Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2010
  • Download PDF

6. BEGROTING VAN BATEN-LASTENDIENSTEN

Agentschap Uitvoering

1. Inleiding

Het Agentschap Uitvoering (AgU) komt per 1 januari 2010 tot stand uit een samenvoeging van drie afzonderlijke agentschappen, te weten de EVD, Octrooicentrum Nederland (OCNL) en SenterNovem. Er is sprake van een logische samenvoeging aangezien de bedrijfsvoering al grote overeenkomsten heeft op het gebied van richtlijnen, methodieken en systemen en de reeds bestaande onderlinge samenwerking.


Met de samenvoeging van de drie bestaande agentschappen in AgU ontstaat één nieuw sterk agentschap. Dit nieuwe agentschap heeft doelgroepen voor de uitvoerende dienstverlening op de domeinen internationaal, innovatie en duurzaam.


Het resultaatgerichte besturingsmodel met het onderscheid tussen eigenaar en opdrachtgevers wordt gecontinueerd. Zodoende is deze begroting van AgU in lijn met de begrotingen uit voorgaande jaren van de fusiepartners opgesteld en geconsolideerd. De opgelegde efficiencytaakstellingen uit het Regeerakkoord zijn in de begroting verwerkt. De tarieven die aan de opdrachtgevers in rekening worden gebracht zijn gebaseerd op de integrale kostendekkende kostprijs.

2. Begroting van baten en lasten

Tabel 1 Begroting van baten en lasten voor het jaar 2010 Agentschap Uitvoering Bedragen in € 1000
 2008 2009 20102011 2012 2013 2014
 Realisatie Geactualiseerd     
Baten       
opbrengst moederdepartement136 209 156 352 157 829 154 305 149 365149 337 149 309
opbrengst overige departementen85 950 91 455 91 099 86 730 81 470 81 48081 490
opbrengst derden 6 783 7 111 7 4996 940 6 100 6 100 6 100
rentebaten 970250 200 200 200 200 200
bijzondere baten25 5 092 1 286 2 919
Totaal baten 229 937 260 250 257 913251 094 237 135 237 117 237 099
        
Lasten       
apparaatskosten       
* personele kosten 151 720177 064 171 064 164 998 151 569 151 569151 569
* materiële kosten 68 084 77 81780 990 80 226 78 966 78 966 78 966
rentelasten 20 450 589 529 441 343
afschrijvingskosten
* materieel 3 464 4 414 4 7864 722 4 568 4 645 4 731
* immaterieel67 72 74 75 977 978 980
overige kosten
dotaties voorzieningen 1 616 415 262 142 192 192192
bijzondere lasten 5 000
Totaal lasten 224 951 264 802257 626 250 752 236 801 236 791 236 781
Saldo van baten en lasten        
exclusief onttrekking bestemmingsreserve herhuisvesting 4 986 – 4 552287 342 334 326 318
Onttrekking bestemmingsreserve herhuisvesting 5 000
Saldo van baten en lasten 4 986448 287 342 334 326 318

Toelichting

Algemeen

De geactualiseerde begroting 2009 is gebaseerd op de actuele inschatting van de baten en lasten in 2009. De totale baten in 2010 dalen met € 2,3 mln ten opzichte van 2009 tot € 257,9 mln. Dit is per saldo het resultaat van een toename van het opdrachtenpakket (de omzet) met € 1,5 mln en een daling van de rentebaten en bijzondere baten met € 3,8 mln. Hieronder wordt dit toegelicht.

Baten

Groei opdrachtenpakket en taakstelling

Per 1 januari 2010 voert AgU programma’s uit voor 10 departementen en 18 opdrachtgevers buiten de Rijksoverheid zoals provincies en de EU. De vier grootste opdrachtgevers zijn de Ministeries van Economische Zaken (62%), Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (21%), Buitenlandse Zaken (7%) en Verkeer en Waterstaat (5%).


Het opdrachtenvolume van AgU neemt in 2010 toe met € 1,5 mln (0,6%) ten opzichte van 2009. Dit is het gevolg van:

– Per saldo een daling van het opdrachtenpakket met € 6,5 mln. Enerzijds ontvangt AgU extra opdrachten van de opdrachtgevende ministeries, om invulling te geven aan de pijlers van het beleidsprogramma en het aanvullende beleidsakkoord, bovenop de huidige taken. Anderzijds daalt het opdrachtenvolume ten gevolge van de invulling van de Rijksbrede efficiencytaakstellingen voor AgU.

– Aanpassing van de omzetdefinitie. Bij de bepaling van de omzet is voor 2010 gekozen voor het ramen van de opbrengsten per opdrachtgever inclusief out-of-pocket kosten. Dit zijn kosten die specifiek voor het uitvoeren van een individueel programma worden gemaakt en direct worden doorberekend aan de opdrachtgever. Voor de EVD en OCNL was dit reeds de gebruikelijke berekeningswijze. Tot en met 2009 rekende SenterNovem echter de out-of-pocket kosten niet mee in de omzet, maar werden deze kosten via de beleidsuitgaven van de verschillende opdrachtgevers verantwoord. Het meerekenen voor 2010 van de out-of-pocket kosten in de omzet leidt tot een stijging van € 8 mln.


