Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
Rijksbegroting Overzicht Voorbereiding Uitvoering Verantwoording
2010
  • Download PDF

6. DE BATEN-LASTENDIENSTEN

6.1 Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten (BPR)

Inleiding

De Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten (BPR) is de spil in de identiteitsinfrastructuur voor het vastleggen, beheren, verstrekken en gebruiken van persoonsgegevens voor burgers en organisaties met een publieke taak. BPR is een professionele beheerorganisatie. De belangrijkste producten zijn het beheer van het GBA-stelsel (Gemeentelijke Basisadministratie), het beheer van de reisdocumentenketen en de beheervoorziening voor het Burger Service Nummer (BSN).

Voor deze producten voert BPR onder andere de volgende taken uit:

• het inrichten en uitvoeren van het beheer voor het GBA-netwerk, de beheervoorziening BSN en de reisdocumentenketen;

• het bijhouden van een basisregister en signaleringsregister voor reisdocumenten;

• het autoriseren van afnemers voor het gebruik van gegevens uit de GBA;

• het geven van voorlichting en ondersteuning aan burgers en overheden over GBA, BSN en reisdocumenten.


De kosten voor het beheren van de GBA worden doorberekend aan de gebruikers in de vorm van een kostendekkend tarief. Vanaf 2008 is het grootste deel van de overheid overgestapt op budgetfinanciering. Budgetfinanciering betekent dat de kosten voor het gebruik van GBA worden betaald door de rijksoverheid en niet meer door de afzonderlijke overheidsinstellingen – als gebruiker – zelf. De aangesloten overheidsinstellingen ontvangen om deze reden vanaf 2008 geen factuur meer. Voor de overige overheidsinstellingen en private partijen wordt het systeem van tarieffinanciering gecontinueerd. BSN wordt uitgevoerd in opdracht van het ministerie van BZK. De kosten komen voor rekening van de begroting van BZK. De kosten voor het beheren van de reisdocumentenketen en de kosten van de productie en distributie van de reisdocumenten worden gedekt uit het tarief dat BPR in rekening brengt bij de uitgevende instanties.

Vermogensontwikkeling

Weerstandsvermogen2010 (x € 1000) Baten-lastendienst BPR
  2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014
Eigen vermogen t.o.v. gemaximeerde omvang (%) 100 91 94 100 100 97 94
Materiële vaste activa gefinancierd met leningen (%) 79 96 93 88 0 98 97
Verloop voorzieningen (x € 1000)  

Eigen vermogen ten opzichte van gemaximeerde omvang: [exploitatiereserve + onverdeelde reserve/5% van de gemiddelde jaaromzet, berekend over de laatste 3 jaar] * 100

Percentage materiele vaste activa gefinancierd met leningen: [Leningen bij MvF/boekwaarde MVA] * 100

Toelichting

Het eigen vermogen van BPR blijft in absolute termen in de komende jaren gelijk, doordat wordt uitgegaan van een sluitende exploitatie. Procentueel gezien stijgt in 2010 het eigen vermogen ten opzichte van de gemaximeerde omvang omdat de gemiddelde jaaromzet afneemt.


Met uitzondering van de inventaris worden alle materiële vaste activa voor de modernisering GBA (mGBA) en de Reisdocumenten Aanvraag en Afgifte Station (RAAS) gefinancierd met een lening. Vanaf 2009 daalt het percentage van de activa dat is gefinancierd met een lening omdat de activa in de komende jaren worden afgeschreven. In 2013 zal door de investering in de Online Raadpleegbare Reisdocumentenadministratie (ORRA) dit percentage wijzigen.


BPR heeft geen voorzieningen op de balans opgenomen.

Investeringen

Kasstroomoverzicht 2010 (x € 1000) Baten-lastendienst BPR
  2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014
1. Rekening courant RHB 1 januari (incl. deposito) 37 371 47 829 39 121 31 947 31 962 33 060 33 060
               
2. Totaal operationele kasstroom 15 946 4 435 5 968 2 789 1 733 5 900 5 900
totaal investeringen (-/-) – 845 – 4 500 – 400 – 400 – 400 – 27 900 – 400
totaal boekwaarde desinvesteringen (+) 0 0 0 0 0 0 0
               
3. Totaal investeringskasstroom – 845 – 4 500 – 400 – 400 – 400 – 27 900 – 400
eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-) 0 0 – 8 100 0 0 0 – 2 900
eenmalige storting door moederdepartement (+) 0 0 0 0 0 0 0
aflossingen op leningen (-/-) – 4 643 – 8 643 – 4 643 – 2 374 – 235 – 5 500 – 5 500
beroep op leenfaciliteit(+) 0 0 0 0 0 27 500 0
               
4. Totaal financieringskasstroom – 4 643 – 8 643 – 12 743 – 2 374 – 235 22 000 – 8 400
               
5. Rekening courant RHB 31 december (inc. deposito) (=1+2+3+4) 47 829 39 121 31 947 31 962 33 060 33 060 30 160

N.B.: Maximale roodstand is € 0,5 miljoen


Er is in 2009 en voorgaande jaren geïnvesteerd in de vervanging van de infrastructuur voor de RAAS en de modernisering GBA. Voor de financiering van deze investeringen wordt gebruik gemaakt van de leenfaciliteit bij het ministerie van Financiën. Deze investeringen worden in de komende jaren afgeschreven. De investeringen in de RAAS en de modernisering GBA zijn in respectievelijk 2011 en 2012 volledig afgeschreven.


In 2013 wordt € 27,5 miljoen geïnvesteerd in de ORRA (voorheen CRA). De investering wordt als materiële activa opgenomen op de balans op het moment van ingebruikname van de ORRA. De afschrijvingstermijn van de ORRA is vijf jaar. Voor de financiering van deze investeringen wordt gebruik gemaakt van de leenfaciliteit bij het ministerie van Financiën. Deze leningen worden in de jaren na 2013 afgelost.


Voor de eigen organisatie wordt jaarlijks € 0,4 miljoen geïnvesteerd in kantoorautomatisering. Deze investeringen worden uit het eigen vermogen gefinancierd.

Exploitatie

Begroting van baten en lasten 2010 (x € 1000) Baten-lastendienst BPR
  2008 2009* 2010 2011 2012 2013 2014
Baten              
opbrengst moederdepartement 19 186 23 262 23 811 22 691 22 713 22 708 22 815
opbrengst overige departementen 3 034 0 0 0 0 0 0
opbrengst derden 75 704 71 715 75 023 74 145 74 612 83 551 85 046
rentebaten 1 404 400 100 100 0 0 0
bijzondere baten 0 0 0 0 0 0 0
Totaal baten 99 328 95 377 98 934 96 936 97 325 106 259 107 861
               
Lasten              
apparaatskosten 84 616 90 489 92 623 93 970 95 520 100 109 101 711
– personele kosten 7 993 7 511 7 511 7 345 7 345 7 345 7 345
– materiele kosten 76 623 82 978 85 112 86 625 88 175 92 764 94 366
rentelasten 547 453 343 177 72 250 250
afschrijvingskosten 4 257 4 435 5 968 2 789 1 733 5 900 5 900
– materieel 321 500 400 400 400 400 400
– materieel (m)GBA 1 825 1 824 3 457 1 333 1 333 0 0
– materieel RAAS 2 111 2 111 2 111 1 056 0 0 0
– materieel ORRA 0 0 0 0 0 5 500 5 500
Overige kosten 0 0 0 0 0 0 0
– dotaties voorzieningen 0 0 0 0 0 0 0
– bijzondere lasten 0 0 0 0 0 0 0
Totaal lasten 89 420 95 377 98 934 96 936 97 325 106 259 107 861
               
Saldo van baten en lasten 9 908 0 0 0 0 0 0
waarvan te restitueren aan GBAafnemers 7 061            
Waarvan te restitueren aan opdrachtgever reisdocumenten 2 847            
Saldo van baten en lasten 0 0 0 0 0 0 0

* In september 2008 is besloten om naast de overheveling van de beleidsfuncties van het agentschap BPR naar de directie Openbaar Bestuur en Democratie van dg Bestuur en Koninkrijksrelaties, tevens de verantwoordelijkheid voor de ontwikkelingsprogramma’s van BPR naar deze directie te verplaatsen. Het gaat om de programma’s modernisering GBA, Elektronische reisdocumenten en herinrichten van het Verkiezingsproces. De cijfers ontwerpbegroting 2009 zijn als gevolg van deze overheveling neerwaarts bijgesteld.


Uitgangspunt voor de begroting van baten en lasten van BPR is een kostendekkende exploitatie. De baten en lasten bedragen in 2010 € 98,9 miljoen. Het grootste gedeelte van de lasten betreft materiële kosten (€ 85,1 miljoen). Dit zijn de kosten die worden gemaakt voor de productie en distributie van de reisdocumenten, het in stand houden van het GBA-netwerk, het beheer van de centrale verstrekkingsvoorziening van de GBA (GBA-V) en de beheervoorziening BSN. De personele lasten bedragen € 7,5 miljoen. Hierin is rekening gehouden met de personele taakstelling die aan BPR is opgelegd. De rentelasten bedragen in 2010 € 0,3 miljoen. Op de materiële activa wordt in 2010 € 6 miljoen afgeschreven. Dit betreft de afschrijving op de investeringen in de modernisering GBA, de RAAS en de kantoorautomatisering.


In 2011 en 2012 dalen de lasten en daarmee ook de baten. De daling van de lasten komt, bij ongewijzigd beleid, tot uitdrukking in een verlaging van de tarieven. De daling wordt mede veroorzaakt door:

• de afschrijvingskosten voor de investeringen in de RAAS en de modernisering van de GBA die na respectievelijk 2011en 2012 komen te vervallen;

• de taakstelling die leidt tot lagere personele kosten.

In 2013 stijgen de lasten en baten door de investering voor de ORRA.


De opbrengst van het moederdepartement (€ 23,8 miljoen) bestaat uit:

• de vergoeding van de kosten voor het gebruik van de GBA door de afnemers die met ingang van 1 januari 2008 onder de budgetfinanciering vallen (€ 11,4 miljoen);

• de vergoeding voor de verstrekking van gratis identiteitskaarten aan 14-jarigen (€ 8,5 miljoen);

• de bijdrage in de kosten van de beheervoorziening BSN (€ 3,9 miljoen).

