| Rijksbegroting | Overzicht | Voorbereiding | Uitvoering | Verantwoording | |
|---|---|---|---|---|---|
| 2010 |
| ||||
2. DE BELEIDSAGENDA
1. EZ in een oogopslag
In onderstaand overzicht vindt u de meest in het oog springende maatregelen in 2010. Een nadere toelichting op deze maatregelen vindt u in paragraaf 4 tot en met 6.
Kabinetsmaatregelen in het kader van de economische crisis:
• In totaal € 360 mln extra in 2009 en 2010 voor de fiscale regeling om research & development (R&D) te stimuleren (WBSO).
• Tijdelijke kenniswerkersregeling in 2009 en 2010 van in totaal € 180 mln (samen met OCW) die leidt tot een detachering van circa 2000 onderzoekers van bedrijven bij kenninstellingen zoals universiteiten of TNO.
• Een extra impuls van in totaal € 100 mln in 2009 en 2010 voor High Tech Topprojecten: strategische onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten op het gebied van de innovatieprogramma’s Point One (onder andere nano-elektronica, embedded systems en robotica) en High Tech Automotive Systems.
• Een extra impuls van € 60 mln voor duurzaam ondernemen (samen met VROM), waarvan € 20 mln is bestemd voor de elektrische auto.
• In totaal € 65 mln extra investering voor de ontwikkeling van de elektrische auto (samen met V&W en VROM).
• € 15 mln extra voor windenergie op zee in 2010 en in totaal € 2,4 mld voor de periode van 2014 tot en met 2029. Dit leidt tot een extra 500 MW wind op zee, bovenop de geplande 450 MW.
• In 2009 ontwikkelen van een afwegingskader voor de steun aan in de kern gezonde bedrijven die door de huidige financiële en economische crisis in moeilijkheden zijn geraakt.
• Verstrekking van staatsgaranties, regelingen voor de dekking van werkkapitaal en verruiming van exportkredietverzekeringen voor moeilijke markten.
• Extra maatregelen ter verlaging van de regeldruk: een verlicht regime voor kleine ondernemingen (bijvoorbeeld bij jaarrekeningen) en het niet meer verplicht leveren van Kamer van Koophandeluittreksels.
• Ruimere en robuustere financiering van de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie (SDE) via een opslag op het elektriciteitstarief
Andere maatregelen in 2010:
Bedrijven krijgen meer ruimte om te ondernemen en te vernieuwen (paragraaf 4)
• Extra ondersteuning voor ondernemers die willen investeren in en exporteren naar China en India via Package4Growth.
• Een Nederlands paviljoen op de Expo in Shanghai (mei tot oktober 2010).
• Een integraal programma voor de zakelijke Holland Branding en toeristische Holland Promotie ter verbetering van de algemene naamsbekendheid van Nederland.
• Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen: uitbreiding Code Tabaksblat en modernisering van de Transparantiebenchmark.
• Aantrekken van € 500 mln aan buitenlandse investeringen, 2500 arbeidsplaatsen en 130 investeringsprojecten. En extra inzet op de acquisitie van kennisintensieve ondernemingen.
• Een extra inzet van € 10 mln zodat circa 330 nieuwe bedrijven kunnen meedoen met de Innovatieprestatiecontracten (IPC’s).
• Nieuwe pilots voor innovatiegericht inkopen.
• 1 000 microkredieten voor kleine ondernemers.
• Doorgroei van circa 100 nieuwe bedrijven via de Groeiversneller.
• Oprichting van 4 tot 6 nieuwe Centres of Entrepreneurship en een landelijk erkend ondernemerscertificaat.
• 50 nieuwe samenwerkingsprojecten tussen onderwijsinstellingen en bedrijven voor ongeveer 5 000 leerlingen in het kader van Beroepsonderwijs in Bedrijf.
• Een reductie van de administratieve lasten die cumulatief oploopt tot 14,7% van de totale EZ-doelstelling van 25,5% in 2011.
• Circa € 1 150 mln aan investeringen uitgelokt via Pieken in de Delta, met betrokkenheid van circa 1890 partijen in de regio’s.
• Herstructurering van 6500 hectare bedrijventerrein tussen 2009 en 2013, in navolging van de adviezen van de taskforce-Noordanus.
Consumenten staan sterker en kunnen hun recht laten gelden (paragraaf 5)
• Uitbreiding van de keurmerkensite op ConsuWijzer.
Onze energie is schoon en zeker en onze telecommunicatie veilig en betrouwbaar (paragraaf 6)
• Een gemeenschappelijk actieplan om de windparken op de Noordzee te verbinden met het stroomnet in Noordwest Europa.
• Introductie van het Gasrotonde-programma.
• Aanpassing van het reguleringskader energienetten en de Elektriciteits- en gaswet ter bevordering van slimme en toekomstbestendige elektriciteitsnetten.
• Bezoeken aan onder meer Egypte, de Verenigde Arabische Emiraten, Noorwegen, Nigeria, Mexico en Libië in het kader van energiediplomatie.
• Derde ronde subsidies voor duurzame energie (via de SDE), met een focus op de toename van windenergie op land.
• De uitwerking van CCS-demonstratieprojecten (CO2-opslag) en transport- en opslaginfrastructuur.
• Samenhangende visie op draadloze communicatie toepassingen (onder andere Digitaal Dividend en GSM).
• Extra frequenties voor mobiel breedband, mobiel internet en mobiel bellen (2,6 GHz) om de toegankelijkheid voor nieuwe partijen en technieken te vergroten.
• Organisatie van het World Congress on IT (WCIT).
2. Inleiding
In een open wereldeconomie werkt het Ministerie van Economische Zaken aan een welvarend, duurzaam en ondernemend Nederland. In lijn met het Beleidsprogramma Samen werken, samen leven en het Aanvullend Beleidsakkoord1 zijn de hoofdthema’s voor EZ ondernemerschap, innovatie en de transitie naar een duurzame en betrouwbare energievoorziening. De hoogste prioriteit voor 2010 is structureel economisch herstel.
In deze beleidsagenda gaan we achtereenvolgens in op de wijze waarop het kabinet structureel economisch herstel wil stimuleren (paragraaf 3) en de specifieke beleidsacties die daarbij horen (paragraaf 4 tot en met 6). Deze beleidsacties zijn onderverdeeld in de inhoudelijke beleidsprioriteiten van EZ:
• Bedrijven krijgen meer ruimte om te ondernemen en te vernieuwen;
• Consumenten staan sterker en kunnen hun recht laten gelden;
• Onze energie is schoon en zeker en onze telecommunicatie veilig en betrouwbaar.
Binnen deze prioriteiten zijn de acties zo veel mogelijk gerangschikt naar de meest relevante kabinetsdoelstellingen uit het Beleidsprogramma van het kabinet. Van deze doelstellingen is EZ binnen het kabinet hoofdverantwoordelijk voor:
• 14: Het versterken van het innovatief vermogen van de Nederlandse economie
• 15: Meer zelfstandige ondernemers met personeel en meer snelle groeiers in 2010
• 16: Minder regels, minder instrumenten, minder loketten
• 17: Een slagvaardige aanpak van economische ontwikkeling in top- en grensregio’s
• Project Nederland Ondernemend Innovatieland
In aanvulling op de kabinetsdoelstellingen heeft EZ nog drie additionele departementale doelstellingen op het terrein van consumentenbeleid en energie.
3. Versterking van de Nederlandse economie
De wereldwijde economische neergang heeft ook de open Nederlandse economie hard geraakt. Dit zet verdere duurzame economische groei onder druk. Het kabinet richt zich op de beperking van de gevolgen van de crisis voor de Nederlandse economie en zorgt er tegelijkertijd voor dat Nederland een goede uitgangspositie heeft als er wereldwijd herstel optreedt.
De crisis heeft een forse daling van de Nederlandse export en van bedrijfsinvesteringen tot gevolg. Met name hierdoor kromp de economie in het tweede kwartaal van 2009 met 5,1% in vergelijking tot een jaar eerder. De meest recente CPB-ramingen gaan uit van een krimp van 4,75% in 2009 en nulgroei in 2010. Hiermee presteert de Nederlandse economie ver onder haar kunnen. Nederland doet het volgens de recente verwachtingen iets minder slecht dan de overige eurolanden, maar het betreft een marginaal verschil.
De economische krimp was vooralsnog het sterkst in de eerste helft van 2009. Verwacht wordt dat de wereldeconomie vanaf begin 2010 licht aantrekt. De gevolgen van de economische neergang voor de reële economie zijn echter met vertraging merkbaar, waardoor veel mensen pas in de komende jaren echt last van de crisis zullen krijgen. De werkloosheid loopt in 2010 waarschijnlijk op tot 8% en steeds meer bedrijven kunnen in de problemen komen.
EZ werkt aan een Nederland dat sterker, slimmer en schoner uit de crisis komt. Dat betekent dat op de korte termijn de effecten van de crisis zoveel mogelijk moeten worden beperkt en dat voorkomen moet worden dat de crisis onherstelbare schade aanbrengt aan onze economische structuur. Het betekent voor de lange termijn dat we de goede uitgangspositie die Nederland heeft, verder moeten versterken, zodat Nederland concurrerend is als de wereldeconomie weer aantrekt. Beide sporen, zowel voor de korte als voor de lange termijn, zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Voor de korte termijn ligt een belangrijk accent op de kredietverlening. Omdat de crisis ook de financiële sector in zijn greep houdt, staat de kredietverlening, meer dan in voorgaande crises, onder druk. Gezonde ondernemingen en startende ondernemers hebben leningen nodig om te kunnen investeren. De druk op de kredietverleningsmarkt heeft dus ook consequenties voor gezonde bedrijven, die van belang zijn voor een economisch herstel. Om de kredietverlening op gang te houden, heeft het kabinet daarom de garantieregelingen, zoals de Borgstelling MKB en de Groeifaciliteit, tijdelijk uitgebreid. Ook in de toekomst houdt het kabinet de kredietverlening nauwlettend in de gaten.
