| Rijksbegroting | Overzicht | Voorbereiding | Uitvoering | Verantwoording | |
|---|---|---|---|---|---|
| 2010 |
| ||||
1 EMU-SALDO
Bijlagen 1 en 2 zijn dit jaar op een andere manier vormgegeven. Op deze manier kan een betere aansluiting worden gemaakt tussen de tabellen in hoofdstuk 4 van de Miljoenennota en de cijfers die zijn opgenomen in de verschillende bijlagen en begrotingshoofdstukken. De totale collectieve uitgaven en inkomsten zijn het uitgangspunt van de nieuwe opzet van bijlage 1. Vanuit deze cijfers worden vervolgens het EMU-saldo en de uitgavenkaders berekend. In alle tabellen is opgenomen waar de verschillende cijfers terug te vinden zijn. In bijlage 1 vindt de opbouw naar het EMU-saldo plaats. In bijlage 2 wordt een aansluiting gemaakt van de totale netto rijksuitgaven naar de verschillende uitgavenkaders. Daarnaast is het overzicht van de gasbaten nieuw.
De collectieve uitgaven bestaan uit de begrotingsuitgaven van het Rijk, de premiegefinancierde uitgaven van de sociale fondsen59 en de uitgaven van de lokale overheden. Hetzelfde geldt voor de collectieve inkomsten. Omdat zowel de inkomsten als de uitgaven op de verschillende begrotingen op kasbasis worden gerapporteerd, moet gecorrigeerd worden voor kas transverschillen (ktv’s), aangezien het EMU-saldo een begrip op transbasis is. Daarnaast tellen financiële transacties (zoals de aankoop van Fortis/ABN-AMRO) niet mee in het EMU-saldo, maar alleen in de EMU-schuld.
Om dubbeltellingen te voorkomen, moeten de onderlinge betalingen van het totaal worden afgetrokken (zowel bij de collectieve uitgaven als bij de collectieve inkomsten). Een voorbeeld van een onderlinge betaling van het Rijk aan de lokale overheden is de Wet Werk en Bijstand (WWB). Het Rijk neemt dit op als een uitgave, terwijl de lokale overheden dit als inkomsten boeken, waarmee zij op hun beurt uitgaven bekostigen. Om uitgaven niet twee keer mee te nemen, wordt hiervoor gecorrigeerd in de vorm van een consolidatiepost.
| Tabel 1.1 EMU-saldo collectieve sector (in € miljard) | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| 2008 | 2009* | 2010* | 2011 | bron | |
| Inkomsten Rijk | 167 639 | 164 646 | 159 464 | 159 670 | |
| w.v. belastingontvangsten | 138 068 | 129 268 | 131 638 | 137 690 | zie tabel 3.4.1 |
| w.v. niet-belastingontvangsten | 28 475 | 35 155 | 29 211 | 28 796 | zie tabel 2.2 |
| w.v. ktv’s en financiële transacties | 1 097 | 223 | – 1 386 | – 6 817 | zie tabel 2.11 |
| Inkomsten sociale fondsen | 98 002 | 93 613 | 97 831 | 102 933 | zie tabel 1.4 |
| Inkomsten lokale overheden | 90 096 | 92 720 | 94 356 | 98 075 | zie tabel 1.5 |
| Consolidatie: Rijk aan sociale fondsen** | – 14 236 | – 18 361 | – 17 367 | – 17 719 | zie tabel 1.4 |
| Consolidatie: Rijk aan lokale overheden | – 65 604 | – 68 900 | – 69 285 | – 70 270 | zie tabel 1.5 |
| Inkomsten collectieve sector | 275 897 | 263 718 | 264 998 | 272 688 | |
| Uitgaven Rijk | 164 731 | 180 364 | 184 018 | 184 988 | |
| w.v. uitgaven begrotingen | 209 381 | 192 202 | 194 778 | 194 228 | zie tabel 2.1 |
| w.v. ktv’s en financiële transacties | – 44 650 | – 11 838 | – 10 760 | – 9 239 | zie tabel 2.11 |
| Uitgaven sociale fondsen | 94 131 | 101 869 | 105 520 | 108 818 | zie tabel 1.4 |
| Uitgaven lokale overheden | 92 675 | 96 415 | 98 645 | 100 125 | zie tabel 1.5 |
| Consolidatie: Rijk aan sociale fondsen** | – 14 236 | – 18 361 | – 17 367 | – 17 719 | zie tabel 1.4 |
| Consolidatie: Rijk aan lokale overheden | – 65 604 | – 68 900 | – 69 285 | – 70 270 | zie tabel 1.5 |
| Uitgaven collectieve sector | 271 697 | 291 388 | 301 530 | 305 942 | |
| EMU-saldocollectieve sector | 4 200 | – 27 670 | – 36 533 | – 33 253 | |
* De ramingen voor 2009 en 2010 zijn gebaseerd op de Macro Economische Verkenning (MEV) 2010 van het CPB. Voor 2011 zijn geen actuele ramingen over de economie beschikbaar. De ramingen voor dit jaar zijn gebaseerd op extrapolaties van 2010.