De opbrengsten van derden (€ 75,0 miljoen) bestaat uit:

• de opbrengsten van de afnemers van de GBA die niet onder budgetfinanciering vallen (€ 11,6 miljoen);

• de leges voor de reisdocumenten die de uitgevende instanties aan BPR afdragen (€ 63,4 miljoen).

Doelmatigheid

De doelmatigheid van BPR wordt inzichtelijk gemaakt door het opnemen van de tarieven voor de reisdocumenten en de GBA en indicatoren met betrekking tot de kwaliteit van deze producten.

Reisdocumenten

De hoogte van de leges is gelijk aan de kostprijs van de documenten die BPR in rekening brengt bij de uitgevende instanties, zoals de gemeenten, de buitenlandse posten en de Nederlandse Antillen en Aruba. De gepresenteerde kostprijs is exclusief de gemeentelijke leges en eventuele spoedtoeslagen. Een indicator voor de kwaliteit van het proces van aanvraag, productie en distributie van de reisdocumenten is het aantal geretourneerde documenten per 1 000 uitgegeven documenten. Een document wordt geretourneerd indien de kwaliteit niet voldoet aan de gestelde normen, bijvoorbeeld omdat de foto niet voldoet aan de gestelde eisen, er fouten zijn gemaakt bij het invoeren van de aanvraag of het document is beschadigd tijdens de productie. Voor 2009 en 2010 wordt uitgegaan van 3 miljoen uitgegeven documenten per jaar. Het tarief van het paspoort en de NIK is in 2009 2,5% toegenomen ten opzichte van 2008. De verwachting is dat het tarief voor het paspoort en de identiteitskaart per 1 januari 2010 als gevolg van prijsindexering met 2,3% zal toenemen. Het streven is om het aantal geretourneerde documenten onder het niveau van 2007 te houden. De voorschriften en procedures voor de uitgevende instanties en de controles daarop als onderdeel van de kwaliteitszorg dragen daaraan bij.

Indicator realisatie 2007 realisatie 2008 raming 2009 raming 2010
Tarief paspoort(€) 21,42 21,93 22,47 22,95
Tarief NIK (€) 16,64 17,01 17,40 17,80
Aantal uitgegeven documenten (x 1 mln) 3,5 3,6 3,0 3,0
Aantal geretourneerde documenten per 1 000 uitgegeven documenten 1,86 1,36 1,60 1,50

GBA

Het GBA-tarief is in 2009 gedaald ten opzichte van 2008. Voor 2010 wordt een stabilisering van het tarief op 18 cent verwacht. Het aantal raadplegingen van de GBA dat online wordt afgehandeld neemt toe. De doelstelling is dat van het geraamde aantal berichten (130 miljoen) in 2009 35% over het netwerk gaat. Voor de eerste maanden van 2009 ligt dat percentage op ongeveer 30% (10 miljoen berichten online op het totaal van 32 miljoen berichten). De doelstelling voor de beschikbaarheid van het GBA netwerk is het halen van de gestelde norm (99,9%).

Indicator realisatie 2007 realisatie 2008 raming 2009 raming 2010
Tarief GBA (in eurocenten) 18 18 17 18
Totaal aantal berichten en bevragingen (x 1 mln) 141 130 130 130
On line bevragingen als percentage van het totaal aantal berichten en bevragingen (%) 24% 25% 35% 50%
Beschikbaarheid netwerk (norm = 99,9%) 100,0% 99,9% 99,9% 99,9%

6.2 Centrale Archief Selectiedienst (CAS)

Inleiding

De Centrale Archief Selectiedienst (CAS) waardeert, verrijkt en beheert overheidsinformatie en draagt eraan bij, dat de overheid voldoet aan haar archiefwettelijke verplichtingen. De CAS is hiermee de belangrijkste archiefbewerker voor de rijksoverheid en heeft als taak in opdracht van de zorgdragers, zijnde alle ministeries en Hoge Colleges van Staat, «werkzaamheden te verrichten in verband met archiefbewerking» (KB CAS, 12 december 1996).

Vermogensontwikkeling

Weerstandsvermogen2010 (x € 1000) Baten-lastendienst CAS
  2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014
Eigen vermogen t.o.v. gemaximeerde omvang (%) 46 46 46 46 46 46 46
Materiële vaste activa gefinancierd met leningen (%) 25 69 82 75 71 61 53
Verloop voorzieningen (x € 1000)

Eigen vermogen ten opzichte van gemaximeerde omvang: [exploitatiereserve + onverdeelde reserve/5% van de gemiddelde jaaromzet, berekend over de laatste 3 jaar] * 100

Percentage materiele vaste activa gefinancierd met leningen: [Leningen bij MvF/boekwaarde MVA] * 100

Toelichting

Door een incidenteel verlies in 2008 is het eigen vermogen minder dan de gemaximeerde omvang geworden. Aangezien de CAS werkt op basis van tarieven tegen integrale kostprijs zonder winstoogmerk zal het Eigen Vermogen in de komende jaren enkel door incidentele, niet geprognosticeerde resultaten beïnvloed worden.

Sinds 2008 worden investeringen gefinancierd vanuit de leenfaciliteit, waardoor het percentage materiele vaste activa, gefinancierd met leningen, zal gaan oplopen naar 100%.

Investeringen

De investeringen van de CAS zijn gericht op de continuïteit van de bedrijfsvoering. Zij richten zich vooral op inventaris- en automatiseringsbehoefte.

Kasstroomoverzicht 2010 (x € 1000) Baten-lastendienst CAS
  2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014
1. Rekening courant RHB 1 januari (incl. deposito) 1 637 – 280 – 410 – 214 – 290 – 261 – 368
               
2. Totaal operationele kasstroom – 1 875 – 43 410 557 493 399 336
-/- totaal investeringen – 259 – 975 – 700 – 283 – 140 – 272 – 272
+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen 9            
               
3. Totaal investeringskasstroom – 250 – 975 – 700 – 283 – 140 – 272 – 272
-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement              
+/+ eenmalige storting door moederdepartement              
-/- aflossingen op leningen – 50 – 87 – 214 – 350 – 324 – 234 – 140
+/+ beroep op leenfaciliteit 258 975 700        
               
4. Totaal financieringskasstroom 208 888 486 – 350 – 324 – 234 – 140
               
5. Rekening courant RHB 31 december (incl. deposito) (=1+2+3+4) – 280 – 410 – 214 – 290 – 261 – 368 – 444

N.B.: Maximale roodstand is € 0,5 miljoen


Sinds 2008 worden investeringen gefinancierd vanuit de leenfaciliteit. Voor de jaren na 2010 is nog geen leenfaciliteit aangevraagd en derhalve is dit nog niet verwerkt in het kasstroomoverzicht.

Exploitatie

De CAS werkt met een kostendekkende exploitatie, dus zonder winstoogmerk. Financiering van de exploitatie vindt voor ca. 55% plaats door het moederdepartement. De zorgdragers hebben trekkingsrecht op het door het moederministerie beschikbaar gestelde budget. Hieraan wordt invulling gegeven door middel van het stelsel van raamconvenanten. Het resterende deel van de exploitatie genereert de CAS door middel van activiteiten, die niet onder het raamconvenantenstelsel vallen. Deze activiteiten richten zich hoofdzakelijk op opslag- en beheer van archiefbescheiden van alle ministeries en het verrichten van archiefbewerkingactiviteiten, die buiten het raamconvenantenstelsel om worden aangenomen.

Begroting van baten en lasten 2010 (x € 1000) Baten-lastendienst CAS
  2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014
Baten              
opbrengst moederdepartement 6 324 4 831 4 731 4 562 4 554 4 557 4 557
opbrengst overige departementen 3 710 4 076 3 860 4 100 4 038 4 035 4 035
opbrengst derden              
rentebaten              
bijzondere baten 27            
Totaal baten 10 061 8 907 8 591 8 662 8 592 8 592 8 592
               
Lasten              
apparaatskosten 9 310 8 532 8 127 8 015 8 040 8 145 8 217
– personele kosten 6 505 5 785 5 276 5 216 5 216 5 216 5 216
– materiële kosten 2 805 2 747 2 851 2 799 2 824 2 929 3 001
rentelasten 22 30 54 70 59 48 39
afschrijvingskosten 379 345 410 577 493 399 336
– materieel 379 345 410 577 493 399 336
– immaterieel              
Overige kosten              
– dotaties voorzieningen              
– materiele kosten projecten 470            
– bijzondere lasten 74            
Totaal lasten 10 255 8 907 8 591 8 662 8 592 8 592 8 592
               
Saldo van baten en lasten – 194 0 0 0 0 0 0

Productiecapaciteit en tarifering

De capaciteit bij de CAS is voor 2010 vastgesteld op een formatieve bezetting van 88 fte, waarvan 18,3 fte ondersteuning en 69,9 fte productief personeel, aangevuld met ca. 12 fte tijdelijke inhuurkrachten. De gemiddelde productiviteit wordt begroot op 1 450 uur per direct productieve formatieplaats, dan wel 1 700 uur per inhuur fte. De inhuur wordt in 2010 meer dan gehalveerd. Door de lagere bezetting stijgen de vaste kosten per fte. Voorts bestaat ca. 80% van de niet-personele lasten uit vaste kosten (voornamelijk huisvesting) en deze vaste kosten zijn niet op korte termijn beïnvloedbaar. Hierdoor moeten de tarieven voor 2010 en verder worden verhoogd.


De CAS hanteert sinds 2007 drie verschillende tarieven voor haar te verrichten bedrijfsactiviteiten, afhankelijk van de aard van de werkzaamheden.

Productiecapaciteit en tarifering voor het jaar 2010 Baten-lastendienst CAS
6,00 formatieplaatsen a 1 500/1 450 uur per jaar 8 950
59,86 formatieplaatsen a 1 450 uur per jaar 85 684
4,06 formatieplaatsen a 1 000 uur per jaar 4 056
  totaal 69,92 fte productiepersoneel 98 690
  inhuurkrachten 20 660
  totale productiecapaciteit 119 350
  tariefgroep specialisten € 91,00
  tariefgroep archiefbewerking € 59,00
  tariefgroep uitlening € 52,00

N.B. van de groep formatieplaatsen a 1 450 uur maken 2 medewerkers gebruik van de Regeling Arbeidsparticipatie Senioren (PAS-regeling), vandaar minder dan 59,86 x 1 450 uur bij deze groep.

