Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2010
  • Download PDF

Niet-beleidsartikel 98 Algemeen

98.1 Algemene doelstelling

In dit niet-beleidsartikel ramen we de ministerie- en zorgbrede uitgaven die niet specifiek zijn toe te rekenen aan een van de doelstellingen in de voorgaande beleidsartikelen.

98.2 Budgettaire gevolgen van beleid

Begrotingsuitgaven

Begrotingsbedragen x € 1 000
 2008200920102011201220132014
Verplichtingen370 582337 405299 172290 505284 505284 610285 143
        
Uitgaven325 494343 243303 719290 602284 505284 610285 143
        
Programma-uitgaven114 741118 22299 51792 96290 65990 65890 658
1. Beheer en toezicht stelsel102 936100 93989 99285 93783 36883 36783 367
2. Internationale samenwerking11 80517 2839 5257 0257 2917 2917 291
3. Verzameluitkering VWS0000000
        
Apparaatsuitgaven210 753225 021204 202197 640193 846193 952194 485
– Inspectie Gezondheidszorg43 63453 65545 41144 59442 39542 35241 572
– Sociaal en Cultureel Planbureau9 9687 6345 3654 6554 6554 6554 655
– Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling1 2391 2191 1531 0881 0881 0881 088
– Raad voor de Volksgezondheid en Zorg3 0213 2172 9972 8362 8362 8362 836
– Gezondheidsraad5 4704 7253 6553 2743 2143 2093 209
– Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek1 5911 6771 2811 2811 2811 2811 281
– Strategisch onderzoek RIVM16 15018 18218 10717 95617 95617 95621 975
– Strategisch onderzoek NVI9 0837 7347 7207 6937 6937 6937 693
– Inspectie Jeugdzorg4 5416 0005 9705 8925 8925 8925 892
– Personeel en materieel kernministerie114 056120 978112 543108 371106 836106 990104 284
        
Ontvangsten10 6366 7344 0804 0804 0804 0804 080

Budgetflexibiliteit begrotingsuitgaven:

Begrotingsbedragen x € 1 000
 20102011201220132014
1. Beheer en toezicht stelsel89 99285 93783 36883 36783 367
– Juridisch verplicht89 9920000
– Bestuurlijk gebonden085 93783 36883 36783 367
– Niet verplicht of niet bestuurlijk gebonden00000
      
2. Internationale samenwerking9 5257 0257 2917 2917 291
– Juridisch verplicht00000
– Bestuurlijk gebonden9 5257 0257 2917 2917 291
– Niet verplicht of niet bestuurlijk gebonden00000
      
3. Verzameluitkering VWS00000
– Juridisch verplicht00000
– Bestuurlijk gebonden00000
– Niet verplicht of niet bestuurlijk gebonden00000

98.3 Operationele doelstellingen

In deze paragraaf wordt besproken wat het ministerie van VWS concreet doet in het kader van dit niet-beleidsartikel. Eerst wordt ingegaan in op de ZBO’s voor het beheer en het toezicht van het zorgstelsel en op het beleid voor internationale samenwerking. Daarna volgen zes subparagrafen over respectievelijk de Inspectie Gezondheidszorg (IGZ), het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP), de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO), de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ) en de Gezondheidsraad (GR). Vervolgens wordt ingegaan op het strategisch onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en het Nederlands Vaccin Instituut (NVI) en de apparaatskosten van de Inspectie Jeugdzorg. Ten slotte volgen de apparaatsuitgaven van het kernministerie die niet aan de beleidsartikelen zijn toe te rekenen.

98.3.1 Beheer en toezicht stelsel

De beheerkosten van de zelfstandige bestuursorganen (ZBO’s) die zich bezig houden met de uitvoering van en het toezicht op het huidige zorgstelsel worden uit begrotingsmiddelen gefinancierd. Het gaat hierbij om de volgende ZBO’s: de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), het College voor zorgverzekeringen (CVZ), het College bouw zorginstellingen (CBZ) en het College sanering zorginstellingen (CSZ).

Jaarlijks vóór 1 oktober dienen deze ZBO’s een werkplan en begroting ter goedkeuring bij VWS in voor het daaropvolgende begrotingsjaar.


