Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

Rijksbegrotingsfasen
RijksbegrotingOverzichtVoorbereidingUitvoeringVerantwoording
2010
  • Download PDF

B3. NIET-BELEIDSARTIKELEN

Niet beleidsartikel 39: Algemeen

39 Algemene doelstelling

Op dit artikel worden de apparaatuitgaven begroot van de beheersmatige ondersteuning van het BZK-beleid door de ambtelijke staf. Tevens wordt op dit artikel de onderzoeksbudgetten van de stafdirectie kennis en de werkzaamheden van internationale zaken begroot.

Budgettaire gevolgen van beleid

39. Algemeen

Budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2006

2007

2008

2009

2010

2010

2010

Verplichtingen

       

121 171

98 357

22 814

               

Uitgaven

123 459

109 318

117 261

129 794

116 799

98 357

18 442

39.1 Apparaat algemeen

       

107 983

85 871

22 112

* Bijdrage baten-lastendienst P-Direkt

       

4 585

1 911

2 674

* Bijdrage baten-lastendienst Werkmaatschappij

       

53 616

54 140

– 524

39.5 Kennis, onderzoek (en internationaal)

       

7 731

7 401

330

39.6 Internationaal

       

720

5 085

– 4 365

39.10 Verzameluitkering

       

365

0

365

               

Ontvangsten

       

23 692

0

23 692

Financiële toelichting

Op het artikel algemeen is meer uitgegeven dan begroot. Op het artikel zijn bovendien meer ontvangsten binnen gekomen. Onderstaand volgt een toelichting op artikelonderdeel om dit inzichtelijk te maken.

Uitgaven

39.1 Er is meer uitgegeven dan begroot bij de vastgestelde begroting. Dit wordt onder andere verklaard doordat er budget is toegevoegd aan zowel de uitgaven- als aan de ontvangstenkant voor de geleverde dienstverlening aan P-Direkt en de Werkmaatschappij.

39.6 Er is meer uitgegeven dan begroot bij de vastgestelde begroting. Dit wordt onder andere verklaard doordat er budget is afgeboekt ten behoeve van het budgettaire kader KLPD (via juni- en decembercirculaire 2010) en budget is overgeheveld naar artikel 39.1 ten behoeve van de apparaatskosten voor de internationale ambassaderaden.

39.10 Er is meer uitgegeven dan begroot bij de vastgestelde begroting. De extra uitgaven betreft onvoorziene bijdragen aan gemeenten die door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties lopende het jaar zijn gedaan voor activiteiten op het gebied van innovatie maatschappelijke veiligheid. Gezien de geringe omvang zijn deze bijdragen via de verzameluitkering van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties uitgekeerd aan de desbetreffende gemeenten.

Ontvangsten

De meerontvangsten hangen grotendeels samen met de hierboven vermelde hogere uitgaven bij artikel 39.1 voor de dienstverlening aan de baten-lastendiensten.

39 Operationele doelstelling 1

Apparaat algemeen

Onder deze operationele doelstelling zijn de apparaatbudgetten van de departementale staf opgenomen. Deze apparaatuitgaven zijn niet specifiek toe te rekenen aan de beleidsdoelstellingen. Daarnaast worden op dit artikelonderdeel de uitgaven begroot voor de dienstverlening die de staforganisatie aan het kerndepartement verleent. Deze dienstverlening kenmerkt zich door een integrale, vraaggerichte aanpak waarbij resultaatgericht en kostenbewust opereren centraal staan.

39 Operationele doelstelling 5

Kennis en onderzoek

Bij het ministerie van Binnenlandse Zaken is een centraal georganiseerde kennisfunctie vormgegeven, waarbij de eindverantwoordelijkheid centraal ligt voor het uitgevoerde strategisch, beleidsondersteunend en evaluatief onderzoek. De uitkomsten van de onderzoeken worden in de verantwoording van de betreffende artikelonderdelen meegenomen.

39 Operationele doelstelling 6

Internationale zaken

Onder deze operationele doelstelling zijn de centrale budgetten opgenomen voor het onderhouden en uitbreiden van internationale relaties op het gebied van bestuur en veiligheid. Het betreffen uitgaven voor het voorbereiden, effectueren en uitbreiden van de inzet van politiefunctionarissen voor (internationale) vredesmissies. Deze uitzending van politiefunctionarissen geschiedt via het KLPD.

Met betrekking tot de landenprogramma’s zijn in 2010 twee projecten in het kader van een aflopend MoU met Roemenië afgerond, betreffende huiselijk geweld en vrijwilligerspolitie. Daarnaast is in 2010 een MoU afgesloten met Indonesië op het gebied van politiesamenwerking. Met de uitvoering van een werkprogramma is direct van start gegaan.

Niet beleidsartikel 41: Nominaal en Onvoorzien

41. Nominaal en onvoorzien

Budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2006

2007

2008

2009

2010

2010

2010

Verplichtingen

       

0

– 22 738

22 738

               

Uitgaven

0

0

0

0

0

– 22 738

22 738

41.1 Loonbijstelling

       

0

0

0

41.2 Prijsbijstelling

       

0

0

0

41.3 Onvoorzien

       

0

– 22 738

22 738

               

Ontvangsten

       

0

0

0

Niet beleidsartikel 43: VUT-fonds

43. Vut-fonds

Budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2006

2007

2008

2009

2010

2010

2010

Verplichtingen

       

50 010

0

50 010

               

Uitgaven

0

800 000

300 000

0

50 010

0

50 010

43.1 VUT-fonds

       

50 010

0

50 010

               

Ontvangsten

       

139 340

324 022

– 184 682

Financiële toelichting

Gebleken is dat steeds meer mensen besluiten om later gebruik te maken van FPU (Flexibel Pensioen en Uittreden). De liquiditeitsbehoefte van het VUT-fonds is daardoor sterk gewijzigd. Dit heeft (al in 2009) geleid tot een nieuwe aangepaste leenovereenkomst tussen de Staat en het fonds. Kern daarvan is dat de lening maximaal € 1,8 miljard bedraagt. Verder kan het VUT-fonds op ieder gewenst moment een beroep doen op uitbetaling van een tranche van de lening en is zij bevoegd een tranche geheel of gedeeltelijk vervroegd af te lossen. Daardoor kan het fonds beter inspelen op de actuele liquiditeitsbehoeften.

Voor 2010 heeft de gewijzigde liquiditeitsbehoefte, als gevolg van wijzigingen in het gebruik van FPU, ertoe geresulteerd dat het fonds minder heeft afgelost dan oorspronkelijk begroot (€ 120 mln. ten opzichte van 300 mln.) en minder rente heeft betaald (€ 19 mln. ten opzichte van € 24 mln.). In totaal gaat het € 120 mln. + € 19 mln. is 139 mln. Verder heeft het fonds in september een niet begroot beroep op het leenplafond gedaan van € 50 mln.