Budget in relatie tot productiecapaciteit voor het jaar 2010

Het convenantenstelsel impliceert een relatie tussen het budget van de CAS en de beschikbare productiecapaciteit ten behoeve van het moederministerie. Voor het jaar 2010 is een budget beschikbaar ter hoogte van € 4,731 mln. Afgezet tegen de verschillende tariefgroepen, op basis van de verwachte complexiteit van de aan te leveren archieven, vertaalt dit zich in een beschikbaar productievolume van in totaal ruim 78 000uur.

Budget bij BZK in relatie tot productiecapaciteit voor het jaar 2009 Baten-lastendienst CAS
Opbrengst moederministerie   € 4 731 000
Verantwoord als exploitatiebijdrage   € 0
Totaal te besteden   € 4 731 000
Besteding:    
Tariefgroep specialisten € 91,00 4 019 uur
Tariefgroep archiefbewerking € 59,00 73 988 uur
Totaal   78 007 uur

Doelmatigheid

  2007 2008 2009 2010
Uurtarieven                  
                   
Specialisten     85,00   85,00   85,00   91,00
Archiefbewerking     52,00   52,00   52,00   59,00
Opslag & Beheer     45,50   45,50   45,50   52,00
                   
Productie                  
    Uren % Uren % Uren % Uren %
Totaal   127 434 100,0 154 739 100,0 139 093 100,0 119 350 100,0
Formatief   109 852 86,2 104 651 67,6 101 155 72,7 98 690 82,7
Inhuur   17 582 13,8 50 088 32,4 37 938 27,3 20 660 17,3
                   
Productie per fte                  
  norm Uren % Uren % Uren % Uren %
Specialisten 49,2% 1 116,5 54,9% 1 034 50,9% 1 000 49,2% 1 000 49,2%
Archiefbewerking 71,4% 1 434,6 70,6% 1 453 71,5% 1 450 71,4% 1 450 71,4%
Opslag & Beheer 73,8% 1 594,9 78,5% 1 506 74,1% 1 500 73,8% 1 500 73,8%
                   
Bezetting formatief                  
    Uren fte Uren fte Uren fte Uren fte
Specialisten   5 694 5,1 4 195 4,1 4 056 4,1 4 056 4,1
Archiefbewerking   92 994 64,8 90 297 62,8 88 149 61,6 85 684 59,9
Opslag & Beheer   11 164 7,0 10 159 6,8 8 950 6,0 8 950 6,0
                   
Overhead totaal     16,7   17,3   18,3   18,3
Productie     5,3   6,0   7,0   7,0
PIOFACH     11,3   11,3   11,3   11,3
Fte’s ambtelijk     93,5   91,0   89,9   88,2
Fte’s taakstelling             86,0   86,0
                   
Omzet (x €1 000)                  
Archiefbewerking     6 601   8 931   7 451   7 058
Opslag     962   1 103   1 456   1 533
                   
Bruto vloeroppervlak                  
Archiefbewerking     6 000   6 000   6 000   6 000
Opslag     7 700   14 300   14 300   14 300
                   
Ziekteverzuim     4,6%   5,0%   5,0%   5,0%

  2011 2012 2013 2014
Uurtarieven                  
Specialisten     92,00   92,00   92,00   92,00
Archiefbewerking     61,00   61,00   61,00   61,00
Opslag & Beheer     52,00   52,00   52,00   52,00
                   
Productie                  
    Uren % Uren % Uren % Uren %
Totaal   117 175 100,0 116 029 100,0 116 029 100,0 116 029 100,0
Formatief   96 515 82,4 95 369 82,2 95 369 82,2 95 369 82,2
Inhuur   20 660 17,6 20 660 17,8 20 660 17,8 20 660 17,8
                   
Productie per fte                  
  norm Uren % Uren % Uren % Uren %
Specialisten 49,2% 1 000 49,2% 1 000 49,2% 1 000 49,2% 1 000 49,2%
Archiefbewerking 71,4% 1 450 71,4% 1 450 71,4% 1 450 71,4% 1 450 71,4%
Opslag & Beheer 73,8% 1 500 73,8% 1 500 73,8% 1 500 73,8% 1 500 73,8%
                   
Bezetting formatief                  
    Uren fte Uren fte Uren fte Uren fte
Specialisten   4 056 4,1 4 056 4,1 4 056 4,1 4 056 4,1
Archiefbewerking   83 509 58,3 82 363 57,6 82 363 57,6 82 363 57,6
Opslag & Beheer   8 950 6,0 8 950 6,0 8 950 6,0 8 950 6,0
                   
Overhead totaal     18,3   18,3   18,3   18,3
Productie     7,0   7,0   7,0   7,0
PIOFACH     11,3   11,3   11,3   11,3
                   
Fte’s ambtelijk     86,7   86,0   86,0   86,0
Fte’s taakstelling     86,0   86,0   86,0   86,0
                   
Omzet (x €1 000)                  
Archiefbewerking     7 129   7 059   7 059   7 059
Opslag     1 533   1 533   1 533   1 533
                   
Bruto vloeroppervlak                  
Archiefbewerking     6 000   6 000   6 000   6 000
Opslag     14 300   14 300   14 300   14 300
                   
Ziekteverzuim     5,0%   5,0%   5,0%   5,0%

Hoewel archiefbewerking schijnbaar is uit te drukken in homogene eenheden, blijkt geen project gelijk te zijn. Derhalve is een bewerkingssnelheid per meter niet eenduidig te benoemen. Volstaan zal moeten worden met het benoemen van productiviteit op basis van te declareren uren en een uurtarief. De productiviteit van de grootste tariefgroep, de archiefbewerking, is verhoogd van 1 400 uur naar 1 450 uur.


De invloed van de taakstelling op basis van het verminderen van het aantal fte laat zich vertalen in een stijging van de uurtarieven, aangezien de vaste lasten, die niet op korte termijn zijn te beïnvloeden, slechts verdeeld kunnen worden over minder uren.

6.3 Korps landelijke politiediensten (KLPD)

Inleiding

Sinds 1998 heeft het Korps landelijke politiediensten (KLPD) de status van agentschap. Sinds 2000 maakt zij als zodanig onderdeel uit van de begroting van het ministerie van BZK. Tevens is het KLPD onderdeel van de Nederlandse politie.


Het KLPD heeft een eigen zelfstandige positie als landelijk politiekorps binnen het totale politiebestel. Zij voert taken uit op nationaal, internationaal en expertise gebied. In de uitvoering van deze taken werkt het KLPD samen met de politieregio’s.

Op hoofdlijnen houden de diensten van het KLPD zich bezig met veiligheid op het water (Dienst Waterpolitie), in de lucht (Dienst Luchtvaartpolitie), in het verkeer (dienst Verkeerspolitie) en De diensten Nationale Recherche, Dienst specialistische interventie houden zich bezig met de bestrijding van criminaliteit en terrorisme. De beveiligingsaspecten worden uitgevoerd door de Dienst Koninklijk en Diplomatieke Beveiliging. Verder bestaat het werkterrein de (internationale) inlichtingen en informatie voorzieningsdiensten.


Deze begroting is opgesteld met inachtneming van de volgende financiële doelstellingen:

• duurzaam evenwicht in baten en lasten;

• jaarlijks sluitende exploitatiebegroting;

• opbouwen c.q. handhaven van weerstandvermogen van minimaal 2 %.

Maatregelen politie

Evenals bij de regiokorpsen doet zich ook problematiek voor bij het KLPD. Hieronder worden de oorzaken van de problematiek en de financiële gevolgen voor het KLPD uiteengezet:

1. Uitvoeringsproblematiek voor politie op het terrein van arbeidsvoorwaarden. Bij de CAO-politie is voor de periode 2008–2010 gerekend met een hogere raming van de contractloonstijging dan later bleek uit de ramingen van het CEP 2009. Daarnaast leidt het ABP-herstelplan tot een premieverhoging voor werkgevers.

2. Aandeel in de generale uitvoeringsproblematiek (macro-problematiek) rijksbreed.

3. Aandeel in de maatregelen die het kabinet heeft getroffen in het Aanvullend Beleidsakkoord «Werken aan toekomst» van € 1,8 mld vanaf 2011.

Vooralsnog is het totaal van de taakstelling technisch verdeeld. Het KLPD-aandeel in de problematiek is in de meerjarenbegroting van het KLPD verwerkt en loopt van € 8 mln in 2009 op tot € 13,3 mln in 2013. Ten tijde van het opstellen van deze begroting is het overleg met het Korpsbeheerdersberaad nog gaande over het geheel aan maatregelen. Bij de verwerking is overeengekomen dat de gemaakte sterkteafspraak van 4 883 fte niet wordt beïnvloed.

Bijzonder gefinancierde taken

Voor een aantal bijzondere gefinancierde taken is de financiering, in afwachting van ontwikkelingen en eventuele evaluaties, vooralsnog tijdelijk gegarandeerd. In deze begroting is aangenomen dat deze taken zullen worden gecontinueerd.

Vermogensontwikkeling

Weerstandsvermogen2010 e.v. baten-lastendienst KLPD
  realisatie 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014
Eigen vermogen t.o.v. gemaximeerde omvang (%) 50,0% 47,1% 47,1% 47,2% 47,2% 47,2% 47,2%
Percentage materiële vaste activa gefinancierd met leningen (%) 45% 62,9% 59,4% 58,7% 56,8% 52,7% 48,4%
Verloop voorzieningen (bedragen x € 1 mln) 4,6 2,2 0,5 0,3 0,2 0,1 0

Eigen Vermogen t.o.v. het gemaximeerde omvang: [exploitatiereserve + onverdeelde resultaat / 5% van de gemiddelde jaaromzet, berekend over de laatste 3 jaar]* 100

Percentage materiële vast activa gefinancierd met leningen: [Leningen bij het MVF (en eventueel het eigen ministerie) / boekwaarde MVA] * 100


Het eigen vermogen bedraagt circa € 13,8 miljoen. Het eigen vermogen mag maximaal 5% bedragen van de gemiddelde omzet over de afgelopen drie jaren. Hiermee kunnen jaarlijkse fluctuaties in het exploitatieresultaat worden opgevangen.


