Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2010
  • Download PDF

Artikel 23. Veiligheidsregio’s en Politie

Algemene doelstelling 23

Een veilige samenleving met behulp van goed functionerende politie-, brandweer- en geneeskundige hulpverleningsorganisatie.

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Voor de samenleving is veiligheid een basisvoorwaarde. De politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening (GHOR) leveren een essentiële bijdrage aan het voorkomen en oplossen van veiligheidsproblemen, van zowel strafrechtelijke, openbare orde of hulpverlenende aard, soms ook in crisissituaties. Gemeentebesturen en de besturen van politiekorpsen en veiligheidsregio’s stellen de voorwaarden vast waaronder dit gebeurt. Op rijksniveau ligt de politieke eindverantwoordelijkheid voor een kwalitatief en kwantitatief goede politiezorg.


Het presterende vermogen van politie, brandweer en GHOR wordt langs drie (hoofd)lijnen bevorderd:

a. Een kwart minder criminaliteit, overlast en verloedering in 2010 ten opzichte van 2002.

Voor elk politiekorps heeft de minister samen met de minister van Justitie in «landelijke doelstellingen op regionaal niveau» vastgesteld welk aandeel dat korps levert in de verwezenlijking van de landelijke prioriteiten. Voor 2008 – 2011 gaat het om de aanpak van jeugdcriminaliteit en van geweld, veilige wijken, opsporing en de aanpak van criminaliteit zowel kwantitatief als kwalitatief (Landelijke prioriteiten 2008–2011, Kamerstukken 2006–2007, 29 628, nr. 50).

b. Meer eenheid, samenwerking en doelmatigheid bij de Nederlandse politie. Een grotere eenheid, betere samenwerking tussen de regionale politiekorpsen en een slagvaardiger aansturing van de politie op landelijk niveau om de prestaties van de politie verder te verbeteren. Dit zijn de hoofddoelen van de voorgestelde wijzigingen van de Politiewet (Kabinetsstandpunt samenwerkingsafspraken en Politiewet 1993, Kamerstukken 2008–2009, 29 628, nr. 110).

c. De organisatie van de crisis- en rampenbestrijding eind 2009 op orde en de veiligheidsregio’s functioneren naar behoren.

Hierbij hoort het onder regionale aansturing brengen van de zorg voor fysieke veiligheid. Het wetvoorstel Veiligheidsregio’s vormt hiervoor de wettelijke basis. Daarnaast zijn met 19 veiligheidsregio’s convenanten gesloten met aanvullende afspraken.

Verantwoordelijkheid

De minister van BZK heeft de verantwoordelijkheid om veiligheid te (helpen) bieden. De minister stelt daartoe kaders en normen, zet ontwikkelingen in gang en geeft ondersteuning. De zelfredzaamheid van burgers en bedrijven wordt gestimuleerd.

De minister van BZK is voor wat betreft politie verantwoordelijk voor de beheersmatige kaders voor de regionale politiekorpsen, de vts PN (voorziening tot samenwerking Politie Nederland), het KLPD (Korps Landelijke Politiediensten) en de Politieacademie (beleidsmatig, financieel, juridisch, organisatorisch). Daar waar het strafrechtelijke rechtshandhaving betreft, doet zij dat in overeenstemming met de minister van Justitie. De minister van BZK is tevens de beheerder van het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD).


Bij de verantwoordelijkheid worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:

• het borgen van een kwalitatief hoogwaardig optreden van politie (waar het gaat om het optreden van de politie op het terrein van de strafrechtelijke handhaving en overige taken ten dienste van de justitie is dat primair een verantwoordelijkheid van de minister van Justitie), brandweer en GHOR;

• het via wet- en regelgeving zorgen voor beleidsuitvoering en standaardisering/normering;

• het rechtvaardig verdelen van de rijksmiddelen;

• het doelmatig en effectief beheer van de politieorganisatie;

• het samen met de minister van Justitie vaststellen van de hoofdlijnen van beleid ten aanzien van het beheer van en de taakuitvoering door de politie.

Externe factoren

Bestuurders van andere overheden: die bestuurlijke verantwoordelijkheid dragen voor de uitvoering.

Complexiteit veiligheidsdomein: Politie, brandweer en GHOR zijn mede afhankelijk van inzet van bijvoorbeeld burgers, bedrijven en gemeenten.

Meetbare gegegevens

Voor politie gelden de volgende indicatoren (zie ook Landelijke prioriteiten 2008–2011, Kamerstukken 2006–2007, 29 628, nr. 50).

IndicatorenWaarde 2006Waarde 2007Waarde 2008Streefwaarde 2009Streefwaarde 2010Streefwaarde 2011
Jeugdcriminaliteit74,9%75,8%77,7%80%80%80%
Aantal verdachten van Politie naar OM246 687251 591250 130250 909250 909250 909
Normering verdachtenratio geweldn.v.t.n.v.t.n.v.t.60%60%60%

Bron: kerngegevens Nederlandse Politie 2008 en Landelijke prioriteiten 2008–2011.