In 2011 en 2012 wordt een omzetdaling van 3,3% respectievelijk 4,5% verwacht. Vanaf 2013 wordt een ongeveer gelijkblijvende omzet verwacht. De omzet wordt naast de volumeontwikkeling tevens bepaald door de tariefontwikkeling.

Wanneer sprake is van aanvullende opdrachten betekent dit dat ook meer capaciteit nodig is voor de uitvoering hiervan. Hierover maakt AgU afspraken met haar opdrachtgevers, met inachtneming van de spelregels rondom de Rijksbrede efficiencytaakstelling.

Omzet moederdepartement

Voor het Ministerie van Economische Zaken wordt voor 2010 uitgegaan van een omzetstijging van 0,9% ten opzichte van 2009. Het aandeel in de totale omzet bedraagt circa 62%.

Omzet overige departementen

Tabel 1a Opbrengst overige departementen Agentschap Uitvoering Bedragen in € 1000
 20082009 2010 2011 2012 2013 2014
 Realisatie Geactualiseerd     
VROM50 51955 29053 41049 28045 39045 40045 400
OCW1 6061 7201 9161 9141 9301 9301 930
V&W 14 406 13 215 12 630 12 635 12 69812 698 12 703
LNV 4 073 4 843 4 9484 953 3 137 3 137 3 139
VWS 187 113115 115 116 116 116
BUZA 14 14715 771 17 618 17 372 17 734 17 734 17 735
BZK 479 269 234 232 233 233 233
SZW399 113 115 115 116 116 116
Financiën134 113 115 115 116 116 116
TOTAAL 85 950 91 445 91 099 86 73081 470 81 480 81 490

Bij de omzet overige departementen is uitgegaan van een omzetdaling van 0,4% ten opzichte van 2009. Wel wordt een uitbreiding van opdrachten door het Ministerie van Buitenlandse Zaken verwacht. Voor het Ministerie van VROM wordt voor 2010 uitgegaan van een omzetdaling van 3,4% ten opzichte van 2009. VROM bereidt momenteel voorstellen voor betreffende verlaging van de omvang van programma’s en eventuele verandering van financieringsvormen daarvan. Daling wordt verwacht op de grotere programma’s zoals Kompas, Bodem+, Infomil, Uitvoering Afvalbeheer en BEW+.

De opbrengst overige departementen bedraagt in 2010 circa 36% van de totale omzet.

Omzet derden

Tabel 1b Opbrengst derden Agentschap Uitvoering Bedragen in € 1000
 2008 2009 20102011 2012 2013 2014
 Realisatie Geactualiseerd     
Provincie 624 328 334 335338 338 338
EU 2 053 2 4092 889 2 883 2 909 2 909 2 909
Overig4 106 4 374 4 276 3 723 2 853 2 8532 853
TOTAAL 6 783 7 111 7 499 6 9406 100 6 100 6 100

Dit betreft de omzet die buiten de Rijksoverheid wordt gerealiseerd. Deze heeft vooral betrekking op opdrachten voor de Europese Unie en provincies. Bij de omzet derden is uitgegaan van een omzetstijging van 5,5% ten opzichte van 2009. Het aandeel in de totale omzet bedraagt circa 2,9%.

Rentebaten

De rentebaten hebben betrekking op de afgesloten deposito’s gedurende het jaar en de rentevergoeding over het positieve saldo bij de Rijkshoofdboekhouding. De renteopbrengst vanaf 2010 is gebaseerd op het rentepercentage per 1 april 2009 (0% rekening courant en 2% deposito).

Bijzondere baten

Voor de uitvoering van het meerjarenprogramma heeft AgU een claim bij Programma Vernieuwing Rijksdienst (Commissie Bekker) ingediend voor het project eDienstverlening. De bijzondere baten hebben betrekking op medefinanciering van het project eDienstverlening.

Lasten

Personele kosten

De personele kosten dalen in 2010 ten opzichte van 2009 met € 6 mln. Voor 2010 wordt het gemiddelde aantal fte’s geraamd op 2 282 (1 492 ambtenaren, 527 structurele inhuur en 263 incidentele inhuur). Dit betekent een daling van 55 fte ten opzichte van 2009.

Het relatief hoge aantal fte’s voor incidentele inhuur is het gevolg van de tijdelijk benodigde capaciteit voor het uitvoeren van werkzaamheden ten behoeve van eDienstverlening en de totstandkoming van AgU.

Bij de personele kostenontwikkeling voor 2010 is uitgegaan van de CPB-index voor de «prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers» van 1,5%.


AgU voert veel taken uit die eind 2011 worden beëindigd. Naar verwachting zal eind 2011 bij meer dan 200 structurele inhuur medewerkers de overeenkomst worden beëindigd.

Materiële kosten

Bij de materiële kostenontwikkeling voor 2010 is uitgegaan van de CPB-index voor de «prijs overheidsconsumptie, netto materieel» van 2%.