De materiële vaste activa gefinancierd met leningen stijgen in verband met de vervanging van de vaartuigen en de heli’s. De overige materiële vaste activa worden zoveel mogelijk gefinancierd uit de jaarlijkse afschrijvingen.


De voorzieningen dalen in verband met het aanwenden van de gevormde voorzieningen voor de invoering van de Wet Politiegegevens en de reorganisatiekosten van het korps.

Investeringen

Kasstroomoverzicht 2010 (x € 1 000) Baten-lastendienst KLPD
  realisatie 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014
1. Rekening courant RHC 1 januari (incl. deposito) 20 574 40 861 34 918 30 926 26 634 20 699 14 088
               
2. Totaal operationele kasstroom 23 263 37 939 42 105 41 704 41 544 41 393 41 393
               
3a. -/- totaal investeringen – 48 418 – 101 410 – 39 000 – 52 500 – 50 000 – 40 000 – 40 000
3b. +/+ totaal boekwaarde desinvesteringen 2 424 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000 2 000
3. Totaal investeringskasstroom – 45 994 – 99 410 – 37 000 – 50 500 – 48 000 – 38 000 – 38 000
               
4a. -/- eenmalige uitkering aan moederministerie 0 0 0 0 0 0 0
4b. +/+ eenmalige storting door moederministerie 0 0 0 0 0 0 0
4c. -/- aflossingen op leningen – 7 267 – 10 882 – 13 097 – 12 996 – 14 479 – 15 004 – 15 004
4d. +/+ beroep op leenfaciliteit 50 285 66 410 4 000 17 500 15 000 5 000 5 000
4. Totaal financieringskasstroom 43 018 55 528 – 9 097 4 504 521 – 10 004 – 10 004
               
5. Rekening courant RHC 31 december (incl. deposito) (=1+2+3+4) (maximale roodstand € 0,5 mln) 40 861 34 918 30 926 26 634 20 699 14 088 7 477

Toelichting

Voor de kapitaalintensieve investeringen, zoals vaartuigen en helikopters, wordt een beroep gedaan op de leenfaciliteit van het ministerie van Financiën. In de jaren 2011 en 2012 vindt geplande vervanging van een aantal vaartuigen plaats. Als gevolg hiervan is het investeringsbedrag in deze jaren hoger dan in andere jaren.

Exploitatie

Baten-lastenstaat (bedragen x € 1000) baten-lastendienst KLPD
  Realisatie 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014
Baten              
Opbrengst moederdepartement 534 575 548 100 535 287 523 651 522 617 519 351 519 351
Opbrengst overige ministeries 22 401 31 401 25 200 25 786 25 786 28 504 28 504
Opbrengst derden 24 397 12 527 12 527 12 527 12 527 12 527 12 527
Rentebaten 401            
Buitengewone baten 4 459            
Totaal baten 586 233 592 028 573 014 561 964 560 930 560 382 560 382
               
Lasten              
Personele kosten 387 369 378 762 362 229 354 297 353 501 353 207 353 461
Materiële kosten 161 214 171 704 163 706 161 663 161 679 161 679 161 679
Rentelasten 2 305 4 584 5 584 5 330 5 076 4 822 4 568
Afschrijvingskosten 30 733 36 978 41 495 40 674 40 674 40 674 40 674
* materieel 30 733 36 978 41 495 40 674 40 674 40 674 40 674
* immaterieel              
Dotaties voorzieningen 3 131            
Buitengewone lasten 1 276            
Totaal lasten 586 028 592 028 573 014 561 964 560 930 560 382 560 382
               
Saldo van baten en lasten 205 0 0 0 0 0 0

Toelichting

De «maatregelen politie» zoals hierboven vermeld, zijn verwerkt in de meerjarenbegroting. Het overleg met het Korpsbeheerdersberaad over het geheel aan maatregelen is nog gaande. Gedacht kan worden aan een keuze tussen of een combinatie van de navolgende maatregelen:

• ombuigingen van personele en materiële kosten;

• verlagen instroom aspiranten;

• terugdringen van investeringsvolume;

• formatie aansluiten bij departementale sterkteafspraken.

De Tweede Kamer wordt hierover nader geïnformeerd.


De opbrengst moederministerie bestaat uit de algemene bijdrage en de bijzondere bijdragen (samen € 518,2 mln voor het jaar 2010) en komt ten laste van hoofdstuk VII van de Rijksbegroting. Daarnaast is opgenomen, ten laste van Hoofdstuk IV Koninkrijksrelaties, een bedrag van € 17,1 mln voor het jaar 2010.


De opbrengst van de overige ministeries is gebaseerd op met de betreffende instanties gesloten convenanten. De opbrengst derden bestaat uit de door het KLPD doorbelaste kosten voor uitgevoerde werkzaamheden.


De daling van de personele kosten ten opzichte van 2008 wordt vooral veroorzaakt door de overgang van de Dienst Logistiek naar de voorziening tot samenwerking Politie Nederland vanaf 1 januari 2009, het terugdringen van inhuur externen en een geraamde lagere instroom van aspiranten. Maatregelen om aan de taakstelling invulling te geven zullen niet ten laste mogen komen van de operationele inzetbaarheid.


De structurele afschrijvingskosten zijn begroot op ca € 41 mln voor het jaar 2010. Hierbij is rekening gehouden met het (meerjarige) afleverschema van de vervanging van vaartuigen en de in gebruik name van de helikopters in 2009.


In de rentelasten is rekening gehouden met het beroep op de leenfaciliteit van het ministerie van Financiën voor de helikopters en de vaartuigen, als ook de aflossingen op die leningen.

Doelmatigheid

Doelstelling van het kabinet is om aan het eind van de kabinetsperiode (2010) door de Nederlandse Politie een daling van de criminaliteit en overlast te realiseren van 25% en een verhoging van het oplossingspercentage met 5%. Het korps is betrokken bij de onderwerpen zoals een stevigere aanpak van georganiseerde misdaad, fraude en cybercrime, het tegengaan van radicalisering. Hiervoor worden samenwerkingsverbanden aangegaan.


Het bovenstaande is voor het korps vertaald in vijf operationele thema’s, te weten:

• nationaal en internationaal knooppunt voor informatie en intelligence;

• bestrijding van de zware en georganiseerde criminaliteit en terrorisme;

• toezicht en opsporing op de diverse verkeersstromen;

• operationele ondersteuning;

• bewaken en beveiligen.


Strategisch betekent dit dat het korps werkt aan een inhoudelijke resultaatsdoelstelling per thema en het vormgeven van een scherper sturingsconcept. Uit het oogpunt van effectiviteit en efficiëntie vindt centralisatie van de bedrijfsvoering plaats.

6.4 Landelijke Faciliteit Rampenbestrijding (LFR)

Inleiding

Per 1 januari 2007 is het agentschap Landelijke Faciliteit Rampenbestrijding opgericht. Het agentschap valt onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van BZK. De LFR is beleidsmatig ondergebracht bij het directoraat generaal Veiligheid (DGV).

De missie van de LFR is een landelijke faciliteit te zijn voor de partners in de veiligheid met als centrale rol de multidisciplinaire ondersteuning, waaronder bijstand en operationele logistiek.

De LFR verleent diensten op het gebied van verwerving van materieel. Daarnaast beheert zij het materieel van de bijstandteams ten behoeve van de brandweer, politie, geneeskundige hulp bij ongevallen en rampen (GHOR) en andere hulpverleningsorganisaties. De missie is ruim geformuleerd om het agentschap in de gelegenheid te stellen haar takenpakket op termijn naar een bredere klantenkring tot nut te brengen.


De LFR heeft de volgende algemene doelstellingen:

• het vertalen van het door BZK vastgestelde beleid op het gebied van rampenbeheersing naar benodigd materieel, communicatie- en informatiesystemen (CIS), geneeskundige uitrustingen, logistiek, voorzieningen voor de waarschuwing van de bevolking en eisen ten aanzien van arbeidsveiligheid, voor zover dit aan het agentschap is opgedragen;

• het verwerven, beheren, registreren en distribueren van materieel en materialen ten behoeve van het grootschalige optreden bij de rampenbestrijding of ten behoeve van de fysieke veiligheid;

• het ontwikkelen, ondersteunen en faciliteren van bovenregionale activiteiten ter bevordering van de kwaliteit van bijstandteams;

• het vormgeven aan shared-services voor operationele diensten.


De LFR voert hiervoor taken uit op het gebied van beheer en formuleert operationele richtlijnen en standaards op dit terrein. Het agentschap is er voor de brandweer- en GHOR-regio’s, de politie en andere partners in de veiligheid en draagt dit in de communicatie met deze operationele partners uit.

Onder verwijzing naar en in het licht van de kern van de Nota Vernieuwing Rijksdienst (de lokale overheid moet in staat zijn of worden gesteld lokale problemen aan te pakken) zijn de taken van de LFR nader bezien. Dit heeft ertoe geleid dat overeenstemming is bereikt om de LFR onder te brengen in het Nederlandse Instituut Fysieke Veiligheid (NIFV) en onder aansturing van de veiligheids regio’s. Het streven is erop gericht om per 1 januari 2010 het LFR bij het NIFV te hebben ondergebracht.

Vermogensontwikkeling

De ontwikkeling van het eigen vermogen over 2010 tot en met 2014 is in onderstaand overzicht opgenomen. Hierbij gaat de LFR uit van een start per 1 januari 2009 met een eigen vermogen van € 0,788 mln dat is opgebouwd uit het onverdeelde saldo van baten en lasten over 2007 en 2008.

Het eigen vermogen dient om incidentele tegenvallers in de bedrijfsvoering van de LFR op te kunnen vangen. Afhankelijk van de realisatie in de desbetreffende jaren zal erop worden gestuurd de maximale grens voor het eigen vermogen niet te overstijgen. Dit kan ondermeer door een tariefsverlaging, een en ander afhankelijk van de ontwikkelingen.


