Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2010
  • Download PDF

Artikel 5 Internationale Economische Betrekkingen

Algemene doelstelling

Verbeteren van het klimaat voor internationale handel en investeringen en vergroten van de Nederlandse internationale participatie om de concurrentiekracht van de Nederlandse economie te vergroten.

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Nederland is een open economie en internationale handel en investeringen zijn van groot belang voor het economische groeivermogen. EZ treedt in dit speelveld op door internationale bedrijven te ondersteunen en belemmeringen weg te nemen om ze ook internationaal te laten groeien. In landen met een andere marktordening, waarin de overheid een grotere rol speelt, trekt EZ samen op met het bedrijfsleven om deuren te openen die anders gesloten blijven. Markten als Turkije, Rusland, India en China (TRIC landen) bieden Nederland extra kansen om te profiteren van de daar bestaande groei van de economie. Internationalisering zorgt daarnaast voor gezonde concurrentieverhoudingen en een dynamiek die aanzet tot vernieuwing en een hogere productiviteit. De Nederlandse economie is dan ook gebaat bij een zo groot mogelijke openheid.

EZ bestrijdt protectionisme, maakt zich internationaal sterk voor het openhouden van de wereldeconomie en een level playing field, probeert hiaten in internationale regels aan te pakken en de voordelen van vrijhandel vast te leggen in multilaterale onderhandelingen en handelsafspraken. Dit gebeurt primair via onze inbreng in het handelsbeleid van de EU en in de WTO. Voor een brede acceptatie van multilaterale afspraken is het daarbij belangrijk dat nieuwe economische wereldspelers betrokken worden. Naast de WTO biedt ook de G20 een platform om dit te bewerkstelligen. Nederlandse deelname aan de G20 vergroot bovendien de invloed op multilaterale afspraken en biedt kansen om de global governance van de economie te versterken. Een effectieve internationale economische rechtsorde gaat verder dan alleen regelgevende kaders. Er is ook een gezaghebbend gedeeld normatief kader nodig. Ook hier maakt EZ zich internationaal sterk om via multilaterale onderhandelingen een kader te ontwikkelen zodat duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen integraal onderdeel worden van economisch handelen.

Verantwoordelijkheid

De minister van Economische Zaken is verantwoordelijk voor:

• kwalitatief goede buitenlandse economische betrekkingen;

• het internationale handel- en investeringsbeleid;

• internationaal ondernemen en het aantrekken van buitenlandse bedrijven;

• de Nederlandse inbreng in het handelsbeleid in de EU en het vertegenwoordigen van het Nederlandse economisch belang in WTO- en OESO-kader.

Externe factoren

Het succes van het buitenlands economisch beleid is ook afhankelijk van externe factoren. Politieke en economische ontwikkelingen bij onze handelspartners hebben gevolgen voor de Nederlandse economie, voor succesvolle afronding van de multilaterale handelsakkoorden en op de mogelijkheden voor het Nederlandse bedrijfsleven. Succes wordt mede bepaald door het handels- en investeringsklimaat in binnen- en buitenland en veranderingen daarin.

Economische crisis

De crisis geeft in veel landen aanleiding om beleid in te richten dat lokale producenten bevoordeeld. Daarom is er verhoogde aandacht van EZ om protectionisme tegen te gaan. Daarnaast heeft de crisis grote weerslag op de export- en investeringsplannen van het Nederlandse bedrijfsleven. Ook buitenlandse investeerders blijken terughoudender te zijn met het doen van investeringen. Om Nederlandse bedrijven een steun in de rug te geven bij het betreden van (nieuwe) buitenlandse markten zijn er, naast het bestaande instrumentarium, enkele specifiek op de crisis gerichte maatregelen genomen:

• Er is een tijdelijke regeling 2Explore opgezet waarmee bedrijven subsidie kunnen krijgen voor het doen van haalbaarheidsstudies naar het doen van investeringen of leveranties op opkomende markten.

• Voor bedrijven is het mogelijk om gedeeltelijke staatsgarantie op de kredietgarantiepolissen voor korte termijn kredieten te krijgen. Deze regeling wordt uitgevoerd door het ministerie van Financiën. Afgesproken is dat EZ en Financiën de kosten van € 40 mln van deze faciliteit delen.