Door de crisis kunnen ook in de kern gezonde bedrijven op omvallen komen te staan. De overheid moet uiterst terughoudend zijn om in de markt in te grijpen, maar kan mogelijk wel een bijdrage leveren om te voorkomen dat activiteiten die van grote betekenis zijn voor de Nederlandse economie als gevolg van een tijdelijke crisis permanent verdwijnen. Het kabinet moet op deze situatie voorbereid zijn. Mede op verzoek van de Tweede Kamer wordt daarom een kader ontwikkeld op basis waarvan het kabinet een afweging kan maken of en hoe bedrijven geholpen kunnen worden.
Essentieel is om bij crisismaatregelen zowel de korte als de langere termijn in ogenschouw te nemen. De Nederlandse economie en overheidsfinancien moeten er juist ook na de crisis sterk voorstaan. Dit betekent dat de nadruk ligt op maatregelen op het terrein van duurzaamheid en innovatie, die ook de economie op langere termijn sterker maken. Handhaving van staatssteunregels blijft ook essentieel om marktverstoringen te voorkomen. Daarnaast zijn verschillende maatregelen tijdelijk van aard om de overheidsfinanciën op termijn weer gezond te maken en om te voorkomen dat onze toekomstige economie gebukt gaat onder structurele overheidstekorten.
Voor onze concurrentiepositie op de lange termijn is het nodig dat we (blijven) investeren in de fundamenten van onze economie. Zodra de wereldeconomie aantrekt, willen we niet achter de golf aan zwemmen, maar erop mee surfen. Daarom moet Nederland een positie kiezen die past bij een kleine, open economie.
Dat betekent internationaal samenwerken om de wereldhandel te bevorderen en om maatschappelijke problemen aan te pakken. We zetten daarom onder meer in op een brede internationale acceptatie van regels en niet-bindende normen. Een versterking van de global governance bevordert een open internationaal handels- en investeringsverkeer en internationaal ondernemen. Nieuwe dimensie daarbij vormen de verschuivende machtsverhoudingen door de opkomst van economische wereldspelers als China en India. Deze ontwikkelingen dwingen ons na te denken over onze eigen rol en invloed in internationale instituties en over onze positie in de wereld.
Om ook in de toekomst internationaal toonaangevend te zijn, moet Nederland zich toeleggen op specifieke hoogwaardige sectoren en niches. Het toekomstig groeivermogen van Nederland is afhankelijk van de kracht van internationaal concurrerende regionale en innovatieve clusters. Deze clusters oefenen ook weer een sterke aantrekkingskracht uit op buitenlandse investeerders. In de afgelopen jaren heeft EZ samen met het bedrijfsleven, andere overheden en kennisinstellingen programma’s opgezet om de concentratie van hoogwaardige bedrijvigheid en kennis verder ontwikkelen, zoals de innovatieprogramma’s, Pieken in de Delta en de energietransitietrajecten. Dit vormt de basis voor ons moderne industriebeleid en dit zetten we in de komende jaren voort. Ook op het terrein van de dienstensector heeft Nederland zich in de afgelopen jaren sterk gepositioneerd. Zoals in de detailhandel, de ICT, maar ook in de creative sector, waar de Kamer binnenkort een brief over ontvangt. Deze sterke positie moeten we vasthouden en uitbouwen.
Tegelijkertijd moeten we in de volle breedte van onze economie blijven werken aan een stimulerend en uitdagend ondernemings- en vestigingsklimaat. Nationale en internationale starters en snelgroeiende bedrijven moeten alle ruimte krijgen. Juist deze ondernemingen zien als eerste de kansen en groeimogelijkheden. Daarmee vormen zij de motor van economisch herstel en een bron van nieuwe werkgelegenheid. Ook kennis vormt een belangrijke motor voor het herstel en economische ontwikkeling op de langere termijn. Het kabinet streeft ernaar de ontwikkeling van onderwijs, kennis en innovatie in een nader af te spreken lange termijn tijdspad naar tenminste het niveau van het OESO gemiddelde te brengen. Zoals toegezegd in het Aanvullend Beleidsakkoord zullen de ministers van OCW en EZ de Kamer met Prinsjesdag informeren over de concretisering van dit streven.
Een goede energievoorziening is cruciaal voor onze economische groei. Nederland staat voor de uitdaging om de transitie te maken naar een energievoorziening die minder eenzijdig afhankelijk is van fossiele brandstoffen en die tegelijk schoon, betaalbaar en betrouwbaar blijft. Bedrijven, burgers, kennisinstellingen, belangenorganisaties en overheden moeten zo’n duurzame energievoorziening samen tot stand brengen. Het kabinet zorgt voor stabiele randvoorwaarden, stimuleert de ontwikkeling van schone brandstoffen en technologieën en investeert in kansrijke oplossingen, zoals windenergie op zee en de ontwikkeling van de elektrische auto.
Ook op het terrein van energie is het noodzakelijk om duidelijke keuzes te maken en ons te specialiseren in producten, diensten en markten waar we een concurrentievoordeel hebben of kunnen opbouwen. Op de gasmarkt hebben we zo’n voordeel. Dankzij onze gasvelden en onze strategische ligging kunnen we uitgroeien tot hét logistieke knooppunt van de toekomstige Europese gasmarkt, de Gasrotonde van Noordwest Europa. Daartoe moeten we actief een duidelijke koers uitzetten in het Europese én wereldwijde speelveld.
Kortom, de inzet vanuit EZ bestaat uit investeringen in ons ondernemings- en vestigingsklimaat, een focus op innovatie en economische concurrentievoordelen en het bereiken van een schone, slimme en gevarieerde energiehuishouding. In de paragrafen 4, 5 en 6 leest u per beleidsprioriteit wat het kabinet daaraan in 2010 gaat doen.
4. Bedrijven krijgen meer ruimte om te ondernemen en te vernieuwen
Ondernemerschap is en blijft een belangrijke motor voor duurzame economische groei en vormt daarmee de basis voor een sterke concurrentiepositie. Een gezond ondernemersklimaat daagt mensen uit, biedt heldere regels en een goede toegang tot kapitaal. Dat stimuleert het innovatief vermogen.
Doelstelling 9: Betere dienstverlening aan Nederlandse burgers en bedrijven in het buitenland
Internationale handel, investeringen en samenwerking met buitenlandse partners stimuleren productiviteit en economische dynamiek. Daarom moeten Nederlandse burgers en bedrijven die actief zijn in het buitenland kunnen rekenen op een goede dienstverlening door de overheid in Nederland en door onze diplomatieke posten.
Het accent ligt in 2010 op economische diplomatie en handelsmissies naar landen die van strategisch belang zijn voor onze internationale concurrentiepositie. Hierover wordt nauw overlegd met de Dutch Trade Board. EZ werkt in dit kader nauw samen met het diplomatieke postennet van het Ministerie van Buitenlandse Zaken dat hierbij een belangrijke signaal- en interventiefunctie heeft.
Vooral in landen met een marktordening die sterk door de overheid wordt bepaald, zoals India en China, kan EZ als overheidsorganisatie deuren helpen openen voor het bedrijfsleven. Voor deze competitieve en snelgroeiende markten heeft EZ het instrument Package4Growth ontwikkeld. Hiermee worden bedrijven die duurzaam willen samenwerken met Chinese en Indiase overheden en bedrijven extra ondersteund. Ook is Nederland van mei tot oktober 2010 vertegenwoordigd op de Expo 2010 in Shanghai met een Nederlands paviljoen.
Ook in 2010 staat Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) hoog op de agenda. MVO moet sterker worden geïntegreerd in bedrijf, keten en product. Bij een herstel van de wereldhandel kan Nederland juist op dit terrein een voorsprong nemen. Daartoe moet allereerst het beschikbare normatieve kader voor MVO worden ingevuld en toegepast, zoals dat gebeurt in het Initiatief Duurzame Handel, dat onderzoek doet naar de handelsketens in specifieke sectoren, zoals cacao, hout, natuursteen, soja en vis. Het opnemen van MVO in de geactualiseerde Code Tabaksblat, de stimulans die uitgaat van duurzaam inkopen door de overheid en de aanpassing van richtlijn 400 voor de jaarverslaglegging over niet-financiële aspecten van de onderneming moeten hiertoe bijdragen. Ook de modernisering van de Transparantiebenchmark over de transparantie van grote Nederlandse bedrijven in 2010 stimuleert het bedrijfsleven zelf een bijdrage te leveren aan duurzame ontwikkeling. Begin 2010 zal voor het eerst gerapporteerd worden over de verklaring en het normatieve kader van de SER over Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen, EZ ondersteunt waar mogelijk dit initiatief.
Vanwege de crisis wordt in het buitenlandinstrumentarium meer ruimte gemaakt voor exporterende bedrijven die moeilijk krediet krijgen van banken. In 2009 zijn staatsgaranties verstrekt, regelingen getroffen voor de dekking van werkkapitaal en exportkredietverzekeringen verruimd voor moeilijke markten. Dit loopt door in 2010. De exportkredietverzekeringen zorgen ervoor dat Nederlandse ondernemers die goederen exporteren naar het buitenland, hun transacties kunnen herverzekeren bij de Nederlandse staat. Het gaat om export van kapitaalgoederen, diensten of aannemingswerken met een land dat een politiek of economisch instabiel klimaat heeft. Daarnaast is er een herverzekeringsfaciliteit voor omzetpolissen ingesteld om de handel te ondersteunen.
De economische crisis vraagt om multilaterale samenwerking en het tegengaan van protectionisme. Nederland neemt daarom deel aan verscheidene multilaterale fora, zoals de WTO. Daarbinnen voeren we een intensieve handelsdialoog en maken we ons sterk voor het openhouden van de wereldeconomie en het naleven van wereldwijde handelsakkoorden. Samen met andere landen heeft Nederland binnen de WTO inmiddels bereikt dat de Verenigde Staten zijn «buy America»-clausules heeft afgezwakt. Daardoor krijgen Nederlandse innovatieve bedrijven meer kans op de Amerikaanse markt. In 2010 zet Nederland zich in voor het afronden van de WTO Doha ronde.
Het kabinet hecht, mede in het licht van de economische crisis, waarde aan de totstandkoming van duurzame groei. De inspanningen op het gebied van handel en duurzaamheid worden daarom voortgezet conform de kabinetsvisie handel en non-trade concerns. In 2010 geeft EZ het streven naar duurzaamheid onder meer vorm door inzet op de bevordering van het nemen van ketenverantwoordelijkheid door bedrijven. Hiertoe implementeren we de aanscherping van de voorwaarden voor toegang tot ondersteuning vanuit het financiële buitenlandinstrumentarium, door het respecteren van de vier fundamentele arbeidsrechten (waaronder kinderarbeid) door bedrijven verplicht te stellen.