De LFR als agentschap sec heeft geen materiële activa die gefinancierd wordt met leningen. Naar verwachting zal dit ook in toekomende jaren niet het geval zijn.


De verwachting is dat de fluctuatie in de voorzieningen per saldo nihil zal zijn. Vooralsnog is het totaal van de voorzieningen toereikend.

Weerstandsvermogen2010 e.v. Baten-lastendienst LFR
  Realisatie 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014
Eigen vermogen t.o.v. gemaximeerde omvang (%) 80,90% 82,29% 86,95% 91,59% 97,22% 102,84% 108,47%
Percentage materiële vaste activa gefinancierd met leningen (%) 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0%
Verloop voorzieningen (bedragen x € 1 000) 50

Eigen Vermogen t.o.v. het gemaximeerde omvang: [exploitatiereserve + onverdeelde resultaat/5% van de gemiddelde jaaromzet, berekend over de laatste 3 jaar] * 100

Percentage materiële vast activa gefinancierd met leningen: [Leningen bij het MVF (en eventueel het eigen ministerie) / boekwaarde MVA] * 100

Investeringen

De investeringen bij de LFR bestaan voornamelijk uit vervoermiddelen voor de uitvoering van het beheer. Besloten is dat de LFR haar eigen bedrijfsmiddelen zal leasen of af zal nemen via het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Hierdoor worden er voor de komende jaren geen investeringen verwacht.


De operationele kasstroom bestaat uit het saldo van baten en lasten vermeerderd met de afschrijvingscomponent. In 2010 is de operationele kasstroom verhoogd met bedragen die verrekend worden met de opdrachtgevers.


De stijging/daling van de rekening-courant wordt verklaard uit de ontvangst van de afschrijvingscomponent in de opbrengsten en door het verwachte positieve saldo van baten en lasten.

Kasstroomoverzicht 2010 (x € 1 000) Baten-lastendienst LFR
  Realisatie 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014
1. Rekening courant RIC 1 januari (incl. deposito) 967 2 326 1 471 928 1 165 1 474 1 783
               
2. Totaal operationele kasstroom 1 466 – 750 – 450 300 350 350 350
               
3a. -/- totaal investeringen – 107 – 105 – 93 – 63 – 41 –41 – 41
3b. +/+ totaal boekwaarde desinvesteringen 0 0 0 0 0 0 0
3. Totaal investeringskasstroom – 107 – 105 – 93 – 63 – 41 –41 – 41
               
4a. -/- eenmalige uitkering aan moederministerie 0 0 0 0 0 0 0
4b. +/+ eenmalige storting door moederministerie 0 0 0 0 0 0 0
4c. -/- aflossingen op leningen 0 0 0 0 0 0 0
4d. +/+ beroep op leenfaciliteit 0 0 0 0 0 0 0
4. Totaal financieringskasstroom 0 0 0 0 0 0 0
               
5. Rekening courant RHC 31 december (incl. deposito) (=1+2+3+4) (maximale roodstand € 0,5 mln) 2 326 1 471 928 1 165 1 474 1 783 2 092

Exploitatie

De begroting van baten en lasten over de periode 2010 tot en met 2014 is in het volgende overzicht weergegeven.

Baten-lastenstaat (bedragen x € 1000) baten-lastendienst LFR
  Realisatie 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014
Baten              
Opbrengst moederdepartement 15 280 16 750 20 000 20 000 20 000 20 000 20 000
Opbrengst overige ministeries 0 0 0 0 0 0 0
Mutatie onderhandenwerk 2 107 0 0 0 0 0 0
Opbrengst derden 954 670 670 670 670 670 670
Rentebaten 0 0 0 0 0 0 0
Buitengewone baten 0 0 0 0 0 0 0
Totaal baten 18 341 17 420 20 670 20 670 20 670 20 670 20 670
               
Lasten              
Personele kosten 4 503 4 600 4 600 4 600 4 600 4 600 4 600
Materiële kosten 13 043 12 700 15 950 15 950 15 950 15 950 15 950
Rentelasten 64 30 30 30 30 30 30
Afschrijvingskosten 110 105 93 63 41 41 41
* materieel 110 105 93 63 41 41 41
* immaterieel 0 0 0 0 0 0 0
Dotaties voorzieningen 141 0 0 0 0 0 0
Buitengewone lasten 0 0 0 0 0 0 0
Totaal lasten 17 861 17 435 20 673 20 643 20 621 20 621 20 621
               
Saldo van baten en lasten 480 – 15 – 3 27 49 49 49

Toelichting

Bij de opstelling van de begroting is uitgegaan van een aantal aannames en inschattingen ten aanzien van de verwachte ontwikkelingen voor het lopende (2009) en komende jaar in de producten- en dienstenportfolio:

• aan de opdrachtgevers worden de kosten in rekening gebracht ondermeer op basis van uurtarieven. De beheerder van het agentschap stelt de tarieven vast. In begroting voor 2010 en verdere jaren is rekening gehouden met de vastgestelde tarieven voor het jaar 2009;

• belangrijkste aanname is dat de omvang van de opdrachtenportefeuille van de diverse opdrachtgevende directies binnen DGV niet substantieel zal wijzigen. Met een eventuele verschuiving van opdrachten van het ministerie naar opdrachten vanuit het veld, als gevolg van de regiovorming en de verwachte decentralisatie van beheersverantwoordelijkheden en- bevoegdheden is in de voorliggende cijfers nog geen rekening gehouden, omdat niet duidelijk is hoe en in welke omvang dit zal plaatsvinden;

• afgesproken is dat het materieel verkregen door de wervingen (aanschaf materieel) geen onderdeel uitmaakt van de omzet van de LFR. Het financieel-economische en juridische risico is hierbij namelijk niet voor rekening van de LFR maar voor de opdrachtgevers.

• De in deze begroting opgenomen omzetten zijn toe te schrijven aan de gefactureerde uren van medewerkers, verhuurde opslagruimte in het magazijn en diensten van derden ten behoeve van de projecten en beheerproducten (onderhoud, ICT kosten en diverse onderzoeken).


Zowel de raming van de baten als de lasten zijn gebaseerd op het voorzichtigheidsprincipe.

Baten

De baten van het moederministerie betreffen vooral de opdrachten van het Directoraat Generaal Veiligheid. Hieronder vallen het beheer van het materieel, onderhoud en reparatie en overige uitvoerende werkzaamheden die in opdracht worden uitgevoerd. De baten van derden zijn in het bijzonder de licentie en doorberekening van de toeslag van het Internet Materieel Systeem en het Waarschuwingsstelsel.

Lasten

Personele kosten

De personele lasten die in de begroting zijn opgenomen, omvatten de interne personele kosten en de kosten van externe inhuur. Ten aanzien van de kosten externe inhuur is rekening gehouden met het plafondbedrag. De kosten van inhuur mogen hier niet bovenuit stijgen.


Materiële kosten

De materiële kosten omvatten grotendeels de lasten die samenhangen met het beheer van onderhoudsopdrachten. De opdrachten worden verricht voor rekening en risico’s van de opdrachtgever.


Rentelasten

De rentelasten worden begroot voor het beroep op de rekening courant. Het percentage wordt door het Ministerie van Financiën vastgesteld.


Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten omvatten voornamelijk de kosten van afschrijving op het wagenpark voor de uitvoering van het beheer en de gebouwgebonden verbeteringen.

Doelmatigheid

Kengetallen baten-lastendienst LFR
  Realisatie 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014
Directe uren intern 32 841 0 0 0 0 0 0
               
Directe uren per directe medewerker intern 1 042,6 1 387 1 387 1 387 1 387 1 387 1 387
Directe uren per indirecte medewerker intern 767 1 595 1 595 1 595 1 595 1 595 1 595
               
Productiviteitspercentage directe medewerker intern 56,80% 75% 75% 75% 75% 75% 75%
Productiviteitspercentage medewerker intern 43,30% 86% 86% 86% 86% 86% 86%

Toelichting:

Met productiviteitspercentage wordt bedoeld het aantal te werken uren (uren op jaarbasis -/- vakantieverlof = 100%) afgezet tegen het geraamde aantal werkelijke uren.

De percentages zijn berekend uitgaande van een 36-urige werkweek per fte waarop in mindering is gebracht de uren voor officieel erkende feestdagen en verlof. Op het aantal geraamde werkelijke uren wordt in mindering gebracht de uren ziekteverlof (5%) en werkoverleg. Het betreft dus niet het aantal billable uren. Verder wordt onderscheid gemaakt tussen indirecte medewerkers (leiding, staf, ondersteuning en Financiën) en de directe medewerkers op de projecten etc.

Personele kosten (x € 1 000) Baten-lastendienst LFR
  Realisatie 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014
Personele kosten intern 3 059 3 200 3 200 3 200 3 200 3 200 3 200
Personele kosten extern 1 444 1 300 1 300 1 300 1 300 1 300 1 300
Totaal personele kosten 4 503 4 500 4 500 4 500 4 500 4 500 4 500
               
Aantal FTE intern 43 40 41 41 41 41 41
Aantal FTE extern 12 11 11 10 10 10 10
Totaal aantal FTE 54 51 52 51 51 51 51
               
% intern personeel 79% 78% 79% 80% 80% 80% 80%

Toelichting

Als gevolg van de reorganisatie binnen het Rijk en de herpositionering van taken bestaat de mogelijkheid dat interne medewerkers de LFR zullen gaan verlaten. Het streven blijft om ondanks deze situatie het aantal externen op formatieplaatsen niet verder op te laten lopen. In de begroting is rekening gehouden met het opgelegde financiële plafond voor de inhuur van externen.

6.5 P-Direkt

Inleiding

Het kabinet heeft zich ten doel gesteld om de kwaliteit van de HRM-functie te verhogen. Zowel binnen de afzonderlijke ministeries als binnen de rijksdienst in zijn geheel. P-Direkt speelt in de verwezenlijking van dit streven een belangrijke rol. Het is doel om een efficiënte en kwalitatief hoogwaardige salaris- en personeelsadministratie te realiseren. Hoe en hoeveel dit kost staat in de analyse van kosten en baten.