De NZa is belast met het markttoezicht specifiek voor de zorgsector en moet het algemeen consumentenbelang voorop stellen bij de uitoefening van haar taken. Die taken zijn:

• Marktwerking in de zorg op gang brengen en bewaken;

• Tarieven in de zorg reguleren;

• Toezien op de goede uitvoering van de Zvw en de AWBZ.


Het CVZ heeft tot taak het uitvoeren van:

• Pakketbeheer Zvw/AWBZ;

• Fondsbeheer van het zorgverzekeringsfonds en het algemeen fonds;

• Uitvoeren van de financiering van verzekeraars uit de fondsen en de beoordeling van de rechtmatige en doelmatige uitvoering van de AWBZ;

• Uitvoering regelingen bijzondere groepen (verdragsgerechtigden, wanbetalers, onverzekerden, illegalen, gemoedsbezwaarden).


De bouwregimes voor de curatieve- en de langdurige zorg zijn per 1 januari 2008 respectievelijk 1 januari 2009 afgeschaft. Daarmee zijn de wettelijke taken van het CBZ komen te vervallen. Het CBZ zal als liquidatieorganisatie vooralsnog blijven bestaan. Om de opgebouwde kennis beschikbaar te blijven houden, primair voor zorgaanbieders (zeker in het kader van de volledige verantwoordelijkheid van zorgaanbieders voor de bouw en de financiering daarvan) en secundair voor de IGZ en de NZa, is er een overeenkomst 2009 tot en met 2013 gesloten met TNO.


Het CSZ zal ook in de toekomst een rol houden in het ex-ante toezicht op het behoud van het vermogen in de zorg. De positie van het CSZ als ZBO zal tot aan de inwerkingtreding van de Wet Cliënt en Kwaliteit van Zorg worden gehandhaafd.

98.3.2 Internationale samenwerking bevorderen

De recente grieppandemie bewijst eens te meer het belang van goede internationale samenwerking. Het kabinet is ervan overtuigd dat internationale samenwerking meerwaarde heeft voor het VWS beleid. De recente kamerbrief over de meerwaarde van het Europees beleid schetst de uitgangspunten die hierbij worden gehanteerd. Het moet om zaken gaan waarbij een gemeenschappelijke benadering meerwaarde biedt boven een nationale aanpak; de nadruk moet liggen op grensoverschrijdende problemen en er moet concrete meerwaarde zijn vanuit de missie van VWS. Het kabinet kiest ervoor om goed samen te werken met andere landen en multilaterale organisaties bij het vormgeven van onze internationale ambities.

Eigen en gedeelde verantwoordelijkheid

VWS is verantwoordelijk voor afstemming van internationale samenwerking op de beleidsterreinen van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Op specifieke gebieden wordt hiertoe nadrukkelijk samengewerkt met andere ministeries. Vooral de samenwerking met de ministeries van Ontwikkelingssamenwerking (WHO), Justitie (drugs), Economische zaken (geneesmiddelenbeleid) en Sociale Zaken en werkgelegenheid (EU) is hierbij van belang.

Instrumenten en activiteiten

Internationale samenwerking kent een breed scala aan instrumenten en activiteiten. Met name kan hier worden gewezen op de volgende zaken:


• Integratie van de BES-eilanden

De integratie van de BES-eilanden binnen Nederland is een intensief en belangrijk traject waar veel internationale capaciteit mee gemoeid is.


• Samenwerking op Europees en mondiaal niveau

Het vertegenwoordigen van Nederland voor de voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport relevante onderwerpen bij internationale organisaties als de Europese Unie, de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), de Raad van Europa, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en de Verenigde Naties (VN). Contacten met een beperkt aantal voor VWS belangrijke landen wordt gestimuleerd en de noodzakelijke reguliere contacten met de andere landen worden behartigd.


• Nieuw Partnerschap met de WHO

Nederland sluit een hernieuwd partnerschapsprogramma af met de WHO. Hiermee is een bedrag van € 6,0 miljoen gemoeid.

Het ministerie van VWS is voornemens haar partnerschapsprogramma vanaf 2010 te integreren met het partnerschapsprogramma dat het ministerie van Ontwikkelingssamenwerking heeft met de WHO. Het partnerschapsprogramma vergroot de Nederlandse invloed binnen de WHO. Via het partnerschapsprogramma worden ook de contacten tussen de WHO en aan VWS gelieerde organisaties bevorderd.