Doelstelling 10: Betere dienstverlening aan internationale organisaties en buitenlandse bedrijven die zich in Nederland willen vestigen
Door de crisis zijn de verwachtingen voor buitenlandse investeringen in Nederland voor 2010 gematigd. De Netherlands Foreign Investment Agency verwacht voor € 500 mln aan investeringen te kunnen aantrekken. Dit staat voor zo’n 2500 arbeidsplaatsen en 130 investeringsprojecten, waarvan een kwart in de hightech sector en de sleutelgebieden. Deze uitkomsten hangen vanzelfsprekend sterk af van ontwikkelingen op de wereldmarkt.
Mede met het oog op de crisis onderhouden we intensieve contacten met de bestaande buitenlandse investeerders in Nederland. Effecten van de crisis bij grote investeerders worden gemonitord. In reactie op het rapport Nederland in de Wereld 2008 van het Innovatieplatform worden extra mensen ingezet voor gerichte acquisitie van met name kennisintensieve ondernemingen.
In China en India worden beslissingen over nieuwe kantoren in Europa en over import en export genomen door de zakelijke elite; dezelfde mensen die zich buitenlandse vakanties kunnen permitteren. Doelgroepen voor acquisitiebeleid, handelsbevordering en toeristische promotie vallen hierdoor deels samen. Daarom wordt voor China en India een integraal programma opgesteld dat zich richt op de algemene naamsbekendheid van Nederland. Hiervoor worden de zakelijke Holland Branding en de toeristische Holland Promotie aan elkaar gekoppeld.
Doelstelling 14: Het versterken van het innovatief vermogen van de Nederlandse economie
Nederland wil tot de meest concurrerende en innovatieve landen ter wereld behoren. Dat is, net als een goed ondernemersklimaat, noodzakelijk voor duurzame economische groei. Publieke en private investeringen in onderwijs, kennis en innovatie moeten hiervoor omhoog. In deze tijd is dat lastig, want de crisis zet investeringen in R&D en de kredietverlening door banken onder druk. Daarom heeft het kabinet in het Aanvullend Beleidsakkoord extra geld vrijgemaakt voor kennis en innovatie. Dit wordt geïnvesteerd via succesvolle innovatie-instrumenten van EZ zoals de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO), het innovatiekrediet en op het gebied van de Innovatieprogramma’s. De belangrijkste instrumenten worden hieronder kort toegelicht.
De Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) maakt het fiscaal aantrekkelijk om onderzoekers en uitvinders in dienst te hebben. Conform het Beleidsprogramma Samen werken samen leven wordt de WBSO deze kabinetsperiode structureel verhoogd. Het kabinet heeft besloten hier bovenop de WBSO in 2010 incidenteel met € 60 mln te verhogen. In totaal heeft het kabinet in het Aanvullend Beleidsakkoord voor de WBSO nog eens € 300 mln extra beschikbaar gesteld voor 2009 en 2010. Dat maakt dat er in 2009 € 614 mln en in 2010 € 700 mln voor ondernemers beschikbaar is. Dit stimuleert grote en kleine bedrijven ook tijdens de economische crisis mensen in te zetten voor R&D.
Onze toekomstige kennisinfrastructuur kan niet zonder onderzoekers en uitvinders. Daarom heeft het kabinet met het oog op de crisis tijdelijk een kenniswerkersregeling ingesteld. Ondernemingen met acute omzetdalingen kunnen tot 2011 hun kenniswerkers tijdelijk uitlenen aan publieke kennisinstellingen, zoals universiteiten en TNO. Uitgeleende kenniswerkers kunnen bij zulke instellingen bijdragen aan onderzoek en ontwikkeling van prioritaire thema’s. Daarbij valt te denken aan energie, water en veiligheid. Het totale bedrag hiervoor is € 180 mln. Dit kan uitkomst bieden voor circa 2000 onderzoekers in 2009 en 2010. Het bedrag is verdeeld over de begrotingen van EZ en het Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap.
Het innovatiekrediet is bedoeld voor de financiering van technisch risicovolle ontwikkelingsprojecten met commerciële potentie. Het kabinet heeft in het Aanvullend Beleidsakkoord extra middelen vrijgemaakt voor duurzaam ondernemen en EZ is voornemens om een gedeelte hiervan (€ 15 mln) in te zetten voor een uitbreiding van het innovatiekrediet om zo ook de investeringen in duurzame innovatieprojecten bij bedrijven groter dan het MKB te stimuleren.
De Innovatieprestatiecontracten (IPC’s) stimuleren MKB-bedrijven om kennis uit te wisselen met andere partijen en gezamenlijk te innoveren. De IPC’s zijn op 1 januari 2007 ingevoerd en zeer populair. Daarom wordt het budget in 2010 verhoogd van € 10 mln naar € 20 mln. Met dit budget kunnen in 2010 weer 330 extra MKB-bedrijven deelnemen.
Innovatieprogramma’s ondersteunen excellente innovatieve clusters van bedrijven en onderzoeksinstellingen, die meedraaien in de top van de wereld. Juist de hoogwaardige technologische sectoren worden in Nederland hard geraakt door de crisis. Door de wereldwijde vraaguitval is de omzet met 10 tot 60% gedaald. Het Aanvullend Beleidsakkoord voorziet daarom, in het kader van High Tech Topprojecten, in € 100 mln voor strategische R&D-projecten op het gebied van de innovatieprogramma’s Point One (nano-elektronica, embedded systems, mechatronica en robotica) en HTAS (automotive). De projecten lopen maximaal twee jaar.
Project Nederland Ondernemend Innovatieland
Maatschappelijke doelen zijn gebaat bij een betere inzet van innovatie. De interdepartementale programmadirectie Kennis en Innovatie ontwikkelt programma’s voor het project Nederland Ondernemend Innovatieland. Dit project bevordert de ontwikkeling van nieuwe ideeën, oplossingen en toepassingen voor maatschappelijke problemen. De programmadirectie werkt hierbij nauw samen met het Innovatieplatform. In 2010 wordenmaatschappelijke innovatieprogramma’s uitgevoerd op het gebied van gezondheid, water, veiligheid, energie, onderwijs en duurzame agro- en visserijketens.
Naast de maatschappelijke innovatieagenda’s kent EZ het programma Maatschappelijke Sectoren & ICT(M&ICT). Dit programma richt zich op groei en verspreiding van kleine, succesvolle ICT-toepassingen in onder meer zorg, onderwijs en veiligheid. Alle circa 65 projecten worden in 2010 bekend en komen – voor zover dat nog niet het geval was – in de uitvoeringsfase. Een van de projecten richt zich op teleconsultatie en- collaboratie in de zorg. Dit stelt oncologen van 37 ziekenhuizen en drie integrale kankercentra binnen twee jaar in staat op afstand met elkaar samen te werken. Hierdoor kunnen patiënten sneller worden geholpen waardoor de kwaliteit van de zorg wordt verbeterd en behandelkosten omlaag kunnen.
Ook via het Small Business Innovation Research Programma (SBIR) werken bedrijven aan innovatieve producten en diensten voor het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. In 2010 streeft EZ naar meer SBIR-projecten in de maatschappelijke innovatieprogramma’s.
Vanuit SBIR wordt komend jaar meer samenhang gezocht met het innovatiegericht inkopen door de overheid, ook wel launching customer genoemd. Sinds 2003 wordt aan innovatiegericht inkopen gewerkt met een expertisenetwerk en het verzamelen van best practises. Eind 2009 zal naar aanleiding van de motie-Aptroot-Besselink2 een brief met 20 voorbeelden van innovatief aanbesteden naar de Tweede Kamer worden gestuurd. In 2010 worden nieuwe pilots ontwikkeld voor innovatiegericht inkopen, bijvoorbeeld op het terrein van energie.
Doelstelling 15: Meer zelfstandige ondernemers met personeel en meer snelle groeiers in 2011
EZ is hoofdverantwoordelijke voor een goed ondernemersklimaat. Dat betekent het bevorderen van het zelfstandig ondernemerschap en de groei van bedrijven. Voldoende beschikbaarheid van kapitaal is hiervoor een belangrijke voorwaarde.
Door de crisis staat de kredietverlening aan bedrijven onder druk. Om een terugval in de kredietstroom te voorkomen, zijn de mogelijkheden voor borgstelling voor het MKB (BBMKB) tijdelijk verruimd. Onder de vlagGarantie Ondernemingsfinanciering (GO) is ook de Groeifaciliteit tijdelijk verruimd. Dankzij de GO komen grotere bedrijven met voldoende rentabiliteits- en toekomstperspectief in aanmerking voor kredieten tot € 50 mln. Maximaal € 25 mln daarvan wordt door de overheid gegarandeerd.
In 2010 wordt de borgstelling voor het MKB geëvalueerd. De verruiming van het instrument sinds oktober 2008 wordt daarbij betrokken.
Voor kleine bedrijven en startende ondernemers is het zogenoemde microfinancieringsbeleid ontwikkeld. Dit ondersteunt bedrijven via kredieten, coaching en netwerkvorming. Ambitie voor 2010 is om 1000 microkredieten te verstrekken.
Ook in 2010 houdt EZ oog voor de positie van zelfstandigen zonder personeel (ZZP-ers). Uitgangspunt hierbij is de voor Prinsjesdag 2009 te verschijnen kabinetsnotitie over ZZP-ers, zoals per motie gevraagd in het verantwoordingsdebat van 28 mei 2009 door de leden Halsema en Hamer. In de notitie zal het kabinet onderzoeken welke belemmeringen ZZP-ers ondervinden en met voorstellen te komen om deze belemmeringen weg te nemen.
Samen met het Ministerie voor Wonen, Wijken en Integratie en de verantwoordelijke gemeentebesturen werkt EZ aan een sterkere economie op wijkniveau en lokaal ondernemerschap. De experimentwet Bedrijven Investeringszones (BIZ)3 stelt ondernemers in staat samen te investeren in hun directe omgeving. Gedacht kan worden aan extra veegbeurten, het verwijderen van graffiti of een burenbelsysteem.