Toelichting

• Jeugdcriminaliteit (Kalsbeeknorm): Het percentage processen-verbaal veelplegers en harde-kernjongeren dat binnen 30 dagen na het eerste verhoor wordt aangeboden bij het Openbaar Ministerie.

• Verdachten OM: Het aantal aan het Openbaar Ministerie aangeleverde verdachten.

• De definitie geweld in de verdachtenratio geweld heeft betrekking op de geweldscategorieën openlijke geweldpleging, bedreiging en mishandeling. Deze verdachtenratio geeft een maat voor de pakkans. Voor de categorieën bedreiging en mishandeling is een norm vastgesteld van 60%.


Voor brandweer gelden de volgende kengetallen. De cijfers voor 2008 komen in november 2009 ter beschikking.

KengetallenWaarde 2004Waarde 2005Waarde 2006Waarde2007
Meldingen brand43 10043 20049 70047 300
Meldingen hulpverlening40 20036 90040 00049 400
Doden bij brand74678068
Gewonden bij brand1 0851 0131 073843
Reddingen bij brand920567586576
Vrijwillig operationeel personeel22 03921 96021 64421 429
Waarvan vrouwen1 1071 1401 1881 300
Beroeps operationeel personeel5 2605 4135 4405 424
Waarvan vrouwen251238313307
Niet operationeel personeel*3 3253 3013 3963 271

Bron: CBS Brandweerstatistiek

* Niet operationeel personeel is personeel met een functie op het terrein van pro-actie en/of preventie en personeel in een ondersteunende functie.

Budgettaire gevolgen van beleid

23 Veiligheidsregio’s en Politie
(x € 1 000)20102011201220132014
Verplichtingen5 494 8235 471 9355 438 6325 442 2505 458 682
Waarvan garantieverplichtingen1 200 0001 200 0001 200 0001 200 0001 200 000
      
Uitgaven5 178 4705 171 8855 138 6325 124 6505 081 082
23.25 Apparaat17 94915 73815 63715 67315 673
      
Programma uitgaven5 200 5215 156 1475 122 9955 108 9775 060 324
Waarvan juridisch verplicht4 680 7714 660 1424 637 3724 616 7134 615 492
      
23.1 Bekostiging Politieregionaal/bovenregionaal4 036 1964 052 9024 036 2774 033 7284 014 485
Waarvan juridisch verplicht3 883 2653 904 6683 859 4153 850 2313 850 231
      
23.2 Bekostiging Politielandelijk620 025611 574637 313641 895646 674
Waarvan juridisch verplicht *620 025611 574637 313641 895646 674
* Bijdrage baten-lastendiensten KLPD518 197506 561505 527502 261502 261
      
23.3 Kwaliteit Politie en Veiligheidsregio’s372 533348 723306 457290 519261 416
Waarvan juridisch verplicht*72 19125 29122 0586 0000
* Bijdrage baten-lastendiensten LFR20 00020 00020 00020 00020 000
      
23.4 Bekostiging Veiligheidsregio’s131 767142 948142 948142 835142 834
Waarvan juridisch verplicht*105 290118 609118 587118 587118 587
      
Ontvangsten75040 75040 75040 50040 500

* Enkel 2010 is juridisch verplicht; de jaren 2011 en verder zijn bestuurlijk verbonden.

Toelichting

De garantieverplichtingen betreffen de garantstellingen die door het vakdepartement voor de politieregio’s voor het geïntegreerd middelenbeheer bij het ministerie van Financiën zijn afgegeven. Dit legt geen beslag op het beschikbare kasbudget. Op 1 juli 2009 is een bedrag aan garanties afgegeven van afgerond € 802 mln; hiervan staat daadwerkelijk voor afgerond € 256 mln aan leningen open. Volgens de raming wordt nog aanvullend voor afgerond € 398 mln aan garanties afgegeven in 2009 in 2010 (sinds de begroting 2007 is er jaarlijks ruimte voor maximaal € 300 mln garantieverplichtingen per jaar). Het bedrag in bovenstaande tabel van € 1 200 mln betreft het daadwerkelijk afgegeven bedrag aan garanties per 1 juli 2009 waarbij deze ramingen (cumulatief) zijn opgeteld. In deze ramingen is nog geen rekening gehouden met de gevolgen van een (eventuele) vermogensconversie waarbij de regiokorpsen eigen vermogen omzetten naar vreemd vermogen.


De belangrijkste budgettaire mutaties worden toegelicht in het verdiepingshoofdstuk.

