Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2010
  • Download PDF

10. BATEN-LASTENDIENSTEN

10.1 Samenvattende verantwoordingsstaat baten-lastendiensten

Tabel 10.1 Samenvattende verantwoordingsstaat 2010 inzake baten-lastendiensten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) (x € 1000)
 

Begroting

Realisatie

Verschil

Agentschap SZW

     
       

Totale baten

16 960

19 068

2 108

Totale lasten

16 960

18 704

1 744

Saldo van baten en lasten

0

364

364

       

Totale kapitaalontvangsten

0

0

0

Totale kapitaaluitgaven

100

535

435

       

Inspectie Werk en Inkomen

     
       

Totale baten

18 410

13 097

– 5 313

Totale lasten

18 410

12 985

– 5 425

Saldo van baten en lasten

0

112

112

       

Totale kapitaalontvangsten

0

6

6

Totale kapitaaluitgaven

526

337

– 189

10.2 Toelichting Agentschap SZW

Het Agentschap SZW (AGSZW) volgt bij de opstelling van de financiële verantwoordingen de inrichtingseisen zoals die zijn opgenomen in de Comptabiliteitswet en daarmee samenhangende regelingen (in het bijzonder de Regeling baten-lastendiensten 2011). De waardering van de activa en passiva is tegen nominale waarden tenzij anders vermeld.

  • •  De materiële vaste activa zijn gewaardeerd op aanschafwaarde minus de desbetreffende afschrijvingen (lineair). De investeringen worden in drie jaar afgeschreven.
  • •  De immateriële vaste activa zijn gewaardeerd op aanschafwaarde minus de desbetreffende afschrijvingen (lineair). De investeringen worden in drie jaar afgeschreven.
  • •  Investeringen die via de out of pocketkosten (rechtstreeks in rekening te brengen bij opdrachtgever = OOP) worden gefinancierd, worden volledig afgeschreven in het jaar van aanschaf/ontwikkeling.
  • •  De voorzieningen voor benoemde risico’s komen in overleg met eigenaar en directie FEZ tot stand.
  • •  Het eigen vermogen dat wordt aangehouden stoelt op de Regeling baten-lastendiensten 2011 (maximaal 5% van de gemiddelde omzet over de afgelopen drie boekjaren).
  • •  AGSZW beschikt – met instemming van het Ministerie van Financiën – tot en met 2011 over een geoormerkte bestemmingsreserve. Deze reserve is bedoeld voor het opvangen van de (benoemde) kosten voortvloeiend uit de transformatie van de organisatie.
  • •  AGSZW heeft geen voorziening(en) opgenomen voor vakantiedagen en jubileumuitkeringen vanwege een onevenredige beheerslast.
  • •  De omzet is gewaardeerd tegen opbrengstwaarde (aantal producten x productprijs en uren x tarief) en wordt als gerealiseerd beschouwd in de periode waarin de diensten zijn verricht en/of de producten zijn geleverd. AGSZW stuurt op volledige uitvoering van uitgebrachte offertes en/of afgesproken producten (kalenderjaar gebonden). Hierdoor is waardering van een post onderhanden werk niet of nauwelijks aan de orde. Het financiële belang van afwijkingen in de uitvoering is gering. In de jaarrekening is dan ook geen post onderhanden werk opgenomen.
  • •  Lasten en overige baten worden toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben.

Staat van baten en lasten Agentschap SZW

Tabel 10.2. Staat van baten en lasten Agentschap SZW 2010 (x € 1 000)
 

Begroting 2010

Realisatie 2010

Verschil 2010

Realisatie 2009

Baten

       

Opbrengst moederdepartement

13 800

13 285

– 515

12 026

Opbrengst overige departementen*

1 400

1 467

67

1 268

Opbrengst derden

Rentebaten

10

16

6

24

Vrijval voorzieningen

Baten out of pocket (OOP)**

1 400

4 066

2 666

4 369

Exploitatiebijdrage

890

Onttrekking aan bestemmingsreserve

350

234

– 116

452

Totaal baten

16 960

19 068

2 108

19 029

         

Lasten

       

Apparaatskosten

       

– personele kosten

12 700

11 898

– 802

14 344

– materiële kosten

4 000

6 169

2 169

4 186

Rentelasten

10

–10

Afschrijvingskosten

       

– immaterieel

200

594

394

125

– materieel

50

19

– 31

46

Overige lasten

       

– dotaties voorzieningen

24

24

23

– bijzondere lasten

Totaal lasten

16 960

18 704

1 744

18 724

         

Saldo van baten en lasten

364

364

305

* Inclusief Matra-projecten via Agentschap NL

** De out of pocketkosten (OOP) betreffen specifieke wensen van de opdrachtgevers waarvan de werkelijke kosten (facturen) afzonderlijk in rekening worden gebracht bij de opdrachtgevers. Dit resulteert bij het AGSZW in out of pocket baten.

Opbrengst Moederdepartement en Opbrengst overige departementen

In tabel 10.4 zijn per opdracht de bedragen van de in januari 2010 uitgebrachte offertes weergegeven. Ten tijde van het opstellen van de begroting 2010 was er nog onvoldoende zicht op de workload voortvloeiend uit de uitvoering van de opdrachten in 2010. Daarnaast hebben zich in de loop van 2010 fluctuaties in de uitvoering van de opdrachten voorgedaan. In 2010 is een aantal offertes tussentijds aangepast en tevens zijn er 3 nieuwe opdrachten aanvaard.

Door bovenstaande factoren wijkt de gerealiseerde omzet sterk af van de begroting.