Kengetallen Waarde 2007 Waarde 2008 Ambities 2010
De positie van Nederland op de wereldranglijst    
Export van goederen 6 Nog niet bekend Top 10
Import van goederen 8 Nog niet bekend Top 10
Export van diensten 11 Nog niet bekendTop 10
Import van diensten 10 Nog niet bekend Top 10
Uitgaande stand directe buitenlandse investeringen 6 Nog niet bekend Top 10
Inkomende stand directe buitenlandse investeringen 5 Nog niet bekend Top 10

Bron: World Investment Report; UNCTAD

Toelichting

Op basis van cijfers van de UNCTAD (United Nations Conference for Trade and Development) kan worden bepaald wat de positie van Nederland is op de wereldranglijst op het gebied van goederen, diensten en investeringen. De ambitie is om binnen de top 10 te blijven. De cijfers over 2008 zijn pas in de tweede helft van 2009 beschikbaar.

Tabel budgettaire gevolgen van beleid

Artikel 5: Internationale Economische Betrekkingen (in € mln)
 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014
Verplichtingen (totaal) 129,6 164,8 145,6144,1 144,0 121,6 121,7
Waarvan garantieverplichtingen 10,1      
Programma gerelateerde verplichtingen122,6 157,9 139,0 138,0 137,8 115,4115,4
Markt en spelregels       
OD 1: Het internationale handels- en internationale investeringsverkeer verder vrijmaken en de economische rechtsorde versterken.        
– Bijdrage aan diverse organisaties 4,2 4,5 4,5 4,3 4,34,3 4,3
Basispakket        
OD 2: Bevorderen internationaal ondernemen       
– Prepare2start (PSB) 12,515,0 15,0 15,0 15,0 15,0 15,0
– 2 Explore (2008 PESP) 4,9 2,9 1,5    
– Herverzekering SENO/GOM (garantieverplichting) 10,1      
– Instrumentele uitgaven agentschappen (EVD) 6,3 5,8 5,8 5,8 5,85,8 5,8
– Acquisitie van buitenlandse bedrijven 1,2 6,3 6,3 6,3 6,3 6,36,3
– TA-OM 0,4      
– Trustfunds 1,5      
– PUM 2,0 2,0 2,02,0 2,0 2,0 2,0
– Bijdrage aan agentschappen (deelopdrachten EVD) 30,0 30,630,8 30,9 30,7 29,7 29,7
– Bijdrage aan agentschappen (financiële instrumenten) 7,7 8,9 8,98,9 8,9 8,2 8,2
– Bijdrage aan agentschappen (EVD-NFIA) 13,2 7,1 7,0 6,86,8 6,8 6,8
– Overig (wereldexpo) 0,810,3 3,2 2,1 2,1 0,3 0,3
– Overig NHGIS (PIB) 3,9       
Programmatisch pakket       
OD 3: Het gericht ondersteunen van het bedrijfsleven in kansrijke sectoren op zowel binnen als buitenlandse markten        
– PSOM 6,4      
– Overig programmatische aanpak14,6 42,7 16,1 18,1 18,1 19,9 19,9
– Internationaal excelleren: Package4Growth 20,7 20,7 20,7 20,7  
– Internationaal excelleren: 2getthere  16,0 16,0 16,0 16,0 16,0
Algemeen       
– Beleidsondersteuning 3,21,1 1,1 1,1 1,1 1,1 1,1
        
Apparaat gerelateerde verplichtingen 7,0 6,9 6,6 6,1 6,26,3 6,3
– Personeel DG BEB 7,0 6,96,6 6,1 6,2 6,3 6,3
        
Uitgaven (totaal)128,1 156,5 134,6 128,1 126,6 105,3105,3
Waarvan programma-uitgaven 113,4 149,5128,0 122,0 120,4 99,0 99,0
Waarvan juridisch verplicht*   94,6 66,6 56,9 51,7 53,4
OD 1 4,2 4,5 4,5 4,3 4,3 4,3 4,3
OD 277,2 80,7 70,5 69,0 74,9 68,6 70,2
OD 330,3 63,5 51,7 47,0 40,1 25,0 23,5
Algemeen 1,8 0,8 1,2 1,6 1,1 1,1 1,0
        
