| Rijksbegroting | Overzicht | Voorbereiding | Uitvoering | Verantwoording | |
|---|---|---|---|---|---|
| 2010 |
| ||||
Artikel 47 Oorlogsgetroffenen en Herinnering Wereldoorlog II
47.1 Algemene beleidsdoelstelling
De erfenis van WO II is afgewikkeld en mensen beseffen, mede op basis van de gebeurtenissen uit WO II, wat het betekent om in vrijheid te kunnen leven.
Belangrijkste beleidsonderwerpen 2010
Belangrijkste beleidsonderwerpen 2010
Op het terrein van de Tweede Wereldoorlog is continuïteit en toekomstbestendigheid belangrijk. Het mogelijk maken dat er blijvend betekenis wordt gegeven aan de herinnering aan de gebeurtenissen uit de periode van de Tweede Wereldoorlog is essentieel. 2010 is een heel speciaal jaar: 65 jaar herdenking. Dit zal leiden tot veel extra aandacht. Naar verwachting zullen de activiteiten in het najaar van 2009 een aanvang nemen.
Voor 2010 ligt de nadruk op de volgende beleidsimpulsen:
• Afronding van het programma Erfgoed van de oorlog (operationele doelstelling 47.3.2)
Dit programma, dat loopt van 2007 t/m 2009, is gericht op het behoud, de toegankelijkheid en de publieksgerichte toepassing van bijzonder of kwetsbaar erfgoedmateriaal dat betrekking heeft op de Tweede Wereldoorlog. In 2010 ligt het accent van de werkzaamheden voor het programma op de inhoudelijke en financiële eindverantwoording van de projecten en op het presenteren van de resultaten. Tevens zal gekeken worden op welke wijze de eenmalige investering duurzaam kan worden geborgd.
• Voorbereiding overheveling naar het Nationaal Comité 4 en 5 mei per 2011 van een aantal departementale taken gericht op het mogelijk maken dat er blijvend betekenis wordt gegeven aan de herinnering aan de gebeurtenissen uit de periode van de Tweede Wereldoorlog (operationele doelstelling 47.3.2).
In de brief van 22 oktober 2008 ( kamerstuk 20 454, nr. 93) is de Tweede Kamer geïnformeerd over dit voornemen en op hoofdlijnen geschetst wat het kabinet daarbij voor ogen staat. Door het herinneringsterrein dichter te koppelen aan de nationale herdenking zullen beide terreinen elkaar versterken.
• Voorbereiding overheveling per 2011 van het cliëntbeheer van de Pensioen- en uitkeringsraad (PUR) naar de Sociale Verzekeringsbank (SVB) (operationele doelstelling 47.3.1)
Bij brief van 17 juni 2008 ( kamerstuk 20 454, nr. 90) hebben we de Tweede Kamer geïnformeerd over de wijzigingen in het uitvoeringsbestel met ingang van 2011.
Ministeriële verantwoordelijkheid
Ministeriële verantwoordelijkheid
De bewindspersonen van VWS zijn ministerieel verantwoordelijk voor:
• Het actueel houden van de wet- en regelgeving voor oorlogsgetroffenen. Wijzigingen zijn nodig in verband met de vereenvoudiging van de uitvoering van de wetten en in verband met wijziging van wetgeving op andere terreinen;
• Het toezicht op drie zelfstandige bestuursorganen (ZBO’s): de PUR, de Commissie Algemene Oorlogsongevallenregeling Indonesië (CAOR) en Stichting Rechtsherstel Sinti en Roma (SRSR);
• De (financiering van de) infrastructuur die het mogelijk maakt de herinnering van WO II in stand te houden.
Externe factoren
Externe factoren
Om de erfenis van WO II af te wikkelen, dat wil zeggen, de materiële en immateriële hulpverlening bij een dalend aantal oorlogsgetroffenen goed te laten verlopen, is het nodig dat uitvoeringsorganen in de laatste fase doelmatig en effectief blijven functioneren. Voor de PUR is dit geborgd door overheveling van het cliëntbeheer naar de SVB in 2011.