Rentebaten

De rentebaten (dagrente) worden ontvangen over het saldo op de rekening-courant. De rentebaten zijn het gevolg van het mogen aanhouden van eerder genoemde bestemmingsreserve en het (tijdelijk) gebruik maken van een depositorekening.

Onttrekking aan bestemmingsreserve

Overeenkomstig de gemaakte afspraken met het Ministerie van Financiën over de besteding van de bestemmingsreserve is voor de gemaakte kosten 2010 een bedrag van € 234 000 ingezet. Deze kosten zijn niet gedekt door de tarieven van AGSZW. De bestemmingsreserve is ingezet voor employability, herplaatsingskosten en innovatieve ICT.

Personele kosten

De gerealiseerde personele kosten – inclusief de materiële component van de out of pocket kosten – zijn ten opzichte van de begroting aanzienlijk lager uitgevallen. Ten tijde van het opstellen van de begroting 2010 was er nog onvoldoende zicht op de workload en de daarvoor benodigde bezetting die uit de uitvoering van de opdrachten in 2010 zou voortvloeien. Ook was toen nog niet bekend dat een deel van de controles van de einddeclaraties van ESF-2 2007–2013 niet door medewerkers van het AGSZW zou worden uitgevoerd, maar zou worden uitbesteed. De totale loonkosten omvatten ambtelijk personeel (€ 9,6 mln), inhuur externen (€ 1,9 mln) en inzet externen OOP (€ 0,4 mln).

Materiële kosten

De materiële kosten omvatten huisvestings-, kantoor-, communicatie-, overige personeels-, ICT- en onderzoekskosten en zijn inclusief de materiële component van de out of pocketkosten. Een substantieel deel van de kosten heeft betrekking op afgenomen diensten van het moederministerie. De kosten hiervan zijn geregeld in dienstverleningsovereenkomsten.

De in 2010 gerealiseerde materiële kosten zijn veel hoger dan begroot. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt doordat hierin een bedrag ad € 1,7 mln out of pocket kosten begrepen is die bij het opstellen van de begroting nog niet bekend was. Dit betreft kosten van uitbesteding werkzaamheden (zie toelichting bij out of pocket kosten en baten OOP).

Afschrijvingskosten, materieel en immaterieel

De afschrijvingskosten betreffen gedane investeringen in het ontwikkelen van software en aanschaffingen van hard- en software. In de immateriële afschrijvingskosten zijn begrepen de investeringen in de ontwikkeling van een nieuw case management system (DIANE). De investeringen in 2010 ad € 535 000 zijn volledig in 2010 afgeschreven en grotendeels (€ 476 000) als out of pocket kosten bij de opdrachtgever in rekening gebracht.

Out of pocketkosten en baten (OOP)

De gerealiseerde out of pocketkosten 2010 zijn € 2,666 mln hoger dan begroot. Dit wordt met name veroorzaakt doordat bij het opstellen van de begroting nog niet bekend was dat de controles van einddeclaraties en enkele interne management-taken met betrekking tot ESF-2 2007–2013 alsmede het projectmanagement van Arbeidsveiligheid zouden worden uitbesteed en als out of pocket kosten direct aan de opdrachtgever in rekening zouden worden gebracht. Tevens waren de investeringen in het nieuwe case management systeem DIANE niet begroot. Deze zijn volledig in 2010 afgeschreven en bij de opdrachtgever in rekening gebracht.

Onderstaand een specificatie van de out of pocket kosten die rechtstreeks aan de opdrachtgever in rekening zijn gebracht.

Tabel 10.3 Overzicht van de out of pocketkosten 2010 (x € 1 000)
 

Realisatie 2010

Baten

4 066

Baten out of pocket

4 066

   

Lasten

4 066

Uitbesteding

1 719

Materiële kosten

1 433

Inhuur externen

438

Afschrijvingskosten

476

Tabel 10.4 Uitgevoerde regelingen Agentschap SZW 2010 (x € 1 000) (op volgorde van omvang gerealiseerde omzet)
 

Begroot (1e suppletoire wet)

Realisaties

Omzet o.b.v. uitgebrachte offertes

Out of pocket-kosten1

Omzet

Out of pocket-kosten1

Opbrengst moederdepartement:

       

ESF 2007–2013

10 674

3 221

11 288

2 638

Europees Globaliserings Fonds (EGF)

392

211

3

ESF-3/Equal 2000–2006

318

191

225

192

ESF oud

28

11

32

11

Subtotaal Europese Regelingen

11 412

3 423

11 756

2 844

Arbeidsveiligheid

499

20

538

527

LeeftijdsBewust Beleid (LBB)

276

20

291

26

Eur.Jaar Bestrijding Armoede en Sociale Uitsluiting (EJBASU)

151

190

148

Gemeente Loket Telefoon (GLT)

205

2

175

Leer- Werktrajecten (LWT)

104

1

94

Arbocatalogi

36

20

82

Implementatie Getoetste Arbocatalogi (IGA)

76

BedrijfsVerzamelGebouwen (BVG)

48

41

Farbo

23

25

4

Regeling Schoonmaakdiensten Particulieren (RSP)

5

11

Bijstand Buitenland (BB)

4

4

ID-banen

3

25

2

Subtotaal Nationale Regelingen

1 354

88

1 529

705

Totaal opbrengst moederdepartement

12 766

3 511

13 285

3 549

Opbrengst overige departementen

       

Kinderopvang (SKO) – ministerie van OCW

626

21

599

65

Helpdesk Inburgering – ministerie van VROM

239

2

204

Inburgering op de werkvloer – ministerie van VROM

187

149

3

Wet Inburgering – ministerie van VROM

138

21

120

40

Wet Inburgering Nieuwkomers – ministerie van VROM

86

56

78

Inburgering allochtone vrouwen – ministerie van VROM

20

3

Pilot participatiebudget – ministerie van VROM

10

3

Voorbereiding regeling Adoptiekosten – ministerie van Justitie

341

51

46

Matraprojecten en overige projecten

259

263

325

Totaal opbrengst overige departementen

1 876

95

1 467

517

         

Totaal

14 642

3 606

14 752

4 066

1 De out of pocketkosten betreffen specifieke wensen van de opdrachtgevers waarvan de werkelijke kosten afzonderlijk in rekening worden gebracht bij de opdrachtgevers.