Ook veiligheid is een belangrijk thema. MKB’ers kunnen in 2010 een beroep doen op de Subsidie Kleine Bedrijven. Hiermee kunnen ze een veiligheidsscan laten uitvoeren of in aanmerking komen voor een financiële tegemoetkoming voor veiligheidsmaatregelen zoals camera’s of een kluis.
Zoals afgesproken in het Beleidsprogramma Samen Werken, Samen Leven zet het kabinet in op meer bedrijven die doorgroeien. Bijvoorbeeld met de Groeiversneller, die in 2010 met twee groepen van circa 50 bedrijven het tweede jaar ingaat. De Groeiversneller zorgt voor kennis, coaching en expertise in onder meer bedrijfsvoering, marketing, financiën en (internationale) strategie. Tachtig tot honderd bedrijven met een jaaromzet van enkele miljoenen moeten in vijf jaar tijd zijn doorgegroeid naar een jaaromzet van € 20 mln.
Om ervoor te zorgen dat we ook in de toekomst in Nederland goede ondernemers hebben, stimuleert het kabinet de aansluiting tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt. Speerpunten in het kabinetsbrede programma Onderwijs en Ondernemerschap voor 2010 zijn de ontwikkeling van een landelijk erkend ondernemerscertificaat en de oprichting van vier tot zes nieuwe Centres of Entrepreneurship. Dit zijn samenwerkingsverbanden van universiteiten en hogescholen met het bedrijfsleven. Het praktijkleren krijgt in 2010 een impuls met de regeling Beroepsonderwijs in Bedrijf (BIB) en met 50 nieuwe samenwerkingsprojecten tussen onderwijsinstellingen en bedrijven. Hiermee worden ongeveer 5000 leerlingen bereikt.
Doelstelling 16: Minder regels, minder instrumenten, minder loketten
EZ is samen met het ministerie van Financiën verantwoordelijk voor de reductie van regeldruk en administratieve lasten voor het bedrijfsleven in de gehele Rijksdienst. Dit wordt opgepakt door de Regiegroep Regeldruk. Het rijksbrede doel is om de administratieve lasten voor bedrijven per 2011 met 25% te verlagen (ten opzichte van 1 maart 2007). Daarnaast is de ambitie dat de rijkssubsidies per 2011 volledig lastenarm zijn. EZ heeft deze kabinetsperiode een departementale reductiedoelstelling van 25,5%. Hiervan zal in 2010 in totaal 14,7% zijn gerealiseerd.
Eén van de speerpunten van EZ in het kader van minder regeldruk is de nieuwe Aanbestedingswet. Aan het einde van 2009 zal het wetsvoorstel aan de Tweede Kamer worden aangeboden voor behandeling. Doelstellingen van deze wet zijn lagere lasten, uniformering en goede toegang voor ondernemers bij aanbestedingen.
In het kader van het Aanvullend Beleidsakkoord is gekeken of er nog extra maatregelen genomen kunnen worden om de regeldruk voor het Nederlandse bedrijfsleven te verlichten. Er zijn 12 acties geformuleerd. Zo is EZ betrokken bij het creëren van een zogenoemd verlicht regime voor kleine ondernemingen (bijvoorbeeld bij jaarrekeningen). Ook wordt bekeken of de verplichting voor het aanleveren van uittreksels van de Kamer van Koophandel voor kleine en grote bedrijven kan vervallen. In de loop van 2009 wordt duidelijk welke extra regeldruk-maatregelen genomen worden. Deze zullen in 2010 worden uitgevoerd.
Slim geregeld, goed verbonden (SGGV), een project in het kader van de Vernieuwing Rijksdienst, is bedoeld om concrete knelpunten op te lossen in de informatieketens tussen overheden en bedrijven. Tijdens deze kabinetsperiode worden 15 tot 20 concrete casussen aangepakt. Voor de casussen die in 2009 en 2010 lopen is de beoogde lastenreductie voor het bedrijfsleven € 20 mln per jaar. Zo is een nieuw asbestvolgsysteem ontwikkeld waarmee arbeids- en milieuwetgeving eenvoudiger wordt gehandhaafd. In totaal zorgt dit voor een lastenvermindering van € 1 mln. Daarnaast wordt de gegevensaanlevering voor de import van veterinaire goederen versoepeld.
Doelstelling 17: Een slagvaardige aanpak van economische ontwikkeling in top- en grensregio’s
+
Doelstelling 23: Het bevorderen van een tijdig en op de vraag afgestemd aanbod van ruimte voor kwalitatief goed ingepaste bedrijfslocaties en 80 000 tot 100 000 nieuwe woningen per jaar
Samen met bedrijven en regionale partners richt EZ zich op kansrijke clusters van bedrijven en instellingen in top- en grensregio’s. Om deze clusters te stimuleren en een goed vestigingsklimaat te realiseren, worden verschillende instrumenten ingezet: de programmatische aanpak Pieken in de Delta (2006–2010), investeringen via Sterke Regio’s (gefinancierd vanuit het Fonds Economische Structuurversterking (Fes)) en de Europese structuurfondsen (EFRO).
Pieken in de Delta en de Europese structuurfondsen zorgen in 2010 naar verwachting voor € 1 150 mln aan investeringen. Daarbij zijn zo’n 1890 regionale partijen betrokken. Biosensing is een voorbeeld van een succesvol Pieken in de Delta project. Hierbij werken MKB-ers en kennisinstellingen in Zuidoost Nederland en aangrenzende Euregio’s samen aan mobiele sensorsystemen die op afstand vitale functies bij mensen meten. Een ander voorbeeld in Oost Nederland is het project «GENGENAF» dat de microflora bij mens en dier in kaart brengt. En het sensorprogramma IJkdijk in Noord Nederland is een succesvol vanwege de unieke internationale toepassing van sensortechnologie met een grote maatschappelijke relevantie: het creëren van veiligheid tegen overstromingen.
In vier toonaangevende regio’s4 wordt via Sterke Regio’s geïnvesteerd in het vestigingsklimaat. Het gaat om investeringen in logistieke knooppunten (zee- en luchthavens) en in kennisinfrastructuur, zoals kennisintensieve bedrijventerreinen. Het kabinet investeert € 125 mln in zaken als de Internationale school Eindhoven, de ontsluiting van het Bio-science park in Leiden en hoogwaardige faciliteiten voor micro- en nanotechnologie in de High Tech Factory Twente.
Om te kunnen ondernemen, hebben bedrijven voldoende en goede bedrijfsruimte nodig. Daarom is de herstructurering van bestaande bedrijventerreinen en de aanleg van nieuwe bedrijventerreinen van belang. De taskforce-Noordanus heeft in 2008 advies uitgebracht over de herstructurering van bedrijventerreinen. Naar aanleiding hiervan heeft het kabinet afgesproken van 2009 tot en met 2013 500 hectare te herstructureren. Het ministerie van VROM en EZ werken, in samenwerking met provincies en gemeenten in 2010 aan de uitvoering van deze afspraken.
De provincies stellen uiterlijk in april 2010 hun provinciale herstructureringsprogramma’s op. Als de programma’s zijn goedgekeurd, zal een belangrijk deel van de rijksmiddelen via een decentralisatie-uitkering aan de provincies worden overgedragen. De vijf pilots bedrijventerreinen, die in 2009 zijn gestart, worden in 2010 afgerond en geëvalueerd. Samen met het Interprovinciaal Overleg en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten wordt in 2010 een kennisnetwerk bedrijventerreinenopgericht. Daarnaast blijven voor een beperkt aantal terreinen van nationaal belang binnen het Fes-middelen beschikbaar.
5. Consumenten staan sterker en kunnen hun recht laten gelden
Gezonde economische groei is mede afhankelijk van goed functionerende markten; een goed functionerende markt is op zijn beurt afhankelijk van goed geïnformeerde consumenten en handelaren. Consumenten moeten weloverwogen, bewuste, keuzes kunnen maken. Handelaren dienen geen verplichtingen opgelegd te krijgen die niet wezenlijk bijdragen aan consumentenbescherming. Grotere lasten voor handelaren vertalen zich over het algemeen in hogere kosten voor de consument. Het Ministerie van Economische Zaken zet zich daarom in voor goed geïnformeerde consumenten en betere Europese consumentenwetgeving.
De positie van de consument versterken
Met het oog op eenduidige rechten en plichten van consumenten en ondernemers in de Europese Unie wordt de (Europese) consumentenwet- en regelgeving verder gestroomlijnd en geactualiseerd. Het doel is om de werking van de interne markt te bevorderen en het consumentenvertrouwen te vergroten. De onderhandelingen over een Europese richtlijn consumentenrechten worden voortgezet. Nederland streeft daarbij naar een adequaat evenwicht tussen een hoog beschermingsniveau voor de consument en het concurrentievermogen van het bedrijfsleven. Als het voorstel voor de richtlijn wordt aangenomen, geniet de consument bij aankoop van een product in alle lidstaten van de EU dezelfde bescherming. Dit vergroot het vertrouwen om aankopen te doen over de grens. Daarnaast hoeft de ondernemer bij aanbieding van zijn producten binnen de EU dan nog maar rekening te houden met één stelsel van consumentenwetgeving. Dit verlaagt de drempels naar een grotere afzetmarkt voor de ondernemer.
Naast de Wet handhaving consumentenbescherming, die de basis vormt voor de Consumentenautoriteit, is de in oktober 2008 in Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek opgenomen Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken van groot belang voor de consumentenbescherming in Nederland. De Consumentenautoriteit handhaaft deze wetgeving. Tijdens de Kamerbehandeling van de Wet handhaving consumentenbescherming is afgesproken deze in 2009 kort te evalueren. Mede als gevolg van veel klachten over agressieve telefonische verkoop zal in 2010 een voorstel worden gedaan tot aanscherping van de bevoegdheden van de Consumentenautoriteit, om bij evidente misstanden sneller te kunnen ingrijpen. Zo zal een voorstel tot aanpassing van de Wet handhaving consumentenbescherming worden ingediend om de Consumentenautoriteit de mogelijkheid te bieden om een voorlopige last onder dwangsom op te leggen. Tevens wordt bezien of de bevoegdheid tot het opleggen van een last onder dwangsom – vergezeld kan gaan van de mogelijkheid om aanvullende verplichtingen op te leggen. Hierbij kan worden gedacht aan het tijdelijk verplicht gebruik maken van een schriftelijke bevestiging van het contract bij telefonische verkoop. Wellicht vloeit uit de korte evaluatie van de wet nog ander aanvullend beleid voort.