** De onderlinge betalingen tussen Rijk en sociale fondsen bestaan uit de rijksbijdragen, de rentebaten en de rente-uitgaven (zie tabel 1.4).
Tabel 1.2 bevat de EMU-saldi van de drie samenstellende delen van de collectieve sector. Deze saldi kunnen ook worden berekend door in tabel 1.1 de uitgaven van de inkomsten af te trekken.
| Tabel 1.2 Opbouw EMU-saldo collectieve sector (in € miljard) | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | bron | |
| EMU-saldocentrale overheid | 2 908 | – 15 718 | – 24 555 | – 25 319 | zie tabel 1.3 |
| EMU-saldo sociale fondsen | 3 871 | – 8 256 | – 7 689 | – 5 884 | zie tabel 1.4 |
| EMU-saldo lokale overheden | – 2 579 | – 3 695 | – 4 289 | – 2 050 | zie tabel 1.5 |
| EMU-saldo collectieve sector | 4 200 | – 27 670 | – 36 533 | 33 253 | |
| EMU-saldocollectieve sector (in % bbp) | 0,7% | – 4,8% | – 6,3% | – 5,6% | |
In de tabellen 1.3 tot en met 1.5 wordt per overheidslaag een onderbouwing voor het EMU-saldo gegeven.
| Tabel 1.3 EMU-saldo centrale overheid (in € miljard) | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | bron | |
| Belastinginkomsten | 138 068 | 129 268 | 131 638 | 137 690 | zie tabel 3.4.1 |
| Af: Netto begrotingsgefinancierde uitgaven RBG-eng | 103 499 | 107 750 | 111 973 | 111 729 | zie tabel 2.3 |
| Af: Netto begrotingsgefinancierde uitgaven SZA | 10 776 | 11 140 | 12 101 | 12 757 | zie tabel 2.4 |
| Af: Netto begrotingsgefinancierde uitgaven BKZ | 2 219 | 2 401 | 3 002 | 3 147 | zie tabel 2.5 |
| Af: Netto uitgaven niet-relevant voor enig kader* | 64 412 | 34 029 | 35 948 | 37 343 | zie tabel 2.10 |
| Af: Stimuleringspakket (excl. fiscale maatregelen) | 0 | 1 728 | 2 542 | 456 | |
| Bij: Ktv’s en financiële transacties | 45 747 | 12 061 | 9 374 | 2 423 | zie tabel 2.11 |
| EMU-saldo centrale overheid | 2 908 | – 15 718 | – 24 555 | – 25 319 | |
* Deze post bestaat onder andere uit de aardgasbaten, de uitgaven aan rente, FES, zorgtoeslag en de rijksbijdragen aan de sociale fondsen.