• Internationale samenwerking en besmettelijke ziekten

De wereld wordt steeds kleiner en internationale contacten steeds intensiever. Besmettelijke ziekten stoppen niet bij grenzen. Er wordt samengewerkt met andere lidstaten en binnen multilaterale organisaties om de verspreiding van besmettelijke ziekten te beperken en om te komen tot de ontwikkeling van geneesmiddelen en vaccins ter bestrijding en voorkoming van deze ziekten. Internationale solidariteit is daarbij van belang.


• Grensoverschrijdende gezondheidzorg

Binnen Europa gaan steeds meer burgers de grens over voor hun gezondheidszorg. Vooral in grensstreken kan de dichtstbijzijnde zorgaanbieder zich in het buitenland bevinden. Zowel in EU verband als via bilaterale programma’s met Duitsland en België, werken we eraan om hier invulling aan te geven.


• Internationaal personeels- en detacheringsbeleid

Om internationaal goed samen te kunnen werken plaatst en detacheert VWS medewerkers in het buitenland en bij multilaterale organisaties. Inzet is om het aantal detacheringsplaatsen langzaam te verhogen, met name bij de EU en de WHO.

98.3.3 Verzameluitkering VWS

In de verzameluitkering van het ministerie van VWS zijn voor 2010 nog geen specifieke uitkeringen opgenomen. Het bestaande programma voor topsportevenementen en -accommodaties komt voor de verzameluitkering in aanmerking. Het betreft een programma waarmee vooral subsidies worden verleend aan sportbonden voor de organisatie van een topsportevenement. Incidenteel vindt er een uitkering aan een medeoverheid plaats in het kader van dit programma. Deze uitkering zal dan bij suppletore begroting in de verzameluitkering worden verantwoord. Ook andere uitkeringen aan medeoverheden kunnen in 2010 worden toegevoegd aan de eerste en tweede suppletore begroting.

98.3.4 Inspectie Gezondheidszorg (IGZ)

De IGZ is een handhavingsorganisatie die toezicht houdt op de volksgezondheid en zorg en overtredingen van wet- en regelgeving opspoort. Zij opereert tussen politiek, professie en publiek. Zij is ván de staat en werkt aan veilige, effectieve en patiëntgerichte zorg vóór burgers via zorgaanbieders. Vanuit haar wettelijke taakopdracht, verantwoordelijkheden en bevoegdheden draagt ze bij aan bescherming en bevordering van de volksgezondheid. Veilige zorg is daar een heel belangrijke component van. Door te waken over de kwaliteit van zorg maakt de inspectie zich sterk voor een gerechtvaardigd vertrouwen van de zorgconsument in de kwaliteit van zorg. De IGZ hanteert de methodiek van het gefaseerd toezicht (GT). Met deze systematiek krijgt de inspectie onder andere aan de hand van prestatie-indicatoren informatie over de kwaliteit van geleverde zorg. De IGZ maakt op basis daarvan een risico-inschatting en prioriteert haar toezicht.


De missie en visie van de IGZ worden in het jaarlijkse werkplan uitgewerkt in doelen, activiteiten en benodigde formatie. Dit werkplan geeft aan met welke inzet van activiteiten (werkwijze) en mensen IGZ haar doelen wil realiseren. Er wordt in 2010 in tien integrale inspectieprogramma’s gewerkt:

1 Gezondheidsbevordering;

2 Gezondheidsbescherming;

3 Eerstelijnsgezondheidszorg;

4 Specialistische somatische en psychiatrische zorg;

5 Gehandicaptenzorg;

6 Ouderenzorg;

7 Zorg thuis;

8 Productveiligheid;

9 Geestelijke Gezondheidszorg;

10 Medische technologie.


In de beleidsartikelen is opgenomen welk van de programma’s van de IGZ relevant zijn voor het beleidsdomein van dat artikel. In haar meerjarenbeleidsplan (MJB) schetst de IGZ de speerpunten tot 2011. Het jaar 2010 is het derde jaar uit de MJB-cyclus.

Jaarlijks geeft de inspectie in de Staat van de Gezondheidszorg (SGZ) haar visie op een actueel thema dat de gezondheidszorg in de volle breedte raakt. In 2010 onderzoekt de IGZ hoe het staat met sociaal-economische gezondheidsverschillen.