Ontvangsten (totaal) 17,2 12,7 12,7 11,811,8 1,8 1,8
– Ontvangsten gemengde kredieten 2,0 0,7 0,7 0,7 0,7 0,7 0,7
– Ontvangsten uit garanties 10,3 10,0 10,010,0 10,0   
– Ontvangsten agentschappen (EVD) 0,8      
– Ontvangsten Fes 2,0 0,90,9     
– Diverse ontvangsten DG BEB2,0 1,1 1,1 1,1 1,1 1,1 1,1

* Dit betreft uitfinanciering van verplichtingen die tot en met 2009 zijn aangegaan en de bijdragen aan instellingen en instituten.

Grafiek budgetflexibiliteit per operationeel doel



kst132831B_06.gif

Markt en spelregels

Operationele doelstelling 1

Een open internationaal handels- en investeringsverkeer en een versterkte, duurzame, internationale economische rechtsorde.

Motivering

Het wegnemen van onnodige handelsbelemmeringen zorgt ervoor dat ondernemers en consumenten zowel in Nederland als wereldwijd het economisch groeipotentieel kunnen benutten. Tegelijkertijd wordt bevorderd dat zij dat doen op maatschappelijk verantwoorde wijze. EZ is primair verantwoordelijk voor het buitenlands economisch beleid en als zodanig verantwoordelijk voor de Nederlandse inbreng in het handelsbeleid in de EU en het vertegenwoordigen van het Nederlandse economisch belang in WTO- en OESO-kader.

Instrumenten

• Positiebepaling en invloed aanwenden in het kader van onderhandelingen in EU, OESO en WTO en contributies aan internationale organisaties (onder andere WTO).

• Voorlichting aan bedrijfsleven over investeringsbeschermings-overeenkomsten (IBO’s), opstellen en uitonderhandelen van nieuwe IBO’s (dan wel het moderniseren van bestaande IBO’s) met voor Nederland interessante markten.

• Een actieve inzet op maatschappelijk verantwoord en duurzaam ondernemen. Het kabinet heeft duidelijke beleidslijnen uitgezet op de terreinen van MVO (Kabinetsvisie Kamerstukken II 2007–2008, 26 485 XIII, nr. 53), ketenverantwoordelijkheid en Non-trade Concerns (NTCs), nu ligt in eerste instantie de verantwoordelijkheid bij het bedrijfsleven. Het kabinet blijft een actieve rol spelen door bij het beleid op internationaal ondernemen, handel en investeringen het aspect van MVO onder de aandacht te brengen, ook op internationaal niveau.

• Voorlichting over en mediation op basis van de OESO richtlijnen voor multinationale ondernemingen via het Nationaal Contactpunt voor de OESO richtlijnen (NCP).

• Controle op de uitvoer van strategische goederen (militair materieel en goederen voor tweeërlei gebruik, ook wel «dual use goederen» genoemd). Deze uitvoer is mede vanwege veiligheidsredenen aan voorwaarden gebonden en is in de meeste gevallen verboden tenzij daarvoor tevoren een vergunning is verkregen.


In 2010 gaat bijzondere aandacht uit naar het volgende:

• Een visie op global economic governance ontwikkelen die als uitgangspunt van de Nederlandse strategische inzet, bijvoorbeeld ten behoeve van discussies in G20 kader, zal dienen. De crisis heeft aangetoond dat door globalisering landen economisch onderling sterk verweven en afhankelijk zijn geworden, maar internationale spelregels achter zijn gebleven en instituties veelal nog langs nationale lijnen georganiseerd zijn. Dit maakt de internationale handelsgemeenschap kwetsbaar en vraagt om een verbetering van internationale spelregels en toezicht (global economic governance). Nederland speelt in de G20 een actieve rol in de internationale dialoog over deze onderwerpen. De uitkomsten van een nieuw klimaatverdrag zullen onderdeel uitmaken van deze visie.

• Het vereenvoudigen en harmoniseren van reeds gemaakte afspraken, zoals oorsprongsregels, meestbegunstigingsbeginsel en non-discriminatie. Daarbij zal onderzocht worden wat de mogelijkheden en beperkingen van verdergaande economische samenwerking (en in ultimo vrijhandelsakkoorden) met OESO-landen met vergelijkbaar ontwikkelingsniveau zijn voor Nederland en de EU. Hierbij blijft voor Nederland het uitgangspunt gelden dat bilaterale afspraken een aanzet dienen te vormen tot een multilateraal akkoord.

