleid
• Decentralisatie-uitkering Maatschappelijke opvang en Vrouwenopvang
Vanaf 2010 wordt het budget voor maatschappelijke opvang, de openbare geestelijke gezondheidszorg en het verslavingsbeleid (in totaal € 307 miljoen) verstrekt via een decentralisatie-uitkering. Het beleid op het genoemde terrein is door de 43 centrumgemeenten neergelegd in het «Plan van aanpak G4» of de Stedelijke Kompassen. De doelstellingen uit het plan en de kompassen vormen de basis voor aan de decentralisatie-uitkering verbonden prestatieafspraken. Vanaf 2011 wordt ook de specifieke uitkering voor vrouwenopvang (ad € 89,0 miljoen) omgevormd tot een decentralisatie-uitkering.
Deze uitkering worden verstrekt via het Gemeentefonds en is opgenomen in de begroting van het Ministerie van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties.
• Plan van Aanpak Maatschappelijke Opvang G4/Stedelijke Kompassen
In de maatschappelijke opvang is de afgelopen jaren een enorme voortgang geboekt door middel van het plan van aanpak MO Rijk/G4. In diverse voortgangsrapportages heeft het kabinet de Kamer over de uitvoering van dit plan geïnformeerd. Door een persoongerichte aanpak van daklozen en een goede ketensamenwerking wordt er naar gestreefd dat zij zo snel mogelijk van de straat in een traject komen gericht op adequate hulpverlening, wonen en werk. De overige centrumgemeenten werken inmiddels volgens de lijnen van het plan van aanpak Rijk/G4. Dit geschiedt aan de hand van zogenoemde stedelijke kompassen. Het rijk faciliteert deze ontwikkeling door een ondersteuningsprogramma.
Het Rijk en de G4 hebben de intentie om vanaf het najaar 2010 te starten met de tweede fase van het plan van aanpak maatschappelijke opvang. Het doel daarvan is het rendement van de eerste fase te behouden en de succesvolle aanpak uit te breiden naar een bredere groep van kwetsbare mensen in de vier grote steden. Met dat laatste willen de steden een nieuwe instroom in de maatschappelijke opvang voorkomen (preventie). Bij de voorbereiding van de tweede fase van het plan zal het Ministerie van VWS de G4 ondersteunen. In het kader van de tweede fase wordt een kosten-batenanalyse opgesteld. Doel daarvan is om inzichtelijk te maken tot welke baten of kostenbesparingen het beleid voor maatschappelijke opvang leidt.
• Longitudinaal onderzoek
Meer en meer komt het effect van de maatschappelijke opvang op langere termijn centraal te staan. Daarbij gaat het om het zoveel mogelijk stimuleren van maatschappelijke participatie. Projecten en evenementen als de «Social Inclusion Games» of de «Dutch Homeless Cup» zijn daarvan een illustratie. Er is ook een grotere behoefte aan antwoord op de vraag «wat werkt voor wie in de maatschappelijke opvang». In 2011 wordt de eerste deelrapportage van het longitudinaal onderzoek opgeleverd (€ 0,3 miljoen). Gedurende vijf jaar wordt een representatieve groep daklozen gevolgd. De focus ligt bij het perspectief van de dakloze zelf.
• Zwerfjongeren
In het kader van de aanpak zwerfjongeren (kamerstuk 29 325 nr. 36) worden samen met de VNG, het IPO en andere partijen diverse activiteiten ontplooid om centrumgemeenten maatschappelijke opvang, die bij genoemde aanpak de regie voeren, beter toe te rusten tot het opvangen en begeleiden van zwerfjongeren. Belangrijk aandachtspunt is de aansluiting tussen de jeugdzorg en maatschappelijke opvang. Met alle betrokken partijen wordt momenteel gewerkt aan praktische instrumenten zoals handleidingen. Vervolgens kan in 2011 implementatie plaatsvinden (€ 0,5 miljoen).
Instrumenten Beschermd en Weerbaar
• Beschermd en Weerbaar
Meer dan 40% van de Nederlandse bevolking heeft ooit in zijn of haar leven te maken gehad met huiselijk geweld. Jaarlijks zijn naar schatting tussen de 160 000 en 200 000 personen slachtoffer van huiselijk geweld en kindermishandeling. De beleidsbrief «Beschermd en Weerbaar» (kamerstuk 28 345 nr. 90) geeft de inzet en richting aan voor het vergroten van de bescherming en de weerbaarheid van slachtoffers van geweld in afhankelijkheidsrelaties.