Operationele doelstelling 23.1

Voorzien in middelen die nodig zijn voor adequate politiezorg door de regionale politiekorpsen op regionaal en bovenregionaal niveau

Motivering

De politie is een belangrijke factor in het bieden van veiligheid en bescherming aan de burger. De politie houdt toezicht op straat en handhaaft de openbare orde, in het uiterste geval met inzet van geweldsmiddelen, geeft hulp aan burgers en spoort strafbare feiten op. Voor een goede uitvoering van hun diverse en omvangrijke takenpakket dienen de regionale politiekorpsen over voldoende middelen te kunnen beschikken. De minister van BZK stelt hiertoe per regiokorps een algemene en een aantal bijzondere bijdragen beschikbaar. De bovenregionale politiezorg betreft onder meer de bovenregionale recherche voorzieningen, de arrestatie- en ondersteuningseenheden (AOE-en) en het Financieel Expertisecentrum (FEC). Het regionale college is verantwoordelijk voor het vaststellen van het organisatieplan, de formatie(verdeling), de begroting, de jaarrekening, het beleidsplan en het jaarverslag. De politie-inzet is een verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag. Voor wat betreft de openbare orde en hulpverlening is dat de burgemeester en voor de strafrechtelijke rechtshandhaving de officier van justitie. In de praktijk worden hierover in de lokale driehoek afspraken gemaakt.

Het is maatschappelijk onaanvaardbaar dat een politieregio om financiële redenen een adequaat niveau van politiezorg in een regio niet langer zou kunnen garanderen. Daarom houdt het Rijk toezicht op het financiële beheer van een politieregio. Dit gebeurt op een vergelijkbare wijze als het toezicht dat het Rijk houdt op het financiële beheer van de gemeenten.


De onderstaande tabel geeft een overzicht van de verschillende bijdragesoorten die de minister van BZK ter beschikking staan om de regionale politiekorpsen te kunnen voorzien van voldoende middelen.

Algemene bijdrage (BVS):Bijzondere bijdragen:Aanvullende bijdragen:
Algemeen budgetBijdrage Artikel 3 BfrpBijdrage Artikel 4 Bfrp
Specifiek budget(Besluit Financiën Regionale(Besluit Financiën Regionale
CompensatiesPolitiekorpsen)Politiekorpsen)
Asiel  

* De algemene bijdrage wordt verdeeld over de regiokorpsen via het Budgetverdeelsysteem (BVS).

Toelichting

Totaal is voor de regionale politiekorpsen in 2010 € 3,927 mld. beschikbaar aan algemene en bijzondere bijdragen De verdeling over de korpsen is in onderstaande grafiek weergegeven. Deze gegevens zijn gebaseerd op de junicirculaire 2009.



kst132823B_02.gif

Instrumenten

Preventief toezicht

Preventief toezicht moet worden ingesteld wanneer de begroting van een regionaal politiekorps een tekort vertoont en het evenwicht in de drie daarop volgende jaren niet tot stand komt óf als de begroting op het oog sluitend is, maar na nadere bestudering blijkt dat er toch geen sprake van evenwicht is. Preventief toezicht kan worden ingesteld als er sprake is van een tekort in de jaarrekening of er sprake is van een termijnoverschrijding bij de inlevering van begroting en jaarrekening. Preventief toezicht kan leiden tot een aantal bezuinigingen bij het regionale politiekorps, maar ook tot de gedeeltelijke besteding van het eigen vermogen binnen de gestelde grenzen.

Repressief toezicht

De minister houdt toezicht op het financiële beheer van de regionale politiekorpsen. Uitgangspunt is dat de begroting in principe niet aan preventief toezicht onderworpen is. Dus zolang een regionaal politiekorps een evenwichtig en verantwoord financieel beleid voert, behoeft de begroting geen goedkeuring van de minister en kan worden volstaan met repressief toezicht.

De cyclus rondom landelijke prioriteiten

Zoals beschreven onder de algemene beleidsdoelstelling hebben de ministers van BZK en Justitie de gezamenlijke landelijke prioriteiten 2008–2011 vastgesteld, te weten: de aanpak van jeugdcriminaliteit en van geweld, veilige wijken, opsporing en de aanpak van criminaliteit (zowel kwantitatief als kwalitatief). De voortgang op de landelijke prioriteiten worden jaarlijks gemonitord; ook op regionaal niveau.

Toekenning bijdragen

Voor het kunnen toekennen van de diverse bijdragen ontwikkelt en houdt de minister van BZK adequate bekostigingsstelsels in stand. Daarnaast zorgt de minister voor het ontwikkelen en in stand houden van een systeem van monitoring, dat adequate sturingsinformatie oplevert.

Meetbare gegevens

Kengetallen (x € 1 miljoen)Waarde 2009Waarde 2010Waarde 2011Waarde 2012Waarde 2013
Algemene bijdrage aan regionale politiekorpsen3 7363 6173 5653 5553 549
Bijzondere bijdragen aan regionale politiekorpsen286313341350346

Bron: Junicirculaire 2009

Operationele doelstelling 23.2

Voorzien in middelen die nodig zijn voor adequate politiezorg op landelijk niveau.

Motivering

De minister van BZK realiseert samen met de politiekorpsen, de politievakorganisaties, de politieberaden en de Politieacademie een verhoging van de professionaliteit van de politie. Dit wordt bereikt door te investeren in voldoende, gekwalificeerd en gemotiveerd personeel. Daarnaast wordt uit oogpunt van doelmatigheid, effectiviteit, kwaliteit en gemeenschappelijk functioneren van de politie een aantal bedrijfsvoeringstaken op landelijk niveau (o.a. bij het KLPD) georganiseerd.