• Indien de belofte van de G8 + G5 te Aquila Italië om in 2010 de WTO Doha ronde af te sluiten gestand wordt gehouden, zal EZ zowel in de voorbereiding van die afronding alsmede bij de uitwerking van het akkoord het voortouw nemen.

Basispakket

Operationele doelstelling 2

Bevorderen Internationaal Ondernemen (inkomend en uitgaand).

Motivering

Internationalisering van onze economie in het algemeen en ons bedrijfsleven in het bijzonder is van groot belang voor de productiviteit en concurrentiekracht van Nederland. Bovendien heeft internationalisering een potentieel opwaarts effect op de kennisintensiteit van de Nederlandse economie. Ook de aanwezigheid van buitenlands bedrijfsleven op de Nederlandse markt dat werkgelegenheid, innovatiekracht en kennisoverdracht met zich meebrengt draagt bij aan de groei van de Nederlandse economie. Internationalisering omvat meerdere onderdelen, beginnende bij de eerste oriëntatie van bedrijven op buitenlandse markten, tot het investeren en exporteren op deze markten. Ook het aantrekken van buitenlandse investeerders en importeren valt hier onder. EZ helpt ondernemers hierbij en neemt drempels van veelal politiek-institutionele aard zoveel mogelijk weg.

Instrumenten

• Politieke interventie ten behoeve van Nederlandse bedrijven, voorlichting, kennisoverdracht, promotie van het Nederlands bedrijfsleven op buitenlandse markten en van Nederland als investeringsland.

• Dienstverlening aan zowel Nederlandse als buitenlandse ondernemers in het buitenland door het Nederlandse postennetwerk in het buitenland.

• Economische missies en bilaterale bezoeken van en naar het buitenland zowel op politiek als op hoog ambtelijk niveau.

• Prepare2Start (P2S): startende MKB ondernemingen kunnen bij de eerste stappen naar het buitenland ondersteund worden met het schrijven van een internationaliseringsplan met financiële ondersteuning voor een aantal activiteiten.

• Faciliteit Opkomende Markten (FOM): via onder andere achtergestelde leningen wordt financiering van projecten in opkomende markten mogelijk gemaakt.

• Programma Uitzending managers (PUM): kennisoverdracht door Nederlandse senior (ex) ondernemers op aanvraag van ondernemingen en instellingen in opkomende markten die behoefte hebben aan kennis en ervaring die ter plaatse onvoldoende voorhanden is.


In 2010 gaat bijzondere aandacht uit naar de volgende activiteiten:

• Extra inzetten op het signaleren en benutten van kansen in landen en/of sectoren die minder worden geraakt door de crisis en kansen die door de crisis ontstaan, bijvoorbeeld als gevolg van stimuleringsprogramma’s, om deze te kunnen verzilveren. Het postennet wordt ingezet om deze mogelijkheden te signaleren en wordt gevraagd een analyse te maken van hoe deze kansen door het Nederlandse bedrijfsleven kunnen worden gegrepen. Hierbij is van belang dat door snelle acties goed anticiperend wordt samengewerkt tussen overheid en bedrijfsleven.

• Sterk profileren van Nederland als pioneers in international business via Holland Branding onder andere via het Nederlands paviljoen op de EXPO 2010 in Shanghai (1 mei–31 oktober 2010). EZ gebruikt de presentatie daar als speerpunt voor het laten zien van de mogelijkheden van Nederland. Het paviljoen en de bijdrages in het paviljoen zullen een sterke samenhang vertonen met «Dutch design». EZ is hoofdverantwoordelijk voor het welslagen van de Nederlandse deelname. Als uitvoerder van het project is de EVD, het agentschap voor internationaal ondernemen en samenwerken, aangewezen. Het totale budget voor de Nederlandse inzending bedraagt € 20 mln (EZ draagt € 5 mln bij en staat voor € 2,5 mln garant in geval dat sponsoring door het bedrijfsleven tegenvalt).