Er is de afgelopen tijd veel bereikt. Er is bijvoorbeeld meer capaciteit ingezet voor steunpunt huiselijk geweld, het aantal ambulante hulptrajecten is fors toegenomen, het aantal plaatsen vrouwenopvang uitgebreid, een verklaring tegen meisjesbesnijdenis is beschikbaar en een verbeterplan voor de vrouwenopvang wordt uitgevoerd.
In het vroege najaar van 2010 zal het advies van de commissie «Stelsel onderzoek vrouwenopvang» verschijnen. Op grond daarvan zal besluitvorming plaatsvinden over het toekomstige stelsel van vrouwenopvang. Daarvoor zullen de voor 2011 en latere jaren nog vrij beschikbare middelen uit hoofde van «Beschermd en Weerbaar» worden aangewend (€ 9,8 miljoen). Het onderzoek gaat onder meer in op de vraag wie verantwoordelijk is voor hulp en opvang van specifieke groepen, zoals mannelijke en minderjarige slachtoffers van geweld, alsmede naar de gevolgen van de verbreding van de functie van vrouwenopvang. In afwachting hiervan worden de pilots «veilige opvang voor meisjes met eergerelateerde dreiging» (€ 1,6 miljoen) en «mannelijke slachtoffers van geweld in afhankelijkheidsrelaties» tot eind 2011 verlengd (€ 1,2 miljoen).
Ter voorkoming van genitale verminking van meisjes wordt kennis uit de pilots «Vrouwelijke Genitale Verminking» (VGV) over de preventieve aanpak onder alle gemeenten en de jeugd gezondheidszorg verspreid. GGD-Nederland ontvangt hiervoor in 2011 subsidie. Daarnaast worden Federatie Somalische Associaties Nederland (FSAN) en de Vluchtelingen Organisaties Nederland (VON) voor hun landelijke campagne «Nee tegen VGV» gesubsidieerd (€ 1,3 miljoen).
• Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling
Naast het beschermen van slachtoffers, ligt er ook een verantwoordelijkheid bij professionals om geweld te signaleren en op basis daarvan te handelen. Dit gebeurt op dit moment onvoldoende. Om professionals in staat te stellen risico’s op geweld vroegtijdig te signaleren, zodat geweld kan worden voorkomen of zo snel mogelijk wordt gestopt, wordt het gebruik van een meldcode verplicht gesteld. In 2011 wordt het wetsvoorstel meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling aan de Tweede Kamer aangeboden. De wet gaat organisaties verplichten om over een meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling te beschikken en kennis hierover onder de medewerkers te bevorderen. Een meldcode is een stappenplan dat professionals doorlopen bij signalen van geweld. De wet gaat voor professionals gelden in onder meer de sectoren: gezondheidszorg, jeugdzorg, onderwijs en welzijn (in totaal meer dan 1 miljoen professionals).
De steunpunten worden in 2011 voorbereid op hun voorgenomen extra taak als meldpunt huiselijk geweld. Tevens ondersteunt het kabinet de betrokken sectoren bij invoering van deze wet door een implementatietraject (€ 2 miljoen).
• Slachtoffers van mensenhandel
Het Rijk stelt gedurende twee jaar 50 extra plekken beschikbaar voor de categorale opvang van slachtoffers van mensenhandel (€ 1,2 miljoen). Daar wordt hen de nodige rust, veiligheid en juridische ondersteuning geboden. Intussen zal het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het Ministerie van Justitie in 2011 juridisch onderzoek verrichten naar de wettelijke mogelijkheden voor het organiseren van structurele opvang voor deze slachtoffers.
44.4 Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid
| Onderzoek onderwerp | Nummer AD of OD | A Start B Afgerond | |
|---|---|---|---|
| Beleidsdoorlichting | – | ||
| Effectonderzoek ex post | Evaluatie Wmo | Alle doelstellingen | A 2010 B 2013 |
| Evaluatie Kennisinstituten | 44.3.1 | A 2007 B 2011 | |
| Evaluatie Beleidsbrief Voor Elkaar | 44.3.2 | A 2010 B 2011 | |
| Interdepartementaal onderzoek naar de gelijke behandeling van mensen met een beperking (VWS is coördinerend departement). | 44.3.3 | – | |
| Overig evaluatieonderzoek | Tijdsbestedingsonderzoek Monitor vrijwilligerswerk SCP | 44.3.2 | A 2010 B 2011 |
| Deelname aan vrijwilligerswerk, POLS (CBS) | 44.3.2 | A 2010 B 2011 | |
| Tijdsbestedingsonderzoek Monitor vrijwilligerswerk SCP | 44.3.2 | A 2010 B 2011 | |
| Longitudinaal onderzoek daklozen | 44.3.4 | A 2010 B 2014 |
