Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2010
  • Download PDF

Artikel 31. Bestuur en democratie

Algemene doelstelling 31

Een betere overheid door een goed functionerend openbaar bestuur en democratie.

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Voor burgers vormen rijksoverheid, gemeenten en provincies één overheid. De burger verwacht een slagvaardig democratisch openbaar bestuur. Dit vraagt om een duidelijke taakverdeling, goede bestuurlijke en financiële verhoudingen en een goede informatie-uitwisseling met de medeoverheden. Ook betekent dit dat de gemeenten en provincies in staat worden gesteld hun taken zo goed mogelijk te kunnen uitvoeren, door hen bestuurskrachtig te maken, voldoende beleidsruimte te creëren, de beschikbare middelen adequaat te verdelen en randvoorwaarden te scheppen. Een goed functionerend openbaar bestuur betekent bovendien dat burgers mee kunnen doen en kunnen meebeslissen. Dit is een wezenlijk onderdeel in onze democratische rechtsstaat. Essentieel is daarnaast dat het politieke systeem goed werkt waardoor draagvlak ontstaat bij de burgers voor het openbaar bestuur.

Om haar taken goed te kunnen uitvoeren en om de burger te faciliteren bij zijn deelname aan het maatschappelijk verkeer, moet de overheid zorgen voor een betrouwbare bevolkingsadministratie en voor betrouwbare reis- en identiteitsdocumenten. Ook moet de positie van de burgers, ten opzichte van het openbaar bestuur, goed geregeld zijn. De grondrechten van de burgers moeten gewaarborgd zijn, zodat de betrouwbaarheid van het openbaar bestuur niet in het geding komt. Daarnaast is iedere burger zelf verantwoordelijk voor zijn bijdrage aan het functioneren van de democratische rechtsstaat. Het kabinet streeft in dat kader naar het stimuleren van verantwoordelijk burgerschap, waarbij de vertegenwoordigende democratie leeft bij de burgers en waar de Grondwet gekend en begrepen wordt.

Verantwoordelijkheid

De minister is verantwoordelijk voor:

• Het bevorderen van goede bestuurlijke, financiële en informatieverhoudingen met de medeoverheden.

• Het openbaar bestuur als systeem en het scheppen van randvoorwaarden voor de goede werking hiervan.

• Gemeenten en provincies in staat stellen om hun wettelijke taken te kunnen uitvoeren.

• Gemeenten en provincies in staat stellen hun eigen inkomsten te genereren door middel van een eigen belastinggebied.

• Toezicht op gemeenten en provincies.

• Het waarborgen van de Grondwet en daarmee samenhangende beleid en wetgeving.

• Het zorgdragen voor een betrouwbare bevolkingsadministratie.

• Het zorgdragen voor betrouwbare reis- en identiteitsdocumenten.

Externe factoren

• Autonome beleidskeuzen van gemeenten en provincies.

• Grondwettelijke aspecten van internationale en Europese verdragen.

• Financieel-economische ontwikkelingen.

• Technologische ontwikkelingen.

• Veranderende voorkeuren en eisen van burgers.

Meetbare gegegevens

Alle doelstellingen in het thema bestuur hebben als doel dat de burger uiteindelijk tevreden is over het presteren van de overheid en er voldoende draagvlak voor democratisch genomen overheidsbesluiten blijft bestaan. Een goede indicator voor de eerste doelstelling is het oordeel over de overheidsdienstverlening. Voor de operationele doelstellingen worden specifieke indicatoren benoemd (zie verderop).

IndicatorenWaarde 2008Streefwaarde 2009Streefwaarde 2010Streefwaarde 2011
Overheidsdienstverlening7777

Bron: voortgangsrapportage administratieve lasten


De behaalde waarde in 2008 betreft een gemiddelde waarde van de afzonderlijke overheden.

Budgettaire gevolgen van beleid

31 Bestuur en Democratie
(x € 1 000)20102011201220132014
Verplichtingen86 507104 52363 37865 64070 363
      
Uitgaven91 01473 73063 37865 64070 363
31.25 Apparaat10 4759 4889 4249 4289 428
      
Programma-uitgaven80 53964 24253 95456 21260 935
Waarvan juridisch verplicht36 38636 53136 50236 51436 764
      
31.1 Inrichting, werking en financiering openbaar bestuur5 4885 8946 1366 4689 044
Waarvan juridisch verplicht4 1154 0324 0214 0284 072
      