Bewustwording van de betekenis van het woord «vrijheid» wordt ondersteund door WO II als referentiepunt te nemen. Daarvoor is het belangrijk de herinnering aan WO II levend te houden door:
• Instandhouden van herinneringscentra;
• Conserveren, het ontsluiten en het stimuleren van gebruik van waardevol erfgoedmateriaal;
• Vertalen van gebeurtenissen tijdens WO II naar deze tijd (voorlichting) en het borgen van de toekomstbestendigheid hiervan met daarbij bijzondere aandacht voor specifieke subgroepen zoals bijvoorbeeld de jeugd.
Werken aan bewustwording van (met name) de jeugd over de betekenis van vrijheid in relatie tot WO II is een complexe aangelegenheid. Het resultaat is onder meer afhankelijk van actuele maatschappelijke ontwikkelingen en kan niet direct door ons beïnvloed worden.
Prestatie-indicatoren
Prestatie-indicatoren
Bij de algemene doelstelling is geen prestatie-indicator opgenomen, omdat de doelstelling meerdere, uiteenlopende elementen bevat die zich moeilijk in één of enkele indicatoren laten weergeven.
47.2 Budgettaire gevolgen van beleid
Begrotingsuitgaven:
| Geraamde begrotingsbedragen (x € 1 000) | |||||||
| 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | |
| Verplichtingen | 402 843 | 404 919 | 368 480 | 348 933 | 332 671 | 316 941 | 301 451 |
| Uitgaven | 399 789 | 397 799 | 369 245 | 349 362 | 333 050 | 316 941 | 301 451 |
| Programma-uitgaven | 398 475 | 396 418 | 368 336 | 348 615 | 332 303 | 316 194 | 300 704 |
| 1. Een kwalitatief goed en doelmatig stelsel van materiële en immateriële hulpverlening aan oorlogsgetroffenen WO II in een situatie van afbouw | 383 420 | 379 324 | 359 001 | 339 786 | 323 474 | 307 365 | 291 875 |
| 2. De herinnering aan WO II blijft levend en veel mensen – vooral jeugdigen – zijn zich van bewust van de betekenis van WO II | 15 055 | 17 094 | 9 335 | 8 829 | 8 829 | 8 829 | 8 829 |
| Apparaatsuitgaven | 1 314 | 1 381 | 909 | 747 | 747 | 747 | 747 |
| Ontvangsten | 785 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.
Budgetflexibiliteit begrotingsuitgaven:
| Begrotingsbedragen x € 1 000 | |||||
| 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | |
| 1. Wetten, regelingen en rechtsherstel WO II | 359 001 | 339 786 | 323 474 | 307 365 | 291 875 |
| – Juridisch verplicht | 357 516 | 329 919 | 311 598 | 295 489 | 279 999 |
| – Bestuurlijk gebonden | 937 | 9 319 | 11 105 | 11 105 | 11 105 |
| – Niet-verplicht of bestuurlijk gebonden | 548 | 548 | 771 | 771 | 771 |
| 2. Herinnering en bewustzijn WO II | 9 335 | 8 829 | 8 829 | 8 829 | 8 829 |
| – Juridisch verplicht | 8 329 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| – Bestuurlijk gebonden | 1 006 | 8 829 | 8 829 | 8 829 | 8 829 |
| – Niet-verplicht of bestuurlijk gebonden | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
47.3 Operationele doelstellingen
Er zijn twee operationele doelstellingen voor dit beleidsterrein:
1. Een kwalitatief goed en doelmatig stelsel van materiële en immateriële hulpverlening aan oorlogsgetroffenen WO II in een situatie van afbouw;
2. De herinnering aan WO II blijft levend en veel mensen – waaronder specifieke subgroepen zoals bijvoorbeeld jeugdigen – zijn zich bewust van de betekenis van WO II.