In 2010 zijn bij AGSZW 24 regelingen en meerdere Matra-projecten uitgevoerd:

  • •  4 Europese Regelingen met opdrachtverlening vanuit SZW;
  • •  12 Nationale Regelingen met opdrachtverlening vanuit SZW;
  • •  8 Regelingen met opdrachtverlening van derden. Kinderopvang is een opdracht van het ministerie van OCW. De uitvoering van de Wet Inburgering en daarmee samenhangende opdrachten (helpdesk, nieuwkomers, werkvloer, allochtone vrouwen en participatiebudget) kent als opdrachtgever het ministerie van VROM. Tenslotte zijn voorbereidingen getroffen voor het uitvoeren van de regeling Adoptiekosten voor het ministerie van Justitie. Momenteel wordt nog aan de regeling gewerkt. Waarschijnlijk gaat de regeling in de loop van 2011 in;
  • •  Matra-projecten. Dit zijn projecten ter ondersteuning van nieuwe lidstaten van de EU. Tevens zijn projecten uitgevoerd in Marokko en Turkije.

De totale gerealiseerde omzet 2010 bedroeg afgerond € 14,8 mln. De omzet voor de out of pocket kosten bedroeg afgerond € 4,1 mln.

Balans Agentschap SZW

Tabel 10.5 Balans Agentschap SZW per 31 december 2010 (x € 1 000)
 

2010

2009

Activa

   

Immateriële vaste activa

3

62

Materiële vaste activa

2

21

Debiteuren

82

132

Nog te ontvangen / vooruitbetaald

661

1 314

Liquide middelen

8 289

3 965

Totaal activa

9 037

5 494

     

Passiva

   

Eigen Vermogen

   

* exploitatiereserve

682

315

* bestemmingsreserve

1 298

1 532

* verplichte reserves

62

* onverdeeld resultaat

364

305

Leningen bij het MvF

Voorzieningen

33

43

Crediteuren

2 377

1 118

Nog te betalen / vooruitontvangen

4 283

2 119

Totaal passiva

9 037

5 494

Immateriële vaste activa

In 2010 is voor € 535 000 geïnvesteerd in DIANE, het nieuw case management systeem voor onder andere ESF-2 2007–2013. DIANE wordt zodanig opgebouwd dat nieuwe subsidieregelingen hierin zonder veel moeite kunnen worden opgenomen. De investeringen in 2010 zijn volledig afgeschreven en voor 89% (€ 476 000) als out of pocket kosten bij de opdrachtgever in rekening gebracht. De overige 11% van de investeringen in DIANE (€ 59 000) zijn ten laste van de bestemmingsreserve gebracht.

De gehanteerde verdeling van de investeringskosten is gebaseerd op het streefgetal van de verhouding tussen de omzet van Europese en nationale regelingen in 2015 (Rijksbegroting 2011 – meerjaren kengetallen).

Materiële vaste activa

In 2010 is niet geïnvesteerd. Materiële vaste activa worden grotendeels betrokken van het moederdepartement (opgesloten in afgenomen diensten) tegen jaarlijks afgesproken kosten (dienstverleningsovereenkomsten).

Debiteuren

De debiteuren betreffen de facturen aan opdrachtgevers van de door AGSZW uit te voeren/uitgevoerde (subsidie)regelingen. Daarnaast is er sprake van afwikkelingen van declaraties/facturen op personeelsgebied (IF-contracten) en overige.

Nog te ontvangen/vooruitbetaald

Deze post omvat hoofdzakelijk de nog definitief per regeling af te rekenen geleverde diensten en producten (omzet) 2010.

Liquide middelen

De liquide middelen worden aangehouden op de rekening courant van het Ministerie van Financiën. Het saldo sluit aan op de saldo-opgave van het ministerie van Financiën.

Eigen vermogen (Agentschapsvermogen)

Het eigen vermogen, inclusief het onverdeeld resultaat 2010, bedraagt € 1 046 000 (exclusief bestemmingsreserve). Deze stand is hoger dan de zogenaamde 5%-norm (maximaal eigen vermogen = 5% van de gemiddelde omzet van de laatste drie jaren). Het maximaal aan te houden eigen vermogen bedraagt ultimo 2010 conform de 5%-norm € 864 000 (2009: € 826 000). Bij de eerstvolgende suppletoire wet dient te worden aangegeven op welke wijze de overschrijding ad € 182 000 binnen het begrotingsjaar 2011 wordt hersteld (art. 19.2 Regeling baten-lastendiensten 2011).

De eigenaar van het AGSZW heeft begin februari 2011 besloten het eigen vermogen met in totaal € 375 000 af te romen. Hiermee wordt de overschrijding van de 5%-norm in het begrotingsjaar 2011 hersteld.