Instrumenten

Politieacademie

Met de bekostiging van de Politieacademie stelt de minister van BZK de Politieacademie in staat om:

– het benodigd aantal aspiranten op te leiden, passend in de strategische personeelsvoorziening en -planning van de regionale politiekorpsen. Uitvoeren van de actiepunten naar aanleiding van de gezamenlijke werkgeversvisie, met als doel de kwaliteit van het personeel verder te verhogen.

– politiepersoneel op te leiden en bij te scholen, rekening houdend met de resultaten van de «evaluatie politieonderwijs en in lijn met de noties die voortvloeien uit de «evaluatie bekostigingsstelsel Politieacademie,«de summatieve evaluatie» en de besluitvorming over doorontwikkeling van het politiebestel.

Met de korpsbeheerders zullen afspraken moeten worden gemaakt, in het bijzonder over 2010, om de instroom van 1600 aspiranten te garanderen. Er zijn de komende 3 jaar gemiddeld namelijk 1600 aspiranten nodig om ook na 2014 op de beoogde sterkte van 52 200 fte’s te blijven (Ontwikkeling Politiesterkte, Kamerstukken 2008–2009, 29 628, nr. 137).


Korps Landelijke Politie Diensten (KLPD)

Met de bekostiging van het KLPD stelt de minister van BZK dit onderdeel in staat om de politietaken op een adequaat niveau uit te voeren. Voor specifieke informatie over het KLPD wordt verwezen naar de toelichting in het hoofdstuk baten-lastendiensten van deze begroting.

Meetbare gegevens

Deze operationele doelstelling betreft met name de bekostiging van de Politieacademie en het KLPD. Deze organisaties hebben een grote mate van vrijheid om beleid vorm te geven en uit te voeren. Dit maakt het niet zinvol om bij deze operationele doelstelling aparte meetbare gegevens op te nemen. Bij de algemene doelstelling zijn meetbare gegevens opgenomen over het functioneren van politie Nederland, het beleid onder deze operationele doelstelling draagt hieraan bij.

Operationele doelstelling 23.3

Verhogen van het prestatievermogen en de professionaliteit van de politie-, brandweer- en geneeskundige hulpverleningsorganisatie.

Motivering

Het verhogen van het prestatievermogen van de politie, brandweer en GHOR (doelmatigheid en doeltreffendheid) vraagt om permanente aandacht. De minister van BZK en de minister van Justitie ondersteunen dit met een aantal maatregelen en randvoorwaarden die bijdragen aan een hogere veiligheid in Nederland.

Instrumenten

1. Sturen op prestaties van politie via landelijke prioriteiten

Met de korpsbeheerders zijn voor de periode 2008–2011 kwantitatief en kwalitatief landelijke prioriteiten vastgesteld op het terrein van jeugdcriminaliteit, geweld, veilige wijken, opsporing en de aanpak van criminaliteit (Landelijke prioriteiten 2008–2011, Kamerstukken 2006–2007, 29 628, nr. 50). De afspraken met de gemeenten zijn vastgelegd in het bestuursakkoord.

Jeugdcriminaliteit

De politie intensiveert haar bijdrage aan de persoonsgerichte aanpak van criminele jeugd. Daarnaast intensiveert de politie het vroegtijdig signaleren van en adviseren over risicojeugd, waaronder 12-minners. De risicojeugdgroepen worden via een eenduidige methode in kaart gebracht.

Geweld

De politie versterkt de opsporing van geweldplegers en levert een bijdrage aan het voorkomen van geweldsmisdrijven.

Veilige wijken

Om de veiligheid in de wijk te vergroten draagt de politie zorg voor een versterkte inzet van gebiedsgebonden politiewerk. Het kabinet heeft afgesproken dat de politie hiervoor met 500 wijkagenten wordt uitgebreid. Peildatum hiervoor is 31 december 2011.

Opsporing

De politie zal de criminaliteitsaanpak zowel kwalitatief als kwantitatief versterken. Hiervoor levert zij 250 909 verdachten per jaar aan bij het openbaar ministerie. Daarnaast zal de politie haar bijdragen leveren aan het uitvoeren van de programma’s Versterking Aanpak Georganiseerde Misdaad, Cybercrime, Financieel-Economische misdaad en Versterking Opsporing en Vervolging.

In 2011 werken 500 extra forensisch assistenten bij de politie, die vooral bij inbraken in woningen en bedrijven sporenonderzoek doen. Daardoor zullen meer daders worden gevonden, bijvoorbeeld aan de hand van DNA dat zij achterlieten op de plaats van het delict.