98.3.5 Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP)

Het Sociaal en Cultureel Planbureau is een interdepartementaal, wetenschappelijk instituut, opgericht bij Koninklijk Besluit op 30 maart 1973. Het SCP verricht zelfstandig onderzoek en rapporteert – gevraagd en ongevraagd – aan de regering, de Eerste en Tweede Kamer, ministeries en andere maatschappelijke en overheidsorganisaties. De belangrijkste taken van het SCP zijn:

• Het beschrijven van de situatie op sociaal en cultureel terrein in Nederland en de te verwachten ontwikkelingen;

• Het bijdragen aan verantwoorde keuzen van doeleinden en middelen in het sociaal en cultureel beleid en het ontwikkelen van alternatieven;

• Het beoordelen van het gevoerde beleid, speciaal het interdepartementale beleid.


Het SCP verricht daartoe sociaal-wetenschappelijk onderzoek naar de leefsituatie en de opvattingen van de burger, alsmede naar het (overheids)beleid dat daarop van invloed is. Het werk van het SCP omvat de terreinen van nagenoeg alle ministeries. Eens per jaar geeft het SCP een overzicht van de voorgenomen activiteiten in een werkprogramma. De minister van VWS heeft het werkprogramma 2010 vastgesteld volgens de in de instellingsbeschikking vastgelegde procedure. Het werkprogramma is gepubliceerd op de website van het bureau ( www.scp.nl).

Prestatie-indicatoren: Uren wetenschappelijk onderzoek SCP 2010
 Input(in uren)Kosten(x € 1 000)
1. Wetenschappelijk onderzoek (58 rapporten)44 1594 605
2. Kennisverspreiding5 564580
Totaal49 7235 185

Toelichting

1. Wetenschappelijk onderzoek

Het onderzoeksprogramma van het SCP staat in het teken van het ondersteunen van het beleid van de overheid, waar dat gericht is op het behoud en de verhoging van het welzijn en het welbevinden van de Nederlandse burger en samenleving.

Het Werkprogramma 2010 sluit aan op de zes pijlers van het Beleidsprogramma van het kabinet.

Veel van de door het SCP in 2010 uit te voeren projecten vloeien voort uit eerder gemaakte afspraken of verkregen opdrachten. Het Sociaal en Cultureel Rapport (SCR) verschijnt iedere twee jaar als verplichting die direct voortvloeit uit het KB van 1973 waarin de oprichting van het SCP geregeld is. In oneven jaren brengt het SCP «De Sociale Staat van Nederland» uit (een brede inventarisatie van de levensomstandigheden van de Nederlandse bevolking), in even jaren een meer thematisch SCR.

Er zijn langjarige afspraken over de opstelling van bijvoorbeeld het Jaarrapport Integratie, de Armoedemonitor, de Monitor Discriminatie op de Arbeidsmarkt op grond van etnische herkomst, de Emancipatiemonitor, «De Sociale Staat van het Platteland», «Het Cultureel Draagvlak» en de ontwikkeling van ramingsmodellen voor de vraag naar Jeugdzorg en Langdurige Zorg. Veel van het SCP-onderzoek is gebaseerd op door het CBS verzamelde en ter beschikking gestelde gegevens. Daarnaast laat het SCP zelf ook enkele grote surveys uitvoeren: het Aanvullend Voorzieningengebruik Onderzoek (gebruik van voorzieningen in de publieke sector), de Survey Integratie Minderheden, het Tijdsbestedingsonderzoek en het onderzoek Culturele Veranderingen (opvattingen en houdingen). Ook in 2010 zal het SCP ten behoeve van het kabinet rapporteren over de uitkomsten van het in 2008 gestarte onderzoek naar zorgen en maatschappelijke kwesties die leven in de bevolking en van belang zijn voor de politiek (Continu Onderzoek Burgerperspectieven).

2. Kennisverspreiding:

Vele SCP-medewerkers hebben contacten met of maken deel uit van voor het SCP relevante wetenschappelijke of maatschappelijke organisaties, of hebben vanwege hun SCP-werk of -expertise een adviserende rol in allerlei gremia. Kennisverspreiding via publicaties of presentaties zijn een belangrijk onderdeel van het werk.

Een kerntaak van het SCP is het adviseren van departementen en andere overheidsinstanties op basis van de beschikbare kennis en inzichten. De positionering van het bureau binnen de rijksoverheid maakt het mogelijk deel te nemen aan het commissie- en advieswerk binnen de overheid (onderraden en voorportalen). Afgezien van deze vorm van indirecte advisering brengt het bureau ook met regelmaat adviezen uit aan (beleidsdirecties van) departementen. Deze advisering kan zeer uiteenlopend van karakter zijn, bijvoorbeeld via participatie in de kenniskamers van verschillende ministeries.