31.2 Democratie en burgerschapsvorming22 81023 05420 17720 48222 229
Waarvan juridisch verplicht19 05319 35819 81819 82319 870
      
31.3 Reisdocumenten en basisadministraties personen49 09433 25225 80727 22027 620
Waarvan juridisch verplicht11 36211 36211 36211 36211 362
* Bijdrage baten-lastendiensten BPR16 78214 84013 69513 20813 208
      
31.4 Constitutionele Zaken (CZW)4300000
Waarvan juridisch verplicht1730000
      
31.5 Kiesraad2 7172 0421 8342 0422 042
Waarvan juridisch verplicht1 6831 7791 3011 3011 460
      
Ontvangsten202 865194 56523 26550 76526 165

Operationele doelstelling 31.1

Bestuurskrachtige gemeenten en provincies, die op basis van goede interbestuurlijke, financiële en informatieverhoudingen, hun taken zo goed mogelijk kunnen uitvoeren.

Motivering

Onder bestuurskracht wordt verstaan het vermogen om maatschappelijke opgaven te kunnen realiseren. Gemeenten en provincies moeten in staat worden gesteld hun wettelijke en autonome taken adequaat te kunnen uitvoeren. Vergroting van beleidsruimte, vermindering van bestuurlijke drukte en vermindering van interbestuurlijke lasten moeten deze opgaven vergemakkelijken. Voor het goed functioneren van het openbaar bestuur is van groot belang dat er goede onderlinge verhoudingen tussen bestuurslagen zijn. Daarbij wordt rekening gehouden met de groter wordende invloed op het functioneren van gemeenten en provincies van de vierde bestuurslaag, Europa (Kamerstukken 2007–2008, 31 200, nr. 4). Het ministerie van BZK waarborgt dat de algemene middelen voor gemeenten en provincies op een rechtvaardige manier via het Gemeente- en Provinciefonds worden verdeeld. Verder zorgt het ministerie van BZK voor een voor alle bestuurslagen werkbare kaderstelling en verantwoordelijkheidsverdeling.

Instrumenten

Bestuurlijke en financiële verhoudingen met de medeoverheden

• Economische crisis. Op 15 april 2009 is met de medeoverheden een aanvullend akkoord gesloten over de gezamenlijke aanpak van de economische crisis. Onderdeel van de afspraken is een versnelling van investeringen in 2009 en 2010, waarvoor de medeoverheden ruimte is geboden. Een deel van de rijksintensiveringen komt mede ten goede aan de medeoverheden. De afspraken in de Bestuursakkoorden zijn met deze aanvullende afspraken – ondanks de verslechterde omstandigheden veilig gesteld.

• Decentralisatieagenda/uitvoering bestuursakkoorden VNG en IPO. De afspraken over decentralisatieagenda zijn in uitvoering.

Interbestuurlijke informatieverhoudingen. Tijdens de kabinetsperiode wordt single information en single audit voor specifieke uitkeringen ingevoerd, Verslaggevingvoorschriften en andere informatiestromen worden waar mogelijk verminderd, verhelderd en gestroomlijnd. 2010 zal in het teken staan van:

– de invoering van een soepelere aansluiting van de verslaggevingvoorschriften voor het Rijk op die van de medeoverheden. ontwikkeling van afwegingskaders voor het bepalen van welke informatie het Rijk onder welke voorwaarden nodig heeft om beleid te kunnen ontwikkelen en evalueren.

• Eind 2009 wordt het kabinetsstandpunt geformuleerd over de provinciale financiën (hoogte en verdeling) naar aanleiding van het Rfv-rapport «Naar een herijking van de financiële verhouding tussen Rijk en provincies». In 2010 zal dit kabinetsstandpunt worden geïmplementeerd. Dit zal onder andere leiden tot de voorbereiding van wetgeving voor een nieuw provinciaal belastinggebied. Hierbij zal ook een relatie worden gelegd met de taken van de provincies.

• Onderzoeken of het samenvoegen van enkele kleine gemeentelijke belastingen tot efficiencywinst kan leiden.

• Samen met de medeoverheden monitoren of de aanscherping van de regels voor het uitzetten van middelen tot het gewenste effect leidt.

Financieel toezicht

• Begin 2010 vind er een evaluatie plaats over het financiële toezicht van provincies op gemeenten. Dit naar aanleiding van bestuurlijke afspraken welke in 2005 zijn gemaakt. In de Provincie Limburg zijn de gemeenten de afgelopen vier jaar onderworpen aan een vorm van zwaarder toezicht. De Provincie Noord-Brabant heeft geëxperimenteerd met een sterke vermindering van het financiële toezicht. Afhankelijk van de uitkomsten hiervan zal worden bekeken of het wetsvoorstel «Duurzaam financieel evenwicht provincies en gemeenten» aanpassing behoeft dan wel ingetrokken kan worden.