De huisvestingskosten vormen de grootste post binnen de totale materiële kosten. De huur- en exploitatiekosten in 2010 van de huisvesting bedragen circa € 16 mln per jaar. AgU streeft ernaar om per vestigingsplaats zoveel mogelijk gebruik te maken van schaalvoordelen door gebruik te maken van (verzamel)kantoorgebouwen die een flexibel, gedifferentieerd en innovatief kantoorconcept mogelijk maken. Daarom is besloten om zowel in Utrecht als in Zwolle te verhuizen naar een bedrijfsverzamelgebouw dat in overeenstemming met deze wensen ingericht zal worden. De voorbereidingen daartoe vinden in 2009 plaats. De verhuizingen van de medewerkers in Utrecht en Zwolle zijn gepland eind 2009 respectievelijk in het 2e kwartaal 2010.

Rentelasten

In 2010 wordt bij het Ministerie van Financiën een lening afgesloten ten behoeve van financiering van de investeringen in de nieuwe vestigingen in Utrecht en Zwolle. De rentelasten in 2010 bedragen € 0,45 mln (rentepercentage 4,45%). De rentelasten ten gevolge van de lening ten behoeve van het project eDienstverlening worden vanaf 2010 voorzien.

Afschrijvingskosten

In 2010 bedragen de afschrijvingskosten € 4,86 mln. Het niveau van de afschrijvingen neemt in 2010 toe vanwege de investeringen in de inrichting van de nieuwe huisvesting. De afschrijvingstermijnen bedragen vijftien jaar voor bouwkundige zaken en installaties, vijf jaar voor inventaris/overig en drie jaar voor hardware/software. Deze afschrijvingstermijnen van de materiële en immateriële vaste activa zijn gelijk aan de geschatte economische levensduur van de betreffende activa.

Dotatie voorzieningen

De dotatie betreft de toevoeging aan de voorzieningen voor personele kosten zoals arbeidsongeschiktheid en aan de voorziening dubieuze debiteuren. De dotatie voorzieningen is lager dan in 2009 als gevolg van de afname van de ambtelijke fte’s.

Bijzondere lasten

Voor 2010 worden geen bijzondere lasten verwacht.

Saldo van baten en lasten

Het saldo van baten en lasten laat vanaf 2010 een beperkt positief resultaat zien. Dit is in overeenstemming met de beleidslijn om kostendekkende tarieven in rekening te brengen bij de opdrachtgevers.

3. Kasstroomoverzicht

Tabel 2 Kasstroomoverzicht 2010 Agentschap Uitvoering Bedragen in € 1000
 20082009 2010 2011 2012 2013 2014
 Realisatie Geactualiseerd     
1. Rekening courant RHB 1 januari (incl. deposito) 24 851 37 530 20 622 19 27919 484 19 070 19 211
        
2. Totaal operationele kasstroom 19 533 – 8 542 823 5 3844 465 4 420 4 502
        
3a. -/- totaal investeringen – 3 633 – 19 908 – 5 420– 3 933 – 4 533 – 3 933 – 3 933
3b. + totaal boekwaarde desinvesteringen
3. Totaal investeringskasstroom – 3 633 – 19 908 – 5 420– 3 933 – 4 533 – 3 933 – 3 933
        
4a. -/- eenmalige uitkering aan moederdepartement – 3 221 – 2 491
4b. + eenmalige storting door moederdepartement 2 897
4c. -/- aflossing op leningen – 56– 1 246 – 1 246 – 346 – 346 – 313
4d. + mogelijk beroep op leenfaciliteit 11 1924 500
4. Totaal financieringskasstroom – 3 221 11 542 3 254– 1 246 – 346 – 346 – 313
        
5. Rekening courant RHB 31 december (incl. deposito) (=1+2+3+4) (maximale roodstand € 0,5 mln euro) 37 530 20 622 19 279 19 48419 070 19 211 19 467

Het kasstroomoverzicht geeft een analyse van de liquiditeitsontwikkeling.

Operationele kasstroom

De operationele kasstroom bestaat uit het geraamde saldo van baten en lasten, gecorrigeerd voor afschrijvingen en mutaties in de voorzieningen en het werkkapitaal. In 2010 ontwikkelt de operationele kasstroom zich positief. Dit wordt vooral verklaard door toename van de afschrijvingen op het inbouwpakket van de herhuisvesting Utrecht en Zwolle. Deze dienen ter dekking op de aflossing van de lening.

Investeringskasstroom

De voor 2010 geraamde investeringen (€ 5,4 mln) hebben betrekking op de reguliere investeringen. Binnen de reguliere investeringen vallen de aanschaf van hard- en software, toegangstechniek, gebouwinrichting, inventaris en kantoormachines.

Financieringskasstroom

De financieringskasstroom is geraamd op € 3,3 mln. De financieringskasstroom heeft betrekking op de aflossing van de leenfaciliteit voor investering in herhuisvesting Utrecht en Zwolle en het beroep op de leenfaciliteit ten behoeve van het project eDienstverlening. De leenfaciliteit is ten opzichte van de ontwerpbegroting 2009 verhoogd op basis van de geactualiseerde raming.

