4 Toelichting op de belastinguitgaven
Deze bijlage bevat een toelichting op de verschillende belastinguitgaven. Deze toelichting bevat een korte beschrijving van de regeling, de doelstelling van de regeling en informatie over uitgevoerde of geplande beleidsevaluaties. Tevens is aangegeven welk ministerie in VBTB-termen verantwoordelijk is voor de desbetreffende belastinguitgave. Hoewel het ministerie van Financiën per definitie bij alle belastinguitgaven betrokken is, is uitgegaan van de systematiek dat dit departement alleen wordt vermeld bij belastinguitgaven die niet aan een ander beleidsdepartement kunnen worden toegerekend. Tenzij anders vermeld, hebben bedragen en tarieven betrekking op het belastingjaar 2010.
Belastingen op inkomen, winst en vermogen
Verlaging lastendruk op ondernemingen
a) Algemeen
| Regeling: | Zelfstandigenaftrek |
| Beschrijving: | De zelfstandigenaftrek geldt voor een ondernemer die voldoet aan het urencriterium (1225 uur per kalenderjaar) en die aan het begin van het kalenderjaar nog geen 65 jaar is. De zelfstandigenaftrek bedraagt maximaal 9 427 euro bij een winst minder dan 13 960 euro en neemt geleidelijk af tot 4 574 euro bij een winst groter dan 59 450 euro. De regeling is sinds 2007 ook van toepassing op ondernemers die ouder zijn dan 65 jaar en bedraagt 50 procent van de zelfstandigenaftrek voor gelijkwaardige ondernemers jonger dan 65 jaar. In 2010 is op basis van het Belastingplan 2010 aangenomen dat de zelfstandigenaftrek voor ondernemers die niet in aanmerking komen voor de extra zelfstandigenaftrek voor starters niet langer in aftrek kan worden gebracht op niet-winstinkomen. |
| Doelstelling: | Het stimuleren van ondernemerschap. |
| Ministerie: | EZ |
| Evaluatie: | Ondernemen makkelijker én leuker? Evaluatie zelfstandigenaftrek en enkele andere fiscale instrumenten gericht op ondernemerschap, EIM, 2005, Kamerstuk 29 949, nr. 56. |
| Regeling: | Extra zelfstandigenaftrek starters |
| Beschrijving: | Startende ondernemers die in één of meer van de vijf voorgaande jaren geen ondernemer waren en bij wie in die periode niet meer dan tweemaal de zelfstandigenaftrek is toegepast, hebben recht op een extra zelfstandigenaftrek van 2 120 euro. |
| Doelstelling: | Het stimuleren van ondernemerschap en het bevorderen van de bereidheid om startersrisico te lopen. |
| Ministerie: | EZ |
| Evaluatie: | Ondernemen makkelijker én leuker? Evaluatie zelfstandigenaftrek en enkele andere fiscale instrumenten gericht op ondernemerschap, EIM, 2005, Kamerstuk 29 949, nr. 56. |
| Regeling: | Meewerkaftrek |
| Beschrijving: | Indien de partner van een ondernemer meewerkt in diens onderneming zonder hiervoor een vergoeding te ontvangen, heeft de ondernemer die voldoet aan het urencriterium recht op de meewerkaftrek. Deze aftrek is afhankelijk van het aantal uren dat door de partner in de onderneming wordt gewerkt en bedraagt 1,25 procent van de winst indien ten minste 525 en maximaal 4 procent van de winst indien ten minste 1750 uur wordt meegewerkt. |
| Doelstelling: | Fiscaal faciliëren van het verrichten van arbeid van de partner in de onderneming van de andere partner zonder de verplichting tot het aangaan van een arbeidsovereenkomst. |
| Ministerie: | EZ |
| Evaluatie: | Ondernemen makkelijker én leuker? Evaluatie zelfstandigenaftrek en enkele andere fiscale instrumenten gericht op ondernemerschap, EIM, 2005, Kamerstuk 29 949, nr. 56. |
| Regeling: | Startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid |
| Beschrijving: | De startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid wordt geboden in de startfase van de onderneming ingeval niet aan het normale urencriterium van 1225 uur wordt voldaan, maar wel aan een verlaagd urencriterium van 800 uur. De aftrekpost bedraagt 12 000 euro voor het eerste jaar, 8 000 euro voor het tweede jaar en 4 000 euro voor het derde jaar. De aftrek kan niet hoger zijn dan de genoten winst. Deze faciliteit is ingevoerd in 2007. |
| Doelstelling: | Stimulering van het starten van een onderneming vanuit een uitkering inzake arbeidsongeschiktheid. |
| Ministerie: | EZ, SZW |
| Evaluatie: | – |
| Regeling: | FOR, niet omgezet in een lijfrente |
| Beschrijving: | De fiscale oudedagsreserve biedt ondernemers de mogelijkheid in eigen beheer een oudedagsvoorziening op te bouwen. Bij staking van de onderneming kan deze fiscale oudedagsreserve belastingvrij worden omgezet in een lijfrente. Voor zover dat niet gebeurt, omdat geen behoefte bestaat aan een dergelijke oudedagsvoorziening, heeft de regeling het karakter van een belastinguitgave. |
| Doelstelling: | De regeling beoogt een einde te maken aan ongelijkheid in behandeling tussen loontrekkenden en zelfstandigen op het gebied van de oudedagsvoorziening. |
| Ministerie: | EZ |
| Evaluatie: | Ondernemen makkelijker én leuker? Evaluatie zelfstandigenaftrek en enkele andere fiscale instrumenten gericht op ondernemerschap, EIM, 2005, Kamerstuk 29 949, nr. 56. |
| Regeling: | Stakingsaftrek |
| Beschrijving: | Van met een gehele of gedeeltelijke staking van een onderneming behaalde winst is maximaal 3 630 euro vrijgesteld van belastingheffing. Op de in een kalenderjaar berekende stakingsaftrek wordt de in het verleden genoten stakingsaftrek in mindering gebracht. |
| Doelstelling: | De stakingsaftrek beoogt een verzachting van belastingheffing te geven over de stakingswinst. De stakingsaftrek is de voortzetting – zij het op een lager niveau – van de stakingsvrijstelling van de Wet IB 1964. |
| Ministerie: | EZ |
| Evaluatie: | Met betrekking tot de evaluatie van deze regeling is medio 2010 een brief verstuurd naar de Tweede Kamer met als strekking dat voorlopig wordt afgezien van een evaluatie. |
| Regeling: | Doorschuiving stakingswinst |
| Beschrijving: | Op verzoek is doorschuiving van stakingswinst zonder belastingheffing mogelijk in het kader van overdracht van (een deel van) de onderneming in geval van overlijden, echtscheiding, overdracht van de onderneming aan alle medeondernemers die gedurende drie jaar een gezamenlijke onderneming drijven of in geval van inbreng van de onderneming in een naamloze vennootschap of besloten vennootschap. De belastingplichtige voor wiens rekening de onderneming zal worden voortgezet, is verplicht de oude boekwaarden van de overgedragen vermogensbestanddelen over te nemen. |
| Doelstelling: | Het niet in gevaar brengen van de continuïteit van de onderneming indien door de afrekening van de belastingclaim als gevolg van de bedrijfsoverdracht liquiditeitsproblemen ontstaan. |
| Ministerie: | EZ |
| Evaluatie: | Met betrekking tot de evaluatie van deze regeling is medio 2010 een brief verstuurd naar de Tweede Kamer met als strekking dat voorlopig wordt afgezien van een evaluatie. |
| Regeling: | Bedrijfsopvolgingsfaciliteit successiewet |
| Beschrijving: | Indien de onderneming na het overlijden vijf jaar wordt voortgezet, wordt een voorwaardelijke vrijstelling verleend van 100 procent van de waarde going concern van de verkregen objectieve onderneming tot 1 000 000 euro en van 83 procent over het meerdere. |
| Doelstelling: | Bevorderen continuïteit van de onderneming. |
| Ministerie: | EZ |
| Evaluatie: | Met betrekking tot de evaluatie van deze regeling is medio 2010 een brief verstuurd naar de Tweede Kamer met als strekking dat voorlopig wordt afgezien van een evaluatie. |
| Regeling: | Doorschuiving inkomen uit aanmerkelijk belang |
| Beschrijving: | Over het voordeel uit de vervreemding van aandelen of winstbewijzen in het kader van een aandelenfusie hoeft bij aanmerkelijk-belanghouders niet te worden geheven. De bij de aandelenfusie verkregen aandelen of winstbewijzen worden geacht tot een aanmerkelijk belang te horen. Als verkrijgingsprijs van de verworven aandelen geldt de verkrijgingsprijs van de vervreemde aandelen. |
| Doelstelling: | Voorkomen dat een uit economisch oogpunt wenselijke aandelenfusie door een heffing wordt bemoeilijkt. |
| Ministerie: | FIN |
| Evaluatie: | Met betrekking tot de evaluatie van deze regeling is medio 2010 een brief verstuurd naar de Tweede Kamer met als strekking dat voorlopig wordt afgezien van een evaluatie. |
| Regeling: | Landbouwvrijstelling in de inkomstenbelasting |
