Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2010
  • Download PDF

Artikel 25. Veiligheid en bestuur

Algemene doelstelling 25

Een veiligere samenleving door de bestuurlijke kracht van de decentrale overheden en hun partners in veiligheid te versterken.

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Een belangrijke kerntaak van de lokale overheid is het aanpakken van maatschappelijke veiligheidsvraagstukken zoals het terugdringen van overlast en verloedering, de bestuurlijke aanpak van georganiseerde criminaliteit, het indammen van polarisatie en radicalisering en het bevorderen van de fysieke en brandveiligheid. Dit doet zij samen met hulpverleningsdiensten, maatschappelijke organisaties, bedrijven én burgers. Om deze kerntaak adequaat te kunnen uitvoeren hebben de lokale overheden voldoende bestuurlijke ruimte, mogelijkheden tot regievoering, bevoegdheden en instrumenten nodig. Het ministerie van BZK voorziet hierin door middel van wetgeving, expertise en financiële middelen, maar ook door goede informatievoorziening tussen hulpverleningsdiensten mogelijk te maken en innovatie te stimuleren.

Verantwoordelijkheid

De minister van BZK is verantwoordelijk voor:

• De wet- en regelgeving.

• Het ontwikkelen van instrumenten.

• Het mogelijk maken van de regievoering door het lokale bestuur.

• De samenhang in het veiligheidsbeleid.

Externe factoren

De bestuurlijke verhoudingen en de steun, inzet en samenwerking van en tussen de partners in veiligheid zijn belangrijke externe factoren in het realiseren van een veiliger samenleving.

Meetbare gegevens

Het ministerie van Justitie (projectministerie) heeft samen met de ministeries van BZK, OCW, WWI en Jeugd en Gezin het project Veiligheid begint bij Voorkomen gestart. De hoofddoelstelling van het project is een reductie van criminaliteit (geweld- en vermogensdelicten), fysieke verloedering en ernstige sociale overlast met 25% ten opzichte van 2002. Bij dit project horen de onderstaande indicatoren. De instrumenten die worden ingezet voor operationele doelstelling 25.1 dragen ook bij aan de realisatie van de doelstelling.

Reductie criminaliteit, overlast en verloedering

IndicatorenOverall doelstelling 2010 t.o.v. 2002Gerealiseerd t/m 2006Herijkte doelstelling 2010 t.o.v. 2006Resultaat monitor 2008 t.o.v. 2006Nog te realiseren*
Geweld25%6%20%14,5%5,5%
Vermogen25%20%6%20%behaald
Overlast25%9%17,5%0%17,5%
Verloedering25%8%18,5%3%15,5%
Fietsdiefstal100 000 tov 2006 100 000110 000behaald

Bron: Veiligheidsmonitor 2008

* Nog te realiseren= herijkte doelstelling 2010 t.o.v. 2006

Budgettaire gevolgen van beleid

25 Veiligheid en Bestuur
(x € 1 000)20102011201220132014
Verplichtingen58 35863 40290 24980 25380 252
      
Uitgaven58 35863 40290 24980 25380 252
25.25 Apparaat4 5983 7633 7323 7443 744
      
Programma uitgaven53 76059 63986 51776 50976 508
Waarvan juridisch verplicht8 3612 47741200
      
25.1 Veiligheid en Bestuur19 25121 58447 02739 88639 885
Waarvan juridisch verplicht3 7572469200
      
25.2 Veiligheid, informatie en technologie34 50938 05539 49036 62336 623
Waarvan juridisch verplicht4 6042 23132000
      
Ontvangsten4450000

Operationele doelstelling 25.1

De veiligheidspartners in staat stellen om hun werk efficiënt en effectief uit te kunnen oefenen.

Motivering

Het Rijk en de gemeenten zijn samen met hun partners verantwoordelijk voor de integrale (sociale en fysieke) veiligheid. Op lokaal niveau wordt in hoge mate de veiligheid en het veiligheidsgevoel van de burger bepaald. De gemeenten vervullen hierbij een regierol en worden daarbij, net als de overige partners in veiligheid, door het ministerie van BZK ondersteund. Een geïntegreerde en effectieve aanpak van de veiligheidsproblematiek op alle bestuurlijke niveaus is van belang. Dat vereist een goed gevulde «gereedschapskist», waarin het ministerie van BZK voorziet met ondersteuning in de vorm van expertise, instrumenten en geld.