4. Doelmatigheid

De afzonderlijke agentschappen EVD, OCNL en SenterNovem hebben hun bedrijfsvoering efficiënt vormgegeven. Door de uitvoeringsactiviteiten bijeen te brengen in één agentschap zal in de eerste plaats kwaliteitswinst voor de doelgroepen (bedrijven, andere overheden en kennisinstellingen) optreden. Zo zal de nieuwe organisatie een eenduidig loket hebben voor de «klant», die beter en efficiënter geholpen zal worden. Ook voor opdrachtgevers en medewerkers zal deze kwaliteitswinst merkbaar zijn. Tevens wordt een verdere professionaliseringsslag gemaakt in de inbreng van uitvoeringsexpertise in de beleidsontwikkeling. Bij het inrichten van de ondersteunende functies binnen AgU is door verdere stroomlijning kwaliteitswinst te boeken en effectiviteit te winnen.


EZ hanteert een aantal doelmatigheidsindicatoren ten aanzien van de baten-lastendiensten. Op basis hiervan rapporteren de baten-lastendiensten van EZ.

 2008 20092010
Inputindicatoren SNEVD OCNL SN EVD OCNLAGU
Kernindicatoren       
Verhouding direct/indirect personeel in fte’s 1 339 fte 233 fte 363 fte 74 fte 104 fte 17 fte 1 462 fte 288 fte 385 fte 80 fte 92 fte 30 fte 1 907 fte 352 fte
        
Verklarende/achterliggende variabelen        
Personeelskosten per fte € 69 838 € 67 790 € 67 058€ 75 500 € 70 000 € 71 000 € 75 726
Totaal aantal fte’s 1 572 fte 467 fte 121 fte1 750 fte 465 fte 122 fte 2 282 fte
Kosten inhuur externen op basis van PAO-definitie (x 1 000) € 37 192€ 3 056 € 1 280 € 53 868 € 3 000€ 1 275 € 56 600
Outputindicatoren SN EVDOCNL SN EVD OCNL AGU
Kernindicatoren       
Uurtarief – 0,95% reële tariefdaling 0,1% reële tariefstijging – 2,2% reële tariefdaling 2,4% reële tariefstijging 3,8% reële tariefstijging – 3,6% reële tariefdaling ≤ 0%
Aantal declarabele uren per fte en totaal 1 452 uren per fte/ 2,28 mln uren totaal 1 432 uren per fte/ 519 816 uren totaal 1 139 uren per fte/ 134 000 uren totaal 1 444 uren per fte/ 2,53 mln uren totaal 1 434 uren per fte/ 552 090 uren totaal 1 151 uren per fte/ 140 469 uren totaal 1 442 uren per fte, 2,75 mln uren totaal
Aantal werkbare en bruto/netto beschikbare uren2 032 werkbare uren 1 656 bruto 1 568 netto 2 023 werkbare uren 1 659 bruto 1 584 netto 2 032 werkbare uren/ 1 663 bruto 1 592 netto 2 032 werkbare uren 1 656 bruto 1 568 netto2 032 werkbare uren 1 659 bruto 1 568 netto 2 032 werkbare uren 1 663 bruto 1 592 netto n.n.t.b.
        
Verklarende/achterliggende variabelen       
Bedrijfsresultaat/omzet (x 1 000)€ 3 148 € 139 311€ 761 € 76 219€ 1 076 € 14 960€ 160 € 166 110€ 200 € 82 646€ 88 € 15 650€ 287€ 256 500
Kwaliteitsindicatoren SNEVD OCNL SN EVD OCNLAGU
Kernindicatoren       
Klanttevredenheid7,477,77,57> 7,5Doelgroep: ≥ 7,5 Opdrachtgevers: ≥ 7,5
Doorlooptijd primaire processenVerleningen: 81,7% Declaraties: 94,3% Declaraties < 50%; 20 dagen. Declaraties > 50%; 34 dagenVastgelegd in Wettelijke bepalingen Verleningen: 95% Declaraties: 95% Declaraties < 50%; 14 dagen. Declaraties > 50%; 30 dagen Vastgelegd in Wettelijke bepalingen Verleningen: ≥ 95% Declaraties: ≥ 95% Octrooien 100%
Gehonoreerde bezwaarschriften 404 (30,1% van totaal) 7 (44% van totaal) < 0,1% < 25% van totaal< 7 (44% van totaal) < 0,1% ≤ 25%
Aantal klachten24 2 Nvt < 15 < 2 Nvt < 25
Medewerkertevredenheid Geen meting 7,9 7 7,57,5 > 7 ≥ 7,5
        
Verklarende/achterliggende variabelen       
Ziekteverzuim % 4,8% 4,1%5,22% 4,5% 5% 4,25% n.n.t.b.

In 2008 en 2009 hanteerden SenterNovem, OCNL en EVD verschillende definities voor de indicatoren, hierdoor is onderlinge vergelijking niet goed mogelijk. Voor 2010 is gebruik gemaakt van geüniformeerde definities. De cijfers 2009 zijn geactualiseerde cijfers.

Verhouding direct/indirect

Voor AgU is de volgende definitie gehanteerd; de hoeveelheid direct en indirect personeel op basis van de gemiddelde bezetting. Als indirect kan worden beschouwd de ondersteunende functies en stafafdelingen zoals personeelszaken, financiën, automatisering, applicatiebeheer, et cetera. De ambtenaren verblijvend in het buitenland in het kader van opdrachten NFIA en TWA zijn niet in de berekening meegenomen.

