| Rijksbegroting | Overzicht | Voorbereiding | Uitvoering | Verantwoording | |
|---|---|---|---|---|---|
| 2010 |
| ||||
2.2.8 Begrotingsbeleid en regeldruk
2.2.8.1 Algemene doelstelling
Het budgettaire beleid creëert de randvoorwaarden om maatschappelijke ambities, nu en in de toekomst, te verwezenlijken. De overheid is betrouwbaar en consistent in de aanwending van de middelen en zorgt voor een doelmatige, doeltreffende en rechtmatige besteding.
Kabinetsdoelstelling 16 uit het beleidsprogramma heeft betrekking op minder regels, minder instrumenten en minder loketten. Binnen deze kabinetsdoelstelling wordt de regeldruk voor bedrijven merkbaar verminderd.
Omschrijving van de samenhang in het beleid
Burgers en bedrijven moeten kunnen rekenen op de overheid. Bepaalde overheidsdiensten en -voorzieningen moeten ook in de toekomst geleverd kunnen worden. Daarvoor moeten overheidsfinanciën houdbaar en dus toekomstbestendig zijn.
De overheid moet met een beperkt budget haar omvangrijke takenpakket uitvoeren. Belastinggeld moet dus goed worden besteed, dit houdt in doelmatig, doeltreffend en rechtmatig. Het uitgeven en innen van overheidsgeld moet niet worden verstoord door schommelingen in de economische groei en tegelijkertijd die schommelingen niet onnodig versterken. Dit wordt bereikt door een trendmatig begrotingsbeleid.
Overheidsregels zijn nodig, maar de belemmering van bedrijfsactiviteiten door regels voor bedrijven moet merkbaar omlaag. Ondernemerschap wordt gestimuleerd door de vermindering van regeldruk, zoals de vermindering van administratieve lasten, toezichtslasten, inhoudelijke nalevingskosten en door de vereenvoudiging van aanvraagprocedures voor vergunningen en subsidies.
Verantwoordelijkheid
De minister van Financiën is verantwoordelijk voor:
• Het opstellen van het algemeen financieel-economisch beleid en het begrotingsbeleid;
• De doelmatigheid en doeltreffendheid van uitgaven (samen met departementen);
• De rechtmatigheid van verplichtingen, uitgaven en ontvangsten (systeemverantwoordelijk);
• Coördinatie van het programma Vermindering van regeldruk voor bedrijven (de minister van Economische Zaken is medeverantwoordelijk).
Externe factoren
Het succes is afhankelijk van de effectiviteit van de begrotingsregels en de politieke wil om de in het Coalitieakkoord gestelde prioriteiten te realiseren.
Voor het terugdringen van de regeldruk voor bedrijven is een constructieve samenwerking met het bedrijfsleven essentieel. Daarnaast zal een merkbare reductie ook vragen dat de overheden op het supranationale en decentrale niveau een dergelijke inspanning plegen.
2.2.8.2 Tabel budgettaire gevolgen van beleid
| Tabel budgettaire gevolgen (x € 1000) | |||||||
| 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | |
| Verplichtingen | 40 551 | 39 678 | 32 787 | 28 210 | 24 131 | 23 835 | 23 805 |
| Uitgaven | 39 993 | 39 678 | 32 787 | 28 210 | 24.131 | 23 835 | 23 805 |
| Apparaatsuitgaven | 30 541 | 30 098 | 28 107 | 24 989 | 24.131 | 23 835 | 23 805 |
| Doelst. 3 Verminderen regeldruk voor bedrijven | |||||||
| Programma uitgaven | 9 452 | 9 580 | 4 680 | 3 221 | |||
| Ontvangsten | 6 338 | 5 759 | 5 829 | 5 894 | 5 969 | 6 055 | 6 055 |
| Apparaatsontvangsten | 6 338 | 5 759 | 5 829 | 5 894 | 5 969 | 6 055 | 6 055 |
Toelichting tabel budgettaire gevolgen van beleid
Verminderen van regeldruk voor bedrijven
Het integrale programma voor de vermindering van regeldruk bedrijven wordt gezamenlijk door de ministeries van Economische Zaken en Financiën gecoördineerd. Het beschikbare meerjarige programmabudget wordt op dit begrotingsartikel verantwoord.