47.3.1 Een kwalitatief goed en doelmatig stelsel van materiële en immateriële hulpverlening aan oorlogsgetroffenen WO II in een situatie van afbouw
Motivering
Motivering
Het aantal oorlogsgetroffenen neemt om demografische redenen geleidelijk af. De kerncijfers van de Pensioen- en Uitkeringsraad ( http://www.pur.nl) laten zien dat het aantal uitkeringen ingevolge de oorlogswetten daalt van 34 006 in 2008 naar 27 127 in 2013. Gezien deze ontwikkeling zullen ook de organisaties die de materiële en immateriële hulpverlening verzorgen, geleidelijk moeten afbouwen. Het is belangrijk dat dit op een verantwoorde manier gebeurt, zodat de ondersteuning kwantitatief en kwalitatief op peil blijft. Het kabinet begeleidt en faciliteert deze afbouw. Dat gebeurt bijvoorbeeld door samenwerking te stimuleren tussen de instellingen waar het draagvlak van de afzonderlijke instellingen te smal dreigt te worden. In dit kader zal het cliëntbeheer van de PUR (het berekenen en betalen van de pensioenen en uitkeringen en de verstrekking van bijzondere voorzieningen aan bestaandecliënten) per 1 januari 2011 worden overgedragen aan de Sociale Verzekeringsbank (SVB).
In het algemeen overleg met de Tweede Kamer op 12 november 2008 is uitvoerig gesproken over dit voornemen. Na dit debat is eind november 2008 een projectorganisatie gestart met deelname van het ministerie van VWS, het ministerie van Sociale Zaken & Werkgelegenheid (SZW), PUR en SVB, die in enkele maanden een gemeenschappelijk plan van aanpak heeft ontwikkeld. Inmiddels is de uitvoering van het plan van aanpak voortvarend ter hand genomen en zijn in hoofdlijnen de volgende punten als stand van zaken te noemen:
• Het wetsontwerp voor de wijziging van het uitvoeringsbestel van de wetten voor oorlogsgetroffenen is – na nauwe samenwerking met SZW – dezer dagen voor advies aangeboden aan de Raad van State. Het wetgevingstraject zal inclusief de parlementaire behandeling naar verwachting medio 2010 kunnen worden afgerond;
• De SVB heeft voorstellen voor de inrichting van de SVB-afdeling voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen ontwikkeld en deze voorstellen zijn aan de ondernemingsraad van de SVB voorgelegd;
• De PUR heeft – gezamenlijk met de SVB – voorstellen gedaan voor de afbouw en overdracht van het personeelsbestand van de PUR en het Sociaal Plan voor het betrokken personeel. Hierover wordt overleg gevoerd met de vakbonden en wordt de ondernemingsraad van de PUR geraadpleegd.
Met al deze stappen komt het moment in zicht waarbij een fase van kwartiermaken begint bij de SVB en bij de PUR-nieuwe stijl. Belangrijkste taak van de PUR-nieuwe stijl is de «raadskamerfunctie», dat wil zeggen besluiten over de toelating tot de oorlogswetten van nieuwe aanvragers.
Onderstaande prestatie-indicatoren hebben betrekking op de doelmatigheid (indicator 1) en de kwaliteit van dienstverlening (indicatoren 2 en 3) van de PUR.
Indicator 1 laat de apparaatskosten van de PUR zien in verhouding tot de uitgaven voor pensioenen en uitkeringen. Dit verhoudingspercentage geeft een globale indicatie van de doelmatigheid van de PUR. Directe sturing op dit percentage is niet goed mogelijk, mede door de afbouwfase waarin de PUR zich bevindt. Het streven is erop gericht een (sterke) stijging van dit percentage zoveel mogelijk te voorkomen.