Tabel 10.6 Ontwikkeling eigen vermogen (x € 1 000)
 

2008

2009

2010

1. Eigen vermogen per 1 januari

4 063

2 361

2 214

2. Saldo van baten en lasten

– 816

305

364

3a. Uitkering aan moederdepartement

3b. Bijdrage moederdepartement ter

versterking van eigen vermogen

3c. Overige mutaties in eigen vermogen

(onttrekkingen bestemmingsreserve)

– 886

– 452

– 234

3. Totaal directe mutaties in eigen vermogen

–886

– 452

– 234

4. Eigen vermogen per 31 december (1+2+3)

2 361

2 214

2 344*

* Exploitatiereserve (incl. resultaat 2010) € 1 046 000 en Bestemmingsreserve € 1 298 000

Bestemmingsreserve

In 2007 heeft Financiën ingestemd met het vormen van een bestemmingsreserve van € 3,588 mln uit het eigen vermogen. Deze bestemmingsreserve is bedoeld om de kosten voortvloeiend uit de transformatie in het takenpakket van AGSZW gedurende de periode 2007 tot en met 2010 op te vangen. Begin februari 2011 is van Financiën – onder formeel voorbehoud van de voorjaarsbesluitvorming – goedkeuring verkregen om de looptijd van de bestemmingsreserve te verlengen tot en met 2011.

Op 1 januari 2010 bedroeg het saldo van deze reserve € 1,532 mln. In 2010 is per saldo € 234 000 mln aan de bestemmingsreserve onttrokken en ten gunste van de resultatenrekening gebracht.

Verplichte reserves

Tot en met 2009 is conform de Regeling baten-lastendiensten 2007 een verplichte reserve aangehouden voor de geactiveerde immateriële vaste activa. Met de wijziging van de Regeling per 1 januari 2010 is de verplichting tot het aanhouden van deze reserve vervallen. Het saldo per 1 januari 2010 van de verplichte reserve ad € 62 000 is in 2010 vrijgevallen ten gunste van de exploitatiereserve (dus niet ten gunste van het resultaat).

Lening bij het Ministerie van Financiën

AGSZW heeft geen leningen meer lopen.

Voorzieningen

De voorziening personeel betreft uitsluitend nog de afwikkeling van één (langlopende) nog niet afgeronde gerechtelijke procedure. In 2010 een betaling van € 30 000 gedaan. Tevens is de vordering op de betrokkene met € 4 000 afgewaardeerd. Ultimo 2010 is een dotatie van per saldo € 24 000 gedaan.

Tabel 10.7 Verloop en stand voorzieningen personeel (x € 1 000)
 

31 december 2010

31 december 2009

Stand begin boekjaar

43

20

Mutatie in boekjaar

–10

23

Stand per balansdatum

33

43

Crediteuren

De post Crediteuren betreft nog te betalen afgenomen diensten op het gebied van bedrijfsvoering en personele aangelegenheden. Van de crediteuren heeft een bedrag ad € 1,543 mln betrekking op facturen van het Ministerie van SZW.

Nog te betalen/vooruitontvangen

Deze post bevat onder andere de nog definitief per regeling af te rekenen geleverde diensten en producten 2010. Van de overige nog te betalen bedragen heeft in totaal € 1,602 mln betrekking op van het Ministerie van SZW nog in 2011 te ontvangen facturen. De aan SZW te betalen bedragen betreffen onder andere personele kosten, waaronder vakantiegeld (€ 306 000) en eindejaarsuitkering (€ 46 000).

Tenslotte is in deze post een rekening-courantverhouding met het Ministerie van SZW begrepen (afgerond € 4 000).

Kasstroomoverzicht Agentschap SZW

Tabel 10.8 Kasstroomoverzicht 2010 (x € 1 000)
   

Begroting 2010

Realisatie 2010

Verschil 2010

1.

Rekening-courant RHB 1 januari 2010

4 301

3 965

–336

         

2.

Totaal operationele kasstroom

250

4 859

4 609

         

3a.

Totaal investeringen (-/-)

– 100

– 535

– 435

3b.

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

3.

Totaal investeringskasstroom

– 100

– 535

– 435

         

4a.

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

4b.

Eenmalige storting door moederdepartement (+)

4c.

Aflossingen op leningen (-/-)

4d.

Beroep op leenfaciliteit (+)

4.

Totaal financieringskasstroom

         

5.

Rekening-courant RHB 31 december 2009 (=1+2+3+4)

4 451

8 289

3 838

 

(maximale roodstand € 0,5 mln. euro)

     

Operationele kasstroom

De operationele kasstroom bestaat uit het saldo van baten en lasten, gecorrigeerd voor afschrijvingen en mutaties in het werkkapitaal (mutaties in vlottende debetposten en kortlopende creditposten op de balans).

Investeringskasstroom

De investeringskasstroom is het totaal van de investeringen en de boekwaarde van de desinvesteringen. Met investeringen worden uitgaven voor de aanschaf van vaste activa bedoeld. De investeringen in 2010 betreffen de ontwikkeling van DIANE.

Financieringskasstroom

De totale financieringskasstroom is het saldo van de posten eenmalige uitkering aan het moederdepartement, eenmalige storting door het moederdepartement, aflossingen op leningen en beroep op leenfaciliteit. Geen van deze onderdelen is in 2010 van toepassing geweest.