Het kabinet heeft uit de enveloppe voor pijler 2 middelen ter beschikking gesteld voor de jaren 2008 tot en met 2011. De uitgaven in 2010 en 2011 zullen vooral betrekking hebben op:
• Samenwerking met en facilitering van decentrale overheden om regeldruk bij gemeenten, provincies en waterschappen te verminderen; dit gebeurt onder meer met de voucherregeling voor gemeenten (naar verwachting € 2,3 miljoen aan uitgaven in 2010);
• Eén digitaal loket voor ondernemers;
• Diverse onderzoeksactiviteiten, waaronder ook die van het Adviescollege Toetsing Administratieve Lasten (ACTAL);
• Voorlichting en Communicatie over het programma aan ondernemers;
• Samenwerkingsinitiatieven tussen overheid en bedrijfsleven (o.a. fundamentele verkenningen);
• Monitoring van de voortgang van het programma (waaronder de belevingsmonitor bij een vaste groep van ondernemers).
Grafiek budgetflexibiliteit

Toelichting
Van de programmamiddelen voor regeldruk bedrijven is in 2010 een bedrag van € 2,3 miljoen juridisch verplicht (48%).
2.2.8.3 Operationele doelstellingen
2.2.8.3.1 Operationele doelstelling 1
Het handhaven van de uitgaven- en inkomstenkaders en daarmee het streven naar de doelstellingen voor het structurele EMU-saldo.
Motivering
Budgettaire discipline is belangrijk omdat deze ervoor zorgt dat de prioriteiten van dit kabinet, zoals vastgelegd in begroting en Coalitieakkoord, worden gerealiseerd. De kaders dragen ook bij aan een gelijkmatige economische groei (conjuncturele stabilisatie) tijdens de kabinetsperiode. De groei van de uitgaven ligt vast, waardoor procyclisch beleid wordt vermeden. De inkomsten mogen meebewegen met de economische groei, waardoor de lasten dalen in laagconjunctuur en stijgen in hoogconjunctuur. In het aanvullend beleidsakkoord zijn, naar aanleiding van de economische ontwikkelingen, de kaders aangepast voor de werkloosheidsuitgaven en de ruilvoetontwikkeling om de automatische stabilisatie aan de uitgavenkant te versterken. Daarnaast is in dit akkoord een stimuleringspakket afgesproken dat niet relevant voor het kader is. Tevens zijn alle budgettaire effecten die samenhangen met de interventies in de financiële sector buiten de uitgavenkaders geplaatst.
Instrumenten
• Bijhouden van de uitgavenontwikkeling en ervoor zorgen dat het uitgavenkader niet wordt overschreden;
• Het bijhouden van de lastenontwikkeling onder andere door het opstellen van belasting-/premieramingen en het toetsen van het inkomstenkader;
• Het monitoren van het EMU-saldo van decentrale overheden aan de hand van een jaarlijkse begrotingsenquête.
Kengetallen
| 2008 | 2009 | 2010 | |
| EMU – saldo (% bbp) | 0,7 | – 4,8 | – 6,3 |
| Structureel EMU – saldo (% bbp) | – 1,1 | – 3,5 | – 4,0 |
Bron: Miljoenennota 2010 (Kamerstukken II 2009/10, 32 123, nr. 1).
2.2.8.3.2 Operationele doelstelling 2
Gestelde overheidsdoelen worden zo doelmatig mogelijk bereikt, waarbij de overheidsmiddelen rechtmatig worden besteed.
Motivering
Het oplossen van maatschappelijke problemen en het vervullen van wensen van burgers kost bijna altijd geld. Hiervoor moeten belastingen en premies worden geheven. Het parlement en de belastingbetaler moeten erop kunnen rekenen dat er zuinig wordt omgegaan met dit belastinggeld. Daarbij moeten zij de zekerheid kunnen hebben dat het geld aan de afgesproken doelen en op de afgesproken wijze wordt uitgegeven, dus dat de uitgaven rechtmatig zijn. Dit is mogelijk door een efficiënte en effectieve inrichting van het beleids-, uitvoerings- en bedrijfsvoeringsproces.