De indicatoren 2 en 3 tonen de percentages eerste aanvragen en vervolgaanvragen (om een uitkering of voorziening) die binnen de wettelijke termijn zijn afgehandeld. Dit is een belangrijke indicator voor de kwaliteit van dienstverlening van de PUR. Het percentage schommelde in 2007 rond de 92 procent. Gestreefd wordt in 2010 dit percentage te handhaven.
| Prestatie-indicatoren | ||||
|---|---|---|---|---|
| 2006 | 2007 | 2008 | Streefwaarde 2010 e.v. | |
| 1. Percentage apparaatskosten PUR in verhouding tot de uitgaven voor pensioenen en uitkeringen | 5,0% | 4,8% | 4,8% | 4,8% |
| 2. Percentage eerste aanvragen die door de PURbinnen de (verlengde) wettelijke termijn zijn afgehandeld | 89% | 91% | 91% | 92% |
| 3. Percentage vervolgaanvragen die door de PURbinnen de (verlengde) wettelijke termijn zijn afgehandeld | 88% | 93% | 92% | 92% |
Bron: jaarverslag PUR 2008
Toelichting:
Prestatie-indicatoren 2 en 3: de basiswaarden en de streefwaarden voor de afhandeling van eerste aanvragen en vervolgaanvragen betreffen een gewogen gemiddelde van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945 (WUV), de Wet uitkeringen burgeroorlogsslachtoffers 1940–1945 (WUBO) en de Wetten buitengewoon pensioen (WBP). Deze prestatie-indicatoren worden jaarlijks gepubliceerd in het jaarverslag van de PUR.
Instrumenten
• Wetten en regelingen
Onderstaande tabel geeft een overzicht van het aantal uitkeringen/pensioenen en de daarmee gemoeide totale uitgaven van de wetten en regelingen voor oorlogsgetroffenen over de periode 2006–2008. De wetten en regelingen voor oorlogsgetroffenen worden bijgesteld, als wijzigingen in aanpalende wetten dat noodzakelijk maken.
| Kengetal: kerngegevens wetten en regelingen voor oorlogsgetroffenen | |||
|---|---|---|---|
| 2006 | 2007 | 2008 | |
| Wuv | |||
| Gemiddeld aantal betaalbare uitkeringen (incl. uitkeringen art. 21b) | 18 358 | 17 486 | 16 624 |
| Uitgaven Wuv totaal (bedragen x € 1 miljoen) | 187,2 | 187,3 | 182,5 |
| Wubo | |||
| Gemiddeld aantal betaalbare uitkeringen (incl. toeslag art. 19) | 13 298 | 13 265 | 13 338 |
| Uitgaven Wubo totaal (bedragen x € 1 miljoen) | 63,8 | 67,0 | 69,0 |
| Wbp | |||
| Gemiddeld aantal betaalbare pensioenen | 4 735 | 4 389 | 4 044 |
| Uitgaven Wbp totaal (bedragen x € 1 miljoen) | 92,4 | 91,3 | 85,2 |
| AOR | |||
| Gemiddeld aantal uitkeringen | 1 390 | 1 667 | 1 979 |
| Uitgaven AOR totaal (bedragen x € 1 miljoen) | 5,5 | 5,8 | 6,1 |
Bron: PUR, Stichting Administratie Indonesische Pensioenen, januari 2009
Toelichting:
AOR staat voor Algemene Ongevallenregeling.
Het gemiddeld aantal uitkeringen bij Wuv en Wbp daalt geleidelijk. Bij de Wubo en de AOR-regeling is er nog sprake van een stijging, direct of indirect als gevolg van het project Gerichte Benadering.
• Bijdragen verlenen aan ZBO’s
Om materiële hulp te kunnen verlenen aan oorlogsgetroffenen, stelt het kabinet in 2010 bijdragen ter beschikking aan de volgende ZBO’s: PUR, Commissie Algemene Oorlogsongevallenregeling Indonesië (CAOR) en Stichting Rechtsherstel Sinti en Roma (SRSR). In totaal gaat het om € 27,4 miljoen. Stichting Rechtsherstel Sinti en Roma heeft in 2010 uitsluitend nog een subsidierelatie met het Landelijk Steunpunt Sinti en Roma. Doel van dat steunpunt is om te voorzien in de behoefte van Rijk, gemeenten, maatschappelijke organisaties en Sinti en Roma om kennis te delen en hulp te bieden bij het blijvend verbeteren van de maatschappelijke positie van Sinti en Roma in Nederland. Naar verwachting zal het Landelijk Steunpunt Sinti en Roma minimaal 3 jaar nodig hebben om volledig tot ontwikkeling te komen. Gedurende die tijd zal de SRSR het toezicht uitoefenen.