Voor het versterken van de positie van de consument is dus voorzien in beschermende wet- en regelgeving en een sterke toezichthouder. Daarnaast moet consumenten de mogelijkheid worden geboden zichzelf weerbaar maken. Hiertoe moeten zij weten wat hun rechten en plichten zijn. De website ConsuWijzer.nl, het Informatieloket van de Consumentenautoriteit, de Nederlandse Mededingingsautoriteit en de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit, voorziet de consument van deze informatie. Naast wetgeving en informatieverstrekking blijft ook zelfregulering van groot belang. De groei van het aantal geschillencommissies en bijvoorbeeld de reclamecode over beprijzing in de luchtvaart zijn daarvan goede voorbeelden.
Extra ondersteuning van consumenten waar nodig
Met wetgeving is in 2008 en 2009 de positie van de consument op het terrein van energie, telecom en post flink verbeterd. Ook heeft de sector de nodige zelfreguleringsinitiatieven genomen. Zoals de afspraken van zes grote internetaanbieders over een geschillencommissie en het makkelijker maken voor een consument om over te stappen van de ene internetaanbieder naar de andere. Het komende jaar staat vooral in het teken van het doorvoeren en handhaven van de nieuwe wetgeving en het monitoren van de werking van zelfregulering.
De concurrentie in de energiesector is de afgelopen jaren fors toegenomen. Hierdoor kunnen consumenten kiezen uit meer energieleveranciers en hebben zij de vrijheid van leverancier te veranderen. Om een goede keus te kunnen maken, moeten consumenten leveranciers kunnen beoordelen op prijs en kwaliteit. Consumenten vinden op ConsuWijzer informatie over hun rechten en plichten bij het overstappen van leverancier en over sites die prijzen vergelijken. In 2010 wordt de keurmerkensite op ConsuWijzer verder uitgebreid.
De Energiekamer monitort de kleinverbruikersmarkt. In 2009 en 2010 doet zij onderzoek naar consumentenvertrouwen in de energiesector. Als consumenten bijvoorbeeld problemen hebben met een nota, hebben zij behoefte aan één aanspreekpunt. Het wetsvoorstel tot wijziging van de Electriciteitswet 1998 en de Gaswet ter verbetering van de Electriciteits- en Gasmarkt (Marktmodel) introduceert daarom het leveranciersmodel, waarbij de leverancier hét aanspreekpunt is voor de consument. Het neemt bovendien een aantal administratieve barrières weg om naar een andere leverancier over te stappen en om meterstanden vast te stellen. Ook wordt een begin gemaakt met de invoering van de slimme meter. Een slimme meter is een elektriciteitsmetermet ingebouwde informatie- en communicatietechnologie. Zodra de toegezegde novelle in de Eerste Kamer arriveert, zal de Kamerbehandeling van het wetsvoorstel Marktmodel worden hervat. Na afronding van de wetsvoorstellen en de lagere regelgeving kan de invoering van de slimme meter worden gestart.
EZ wijst burgers en ondernemers op de mogelijkheden en gevaren van elektronische communicatie. Zoals de privacyaspecten van telecom- en ICT-toepassingen. Binnen het programma Digivaardig & Digibewust worden mensen bewuster gemaakt van de mogelijkheden en risico’s van ICT en elektronische communicatie. Zo faciliteert het project i-Coach stages voor ROC-leerlingen. MKB’ers leren daarbij van leerlingen over de mogelijkheden van ICT voor hun bedrijf.
6. Onze energie is schoon en zeker en onze telecommunicatie veilig en betrouwbaar
Energie en elektronische communicatie zijn van vitaal belang voor onze economie. Economische Zaken zet zich daarom in voor een betrouwbare en veilige infrastructuur en goed functionerende markten in deze netwerksectoren. Met het oog op toekomstige voorzieningszekerheid en de reductie van broeikasgassen werken we eveneens aan een duurzame energievoorziening.
Het bevorderen van de voorzieningszekerheid.
Er is wereldwijd voldoende energie aanwezig, maar de investeringen om die energie te winnen en te distribueren zijn achtergebleven bij de gestegen vraag. Gevolg daarvan is een toenemende schaarste en dus een stijging van de energieprijzen. Energiebronnen zijn de inzet geworden van een internationale politieke arena, wat leidt tot toenemende spanningen en onzekerheden. Dit vergroot het belang van goed functionerende internationale energiemarkten en een goede positie van Nederland daarbinnen. De recessie geeft tijdelijk verlichting, maar we moeten rekening houden met structurele krapte. Voor onze voorzieningszekerheid wordt energiediplomatie steeds belangrijker.
EZ onderhoudt intensieve contacten met huidige en toekomstige energieleveranciers. In 2010 worden Egypte, de Verenigde Arabische Emiraten, Noorwegen, Nigeria, Mexico en Libië bezocht. Ook gebeurt het nodige op Europees terrein. Zo wordt de Europese richtlijn over het veiligstellen van de aardgasvoorziening versneld herzien en wordt gewerkt aan betere samenwerking tussen de landelijke netbeheerders (Transmission System Operators, TSO’s) en een betere verantwoordelijkheidsverdeling tussen Nederlandse en Europese toezichthouders.
Om de integratie van de Noordwest-Europese elektriciteits- en gasmarkt te bevorderen, maken overheden, toezichthouders en landelijke netbeheerders uit vijf landen in het Pentalaterale Forum afspraken over verdere harmonisering van marktregels in Noordwest-Europa. Vanaf maart 2010 wordt de elektriciteitsmarkt van Duitsland gekoppeld aan de reeds gekoppelde markten van Nederland, België, Luxemburg en Frankrijk. Voor een hogere leveringszekerheid worden gezamenlijke veiligheidscentra ingesteld. Hiermee kunnen stroomstoringen beter worden aangepakt. Voor 2010 wordt een gemeenschappelijk actieplan opgesteld om windparken op de Noordzee beter te verbinden met het bestaande stroomnet in Noordwest Europa.
Om een goede positie op de internationale gasmarkt te krijgen, wil Nederland een natuurlijk knooppunt worden van Noordwest-Europese gasstromen. Dat stelt onze toekomstige gasvoorziening veilig en versterkt onze concurrentiepositie. Om niet afhankelijk te zijn van slechts enkele energieleveranciers, halen we de banden aan met gaslanden als Algerije, Angola en Qatar. In de Baltische Zee wordt de Nordstreampijplijn naar Noordwest-Europa aangelegd.
Samen met het Platform Gasrotonde introduceren we in 2010 een Gasrotonde-programma. Daarnaast werken we aan verdere commerciële en juridische integratie van de Noordwest-Europese energiemarkt, internationaal diplomatiek overleg en meer (buitenlandse) investeringen in de gasinfrastructuur. Bij het laatste kan worden gedacht aan gasopslagcapaciteit en LNG-installaties.
Ook de nationale energie-infrastructuur blijft een punt van aandacht. Hierbij staat 2010 vooral in het teken van het onafhankelijk netbeheer. Vanaf 1 januari 2011 mogen netbeheerders geen deel meer uitmaken van dezelfde holding als productie, handels- en leveringsbedrijven. Daarnaast stelt EZ in overleg met netwerkbedrijven en hun aandeelhouders een onderzoeksgroep in, die zich richt op een betere inrichting van netwerkbedrijven en een professioneel aandeelhouderschap. Onderdeel van het onderzoek zijn een uniforme waarderingsmethode voor netwerken en een eventuele exitstrategie voor kleine aandeelhouders.
In 2010 wordt het reguleringskader voor de energienetten – de Elektriciteits- en Gaswet – hervormd. Ten eerste wordt de implementatie van het derde liberaliseringspakket ter versterking van een concurrerende energiemarkt aan de Kamer voorgelegd. Belangrijke onderwerpen in dit wetsvoorstel zijn de versterking van grensoverschrijdende samenwerking tussen Transmission System Operators (TSO’s) en toezichthouders en de verantwoordelijkheidsverdeling tussen de Nederlandse toezichthouder, het Europees toezichtshouders agentschap en de nationale overheid. Daarnaast zal het reguleringskader worden doorgelicht op verbeteringen in innovatie, kwaliteit en efficiëntie. Het kader moet voldoende ruimte bieden aan belangrijke ontwikkelingen voor een duurzame energievoorziening zoals bijvoorbeeld slimme netten, de elektrische auto en vraagrespons. Hierover ontvangt de Tweede Kamer een beleidsbrief die vervolgens zal resulteren in een wetswijziging van de Elektriciteits- en Gaswet en een set van uitvoeringsregels.
In de Elektriciteitswet 1998, de Gaswet en de Mijnbouwwet is de Rijkscoördinatieregeling van toepassing verklaard op grote energie-infrastructuurprojecten. Het betreft onder meer de realisatie van hoogspanningsverbindingen (Randstad 380 kV, Zuid-West 380 kV, Noord-West 380 kV en de interconnector Doetinchem-Wesel), gasopslag, windprojecten en gasleidingen.
Doelstelling 22: Het stimuleren van duurzame consumptie en productie
+
Project Schoon en Zuinig
De wereldwijd toenemende uitstoot van broeikasgassen moet internationaal worden aangepakt. In Kopenhagen wordt in december 2009 gesproken over afspraken als vervolg op het Kyoto-verdrag. Deze afspraken moeten bijdragen aan de geleidelijke opbouw van een wereldwijd emissiehandelssysteem, vergelijkbaar met het Europese Emission Trading Scheme (ETS). Een akkoord in Kopenhagen heeft gevolgen voor de Europese broeikasgas-doelstelling (20% emissiereductie in 2020 ten opzichte van 1990), inclusief het ETS. Ook voor het halen van onze nationale broeikasgas doelstelling (30% emissiereductie in 2020 ten opzichte van 1990) is de uitkomst van belang.
Het interdepartementale project Schoon en Zuinig richt zich op energiebesparing en duurzame energie als oplossingen voor een substantiële CO2-reductie. In 2010 worden de innovatieprogramma’s energie uitgevoerd die in 2009 zijn opgesteld. De focus van EZ ligt op de programma’s voor industriële energiebesparing en duurzame energie, die moeten leiden tot nieuwe technologieën en producten. De programma’s zijn onderdeel van de Innovatieagenda Energie. Hiervoor is in deze kabinetsperiode € 438 mln beschikbaar.