Instrumenten
Bevorderen doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid:
• Het beoordelen van beleidsvoorstellen op doelmatigheid en doeltreffendheid door toetsing van de Inspectie der Rijksfinanciën;
• Departementen aanzetten om ex-ante beleidsevaluaties (waaronder kosten-batenanalyses) te laten uitvoeren;
• Initiëren en uitvoeren van interdepartementale beleidsonderzoeken (IBO’s);
Bevorderen doelmatigheid van de bedrijfsvoering:
• Implementatie van het Rijksbreed bindend kader voor uniformering en vereenvoudiging van de uitvoering en verantwoording van subsidies. Eenvoudige en uniforme subsidievoorwaarden leiden tot doelmatiger subsidiebeheer en minder administratieve lasten;
• Aanpassing van comptabele wet- en regelgeving zodat deze de doelmatigheid beter ondersteunt en aansluit bij de flexibilisering van de Rijksdienst. Bij interdepartementale samenwerkingsvormen en bij interdepartementale uitbesteding de verantwoording zo efficiënt mogelijk regelen;
• Vereenvoudiging van de rechtmatigheidsnormen. Implementatie van de uitkomsten van de evaluatie van het experiment tolerantiegrenzen. Vastleggen van de normen in de Comptabiliteitswet met het oog op eenduidigheid en uniformaliteit in de oordeelsvorming en rapportering door de departementen en de Algemene Rekenkamer over rechtmatigheid aan de Tweede Kamer;
• Evaluatie van het experiment doelmatiger verantwoordingsproces met minder verantwoordingslasten, waarbij het jaarverslag en de begroting zo worden ingericht dat meer focus en politieke relevantie ontstaat;
• Evaluatie van het project Rijksaudit. De Rijksauditdienst bundelt voor alle departementen specifieke expertise en/of functies. Daarnaast voert de dienst voor vier departementen (de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties, Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, Financiën en Volksgezondheid Welzijn en Sport) de audit uit;
• In 2009 is de derde nationale verklaring afgegeven betreffende de verantwoording over de Landbouwfondsen in 2008. In het streven naar vermindering van de administratieve lasten en de controledruk zal nationaal een evaluatie worden uitgevoerd bij de structuurfondsen (programmaperiode 2007–2013). Daarnaast worden in Europees verband de mogelijkheden onderzocht welke vereenvoudigingen in het structuurbeleid mogelijk zijn;
• Baten-lastendiensten:
– begeleiden van kandidaat-diensten
– stimuleren van ontwikkeling en gebruik van doelmatigheidsindicatoren bij bestaande baten-lastendiensten zodat meer inzicht ontstaat in doelmatigheid. Stimulering van gebruik van doelmatige bekostiging- en besturingsmethodieken.
Indicatoren
| 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | |
| Rechtmatigheidsfouten in het totaal van de uitgaven, ontvangsten en verplichtingen | <1% | <1% | <1% | <1% | <1% | <1% | <1% |
Kengetallen
| 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | 2012 | 2013 | 2014 | |
| Aantal beleidsdoorlichtingen* | 12 | 11 | 38 | 42 | 33 | 15 | 16 |
* Op basis van de Rijksbegrotingsvoorschriften. Departementen hebben de verplichting tot periodieke beleidsdoorlichtingen van algemene of operationele doelstellingen, aansluitend bij de beleidscyclus.
2.2.8.3.3 Operationele doelstelling 3
Het stimuleren van ondernemerschap door het merkbaar en substantieel verminderen van regeldruk voor bedrijven. Daarbij staat de beleving van de ondernemer centraal en worden bedrijven actief betrokken bij het identificeren van problemen en het formuleren van oplossingen.
Motivering
Wet- en regelgeving beschermen publieke belangen. Tegelijkertijd kunnen teveel regels, te complexe regels of een te rigide uitvoering ervan ten koste gaan van de ruimte om te ondernemen. Het gaat dus om het vinden van een balans: regelen waar het moet, vrijlaten waar het kan. Dit kabinet blijft onverminderd investeren in het verminderen van regeldruk voor bedrijven en het verbeteren van haar dienstverlening.
Het ministerie van Financiën is samen met het ministerie van Economische Zaken verantwoordelijk voor de vermindering van regeldruk voor bedrijven. Zie dus ook de begroting van het ministerie van Economische Zaken.