Doelmatigheid Agentschap SZW

Het streven naar grotere doelmatigheid is de hoofddoelstelling van elke baten-lastendienst. Voor het Agentschap SZW betekent dit het streven naar betere prestaties, bij optimaal gebruik van de ingezette middelen. In de begroting 2010 was het opnemen van doelmatigheidsindicatoren volgens het RBV format niet verplicht. In de begroting 2011 is wel een set kengetallen opgenomen die aansluit bij het in de RBV voorgeschreven format voor doelmatigheidsindicatoren. Vanaf het jaarverslag 2011 zullen deze doelmatigheidsindicatoren dan ook worden gevolgd.

Tabel 10.9 kengetallen in verband met verbetering van de doelmatigheid

Doelstelling

realisatie 2010

begroting 2010

realisatie 2009

realisatie 2008

realisatie 2007

1. Gem. tarief per medew. per dir. uur

€ 78,07

€ 89,50

€ 80,56

€ 75,70

€ 75,90

2. Verhouding directe /indirecte uren

76%:24%

73%:27%

74%:26%

74%:26%

76%:24%

3. Productiviteit (verh. dir./totale uren)

59%

57%

57%

57%

60%

4. Loonkosten per fte

€ 69 399

€ 74 302

€ 71 954

€ 69 433

€ 67 495

5. Materiële kosten per fte

€ 19 097

€ 22 152

€ 17 973

€ 17 584

€ 17 400

6. Omzet per fte

€ 89 328

€ 99 855

€ 83 280

€ 76 270

€ 81 193

7. Personeel (ambtelijk) in fte

149 fte

137 fte

133 fte

146 fte

147 fte

8. Resultaat

€ 364 000

€ 0

€ 305 000

– € 816 000

– € 269 000

9. Resultaat in % van totale baten

+ 1,9 %

0,0 %

+ 1,6 %

– 5,0 %

– 1,6 %

10.3 Toelichting Inspectie Werk en Inkomen

Algemeen

Voor haar financiële verantwoording volgt de Inspectie Werk en Inkomen (IWI) de inrichtingseisen zoals die zijn opgenomen in de Regeling baten-lastendiensten 2011. De waarderingsgrondslagen zijn als volgt:

  • –  De materiële en immateriële vaste activa zijn gewaardeerd tegen aanschafwaarde onder aftrek van lineaire afschrijvingen. De afschrijvingstermijnen passen binnen de aangegeven bepalingen zoals opgenomen in artikel 17 van de Regeling baten-lastendiensten 2011.
  • –  De waardering van het onderhanden werk geschiedt tegen vervaardigingsprijs. Hiertoe wordt het aantal aan de producten bestede uren in 2010 vermenigvuldigd met het uurtarief.
  • –  De voorziene detacheringsopbrengsten in de voorzieningen voor reorganisatie zijn onder de vorderingen opgenomen.
  • –  IWI heeft geen voorziening opgenomen voor vakantiedagen en jubileumuitkeringen vanwege een onevenredige beheerslast.
  • –  Er is geen verdeling naar productgroepen opgenomen vanwege het onevenredige meerwerk in relatie tot het extra inzicht dat dit oplevert.
  • –  De overige balansposten worden gewaardeerd op de nominale waarde.
  • –  De baten en lasten worden zoveel mogelijk toegerekend aan de periode waarop deze betrekking hebben.

Per 1 maart 2010 zijn de taken op het gebied van arbeidsveiligheid aan de Arbeidsinspectie (AI) overgedragen. De overdracht van de uitvoering van de wettelijke taken van IWI naar de Auditdienst (AD) van SZW heeft op 1 mei 2010 plaatsgevonden.

De Inspecteur Generaal en de Secretaris Generaal maken jaarlijks afspraken over de te leveren producten en de prijs hiervan. IWI rapporteert periodiek over de voortgang van de werkzaamheden en de prognose van de opbrengst voor geleverde producten en het exploitatieresultaat 2010. In deze rapportages wordt tevens ingegaan op de beheersmaatregelen van benoemde risico’s.

Staat van baten en lasten Inspectie Werk en Inkomen

Tabel 10.10 Staat van baten en lasten IWI 2010 (x € 1 000)
 

Begroting 2010

Realisatie 2010

Verschil 2010

Realisatie 2009

Baten

       

Opbrengst moederdepartement

18 370

12 622

– 5 748

16 600

Opbrengst overige departementen

Opbrengst derden

Rentebaten

40

76

36

112

Vrijval voorzieningen

399

399

337

Exploitatiebijdrage

5 636

Totaal baten

18 410

13 097

– 5 313

22 685

         

Lasten

       

Apparaatskosten

       

– personele kosten

14 765

9 141

– 5 624

12 960

– materiële kosten

3 525

2 030

– 1 495

3 790

Rentelasten

10

12

2

28

Afschrijvingskosten

       

– materieel

35

46

11

52

– immaterieel

75

74

– 1

25

Overige lasten

       

– dotaties voorzieningen

1 682

1 682

5 828

– bijzondere lasten

Totaal lasten

18 410

12 985

– 5 425

22 683

         

Saldo van baten en lasten

0

112

112

2

De uitgaven en opbrengsten komen aanmerkelijk lager uit dan begroot. Dit komt doordat in de begroting 2010 nog geen rekening was gehouden met de gevolgen van de reorganisatie van IWI van begin 2010 en de daarmee samenhangende overdracht van taken aan andere onderdelen van het ministerie van SZW. Als gevolg hiervan is de formatie van IWI afgenomen van 174,6 fte tot de richtinggevende formatie van 83,7 fte na de reorganisatie van maart 2010.