• Subsidies immateriële dienstverlening
Om immateriële hulpverlening aan oorlogsgetroffenen mogelijk te maken worden subsidies verleend aan gespecialiseerde instellingen, waaronder de begeleidende instellingen Stichting Pelita, Joods Maatschappelijk Werk (JMW) en Stichting 1940–1945 (€ 6,5 miljoen).
• Toezicht houden op de ZBO’s
Het doel van dit toezicht op de ZBO’s is de verantwoordelijkheid voor een rechtmatige, doelmatige en kwalitatief goede uitvoering van het wettelijk stelsel voor oorlogsgetroffenen en het naoorlogs rechtsherstel te kunnen waarmaken. In de brief van 22 oktober 2008 ( kamerstuk 20 454, nr. 93) is de Tweede Kamer geïnformeerd over de stand van zaken rond het toezicht op de ZBO’s.
Geraamde begrotingsuitgaven:
| Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000) | |||||
| 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | |
| Wetten en regelingen oorlogsgetroffenen | 319 836 | 302 026 | 285 714 | 269 605 | 254 115 |
| Waarvan onder andere: | |||||
| Wet uitkeringen vervolgingslachtoffers 1940–1945 (Wuv) | 168 925 | 159 134 | 150 166 | 141 391 | 133 217 |
| Wet uitkeringen burgeroorlogsslachtoffers 40–45 (Wubo) | 71 844 | 70 577 | 68 679 | 66 287 | 63 685 |
| Wetten buitengewoon pensioen 1940–1945 (Wbp) | 69 809 | 62 356 | 56 368 | 50 917 | 45 994 |
| Bijdragen aan ZBO’s (totaal) | 27 397 | 25 884 | 25 884 | 25 884 | 25 884 |
| Waarvan onder andere: | |||||
| Pensioen- en uitkeringsraad | 24 838 | 23 425 | 23 425 | 23 425 | 23 425 |
| Instellingssubsidies/Structurele subsidies | 9 734 | 9 965 | 9 853 | 9 767 | 9 767 |
| Waarvan onder andere: | |||||
| Subsidies immateriële dienstverlening | 6 503 | 6 385 | 6 290 | 6 204 | 6 204 |
| Opdrachten | 321 | 321 | 321 | 321 | 321 |
| Projectsubsidies | 1 713 | 1 590 | 1 702 | 1 788 | 1 788 |
| Waarvan onder andere: | |||||
| Projecten immateriële hulpverlening | 504 | 570 | 537 | 537 | 537 |
| Totaal | 359 001 | 339 786 | 323 474 | 307 365 | 291 875 |
Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.
47.3.2 De herinnering aan WO II blijft levend en veel mensen – waaronder specifieke subgroepen zoals bijvoorbeeld jeugdigen – zijn zich bewust van de betekenis van WO II
Motivering
Motivering
Het is belangrijk de herinnering aan WO II levend te houden en te borgen dat er blijvend betekenis wordt gegeven aan deze herinnering. Het belang van het levend houden van de herinnering geldt niet alleen voor de mensen die deze oorlog hebben meegemaakt, maar ook voor diegenen die na de oorlog deel zijn gaan uitmaken van de Nederlandse samenleving. Ook Nederlanders die geen persoonlijke relatie hebben met WO II moeten goed geïnformeerd zijn over het oorlogsverleden en de gevolgen daarvan. De betekenis van het levend houden van de herinnering aan WO II ligt vooral in de relatie tot actuele vraagstukken rond vrijheid, discriminatie, burgerschap en vrede.