Bestuurskracht

• Vereenvoudiging Interbestuurlijk Toezicht. In 2010 concentreert het ministerie van BZK zich op de uitvoering van het kabinetsstandpunt op de commissie Oosting. De wetten die de commissie Oosting niet heeft onderzocht worden ook doorgelicht. Een verzamelwet waarin de uit die doorlichting voortvloeiende wijzigingen zijn opgenomen, wordt ingediend in het voorjaar van 2010.

• In 2010 wordt een aantal wetsvoorstellen van herindeling aan de Tweede Kamer worden aangeboden.

• Leren om te verbeteren (kwaliteitstraject bestuurskrachtonderzoek). In 2010 werkt het ministerie van BZK samen met gemeenten, provincies en ministeries aan de verdere ontwikkeling van het bestaande instrumentarium.

• Wijziging Wet Gemeenschappelijke regelingen. In 2010 zal, na consultatie van de Raad van State, de wet gewijzigd worden op basis van praktijkvoorbeelden. Het primaire doel van de voorgenomen wijziging is versterking van de samenwerkingspraktijk op publiekrechtelijke grondslag, dat wil zeggen een betere aansluiting van de wet bij de behoeften van de gebruikers van de wet.

• Actieve aanpak gevolgen bevolkingsdaling. Het kabinet komt, samen met VNG en IPO eind 2009 met een «Interbestuurlijk actieplan bevolkingsdaling biedt nieuwe kansen». Dit plan is erop gericht de bewustwording van de bevolkingsdaling te bevorderen. Voor de voornaamste terreinen waar bevolkingsdaling het eerst voelbaar is (wonen en woonomgeving, onderwijs, arbeidsmarkt, zorg en leefbaarheid en voorzieningenniveau in het algemeen) worden schetsen gegeven van een mogelijke aanpak. In februari 2009 is een Nationaal Netwerk Bevolkingsdaling van start gegaan waarin vertegenwoordigers van gemeenten, provincies, ministeries en maatschappelijke organisaties werken aan het uitwerken van de verschillende onderdelen van het Actieplan. In 2010 ligt de nadruk op communicatie over het Actieplan en de stimulering van de ontwikkeling van een beleidsaanpak voor de gevolgen van bevolkingsdaling in de lokale praktijk. Hiertoe worden in het Nationaal Netwerk Bevolkingsdaling goede voorbeelden in kaart gebracht. Ook hier staan de interbestuurlijke aanpak en de samenwerking met maatschappelijke organisaties centraal.

• Aanpassing Mededingingswet gedragsregels overheid (Markt en Overheid). Wanneer de Eerste Kamer het wetsvoorstel aanvaardt zal het ministerie van BZK samen met het ministerie van EZ een handreiking opstellen en uitgeven met uitleg over de gevolgen van de wet voor met name decentrale overheden.

Binnenlandse bestuur en Europa

• Uitvoering afspraken bestuursakkoorden Europa.

• Op basis van de uitkomsten van het EIPA onderzoek naar impact EU-regels op decentrale overheden zal op initiatief van het ministerie van BZK in 2009/ 2010 een kopgroep van landen worden gevormd. Deze kopgroep zal de mogelijkheden verkennen voor effectievere analyses voorafgaand aan de besluitvorming in Europa, waarin aandacht wordt geschonken aan de gevolgen voor decentrale overheden.

• Actieprogramma Grensoverschrijdende bestuurlijke samenwerking (GROS). In 2010 is de implementatie voorzien van een gemeenschappelijke agenda met knelpunten en oplossingen op het terrein van grensoverschrijdende samenwerking die met Duitse en Belgische federale en gewestelijke regeringen is opgesteld.

• Staatssteun en aanbestedingen. In 2010 wordt gemonitord op welke onderwerpen overkoepelende nationale steunmeldingen nodig zijn. Afhankelijk van de uitkomst van het onderzoek naar de toepassing van de Europese regels bij diensten van algemeen economisch belang, beziet het ministerie van BZK of acties voor betere uitvoerbaarheid van die regels mogelijk zijn in 2010. Wat betreft de Europese aanbestedingsregels zal het ministerie van BZK de naleving en uitvoerbaarheid daarvan door decentrale overheden blijven monitoren in 2010. In 2010 zal specifiek het aanbesteden bij publiek-private samenwerking en gebiedsontwikkeling een onderwerp van aandacht zijn.