De volgende intensiveringen/programma’s zijn verbonden aan de landelijke prioriteiten 2008–2011:

Intensiveren aanpak van cybercrime

Deze kabinetsperiode vindt een stevige impuls van de aanpak van cybercrime plaats. Dit betekent versterking van de aanpak op regionaal en bovenregionaal niveau en verdere professionalisering op landelijk niveau. Voor de bredere impuls hebben de betrokken partijen (politie, OM, Justitie en BZK) het versterkingsprogramma Cybercrime opgesteld. Dit programma wordt in 2010 verder uitgevoerd en zal leiden tot een stevige intensivering van de aanpak van cybercrime. Er wordt in 2010 een fors aantal rechercheurs bijgeschoold.

Intensiveren aanpak financieel-economische criminaliteit

De ministers van BZK en van Justitie, het OM en de politie hebben het programma versterking aanpak financieel-economische criminaliteit (Kamerstukken 2007–2008, 29 911, nr. 10) vastgesteld (onder meer witwassen, ontnemen, fraude en corruptie). De hoofdlijnen van dit versterkingsprogramma zijn: versterking van de preventie (aanpak fraude, corruptie), intensivering en gericht inzetten van de strafrechtelijke handhaving (aanpak fraude, witwassen, corruptie) en bevorderen van het afnemen van onverklaarbaar vermogen, dat alles met inbegrip van de internationale dimensie van deze problematiek. In 2010 zal de aanpak van financieel-economische criminaliteit bij een aantal pilotkorpsen worden geïntensiveerd en wordt de nationale-, bovenregionale en regionale recherche verder versterkt. Deze maatregelen bij de politie zullen naar verwachting leiden tot een toename van de aanpak van fraudezaken en het afnemen van crimineel vermogen.

Intensiveren aanpak georganiseerde criminaliteit

De ministers van BZK en van Justitie hebben een versterkingsprogramma Georganiseerde Misdaad opgesteld. Onderdeel van dit programma is de intensivering van de aanpak van georganiseerde hennepteelt. Ook in 2010 zal de politie (maar ook het bestuur) onverminderd aandacht hebben voor het oprollen van hennepplantages en de daarmee gepaard gaande geldstromen. Ander onderdeel van het versterkingsprogramma is het programma intelligence. Het programma intelligence politie Nederland heeft tot doel de Nederlandse politie te ontwikkelen naar één intelligence gestuurde organisatie. Gewerkt wordt aan het verbeteren van de sturing: beslissers sturen meer met en op intelligence. Dat betekent dat op basis van informatie sneller en beter verbanden kunnen worden gelegd tussen delicten, dadergroepen, incidenten en problemen en dat de samenwerking en kennis- en informatie uitwisseling binnen de politie en met haar partners worden verbeterd.

Versterking opsporing

Het geld dat voor het programma versterking opsporing en vervolging door het kabinet beschikbaar is gesteld, wordt ondermeer besteed aan een verdere verbetering van de auditieve en audiovisuele registratie van verhoren, kwaliteitsverhoging van de forensisch-technische opsporing, het extra opleiden van het recherchepersoneel en de werving, selectie en opleiding van medewerkers van buiten de politie met een hbo of academische opleiding (zij-instroom) voor de opsporing.

2. Verhogen van het prestatievermogen van de politieorganisatie

Doorontwikkeling Politieorganisatie

Ter bevordering van de samenwerking en het gemeenschappelijk functioneren van de politie zal de Politiewet 1993 (Kabinetsstandpunt samenwerkingsafspraken en Politiewet, Kamerstukken 2008–2009, 29 628, nr. 110) worden aangepast.

Om te komen van een input gerichte sturing naar een output georiënteerde sturing, wordt de beheerregelgeving herzien.

Besluitvorming over de bovenregionale samenwerking is voorzien na het advies van het korpsbeheerdersberaad op 15 september 2009. Voorts zal nog deze kabinetsperiode een besluit worden genomen over de beoogde schaalvergroting.

Op basis van een feasibilitystudie wordt bepaald welke taakvelden in een shared service organsiatie worden opgenomen. Het betreft onderdelen van de taakvelden personeel, informatievoorziening, organisatie, financiën, automatisering, communicatie en huisvesting die om redenen van doelmatigheid en kwaliteitsverbetering op landelijk niveau worden georganiseerd. Voor ieder taakveld wordt een business case opgesteld. Hierin wordt onder andere aangegeven wat de verwachte verbetering is van kwaliteit, effectiviteit en doelmatigheid van het onderbrengen van het taakveld bij de shared service organisatie.

Politietop divers

Het gaat hier om een samenwerkingsprogramma van het Korpsbeheerdersberaad, De Raad van Hoofdcommissarissen, het Openbaar Ministerie, Directoraat Generaal Veiligheid, de Algemene Bestuursdienst, het Bureau Landelijk Management Development en de School voor Politie Leiderschap van de Politieacademie. Het programma heeft als doel te komen tot een meer diverse top bij de politie, waarbij wordt ingezet op de instroom, doorstroom en behoud van vrouwen en allochtonen in de politietop en op nationale en internationale carrièrekansen voor de huidige top. Tevens ondersteunt het programma de nieuwe stijl van leidinggeven bij de politie. In 2010 zal de aandacht gaan naar borging van de in 2008 en 2009 bereikte resultaten en zullen de voorwaarden worden gecreëerd om in 2011 tot een duurzame verankering in de organisatie te komen.