Het is de ambitie om op alle ministeries een centraal beheerde zelfbediening te realiseren en één Shared Service Center, waarin we eerste- en tweedelijns ondersteuning (en back-office) leveren aan de gehele rijksdienst. De concepten Zelfbediening en Shared Services zijn uitvoerig beschreven en besproken in kabinetsstandpunten, beleidsstukken en modellen.


De missie van P-Direkt luidt: «P-Direkt is een professioneel en pro-actief centrum voor gemeenschappelijke diensten van twaalf ministeries. Zij biedt medewerkers, managers en HR-professionals betrouwbare, moderne, gestandaardiseerde en efficiënte dienstverlening op het gebied van geautomatiseerde administratieve afhandeling van personele processen. Deze dienstverlening is gebaseerd op hoogwaardige inhoudelijke kennis van de te leveren dienstverlening en van de mogelijkheden om deze dienstverlening toegankelijk te maken voor haar klanten».


De missie is gebaseerd op vier hoofdpijlers:

1. standaard dienstverlening. Dit om administratieve processen doelmatig te ondersteunen;

2. afrekenbaar en professioneel. Wij willen uitblinken als organisatie en op het gebied van klanttevredenheid tot de beste 25% in Nederland behoren;

3. hoogwaardige inhoudelijke kennis. We maken de complexiteit van arbeidsvoorwaardelijke regels en HRM begrijpelijk voor medewerkers, managers en HR-professionals. Dit doen we door middel van onze hoogwaardige inhoudelijke kennis;

4. innovatief. P-Direkt signaleert kansen voor haar klanten op het gebied van goedkopere of nieuwe dienstverlening.


Waar staat P-Direkt

Om de invoering van P-Direkt te laten slagen is gekozen voor een fasering in de tijd. Hierover zijn heldere afspraken gemaakt tussen P-Direkt en de ministeries.


In Fase I (2007–2009):

• zijn de ICT- en processtandaarden opgeleverd;

• heeft P-Direkt de beheerorganisatie opgezet;

• voeren de ministeries zelfbediening en een eerste- en tweedelijns ondersteuning in hun eigen organisatie in.


In Fase II (2009–2011):

• wordt er één groot contactcenter gevormd bij P-Direkt waar managers en medewerkers met HRM-vragen en vragen over zelfbediening terecht kunnen;

• dragen de ministeries voor een belangrijk deel hun P&S-taken en medewerkers over aan P-Direkt;

• wordt door deze efficiency slag rijksbreed op het HRM-terrein een personeelsreductie van circa 750 fte gerealiseerd.

Vermogensontwikkeling

Weerstandsvermogen2010 (x € 1000) Baten-lastendienst P-Direkt
  2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014
Eigen vermogen t.o.v. gemaximeerde omvang (%) 7,4 26,4 52,6 74,9 100 100 100
Materiële vaste activa gefinancierd met leningen (%) 95,9 99 99 99 99 99 99
Verloop voorzieningen (x € 1000) 149 950 950 950 950 950 950

Eigen vermogen ten opzichte van gemaximeerde omvang: [exploitatiereserve + onverdeelde reserve/5% van de gemiddelde jaaromzet, berekend over de laatste 3 jaar] * 100

Percentage materiele vaste activa gefinancierd met leningen: [Leningen bij MvF/boekwaarde MVA] * 100


Om eventuele risico’s uit de normale bedrijfsuitoefening op te kunnen vangen, wordt weerstandsvermogen opgebouwd. Vanaf 2008 geldt een opslag op de tarieven om de exploitatiebuffer op te bouwen tot de toegestane maximale omvang, te bereiken in 2012. De voorziening betreft de verplicht gestelde opbouw van de voorziening voor jubileumrechten van het personeel.

Investeringen

Kasstroomoverzicht 2010 (x € 1000) Baten-lastendienst P-Direkt
  2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014
1. Rekening courant RHB 1 januari (incl. deposito) 10 147 17 641 2 581 787 1 238 2 407 2 347
               
2. Totaal operationele kasstroom 5 318 – 12 989 6 827 11 072 11 790 10 561 10 521
-/- totaal investeringen – 33 613 – 33 710          
+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen              
               
3. Totaal investeringskasstroom – 33 613 – 33 710          
-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement              
+/+ eenmalige storting door moederdepartement              
-/- aflossingen op leningen – 1 461 – 3 361 – 8 621 – 10 621 – 10 621 – 10 621 – 10 621
+/+ beroep op leenfaciliteit 37 250 35 000          
               
4. Totaal financieringskasstroom 35 789 31 639 – 8 621 – 10 621 – 10 621 – 10 621 – 10 621
               
5. Rekening courant RHB 31 december (inc. deposito) (=1+2+3+4) 17 641 2 581 787 1 238 2 407 2 347 2 247

N.B.: Maximale roodstand is € 0,5 miljoen


De aflossing van leningen start nadat een activum gereed is voor in gebruik name. Vanaf 2011 zijn alle investeringen in gebruik en als actief op de balans opgenomen.

Exploitatie

Begroting van baten en lasten voor het jaar 2010 (x € 1000) Baten-lastendienst P-Direkt
  2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014
Baten              
opbrengst moederdepartement 1 568 3 208 1 911 2 116 2 074 2 033 1 992
opbrengst overige departementen 24 148 42 429 67 967 68 411 66 979 64 257 62 727
opbrengst derden
rentebaten 161
bijzondere baten 163
exploitatiebijdrage 886
Totaal baten 26 924 45 637 69 878 70 527 69 053 66 290 64 719
               
Lasten              
apparaatskosten              
– personele kosten 6 303 16 905 28 983 28 403 27 835 27 279 26 733
– materiele kosten 1 293 4 657 9 817 9 621 9 428 9 240 9 055
– opbouwkosten 1 047            
– inkoop ICT 15 426 12 994 16 850 16 510 16 180 15 860 15 540
rentelasten 1 294 3 465 4 780 4 300 3 820 3 350 2 870
afschrijvingskosten              
– materieel 1 507 7 250 8 621 10 621 10 621 10 621 10 621
– immaterieel
overige kosten              
– dotaties voorzieningen
– bijzondere lasten
Totaal lasten 26 870 45 271 69 051 69 455 67 884 66 350 64 819
               
Saldo van baten en lasten 54 366 827 1 072 1 169 – 60 – 100

Baten en lasten van de dienstverlening

De baten uit de dienstverlening bestaan uit de baten van het beheer van de digitale personeelsdossiers, het zelfbedieningsportaal, het beheer van de rijksbreed geharmoniseerde en vereenvoudigde HR-processen, de salarisverwerking en het functioneel beheer van de personele informatiesystemen. Naar mate het volume van de dienstverlening de jaren 2010 en 2011 toeneemt, stijgen tevens de lasten voor het onderhoud en beheer voor de ICT infrastructuur van de dienstverlening. Vanaf 2012 wordt een jaarlijks efficiencyresultaat beoogd van 2%.

Apparaatskosten

De personele en materiële lasten neemt in 2010 in omvang toe door de uitbreiding van de dienstverlening van de P-Direkt organisatie.

Als beginnende en snel groeiende organisatie was veel aandacht noodzakelijk voor organisatie- en personeelsontwikkeling. De tijdelijke externe inhuur die voor deze opbouwfase in 2008 en 2009 noodzakelijk was, zal vanaf 2010 naar verwachting een dalende lijn vertonen. In 2010 zal door het verder vormgeven van beheeractiviteiten bij de afdeling Dienstverleningsystemen en de opbouw van het contactcenter uit fase ll de formatie groeien. De groei wordt gerealiseerd door toestroom vanuit de ministeries. Volgens het principe «mens volgt werk» vindt er een overheveling van taken plaats vanuit de ministeries naar P-Direkt. Deze aanwas zal «schoon» overkomen, dat wil zeggen dat de ministeries de overgang niet kunnen gebruiken om aan hun taakstelling te voldoen.

Afschrijvingskosten

Dit betreffen de afschrijvingslasten uit hoofde van de investering in licenties en de ICT-dienstverleningscomponenten en de bedrijfsvoeringactiva. In 2010 worden de laatste ICT-dienstverleningscomponenten geactiveerd.

Rentelasten

De rentelasten hebben betrekking op de financieringslasten voor de bij het ministerie van Financiën aangegane leningen. Deze worden in de ontwikkelfase geactiveerd en in de beheerfase ten laste van de exploitatie gebracht.

Doelmatigheid

P-Direkt is opgericht om de doelmatigheid in de HRM-kolom van de rijksoverheid te verbeteren waarbij een bijdrage wordt geleverd aan het slagvaardiger maken van de rijksdienst. Naast deze «macro»-doelmatigheid streeft P-Direkt naar doelmatigheid van de eigen bedrijfsvoering. Door bundeling van taken van de bestaande dienstverlening uit de verschillende ministeries binnen P-Direkt wordt een efficiencyslag gemaakt. P-Direkt stelt zich tot doel in deze groeiperiode het huidige overheadpercentage van 20% te verbeteren naar 17,5% waardoor de uurtarieven jaarlijks met reëel 0,5% kunnen worden verlaagd (totaal een verlaging met ca. 7%). Tevens zal de oorspronkelijke doelstelling om de dienstverleningstarieven aan de afnemers met jaarlijks 2% te verlagen na de nulmeting in 2010 worden ingezet.

Dienstverlening

Ten aanzien van de volgende onderwerpen zijn prestatieafspraken dan wel prestatie-indicatoren vastgesteld en vervolgens in de planning en control-producten opgenomen.

Klantgerichtheid

De dienstverlening van P-Direkt is er op gericht de medewerkers van de ministeries te ondersteunen bij het uitvoeren van de personeelsprocessen. Vanuit deze externe focus worden afspraken gemaakt met de ministeries over de kwaliteit van de diensten.

Kwaliteit en kostenefficiency

Naast de klantgerichte sturing is sturing op kwaliteit en kostenefficiency het middel om doelmatiger werken te bevorderen. Door afspraken te maken over de hoeveelheid en de kwaliteit van de te leveren diensten worden doelmatigheidsprikkels geïntroduceerd: als P-Direkt de afgesproken levels niet haalt, hebben de betreffende afnemers recht op een schade vergoeding.