Momenteel wordt de overdracht aan het Nationaal Comité 4 en 5 mei (NC) voorbereid van een aantal departementale taken op het terrein van herdenken en vieren en voorlichtingsbeleid. Bedoeling is dat het NC zich zal ontwikkelen tot het kenniscentrum op het gebied van de herinnering aan WO II. In 2009 zijn al eerste stappen gezet door onder andere de lancering van de website WOII online. In 2010 zullen de voorbereidingen voor de overdracht worden gecontinueerd.
Onderstaande prestatie-indicatoren meten het belang dat de Nederlandse bevolking hecht aan 4 en 5 mei. De percentages zijn vrij stabiel met een lichte stijging in de afgelopen jaren waar het gaat om het belang dat wordt gehecht aan 4 mei. De meeste Nederlanders vinden herdenken belangrijker dan vieren, voor jongeren ligt dat in 2009 net andersom. Overigens is de mening van de Nederlandse bevolking over 4 en 5 mei maar beperkt beleidsmatig te sturen.
| Prestatie-indicatoren | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| 2006 | 2007 | 2008 | 2009 | Streefwaarde 2010 e.v. | |
| 1. Percentage van de bevolking dat (veel) belang aan 4 mei hecht. | 80% | 82% | 85% | 86% | 86% |
| 2. Percentage van de bevolking dat (veel) belang aan 5 mei hecht. | 77% | 72% | 79% | 77% | 77% |
Bron: Nationaal Comité 4 en 5 mei. Deze prestatie-indicatoren worden jaarlijks gemeten.
In de inleiding bij dit beleidsartikel is al opgemerkt dat continuïteit op dit terrein en het borgen van toekomstbestendigheid essentieel is. In het kader van deze operationele doelstelling betekent het dat de in het verleden geformuleerde prioriteiten zullen worden gehandhaafd. Dat betreft met name:
• Het voorlichtingsbeleid en wel op zodanige wijze dat er toegewerkt wordt naar de nieuwe invulling en voorgenomen overheveling naar het Nationaal Comité 4 en 5 mei;
• Het behoud en de toegankelijkheid van waardevol erfgoedmateriaal WO II (het programma Erfgoed van de Oorlog).
Instrumenten
• Subsidies Voorlichtingsbeleid
Het voorlichtingsbeleid is gericht op het aanvullen van de kennis en het inzicht van de Nederlandse bevolking met betrekking tot de Tweede Wereldoorlog en daarmee samenhangende thema’s. Het beleid wordt al in 2010 – het overgangsjaar naar de nieuwe situatie waarin overheveling plaatsvindt naar het Nationaal Comité 4 en 5 mei – gericht op de Nederlandse burgers in het algemeen met daarin aandacht voor specifieke subgroepen zoals bijvoorbeeld jeugdigen. Belangrijk is dat ze bekend zijn met de Tweede Wereldoorlog en zich daardoor meer bewust worden van de betekenis van het woord «vrijheid». In mijn brief aan de Tweede Kamer van 22 oktober 2008 is de stand van zaken met betrekking tot het voorlichtingsbeleid WO II geschetst en is ingegaan op de voorgenomen overheveling. Er wordt jaarlijks € 1,2 miljoen ter beschikking gesteld voor projecten voorlichting.
• Subsidies herinnering WO II
Doel van deze subsidies is de herinnering aan WO II levend te houden en de betekenis ervan te vertalen naar deze tijd. VWS verleent onder andere subsidies voor het houden van nationale manifestaties (4 en 5 mei; 15 augustus). Verder worden vier nationale herinneringscentra in stand gehouden (€ 4,2 miljoen).