Havank

In 2009 is het vingerafdrukkensysteem Havank aanbesteed. Het nieuwe systeem is technisch superieur aan het oude systeem en maakt het bijvoorbeeld mogelijk om sneller naar vingerafdrukken en geautomatiseerd naar handpalmsporen te zoeken. Ook kan de nieuwe machine worden aangesloten op livescan apparatuur, waardoor het op termijn mogelijk wordt direct de identiteit van een verdachte te verifiëren bij bijvoorbeeld grote evenementen en voetbalwedstrijden.

Burgernet

In het regeerakkoord is opgenomen dat Burgernet deze kabinetsperiode landelijk wordt uitgerold. In de periode eind 2008-medio 2009 is Burgernet beproefd in negen gemeenten in vijf politieregio’s. De evaluatie is positief verlopen. Burgernet levert een bijdrage aan de opsporing en vermindert de onveiligheidsgevoelens onder burgers. Besluitvorming over (de wijze van) landelijke uitrol zal eind 2009 plaatsvinden.

Versterking criminaliteitsaanpak/prestatiebekostiging

De landelijke prioriteiten zijn (zie hierboven) voor elk korps nader uitgewerkt in – door de ministers vastgestelde – landelijke doelstellingen op regionaal niveau. Korpsen die de doelstellingen realiseren komen in aanmerking voor prestatiebekostiging.

Veiligheid Bonaire, St. Eustatius en Saba (BES-eilanden)

In het licht van de toekomstige staatkundige verhoudingen op de Nederlandse Antillen wordt een substantiële inspanning gepleegd om een verbetering in de organisatie van de veiligheidsketen op de BES-eilanden te faciliteren(politie, brandweer en rampenbestrijding).

Bewapening en uitrusting politie

De bewapening en uitrusting van de politie worden altijd bezien in relatie tot een proportioneel geweldgebruik. Hierbinnen past een verdergaande ontwikkeling op het gebied van de zogenaamde «less lethal» wapens. Daarnaast zullen bestaande wapens, waaronder het huidige dienstpistool, moeten worden vervangen.

Diversiteit

De samenwerkingafspraken die de minister gemaakt heeft met de politiekorpsen over een divers samengesteld personeelsbestand van de politie lopen tot en met 31 december 2010. Onderdeel hiervan is het ontwikkelen van beleid om de behaalde resultaten goed te kunnen borgen binnen de politieorganisatie en in te kunnen spelen op een eventuele nadere behoefte aan ondersteuning van de korpsen vanaf 2011. Dit geldt zowel ten aanzien van het percentage allochtonen als het percentage vrouwen dat werkzaam is bij de politie. In 2010 zal het beleid gericht zijn op deze borging van resultaten.

Personele capaciteit van de politie

De landelijke sterktedoelstelling voor 2010 bedraagt circa 52 200 fte’s in 2010. Op basis van de definitieve sterktecijfers over 2008 blijkt dat dit aantal eind 2008 landelijk al gerealiseerd is. De Tweede Kamer is medio 2009 in de jaarlijkse sterktebrief over de ontwikkeling van de politiesterkte geïnformeerd (Ontwikkeling Politiesterkte, Kamerstukken 2008–2009, 29 628, nr. 137). Het is belangrijk dat de kwaliteit van het politiepersoneel verder wordt verbeterd, zodat korpsen optimale resultaten kunnen bereiken. Door meer te sturen op prestatie wordt de focus gericht op waar het politiewerk echt om draait: een politie die goed presteert en zichtbaar is voor de burgers. Korpsen hebben daarbij flexibiliteit nodig om eigen keuzes te maken. Naast meer of minder personeel kan ook gekozen worden voor bijvoorbeeld hoger opgeleid personeel, inzet van slimme technologieën of een andere werkwijze. Onder een andere werkwijze valt ook een verdergaande samenwerking tussen korpsen op het vlak van beheer. Verder is het voornemen om de korpsen steeds meer af te rekenen op hun prestaties en minder op de exacte aantallen fte’s die men in dienst heeft. Met de politiekorpsen zijn afspraken gemaakt over de presentatie van de sterktecijfers van de korpsen en gerelateerde politieorganisaties en over de wijze van verantwoording afleggen.

CAO-Politie

Conform de gemaakte afspraken in de lopende CAO-Politie vindt in 2010 invoering plaats van een nieuw landelijk functiegebouw, een nieuw functiewaarderingssysteem en een vereenvoudiging van het loongebouw. In 2010 wordt ook begonnen met de voorbereiding van een nieuwe CAO vanaf 2011.

Integriteit

De korpsen stimuleren integriteitsbeleid te voeren conform de basisnormen uit de modelaanpak «Integriteitsbeleid, openbaar bestuur en politie», zodat de politiemedewerkers weerbaarder worden voor schendingen van de integriteit.