| Beschrijving: | Op grond van deze regeling worden voordelen uit landbouwbedrijf die verband houden met de waardeverandering van de grond niet tot de fiscale winst gerekend, tenzij deze waardeverandering in de uitoefening van het bedrijf is ontstaan. Een waardestijging van de grond die uitgaat boven de waarde van de grond in het kader van een landbouwbedrijf is belast. |
| Doelstelling: | Het vergemakkelijken van de financiering van bedrijfsopvolging en bedrijfsverplaatsing, alsmede van bedrijfsbeëindiging voor de oudedagsvoorziening. |
| Ministerie: | LNV |
| Evaluatie: | Notitie fiscaliteit, landbouw- en natuurbeleid, januari 2002. Evaluatie landbouwvrijstelling, LEI, 2008, kamerstuk 31 727, nr. 1. |
b) Investeringen in het algemeen
| Regeling: | Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek |
| Beschrijving: | De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek vormt tezamen met de energie-investeringsaftrek en de milieu-investeringsaftrek de investeringsaftrek. De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek is een extra aftrek van een gedeelte van het investeringsvolume. Het maximumniveau bedraagt 28 procent bij een investeringsvolume tussen 2 200 euro en 54 000 euro, geleidelijk afnemend tot nihil bij een investeringsvolume van meer dan 300 000 euro per jaar. |
| Doelstelling: | Bevorderen van investeringen van relatief geringe omvang, die in het algemeen gedaan zullen worden in het midden- en kleinbedrijf. |
| Ministerie: | EZ |
| Evaluatie: | Ondernemen makkelijker èn leuker? Evaluatie zelfstandigenaftrek en enkele andere fiscale instrumenten gericht op ondernemerschap, EIM, 2005, Kamerstuk 29 949, nr. 56. |
| Regeling: | Willekeurige afschrijving starters |
| Beschrijving: | Startende ondernemers kunnen op basis van deze regeling willekeurig afschrijven op bedrijfsmiddelen die zijn aangeschaft in een kalenderjaar waarover voor hen de extra zelfstandigenaftrek voor startende ondernemers van toepassing was. |
| Doelstelling: | Bevordering van de economische ontwikkeling en de economische structuur, daaronder begrepen de bevordering van het ondernemerschap. |
| Ministerie: | EZ |
| Evaluatie: | Ondernemen makkelijker èn leuker? Evaluatie zelfstandigenaftrek en enkele andere fiscale instrumenten gericht op ondernemerschap, EIM, 2005, Kamerstuk 29 949, nr. 56. |
| Regeling: | Willekeurige afschrijving zeeschepen |
| Beschrijving: | Deze regeling biedt de mogelijkheid om vervroegd af te schrijven op zeeschepen. De regeling kan uitsluitend worden toegepast indien niet wordt gekozen voor de forfaitaire winstbepaling en bedraagt per jaar maximaal 20 procent van de af te schrijven aanschaffings- en voortbrengingskosten. De versnelde afschrijving is slechts mogelijk voor zover de berekening van de door de belastingplichtige behaalde winst uit zeescheepvaart zonder die afschrijving tot een positief bedrag leidt. |
| Doelstelling: | Bevordering van de economische ontwikkeling en de economische structuur, daaronder begrepen de bevordering van het ondernemerschap. |
| Ministerie: | V&W |
| Evaluatie: | Evaluatie van de fiscale maatregelen in het zeescheepvaartbeleid, 2007, Kamerstuk 31 200 XII, nr. 4. |
| Regeling: | Keuzeregime winst uit zeescheepvaart (tonnagebelasting). |
| Beschrijving: | Op verzoek van de belastingplichtige wordt, in afwijking van het algemene systeem van winstbepaling, de winst uit zeescheepvaart op basis van deze regeling forfaitair bepaald aan de hand van de tonnage van de schepen waarmee die winst wordt behaald. |
| Doelstelling: | Bevorderen van de ontwikkeling van de zeescheepvaart in Nederland. |
| Ministerie: | V&W |
| Evaluatie: | Evaluatie van de fiscale maatregelen in het zeescheepvaartbeleid, 2007, Kamerstuk 31 200 XII, nr. 4. |
| Regeling: | Aftrek speur- en ontwikkelingswerk (S&O) |
| Beschrijving: | Ondernemers die voldoen aan het urencriterium en in het kalenderjaar tenminste 500 uur hebben besteed aan werk dat bij een zogenoemde S&O-verklaring kwalificeert als speur- en ontwikkelingswerk, hebben in 2010 recht op een aftrek van 12 031 euro. Voor starters wordt deze aftrek onder voorwaarden verhoogd met 6017 euro. |
| Doelstelling: | Bevorderen van technologische vernieuwingen. |
| Ministerie: | EZ |
| Evaluatie: | Evaluatie WBSO 2001–2005, EIM en MERIT, 2007, Kamerstuk 30 800 XIII, nr. 51. |
| Regeling: | Willekeurige afschrijving investeringen bedrijfsmiddelen |
| Beschrijving: | Als onderdeel van het Fiscaal stimuleringspakket heeft het kabinet voor investeringen in 2009 een tijdelijke willekeurige afschrijving ingevoerd. Voor het jaar 2010 en 2011 is deze regeling verlengd. |
| Doelstelling: | De regeling heeft tot doel de investeringen in bedrijfsmiddelen te bevorderen. |
| Ministerie: | EZ |
| Evaluatie: | – |
c) Investeringen ten behoeve van het milieu
| Regeling: | Vervroegde afschrijving milieu-investeringen (VAMIL). |
| Beschrijving: | Op basis van deze regeling mag willekeurig worden afgeschreven op door de minister van VROM aangewezen milieu-investeringen. Deze regeling leidt, evenals de andere regelingen voor vervroegde afschrijving, voor de belastingplichtige tot een liquiditeits- en rentevoordeel. |
| Doelstelling: | Stimulering van investeringen die in het belang zijn van de bescherming van het milieu. |
| Ministerie: | VROM |
| Evaluatie: | Evaluatie MIA, Vamil en Groen Beleggen 2000–2004, 2007, Kamerstuk 30 535, nr. 11. |
| Regeling: | Energie-investeringsaftrek (EIA) |
| Beschrijving: | De energie-investeringsaftrek behoort tot de investeringsaftrek. Op grond van deze regeling wordt een extra aftrek op de fiscale winst verleend voor aangewezen investeringen in nieuwe energiebesparende bedrijfsmiddelen en voor de kosten van advies over energiebesparende maatregelen in gebouwen of bij processen. Bij een bedrag aan energie-investeringen in een kalenderjaar van meer dan 2 200 euro bedraagt de energie-investeringsaftrek 44 procent. Het bedrag aan energie-investeringen dat ten hoogste in aanmerking wordt genomen bedraagt, indien de belastingplichtige geen onderdeel uitmaakt van een samenwerkingsverband, 115 000 000 euro. |
| Doelstelling: | Stimuleren van investeringen die in het belang zijn van een doelmatig energiegebruik. |
| Ministerie: | EZ |
| Evaluatie: | Ex-post evaluatie Energie-investeringsaftrek, SEO, 2007, Kamerstuk 31 492, nr. 8. Vergaderjaar 2008/2009. |
| Regeling: | Milieu-investeringsaftrek (MIA) |
| Beschrijving: | De milieu-investeringsaftrek maakt onderdeel uit van de investeringsaftrek. De milieu-investeringsaftrek is een extra aftrek van het volume van milieu-investeringen die bij ministeriële regeling worden aangewezen. Bij een bedrag aan milieu-investeringen in een kalenderjaar van meer dan 2 200 euro bedraagt de milieu-investeringsaftrek 40 procent voor investeringen die behoren tot categorie I, 30 procent voor categorie II en 15 procent voor categorie III. |
| Doelstelling: | Stimulering van investeringen die in het belang zijn van de bescherming van het milieu. |
| Ministerie: | VROM |
| Evaluatie: | Evaluatie MIA, Vamil en Groen Beleggen 2000–2004, 2007, Kamerstuk 30 535, nr. 11. |
| Regeling: | Bosbouwvrijstelling |
| Beschrijving: | Deze regeling houdt in dat voor- en nadelen uit bosbouwbedrijf niet tot de winst worden gerekend. Er kan worden geopteerd voor het buiten toepassing laten van deze vrijstelling. Dit laatste is aantrekkelijk in jaren waarin bij deze activiteiten verliezen worden geleden. Indien gebruik wordt gemaakt van de optie geldt dit voor ten minste 10 jaar. |
| Doelstelling: | Ontwikkeling en instandhouding van bos en natuur. |
| Ministerie: | LNV |
| Evaluatie: | Notitie fiscaliteit, landbouw- en natuurbeleid, 2002. Fiscale faciliteiten en knelpunten bij natuurontwikkeling door particulieren, LEI, 2005. |
| Regeling: | Vrijstelling vergoeding bos- en natuurbeheer |
| Beschrijving: | Deze regeling voorziet in een (gedeeltelijke) vrijstelling voor aangewezen subsidieregelingen ten behoeve van de ontwikkeling en instandhouding van bos en natuur. |
| Doelstelling: | Ontwikkeling en instandhouding van bos en natuur. |
| Ministerie: | LNV |
| Evaluatie: | Notitie fiscaliteit, landbouw- en natuurbeleid, 2002. Fiscale faciliteiten en knelpunten bij natuurontwikkeling door particulieren, LEI, 2005. |
Verlaging lastendruk op arbeid
a) gericht op werkgevers
| Regeling: | Afdrachtvermindering onderwijs |