Meetbare gegevens

IndicatorenWaarde 2006Waarde 2007Waarde 2008Waarde 2009Streefwaarde 2011
Aantal specifieke uitkeringen1361341018245
Bron: Onderhoudsrapportage specifieke uitkeringen2009
Vermindering interbestuurlijke lasten 0%  25%
Bron: Nulmeting interbestuurlijke lasten

KengetalWaarde 2006Waarde 2007Waarde 2008
Aantal gemeenten onder preventief financieel toezicht201914

Bron: Toezichtverslag 2009 van provincies op gemeenten

Operationele doelstelling 31.2

Het stimuleren van de politieke participatie en de betrokkenheid van de burger bij het democratisch proces.

Motivering

Politieke partijen zijn voor de democratie van groot belang. Als meer burgers participeren in de politiek draagt dit bij aan de legitimiteit van het openbaar bestuur. De bevordering van sociale samenhang en van verantwoordelijk gedrag van burgers tegenover elkaar en tegenover de overheid is van essentieel belang in een goed werkend openbaar bestuur.

Instrumenten

De volgende instrumenten worden in 2010 ingezet:

• Stimuleren van de politieke participatie door:

– Subsidiëring van politieke partijen.

– Het aanbieden van een rekruteringstool ten behoeve van de besturen en selectiecommissies van politieke partijen dat als hulpmiddel dient om de rekrutering van volksvertegenwoordigers te verbeteren.

– Oprichting van het Huis voor Democratie en Rechtsstaat.

• Bevorderen burgerparticipatie door:

– Het verspreiden van het Handvest Verantwoordelijk Burgerschap.

– Het via de VNG oprichten van een helpdesk en expertisenetwerk burgerparticipatie.

– Circa 40 voorhoedegemeenten wisselen regelmatig leerervaringen uit over omgaan met burgerinitiatieven.

Meetbare gegevens

IndicatorenWaarde 2008Streefwaarde 2009Streefwaarde 2010Streefwaarde 2011
Aantal gemeenten dat gebruik maakt van lessen uit de proeftuinen en experimenten (IAMB1)n.v.t.100150200
Bron: actieprogramma lokaal bestuur van de VNG
Percentage gemeenten en departementen dat beschikt over methodische aanpak van burgerinitiatieven10%15%20%25%
Bron: gemeenten en ministeries leveren gegevens aan bij de VNG en BZK

KengetalSubsidies op grond van de Wet subsidiering politieke partijen 
PartijWaarde 2005Waarde 2006Waarde 2007
VVD2 331 7862 502 6402 252 182
CDA3 641 7723 761 8163 619 636
PvdA3 515 7163 667 2503 200 768
D66792 917834 813655 733
GroenLinks957 2371 008 608966 978
SGP784 550787 602715 386
SP1 239 7271 304 1412 101 336
LPF705 011804 357
ChristenUnie704 947775 734933 132
OSF365 344372 855378 489
PvdD26 373463 588

Bron: Financiële administratie ministerie van BZK

* Inclusief subsidie voor politiekwetenschappelijk instituut en politieke jongerenorganisatie.

Operationele doelstelling 31.3

Het in stand houden en optimaliseren van de reisdocumentenketen en het stelsel van de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens (GBA).

Motivering

Het is nodig de burger van een eenduidige administratieve identiteit te voorzien, zodat de overheid op adequate wijze met burgers kan communiceren en hun belangen goed kan behartigen. Een betrouwbare bevolkingsregistratie speelt daarin een cruciale rol, doordat zij deze identiteit vastlegt. Als basisregistratie voor andere overheidsorganisaties zorgt zij voor een goede dienstverlening van de overheid, zonder de burger voordurend om dezelfde gegevens te vragen. De burger kan met het paspoort en de Nederlandse identiteitskaart zijn identiteit aantonen, zowel in het binnen- als buitenland. Daarmee dragen ook deze documenten in belangrijke mate bij aan het faciliteren van de contacten tussen burgers en overheid. Doordat deze documenten door buitenlandse overheden als bewijs van identiteit en nationaliteit worden geaccepteerd, stellen zij de burger tevens in staat om te reizen. Voor een juiste toekenning van overheidsmiddelen en -diensten beschermt de overheid de documenten, de reisdocumentenketen en de GBA tegen fraude en misbruik.