Kabinetsdoel is om in 2020 20% van onze energie duurzaam te produceren. Het belangrijkste instrument dat EZ op dit terrein inzet is de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie (SDE), die investeerders in projecten voor hernieuwbare elektriciteit en gas ondersteunt. De SDE wordt in januari 2010 voor de derde keer opengesteld. Een toename van de windenergieproductie op land is het komend jaar een van de grootste uitdagingen. EZ, VROM, provincies en gemeenten lossen samen de knelpunten in de vergunningverlening op, zodat windenergie op land in 2011 kan worden verdubbeld tot 4000 MegaWatt (MW).
Ook bij windenergie op zee speelt de inpassing van de infrastructuur, zoals het toegankelijk maken van de energienetten voor de levering van energie door windparken op zee. In het Aanvullend Beleidsakkoord is voor de periode 2014–2029 € 2,4 mld extra budget beschikbaar gesteld voor windenergie op zee. Dit leidt tot een extra 500 MW wind op zee, bovenop de geplande 450 MW. Daarnaast is een bedrag van € 15 mln vrijgemaakt voor kosten die samenhangen met de uitgifte vanaf 2011 van windenergiegebieden zoals die in het Nationaal Waterplan zijn aangewezen.
Naar aanleiding van de motie Samsom5 is in 2008 en 2009 het project Net op Zee gestart. Het hoofdrapport Net op Zee6 dat de Tweede Kamer in juni 2009 heeft ontvangen, bevat aanbevelingen over mogelijke netconfiguraties en de kosten en realisatietermijnen die hier bij horen. De Energiekamer en Tennet worden gevraagd om te adviseren over een alternatieve tarievensystematiek voor de financiering.
Om een schone en zuinige energievoorziening voor de toekomst veilig te stellen is in het aanvullend beleidsakkoord ’Werken aan Toekomst’ afgesproken dat de SDE in zijn huidige vorm zal blijven bestaan, maar dat deze ruimer en robuuster zal worden gefinancierd uit een opslag op het elektriciteitstarief. Zo wordt langjarige zekerheid gegeven over de beschikbaarheid van voldoende middelen om de ambitie van 20% duurzame energie in 2020 te realiseren. Bij de uiteindelijke vormgeving zullen de koopkrachteffecten en de budgettaire beheersbaarheid worden meegewogen. De vrijvallende middelen op de EZ-begroting worden aangewend voor lastenverlichting.
In de brief aan de Tweede Kamer van 17 april jl. is aangegeven dat de Minister van Economische Zaken voor het einde van 2009 de Kamer zal informeren over de de vormgeving van deze nieuwe financieringswijze en de consequenties daarvan. Daarbij blijft het huidige sturingsmechanisme van de SDE – conform het aanvullend beleidsakkoord – gehandhaafd. Dit impliceert budgettering door middel van plafonds en handhaven van het gesloten-einde karakter van de SDE.
Op weg naar duurzame automobiliteit en een sterkere energiepositie heeft het kabinet in het Aanvullend Beleidsakkoord afgesproken om maximaal € 65 mln extra te investeren in de ontwikkeling van de elektrische auto. Op 3 juli 2009 heeft het kabinet het zogenoemde Plan van aanpak elektrisch rijden7 vastgesteld. In dit plan is aangegeven dat dit bedrag aangewend zal worden voor het uitvoeren van proeftuinen, het stimuleren van de productie van elektrische voertuigen en auto-onderdelen in Nederland, het bevorderen van de aanschaf van elektrische voertuigen door overheden en het neerzetten van de noodzakelijke elektrische infrastructuur. Het plan van aanpak is in het kader van de energietransitie tot stand gekomen in een nauwe samenwerking tussen de ministeries van EZ, Verkeer en Waterstaat, Financiën en VROM.
De hierboven omschreven maatregelen gericht op energiebesparing en duurzame energieproductie helpen de CO2-uitstoot terug te dringen. Carbon Capture and Storage (CCS), de afvang en opslag van CO2, kan bijdragen aan een vermindering van de klimaateffecten van de CO2-uitstoot. Gepland is om vóór 2010 een wetsvoorstel voor de implementatie van de Europese CCS-richtlijn voor advies voor te leggen aan de Raad van State. Ook worden de mogelijkheden uitgewerkt voor publiekprivate samenwerking bij demonstratieprojecten en voor de vormgeving van transport- en opslaginfrastructuur.
Een veilig en betrouwbaar elektronisch en postnetwerk
EZ is verantwoordelijk voor een goede ordening van de markten voor elektronische communicatie en post. Daarvoor zijn goede wet- en regelgeving en een goed toezicht op de markt onmisbaar.
Het Europese reguleringskader voor de telecomsector wordt periodiek herzien om een goede aansluiting bij nieuwe marktontwikkelingen te waarborgen. Waarschijnlijk wordt de lopende herziening van het Europese reguleringskader (New Regulatory Framework) in het najaar van 2009 afgerond. Dit zorgt vanaf 2010 voor meer consistentie bij de toepassing van het reguleringskader onder andere door versterking van de samenwerking tussen toezichthouders, het ontwikkelen van een toekomstvisie voor het frequentiebeleid door het opstellen van een meerjarenprogramma en een betere bescherming van de telecomconsument, met name op het gebied van privacy. Punt van discussie is nog de bescherming van de consument als hij door zijn leverancier van internet dreigt te worden afgesloten. Als het reguleringskader wordt aangenomen, wordt de Telecommunicatiewet in 2010 aangepast.
Nederlanders zijn gewend aan radio in de auto en aan de mogelijkheid om overal en altijd mobiel te kunnen bellen. Mobiel internetten en e-mailen zijn in opkomst. Hiervoor zijn voldoende radiofrequenties en draadloze communicatietoepassingen nodig. De verschillende aanbieders van deze diensten hebben ieder een deel van het frequentiespectrum ter beschikking. Om in ieder geval drie nieuwe marktpartijen een kans te geven op de markt voor mobiele communicatie, worden extra frequenties uitgegeven (door middel van een veiling) voor mobiel breedband, mobiel internet en mobiel bellen (2,6 GHz). De mogelijkheden voor bestaande partijen op de markt voor mobiele communicatie worden hierbij ingeperkt, waardoor de concurrentie naar verwachting toeneemt. Dit pakt ook weer positief uit voor de consument. Voor februari 2010 wordt ook besloten over verlenging van de GSM-vergunningen voor de 1800 MHz band. Vervolgens wordt beleid opgesteld voor de verdeling van GSM-verbindingen (900 en 1800 MHZ).
In 2015 moet in 80% van Nederland naar de digitale radio (TDAB) kunnen worden geluisterd. Om dit mogelijk te maken worden de FM- en AM-vergunningen verlengd, onder de verplichting dat deze vergunninghouders investeren in digitale radio. De beschikbare frequentieruimte voor digitale radio biedt nationale, regionale en lokale radiomakers voldoende ruimte. Bovendien worden voor nieuwkomers op de markt op korte termijn twee vrijgekomen FM-vergunningen uitgegeven.
Het stopzetten van analoge ether-televisie-uitzendingen betekent dat er ruimte is vrijgekomen in de ether. Dit digitaal dividend is voor een deel ingezet voor digitale ethertelevisie. Het resterende deel wordt de komende jaren waarschijnlijk vrijgemaakt voor nieuwe elektronische telecommunicatienetwerken en -diensten, zoals mobiele breedbandtoepassingen. In de loop van 2009 en 2010 wordt het beleid hiervoor vastgesteld. Daarna starten de voorbereidingen voor uitgifte van de resterende frequentieruimte.
Om te bellen, mailen, pinnen, sms-en en aankopen te doen via internet, worden we steeds afhankelijker van elektronische communicatie. De gevolgen van een onverwacht uitvallen van systemen, netwerken of diensten worden hierdoor steeds ingrijpender. Daarom moet de kans op uitval worden geminimaliseerd. EZ en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zijn een project gestart om de samenleving weerbaarder te maken bij langdurige uitval van energie, ICT en telecom. Onderdeel hiervan is een nationaal responsplan voor ICT en Telecom bij incidenten. Onder andere Govcert en marktpartijen worden bij het plan betrokken.
Nederland organiseert in 2010 het World Congress on IT (WCIT). Dit congres is het grootste ICT evenement ter wereld en biedt de gelegenheid bij uitstek om Nederland te profileren als dé vestigingslocatie voor ICT-bedrijven en de Nederlandse kennis en kunde internationaal te vermarkten.