| Beschrijving: | De afdrachtvermindering onderwijs (WVA-onderwijs) geldt voor leerlingen die de beroepspraktijkvorming van de beroepsbegeleidende leerweg volgen (vroeger: het leerlingwezen), bepaalde studenten in het hoger beroepsonderwijs met wie een leerwerkovereenkomst is gesloten en bepaalde categorieën assistenten en onderzoekers in opleiding. Verder geldt in het algemeen de voorwaarde dat het loon van deze werknemer niet meer bedraagt dan het toetsloon voor dat tijdvak. Het toetsloon voor de afdrachtvermindering onderwijs is op 23 507 euro (= 130 procent WML). De laatstgenoemde voorwaarde geldt niet voor werknemers van 25 jaar en ouder. |
| Doelstelling: | Het verruimen van het aantal leerarbeidsplaatsen door verlaging van de loonkosten met als doel het stimuleren van werkgelegenheid en vergroten van de arbeidsparticipatie van mensen met een lage productiviteit. |
| Ministerie: | OCW, SZW |
| Evaluatie: | Evaluatie afdrachtvermindering onderwijs van de WVA, SEOR, 2007, Kamerstuk 29 282, nr. 42. |
| Regeling: | Afdrachtvermindering zeevaart |
| Beschrijving: | Deze vermindering beloopt met betrekking tot zeevarenden die aan de loonbelasting zijn onderworpen 40 procent van het in het loontijdvak verdiende loon. |
| Doelstelling: | Verlichten van de loonkosten van de Nederlandse zeescheepvaart en bijdragen aan het behoud van een vloot onder Nederlandse vlag met de daaraan verbonden werkgelegenheid. |
| Ministerie: | V&W |
| Evaluatie: | Evaluatie van de fiscale maatregelen in het zeescheepvaartbeleid, 2007, Kamerstuk 31 200 XII, nr. 4. |
| Regeling: | Afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk (S&O) |
| Beschrijving: | De afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk is van toepassing op werknemers die direct betrokken zijn bij speur- en ontwikkelingswerk. De afdrachtvermindering bedraagt maximaal 45 procent van het S&O-loon van die werknemers. Voor zover het S&O-loon meer bedraagt dan 150 000 euro, bedraagt de vermindering 14 procent van het loon. Per inhoudingsplichtige mag de afdrachtvermindering maximaal 8 500 000 euro bedragen. Starters hebben onder voorwaarden recht op een verhoging van de afdrachtvermindering tot 60 procent in plaats van 42 procent. |
| Doelstelling: | Bevordering van speur- en ontwikkelingswerk in het bedrijfsleven. |
| Ministerie: | EZ |
| Evaluatie: | Evaluatie WBSO 2001–2005, EIM en MERIT, 2007, Kamerstuk 30 800 XIII, nr. 51. |
b) gericht op werknemers
| Regeling: | Werknemersspaarregeling |
| Beschrijving: | Met spaarloonregeling c.a. werd tot en met 2002 gedoeld op een samenstel van bedrijfsspaarregelingen ten behoeve van de werknemer. Tot de spaarloonregeling c.a. behoorden de spaarloonregeling, premiespaarregeling en de diverse winstdelingsregelingen. Met ingang van 1 januari 2003 zijn de premiespaarregeling en de winstdelingsregelingen afgeschaft en is de spaarloonregeling aangepast. Het bedrag dat maximaal belastingvrij kan worden gespaard bedraagt sinds 2003 613 euro. |
| Doelstelling: | Bevorderen van spaarzin onder werknemers en bijdragen aan een gematigde loonontwikkeling. |
| Ministerie: | SZW |
| Evaluatie: | Belastingen en premies, Een verkenning naar nieuwe mogelijkheden vanuit het belastingstelsel 2001. |
| Regeling: | Feestdagenregeling |
| Beschrijving: | Geschenken in natura worden, voor zover de waarde in het economische verkeer daarvan in het kalenderjaar niet meer bedraagt dan 70 euro, in de eindheffing betrokken tegen een tarief van 20 procent. |
| Doelstelling: | Het onbelast verkrijgen van geschenken door werknemers van hun werkgever. |
| Ministerie: | SZW |
| Evaluatie: | – |
| Regeling: | Verlaging fiscale bijtelling (zeer) zuinige auto’s |
| Beschrijving: | (artikel 10.7A Inkomstenbelasting 2001) Indien door de werkgever een auto ter beschikking is gesteld, geldt er een fiscale bijtelling. Voor 2008 en 2009 bedraagt deze bijtelling 25 procent van de catalogusprijs. Vanaf 2008 geldt er voor zeer zuinige auto’s (CO2-uitstoot minder dan 95 gram voor dieselauto’s en minder dan 110 gram voor alle andere auto’s) een verlaagd tarief van 14 procent. Met ingang van 2009 geldt voor zuinige auto's een tarief van 20 procent. Dit zijn auto’s met een CO2-uitstoot tussen de 95 en 116 (diesel), dan wel tussen 110 en 140 gram (alle andere auto’s). Om het gebruik van elektrische auto's te stimuleren is met ingang van 2010 een nieuw tarief voor nulemissieauto’s ingevoerd. In 2010 en 2011 geldt voor deze auto's een tarief van 0 procent en voor de jaren 2012 tot en met 2014 een tarief van 7 procent. De CO2-grenzen zullen vanaf 2013 worden bijgesteld. |
| Doelstelling: | Bevorderen van het gebruik van milieuvriendelijke auto’s. |
| Ministerie: | FIN |
| Evaluatie: | – |
| Regeling: | Ouderschapsverlofkorting |
| Beschrijving: | De ouderschapsverlofkorting is een tijdelijke fiscale tegemoetkoming aan werknemers bij gebruik van de levensloopregeling voor het financieren van (onbetaald) ouderschapsverlof. De tegemoetkoming biedt een beperkte basisvoorziening; de deelnemer houdt daarnaast een eigen verantwoordelijkheid voor het opvangen van de inkomensderving door middel van gebruik van de levensloopregeling. De fiscale tegemoetkoming bestaat uit een heffingskorting ter hoogte van 50 procent van het voor de werknemer geldende bruto wettelijk minimumloon (WML) per opgenomen verlofdag. |
| Doelstelling: | De regeling is bedoeld om werknemers die met ouderschapsverlof willen, te compenseren voor het feit dat zij door het korte bestaan van de levensloopregeling nog niet voldoende gespaard kunnen hebben in deze regeling. |
| Ministerie: | SZW |
| Evaluatie: | – |
| Regeling: | Arbeidskorting voor ouderen |
| Beschrijving: | In 2002 is ter bevordering van de arbeidsparticipatie van ouderen een gestaffelde extra arbeidskorting voor oudere werknemers ingevoerd. De extra arbeidskorting bedraagt in 2010 784 euro voor werkenden van 62 jaar en ouder, 523 euro voor 60–61 jarigen en 263 euro voor 57–59 jarigen. |
| Doelstelling: | Bevorderen arbeidsparticipatie van oudere werknemers, waardoor deze categorie werknemers langer aan het werk blijft. |
| Ministerie: | SZW |
| Evaluatie: | – |
| Regeling: | Levensloopverlofkorting |
| Beschrijving: | Om de aantrekkelijkheid van de levensloopregeling te vergroten als alternatieve mogelijkheid van het spaarloon ontvangen werknemers per gespaard jaar een tegemoetkoming in de vorm van een levensloopverlofkorting van maximaal 199 euro per gespaard jaar (niveau 2010). Deze levensloopverlofkorting kan, als de belastingplichtige en/of zijn partner voldoende belasting betalen, worden geëffectueerd en kan in andere gevallen worden doorgeschoven naar latere jaren waarin het tegoed wordt opgenomen. |
| Doelstelling: | Vergroten van de aantrekkelijkheid van de levensloopregeling als een gelijkwaardige keuzemogelijkheid naast het spaarloon. |
| Ministerie: | SZW |
| Evaluatie: | – |
| Regeling: | Doorwerkbonus |
| Beschrijving: | De (fiscale) doorwerkbonus is bedoeld om de arbeidsparticipatie van ouderen te bevorderen. De hoogte van de bonus loopt met de leeftijd en met het inkomen uit arbeid op. Zo krijgt een belastingplichtige die aan het begin van het kalenderjaar 62 jaar is een bonus van 5 procent van het inkomen over dat kalenderjaar verdiend met arbeid. Indien de belastingplichtige op dat moment 63 jaar is, wordt de bonus verhoogd naar 7 procent van het inkomen. Indien de belastingplichtige 64 jaar is, loopt de bonus nog verder op tot 10 procent van het inkomen. In de jaren waarin de belastingplichtige 65 of 66 jaar is, loopt de bonus af naar 2 procent van het inkomen. In de jaren waarin de belastingplichtige 67 jaar of ouder is, loopt de bonus nog verder terug naar 1 procent van het inkomen. Teneinde een minimum aan arbeidsparticipatie te garanderen wordt de bonus berekend over het gedeelte van het inkomen dat in 2010 de 9 041 euro te boven gaat. Verder blijft het deel van het inkomen dat het bedrag van het einde van de derde schijf in 2009 (54 776 euro) te boven gaat buiten beschouwing bij de berekening van de hoogte van de bonus. Deze grens wordt jaarlijks geïndexeerd. De bonus wordt in 2010 dus berekend over maximaal het verschil tussen het bedrag van 55 831 euro en 9 041 euro. |
| Doelstelling: | Ouderen motiveren om na het bereiken van de 62–jarige leeftijd door te blijven werken. |
| Ministerie: | SZW |
| Evaluatie: | – |
Verlaging lastendruk op inkomsten uit vermogen
| Regeling: | Kindertoeslag forfaitair rendement |
| Beschrijving: | Het heffingsvrije vermogen van ouders die het gezag uitoefenen over een minderjarig kind wordt per minderjarig kind verhoogd met een kindertoeslag van 2 762 euro. |