Instrumenten

De nadruk ligt in 2010 op de uitvoering van al in gang gezet beleid, het toepassen van het instrumentarium, de uitwisseling van kennis en ervaring en de afronding van wetgeving.

• De algemene regierol van gemeenten wordt in 2010 verankerd in wetgeving (Wet Integraal Veiligheidsplan).

• De uitvoering van het Actieplan Overlast en Verloedering (Kamerstukken 2007–2008, 28 684, nr. 130) ligt op schema en wordt in 2010 vervolgd en waar nodig geïntensiveerd.

Kernelementen bij integrale veiligheid zijn: De aanpak van overlast en verloedering,het tegengaan van alcoholgebruik onder jongeren, en het voorkomen van huiselijk geweld.

– De Van Montfransgelden worden samen met de Leefbaarheidsmiddelen van WWI voor de aanpak van overlast en verloedering ingezet. Daarover zijn met 40 gemeenten voor de jaren 2010 en 2011 afspraken gemaakt. Deze gemeenten spannen zich maximaal in om de reductie van overlast en verloedering te realiseren en er wordt een landelijke schoonmaakactie in het voorjaar van 2010 en 2011 gehouden.

– Daarnaast zijn ook in 2010 praktijkteams actief en worden gemeenten ondersteund bij hun voorlichting en publiciteit over hun maatregelen inzake overlast en verloedering. Er treden nieuwe bevoegdheden richting overlastgevers in werking, zoals het groeps- en gebiedsverbod en de meldplicht.

– De voorziene wijziging van de Drank- en Horecawet treedt in 2010 in werking, waardoor de handhaving overgaat naar gemeenten. Dit zal bijdragen aan het tegengaan van alcoholgebruik. Het toezicht op alcoholgebruik wordt daarmee verscherpt en lokaal maatwerk wordt mogelijk gemaakt

– Het terugdringen van het aantal fietsendiefstallen blijft onverminderd aandacht krijgen. Zo zullen in 2010 twee readers per politiekorps beschikbaar worden gesteld waarmee fietsen kunnen worden gescand om te zien of ze gestolen zijn.

– Het ministerie van BZK zorgt voor een adequaat bestuurlijk instrumentarium (waaronder bevoegdheden) op het gebied van handhaving van de openbare orde en toezicht en handhaving op het gebied van sociale veiligheid. Zo wordt in 2010 door middel van een wettelijke verplichting gezorgd dat het lokale bestuur bindende afspraken maakt met onder andere veiligheids-, zorg- en onderwijspartners over ieders aandeel in het verbeteren van de veiligheid (in een wijk) en het tegengaan van overlast en verloedering.

– veel gemeenten is sprake van drugsgerelateerde overlast en verloedering (handel, wietteelt, enz). De leefbaarheid staat daardoor onder druk. De ministers van BZK en voor WWI stellen daarom voor de jaren 2010 en 2011 budget beschikbaar voor pilots om drugsgerelateerde overlast en verloedering tegen te gaan.

• De intensivering van de bestuurlijke aanpak van ernstige criminaliteit en criminaliteit in het bedrijfsleven wordt voortgezet. Gemeentebesturen en hun partners worden in positie gebracht om criminaliteit effectief te reduceren en te voorkomen door de verdere opbouw van de regionale informatie- en expertisecentra. In 2010 is hiervoor € 4,235 mln beschikbaar. Door een wijziging in de wet BIBOB, waarmee het toepassingsbereik van de wet (meer branches) wordt vergroot, wordt in 2010 het BIBOB-instrumentarium versterkt.

• Binnen het actieplan veilig ondernemen III stimuleert en faciliteert het ministerie van BZK partijen om de lokale samenwerking tussen ondernemers en lokaal bestuur een meer structureel karakter te geven en de gemaakte afspraken te realiseren.