Voor de nieuwe staatkundige structuur van de Nederlandse Antillen treft de overheid maatregelen voor de bevolkingsadministratie en de reis- en identiteitsdocumenten.

Instrumenten

De volgende instrumenten worden in 2010 ingezet:

GBA

• Het verbeteren van de kwaliteit van de GBA. Het actieplan kwaliteit GBA heeft als doel de betrouwbaarheid van de GBA op een beter niveau te brengen in samenwerking met VNG en gemeenten (motie Heijnen en Bilder, Kamerstukken 2007–2008, 31 200, nr.34).

• Het programma modernisering GBA: realiseert het 24 uur per dag online beschikbaar maken van actuele en betrouwbare persoonsgegevens voor geautoriseerde gebruikers. Dit levert een gestandaardiseerde en moderne uitwisseling van de persoonsgegevens en een betere controle op de kwaliteit van de GBA, zoals is vastgelegd in het bestuurlijk akkoord met de VNG op 5 maart 2009 (Kamerstukken 2008–2009, 27 859, nr. 17).

• De overgang van de bevoegdheid voor de bijhouding van de bevolkingsadministraties op Bonaire, Sint Eustatius en Saba van de eilandsbesturen naar het ministerie van BZK. Wetgeving terzake treedt volgens planning van de transitie op 1 januari 2011 in werking.

Reisdocumenten

• Invoering van een verbeterd paspoortuitgifte systeem. Onderdeel daarvan is een centrale reisdocumentenadministratie die plaatsonafhankelijke aanvraag en uitgifte van reisdocumenten mogelijk moet maken.

• Landelijke uitrol van de resultaten van regionale proeven inzake andere procedures bij aangifte van vermissing en vermoeden van fraude met reisdocumenten. In 2010 wordt de regelgeving aangepast. Hierdoor kunnen de administratieve lasten voor burgers en professionals verminderen en kan anderzijds fraude effectiever worden bestreden.

• De Paspoortwet wordt aangepast zodat Bonaire, Sint Eustatius en Saba zoveel mogelijk op één lijn met Nederlandse gemeenten komen. Ook gaat de verantwoordelijkheid voor uitgifte van de lokale identiteitskaart (sédula) over naar het ministerie van BZK.

Meetbare gegevens

In de paragraaf van het Agentschap Basisregistratie, Persoonsgegevens en Reisdocumenten (BPR) (hoofdstuk 6) zijn diverse meetbare gegevens opgenomen. De wijze waarop de kwaliteit van de GBA in meetbare gegevens wordt gegoten is in 2009 ontwikkeld.

Operationele doelstelling 31.4

Het waarborgen van de grondrechten en zorgen voor een goed functionerend constitutioneel bestel.

Motivering

Het vergroten van het vertrouwen van de burger in de democratische rechtsstaat is van groot belang. Daarom moet het constitutioneel bestel goed worden onderhouden. Burgers moeten zich kunnen herkennen in onder andere de Grondwet en verdragsbepalingen met constitutionele inslag. Burgers hebben rechten tegenover de staat en (in mindere mate) tegenover elkaar. Het waarborgen van de grondrechten garandeert burgers hun vrijheden en rechten.

Ons constitutioneel bestel is een groot en onmisbaar goed, zowel voor individuele burgers en de samenleving, als voor de instituties; het vormt de basis voor de inrichting en het functioneren van het staatsbestel en garandeert de grondrechten van burgers. Het moet daarom goed functioneren: kwaliteit en vertrouwen zijn daarvoor van cruciaal belang.

Instrumenten

De volgende instrumenten worden in 2010 ingezet:

• Het Nederlands Instituut voor de Rechten van de Mens in oprichting (NIRM). De betreffende wetsvoorstellen worden in 2010 ter besluitvorming aan het parlement aangeboden.

• In het najaar van 2010 brengt de staatscommissie Grondwet advies uit over de toegankelijkheid en de betekenis van de Grondwet voor burgers. Daarnaast zal de staatscommissie het kabinet onder meer adviseren over de verhouding tussen de opgenomen grondrechten en de uit internationale verdragen voortvloeiende rechten, zoals het recht op een eerlijke procesgang en het recht op leven, en over grondrechten in het digitale tijdperk.

• Het kabinet bereidt een voorstel voor herziening van de grondwet voor, waarin de positie van de Nederlandse taal wordt opgenomen. Bij de ontwikkeling van dat voorstel komt ook de positie van het Fries, het Papiaments en het Engels aan de orde.