98.3.6 Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO)

De Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) is de adviesraad van het kabinet en de Staten Generaal voor de sociale verhoudingen in Nederland.


De wetgever heeft de RMO de taak gegeven te adviseren over «participatie van burgers en stabiliteit van de samenleving». De RMO adviseert zowel gevraagd als ongevraagd over de hoofdlijnen van beleid. De begroting van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling is afgeleid van het door het kabinet vastgestelde werkprogramma. Het werkprogramma voor 2010 is nog niet vastgesteld.

98.3.7 Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ)

Het adviesdomein van de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ) is VWS-breed, en omvat dus de curatieve zorg, de langdurige zorg, de publieke gezondheid en de maatschappelijke ondersteuning. Het kabinet stelt in de zomer van 2009 het definitieve werkprogramma 2010 van de RVZ vast. Thema’s in het werkprogramma voor 2010 zijn:

• Nieuwe beroepen en opleidingen;

• Sturen op gezondheid;

• Intersectorale zorg voor het kind;

• Strategische zorgagenda 2011–2015;

• Zorgtaken gemeenten.


De RVZ voert samen met de Gezondheidsraad het secretariaat van het Centrum voor Ethiek en Gezondheid (CEG). Het CEG publiceert elk jaar signalementen over ethische thema’s. De volgende onderwerpen staan voor 2010 op de rol:

• Genetische aanleg en etniciteit;

• Zorg op afstand.

Overleg tussen Gezondheidsraad en RVZ is gaande over een gezamenlijk signalement in 2010.

Ook heeft het CEG een verwijs- informatiefunctie. De RVZ neemt deze functie voor rekening aangezien deze functie beter past bij het RVZ dan bij Gezondheidsraad.

98.3.8 Gezondheidsraad (GR)

De Gezondheidsraad is een onafhankelijk wetenschappelijk adviesorgaan. De raad heeft als taak de regering en het parlement van advies te dienen over de stand van kennis ten aanzien van vraagstukken op het gebied van de volksgezondheid. De Raad voor Gezondheidsonderzoek (RGO) had als een van de sectorraden de taak te adviseren over vraagstukken op het gebied van gezondheidsonderzoek, zorgonderzoek, medische technologie en de bijbehorende infrastructurele voorzieningen. Met ingang van 1 februari 2008 is de RGO als raadscommissie ondergebracht bij de Gezondheidsraad.


Het werkterrein van de Gezondheidsraad omvat thans de volgende onderwerpen: preventie, gezondheidszorg, voeding, leefomgeving, arbeidsomstandigheden, health technology assessment, gezondheids(zorg)onderzoek, medische technologieontwikkeling en kennisinfrastructuur. De raad brengt gevraagd en ongevraagd adviezen uit.

In september stelt de minister van VWS het werkprogramma voor het komende jaar vast. De raad verwacht in 2010 circa 25 adviezen uit te brengen aan verschillende departementen.


De Gezondheidsraad heeft samen met de Hoge Gezondheidsraad van België een Europees netwerk opgericht van vergelijkbare organisaties: EUSANH (European Science Advisory Network for Health). Vanuit dit netwerk wordt gewerkt aan het verbeteren van de kwaliteit en efficiency van de wetenschappelijke advisering op nationaal en op Europees niveau. Hiervoor is subsidie verkregen van de Europese Commissie. VWS draagt voor drie jaar bij aan het netwerk.

98.3.9 Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO)

De CCMOis een bij wet ingestelde commissie ( Wet medisch wetenschappelijk onderzoek met mensenen de Embryowet). Zij is een zelfstandig bestuursorgaan (ZBO). Sinds de inwerkingtreding van de gewijzigde Wet medisch wetenschappelijk onderzoek met mensen op 1 maart 2006, treedt de CCMO tevens op als bevoegde instantie.

98.3.10 Strategisch onderzoek RIVM

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) is een baten-lastendienst en doet projectmatig onderzoek voor zijn primaire opdrachtgevers: de ministeries van VWS, VROM en LNV. Daarnaast doet het RIVM ook zogenoemd strategisch onderzoek. Dit is onderzoek om de expertise te ontwikkelen die nodig is voor de continuïteit van het instituut. Zo kan het RIVM zijn toekomstige taken voor de opdrachtgevers adequaat uitvoeren, op zowel de middellange als de lange termijn.