De positie van klokkenluiders wordt verbeterd door uitvoering van in 2009 aangepaste regelgeving voor ambtenaren in de sector Politie.

Politie zet zich in voor de aanpak van geweld en agressie tegen medewerkers met een publieke taak. Politie en Openbaar ministerie maken in het najaar van 2009 afspraken over een eenduidige strafrechtelijke aanpak van daders. In 2010 worden deze afspraken uitgevoerd.

3. Verhogen van het prestatievermogen van de brandweer- en geneeskundige hulpverleningsorganisatie

Wetsvoorstel veiligheidsregio’s

Het wetsvoorstel veiligheidsregio’s dat de wettelijke basis vormt voor een slagvaardige rampenbestrijdings- en crisisbeheersingsorganisatie is in april 2009 door de Tweede Kamer aangenomen. De verwachte invoeringsdatum van de wet is 1 januari 2010.

Basisvereisten veiligheidsregio’s

De basisvereisten, waaraan de veiligheidsregio’s moeten voldoen, zijn in het ontwerpbesluit veiligheidregio’s vastgelegd. Het zijn eisen die aan de organisatie en prestaties van de veiligheidsregio’s worden gesteld. Deze zijn noodzakelijk om een minimum niveau van veiligheid voor alle burgers te realiseren.

Veiligheidsberaad

Het besluit treedt tegelijkertijd met de wet in werking. Het veiligheidsberaad, waarin de voorzitters van de veiligheidsregio’s zitting hebben, zal als gesprekspartner dienen voor overleg met de minister.

Oprichting Organisatie Fysieke Veiligheid

Een op te richten landelijke ondersteuningsorganisatie fysieke veiligheid biedt de regio’s ondersteuning op materieel, personeel en organisatorisch gebied. In deze gemeenschappelijke organisatie worden de taken op het terrein van brandweeronderwijs en examinering, kennis- en expertiseontwikkeling w.o. documentenbeheer, en beheer van landelijk rampenbestrijdingsmaterieel ondergebracht. Het NIFV, de NBBE en de LFR gaan onder meer op in deze organisatie. Het streven is erop gericht de gemeenschappelijke organisatie in 2011 geformaliseerd te hebben. De bevoegdheid tot het geven van opdrachten ten aanzien van het landelijk rampenbestrijdingsmaterieel blijft voorbehouden aan BZK tot aan het moment waarop de gemeenschappelijke organisatie is geformaliseerd. De bevoegdheid gaat dan over naar de voorzitters van de veiligheidsregio’s verenigd in het Veiligheidsberaad.

Het verhogen van het prestatievermogen van de brandweer

De minister van BZK ondersteunt dit door het model dat het RIVM heeft ontworpen voor spreiding en beschikbaarheid van ambulancezorg over te nemen voor de brandweer en met een positief advies voor te leggen aan het Veiligheidsberaad. Zo wordt een betere spreiding van kazernes bereikt.

Nationaal Brandweermonument

Het ministerie van BZK heeft tezamen met de veiligheidsregio’s een subsidie gegeven om een nationaal monument te realiseren.

• Het ministerie van BZK is voornemens op incidentele basis een aantal subsidies te geven, onder meer aan het Nationaal Brandweermuseum, het Nederlandse Rode Kruis (NRK) en de KNBRD (Reddingsbrigades).

CBRN

Op het gebied van Chemische, Biologisch, Radioactieve en Nucleaire (CBRN) respons faciliteert BZK de ontwikkeling van een multidisciplinaire aanpak en de samenwerking tussen de multidisciplinaire partners. Ten behoeve van een adequate informatievoorziening voor de hulpdiensten bij CBRN-incidenten ondersteunt BZK een meetcapaciteit via het Ministerie van VROM.

Geneeskundige hulpverleningsorganisatie (GHOR)

Betere verbinding veiligheid en reguliere zorg. De Veiligheidsregio’s zijn gebaat bij continuïteit en stabiliteit van de «witte» kolom door onder andere optimalisering opkomsttijd GHOR-organisatie bij een ramp of crises.

4. Verbeteren prestatievermogen politie, brandweer en GHOR via ICT

Naast bovengenoemde trajecten en instrumenten wordt het prestatievermogen politie, veiligheidsregio’s, brandweer en GHOR ondersteund door het inzetten van ICT en het uniformeren van de ICT-infrastructuur. Daarbij wordt ook de rechtshandhavingsketen in beschouwing genomen.


Beleid Infrastructuur en meldkamerdomein

Met de politie- en veiligheidsregio’s worden afspraken gemaakt over de voorbereiding van de vervanging of aanpassing van het huidige Geïntegreerd Meldkamer Systeem (GMS).

C2000

Het beheer van deze systemen is belegd bij de Voorziening tot samenwerking Politie Nederland (VtsPN). Met het oog op het verbeteren van de toekomstvastheid van het systeem zal in 2010 een nieuwe softwareversie, inclusief de daarvoor noodzakelijke hardware in het netwerk, worden geïmplementeerd.

