Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2010
  • Download PDF

4. DE NIET-BELEIDSARTIKELEN

4.1 Algemeen (artikel 39)

Algemene doelstelling 39

Op dit artikel worden de apparaatuitgaven begroot van de beheersmatige ondersteuning van het BZK-beleid door de ambtelijke staf. Tevens wordt op dit artikel de onderzoeksbudgetten van de stafdirectie kennis en de werkzaamheden van internationale zaken begroot.

Toelichting

Omdat het hier een zogenaamd niet-beleidsartikel betreft, gaat deze toelichting niet in op de samenhang van het beleid, verantwoordelijkheid van de minister, externe factoren en meetbare gegevens.

Budgettaire gevolgen van beleid

39. Algemeen
(x € 1 000)20102011201220132014
Verplichtingen98 357103 979107 24790 27190 271
      
Uitgaven98 357103 979107 24790 27190 271
39.1 Apparaat algemeen85 87191 49394 93177 95577 955
* Bijdrage baten-lastendiensten P-Direkt1 9112 1162 0742 0331 992
* Bijdrage baten-lastendiensten Werkmaatschappij54 14026 75127 49728 17228 172
39.5 Kennis, onderzoek (en internationaal)7 4017 4017 2317 2317 231
39.6 Internationaal5 0855 0855 0855 0855 085
39.10 Verzameluitkering00000
      
Ontvangsten00000

Operationele doelstelling 39.1

Apparaat algemeen

Onder deze operationele doelstelling zijn de apparaatbudgetten van de departementale staf opgenomen. Deze apparaatuitgaven zijn niet specifiek toe te rekenen aan de beleidsdoelstellingen. Daarnaast worden op dit artikelonderdeel de uitgaven begroot voor de dienstverlening die de staforganisatie aan het kerndepartement verleent. Deze dienstverlening kenmerkt zich door een integrale, vraaggerichte aanpak waarbij resultaatgericht en kostenbewust opereren centraal staan. Enkele van de stafdiensten richten zich tevens op de beleidsaspecten en nemen zodoende een bijzondere positie in.

Operationele doelstelling 39.5

Kennis en onderzoek

De keuze voor een centraal georganiseerde kennisfunctie, die eindverantwoordelijk is voor alle onderzoeken bij het ministerie van BZK, brengt met zich mee dat er onderzoeksbudget is samengevoegd van decentrale en centrale onderzoeksbudgetten. Het budget wordt aangewend voor strategisch, beleidsondersteunend en evaluatief onderzoek.

Operationele doelstelling 39.6

Internationale zaken

Onder deze operationele doelstelling zijn de budgetten opgenomen voor het onderhouden en uitbreiden van internationale relaties op het gebiedvan bestuur en veiligheid. Het betreffen de uitgaven voor het voorbereiden, effectueren en uitbreiden van de inzet van politiefunctionarissen voor vredesmissies (internationale vredesmissies); het (doen) uitvoeren van landenprogramma’s, ondersteunen van grensoverschrijdende of bilaterale samenwerkingsprojecten en het plaatsen van ambassaderaden (bilaterale samenwerking en projecten); het coördineren en voorbereiden van de Raad voor Justitie en Binnenlandse Zaken (JBZ Raad); gevolg geven aan de verplichtingen die voortvloeien uit internationale verdragen, het opstellen en (mede) implementeren van besluiten, programma’s en projecten in het kader van de samenwerking binnen de Europese Unie en de NAVO; coördinatie van hoog (ambtelijke) internationale bezoeken; en ontwikkeling en uitvoering ten aanzien van informatie uitwisseling, Schengen Informatie Systeem II, politie samenwerking, Europol, terrorismebestrijding, crisisbeheersing en drugs (internationale en Europese processen).

Operationele doelstelling 39.10

Verzameluitkering

De verzameluitkering kent zijn wettelijke grondslag in de Financiële-verhoudingswet. Hij keert uit aan de decentrale overheden. In de verzameluitkering zijn de beleidsthema’s gebundeld die maximaal 10 miljoen euro voor de medeoverheden beslaan. Aanleiding voor de invoering van de verzameluitkering is de behoefte aan een wijze van middelenverstrekking aan de medeoverheden die ruimte biedt voor lokaal maatwerk en onnodige administratieve lasten voorkomt. Dit te meer gezien de geringe omvang van de middelen.

4.2 Nominaal en onvoorzien (artikel 41)

41. Nominaal en onvoorzien
(x € 1 000)20102011201220132014
Verplichtingen– 22 738– 34 120– 34 807– 37 525– 40 576
      
Uitgaven– 22 738– 34 120– 34 807– 37 525– 40 576
41.1 loonbijstelling00000
41.2 prijsbijstelling00000
41.3 onvoorzien– 22 738– 34 120– 34 807– 37 525– 40 576

4.3 VUT-Fonds (artikel 43)

In de zomer van 2005 hebben de sociale partners bij de overheid een akkoord gesloten over VUT/prepensioen/levensloop (VPL). Een belangrijke afspraak uit dit akkoord vormde het gegeven dat de toekomstige premie van het fonds zoveel mogelijk stabiel zou moeten blijven. Hierdoor ontstond wél een liquiditeitsbehoefte bij het fonds voor een korte periode. Als oplossing voor dit tijdelijke liquiditeitstekort is destijds gekozen voor een lening van de Staat aan het fonds ter waarde van € 2 miljard, uit te keren in drie tranches tussen 2007 en 2009.

Op grond van nadere analyses blijkt dat steeds meer mensen besluiten om later gebruik te maken van FPU. De liquiditeitsbehoefte van het fonds is daardoor sterk gewijzigd. Dit heeft geleid tot een nieuwe aangepaste leenovereenkomst tussen de Staat en het VUT-fonds. Kern van deze nieuwe afspraken is dat de lening is teruggebracht tot € 1,8 miljard. De lening wordt omgezet in een leningplafond waarbinnen het fonds gedurende kortere perioden geld kan lenen. Het VUT-fonds kan nu op ieder gewenst moment een beroep doen op uitbetaling van een tranche van deze lening. Daarnaast is zij bevoegd een tranche geheel of gedeeltelijk vervroegd af te lossen. Deze werkwijze stelt het fonds beter in staat in te spelen op actuele liquiditeitsbehoeften. In onderstaande tabel zijn de huidige ramingen op grond van de nieuw vastgestelde leenovereenkomst opgenomen.

Vooruitlopend op de nieuwe leenconstructie is de laatste tranche (€ 900 miljoen) aan het VUT-fonds in 2009 niet uitgekeerd.

43. VUT-fonds
(x € 1 000)20102011201220132014
Verplichtingen0400 000400 000100 0000
      
Uitgaven0400 000400 000100 0000
43.1 VUT-fonds0400 000400 000100 0000
      
Ontvangsten324 02210 38014 88027 38035 130