De Wet op het RIVM vormt de wettelijke basis voor het strategisch onderzoek dat dit instituut uitvoert. Deze wet bepaalt dat de directeur-generaal RIVM jaarlijks een programma van onderzoek opstelt. Hierin beschrijft hij welke inzichten het instituut moet verwerven om zijn taken adequaat te kunnen uitvoeren. Dit programma is openbaar. Met deze wettelijke bepaling laat de wetgever zien dat het RIVM professioneel zelfstandig is. In het licht van de betekenis van het strategisch onderzoek voor de toekomstige kennispositie van het RIVM is het budget voor het strategisch onderzoek belegd bij de secretaris-generaal van VWS, als «eigenaar» van de baten-lastendienst RIVM.


Een nieuwe vierjaarscyclus met speerpunten is in 2007 gestart. De speerpunten dekken de kennisdomeinen waarop het RIVM zijn kennis en kunde intact moet houden of moet vernieuwen. Het gaat in totaal om circa 60 projecten die jaarlijks worden geëvalueerd, en door de Commissie van Toezicht worden gevolgd om de kennispositie van het instituut te garanderen.

98.3.11 Strategisch onderzoek NVI

Het Nederlands Vaccin Instituut (NVI) is een baten-lastendienst die projecten uitvoert voor zijn primaire opdrachtgever VWS. Net als het RIVM verricht ook het NVI daarnaast strategisch onderzoek om wetenschappelijke kennis en expertise te verwerven. Met die kennis en expertise kan het NVI zijn kerntaken uitvoeren en kan de continuïteit van het NVI op de langere termijn worden bestendigd. Het strategisch onderzoek is gebundeld in het Strategisch Vaccin Onderzoek Programma (SVOP).


Het strategisch onderzoek van het Nederlands Vaccin Instituut (NVI) kan niet direct gekoppeld worden aan een specifiek product (vaccin, onderzoeksopdracht). Het NVI ontwikkelt onder meer onderzoeksmethoden, analyses van en oplossingen voor vaccinatieproblematiek, en verbreedt vaccinkennis. De projecten binnen het strategisch onderzoeksprogramma zijn geen zelfstandige, externe producten, maar interne projecten die de continuïteit waarborgen op de langere termijn. In het licht van de betekenis van het strategisch onderzoek voor de toekomstige kennispositie van het NVI is het budget voor het strategisch onderzoek belegd bij de secretaris-generaal van VWS, als «eigenaar» van de baten-lastendienst NVI.


Het SVOP wordt jaarlijks vastgesteld. De wetenschappelijke directeur wordt hierbij geadviseerd door een commissie, de SVOP Commissie. Deze bestaat uit een aantal interne en externe leden met expertise op onderzoeksgebied van vaccins en vaccinaties. De SVOP Commissie zal de projectplannen voor 2010 beoordelen op wetenschappelijk inhoudelijke gronden. Daarna zal het concept SVOP 2010 nog voor beoordeling worden voorgelegd aan de Raad van Advies die ten slotte een advies hierover zal uitbrengen aan de Eigenaar. De Eigenaar stelt het SVOP vervolgens vast.


Gelet op de organisatieontwikkeling van het NVI naar aanleiding van het besluit van de minister van VWS d.d. 10 februari 2009 ( kamerstuk 22 894, nr. 213) zal bij de begrotingsvoorbereiding voor 2011 bezien worden welk budget voor strategisch onderzoek passend is.

98.3.12 Inspectie Jeugdzorg (IJZ)

Onder deze doelstelling worden de apparaatskosten van de Inspectie Jeugdzorg verantwoord. De Inspectie Jeugdzorg valt beleidsmatig onder de verantwoordelijkheid van de minister voor Jeugd en Gezin. De apparaatskosten blijven conform afspraak in het coalitieakkoord geraamd worden op de begroting van VWS.

98.3.13 Personeel en materieel kernministerie

Onder deze doelstelling worden de personele en materiële uitgaven voor de stafdiensten, de facilitaire diensten en de zorgbrede directies verantwoord. De geraamde uitgaven zijn opgenomen in de tabel budgettaire gevolgen van beleid.