Personeelskosten per fte

De gemiddelde personeelskosten per fte wordt berekend op basis van het totale aantal fte’s aan ambtenaren en structurele inhuur in de bezetting. De loonkosten bevatten de volgende componenten; bruto salarissen, vakantie- en eindejaarsuitkeringen, werkgeverpremies en wachtgelden. Kosten voor opleidingen, kinderopvang, werving & selectie, ARBO, et cetera worden beschouwd als overige (materiële) personeelskosten.

Totaal aantal fte’s

Het totaal voor AgU komt uit op 2 282 fte, inclusief ambtenaren verblijvend in het buitenland, in het kader van opdrachten NFIA en TWA (23 fte). Dit betreft het totaal aantal fte’s aan ambtenaren en structurele inhuur in de bezetting.

Uurtarief

De tariefontwikkeling is een resultante van de gewogen stijging van de personele en materiële kosten en de door AgU doorgevoerde kostenbesparingen. In oktober 2009 worden de tarieven voor 2010 definitief vastgesteld door de eigenaar. Hierbij wordt een kostendekkende exploitatie als uitgangspunt gehanteerd.

Declarabiliteit

AgU-breed geldt een vast aantal declarabele uren per fte. Rekening houdend met het aantal directe fte’s leidt dit tot een totaal aantal declarabele uren in 2010. Onder declarabel wordt verstaan direct productief.

Aantal werkbare en bruto/netto beschikbare uren

Het aantal werkbare en bruto/netto beschikbare uren is nog niet weer te geven. Na afronding van de geconsolideerde tariefnotitie 2010 zijn deze gegevens AgU-breed beschikbaar.

Doorlooptijd primaire processen

AgU hanteert de volgende definitie voor de doorlooptijd van de primaire processen. Het betreft het gemiddelde percentage van het totaal aantal producten en diensten dat binnen de normtijd aan de klant is geleverd ten opzichte van het totaal. De bruto doorlooptijd is de termijn waarin de aanvraag door AgU wordt ontvangen en het tijdstip waarop het product of de dienst is geleverd.

AgU hanteert verschillende streefwaarden voor verschillende primaire processen.

Indicatieve openingsbalans Agentschap Uitvoering

Balans per 1 januari 2010 (vóór resultaatsbestemming, in € 1 000)
 01-01-2010
Activa 
Immateriële vaste activa 1 184
Materiële vaste activa  
* grond en gebouwen 1 723
* installaties en inventarissen 14 893
* overige materiële vaste activa 6 814
Voorraden
Debiteuren 11 486
Nog te ontvangen 6 136
Liquide middelen 20 624
Totaal Activa62 861
  
Passiva  
Eigen vermogen 
* exploitatiereserve 10 092
* bestemmingsreserve
* onverdeeld resultaat 448
* verplichte reserves
Leningen bij het MvF 9 890
Egalisatierekening 670
Voorzieningen6 873
Crediteuren 12 745
Nog te betalen kosten22 143
Totaal Passiva 62 861

Toelichting

Algemeen

De indicatieve openingsbalans Agentschap Uitvoering is opgesteld op basis van de goedgekeurde jaarrekeningen 2008 en de geactualiseerde begrotingen 2009 van de fusiepartners, SenterNovem, EVD en Octrooicentrum Nederland. De afzonderlijke balansen per 31 december 2008 zijn geconsolideerd waarna de afzonderlijke posten geëxtrapoleerd en geconsolideerd zijn naar 1 januari 2010.

Vaste activa

De immateriële en materiële vaste activa per 1 januari 2010 zijn geprognosticeerd op basis van de eindbalans 2008 en de investeringen en afschrijvingen conform de geactualiseerde begroting 2009.

De feitelijke investeringen en afschrijvingen 2009 worden in de definitieve openingsbalans opgenomen. Hiertoe worden in aanloop van de daadwerkelijke fusie per 1 januari 2010 de rubricering, definities, drempelbedrag voor activering en afschrijvingstermijnen van de fusiepartners vastgesteld en geüniformeerd.

Debiteuren

De debiteurenstand per 1 januari 2010 is geprognosticeerd op basis van het percentage van de stand debiteuren per 31 december 2008 ten opzichte van de omzet 2008, dit percentage is afgezet tegen omzet 2009 (geconsolideerd exclusief onderlinge dienstverlening). De feitelijke debiteurenstand per 31 december 2009 wordt in de definitieve openingsbalans opgenomen. De berekeningsmethode voor bepaling van voorziening dubieuze debiteuren wordt daarbij geüniformeerd.

Posten «nog te ontvangen» én «nog te betalen kosten»

De kostengerelateerde transitoria (vooruitbetaalde en nog te betalen kosten) zijn gelijk gesteld aan de stand per 31 december 2008.

De transitoria betrekking hebbend op de omzet en voorschotten zijn als sluitpost van de balans genomen ad € 7,942 mln en is gesaldeerd (balansverkorting).

Het saldo nog te ontvangen en nog te betalen per 31 december 2008 bedraagt € 18,975 mln. Het saldo nog te ontvangen en nog te betalen per 31 december 2009 (indicatief) bedraagt € 16,007 mln.