Naast de planning en control zijn er nog andere instrumenten die P-Direkt benut om haar doelmatigheid te vergroten. De belangrijkste zijn: benchmarking, audits, gebruikerstevredenheidsonderzoek en periodiek evaluatieonderzoek.

Eind 2008 is de HR Shared Service Center benchmark community 2009 gestart waarin P-Direkt participeert. Doel is om «best practices» van elkaar over te nemen.

Periodiek evaluatieonderzoek

Met betrekking tot de bijdrage van P-Direkt aan de doelmatigheid op rijksniveau wordt in 2010 een onafhankelijk evaluatieonderzoek uitgevoerd. De minister van BZK is opdrachtgever voor het evaluatieonderzoek. Onderdeel van deze evaluatie is het uitvoeren van een kosten-batenanalyse. Zijn de besparingen die vooraf voor reëel werden gehouden ook daadwerkelijk gerealiseerd. De uitkomsten van de evaluatie moeten er toe leiden dat op zowel het niveau van P-Direkt als het niveau van de individuele contracthouder voorstellen voor doelmatigheid en kwaliteit worden vastgesteld.

Optimaal beheer bedrijfsvoering

P-Direkt geeft uitvoering aan de doelmatigheidseis door bij een kwalitatief goede dienstverlening:

• te sturen op een optimaal contractmanagement binnen de dienstverlening met leveranciers en afnemers. Onder andere door bij leveranciers afspraken te maken om de dienstverlening jaarlijks goedkoper af te nemen;

• binnen een in opbouw zijnde organisatie een efficiënte inzet van personeel te realiseren om hiermee de overhead op een laag niveau te houden. Onder andere door functies die nog geen volledige capaciteit vergen te bundelen en door de inzet van externen in de bedrijfsvoeringfuncties te beperken;

• te sturen op het niveau van kostprijzen om inzichtelijkheid te bieden in het kostenverloop en de resultaten van de dienstverlening.

Daarnaast participeert P-Direkt in het benchmarkonderzoek voor baten-lastendiensten die de overheadcijfers van de baten-lastendiensten binnen het Rijk in kaart moet brengen en vergelijken. P-Direkt heeft in 2008 gestuurd op een percentage van 20% overhead (2007: 24,5%). In de opvolgende jaren zal P-Direkt dit percentage verder verlagen naar het rijksbrede percentage voor baten-lastendiensten van 17,5 %.

Kengetallen

P-Direkt is bezig met de transitie van projectenorganisatie naar een beheer- en dienstverleningsorganisatie. De beheerorganisatie is gestart met de overname van een aantal werkelijke HRM-oplossingen bij ministeries (o.a. Emplaza en PeRCC) en heeft in 2008 de nieuwe HRM-oplossingen vanuit de 1e fase in beheer genomen( oa de Payroll, het HRM-informatie en transactieportaal en de Personeelsdossierservice). In 2008 is de organisatiestructuur die dat beheer op een efficiënte wijze uitvoert verder opgezet. Onderdeel daarvan is het op eenduidige wijze vastleggen en administreren van afspraken met de leveranciers en de klanten. Dat laatste vindt plaats in een zogenaamd Service Charter waarin ook prestatie-indicatoren worden opgenomen. In 2010 wordt een nulmeting uitgevoerd die de basis zal vormen voor de doelmatigheidsmeting in de jaren 2010 en verder.


Bij P-Direkt wordt de basisdienstverlening doorberekend middels een individuele arbeidsrelatie(IAR)-tarief per maand. Momenteel is er nog sprake van een mix van oude en nieuwe producten en additionele verrekeningen waardoor de financiële impact per ministerie zeer verschillend is. Met ingang van 2010 zal er echter veelal sprake zijn van een integrale afname van de basisdienstverlening door alle ministeries: het gaat dan in eerste instantie (Fase I) om het transactieportaal, het personeelsinformatiesysteem, de salarisverwerking, het elektronisch personeelsdossier en (Fase II) de personeels- en salarisadministratie. Door de betreffende IAR-tarieven op jaarbasis bij elkaar op te tellen wordt een zogenaamde P-Direktpakketprijs vastgesteld!


Om de doelmatigheid van P-Direkt aan te tonen zal sprake moeten zijn van een dalende kostprijs bij een (minstens) gelijk blijvende kwaliteit. Naast beschikbaarheid en betrouwbaarheid wordt ook gerapporteerd over de reactiesnelheid (calls, incidenten en serviceverzoeken opgelost binnen streeftijd voor alle klanten samen, per product).

P-Direkt Realisatie Raming
  2007 2008 2008 2009 2010
kostprijs in € per IAR 57 185 185 288 600
gewogen kostprijs producten Fase I 300
gewogen kostprijs producten Fase II         300
Kwaliteit          
Beschikbaarheid   99% 98% 98% 98%
Betrouwbaarheid   99% 95% 95% 95%
Reactiesnelheid   92% 80% 80% 80%

Toelichting: De kostprijs van Fase 1 betreft het systeembeheer, de kostprijs van fase 2 betreft het contactcenter.

NB. Hier is dus sprake van een uitbreiding van dienstverlening (meer productaanbod) over de jaren waarbij het jaar 2009 het eerste jaar zal zijn dat sprake is van een volledig productaanbod, (Fase I) zodat pas voor het jaar 2010 vastgesteld kan worden of er sprake is van doelmatiger produceren.

6.6 Werkmaatschappij (WM)

Inleiding

De Werkmaatschappij is een baten-lastendienst onder het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en per 1 januari 2008 officieel ingesteld. Per die datum bestond deze organisatie uit een Houdster en 12 bedrijfseenheden. In 2008 zijn voorbereidingen getroffen voor de toetreding van 6 nieuwe bedrijfseenheden. Bij 1e suppletoire begroting 2009 is hun toetreding geformaliseerd.


De bedrijfseenheden van De Werkmaatschappij leveren een breed scala aan producten en diensten op het terrein van de bedrijfsvoering aan onderdelen van de rijksoverheid. Of het nu gaat om arbeidsmarktcommunicatie of bedrijfsmaatschappelijk werk, om grafische dienstverlening of het bieden van coaching, om arbeidsjuridische ondersteuning of om post- en koeriersdiensten.

Ontwikkelingen

Gegeven de toekomstvisie van DGOBR is het streven van de Werkmaatschappij komende jaren gericht op het mede invulling geven aan de concrete uitwerking daarvan.

Zowel de visie van DGOBR, de resultaten van de lopende evaluaties van het sturingsmodel en het kostprijsmodel als de (leer)ervaringen die zijn opgedaan met de totstandkoming van de jaarrekening 2008 vormen daarvoor relevante input. Visie, streven, evaluaties en (leer)ervaringen komen bijeen in een programma(aanpak) «Beweging in Balans» dat naar verwachting medio juni 2009 gereed is.

Met dit programma wordt de focus zowel gericht op:

• de korte termijn going concern prioriteiten op het terrein van de financiële functie (organisatie, administratie en managementinformatie)

• de middellange termijn doelen en daarvoor noodzakelijke stappen

• Inbedding van nadere besluitvorming over de resultaten van de bovengenoemde evaluaties en lopende/ voorgenomen initiatieven van diverse actoren.

Weerstandsvermogen2010 (x € 1000) Baten-lastendienst Werkmaatschappij
  2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014
Eigen vermogen t.o.v. gemaximeerde omvang (%) 13% 100% 100% 100% 100% 100% 100%
Aandeel materiële vaste activa gefinancierd met leningen (%) 49% 100% 92% 66% 44% 19% 0%
Verloop voorzieningen n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.

Toelichting

De Werkmaatschappij beoogt eigen vermogen op te bouwen om incidentele risico’s op te vangen zonder tussentijdse bijstelling van tarieven tijdens de uitvoering. Tariefsverlagingen zijn aan de orde zodra het eigen vermogen de gemaximeerde omvang nadert. Op basis van voorliggende begroting is de verwachting dat dit omstreeks 2010 aan de orde zal zijn. In de opbrengsten vanaf 2010 is nog geen rekening gehouden met een eventuele tariefsverlaging, gezien de onzekerheid over de realisatie van het voor 2009 begrote saldo van baten en lasten.

Investeringen

Kasstroomoverzicht (x € 1000) Baten-lastendienst Werkmaatschappij
  2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014
1. Rekening courant RHB 1 januari (incl. deposito) 0 487 2 808 4 264 5 949 7 839 9 718
               
2. Totaal operationele kasstroom 526 2 540 1 806 2 078 2 182 2 129 2 129
–/– totaal investeringen – 233 – 1 110 – 350 0 0 0 0
+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen 0 0 0 0 0 0 0
               
3. Totaal investeringskasstroom – 233 – 1 110 – 350 0 0 0 0
–/– eenmalige uitkering aan moederdepartement 0 – 1 989 0 0 0 0 0
+/+ eenmalige storting door moederdepartement 0 1 989 0 0 0 0 0
–/– aflossingen op leningen – 6 – 109 – 250 – 393 – 292 – 250 – 250
+/+ beroep op leenfaciliteit 200 1 000 250 0 0 0 0
               
4. Totaal financieringskasstroom 194 891 0 – 393 – 292 – 250 – 250
               
5. Rekening courant RHB 31 december (inc. deposito) (=1+2+3+4) 487 2 808 4 264 5 949 7 839 9 718 11 597

Toelichting

De positieve ontwikkeling in het saldo rekening courant hangt samen met de verwachte positieve ontwikkeling van het resultaat van de Werkmaatschappij, waarbij geen rekening is gehouden met de effecten van eventuele tariefsverlagingen. De ontwikkeling van de kasstromen is zodanig dat voor eventuele investeringen vanaf 2011 geen beroep op de leenfaciliteit noodzakelijk is.