| Doelstelling: | Een tegemoetkoming voor het draagkrachtverminderende effect van het hebben van kinderen. |
| Ministerie: | FIN |
| Evaluatie: | Evaluatierapport kindertoeslag in box 3, 2005, Kamerstuk 30 375, nr. 2, bijlage 10. |
| Regeling: | Ouderentoeslag forfaitair rendement |
| Beschrijving: | Voor 65 plussers met een heffingsgrondslag na aftrek van het heffingsvrije vermogen van ten hoogste 273 391 euro geldt een ouderentoeslag. De hoogte hiervan is afhankelijk van de hoogte van het inkomen uit werk en woning, en varieert van maximaal 27 350 euro tot nihil bij een inkomen uit werk en woning van meer dan 19 445 euro. Partners kunnen elk afzonderlijk aanspraak maken op de ouderentoeslag, maar mogen er ook voor kiezen de totale vrijstelling waar ze samen recht op hebben bij één van de partners in aanmerking te laten nemen. |
| Doelstelling: | De ouderentoeslag biedt compensatie voor het feit dat ouderen met een laag arbeidsinkomen als gevolg van de Wet IB 2001 worden geconfronteerd met een belastingverhoging door het feit dat het tarief over de voordelen uit sparen en beleggen in box 3 is vastgesteld op 30 procent. Voorheen werden bij deze groep de inkomsten uit vermogen belast tegen het progressieve tarief, waarbij in de eerste twee schijven een lager tarief van toepassing was (geen premieplicht voor de AOW). |
| Ministerie: | FIN |
| Evaluatie: | Evaluatierapport ouderentoeslag in box 3, 2005, Kamerstukken II 30 375, nr. 2, bijlage 10. |
| Regeling: | Vrijstelling bos- en natuurterreinen en landgoederen forfaitair rendement |
| Beschrijving: | Deze regeling houdt in dat van de grondslag voor de forfaitaire rendementsheffing de volgende bezittingen zijn uitgezonderd: bossen, bepaalde natuurterreinen, en als zodanig aangewezen landgoederen in de zin van de Natuurschoonwet met uitzondering van gebouwde eigendommen. |
| Doelstelling: | Ontwikkeling en instandhouding van bos en natuur. |
| Ministerie: | LNV |
| Evaluatie: | Fiscale faciliteiten en knelpunten bij natuurontwikkeling door particulieren, LEI, 2005. |
| Regeling: | Vrijstelling voorwerpen van kunst en wetenschap forfaitair rendement |
| Beschrijving: | Voorwerpen van kunst en wetenschap zijn vrijgesteld van de grondslag van de forfaitaire rendementsheffing, tenzij zij hoofdzakelijk als belegging dienen. |
| Doelstelling: | Voorkomen dat de heffing over dit soort voorwerpen een negatieve invloed zou hebben op het koopgedrag van particulieren. Een uitzondering wordt gemaakt voor voorwerpen van kunst en wetenschap die hoofdzakelijk te belegging worden aangehouden, aangezien een vrijstelling hiervoor een ongerechtvaardigde bevoordeling zou zijn ten opzichte van andere beleggingen. |
| Ministerie: | OCW |
| Evaluatie: | – |
| Regeling: | Vrijstelling groen beleggen forfaitair rendement. Heffingskorting groen beleggen |
| Beschrijving: | De vrijstelling groen beleggen vormt tezamen met de vrijstelling sociaal-ethisch beleggen de vrijstelling maatschappelijk beleggen. Op grond van deze regeling is 55 145 euro aan groene en sociaal-ethische beleggingen vrijgesteld van box 3-heffing. De heffingskorting voor groene beleggingen bedraagt 1,3 procent van het gemiddelde bedrag van die beleggingen. |
| Doelstelling: | Stimuleren van investeringen en beleggingen in groene (milieuvriendelijke) projecten. |
| Ministerie: | VROM |
| Evaluatie: | Evaluatie MIA, Vamil en Groen Beleggen 2000–2004, 2007, Kamerstuk 30 535, nr. 11. |
| Regeling: | Vrijstelling sociaal-ethisch beleggen forfaitair rendement Heffingskorting sociaal-ethisch beleggen |
| Beschrijving: | De vrijstelling sociaal-ethisch beleggen vormt tezamen met de vrijstelling groen beleggen de vrijstelling maatschappelijk beleggen. Op grond van deze regeling is 55 145 euro aan groene en sociaal-ethische beleggingen vrijgesteld van box 3-heffing. Sociaal-ethische beleggingen zijn beleggingen waarbij via sociaal-ethische fondsen wordt geïnvesteerd in specifieke aangewezen projecten in ontwikkelingslanden. De heffingskorting voor sociaal-ethische beleggingen bedraagt 1,3 procent van het gemiddelde bedrag van die beleggingen. |
| Doelstelling: | Stimuleren van investeringen in specifieke aangewezen sociaal-ethische projecten in ontwikkelingslanden. |
| Ministerie: | BUZA |
| Evaluatie: | – |
| Regeling: | Vrijstelling voor culturele beleggingen forfaitair rendement Heffingskorting cultureel beleggen |
| Beschrijving: | De vrijstelling voor culturele beleggingen vormt samen met de directe en indirecte beleggingen in durfkapitaal de vrijstelling durfkapitaal. Op grond van deze regeling worden culturele beleggingen en durfkapitaal beleggingen tot een bedrag van 55 145 euro niet tot het bezit in box 3 gerekend. De heffingskorting voor culturele beleggingen bedraagt 1,3 procent van het gemiddelde bedrag van die beleggingen. |
| Doelstelling: | Stimuleren van investeringen in specifieke aangewezen cultuurfondsen. |
| Ministerie: | OCW |
| Evaluatie: | – |
| Regeling: | Vrijstelling voor directe en indirecte beleggingen in durfkapitaal forfaitair rendement Heffingskorting durfkapitaal |
| Beschrijving: | De vrijstelling voor directe en indirecte beleggingen in durfkapitaal vormt samen met de vrijstelling voor culturele beleggingen de vrijstelling durfkapitaal. Op grond van deze regeling worden culturele beleggingen en durfkapitaal beleggingen tot een bedrag van 55 145 euro niet tot het bezit in box 3 gerekend. De heffingskorting voor directe beleggingen in durfkapitaal bedraagt 1,3 procent van het gemiddelde bedrag van die beleggingen. |
| Doelstelling: | Het stimuleren van investeringen in bedrijven van startende ondernemers en het bevorderen van de ondernemingszin. |
| Ministerie: | EZ |
| Evaluatie: | Evaluatie van de durfkapitaalregeling, Bureau Bartels B.V., 2005, Kamerstuk 30 300 XIII, nr. 57. |
| Regeling: | Vrijstelling spaarloon- en premiespaarregeling forfaitair rendement |
| Beschrijving: | Volgens deze regeling zijn (geblokkeerde) spaartegoeden, aandelenoptierechten, aandelen of winstbewijzen in het kader van een premiespaar- of spaarloonregeling (de eerste vier jaar na inhouding van de besparing) tot maximaal 17 025 euro vrijgesteld van heffing in box 3. |
| Doelstelling: | Stimuleren van spaarzin. |
| Ministerie: | SZW |
| Evaluatie: | – |
| Regeling: | Vrijstelling rechten op kapitaalsuitkering bij overlijden forfaitair rendement |
| Beschrijving: | Rechten op prestaties uit levensverzekering in verband met het overlijden van de belastingplichtige zijn vrijgesteld van de rendementsgrondslag in box 3 tot een maximum van 6 703 euro. De prestaties kunnen de vorm hebben van een kapitaalsuitkering of een uitkering in natura (het verzorgen van de uitvaart van de verzekeringnemer). |
| Doelstelling: | Vanuit sociaal oogpunt en vanwege de geringe waarde in het economische verkeer de rechten op uitkeringen van kapitaalverzekeringen ten gevolge van overlijden tot een maximum vrijstellen voor box 3. |
| Ministerie: | FIN |
| Evaluatie: | Evaluatierapport Vrijstelling rechten op kapitaalsuitkeringen bij overlijden in box 3, 2005, Kamerstuk 30 375, nr. 2, bijlage 11. |
| Regeling: | Vrijstelling rechten op bepaalde kapitaalsuitkeringen |
| Beschrijving: | Rente begrepen in een kapitaalsuitkering eigen woning is vrijgesteld van heffing in box 1 als de kapitaalsuitkering niet meer bedraagt dan 150 500 euro per persoon en gedurende tenminste 20 jaar jaarlijks premie wordt betaald. Wordt gedurende tenminste 15 jaar premie betaald, dan zijn de kapitaalsuitkeringen tot 34 100 euro per persoon vrijgesteld. De maxima van de vrijstellingen worden jaarlijks geïndexeerd. Kapitaalverzekeringen die niet zijn gekoppeld aan de eigen woning en uiterlijk 14 september 1999 zijn afgesloten zijn vrijgesteld van heffing in box 3 tot een bedrag van maximaal 123 428 euro per persoon. Dit maximum wordt niet geïndexeerd. De belastingplichtige mag er voor kiezen de kapitaalverzekering alsnog aan de eigen woning te koppelen. In dat geval geldt de vrijstelling in box 1 (met een jaarlijks geïndexeerd maximum). Kapitaalverzekeringen die niet zijn gekoppeld aan de eigen woning en die na 14 september 1999 zijn afgesloten, worden in beginsel belast in box 3. |