Opbrengst departement

Op basis van de in 2010 geleverde producten uit de tarievennota’s 2007 tot en met 2010 is een opbrengst van € 12 622 000 gerealiseerd. Hierbij is de mutatie op het onderhanden werk verdisconteerd. Bij de bepaling van de opbrengst is rekening gehouden met de overdracht van taken van IWI naar de AI en AD. Zoals reeds aangegeven is de opbrengst departement SZW aanmerkelijk lager dan begroot omdat in de begroting 2010 nog geen rekening gehouden was met de gevolgen van de reorganisatie van IWI. Ultimo 2010 lopen er 18 projecten waarvoor in totaal een voorschot van € 2 900 000 is ontvangen. Dit bedrag is in de balans onder de vooruit ontvangen bedragen opgenomen.

Rentebaten

De rentebaten hebben uitsluitend betrekking op de tijdelijk uitgezette middelen op deposito’s bij het Ministerie van Financiën. Gezien de lage rentestanden op kortlopende deposito’s zijn de tijdelijk overtollige middelen op deposito’s met een looptijd van 3 maanden of 6 maanden uitgezet. Op de rekening courant is in 2010 in het geheel geen rentevergoeding ontvangen.

Vrijval voorzieningen

De vrijval voorzieningen betreft de vrijval uit de voorziening voor onderhanden werk voor € 311 000 als gevolg van het afronden van producten uit voorgaande tarievennota’s. Daarnaast valt er op basis van de herwaardering van de voorziening voor wachtgeldverplichtingen van voormalige medewerkers van het College van toezicht sociale verzekeringen (Ctsv) ultimo 2010 per saldo € 76 000 vrij uit de voorzieningen. Dit bedrag is opgebouwd uit een vrijval van € 88 000 en een rentedotatie van € 12 000. Zie ook de toelichting op de rentelasten.

Personele kosten

De personele lasten ad € 9 141 000 komen mede als gevolg van de reorganisatie van IWI begin 2010 € 5 624 000 lager uit dan de begroting 2010. In de begroting was nog rekening gehouden met een formatie van 174,6 fte. In de definitieve tarievennota is gerekend met een gemiddelde bezetting van 100,1 fte. De gemiddelde bezetting is uitgekomen op 92,4 fte. In de gemiddelde bezetting en de gerealiseerde salariskosten zijn de gedetacheerde medewerkers en de medewerkers met bijzondere taken niet meegenomen. De salariskosten van deze medewerkers zijn ten laste van de voorziening reorganisatie 2009 gebracht. Als gevolg van de reorganisatie is de richtinggevende formatie van IWI per 1 maart 2010 afgenomen tot 83,7 fte. De salariskosten komen hierdoor € 5 188 000 lager uit dan begroot.

In de begroting 2010 is € 300 000 opgenomen voor de inhuur op openstaande vacatures en de opvang van tijdelijke capaciteitstekorten. De uitgaven belopen € 385 000. De meerkosten worden gefinancierd uit de onderbesteding op salariskosten. De uitgaven aan externe deskundigen ad € 218 000 blijven ruim onder het in de begroting opgenomen bedrag van € 600 000.

De uitgaven voor overige personeelskosten (onder meer vergoedingen woon-werkverkeer, opleidingen, bedrijfsgeneeskundige verzorging, vergaderkosten en kosten salarisverwerking) belopen € 856 000 en blijven daarmee per saldo € 139 000 onder de begroting.

Materiële kosten

De materiële kosten (kosten voor automatisering/ICT, huisvestingskosten en overig bureaukosten) belopen € 2 030 000 en komen daarmee € 1 495 000 lager uit dan de begroting.

De kosten voor automatisering/ICT komen € 139 000 lager uit dan begroot. Dit komt door de lagere kosten voor de kantoorautomatisering als gevolg van de lagere bezetting en lagere kosten voor vaste telefonie.

De huisvestingskosten komen € 1 093 000 lager uit dan begroot. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt doordat de kosten van de 2e etage, die als gevolg van de reorganisatie overbodig is geworden, ten laste van de voorziening reorganisatie zijn gebracht. De huur van deze ruimte is per 1 januari 2011 beëindigd. Daarnaast is rekening gehouden met een correctie van de huur en facilitaire kosten van de per 1 september 2009 aan het Ministerie van BZK overgedragen kantoorruimte.

De bureaukosten komen € 263 000 lager uit dan begroot. De onderbesteding komt met name door de lagere bezetting en het wegvallen van de kosten van de chauffeursdienst.

Rentelasten

De rentelasten hebben betrekking op een dotatie aan de voorziening voor wachtgeldverplichtingen van voormalige Ctsv-medewerkers.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten materiële vaste activa betreffen voornamelijk kantoormeubilair. De afschrijvingskosten van de immateriële vaste activa betreffen het documentaire informatiesysteem.

Dotaties voorzieningen

De dotaties voorzieningen betreft in hoofdzaak een dotatie aan de voorziening voor onderhanden werk van € 1 023 000. Deze dotatie dient plaats te vinden omdat er twee projecten uit de tarievennota 2009 over de jaargrens naar 2011 lopen. Omdat voor deze projecten in 2010 weinig uren waren begroot dient er voor de meeruren een dotatie aan deze voorziening plaats te vinden.

Bij het herwaarderen van de voorziening reorganisatie 2009 is gebleken dat er een dotatie aan de voorziening dient plaats te vinden van € 552 000. Deze dotatie is nodig omdat de verwachting is dat de boventallige en gedetacheerde medewerkers minder gemakkelijk een andere baan vinden onder meer als gevolg van de reductietaakstellingen van het kabinet.