Datainterceptie en dataretentie

De Staat der Nederlanden heeft met een vijftal providers afspraken gemaakt over de wijze van aanleveren van gegevens en het verwerken van tapbevragingen. Deze afspraken worden in 2009 en 2010 verder uitgevoerd. Ook wordt gekeken wat de mogelijkheden zijn voor een werkbaar sturingsarrangement voor de providers waarmee geen afspraken zijn of worden gemaakt. Het wetsvoorstel Bewaartermijn Telecommunicatiegegevens is op 7 juli 2009 aangenomen door de Eerste Kamer.

Meetbare gegevens

IndicatorenWaarde 2006Waarde 2007Waarde 2008Streefwaarde 2009Streefwaarde 2010Streefwaarde 2011
1. Gerealiseerde sterke korpsen51 2335200352 322n.v.t.52 200*n.v.t.
2. Aantal extra wijkagenten in fte (cumulatief)n.v.t.n.v.t.118250375500
3. Aantal extra forensisch assistenten in fte (cumulatief)n.v.t.n.v.t140250375500
Bron indicatoren 1,2 en 3: jaarverslag Nederlandse Politie2008
4. Percentage vrouwen en/of allochtonen in vacatures in Kroonbenoemingen korpsleidingn.v.t.23,1%42,9%50%50%50%
5. Percentage vrouwen en/of allochtonen in vacatures in Kroonbenoemingen in schalen 15 en 16, niet zijnde korpsleidingn.v.t.18,8%0%30%30%30%
6. Percentage allochtonen in personeelsbestand bij korpsen en politieondersteunende organisaties6,4%6,5%6,7%8,5%8,5%8,5%
Bron indicatoren 4, 5 en 6: Kerngegevens Nederlandse Politie2008
7. Tijdige afhandeling incidenten binnen C2000infrastructuurn.v.t.95%96%95–98%95–98%95–98%
8. Beschikbaarheid systeem C2000n.v.t99,8%≥ 99,9%98%98%98%
9. Radiodekking C2000n.v.t97,4%≥ 97,4%95%95%95%
Bron indicatoren 7, 8 en 9: Voorziening tot samenwerking Politie Nederland (VtsPN)

* Voor 2010 is het niveau van de politiesterkte vastgesteld op 52 200 fte’s, inclusief de afspraak over de wijkagenten. (Kamerstukken 2008–2009, 29 628, nr. 137).

Operationele doelstelling 23.4

Voorzien in middelen die nodig zijn voor adequate brandweerzorg en geneeskundige hulpverlening.

Motivering

Samenwerkingsverbanden van gemeenten onder één regionale, bestuurlijke regie bieden betere mogelijkheden voor een effectievere organisatie en aanpak van brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening, rampenbestrijding en crisisbeheersing. Hiermee kunnen de burgers beter worden beschermd tegen risico’s en kan een betere hulpverlening worden geboden bij branden, rampen en crises. Ook het overhevelen van de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van taken op het gebied van brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing van de rijksoverheid naar de besturen van de veiligheidsregio’s hoort hierbij. Dit geheel versterkt de bestuurlijke en operationele slagkracht.

Instrumenten

Besluit doeluitkering bestrijding van rampen en zware ongevallen (BDUR)

Met een financiële bijdrage op grond van het Besluit doeluitkering bestrijding van rampen en zware ongevallen (BDUR) worden de veiligheidsregio’s mede in staat gesteld uitvoering te geven aan het beleid met betrekking tot brandweer, geneeskundige hulpverlening, rampenbestrijding en crisisbeheersing. Het BDUR is vanaf 1 januari 2010 deel van het Besluit Veiligheidsregio’s. De omvang van de brede doeluitkering neemt op grond van het bestuursakkoord tussen rijk en gemeenten de komende jaren toe.

Bommenregeling

Naar verwachting wordt de bijdrage aan gemeenten conform het Bijdragebesluit kosten opsporing en ruiming conventionele explosieven Tweede Wereldoorlog 2006 per 1 januari 2010 overgeheveld naar het gemeentefonds.

Meetbare gegevens

IndicatorenStreefwaarde 2009Streefwaarde 2010Streefwaarde 2011
Het aantal regio’s dat aan de wettelijke verplichting voldoet conform de Ontwerpwet Veiligheidsregio’s om uiterlijk, na één jaar beschikt over a) een risicoprofiel, b) beleidsplan en c) een crisisplan.50%100%100%
Bron: Jaarverslagen veiligheidsregio’s

Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van beleid

 Onderzoek onderwerpAD of ODA. StartB. AfgerondVindplaats
BeleidsdoorlichtingPrestatiesturing politieOD 23.3Start: 2007Afgerond: 2007TK 2007–2008, 29 628, nr. 69
Effectenonderzoek ex post   
Overig evaluatieonderzoek   

Toelichting

De planning van de beleidsdoorlichting op de operationele doelstellingen 23.1, 23.2 en 23.4 wordt nog bezien en in de begroting 2011 opgenomen (zie ook toelichting in de leeswijzer).