| Doelstelling: | Continuering van de stimulering van het sparen voor de opbouw van vermogen in de vorm van een eigen woning waar het gaat om de kapitaalverzekering eigen woning. De kapitaalverzekering anders dan voor de eigen woning, waarvoor een overgangsregeling geldt, had als doel het stimuleren van sparen. |
| Ministerie: | VROM |
| Evaluatie: | De aanpassing van deze belastinguitgave aan de systematiek van de Wet inkomstenbelasting 2001 is geëvalueerd in het Evaluatierapport Breder, lager, eenvoudiger? Een evaluatie van de belastingherziening 2001, 2005, Kamerstuk 30 375, nr. 2. |
| Regeling: | Aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld |
| Beschrijving: | Aan eigenaar-bewoners zonder schuld of met een lage schuld wordt een aftrek toegekend ter hoogte van het verschil tussen het eigenwoningforfait en de betaalde rente over de eigenwoningschuld. Hierdoor hoeven eigenaar-bewoners met geen of een lage schuld per saldo geen belasting te betalen over de inkomsten uit eigen woning. |
| Doelstelling: | Bevordering aflossing eigenwoningschuld en lastenverlichting eigenaar-bewoners met geen of een lage hypotheekschuld. |
| Ministerie: | VROM |
| Evaluatie: | – |
| Regeling: | Gedeeltelijke vrijstelling inkomsten uit kamerverhuur |
| Beschrijving: | Inkomsten uit verhuur van woonruimte, die geen zelfstandige woonruimte vormt en onderdeel is van het hoofdverblijf van de verhuurder, zijn vrijgesteld tot een bedrag van 4 262 euro per jaar. Voor toepassing is vereist dat zowel de huurder als de verhuurder op het woonadres staan ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie. Het vrijgestelde bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd met de huurontwikkeling. |
| Doelstelling: | Het vergroten van het particuliere kameraanbod, met name voor studenten. |
| Ministerie: | VROM |
| Evaluatie: | – |
| Regeling: | Aftrek kosten monumentenwoning |
| Beschrijving: | In de Wet IB 2001 is een bijzondere regeling voor monumentenwoningen bij de persoonsgebonden aftrek (hoofdstuk 6) opgenomen. • indien het een eigen woning betreft, kunnen de kosten, lasten en afschrijvingen van monumentenwoningen (niet zijnde renten van schulden, kosten van geldleningen en periodieke betalingen ingevolge de rechten van erfpacht, opstal of beklemming) in aftrek worden gebracht voor zover ze een bepaalde drempel overschrijden. Deze drempel bedraagt 0,75 procent van de waarde van de woning. • indien het een onroerende zaak betreft die in de heffingsgrondslag bij sparen en beleggen wordt betrokken, kunnen de onderhoudskosten in aftrek worden gebracht, verminderd met 4 procent van de waarde van de onroerende zaak in het economisch verkeer. De woning dient te zijn ingeschreven in de registers zoals bedoeld in de artikelen 6 en 7 van de Monumentenwet 1988. |
| Doelstelling: | Behoud van het culturele erfgoed. |
| Ministerie: | OCW |
| Evaluatie: | Evaluatie fiscale regelingen monumentenzorg, PricewaterhouseCoopers Advisory N.V., 2009. Kamerstuk 32 156, nr. 2. |
| Regeling: | Persoonsgebonden aftrekpost durfkapitaal |
| Beschrijving: | De persoonsgebonden aftrekpost geeft de mogelijkheid verliezen geleden op beleggingen in durfkapitaal in aftrek te brengen op respectievelijk inkomsten uit werk en woning, inkomsten uit box 3 en inkomsten uit aanmerkelijk belang (in die volgorde). |
| Doelstelling: | Het stimuleren van investeringen in bedrijven van startende ondernemers en het bevorderen van de ondernemingszin. |
| Ministerie: | EZ |
| Evaluatie: | Evaluatie van de durfkapitaalregeling, Bureau Bartels B.V., 2005, Kamerstuk 30 300 XIII, nr. 57. |
Overige regelingen
| Regeling: | Aftrek voor scholingsuitgaven (tot 2001 studiekosten) |
| Beschrijving: | Uitgaven ter zake van de opleiding of studie voor een beroep zijn onder voorwaarden aftrekbaar als persoonsgebonden aftrekpost voor zover het gezamenlijke bedrag hoger is dan 500 euro met een maximum van 15 000 euro. |
| Doelstelling: | Vergroting Nederlandse kennisinfrastructuur. |
| Ministerie: | OCW |
| Evaluatie: | Gebruik en effectiviteit van de aftrek scholingsuitgaven, SEO en Scholar (UvA), 2005, Kamerstuk 30 012, nr. 6. |
| Regeling: | Giftenaftrek |
| Beschrijving: | Met schriftelijke bescheiden gestaafde giften aan binnen het Rijk gevestigde kerkelijke, charitatieve, culturele, wetenschappelijke en het algemeen nut beogende instellingen zijn aftrekbaar. De aftrek bedraagt maximaal 10 procent van het verzamelinkomen vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek (IB) of 10 procent van de winst (Vpb). Voor giften in de vorm van lijfrenten geldt geen maximum (IB). Hierbij is echter vereist dat de gift geschiedt op basis van een bij notariële akte vastgelegde verplichting om gedurende ten minste 5 jaren schenkingen te doen. |
| Doelstelling: | Bevorderen van schenkingen aan charitatieve, kerkelijke, levensbeschouwelijke, culturele, wetenschappelijke en het algemeen nut beogende instellingen. |
| Ministerie: | FIN |
| Evaluatie: | Evaluatie giftenaftrek 1996–2006, Ministerie van Financiën, 2009, Kamerstuk 32 123 IXB, nr. 9. |
| Regeling: | Faciliteiten successiewet algemeen nut beogende instellingen en sociaal belang behartigende instellingen |
| Beschrijving: | Algemeen nut beogende instellingen zijn per 2006 en sociaal belang behartigende instellingen per 2010 geheel vrijgesteld van schenk- en erfbelasting. |
| Doelstelling: | Bevorderen van schenken en nalaten aan algemeen nut beogende instellingen en sociaal belang behartigende instellingen. |
| Ministerie: | FIN |
| Evaluatie: | Bij de parlementaire behandeling van de herziening van de successiewet is toegezegd dat in 2010 over de aangepaste regeling met de ANBI- en SBBI-sector evaluerend overleg zal worden gevoerd. |
Kostprijsverhogende belastingen
Energiebelasting (EB)
| Regeling: | Verlaagd tarief glastuinbouw |
| Beschrijving: | Voor verbruik van aardgas in de glastuinbouw geldt een lager tarief van de EB dan voor het overige gasverbruik. |
| Doelstelling: | De glastuinbouwsector vrijwaren van onevenredig hoge energielasten, gegeven de bijzondere concurrentiepositie van de sector en de moeilijkheden met de terugsluis naar de sector, waardoor ook na terugsluis een in vergelijking met andere sectoren substantiële lastenverzwaring resteert. Deze lastenverzwaring kan niet of moeilijk in de afzetprijzen worden verdisconteerd, omdat deze sector zich grotendeels op de export richt. |
| Ministerie: | LNV |
| Evaluatie: | Notitie fiscaliteit, landbouw- en natuurbeleid, 2002, Kamerstuk 28 207, nr. 1. |
| Regeling: | Teruggaaf gebouwen voor openbare erediensten |
| Beschrijving: | Voor gebouwen die actief voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningsbijeenkomsten van levensbeschouwelijke aard worden gebruikt kan de helft van de betaalde EB worden teruggevraagd. |
| Doelstelling: | Het doel is de beheerders van deze gebouwen gedeeltelijk te compenseren voor de door de energiebelasting verhoogde energielasten. De reden is dat kerken e.d. weinig betaald personeel hebben en geen vennootschapsbelasting betalen. Zij kunnen dus nauwelijks profiteren van de terugsluis van de energiebelasting in de vorm van verlaging van de lasten op arbeid en de vennootschapsbelasting. |
| Ministerie: | VROM |
| Evaluatie: | Evaluatie van de teruggaafregeling energiebelasting voor kerken en non-profit organisaties, 2005, Kamerstuk 30 375, nr. 2, bijlage 12. |
| Regeling: | Teruggaaf non-profitinstellingen |
| Beschrijving: | Non-profitinstellingen kunnen de helft van de betaalde EB terugvragen. |
| Doelstelling: | Het doel is deze instellingen gedeeltelijk te compenseren voor de door de energiebelasting verhoogde energielasten. De reden is dat deze instellingen weinig betaald personeel hebben en geen vennootschapsbelasting betalen. Zij kunnen dus nauwelijks profiteren van de terugsluis van de energiebelasting in de vorm van verlaging van de lasten op arbeid en de vennootschapsbelasting. |
| Ministerie: | VROM |
| Evaluatie: | Evaluatie van de teruggaafregeling energiebelasting voor kerken en non-profit organisaties, 2005, Kamerstuk 30 375, nr. 2, bijlage 12. |
| Regeling: | Vrijstellingen grootverbruik in de energiebelasting |
| Beschrijving: | Dit is een vrijstelling van energiebelasting voor het elektriciteitsgebruik boven de 10 miljoen kWh voor energie-intensieve bedrijven die deelnemen aan een convenant ter verbetering van de energie-efficiëntie. |