Daarnaast heeft er een dotatie van € 107 000 plaatsgevonden aan de voorziening reorganisatie 2007. De verwachting is dat voor de drie ten laste van deze voorziening komende medewerkers na afloop van hun detachering bij de facilitair beheerder van het Rijkskantoor niet direct een andere baan voorhanden is.

Balans Inspectie Werk en Inkomen

Tabel 10.11 Balans IWI per 31 december 2010 (x € 1 000)
 

2010

2009

Activa

   

Immateriële vaste activa

273

347

Materiële vaste activa

   

– grond en gebouwen

41

50

– installaties en inventarissen

90

125

– overige materiële vaste activa

9

Voorraden

Onderhanden werk

2 314

4 530

Debiteuren

1 657

3 062

Nog te ontvangen

82

73

Liquide middelen

12 453

15 194

Totaal activa

16 910

23 390

     

Passiva

   

Eigen Vermogen

   

– exploitatiereserve

652

640

– verplichte reserves

347

– onverdeeld resultaat

112

2

Leningen bij het MvF

Voorzieningen

8 904

13 081

Crediteuren

1 679

102

Nog te betalen

1 131

2 028

Vooruit ontvangen bedragen

4 432

7 190

Totaal passiva

16 910

23 390

Onderhanden werk

De opgenomen post onderhanden werk ad € 2 314 000 betreft de 18 ultimo 2010 lopende projecten. Het saldo van de voorziening onderhanden werk is op deze post in mindering gebracht.

Debiteuren

Onder de debiteuren zijn onder meer opgenomen de vorderingen uit de detacheringsovereenkomsten van medewerkers die buiten IWI zijn gedetacheerd en waarvan de lasten zijn opgenomen onder de voorzieningen voor reorganisatie 2007 en 2009. De voorzieningen aan de passiefzijde van de balans zijn met deze bedragen verhoogd. Van de vorderingen heeft een bedrag van € 1 358 000 een looptijd van korter dan 1 jaar. Er zijn geen vorderingen met een looptijd van meer dan 5 jaar.

Van de vorderingen heeft € 560 000 betrekking op het kerndepartement.

Resultaatsverdeling en eigen vermogen

Tabel 10.12 Ontwikkeling eigen vermogen (x € 1 000)
 

2008

2009

2010

1. Eigen vermogen per 1 januari

2 957

1 513

989

2. Saldo van baten en lasten

344

2

112

3a. Uitkering aan moederdepartement

– 1 788

– 526

– 337

3b. Bijdrage moederdepartement ter

versterking van eigen vermogen

3c. Overige mutaties in eigen vermogen

3. Totaal directe mutaties in eigen vermogen

4. Eigen vermogen per 31 december (1+2+3)

1 513

989

764

Als gevolg van de uitkering aan het moederdepartement in 2010 ad € 337 000 en het positieve resultaat van € 112 000 daalt het eigen vermogen ultimo 2010 per saldo tot € 764 000 en blijft daarmee ruim onder het maximale eigen vermogen, wat begrensd is op 5% van de gemiddelde omzet van de afgelopen drie jaar. Het aldus berekende maximale eigen vermogen ultimo 2010 bedraagt € 830 000.

De eigenaar van IWI heeft besloten het eigen vermogen met in totaal € 375 000 af te romen. Hiermee komt het eigen vermogen van IWI in 2011 op € 389 000.

In het eigen vermogen in de balans per ultimo 2009 was een verplichte reserve begrepen voor de immateriële vaste activa. Op grond van de gewijzigde regeling baten-lastendiensten is deze reserve per 1 januari 2011 vrijgevallen. De vrijval heeft niet plaatsgevonden ten gunste van het resultaat, maar is gemuteerd binnen het eigen vermogen.

Voorzieningen

Tabel 10.13 Verloop en de stand van de voorzieningen (x € 1 000)
   

Stand 1-1-2010

Saldo uitgaven

Vrijval of dotatie

Mutatie vordering op derden

Stand 31-12-2010

1

Voorziening wachtgeldverplichting voormalige Ctsv’ers

2 521

– 760

– 76

1 685

2

Voorziening voor reorganisatie 2007

493

– 68

107

– 83

449

3

Voorziening voor reorganisatie 2009

10 067

– 2 729

552

– 1 120

6 770

             
 

Totaal voorzieningen

13 081

– 3 557

583

– 1 203

8 904

Onder de vorderingen zijn de te verwachten opbrengsten van de gedetacheerde medewerkers toegelicht. Van de voorziening heeft een bedrag van € 3 896 000 een looptijd van korter dan 1 jaar en € 64 000 van langer dan 5 jaar.

De voorziening onderhanden werk ad € 1 023 000 is gesaldeerd met de voorraad onderhanden werk in de balans opgenomen.

Crediteuren

Onder de crediteuren is onder meer opgenomen de aan het departement te betalen salariskosten over december 2010, de kosten van de ICT-dienstverlening en de kosten van salarisverwerking. Van de crediteuren heeft € 1 357 000 betrekking op het kerndepartement.

Nog te betalen kosten

De nog te betalen kosten bevat onder meer de ultimo 2010 opgebouwde vakantietoeslag en eindejaarsuitkering en de door te belasten kosten van de afdeling personeel en organisatie van het kerndepartement aan IWI. Van de nog te betalen kosten heeft € 639 000 betrekking op het kerndepartement.

Vooruit ontvangen bedragen

De vooruit ontvangen bedragen ad € 4 432 000 betreffen de van het kerndepartement ontvangen voorschotten op de ultimo 2010 lopende projecten uit de tarievennota 2009 voor € 974 000 en de tarievennota 2010 voor € 2 900 000. Deze projecten worden met het departement afgerekend na afronding van het project. Het te veel aan ontvangen voorschot ad € 558 000 zal in 2011 aan het departement worden terugbetaald.