Instrumenten
• Antwoord voor bedrijven (www.antwoordvoorbedrijven.nl) wordt dé ingang voor alle ondernemersvragen aan de overheid. Met antwoord voor bedrijven worden alle bestaande meldpunten voor klachten van ondernemers samengevoegd en wordt het centrale meldpunt een structureel onderdeel van de dienstverlening aan ondernemers;
• Het kabinet heeft geïnvesteerd in een aantal meetmethodieken die de hoogte van de regeldruk voor ondernemers inzichtelijk maakt. Deze bieden een uitstekende basis voor het vinden van meetbare vereenvoudingsvoorstellen. Voorbeelden zijn het (verbeterde) Standaardkostenmodel voor de administratieve lasten, het meetmodel voor toezichtlasten en de meetmethode voor nalevingskosten;
• Om na te gaan of en in welke mate de beleving van regeldruk bij ondernemers aan veranderingen onderhevig is, heeft het kabinet een belevingsmonitor ontwikkeld;
• In 2010 moeten alle rijkssubsidies aan het subsidiekader voldoen. Dit is een Rijksbreed bindend kader voor uniformering en vereenvoudiging van de uitvoering en verantwoording van subsidies en draagt bij aan deze kabinetsdoelstelling;
• Voor verschillende bedrijfssectoren worden branchewijzers opgesteld;
• Bewijs van Goede Dienst (normenkader) waarmee het kabinet wil stimuleren dat overheden hun dienstverlening aan ondernemers verbeteren;
• Samenwerking met en facilitering van decentrale overheden om regeldruk bij gemeenten, provincies en waterschappen te verminderen. Hiervoor is onder meer een gemeentefaciliteit (voucher-regeling) en een toolkit voor gemeenten ontwikkeld. Met de ministeries van Economische Zaken, Justitie, Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten worden het gezamenlijk Uitvoeringsprogramma en de Interbestuurlijke Taskforce «Regeldruk Gemeenten» voortgezet;
• Internationale kennisuitwisseling (netwerk EU-landen, OESO, Wereldbank) en monitoring van het Actieprogramma van de Europese Commissie (25% reductie op administratieve lasten voor 2012);
• De Commissie Regeldruk Bedrijven volgt het kabinetsprogramma voor regeldrukvermindering kritisch en komt met voorstellen om de regeldruk in het bedrijfsleven verder structureel te verminderen;
• Het onafhankelijke adviescollege ACTAL (externe waakhond).
Indicatoren
De streefwaarden die het kabinet zich heeft gesteld voor het programma regeldruk zijn voor een belangrijk deel geformuleerd in het plan van aanpak «Merkbaar minder regeldruk voor ondernemers!»20. Voor het einde van de kabinetsperiode (in 2011) wil het kabinet de volgende concrete resultaten hebben behaald:
– Een netto verlaging van 25% administratieve lasten;
– 15% minder nalevingskosten van regels in die gevallen waar het bedrijfsleven heeft aangegeven dat de kosten onevenredig hoog zijn;
– De lasten van rijkstoezicht met gemiddeld een kwart omlaag in een negentiental domeinen;
– Subsidies voldoen – met waarborging van de rechtmatigheid – aan subsidiekader, waarmee ze dan lastenarm zijn ingericht;
– De dienstverlening aan ondernemers is verbeterd (bewijs van goede dienst voor 200 gemeenten en top 10 dienstverlenende organisaties; 62 branchewijzers beschikbaar op antwoordvoorbedrijven.nl).
2.2.8.4 Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van beleid
| Onderzoek onderwerp | AD of OD | Start | Afgerond | Vindplaats | |
| Beleidsdoorlichting | Doorlichting begrotingssystematiek (Studiegroep Begrotingsruimte) | AD | 2010 | 2010 | |
| Regeldruk Bedrijven | OD 3 | 2010 | 2011 | ||
| Effectenonderzoek ex post | |||||
| Overig evaluatieonderzoek | Jaarlijkse beoordeling Nederlands Stabiliteitsprogramma door EFC/Ecofin | OD 1 OD 2 | jaarlijks | Voor 2008: EFC/Ecofin: 2007–2008 21 501/07, nr. 599 | |
| Jaarlijkse IMF-artikel IV consultatie | OD 1 OD 2 | jaarlijks | |||
| Review van Wereldaanpak regeldruk bedrijven | OD 3 | 2008 | 2009 | http://www.imf.org/external/pubs/cat/longres.cfm?s k=22005.0: |
Toelichting
De Studiegroep Begrotingsruimte, een ambtelijke adviescommissie, brengt in 2010 een advies uit over het te voeren begrotingsbeleid en de begrotingsdoelstelling voor de volgende kabinetsperiode. Belangrijke bouwsteen voor dit advies is een evaluatie van het gevoerde begrotingsbeleid en de werking van de begrotingssystematiek in de afgelopen jaren, in de vorm van een beleidsdoorlichting. Deze beleidsdoorlichting wordt samen met het advies van de Studiegroep Begrotingsruimte gepubliceerd. Voor deze beleidsdoorlichting wordt gebruik gemaakt van de jaarlijkse evaluaties van het gevoerde begrotingsbeleid en de begrotingsdoelstellingen van de Europese Commissie (EFC/ECOFIN) en het Internationaal Monetair Fonds (IMF, artikel IV-consultatie).
20 Kamerstukken II, 2006/07, 29 515 IXB, nr. 202.