| Doelstelling: | Primair maakte de regeling deel uit van de beleidsarme implementatie van de Richtlijn Energiebelastingen per 1-1-2004. Secundair wordt deelname aan een convenant ter verbetering van de energie-efficiëntie bevorderd. |
| Ministerie: | EZ en MinFin |
| Evaluatie: | – |
Afvalstoffenbelasting (ASB)
| Regeling | Fiscale stimulering sanering oude stortplaatsen |
| Beschrijving | Op vergunning kan het lage ASB-tarief worden toegepast op afvalstoffen die afkomstig zijn uit de afgraving van een oude stortplaats. Deze regeling is gebudgetteerd, hieraan wordt invulling gegeven door het aantal af te geven vergunningen per jaar te beperken. |
| Doelstelling | Het stimuleren van de herontwikkeling van oude stortplaatsen door middel van afgraving. Herontwikkeling van oude stortplaatsen is wenselijk vanuit een oogpunt van risicobeheersing (milieu, gezondheid) en/of ruimtelijke ordening (ruimtegebrek, natuurlandschap). Herontwikkeling van oude stortplaatsen door middel van afgraving heeft als voordeel dat eeuwigdurende monitoring en nazorg van die stortplaats niet langer noodzakelijk is en meer hoogwaardige herontwikkeling kan plaatsvinden dan bij andere methoden. |
| Ministerie | VROM |
| Evaluatie | – |
Omzetbelasting – verlaagd tarief
| Regeling | Verlaagd tarief boeken, tijdschriften, week- en dagbladen. Verlaagd tarief bibliotheken (verhuur boeken), musea e.d. Verlaagd tarief digitale educatieve informatie op fysieke dragers Verlaagd tarief kermissen, attractieparken, sportwedstrijden en -accommodatie Verlaagd tarief circussen, bioscopen, theaters en concerten |
| Beschrijving: | In plaats van het normale BTW-tarief van 19 procent geldt voor leveringen van deze goederen of diensten het verlaagde tarief van 6 procent. |
| Doelstelling: | Bevorderen van cultuur, kennisvermeerdering, recreatie en sport c.q. ondersteuning van de desbetreffende sectoren. |
| Ministerie: | OC&W, VWS |
| Evaluatie: | De evaluatie van BTW-regelingen op het gebied van cultuur, 2009, Kamerstuk 31 700 VIII, nr. 147. |
| Regeling | Verlaagd tarief sierteelt |
| Beschrijving: | In plaats van het normale BTW-tarief van 19 procent geldt voor leveringen van deze goederen het verlaagde tarief van 6 procent. |
| Doelstelling: | Stimuleren van binnenlandse vraag naar sierteeltproducten c.q. ondersteunen van desbetreffende sector. |
| Ministerie: | LNV |
| Evaluatie: | Beleidsevaluatie btw-regeling sierteeltproducten, LEI, 2007, Kamerstuk 31 200 XIV, nr. 157. |
| Regeling: | Verlaagd tarief arbeidsintensieve diensten |
| Beschrijving: | Verlaagd BTW-tarief van 6 procent voor diensten van: kappers, fietsenmakers, schoenmakers, kleermakers en schilders/stukadoors met betrekking tot woningen ouder dan 2 jaar, aannemers/bouwbedrijven m.b.t. bepaalde isolatiewerkzaamheden en het schoonmaken van het interieur van woningen. In het Belastingplan 2011 wordt voorgesteld om het verlaagde BTW-tarief tijdelijk van toepassing te laten zijn op arbeidskosten bij renovatie van woningen. Het verlaagde BTW-tarief op arbeidskosten bij renovatie van woningen geldt van 1 oktober 2010 tot 1 juli 2011. |
| Doelstelling: | Bevorderen van werkgelegenheid in de desbetreffende sectoren en ter bestrijding van het zwarte circuit. |
| Ministerie: | SZW |
| Evaluatie: | Research voor Beleid (2000–2002), Centraal Planbureau (2003), Europese Commissie (2003). |
| Regeling: | Verlaagd tarief vervoer van personen (w.o. openbaar vervoer) |
| Beschrijving: | In plaats van het normale BTW-tarief van 19 procent geldt voor leveringen van deze goederen of diensten het verlaagde tarief van 6 procent. |
| Doelstelling: | Stimuleren en ondersteunen van het openbaar vervoer. |
| Ministerie: | V&W |
| Evaluatie: | Gepland voor 2010/2011. |
| Regeling: | Verlaagd tarief logiesverstrekking (incl. kamperen) Verlaagd tarief voedingsmiddelen horeca |
| Beschrijving: | In plaats van het normale BTW-tarief van 19 procent geldt voor leveringen van deze goederen of diensten het verlaagde tarief van 6 procent. |
| Doelstelling: | Stimuleren van (internationale) toerisme c.q. ondersteunen van de desbetreffende sector en voorkomen administratieve moeilijkheden. |
| Ministerie: | EZ |
| Evaluatie: | Gepland voor 2010/2011. |
Omzetbelasting – vrijstellingen
| Regeling | Vrijstelling sportclubs |
| Beschrijving: | Vrijgesteld zijn de diensten door niet winstbeogende organisaties die zich de beoefening van sport of de bevordering daarvan ten doel stellen aan hun leden. Het gaat vooral om contributie- en lesgelden. Deze vrijstelling is binnen de EU verplicht. |
| Doelstelling: | Stimuleren of ondersteunen van sportclubs, verminderen van administratieve lasten. |
| Ministerie: | VWS |
| Evaluatie: | – |
| Regeling: | Vrijstelling post |
| Beschrijving: | Vrijgesteld zijn diensten, bestaande uit brieven tot een bepaald gewicht en de daarmee gepaard gaande leveringen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Postwet die worden verricht door TPG. Door de jaren heen is de vrijstelling steeds verder beperkt. Op Europees niveau bestaat het streven deze diensten in de toekomst geheel te liberaliseren. De vrijstelling geldt alleen voor een verlener van de universele postdienst. Op 5 juni 2007 heeft de Tweede Kamer ingestemd met het wetsvoorstel Postwet. Dit wetsvoorstel voorziet in een volledige liberalisatie van de Nederlandse postmarkt. |
| Doelstelling: | Het voorkomen van administratieve lasten. |
| Ministerie: | EZ |
| Evaluatie: | – |
| Regeling: | Vrijstelling vakbonden, werkgeversorganisaties, politieke partijen en kerken |
| Beschrijving: | Vrijgesteld zijn de diensten en daarmee nauw samenhangende leveringen door werkgevers- en werknemersorganisaties, alsmede door organisaties van politieke, godsdienstige, vaderlandslievende, levensbeschouwelijke of liefdadige aard aan hun leden tegen een statutair vastgestelde contributie. Deze vrijstelling is binnen de Europese Unie verplicht. |
| Doelstelling: | Stimuleren of ondersteunen van bedoelde organisaties en instellingen en verminderen van administratieve lasten. |
| Ministerie: | FIN |
| Evaluatie: | – |
| Regeling: | Vrijstelling fondswerving |
| Beschrijving: | Vrijstelling van bijkomstige activiteiten van vrijgestelde organisaties en instellingen, die zij ontplooien ter verwerving van de voor hun vrijgestelde doelstelling benodigde middelen. Om te waarborgen dat deze prestaties geen ernstige verstoring van concurrentieverhoudingen veroorzaken, is de vrijstelling beperkt tot omzetgrenzen van 68 067 euro per jaar voor leveringen en 22 689 euro per jaar voor diensten (31 765 euro voor sportclubs). |
| Doelstelling: | Stimuleren of ondersteunen van bedoelde organisatie en instellingen en verminderen van administratieve lasten. |
| Ministerie: | FIN |
| Evaluatie: | – |
Omzetbelasting – Speciale regelingen
| Regeling: | Kleine-ondernemersregeling |
| Beschrijving: | Ingeval de jaarlijks af te dragen BTW een bepaald bedrag niet te boven gaat, kan afdracht achterwege blijven. Voorts kunnen ondernemers die onder de regeling vallen ook geheel van hun administratieve verplichtingen worden ontheven. In dat geval mogen zij de omzetbelasting niet als afzonderlijke post op de facturen aan hun afnemers vermelden. |
| Doelstelling: | Stimuleren en ondersteunen van kleine ondernemers en verminderen van administratieve lasten. |
| Ministerie: | EZ |
| Evaluatie: | – |
| Regeling: | Landbouwregeling in de BTW |
| Beschrijving: | Landbouwers die gebruik maken van de landbouwregeling worden buiten de normale BTW-heffing gehouden. Zij brengen hun afnemers geen BTW in rekening over hun landbouwprestaties, maar hebben ook geen recht op aftrek van BTW over hun inkopen. De zakelijke afnemers van deze landbouwers hebben niettemin recht op aftrek van een forfaitair BTW-bedrag (landbouwforfait) als compensatie voor de in de verkoopprijs verdisconteerde niet aftrekbare BTW, die de landbouwer over zijn inkopen heeft betaald. De landbouwregeling is facultatief; de keuze om de regeling wel of niet toe te passen geldt telkens voor 5 jaar. Deze regeling heeft een historische achtergrond. |
| Doelstelling: | Voorkomen van het moeten voeren van een BTW-administratie. |
| Ministerie: | LNV |
| Evaluatie: | Notitie fiscaliteit, landbouw- en natuurbeleid, januari 2002. De evaluatie van de regelingen voor de landbouw, Tweede Kamer, vergaderjaar 2008–2009, 31 727, nr. 1. |
Accijnzen
| Regeling: | Verlaagd tarief kleine brouwerijen |