7. Tabel met financiële inzet per prioriteit en kabinetsdoelstelling
| Nr. kabinets- doelstelling/ project | Omschrijving | Nr. Beleidsartikel/Operationeel Doel | Budget 2010 (verplichtingen, in € mln) |
|---|---|---|---|
| Prioriteit I: EZ zorgt dat bedrijven meer ruimte krijgen om te ondernemen en te vernieuwen | |||
| 9 | Betere dienstverlening aan Nederlandse burgers en bedrijven in het buitenland. | 5, OD 2 | 80,5 |
| 10 | Betere dienstverlening aan internationale organisaties en buitenlandse bedrijven die zich in Nederland willen vestigen. | 5, OD 3 | 52,8 |
| 14 | Het versterken van het innovatief vermogen van de Nederlandse economie. | 2, OD 1, 2 | 552,8 |
| 15 | Meer zelfstandige ondernemers met personeel en meer snelle groeiers in 2011. | 3, OD 2 | 1 468,8 |
| 16 | Minder regels, minder instrumenten, minder loketten | 3, OD 2 | 1 468,8 |
| 17 | Een slagvaardige aanpak van economische ontwikkeling in top- en grensregio’s. | 3, OD 3 | 111,3 |
| 23 | Het bevorderen van een tijdig en op de vraag afgestemd aanbod van ruimte voor kwalitatief goed ingepaste bedrijfslocaties en 80 000 tot 100 000 nieuwe woningen per jaar. | 3, OD 3 | 111,3 |
| project Nederland Ondernemend Innovatieland. | 2, OD 2 10, OD 3 | 382,0 37,3 | |
| Prioriteit II: EZ zorgt ervoor dat consumentensterker staan en hun recht kunnen laten gelden | |||
| – | Positie van de consument versterken. | 1, OD 2, 3 en Algemeen | 25,4 |
| – | Extra ondersteuning van consumenten waar nodig. | 4, OD 1 10, OD 1 | 19,5 6,7 |
| Prioriteit III: EZ zorgt ervoor dat onze energie schoon en zeker is en onze telecommunicatie veilig en betrouwbaar | |||
| 22 | Het stimuleren van duurzame consumptie en productie. | 4, OD 3 | 210,8 |
| project Schoon en Zuinig. | 4, OD 3 | 210,8 | |
| – | Bevorderen van de voorzieningszekerheid. | 4 OD 1, 2 | 106,0 |
| – | Een veilig en betrouwbaar elektronisch- en postnetwerk. | 10, OD 2, 3 | 37,3 |
8. Tabel met intensiveringen Beleidsprogramma
De met het beleidsprogramma samenhangende intensiveringen worden «tranchegewijs» aan de verschillende departementale begrotingen toegevoegd. Dit betekent voor EZ dat de volgende additionele verplichtingenbedragen (tranche 2010) in de begroting 2010 zijn opgenomen in de tabel voor budgettaire gevolgen van beleid in de genoemde artikelen:
| Verplichtingen (in € mln) | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 |
|---|---|---|---|---|---|
| Artikel 2 Een sterk innovatievermogen | |||||
| 1. Innovatievouchers | 5,3 | 5,3 | 5,3 | 5,3 | 5,3 |
| Artikel 3 Een concurrerend ondernemingsklimaat | |||||
| 2. Kapitaalmarktpakket | 6,7 | 6,7 | 6,7 | 6,7 | 6,7 |
| Artikel 4 Doelmatige en duurzame energiehuishouding | |||||
| 3. Carbon Capture Storage (CCS) | 9,0 | 9,0 | 9,0 | 9,0 | 9,0 |
| 4. Flankerend beleid niet-convenant deelnemers | 3,0 | 3,0 | 3,0 | 3,0 | 3,0 |
| 5. Benchmark convenant deelnemers | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 | 1,0 |
| 6. Geothermische boringen | 5,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
De resterende bedragen voor de periode 2011 en verder blijven gereserveerd voor EZ op de aanvullende post van het Rijk. Dit betreft de enveloppen uit het Coalitieakkoord minus de reeds uitgedeelde bedragen uit de tranches 2008, 2009 en 2010. Deze bedragen worden jaarlijks per tranche beschikbaar gesteld aan EZ.
9. Slotparagraaf
Onderstaand is een selectie opgenomen van de belangrijkste wijzigingen (kasuitgaven en ontvangsten) ten opzichte van de begroting 2009. Een volledig overzicht van de majeure beleidsmatige verplichtingenmutaties is opgenomen in het verdiepingshoofdstuk.
| Uitgaven (in € mln) | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand ontwerpbegroting 2009 (incl. Nota van Wijziging) | 2 783,9 | 2 769,0 | 2 679,6 | 2 674,9 | 2 628,0 | |
| Artikel 2 Een sterk innovatievermogen | ||||||
| 1 Innovatievouchers | 4,0 | 4,0 | 4,0 | 4,0 | ||
| 2 Diverse Fes programma’s (VJN) | 13,4 | 11,4 | ||||
| 3 Kenniswerkers/ High Tech Topprojecten | 70,0 | 70,0 | ||||
| 4 CTMM | 0,7 | 4,3 | 9,7 | 13,0 | 13,5 | |
| 5 Scheidingstechnologie | 2,3 | 3,8 | 4,2 | 4,4 | 2,2 | |
| 6 Logistiek | 2,9 | 3,6 | 4,4 | 1,6 | ||
| 7 Ruimtevaart (VJN) | 2,0 | 2,0 | 2,5 | 2,5 | 3,5 | |
| 8 Luchtvaartkredietregeling | 11,2 | |||||
| 9 Nanolab | 2,1 | 4,5 | 4,5 | 3,4 | ||
| Artikel 3 Een concurrerend ondernemersklimaat | ||||||
| 10 Bijdrage ROM’s (VJN) | 8,4 | |||||
| 11 Kapitaalstorting ROM’s | 15,0 | |||||
| 12 Bedrijventerreinen (deels VJN) | 8,2 | |||||
| 13 Zuiderzeelijn | 5,0 | 5,0 | 5,0 | 15,0 | 15,0 | |
| 14 Groeifinancieringsfaciliteit (deels VJN) | 12,8 | 56,0 | 41,0 | 41,0 | 37,0 | |
| 15 Bevorderen Ondernemerschap | 6,7 | 6,7 | 6,7 | 6,7 | ||
| 16 Diverse Fes programma’s (VJN) | 8,0 | 8,0 | ||||
| Artikel 4 Doelmatige en duurzame energiehuishouding | ||||||
| 17 Diverse Fes programma’s (VJN) | 20,4 | 20,4 | ||||
| 18 Diverse Fes programma’s Innovatieagenda Energie (deels VJN) | 21,8 | 26,0 | 17,8 | 13,5 | 4,6 | |
| 19 Geothermische boringen | 5,0 | 5,0 | ||||
| 20 Joint Implementation (VJN) | 9,3 | 9,9 | ||||
| 21 Carbon Capture and Storage | 9,0 | 9,0 | 9,0 | 9,0 | ||
| 22 MEP/SDE (VJN) | – 131,0 | – 85,0 | – 69,0 | – 43,0 | – 35,0 | |
| 23 COVA (VJN) | 7,7 | 8,3 | 8,3 | 8,3 | 8,3 | |
| Artikel 5 Internationale economische betrekkingen | ||||||
| 24 Overig (VJN) | 10,0 | |||||
| Artikel 10 Elektronische communicatie en post | ||||||
| 25 ICT flankerend beleid | 3,9 | 3,4 | 3,2 | |||
| Diverse artikelen | ||||||
| 26 Loon- en prijsbijstelling (VJN) | 32,8 | 35,2 | 34,3 | 36,3 | 36,5 | |
| Overige mutaties | 9,5 | – 12,0 | – 5,7 | – 14,8 | – 18,5 | |
| Stand ontwerpbegroting 2010 | 2 921,2 | 2 959,9 | 2 768,6 | 2 789,8 | 2 716,4 | 2 896,5 |
| Ontvangsten (in € mln) | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand ontwerpbegroting 2009 (incl. Nota van Wijziging) | 12 224,8 | 10 511,4 | 7 707,4 | 6 374,0 | 6 419,7 | |
| Artikel 1 Goed functionerende economie en markten in Nederland en Europa | ||||||
| 27 Ontvangsten NMa (VJN) | – 29,3 | – 9,2 | ||||
| Artikel 2 Een sterk innovatievermogen | ||||||
| 28 Diverse Fes projecten (deels VJN) | 18,5 | 25,4 | 21,6 | 25,4 | 20,1 | |
| Artikel 3 Een concurrerend ondernemersklimaat | ||||||
| 29 Ontvangsten Ruimtelijk Economisch Beleid (VJN) | 18,5 | |||||
| 30 Ontvangsten ROM’s (VJN) | 8,4 | |||||
| 31 Groeifinancieringsfaciliteit (deels VJN) | 12,8 | 56,0 | 41,0 | 41,0 | 37,0 | |
| Artikel 4 Doelmatige en duurzame energiehuishouding | ||||||
| 32 COVA (VJN) | 7,7 | 8,3 | 8,3 | 8,3 | 8,3 | |
| 33 Aardgasbaten (deels VJN) | – 3 250,0 | – 4 200,0 | – 950,0 | – 250,0 | – 350,0 | |
| 34 Fes afdracht (deels VJN) | – 54,6 | – 627,0 | – 615,9 | 161,7 | 31,3 | |
| 35 Diverse Fes projecten (deels VJN) | 47,4 | 48,7 | 19,8 | 13,7 | 6,0 | |
| 36 Energiebesparingsprojecten (VJN) | 23,0 | |||||
| Overig | ||||||
| 37 High Trust boetetaakstelling | – 3,4 | – 23,9 | – 44,3 | – 44,3 | – 44,3 | |
| Overige mutaties | 14,7 | 9,0 | 0,5 | 0,3 | 0,5 | |
| Stand ontwerpbegroting 2010 | 9 038,5 | 5 798,7 | 6 188,4 | 6 330,1 | 6 128,6 | 5 095,4 |
1. In het Beleidsprogramma zijn extra middelen uitgetrokken voor Innovatievouchers. Deze zijn voor een deel gereserveerd op de aanvullende post van het Rijk en worden tranchegewijs uitgekeerd. Met deze mutatie wordt tranche 2010 aan de EZ-begroting toegevoegd.
2. Als onderdeel van het Aanvullend Beleidsakkoord worden de Fes-middelen voor onder andere IPC’s, TechnoPartner, BSIK en Holst volgens een vaste verdeling van 50 procent in 2009 en 50 procent in 2010 aan de EZ-begroting toegevoegd.
3. Vanuit het Aanvullend Beleidsakkoord is door het kabinet € 280 mln beschikbaar gesteld voor versterking van de kennisinfrastructuur in de jaren 2009 en 2010. Hieronder vallen de regelingen High Tech Top Projecten (€ 100 mln) en Kenniswerkers (€ 180 mln). Deze mutatie betreft het opnemen van het EZ-deel van de benodigde kasmiddelen. Het andere deel van de middelen staat op de OCW-begroting.
4. Het kabinet heeft uit de investeringsimpuls 2006 van het Fes onder voorwaarden een bedrag van € 150 mln beschikbaar gesteld aan CTMM. Hiervan is € 75 mln in 2006 aan de EZ-begroting toegevoegd en bleef € 75 mln gereserveerd in het Fes. Na een positieve beoordeling over de voortgang en de plannen voor de tweede tranche van CTMM wordt met deze mutatie de tweede tranche vanuit het Fes van € 75 mln voor CTMM aan de EZ-begroting toegevoegd.
5. Deze mutatie betreft de overheveling van de vanuit het Fes toegekende middelen voor Scheidingstechnologie.
6. Dit betreft de bijdrage van V&W voor het onlangs gestarte innovatieprogramma Logistiek. EZ reserveert eveneens € 12,5 mln, zodat de totale reservering voor het innovatieprogramma Logistiek € 25 mln bedraagt.