• Beter toesnijden van de organisatie van overheidssteun op de dynamiek van de internationale economie door integratie van de Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA) en Technisch wetenschappelijke attachés (TWA) in de EVD.12

Prestatie-indicatoren Buitenlandinstrumenten 2007 2008 Streefwaarde 2010
EVD Bereik Algemeen   
aantal instellingen in het klantenbestand van de EVD gedeeld door het aantal internationaal actieve bedrijven 35% 42% 45%
Bron: EVD-rapportages    
    
Prepare2Start   
aantal bedrijven dat op basis van P2S- internationaliseringsplan internationaal is gaan ondernemen 331349 500
Bron: rapportage P2S   

Toelichting

EVD: De prestatie-indicator EVD Bereik Algemeen laat zien in hoeverre de EVD bekend is bij de doelgroep van internationaal actieve bedrijven. Dat wordt als volgt berekend: het aantal instellingen in het klantenbestand van de EVD gedeeld door het aantal internationaal actieve bedrijven.

P2S: De prestatie-indicator voor Prepare2Start laat zien het aantal bedrijven dat op basis van het P2S-internationaliseringsplan internationaal is gaan ondernemen.

Kengetallen buitenlandinstrumentarium 2007 2008 Ambitie 2010
PUM    
percentage aanvragen dat heeft geleid tot bedrijfscontacten met Nederlandse ondernemingen danwel waarvan het contact voorbereid of onderhanden is 43% 40%31%
Bron: PUM    

Toelichting

Het kengetal voor de PUM geeft het percentage aanvragen weer dat heeft geleid tot bedrijfscontacten met Nederlandse onderneming danwel waarvan het contact voorbereid of onderhanden is. De ambitie is, met het oog op de economische crisis, voor 2010 gelijk gebleven aan die in de begroting 2009.

Prestatie-indicatoren acquisitie 20072008 Streefwaarde 2010
Aantal getekende verzoeken tot ondersteuning door NFIA 495 555 400
Bron: eigen registratiesysteem via web op basis van getekende intakebrieven    
Omvang aangetrokken investeringen / aantal projecten € 578 mln/ 155 projecten € 667 mln/ 182 projecten € 500 mln/ 130 projecten
Bron: Confirmation letters zoals opgenomen binnen de Project Administratie van het Extranet (Achilles)
    
Werkgelegenheid aangetrokken investeringen buitenlandse bedrijven 3 107 3 300 2 500
Bron: eigen systeem op basis van Webtechnologie.   

Toelichting

De streefwaarde voor het aantal intakes is naar beneden toe bijgesteld in verband met tegenvallende economische ontwikkelingen. (Buitenlandse) bedrijven stellen in toenemende mate hun investeringsbeslissing uit, mede omdat financiering moeilijk te verkrijgen is.

Programmatisch Pakket

Operationele doelstelling 3

Het gericht ondersteunen van het bedrijfsleven in kansrijke sectoren op zowel binnen- als buitenlandse markten.

Motivering

Het programmatisch pakket richt zich op het versterken van de kansen van Nederlandse bedrijven en kennisinstellingen in het buitenland in de sectoren waar Nederland goed in is en waar Nederland extra toegevoegde waarde kan inbrengen (bijvoorbeeld Water). Het programmatisch pakket biedt groepen van bedrijven en kennisinstellingen ondersteuning om te internationaliseren op markten die sterk door overheden bepaald/beïnvloed worden. Zonder overheidsondersteuning lukt het bedrijven niet zonder meer om zich, ook op snelgroeiende, zeer competitieve markten sterk en snel te kunnen positioneren. Deze ondersteuning (in de vorm van subsidies maar ook economische diplomatie en samenwerking in beleid) bestaat uit een meerjarig samenwerkingsverband waarbij overheid en bedrijfsleven gezamenlijk optrekken. Hierdoor wordt de wederzijdse inspanning versterkt en worden betere resultaten bereikt. Focus en samenhang zijn de kernwoorden van deze samenwerking. Daar waar het bedrijfsleven zich committeert aan langdurige collectieve samenwerking op kansrijke terreinen en markten gaat EZ, indien opportuun samen met andere ministeries, langdurige relaties aan om economische barrières te slechten.