| Beschrijving: | Bier afkomstig van kleine brouwerijen – productie niet meer dan 200 000 hectoliter bier per jaar – heeft een vermindering op het tarief van 7,5 procent. |
| Doelstelling: | De kortingsregeling had tot 1992 in de toen geldende heffingsystematiek als doel het nadeel van een effectief hogere accijnsdruk voor kleine brouwerijen te voorkomen. In de met ingang van 1992 geldende heffingsystematiek is zonder kortingsregeling sprake van een gelijke accijnsdruk voor grote en kleine brouwerijen. Om de overgang van de oude naar de huidige structuur zo soepel mogelijk te laten verlopen, is destijds besloten de regeling in stand te houden. Toepassing van de korting maakt ongeveer 1,1 procent van de kostprijs uit. |
| Ministerie: | EZ |
| Evaluatie: | Evaluatierapport Belastinguitgaven op het terrein van de accijnzen, Ministerie van Financiën, 2008, Kamerstuk 31 200 IXB, nr 18. |
| Regeling: | Vrijstelling communautaire wateren |
| Beschrijving: | Op grond van artikel 14, eerste lid, onderdeel c, van Richtlijn 2003/96/EG van de Raad alsmede internationale afspraken (Akte van Mannheim) wordt voor leveringen van motorbrandstof aan de commerciële scheepvaart vrijstelling van accijns verleend. Wel kan de vrijstelling |
| worden opgeschort middels een bilaterale overeenkomst met een andere lidstaat. Hiervan is tot op heden geen gebruik gemaakt. Ook kan de vrijstelling worden | |
| beperkt tot het internationale en intracommunautaire vervoer. De budgettaire derving aan belastinginkomsten ten gevolge van de vrijstelling communautaire wateren is niet gelijk aan de opbrengst in het geval dat deze vrijstelling zou worden opgeheven. Accijns wordt alleen geheven voor zover het verbruik in Nederland plaatsvindt. De budgettaire derving bestaat dan met name uit de accijns over de motorbrandstof die wordt gebruikt voor het varen op Nederlandse wateren. | |
| Onder de vrijstelling communautaire wateren zijn ook de leveringen begrepen van motorbrandstof voor de internationale zeescheepvaart. Deze kunnen worden beschouwd als uitvoer. Omdat deze motorbrandstof niet wordt verbruikt in Nederland is geen accijns verschuldigd. Zou wel accijns zijn betaald, dan kan op verzoek teruggaaf hiervan worden verleend. | |
| Niettegenstaande het voorgaande is om praktische redenen als grondslag voor de raming van de budgettaire derving ten gevolge van de vrijstelling communautaire wateren uitgegaan van het totaal aantal liters gasolie en het totaal aantal kilogrammen stookolie dat is gebunkerd in Nederland. | |
| Doelstelling: | Voorkoming van verstoring internationale concurrentieverhoudingen. |
| Ministerie: | V&W |
| Evaluatie: | Evaluatierapport Belastinguitgaven op het terrein van de accijnzen, Ministerie van Financiën, 2008, Kamerstuk 31 200 IXB, nr. 18. |
| Regeling: | Vrijstelling luchtvaartuigen |
| Beschrijving: | Vrijgesteld zijn minerale oliën die worden gebruikt voor de aandrijving van luchtvaartuigen. De vrijstelling is vanaf 1 januari 1993 gegrond op artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van richtlijn 92/81/EEG (de zogenoemde structuurrichtlijn minerale oliën) en sinds 1 januari 2004 op artikel 14, eerste lid, onderdeel b, van richtlijn |
| 2003/96/EG (de richtlijn belasting op energieproducten). Het gaat om een verplichte vrijstelling. Op grond van internationale verdragen is het commerciële luchtverkeer vrijgesteld. Binnenlandse vluchten kunnen en worden belast. Intracommunautaire vluchten kunnen alleen worden belast voor zover de lidstaten tussen welke de vlucht plaatsvindt daartoe een bilaterale overeenkomst sluiten.Hiervan is tot op heden geen gebruik gemaakt. Ook kan de vrijstelling worden beperkt tot het internationale en intracommunautaire vervoer. Nederland heeft hiervoor gekozen door het gebruik van motorbrandstof voor binnenlandse vluchten (andere dan militaire vluchten) te belasten. | |
| De budgettaire derving aan belastinginkomsten ten gevolge van de vrijstelling luchtvaart is niet gelijk aan de opbrengst in het geval dat deze vrijstelling zou worden opgeheven. Onder de vrijstelling luchtvaart zijn ook de leveringen begrepen van motorbrandstof voor de internationale luchtvaart. Deze kunnen worden beschouwd als uitvoer. Omdat deze motorbrandstof niet wordt verbruikt in Nederland is geen accijns verschuldigd. Zou wel accijns zijn betaald, dan kan op verzoek teruggaaf hiervan worden verleend. | |
| Accijns wordt alleen geheven voor zover het verbruik in Nederland plaatsvindt. Als budgettaire derving zou daarom kunnen worden gezien de accijns over de motorbrandstof die wordt gebruikt voor het vliegen in het Nederlandse luchtruim ten behoeve van een internationale of intracommunautaire vlucht. | |
| Niettegenstaande het voorgaande is om praktische redenen als grondslag voor de raming van de budgettaire derving ten gevolge van de vrijstelling luchtvaart uitgegaan van het totaal aantal liters halfzware olie (Jet fuel) dat is gebunkerd in Nederland. | |
| Doelstelling: | Voorkoming van verstoring internationale concurrentieverhoudingen (verplichte vrijstelling op grond van internationale verdragen). |
| Ministerie: | V&W |
| Evaluatie: | Evaluatierapport Belastinguitgaven op het terrein van de accijnzen, Ministerie van Financiën, 2008, Kamerstuk 31 200 IXB, nr. 18. |
| Regeling: | Tariefdifferentiatie tractoren en mobiele werktuigen |
| Beschrijving: | Voor dieselolie geldt een tariefdifferentiatie naar gelang het gebruik als motorbrandstof door het wegverkeer (de zogenoemde blanke dieselolie) en het gebruik anders dan door het wegverkeer (verwarming en gebruik buiten de weg; de zogenoemde rode dieselolie). |
| Doelstelling: | De tariefdifferentiatie is terug te voeren op het onderscheid dat al in 1962 werd gemaakt tussen gasolie gebruikt voor het wegverkeer (blanke diesel) en gasolie gebruikt in particuliere huishoudens voor verwarmingsdoeleinden (zogenoemde huisbrandolie, ook aangeduid als rode diesel). Voor laatstbedoeld gebruik bestond een vrijstelling. In 1972 werd de accijns voor blanke diesel verhoogd. De accijns op rode diesel werd op een lager niveau vastgesteld. Het toepassingsgebeid van dit verlaagde tarief werd aanvankelijk uitgebreid tot voertuigen die geen gebruik maken van de openbare weg en landbouwtractoren, die slechts bijkomstig gebruik maken van de openbare weg. Later vond een uitbreiding plaats naar andere voertuigen die slechts bijkomstig van de openbare weg gebruik maken. |
| Ministerie: | LNV |
| Evaluatie: | Evaluatierapport Belastinguitgaven op het terrein van de accijnzen, Ministerie van Financiën, 2008, Kamerstuk 31 200 IXB, nr. 18. Gebruik van Rode Diesel, tariefdifferentiatie tractoren en mobiele werktuigen, Ecorys Nederland BV, 2010, Kamerstuk 31 492, nr. 20. |
Belasting op personenauto’s en motorrijwielen
| Regeling: | Teruggaaf ambulances |
| Beschrijving: | Houders van personenauto’s, motorrijwielen en bestelauto’s die uitsluitend worden gebruikt voor het vervoer van zieken en ongevalslachtoffers in het kader van de uitoefening van de ambulancetaak, krijgen de betaalde BPM terug. De motorrijtuigen dienen uiterlijk als zodanig herkenbaar te zijn. |
| Doelstelling: | Dienen van het algemene belang. |
| Ministerie: | VWS |
| Evaluatie: | Evaluatierapport Het dienen van het algemene nut in de MRB en BPM, 2006, Kamerstuk 30 300 IXB, nr. 32. |
| Regeling: | Teruggaaf taxi’s |
| Beschrijving: | Houders van personenauto’s die geheel of nagenoeg geheel worden gebruikt voor taxivervoer of openbaar vervoer en waarvoor een taxi of openbaar vervoervergunning is afgegeven, krijgen de betaalde BPM terug. |
| Doelstelling: | Stimuleren openbaar vervoer. |
| Ministerie: | V&W |
| Evaluatie: | Evaluatierapport Openbaar vervoer en taxivervoer in de MRB en BPM, 2006, Kamerstuk 30 300 IXB, nr. 32. |
| Regeling: | Uitbreiding bonus zuinige auto’s |
| Beschrijving: | De bestaande BPM-korting van 500 euro voor zuinige auto’s zijn in 2010 verhoogd tot 700 euro. Een verdere verhoging naar 750 euro in 2010 en een uitbreiding van de definitie van zuinige auto’s (alle auto’s met een CO2-uitstoot van maximaal 120 g/km) is bekostigd door verhoging van de CO2-tarieven. |
| Doelstelling: | De regeling heeft tot doel om de aanschaf van zuinige auto’s te bevorderen. |
| Ministerie: | VROM |
| Evaluatie: | – |
| Regeling: | Stimulans Euro-6 dieselpersonenauto’s |
| Beschrijving: | Voor dieselauto’s die aan de Euro-6 norm voldoen wordt een korting op de BPM gegeven, 1 500 euro in 2011, 1 000 euro in 2012 en 500 euro in 2013. |