• In 2010 wordt een landelijk uniform wettelijk kader ingevoerd dat betrekking heeft op alle vormen van prostitutie. Dit leidt onder andere tot het prostitutieregistratiesysteem.

• De uitvoering van het actieplan Polarisatie en Radicalisering 2007–2011 (Kamerstukken 2006–2007, 29 754, nr. 103) wordt met kracht voortgezet. Centraal in het actieplan staat de ondersteuning van gemeenten en professionals bij het voorkomen en terugdringen van polarisatie en radicalisering in Nederland door het versterken van de weerbaarheid van met name jongeren, ouders en professionals en het vergroten van de sociale verbinding in de samenleving.

In samenwerking met betrokken ministeries, het lokale bestuur en verschillende maatschappelijke organisaties, wordt in 2010 het derde operationele actieplan uitgevoerd. Belangrijk hierin is de financiële ondersteuning voor de aanpak van polarisatie en radicalisering via de decentralisatie-uitkering voor gemeenten en subsidie voor maatschappelijke instellingen, en het bevorderen van het uitwisselen van kennis en good practices (o.a. door het Kennis- en Adviescentrum Nuansa). Verder wordt de intensieve aanpak van dierenrechtenextremisme in 2010 gecontinueerd. De bewustwording bij publiek, bedrijven en gemeenten vormt daarbij een essentieel onderdeel.


In 2010 wordt tevens de derde trendanalyse polarisatie en radicalisering uitgebracht. Deze trendanalyse vormt de basis voor het operationeel plan 2011.


• De implementatie van de brandveiligheidsvisie wordt in 2010 verder voortgezet. Dat betekent onder andere dat een registratiesysteem van branden en oorzaken wordt opgezet en begonnen wordt met doelkwantificering op het terrein van brandveiligheid. Ook zullen brandveiligheidseisen voor niet-bouwwerken (evenementen e.d.) uniform worden vastgelegd bij AMvB.

• De verantwoordelijkheidsverdeling tussen overheid, burgers en bedrijven op het terrein van fysieke veiligheid en de zelfredzaamheid van burgers worden verder versterkt door uitvoering van de maatregelen opgenomen in de kabinetsreactie op het WRR-rapport over «Onzekere Veiligheid». In dit verband wordt ook de bestaande bedrijfshulpverlening (BHV) verruimd door aanpassing van de betreffende AMvB, zodat deze ook beschikbaar komt voor niet-werknemers.

• De veiligheidsregio’s worden ondersteund om taken die de schaal van een regio te boven gaan gezamenlijk op te pakken, bijvoorbeeld bij het toezicht op bedrijven die vallen onder het Besluit Risico’s Zware Ongevallen (BRZO) en de aanpak met betrekking tot grootschalige infrastructurele projecten.

Meetbare gegevens

De instrumenten onder deze operationele doelstelling (25.1) dragen bij aan de realisatie van de indicatoren onder de algemene doelstelling. Er zijn hier dan ook geen aparte meetbare gegegevens opgenomen.

Operationele doelstelling 25.2

De veiligheidspartners in staat stellen efficiënt en effectief gebruik te maken van informatie en technologie

Motivering

Informatie en innovatie zijn belangrijke middelen voor de veiligheidspartners om hun presterend vermogen en daarmee de fysieke, sociale en nationale veiligheid van burgers te verbeteren. Door de veiligheidspartners te ondersteunen bij het op orde krijgen van hun informatievoorziening en het stimuleren van innovatieve ontwikkelingen worden zij hiertoe in staat gesteld.