Tenslotte is in de post «nog te betalen kosten» de kortlopende verplichting met betrekking tot de leenfaciliteit ad € 1,246 mln opgenomen.

Liquide middelen

De stand liquide middelen per 1 januari 2010 is bepaald op basis van de geconsolideerde eindstanden 2008 en de kasstroomoverzichten uit de geactualiseerde begrotingen 2009.

De feitelijke stand liquide middelen per 31 december 2009 wordt in de definitieve openingsbalans opgenomen.

Eigen vermogen

De stand eigen vermogen per 1 januari 2010 is bepaald op basis van de gemaximeerde standen eigen vermogen per 31 december 2008 (beginsaldo) en de in de geactualiseerde begrotingen opgenomen resultaten van de fusiepartners (mutaties 2009). Het geprognosticeerde eigen vermogen per 31 december 2009 ad € 10,540 mln valt binnen de maximale norm (€ 12,819 mln). De huidige bestemmingsreserve huisvesting van SenterNovem wordt in 2009 volledig gebruikt.


Het resultaat per 31 december 2009 wordt in de definitieve openingsbalans bepaald.

Egalisatierekening

De egalisatierekening betreft afschrijvingskosten investeringen CenterCourt.

Leningen bij MvF

De leenfaciliteit bedraagt in 2009 €11,192 mln. Het langlopende deel bedraagt per 1 januari 2010 € 9,946 mln.

Voorziening

De voorzieningen zijn in de raming gelijk gesteld aan de voorzieningen per 31 december 2008 met uitzondering van voorziening reorganisatiekosten. Deze voorziening loopt in 2009 af.

Crediteuren

De crediteurenstand per 1 januari 2010 is, evenals de debiteurenstand, geprognosticeerd op basis van het percentage van de stand crediteuren per 31 december 2008 ten opzichte van de omzet 2008, dit percentage is afgezet tegen omzet 2009 (geconsolideerd exclusief onderlinge dienstverlening).


De feitelijke crediteurenstand per 31 december 2009 wordt in de definitieve openingsbalans opgenomen.

Agentschap Telecom

1. Begroting van baten en lasten

Tabel 1 Begroting van baten en lasten voor het jaar 2010 Agentschap TelecomBedragen in € 1000
 20082009 2010 2011 2012 2013 2014
 realisatie geactualiseerd     
Baten       
Opbrengst moederdepartement8 723 11 959 11 369 10 919 10 919 10 91910 919
Opbrengst overige departementen 205 81 38
Opbrengst derden 18 30918 611 18 858 19 155 19 151 19 171 19 189
Rentebaten 244 34 61 75 51 50 51
Bijzondere baten 235 300 300 300 300 300300
Totale baten 27 716 30 985 30 62630 449 30 422 30 440 30 459
        
Lasten       
Apparaatskosten       
* personeel 18 91919 740 19 509 19 541 19 541 19 541 19 541
* materieel 8 886 8 911 8 636 8 4558 265 8 265 8 265
Rentelasten 69 80 150220 190 200 220
Afschrijvingskosten       
* materieel 2 0372 325 2 393 2 393 2 393 2 393 2 393
* immaterieel 48
Overige kosten       
Dotaties voorzieningen 959 30050 50 50 50 50
Bijzondere lasten
Totale lasten 30 91831 356 30 738 30 659 30 439 30 449 30 469
        
Saldo van baten en lasten – 3 202 – 371– 112 – 210 – 17 – 9 – 10

Toelichting

De geactualiseerde begroting 2009 is gebaseerd op de actuele inschatting van de baten en lasten in 2009.


De effecten van de taakstelling zijn verwerkt in de begroting.

Baten

Opbrengst moederdepartement

Tabel 1a Opbrengst moederdepartement per categorie Agentschap Telecom Bedragen in € 1000
 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014
 realisatie geactualiseerd     
Structurele bijdragen       
Juridische procedures 722 842 862 862 862 862 862
Antennebeleid 780 784 802 802 802 802802
Beleidsvoorbereiding en -evaluatie 1 422 1 2481 202 1 202 1 202 1 202 1 202
Repressieve handhaving 929 1 203 1 231 1 231 1 2311 231 1 231
Bevoegd aftappen 488 500 511511 511 511 511
Dataretentie 707 710710 710 710 710
Wet informatie-uitwisseling Ondergrondse netten 329 1 352 1 379 1 179 1 1791 179 1 179
Ruimtevaart 202 247 62 6262 62 62
Compensatie ICT-projecten 572      
Compensatie vergunningvrije toepassingen 2 709 3 773 3 861 3 861 3 8613 861 3 861
Subtotaal structureel 7 58111 228 10 619 10 419 10 419 10 41910 419
        
Incidentele bijdragen       
Projecten DGET 1 142 731750 500 500 500 500
Subtotaal incidenteel1 142 731 750 500 500 500 500
        
Totaal 8 723 11 959 11 369 10 91910 919 10 919 10 919

Structurele bijdragen

De opbrengst van het moederdepartement bestaat voor een groot deel uit een bijdrage in de kosten die volgens het vigerende tarievenbeleid niet aan derden mogen worden doorberekend, namelijk de kosten van juridische procedures en van repressieve handhaving. Verder bestaat de structurele bijdrage uit een bijdrage voor de kosten die verband houden met de uitvoering van het antennebeleid en beleidsvoorbereiding en -evaluatie, bevoegd aftappen, toezicht op de Ruimtevaartwetgeving, de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten en de bewaarplicht voor telecommunicatiegegevens (dataretentie). Tenslotte is er een bijdrage ter compensatie van opbrengstenderving als gevolg van vergunningvrije toepassingen.