| Doelstelling: | Stimuleren van de verkoop van Euro-6 dieselauto’s. |
| Ministerie: | VROM |
| Evaluatie | – |
Motorrijtuigenbelasting
| Regeling: | Nihiltarief OV-bussen op LPG |
| Beschrijving: | Voor autobussen die hoofdzakelijk worden gebruikt voor het openbaar vervoer en rijden op LPG geldt een nihiltarief MRB. |
| Doelstelling: | Bevordering milieuvriendelijke vervoerswijzen. |
| Ministerie: | VROM en V&W |
| Evaluatie: | Evaluatierapport Openbaar vervoer en taxivervoer in de MRB en BPM, 2006, Kamerstuk 30 300 IXB, nr. 32. |
| Regeling | Vrijstelling motorrijtuigen van 25 jaar of ouder |
| Beschrijving: | Voor motorrijtuigen van 25 jaar en ouder wordt vrijstelling van motorrijtuigenbelasting verleend. Als gevolg van de motie Cramer geldt deze vrijstelling niet meer voor auto’s die na 1 januari 2012 ouder worden dan 25 jaar. |
| Doelstelling: | Samenhangend met ingevoerde houderschapsstelsel. |
| Ministerie: | FIN |
| Evaluatie: | Het beperkte en ondergeschikte gebruik van de weg in de MRB, 2007, Kamerstuk 30 800 IXB, nr. 17 en 39. |
| Regeling | Vrijstelling taxi’s en openbaar vervoer |
| Beschrijving: | Voor personenauto’s die geheel of nagenoeg geheel worden gebruikt voor taxivervoer of openbaar vervoer en waarvoor een taxi- of openbaar vervoervergunning is afgegeven, wordt vrijstelling van motorrijtuigenbelasting verleend. |
| Doelstelling: | Bevorderen van openbaar vervoer. |
| Ministerie: | V&W |
| Evaluatie: | Evaluatierapport «Openbaar vervoer en taxivervoer in de MRB en BPM, 2006, Kamerstuk 30 300 IXB, nr. 32. |
| Regeling | Vrijstelling reinigingsdiensten |
| Beschrijving: | Voor motorrijtuigen die uitsluitend worden gebruikt als vuilniswagens, kolkenzuigers en straatveegwagens wordt vrijstelling van motorrijtuigenbelasting verleend. |
| Doelstelling: | Dienen van het algemene belang. |
| Ministerie: | FIN |
| Evaluatie: | Evaluatierapport Het dienen van het algemene nut in de MRB en BPM, 2006, Kamerstuk 30 300 IXB, nr. 32. |
| Regeling | Vrijstelling wegenbouw |
| Beschrijving: | Voor motorrijtuigen die uitsluitend worden gebruikt voor de aanleg en onderhoud van wegen, wordt vrijstelling van motorrijtuigenbelasting verleend. |
| Doelstelling: | Dienen van het algemene belang. |
| Ministerie: | V&W |
| Evaluatie: | Evaluatierapport Het dienen van het algemene nut in de MRB en BPM, 2006, Kamerstuk 30 300 IXB, nr. 32. |
| Regeling | Vrijstelling ambulances |
| Beschrijving: | Voor ambulances en voor andere motorrijtuigen, die uitsluitend worden gebruikt in het kader van de uitoefening van de ambulancetaak, wordt vrijstelling van motorrijtuigenbelasting verleend. |
| Doelstelling: | Dienen van het algemene belang. |
| Ministerie: | VWS |
| Evaluatie: | Evaluatierapport Het dienen van het algemene nut in de MRB en BPM, 2006, Kamerstuk 30 300 IXB, nr. 32. |
| Regeling | Nihiltarief zeer zuinige auto’s |
| Beschrijving: | In de motorrijtuigenbelasting geldt in 2009 voor zeer zuinige auto’s (CO2-uitstoot dieselauto’s maximaal 95 gram en CO2-uitstoot overige auto’s maximaal 110 gram) een kwarttarief. Vanaf 1 januari 2010 geldt voor deze auto’s een nihiltarief |
| Doelstelling: | Bevorderen van het gebruik van milieuvriendelijker motorrijtuigen. |
| Ministerie: | FIN |
| Evaluatie: | – |
| Regeling | Overige vrijstellingen |
| Beschrijving: | Diverse vrijstellingen van motorrijtuigenbelasting, onder meer voor lijkwagens en dierenambulances. |
| Doelstelling: | Dienen van het algemeen belang of gering gebruik van de weg. |
| Ministerie: | FIN |
| Evaluatie: | Evaluatierapport Het dienen van het algemene nut in de MRB en BPM, 2006, Kamerstuk 30 300 IXB, nr. 32. Het beperkte en ondergeschikte gebruik van de weg in de MRB, 2007, Kamerstuk 30 800 IXB, nr. 17. |
Belasting op zware motorrijtuigen (eurovignet)
| Regeling: | Teruggaaf internationaal gecombineerd vervoer |
| Beschrijving: | Vrachtauto’s met een toegestane maximum massa van 12 ton of meer die het grootste deel van de route per trein afleggen, kunnen op verzoek (een deel van) het betaalde eurovignetbedrag terugkrijgen. De teruggaaf is gebaseerd op een Europese richtlijn. |
| Doelstelling: | Stimulering van het goederenvervoer per spoor. |
| Ministerie: | V&W |
| Evaluatie: | – |
Overdrachtsbelasting
| Regeling: | Vrijstelling bedrijfsoverdracht aan de volgende generatie |
| Beschrijving: | Vrijgesteld van overdrachtsbelasting is de verkrijging door een of meer (pleeg)kinderen, kleinkinderen, (half- en pleeg)broers, (half- en pleeg)zusters, of hun echtgenoten, van goederen die behoren tot en dienstbaar zijn aan een onderneming van de ouder of de grootouder, welke wat de bedrijfsvoering betreft, in haar geheel (al dan niet in fasen) door dat kind of die kinderen wordt voortgezet. |
| Doelstelling: | Niet belemmeren (stimuleren) van overdracht onderneming aan de volgende generatie. |
| Ministerie: | EZ |
| Evaluatie: | Met betrekking tot de evaluatie van deze regeling is medio 2010 een brief verstuurd naar de Tweede Kamer met als strekking dat voorlopig wordt afgezien van een evaluatie. |
| Regeling: | Vrijstelling overdrachtsbelasting stedelijke herstructurering |
| Beschrijving: | De vrijstelling stedelijke herstructurering bestaat uit drie regelingen, te weten: de per 1 januari 2003 ingevoerde vrijstelling in de overdrachtsbelasting die het mogelijk maakt voor wijkontwikkelingsmaatschappijen huizen te verkrijgen zonder overdrachtsbelasting; de per 1 januari 2005 ingevoerde vrijstelling in de overdrachtsbelasting die het voor woningcorporaties mogelijk maakt om ter financiering van stedelijk herstructurering huizen zonder overdrachtsbelasting over te dragen aan een landelijk werkende toegelaten instelling en de per 1 januari 2006 ingevoerde vrijstelling in de overdrachtsbelasting die ertoe strekt de verkrijging van onroerende zaken van wijkontwikkelingsmaatschappijen door de deelnemers in zo’n wijkontwikkelingsmaatschappij in bepaalde situaties vrij te stellen van overdrachtsbelasting. |
| Doelstelling: | Stimulering stedelijke herstructurering. |
| Ministerie: | VROM |
| Evaluatie: | – |
| Regeling: | Vrijstelling landinrichting |
| Beschrijving: | Vrijgesteld is de verkrijging bij akte van vrijwillige of gedwongen landinrichting in het kader van de Landinrichtingswet, de Ruilverkavelingswet 1954 en enkele andere vergelijkbare wetten. Deze vrijstelling kent voorwaarden en geldt ook voor bedrijfsopstallen en woningen. |
| Doelstelling: | Het versterken van de economische structuur van de land- en tuinbouwsector. |
| Ministerie: | LNV |
| Evaluatie: | De evaluatie van de regelingen voor de landbouw, Tweede Kamer, vergaderjaar 2008–2009, 31 727, nr. 1. |
| Regeling: | Vrijstelling Bureau Beheer Landbouwgronden |
| Beschrijving: | Vrijstelling bij verkrijging door het Bureau Beheer Landbouwgronden. |
| Doelstelling: | Het versterken van de economische structuur van de land- en tuinbouwsector. |
| Ministerie: | LNV |
| Evaluatie: | De evaluatie van de regelingen voor de landbouw, Tweede Kamer, vergaderjaar 2008–2009, 31 727, nr. 1. |
| Regeling: | Vrijstelling monumenten |
| Beschrijving: | Vrijstelling bij verkrijging van monumenten door erkende instellingen. |
| Doelstelling: | Bevorderen van de instandhouding van (rijks)monumenten (monumentenbehoud). Per 1 januari 2010 is deze regeling afgeschaft. |
| Ministerie: | OCW |
| Evaluatie: | Evaluatie fiscale regelingen monumentenzorg, PricewaterhouseCoopers Advisory N.V., 2009. Kamerstuk 32 156, nr. 2. |
| Regeling: | Vrijstelling cultuurgrond |
| Beschrijving: | Vrijgesteld is de verkrijging van cultuurgrond. Hieronder wordt verstaan 1) verkrijging van naburige landerijen, mits sprake is van verbetering van de landbouwstructuur, 2) verkrijging van landerijen door ruiling, 3) verkrijging in het kader van hervestiging van een landbouwbedrijf vanuit een landinrichtingsgebied, 4) verkrijging bij hervestiging van een glastuinbouwbedrijf. |
| Doelstelling: | Versterking economische structuur van de land- en tuinbouwsector. |
| Ministerie: | LNV |
| Evaluatie: | De evaluatie van de regelingen voor de landbouw, Tweede Kamer, vergaderjaar 2008–2009, 31 727, nr. 1. |
| Regeling: | Vrijstelling natuurgrond |
| Beschrijving: | Vrijgesteld is de verkrijging van natuurgrond. |
| Doelstelling: | Bevorderen en behoud van natuurschoon. |
| Ministerie: | LNV |
| Evaluatie: | – |