Instrumenten

• Het project Veilig door Innovatie levert nieuwe technologieën en werkwijzen op ter verhoging van het presterend vermogen van de veiligheidspartners. Het ministerie van BZK heeft ervoor gezorgd dat het EU-onderzoeksprogramma optimaal aansluit op het nationale onderzoeksprogramma. Dat wordt in 2009 en 2010 aangewend, bijvoorbeeld voor de Webcrawler (geautomatiseerd zoeken naar kinderporno op het internet) en Cobra: blussysteem waarmee de brandweer in staat is venijnige branden op moeilijk of niet bereikbare plaatsen (zoals schepen, containers, winkelpanden met afgesloten rolluiken) doeltreffend aan te pakken

• Het Informatie Beleid Veiligheid (IBV) staat voor het verbeteren van het hebben en delen van informatie tussen de veiligheidspartners (primair politie, brandweer en GHOR, maar ook vele andere betrokken partijen). Het ontbreekt op dit moment vooral aan afspraken over en technische mogelijkheden voor het uitwisselen van informatie, zoals blijkt uit rapporten over oefeningen en daadwerkelijke grootschalige incidenten, waaronder rapporten van de Inspectie OOV. Daartoe worden de volgende activiteiten uitgevoerd:

Invoering netcentrisch werken in combinatie met geografische informatie

Voor een open en gemeenschappelijke communicatie en informatievoorziening wordt gewerkt aan de implementatie van het netcentrisch werken in de veiligheidsregio’s. Implementatie begint in 2010 en loopt door tot 2011. Hiervoor zal het door het ministerie van BZK ontwikkelde crisismanagement systeem Cedric aangeboden worden aan de veiligheidsregio’s. Daarnaast vindt in 2010 en 2011 implementatie plaats van de toegang tot landelijk kaartmateriaal voor de regio’s die netcentrisch werken.

Samenhangende informatievoorziening voor de brandweer, GHOR en politie

In 2010 zal door de hulpverleningsdiensten verdere uitvoering worden gegeven aan landelijke informatie(beleids-)plannen van de hulpverleningsdiensten. Het ministerie van BZK faciliteert de hulpverleningsdiensten bij de vertaling van de wet- en regelgeving, het rijksbrede overheidsbeleid (e-overheid) en het algemene politiebeleid in hun regionale beleidsplannen.

• Implementatie van Europese besluiten en intergouvernementele verdragen. Het ministerie van BZK stimuleert de stapsgewijze implementatie van het verdrag van Prüm en het Zweeds kaderbesluit door de politie en andere rechts-handhavingsdiensten.

• In 2010 wordt de locatie-informatie mobiele nummers en het terugbrengen van het misbruik van 112 geoptimaliseerd door de inzet van een aantal technische voorzieningen (voicebommen, SMS-bommen en voice-respons voor SIMkaartloze 112 oproepen).

• Het kabinet zet de komende jaren sterk in op innovatie en veiligheid om de weerbaarheid tegen terrorisme, criminaliteit en rampen te verbeteren. Onder andere via de maatschappelijke innovatieagenda Veiligheid. Hiervoor is voor de periode 2008–2012 € 54 miljoen beschikbaar vanuit de ministeries van BZK, Justitie en Defensie. Vanuit deze agenda is er eens subsidieregeling opgesteld waarmee ondernemers worden gestimuleerd om technologische vernieuwingen te ontwikkelen en bestaande technologieën op een innovatieve wijze toe te passen. De vernieuwingen kunnen zich richten op samenwerken en informatie uitwisselen binnen een netwerk van organisaties, op het opleiden en trainen met behulp van simulatoren en op de fysieke bescherming van hulpverleners.

Meetbare gegevens

IndicatorenWaarde 2006Waarde 2007Waarde 2008Streefwaarde 2009Streefwaarde 2010Streefwaarde 2011
Beschikbaarheid 1―1-2 netwerk99,8%99,9%≥ 99,9%99,8%≥ 99,9%≥ 99,9%
Misbruik 112 terugbrengen 70%65%60%50%50%

Bron: Korps Landelijke Politiediensten (KLPD)

Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van beleid

 Onderzoek onderwerpAD of ODStart/AfgerondVindplaats
BeleidsdoorlichtingPartners in veiligheidOD 25.1Start: 2009Afgerond: 2009 
 Partners in veiligheid (ICT)OD 25.2Start: 2006Afgerond: 2007TK 2006 – 2007, 30 985, nr.1
     
Effectenonderzoek ex post   
Overig evaluatieonderzoek