Kasstroomoverzicht Inspectie Werk en Inkomen

Tabel 10.14 Kasstroomoverzicht IWI 2010 (x € 1 000)
   

Begroting 2010

Realisatie 2010

Verschil

2010

1.

Rekening-courant RHB 1 januari 2010

11 139

15 193

4 054

         

2.

Totaal operationele kasstroom

– 2 350

– 2 409

– 59

         

3a.

Totaal investeringen (-/-)

3b.

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

6

6

3.

Totaal investeringskasstroom

-

6

6

         

4a.

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

– 526

– 337

189

4b.

Eenmalige storting door moederdepartement (+)

4c.

Aflossingen op leningen (-/-)

4d.

Beroep op leenfaciliteit (+)

4.

Totaal financieringskasstroom

– 526

– 337

189

         

5.

Rekening-courant RHB 31 december 2010 (=1+2+3+4)

8 263

12 453

4 190

 

(maximale roodstand € 0,5 mln.)

     

De toename van het rekening-courant saldo ten opzichte van de begroting komt voornamelijk door de in 2009 ontvangen exploitatiebijdrage. Bij het opstellen van de begroting 2010 was hiermee geen rekening gehouden.

De desinvesteringen betreft de verkoop van de laatste dienstauto van IWI en enkele kasten.

De eenmalige uitkering aan het moederdepartement betreft de afrekening 2009 met het departement.

Doelmatigheid Inspectie Werk en Inkomen

Tabel 10.15 Overzicht doelmatigheidskengetallen en indicatoren IWI

Doelstelling

Realisatie 2007

Realisatie 2008

Realisatie 2009

Realisatie 2010

Kostprijzen per product(groep)

Tarieven/uur (uit Tarievennota’s)

140,65

138,45

148,50

141,60

Tarieven/uur (prijsniveau 2010)

149,35

147,01

153,94

141,60

Ontwikkeling tarief (2007 = 100%)

100,0%

98,4%

103,1%

94,8%

Omzet per productgroep

         

Bezetting ultimo jaar

203,5

179,9

156,3

125,7

         

Saldo baten en lasten

2 357

344

2

112

Idem in percentage van totale baten

9,4%

1,6%

0,0%

0,9%

         

Kwaliteitsindicator 1: Tijdigheid rapporten

63%

47%

47%

36%

Kwaliteitsindicator 2: Aantal rapporten

27

15

7

11

De belangrijkste producten van IWI zijn rapporten en verkennende studies over de werking van het stelsel van werk en inkomen. Aangezien de onderzoeken zeer verschillend van omvang zijn, is het niet mogelijk om een betekenisvolle kostprijs per product of productgroep samen te stellen.

In de tabel zijn de tarieven opgenomen zoals berekend in de tarievennota’s 2007 tot en met 2010. Deze tarieven zijn geïndexeerd naar het loon- en prijsniveau van 2010 en de ontwikkeling daarvan ten opzichte van 2007. In 2010 heeft er geen ontwikkeling van de lonen en prijzen plaatsgevonden. De afname van het tarief 2010 ten opzichte van de voorgaande jaren komt hoofdzakelijk door de verhoging van de directe productiviteit en doordat de projectsecretarissen en programmamanagers ook hun directe productiviteit zijn gaan verantwoorden.

De bezetting van IWI is de afgelopen jaren als gevolg van diverse reorganisaties en taakstellingen fors afgenomen. Ultimo 2010 is de totale bezetting 125,7 fte. Hiervan zijn 32,2 fte gedetacheerd en zijn er 10,5 fte met bijzondere taken. De feitelijke bezetting van IWI in december was daardoor 83,0 fte’s.

De kwaliteitsindicatoren van IWI hebben beperkte zeggingskracht. IWI stuurt op het tijdig afronden van haar producten, maar tracht het tijdstip van uitbrengen ook af te stemmen op de actualiteit. Van de in 2010 uitgebrachte rapporten is 36% op tijd uitgebracht. In de tarievennota 2011 is de doelstelling opgenomen dat 65% van de rapporten op tijd wordt uitgebracht.

Vanaf 2008 is het aantal rapporten afgenomen omdat de bevindingen worden samengebracht in de programmarapportages. Het aantal rapportages is daardoor afgenomen. In 2010 heeft IWI daarnaast 2 rapporten uitgebracht op verzoek van de minister.

IWI heeft in 2010 besloten daadwerkelijk in te zetten op de meting van haar effecten. Daartoe zijn twee trajecten uitgevoerd, te weten een pilot op twee programmarapportages om na te gaan of effecten daadwerkelijk meetbaar zijn en de ontwikkeling van een kader voor effectmeting met inhoudelijke uitgangspunten, voorwaarden voor de werkprocessen en uitgangspunten voor het meetproces. Aan deze pilots wordt in 2011 een vervolg gegeven.

Het opleidingsplan van IWI is de basis voor de verdere ontwikkeling van het kennisniveau van de IWI-medewerkers. Zo loopt er een tweede mastercourse toezichtonderzoek, is in 2010 een opleidingsprogramma opgezet voor de medewerkers van het programma Informatieprocessen en lopen er enkele teamontwikkelingstrajecten. Evenals de interne kenniskring die adviseert over de opzet, analyse en conclusies van onderzoeken en de feedback bijeenkomsten, laten deze activiteiten zich niet meten in indicatoren.