Agentschap Telecom ontvangt incidentele bijdragen voor kosten die worden gemaakt voor verdelingsprojecten in opdracht van het Directoraat-Generaal Energie en Telecom (DGET). Voor 2010 zijn dat onder andere de veiling van mobiele communicatie 2,6GHz, de voorbereiding van de veiling FM-AM 2011 en 3,5GHz.


Vanaf 2011 worden minder omvangrijke verdelingsprojecten verwacht.

Opbrengst overige departementen

Onder de opbrengst overige departement valt de deelname van Agentschap Telecom aan de fora wetenschap en communicatie van het Kennisplatform Elektromagnetische Velden & Gezondheid (EMV&G). Deze deelname loopt van 2007 t/m 2010. Het antennebureau gaat, ten behoeve van VROM, in 2009 en 2010 de gemeenten en provincies actief ondersteunen in het dossier hoogspanningslijnen.

Opbrengst derden

Tabel 1b Opbrengst derden per productgroep Agentschap Telecom Bedragen in € 1000
 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014
 realisatie geactualiseerd     
Productcategorie       
Vaste verbindingen 3 5282 864 2 952 2 586 2 549 2 512 2 473
Mobiele communicatie 4 777 4 714 4 558 4 6024 536 4 474 4 408
Mobiele openbare telecommunicatienetwerken 1 280 1 825 1 730 2 0632 062 2 083 2 104
Radiodeterminatie 29 3331 31 32 32 32
Radiozendamateurs 3 44 4 4 4 4
Omroep 5 225 5 5155 845 6 010 6 070 6 131 6 192
Overige/Verlengingen  29 29 29 30 30 30
Examens 218 193 200 202 204 206 209
Afgifte verklaringen, keuringen en erkenningen 5 5 55 6 6 6
Randapparatuur 1 737 1 9111 885 1 909 1 928 1 947 1 966
Afnemerscategorie        
Defensie1 158 1 210 1 253 1 269 1 282 1 2941 307
Korps Landelijke Politiediensten 125 131 136137 139 140 142
BZK (C 2000) 41 43 4545 46 46 46
Satellite Operators 182 133185 262 265 267 270
Totaal 18 30918 611 18 858 19 155 19 151 19 17119 189

Rentebaten

Over het saldo op de rekening courant en deposito’s bij het Ministerie van Financiën ontvangt Agentschap Telecom rente. De daling van de rentebaten ten opzichte van 2008 is het gevolg van verrekening van het teveel aan vergunningopbrengsten aan vergunninghouders in 2008. Deze begroting gaat uit van een rentepercentage op deposito’s van 2,0%.

Bijzondere baten

Voor 2010 is rekening gehouden met een bedrag van € 0,3 mln voor de baten die volgen uit het uitlenen van personeel, door te belasten huisvestingskosten en het afstoten van materieel zoals dienstauto’s.

Lasten

Personele kosten

Bij de berekening van de personele kosten voor 2010 is rekening gehouden met CAO-ontwikkelingen in 2010. De verwachte gemiddelde bezetting voor 2010 is 277,5 fte (2009: 282 fte), waarvan 253 fte ambtelijk personeel (2009: 252 fte). De gemiddelde totale personeelskosten zijn € 70 301 per fte in 2010 (2009: € 67 150). De loonkosten per ambtelijke fte in 2010 worden geraamd op € 65 252 (2009: € 63 264). De gemiddelde kosten voor niet-ambtelijk personeel zijn begroot op€ 88 572 per fte (2009: € 99 700).

Materiële kosten

Bij de berekening van de materiële kosten voor 2010 is uitgegaan van de CPB-index «prijs overheidsconsumptie, netto materieel». De huisvestingskosten bedragen in 2010 circa € 2,5 mln.

Rentelasten

De rente betreft de vergoeding die Agentschap Telecom betaalt voor leningen bij het Ministerie van Financiën om investeringen in vaste activa te financieren. De leningen worden eind 2009 afgeroepen waardoor de stijging van de rentelasten voor het eerst in 2010 is te zien. Uitgangspunt is een rentepercentage van gemiddeld 3,0% voor de langlopende leningen van 2009 en 3,5% voor de latere jaren.

Dotaties voorzieningen

De stelselwijziging betreffende de financiële verslaggeving met ingang van 2007 heeft tot gevolg dat het aantal voorzieningen en daarmee de dotaties is afgenomen. Vanaf 2010 wordt jaarlijks met een bedrag van € 50 000 rekening gehouden als toevoeging aan voorzieningen (wachtgelders, ambtsjubileum en/of dubieuze debiteuren).

Saldo van baten lasten

Het negatieve resultaat over 2009 en verder is bedoeld om de post te verrekenen met vergunninghouders af te bouwen tot een niveau waarmee korte termijn dekkingsresultaten op tarieven genivelleerd kunnen worden.