• Internationaal beleid
Nederland heeft zich in een «Memorandum of Understanding» samen met Israël en Slowakije verbonden om Polen te ondersteunen bij het inrichten van een waardige herinneringsplaats in het voormalige vernietigingskamp Sobibor. Hier zijn in de Tweede Wereldoorlog 43 000 uit Nederland afkomstige joden om het leven gebracht. In 2010 zullen hiervoor kosten gemaakt worden. Vooralsnog is hiervoor € 1,0 miljoen gereserveerd. Nederland adviseert mee over de inrichting van deze herinneringsplek, waarbij er vooral gestreefd wordt naar het voor mensen die het verhaal niet kennen, inzichtelijk maken van wat er hier gebeurd is. VWS wordt hierbij ondersteund door Herinneringscentrum Kamp Westerbork, NIOD en het Nationaal Comité 4 en 5 mei.
• Nationaal Comité 4 en 5 mei en Nationaal Vrijheidsonderzoek
Doel van het Nationaal Vrijheidsonderzoek is inzicht te verkrijgen in de gedachtevorming en bewustwording rond 4 en 5 mei en de achterliggende actuele thema’s (grondrechten, democratie, oorlog, vrijheid en verantwoordelijkheid). Het onderzoek wordt verricht in opdracht van het Nationaal Comité 4 en 5 mei en bekostigd uit de instellingssubsidie die dit Comité van VWS ontvangt. Het draagvlakonderzoek 2009 is te vinden op www.herdenkenenvieren.nl.
• Programma Erfgoed van de Oorlog
Het programma Erfgoed van de Oorlog loopt van 2007 tot en met 2009. Het is een eenmalige, krachtige impuls om ervoor zorg te dragen dat het meest waardevolle erfgoedmateriaal van WO II beschikbaar blijft en toegankelijk is (of wordt gemaakt) voor huidige en toekomstige generaties. Het kabinet heeft in de brief van 22 oktober 2008 ( kamerstuk 20 454, nr. 92) de stand van zaken inzake Erfgoed WO II beschreven. Het programma Erfgoed van de Oorlog wordt in 2010 afgesloten. Dan is een maximale inspanning gepleegd om via subsidieverstrekking erfgoedbeherende instellingen in staat te stellen erfgoedmateriaal dat betrekking heeft op de Tweede Wereldoorlog, te behouden, te ontsluiten en voor een breed publiek toegankelijk te maken. Verreweg de meeste projecten worden eind 2009/begin 2010 afgerond en kennen een concreet resultaat. In de eerste helft van 2010 ligt het accent van de werkzaamheden dan ook op de inhoudelijk en financiële eindverantwoording van de projecten en op het presenteren van al die resultaten. In dat kader wordt in september 2010 een slotconferentie georganiseerd, bedoeld voor alle organisaties die zich op een of andere manier bezig houden met het overdragen van dit stuk geschiedenis, in woord, beeld en via moderne mediale toepassingen. In totaal is voor het programma Erfgoed van de oorlog in 2010 € 1,0 miljoen beschikbaar.
Geraamde begrotingsuitgaven
| Geraamde begrotingsuitgaven (bedragen x € 1 000) | |||||
| 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | |
| Instellingssubsidies/Structurele subsidies | 4 257 | 4 257 | 4 257 | 4 257 | 4 257 |
| Onder andere: | |||||
| Nationaal Comité 4 en 5 mei | 2 793 | 2 793 | 2 793 | 2 793 | 2 793 |
| Projectsubsidies | 4 659 | 4 572 | 4 572 | 4 572 | 4 572 |
| Onder andere: | |||||
| Projecten jeugdvoorlichting | 1 147 | 1 178 | 1 178 | 1 178 | 1 178 |
| Projecten Erfgoed WO II | 587 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Opdrachten | 419 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Erfgoedvan de oorlog | 419 | 0 | 0 | 0 | 0 |
| Totaal | 9 335 | 8 829 | 8 829 | 8 829 | 8 829 |
Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.
47.4 Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid
| Overzicht beleidsonderzoeken | |||
|---|---|---|---|
| Onderzoek onderwerp | Nummer AD of OD | A Start B Afgerond | |
| Beleidsdoorlichting | – | ||
| Effectonderzoek ex post | – | ||
| Overig evaluatieonderzoek | Erfgoed van de oorlog | 47.3.2 | A 2010 B 2010 |