| Tabel 1.4 EMU-saldo sociale fondsen (in € miljard) | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | bron | |
| Premie-inkomsten | 83 767 | 75 246 | 80 347 | 85 021 | zie tabel 3.4.1 |
| Rijksbijdragen | 13 906 | 18 367 | 17 484 | 17 912 | |
| Rentebaten | 329 | 0 | 0 | 0 | |
| Inkomsten sociale fondsen | 98 002 | 93 613 | 97 831 | 102 933 | |
| Premiegefinancierde uitgaven SZA | 43 717 | 47 592 | 50 191 | 50 691 | zie tabel 2.4 |
| Premiegefinancierde uitgaven Zorg | 49 579 | 52 594 | 53 757 | 56 329 | zie tabel 2.5 |
| Rente-uitgaven | 0 | 6 | 117 | 193 | |
| Overig (m.n. administratiekosten zorgverzekeraars) | 836 | 1 677 | 1 455 | 1 604 | |
| Uitgaven sociale fondsen | 94 131 | 101 869 | 105 520 | 108 818 | |
| EMU-saldosociale fondsen | 3 871 | – 8 256 | – 7 689 | – 5 884 | |
| Tabel 1.5 EMU-saldo OPL (in € miljard) | ||||
|---|---|---|---|---|
| 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | |
| Belastinginkomsten* | 7 672 | 7 729 | 7 880 | 8 025 |
| Rijksbijdragen** | 65 604 | 68 900 | 69 285 | 70 270 |
| Overige inkomsten*** | 16 819 | 16 091 | 17 190 | 19 779 |
| Inkomsten lokale overheden | 90 096 | 92 720 | 94 356 | 98 075 |
| Uitgaven lokale overheden* | 92 675 | 96 415 | 98 645 | 100 125 |
| EMU-saldolokale overheden | – 2 579 | – 3 695 | – 4 289 | – 2 050 |
* De ramingen voor de belastinginkomsten en uitgaven van de lokale overheden zijn gebaseerd op de MEV 2010.
** Rijksbijdragen zijn bedoeld voor uitgaven die door de gemeente gedaan worden, maar (deels) bekostigd worden door het Rijk. Hierbij moet gedacht worden aan het GFPF, de WWB, WSW, BDU en het bijzonder onderwijs.
*** Overige inkomsten zijn de ontvangsten uit leges, eigen betalingen, rente, dividenden, etc.
| Tabel 1.6 Financieringsbehoefte Rijk (in € miljard) | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | bron | |
| EMU-saldo collectieve sector | 4 200 | – 27 670 | – 36 533 | – 33 253 | zie tabel 1.2 |
| Af: EMU-saldo sociale fondsen | 3 871 | – 8 256 | – 7 689 | – 5 884 | zie tabel 1.2 |
| Af: EMU-saldo lokale overheden | – 2 579 | – 3 695 | – 4 289 | – 2 050 | zie tabel 1.2 |
| Af: Ktv’s en financiële transacties | 45 747 | 12 061 | 9 374 | 2 423 | zie tabel 2.11 |
| Af: Overbruggingskrediet FBN/ABN | 49 141 | – 34 966 | 0 | 0 | zie tabel 4.1 |
| Af: Derdenrekening en overig | – 5 346 | 28 | – 323 | – 134 | zie tabel 4.1 |
| Feitelijk financieringssaldo Rijk op kasbasis | – 86 634 | 7 159 | – 33 606 | – 27 608 | |
| Tabel 1.7 Historisch overzicht EMU-saldo | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2001 | 2002 | 2003 | 2004 | 2005 | 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | |
| EMU-saldo collectieve sector (in % bbp) | – 0,2% | – 2,1% | – 3,1% | – 1,7% | – 0,3% | 0,5% | 0,2% | 0,7% | – 4,8% | – 6,3% | – 5,6% |
Figuur 1.1 Historisch overzicht EMU-saldo
59 De sociale fondsen zijn de «verzekeringsfondsen» betrekking hebbende op de volksverzekeringen (inclusief zorg) en de werknemersverzekeringen.