• In samenwerking met het Huis voor Democratie en Rechtstaat worden er verschillende educatieve producten ontwikkeld. Door middel van deze producten wordt er informatie over de betekenis van de Grondwet ontsloten voor burgers in het algemeen en jongeren in het bijzonder.

• In samenwerking met andere verantwoordelijke ministeries, de landelijke expertisebureau’s op het terrein van antidiscriminatie, de politie, de Commissie gelijke behandeling, het OM en de VNG wordt verder gebouwd aan de ontwikkeling van het antidiscriminatiebeleid. De antidiscriminatiebureau’s spelen daarbij een eerstelijnsfunctie. In dat kader zal in 2010 wederom bij het publiek aandacht worden besteed aan de mogelijkheden discriminatie te melden. Hiernaast zal naar verwachting ook in 2010 in de Raad van de Europese Unie een voorstel worden behandeld voor een EU-Richtlijn inzake gelijke behandeling ongeacht geloof/overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid buiten de arbeidssfeer.

Meetbare gegevens

De mate waarin de grondrechten zijn geborgd en het constitutioneel bestel functioneert, vergt m.n. een kwalitatieve beoordeling en is niet uit te drukken in kengetallen en / of prestatie-indicatoren.

Operationele doelstelling 31.5

Een zodanige toerusting van de Kiesraad dat een goede organisatie en begeleiding van het verkiezingsproces en een kwalitatief hoogwaardige advisering over het kiesrecht en de verkiezingen zijn gewaarborgd.

Motivering

De Kiesraad fungeert als centraal stembureau voor de verkiezingen van de Tweede en de Eerste Kamer en het Europese Parlement en stelt de officiële verkiezingsuitslagen vast. Nieuwe politieke partijen dienen zich bij de Kiesraad te registreren voordat ze als partij kunnen deelnemen aan verkiezingen. De Kiesraad biedt gemeenten, provincies, politieke partijen en burgers ondersteuning bij de verkiezingen. Deze ondersteuning wordt vooral geboden in de vorm van mondelinge, schriftelijke en digitale informatie. De Kiesraad is adviesorgaan voor regering en parlement op het terrein van het kiesrecht en de organisatie en uitvoering van verkiezingen.

Instrumenten

De Kiesraad voert in 2010 zijn adviestaak uit en brengt gevraagd en mogelijk ook ongevraagd adviezen uit. In maart 2010 vinden de Gemeenteraadsverkiezingen plaats. Tevens worden eind 2010 de eerste voorbereidingen getroffen voor de verkiezingen van de Provinciale Staten in 2011. De Kiesraad fungeert bij beide verkiezingen als adviesorgaan en verleent desgevraagd ondersteuning. De wijze waarop de Kiesraad zijn taken uitoefent, is – gelet op zijn onafhankelijkheid – ter beoordeling aan de Kiesraad zelf. De Kiesraad opereert vanzelfsprekend binnen de wettelijke kaders die daarvoor zijn gesteld. Deze onafhankelijkheid wordt in 2010 verder geborgd door het op afstand plaatsen van het secretariaat van de Kiesraad van het kerndepartement.

Meetbare gegevens

De onafhankelijkheid van de Kiesraad maakt het niet zinvol om de werking en doelstelling van (het secretariaat van) de Kiesraad in meetbare gegevens uit te drukken.

Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van beleid

 Onderzoek onderwerpAD of ODA. StartB. AfgerondVindplaats
BeleidsdoorlichtingDualiseringen overhedenoverlegOD 31.1Start: 2007Afgerond: 2007TK 2007–2008, 30 958, nr. 2
Effectenonderzoek ex post   
Overig evaluatieonderzoekEvaluatie Rekenkamerfunctie op lokaal niveauOD 31.1Start: 2010Afgerond: 2010 
 Integrale evaluatie financiële functieOD 31.1Start: 2010Afgerond: - 
 De AWB en Burgers: ervaringen met bezwaarschriftprocedures in de praktijkOD 31.4Start: 2008Afgerond: 2011 

Toelichting

De planning van de beleidsdoorlichting op de operationele doelstellingen 31.2 en 31.3 wordt nog bezien en in de begroting 2011 opgenomen (zie ook toelichting in de leeswijzer).

Voor wat betreft de operationele doelstelling 31.5 geldt dat de Kiesraad een onafhankelijke positie heeft en alleen vanuit het ministerie van BZK wordt gefinancierd. Een beleidsdoorlichting op deze operationele doelstelling heeft dan ook weinig zin.