7. Deze mutatie betreft de middelen van V&W voor aardobservatie die aan de EZ-begroting worden toegevoegd. Deze overdracht vloeit voort uit de oprichting van het Netherlands Space Office (NSO).
8. Dit betreft de in 2008 niet uitgeputte middelen voor de luchtvaartkredietfaciliteit. Er is vertraging opgetreden in het Airbus 350-project. Daardoor is het beroep van de Nederlandse vliegbouwindustrie op de faciliteit lager dan verwacht. Voorgesteld wordt de middelen door te schuiven naar 2012, omdat deze naar verwachting dan zullen worden uitgegeven.
9. Het kabinet heeft besloten het voorstel voor Nanolab gedeeltelijk te honoreren met een Fes-bijdrage van € 14,6 mln. Deze mutatie betreft de toevoeging van deze middelen aan de EZ-begroting.
10. In 2009 zal de regionale ontwikkelingsmaatschappij LIOF dividend ter grootte van € 8,4 mln aan EZ afdragen. Met de provincie Limburg is afgesproken dat deze middelen weer beschikbaar komen voor economische projecten in Limburg, zodat ook de uitgavenraming voor Bijdragen aan ROM’s met hetzelfde bedrag wordt verhoogd.
11. Deze mutatie betreft een kapitaalstorting van in totaal € 15 mln voor de regionale ontwikkelingsmaatschappijen Oost N.V. en N.V. BOM. Beide stortingen zijn, mede in het licht van de stimulerende werking die er vanuit gaat tijdens de crisis, gewenst om de participatietaken van de beide ROM’s op niveau te kunnen houden.
12. De mutatie is opgebouwd uit de opboeking € 32,4 mln uit de motie Van Geel (€ 27 mln) en de overboekingen van V&W en VROM voor de integrale gebiedsontwikkeling Moerdijk (€ 5,4 mln). Ten behoeve van diezelfde gebiedsontwikkeling wordt in totaal € 24,2 mln overgeboekt uit dit instrument naar het Provinciefonds.
13. Voor de versterking van de economie in Noord-Nederland zijn middelen overgeheveld (€ 150 mln voor de periode 2009–2020) van het Infrastructuurfonds naar EZ. Deze middelen waren oorspronkelijk bestemd voor de aanleg van de Zuiderzeelijn.
14. Voor het stimuleren van de kredietverlening aan bedrijven is de groeifinancieringsfaciliteit verruimd met in totaal € 1,5 mrd, waarvan € 1 mrd in 2009, voor borgstelling op kredieten met een maximale omvang van € 50 mln. Ter afdekking van de schades zullen kostendekkende premies in rekening worden gebracht, waarvoor een ophoging van de ontvangsten is verwerkt.
15. Met het Beleidsprogramma zijn extra middelen uitgetrokken voor stimulering van de kapitaalmarkt. Deze zijn voor een deel gereserveerd op de aanvullende post van het Rijk en worden tranchegewijs aan de EZ-begroting toegevoegd. Met deze mutatie wordt tranche 2010 aan de EZ-begroting toegevoegd.
16. Als onderdeel van het Aanvullend Beleidsakkoord worden de Fes-middelen voor Beroepsonderwijs in Bedrijf en Onderwijs en Ondernemerschap volgens een vaste verdeling van 50 procent in 2009 en 50 procent in 2010 aan de EZ-begroting toegevoegd.
17. Als onderdeel van het Aanvullend Beleidsakkoord worden de Fes-middelen voor BSIK, CO2-afvangtechnologie en Energie-efficiency volgens een vaste verdeling van 50 procent in 2009 en 50 procent in 2010 aan de EZ-begroting toegevoegd.
18. Vanuit het Fes worden middelen beschikbaar gesteld voor de tweede tranche van programma’s binnen het project «Innovatieagenda Energie». Met deze mutatie worden de middelen voor Groene grondstoffen, Duurzame elektriciteitsvoorziening, ADEM, Ketenefficiency, CATO en duurzame warmte in de gebouwde omgeving naar de EZ-begroting overgeheveld.
19. Binnen het programma Schoon & Zuinig zijn middelen gereserveerd voor een garantiefaciliteit om geothermische boringen te stimuleren. Daarnaast zijn binnen het Fes middelen beschikbaar gesteld voor het programma «Kas als Energiebron». Deze middelen zullen worden aangewend om geothermische toepassingen te stimuleren. Met deze mutatie worden de betreffende middelen voor de jaren 2009 en 2010 aan de EZ-begroting toegevoegd.
20. Met deze mutatie worden de in 2008 niet uitgeputte middelen weer aan de EZ-begroting toegevoegd.
21. Vanaf de aanvullende post van het Rijk zijn middelen overgeheveld naar de EZ-begroting voor de toepassing van CO2-afvang en -opslag (CCS).
22. De lagere realisatie van de SDE 2008 en de nieuwe ramingen voor de SDE 2009–2011 leiden tot een tragere uitfinanciering dan eerder werd verwacht. Een belangrijke reden hiervoor is vertraging in de vergunningverlening bij «Wind op land». Als gevolg daarvan verschuiven er middelen van de jaren 2009–2013 naar de periode 2014–2017.
23. De COVA-heffing dient ter financiering van de kosten voor het aanhouden van noodvoorraden aardolie door de Stichting Centraal Orgaan Voorraadvorming (COVA). De ontvangst is het product van het heffingsplichtige volume en een tarief per eenheid. De mutatie is het gevolg van de aanpassing van het tarief voorraadheffing per 1 juli 2009. De tijdelijke verlaging van het wettelijke tarief vervalt daarmee. Het tarief stijgt daardoor van € 5,30 naar € 5,90/kg. Via de uitgavenkant van de EZ-begroting zijn de ontvangen heffingen doorgesluisd naar de stichting.
24. Ten behoeve van de financiering van de Wereldtentoonstelling 2010 te Shanghai wordt € 10 mln aan deze post toegevoegd. De middelen zijn afkomstig uit de eindejaarsmarge HGIS over 2008 (€ 7,5 mln) en de bijdrage van Buitenlandse Zaken (€ 2,5 mln).
25. Deze mutatie betreft het programma «Slim Geregeld, Goed Verbonden». Dit is een onderdeel van het «Programma Vernieuwing Rijksdienst» waarvan de middelen, conform het advies van de stuurgroep Bekker, in oktober 2008 zijn toegekend. Deze toekenning wordt met deze mutatie aan de EZ-begroting toegevoegd.
26. Betreft de uitdeling door het Ministerie van Financiën van de compensatie voor de loon- en prijsontwikkeling van EZ-uitgaven.
27. Bij het toekennen van de high trustraming van € 17,4 mln in 2008 en € 22,0 mln in 2009 en verder is besloten om over te gaan naar een systematiek van ramen van verwachte, in plaats van in het verleden reeds opgelegde boetes (wat tot dan toe gebruikelijk was). Omdat de raming van verwachte boetes wel aan de EZ-begroting is toegevoegd, maar de reeks van opgelegde boetes niet is verlaagd, is een dubbeltelling in de ontvangstenbegroting ontstaan. Met de mutatie van € 29,3 mln in 2009 en € 9,2 mln in 2010 wordt deze dubbeltelling gecorrigeerd.
28. Als onderdeel van het Aanvullend Beleidsakkoord zijn, bij eerste suppletore begroting 2009, de Fes-middelen volgens een vaste verdeling van 50 procent in 2009 en 50 procent in 2010 aan de EZ-begroting toegevoegd. Daarnaast betreft deze mutatie de toevoeging aan de EZ-begroting van de benodigde middelen voor de gehonoreerde Fes-projecten van de nieuwe verplichtingenmutaties.
29. Uit hoofde van de afrekening van oude programma’s in Noord Nederland en verkoopopbrengsten van de gronden bij Maastricht Aken Airport wordt de ontvangstenraming in 2009 verhoogd. Eerder waren deze ontvangsten geraamd in 2008, maar niet ontvangen.
30. Zie mutatie 11.
31. Zie mutatie 14.
32. Zie mutatie 23.
33. Deze neerwaartse bijstelling van de aardgasbatenraming wordt voornamelijk veroorzaakt door een sterk gedaalde olieprijs ten opzichte van de oorspronkelijke ramingen (daling van € 125 dollar per vat ten tijde van de Miljoenennota 2009 naar € 44 dollar per vat). Behalve een lagere olieprijs is ook de euro / dollar koers gewijzigd vergeleken met vorige ramingen en is het productievolume neerwaarts bijgesteld.
34. Sinds 2008 is er sprake van een vaste voeding van het Fes uit de aardgasbaten. Deze mutatie betreft een aanpassing van de raming van de afdracht aan het Fes, zodat de uitgaven kunnen worden gedekt.
35. Als onderdeel van het Aanvullend Beleidsakkoord zijn de Fes-middelen volgens een vaste verdeling van 50 procent in 2009 en 50 procent in 2010 aan de EZ-begroting toegevoegd. Daarnaast zijn er vanuit het Fes middelen toegevoegd in het kader van de Innovatieagenda Energie.
36. De ontvangsten in verband met de in het verleden door Novem BV verstrekte bedragen ten behoeve van energiebesparingsprojecten zijn in 2008 niet gerealiseerd. Deze ontvangsten zullen in 2009 worden gerealiseerd.
37. In het Coalitieakkoord is een stijging van de boete-inkomsten van het Rijk voorzien als gevolg van high trust-boetebeleid. Deze rijksbrede boetetaakstelling is in afwachting van nadere verdeling bij Miljoenennota 2008 geparkeerd op de EZ-begroting. Bij Voorjaarsnota 2009 is het restant verdeeld over de betrokken departementen.
1 Kamerstukken 2008–2009, 31 070, nr. 24.
2 Kamerstukken 2008–2009, 27 406, nr. 27.
3 Voorheen: bedrijfsgerichte gebiedsverbetering (BGV).
4 De Randstad, Energieknooppunt Groningen, Brainport Eindhoven en Voedseltechnologieregio Oost-Nederland.
5 Kamerstukken 2007–2008, 31 239, nr. 17.
6 Kamerstukken 2008–2009, 31 239, nr. 64.
7 Kamerstukken 2008–2009, 31 305, nr. 145.