Exploitatie

Begroting van baten en lasten voor het jaar 2008 (x € 1000) Baten-lastendienst Werkmaatschappij
  2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014
Baten              
Opbrengsten              
opbrengst moederdepartement 11 220 43 644 54 140 26 751 27 497 28 172 28 172
opbrengst overige departementen 26 167 66 485 72 391 81 154 86 306 87 294 87 294
opbrengst derden 1 871 5 961 5 479 5 392 5 389 5 400 5 400
rentebaten 11 210 10 10 10 10 10
Bijzondere baten/exploitatiebijdragen 2 433 5 599 1 694 1 235 638 638 638  
Totaal baten 41 702 121 899 133 714 114 542 119 840 121 514 121 514
              0
Lasten              
apparaatskosten 41 017 116 273 131 705 112 268 117 471 119 215 119 215
– personele kosten 21 394 67 399 69 834 55 773 57 306 58 575 58 575
– materiele kosten 19 623 48 874 61 871 56 495 60 165 60 640 60 640
rentelasten 361 386 203 196 187 170 170
afschrijvingskosten 225 344 129 129 129 119 119
– materieel 225 344 129 129 129 119 119
– immaterieel 0 0 0 0 0 0 0
Overige kosten 24 2 700 0 0 0 0 0
– dotaties voorzieningen 24 0 0 0 0 0 0
– bijzondere lasten 0 2 700 0 0 0 0 0
Totaal lasten 41 627 119 703 132 037 112 593 117 787 119 504 119 504
               
Saldo van baten en lasten 75 2 196 1 677 1 949 2 053 2 010 2 010

Toelichting

Baten

Opbrengsten

De eenheden AMC (circa € 13 mln in 2010), FASAM (circa € 20 mln in 2010), en DWR (circa € 46 mln in 2010) genereren het grootste aandeel van de baten en lasten binnen de Werkmaatschappij.


De meerjarenontwikkeling is de resultante van:

• een verwachte toename van de reguliere productieafzet bij meerdere eenheden als gevolg van uitbreiding van de interdepartementale klantenkring en/of het productendienstenaanbod.

• tijdelijke programma(ontwikkel)activiteiten bij in het bijzonder de eenheid DWR in 2009 (circa € 20,1 mln in 2009) en 2010 (circa € 31,7 mln). Het DGOBR is voor deze programmagelden beleidsverantwoordelijk opdrachtgever.

Bijzondere baten

Het betreft voor het merendeel baten in verband met door opdrachtgevende besturen afgegeven (tijdelijke) garanties in verband met de mogelijk tegenvallende omzetcijfers en/of financiering van incidentele aanloopkosten.

Lasten

Apparaatskosten

De ontwikkeling van de apparaatskosten volgen nagenoeg de ontwikkeling van de opbrengsten zoals toegelicht bij de baten.

Personele lasten

  2008 2009 2010
totaal fte 268 597 641
gemiddeld salaris/fte regulier personeel in € 61 169 63 256 64 654
       
(bedragen x € 1 000)      
salariskosten regulier 16 369 37 764 41 443
kosten inhuur** 3 549 31 654 26 703
overig personele kosten 1 476 2 304 1 687
Totale personele lasten 21 394 71 722 69 834
Correctie t.o.v. 1e suppletore 2009*   – 4 324  
    67 399  

Materiële lasten

  2008 2009 2010
inkoop direct tbv productie 11 591 28 869 36 314
huisvesting extern 831 1 246 1 490
Piofach kosten intern 4 440 9 011 11 343
overig materieel 2 761 5 425 12 724
totaal materiële kosten 19 623 44 550 61 871
Correctie t.o.v. 1e suppletore 2009*   4 324  
    48 874  

* in de 1e suppletore begroting 2009 is een deel van de personele kosten (circa € 4,3 mln) ten onrechte onder materieel geraamd. In bovenstaande kostenspecificatie en onderstaande specificatie van de lasten is dit gecorrigeerd in lijn met de jaarrekening 2008.

** de toename van de kosten inhuur hangt samen met de tijdelijke programma (ontwikkel) activiteiten in 2009 en 2010 bij de eenheid DWR [Digitale Werkomgeving Rijksdienst]. De verwachting is daarom dat deze kosten vanaf 2011 zullen dalen.

Doelmatigheid

Voor de Werkmaatschappij zijn zowel Werkmaatschappij brede doelmatigheids- en kwaliteitsindicatoren als BE specifieke doelmatigheidsindicatoren benoemd.

Gezien de groei/ontwikkeling van de nog «jonge» Werkmaatschappij en de gepresenteerde toekomstvisie van DGOBR op de bedrijfsvoering Binnen de rijksdienst zijn ook de indicatoren nog in ontwikkeling zoals ook blijkt uit onderstaande tabellen.

Werkmaatschappijbrede indicatoren
  realisatie 2008 2009 2010
Klanttevredenheid departementen 6,4 7,1 7,1
Medewerkertevredenheid 7,3 7,1 7,5
% fte overhead* (obv benchmark 1x per 2 jaar) n.b. 19% n.b.
% fte primaire proces (obv benchmark 1x per 2 jaar) n.b. 81% n.b.
Omzet (in € X 1000) 41 702 121 899 133 715
Gemiddeld aantal fte** 268 597 641
Omzet per fte in € 155 604 204 186 208 604

* overhead inclusief verkoop

** fte inclusief tijdelijk IF/detachering

Toelichting

De opgenomen cijfers voor klanttevredenheid, medewerkertevredenheid en verhouding overhead/primaire proces zijn voor 2009 streefwaarden. Voor 2010 worden de streefwaarden vastgesteld nadat realisatiegegevens over 2009 beschikbaar zijn.

Indicatoren per BE
    realisatie 2008 begr.2009 jaarplan 2009
houdster* Inkooptarief GD (in €) 18 850 18 850 17 970
  tarief houdster uitgedrukt in opslag % op direct inkooptarief 112,2% 107,4% 107,4%
  klanttevredenheid eenheden 6,6 7,1 7,1
WPT opslag printen zwart/wit (in €) 0,0126 0,0129 0,0217
  volume zwart/wit 46 192 329 60 950 000 53 000 000
  opslag printen kleur (in €) 0,0276 0,0297 0,0640
  volume kleur 18 823 085 20 650 000 18 000 000
Intercoach ontwikkeling kostprijs coachtrajecten (in €) 1 232 839 763
  deelnemers coachtrajecten 72 180 100
Flexchange kostprijs uitgedrukt in opslag % op directe inkoopvolume 104% 103% 103%
  directe inkoopvolume uitzendkrachten (in €) 86 057 729 110 413 730 131 067 961
AJ ontwikkeling gemiddelde kostprijs per declarabel uur (in €) 96,85 91,24 97,80
  aandeel declarabele uren uitgedrukt in totaal werkbare uren 62,88% 65,80% 68,40%
  gem. aantal declarabele uren per declarabele fte nvt nvt 1 034
FA ontwikkeling gemiddelde kostprijs per declarabel uur (in €) 130,00 100,38 109,49
  aandeel declarabele uren uitgedrukt in totaal werkbare uren 41,89% 59,00% 77,00%
  gem. aantal declarabele uren per declarabele fte nvt nvt 1 220
RA ontwikkeling gemiddelde kostprijs per declarabel uur (in €) 159,00 131,74 156,09
  aandeel declarabele uren uitgedrukt in totaal werkbare uren 34,81% 49,10% 60,30%
  gem. aantal declarabele uren per declarabele fte     982
AMC ontwikkeling gemiddelde kostprijs per declarabel uur (in €) n.b. 81,53  
  aandeel declarabele uren uitgedrukt in totaal werkbare uren n.b. 67,90%  
  gemiddeld uurtarief maatwerkvacatureplaatsingen (in €) nvt nvt 111,21
  gemiddeld tarief per standaardvacatureplaatsing in diverse media (in €) nvt nvt 216,18
A&G ontwikkeling gemiddelde kostprijs/decl. uur (in €) n.b. 94,67 113,84
  aandeel declarabele uren uitgedrukt in totaal werkbare uren n.b. 54,06% 70,92%
  gem. aantal declarabele uren per declarabele fte n.b.   1 099
BMW* ontwikkeling gemiddelde kostprijs per declarabel uur (in €) 76,00 76,06 83,46
  aandeel declarabele uren uitgedrukt in totaal werkbare uren 66% 62,80% 68,34%
  gem. aantal declarabele uren per declarabele fte     1 250
Bhuro ontwikkeling gemiddelde kostprijs per declarabel decl. uur (in €) 86,87 87,46 92,54
  aandeel declarabele uren uitgedrukt in totaal werkbare uren 67,30% 57,20% 58,70%
  gem. aantal declarabele uren per declarabele fte     1 170
Buitenhuis ontwikkeling gemiddelde tarief per declarabel uur GDR (in €) n.b. 191,5 190,0
  ontwikkeling gemiddelde kostprijs per declarabel uur sessie algemeen (in €) n.b. 184,7 180,0
  gem. aantal declarabele uren per declarabele fte     900
IPKD tarief basis/plusronde per adres (in €) 650,00 649,56 676,00
  aantal adressen 361 361 356
Fasam % fte primaire processen     71,92%
  omzet per fte     217 562
DWR aandeel declarabele uren uitgedrukt in totaal werkbare uren     74,60%
  gem. aantal declarabele uren per declarabele fte     1 364
  verhouding managementkosten vs. totale personeelskosten     8,90%
SBO Ontwikkeling gemiddeld tarief per declarabel uur (in €)   117,57  
  gem. aantal declarabele uren per declarabele fte     1 315
BBR Ontwikkeling gemiddelde tarief per declarabel uur ( in € )   137,16  
  gem. aantal declarabele uren per declarabele fte     1 131
RBO Ontwikkeling gemiddeld tarief per declarabel uur rijksbeveiligers ( in € )     51,60
MO gemiddelde tarief per declarabel uur dienstverlening (in €)   89,45  
  gemiddelde tarief per declarabel uur regio’s     109,62
  gemiddeld tarief per declarabel uur P&P     136,28
  gem. aantal declarabele uren per declarabele fte     1 200

Toelichting

De onder het kopje jaarplan 2009 opgenomen cijfers betreffen de t.o.v. de begroting 2009 voor het jaar 2009 bijgestelde streefwaarden. De bijstelling hangt samen met de jaarlijkse vaststelling van de tarieven bij de start van het uitvoeringsjaar op basis van de meest actuele raminginzichten.