2. Kasstroomoverzicht

Tabel 2 Kasstroomoverzicht 2010 Agentschap Telecom Bedragen in € 1000
 20082009 2010 2011 2012 2013 2014
 realisatie geactualiseerd     
1. Rekening Courant RHB 1 januari8 762 33 2 671 3 098 1 607 1 4741 543
        
2. Totaal operationele kasstroom– 1 020 1 954 2 331 2 233 2 426 2 4352 434
        
3a. – totaal investeringen– 1 940 – 3 000 – 3 000 – 3 000– 3 000 – 3 000 – 3 000
3b. + totaal desinvesteringen 0 0 0 0 0 0 0
3. Totaal investeringskasstroom – 1 940– 3 000 – 3 000 – 3 000 – 3 000– 3 000 – 3 000
        
4a. – eenmalige uitkeringen aan moederdepartement – 64 1 000 141 65114 47 43
4b. + eenmalige stortingen door moederdepartement 0 0 0 0 0 0 0
4c. – aflossingen op leningen – 315 – 315– 845 – 1 290 – 1 272 – 1 313 – 1 437
4d. + beroep op leenfaciliteit 0 3 000 1 800500 1 600 1 900 2 000
4. Totaal financieringskasstroom – 5 770 3 685 1 096– 725 442 634 606
        
5. Rekening Courant RHB 31 december (=1+2+3+4)33 2 671 3 098 1 607 1 474 1 5431 583

Het kasstroomoverzicht geeft een analyse van de liquiditeitsontwikkeling.

Operationele kasstroom

De operationele kasstroom bestaat uit het geraamde saldo van baten en lasten, gecorrigeerd voor afschrijvingen en mutaties in de voorzieningen en het werkkapitaal.

Investeringskasstroom

In 2010 verwacht Agentschap Telecom circa € 3,0 mln te investeren in materiële vaste activa. De investeringen betreffen voornamelijk elektronische apparatuur.

Financieringskasstroom

De aflossing van de leningen, variërend van 4 tot 10 jaar, zal circa € 0,8 mln bedragen in 2010. Voor 2010 voorziet Agentschap een beroep op de leenfaciliteit van € 1,8 mln om de benodigde investeringen in materiële vaste activa te kunnen financieren.

3. Doelmatigheid

Aantoonbare doelmatigheid

Inputindicatoren2008realisatie 2009geactualiseerd2010begroting
Kernindicatoren   
Verhouding direct/indirect personeel in fte’s en € 172,5 fte / 93,0 fte€ 12,6 mln / 6,3 mln 180,7 fte / 96,8 fte€ 12,9 mln / 6,9 mln 180,7 fte / 96,8 fte€ 12,8 mln / 6,7 mln
    
Verklarende/achterliggende variabelen    
Personeelskosten per fte€ 71 258 € 71 135 € 70 301
Totaal aantal fte’s 265,5 277,5 277,5
Inhuur externen o.b.v. PAO-definitie € 3,3 mln / 21,6 fte € 2,4 mln / 20,4 fte€ 2,1 mln / 24,5 fte
Outputindicatoren   
Kernindicatoren   
Uurtarief (met stijging/daling in reële termen, opgebouwd uit diverse P-en M-kostencomponenten – 2,65%– 0,01% = 0%
Declarabiliteit (aantal declarabele uren per fte en totaal) 1475/1696 87 % 1420/1660 ≥ 86%1430/1667≥ 86%
Aantal werkbare en bruto/netto beschikbare uren werkbaar: 1 829 bruto: 1 696 netto: 1 619werkbaar: 1 829 bruto: 1 660 netto: 1 578 werkbaar: 1 836 bruto: 1 667 netto: 1 588
Verklarende/achterliggende variabelen   
Bedrijfsresultaat / omzet € -/- 3,2 mln / € 27,7 mln € -/- 0,4 mln / € 31,0 mln € -/- 0,1 mln / € 30,6 mln
Kwaliteitsindicatoren   
Kernindicatoren   
Klanttevredenheid:   
opdrachtgeversNiet in 2008≥ 7≥ 7
bedrijvenNiet in 2008≥ 7≥ 7
Doorlooptijd primaire processen    
Vergunningaanvragen:   
binnen 8 weken93%95%95%
binnen 6 weken88%85%85%
binnen 4 weken81%60%60%
binnen 2 weken64%35%35%
Elektronische aanvraag:    
binnen 10 dagen99%95%95%
Reactietijd storingsklachten   
Klachten van levensbelang100%100%100%
binnen 4 uur    
Klachten van maatschappelijk belang100%100%100%
binnen 12 uur    
Klachten van individueel belang89%90%90%
binnen 3 werkdagen   
Gehonoreerde bezwaarschriften (aantal en in%) 22 (13%) ≤ 5% ≤ 5%
Aantal klachten 4 ≤ 7 ≤ 7
Medewerkertevredenheid Niet in 2008 ≥ 7 ≥ 7
    
Verklarende/achterliggende variabelen   
Ziekteverzuim% 4,2% 4,5%4,3%

AT streeft naar verlaging van de personeelslasten per fte middels goedkopere inhuur in 2010 bij gelijkblijvend aantal fte’s.