Instrumenten

Het programmatische pakket op het terrein van internationalisering is vormgegeven in de regeling «Internationaal excelleren». Met deze regeling kunnen bedrijven ondersteund worden in specifieke sectoren en op specifieke landen. De volgende onderdelen maken deel uit van deze regeling:

• 2g@there: meerjarige publieke ondersteuning voor samenwerkingsverbanden van minimaal acht bedrijven en instellingen om op een strategische en planmatige wijze te internationaliseren, op basis van een internationaliserings-strategie. Doel is samenwerkingsverbanden te ondersteunen die zonder publieke ondersteuning, zowel financieel als niet financieel, niet verder komen op een bepaalde buitenlandse markt. Het is belangrijk dat het samenwerkingsverband actief is in een sector of niche waarin Nederlandse partijen onderscheidend zijn. In zeer onderscheidende sectoren, waarin een samenwerkingsverband internationaal kan «doorbreken», kan de buitenlandse markt zich ook uitstrekken over meerdere doellanden. In de regeling 2g@there is ook de tijdelijke subsidieregeling 2explore opgenomen. In het licht van de kredietcrisis wordt bedrijven de mogelijkheid geboden om subsidie te krijgen voor haalbaarheidsstudies voor leveranties en investeringen in opkomende markten.

• Package4Growth dat vooralsnog is gericht op India en China. Package4Growth is een faciliteit die beoogt het Nederlandse bedrijfsleven met onderscheidende kennis, producten en diensten op snelgroeiende, zeer competitieve markten, sterk en snel te kunnen positioneren. De ontwikkeling van deze landen heeft de afgelopen jaren een vlucht genomen. Om de Nederlandse slagkracht op deze markten te vergroten en het Nederlandse internationale concurrentievermogen te behouden, heeft het Ministerie van Economische Zaken de faciliteit Package4Growth voor China en India ontwikkeld. Beoogd wordt bedrijven op verschillende manieren te ondersteunen, niet alleen door het wegnemen van knelpunten, maar ook informatievoorziening, actieve netwerken en financiële prikkels behoren tot de mogelijkheden die onder Package 4Growth aangeboden worden. Focus vindt plaats op de voor Nederland belangrijke sectoren. Voor India zijn dat agro-industrie, biotechnologie, bouw, ICT, infrastructuur (inclusief energie en water), logistiek, medische sector. Voor China: duurzaamheid binnen de sectoren energie, industrie en technologie, infrastructuur, landbouw en water.


In 2010 gaat bijzondere aandacht uit naar het volgende:

• De 2g@there aanpak zal verder worden aangesloten bij de prioriteiten op de beleidsvelden van innovatie, ondernemerschap, energie en niches in de sectoren waarin Nederland zich van oudsher onderscheidt: water, milieu, creatieve industrie, landbouw, logistiek.

• De programmatische aanpak (meerjarige publiek-private samenwerking met ondersteuning bestaande uit subsidie-instrumenten, publieke kennisoverdracht en economische diplomatie) zal ook model staan voor de samenwerking op de brederelatielanden en ontwikkelingslanden.

Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van beleid
Soort onderzoekOnderzoek onderwerp OD StartAfgerond
Beleidsdoorlichting Bevorderen van internationaal ondernemen (inkomend en uitgaand) 5.2 20092009
 Het aantrekken van investeringen van buitenlandse bedrijven in Nederland 5.2 2009 2009
 Het gericht ondersteunen van het bedrijfsleven in kansrijke sectoren op buitenlandse markten 5.3 2009 2009
Effectenonderzoek ex post PESP* 5.22009 2009
 FOM 5.2 2010 2011
 Prepare2start 5.2 2012 2013
 PUM 5.22012 2013
 2getthere 5.3 2014 2015
 Package4growth 5.3 2014 2015

* De regeling PESP is in 2009 stopgezet naar aanleiding van de uitspraak in de Hanseland-zaak. Haalbaarheidsstudies worden daarom tot 2011 tijdelijk via de regeling 2getthere uitgevoerd.

12  Vanaf 1 januari 2010 zal de EVD onderdeel worden van het Agentschap Uitvoering, dat tot stand komt uit een samenvoeging van drie afzonderlijke agentschappen,: de EVD, Octrooicentrum Nederland en SenterNovem.