| Rijksbegroting | Overzicht | Voorbereiding | Uitvoering | Verantwoording | |
|---|---|---|---|---|---|
| 2009 | |||||
1.4 Overheidsfinanciën en begrotingsbeleid
Gezonde overheidsfinanciën
De beleidsprioriteiten van het kabinet voor 2009 passen binnen de financiële afspraken die het kabinet heeft gemaakt voor de periode tot en met 2011. Het begrotingsbeleid geeft de financiële kaders aan waarbinnen keuzes gemaakt moeten worden, zodat de overheidsfinanciën niet alleen nu, maar ook in de toekomst gezond blijven.
Op koers voor 2011
Overschot op de begroting
In het Coalitieakkoord is afgesproken dat het kabinet streeft naar een structureel (voor economische schommelingen gecorrigeerd) overschot op de begroting van 1 procent van het BBP (Bruto Binnenlands Product, het totaal dat we in Nederland verdienen met de verkoop van diensten en producten) in 2011. Er is sprake van een overschot als er op de begroting meer geld wordt ontvangen dan er wordt uitgegeven. Op die manier kan de overheidsschuld worden afgelost. Een lagere schuld betekent minder rente-uitgaven en draagt zo ook bij aan de gezonde overheidsfinanciën in de toekomst bij toenemende vergrijzing.
| Tabel 1.1 Begrotingssaldo (EMU-saldo) 2008–2011 in % BBP | ||||
|---|---|---|---|---|
| 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | |
| Feitelijk begrotingssaldo* | 1,2 | 1,2 | 0,8 | 1,1 |
| Structureel begrotingssaldo* | 0,9 | 1,1 | 0,9 | 1,2 |
| Raming vorige Miljoenennota | ||||
| Feitelijk begrotingssaldo | 0,5 | 0,6 | 0,7 | 1,0 |
| Structureel begrotingssaldo | 0,4 | 0,7 | 0,8 | 1,1 |
* De ramingen voor 2008 en 2009 zijn gebaseerd op de Macro Economische Verkenning 2009 (MEV) van het CPB. Voor de jaren 2010 en 2011 zijn geen actuele ramingen over de economie beschikbaar. De saldoraming is in deze jaren gebaseerd op technische aannames uit de Economische Verkenning 2008-2011 van het CPB uit september 2007. Daarin wordt onder meer gerekend met een olieprijs van 65 dollar in 2011. Gezien de huidige olieprijs is de saldoraming voor 2010 en 2011 behoedzaam (zie ook Hoofdstuk 4)
Hoge inkomsten uit gas
In het Coalitieakkoord is ook afgesproken dat het kabinet extra maatregelen neemt als het saldo op de begroting in de buurt komt van een tekort van 2 procent van het BBP. Dankzij solide begrotingsbeleid verkeert de begroting niet in de gevarenzone. Ondanks de afkoelende economie is het haalbaar om een structureel overschot te bereiken op de begroting van 1 procent van het BBP in 2011. Het verwachte overschot op de begroting is in 2008 en 2009 zelfs groter dan eerder werd aangenomen. Dit komt door de hoge olieprijzen, die op de rijksbegroting leiden tot meer inkomsten uit aardgas. De prijs van gas is namelijk gekoppeld aan de prijs van olie. Tegenover dit positieve effect voor de schatkist staat dat de hoge olieprijs de economische groei verder kan vertragen. En minder groei betekent ook minder belasting- en premieopbrengsten. Een hogere olieprijs heeft op termijn dus ook een negatief effect op de inkomsten van de overheid. Dit is een belangrijke reden om de meevallende aardgasbaten niet in te zetten voor extra uitgaven. Ook de begrotingsregels zijn op dit principe gebaseerd.
Begrotingssaldo

Daling overheidsschuld
De overheidsschuld daalt door het toegenomen begrotingsoverschot sneller dan verwacht. De schuld komt in 2009 naar verwachting uit op circa 40 procent van het BBP. Het kabinet verwacht dat de schuld als percentage van het BBP in 2011 gedaald is tot het laagste niveau sinds de schuldcijfers worden bijgehouden (1814).
Overheidsschuld

Stabiel begrotingsbeleid
Vasthouden aan afspraken
Het Nederlandse begrotingsbeleid is de afgelopen jaren zeer succesvol gebleken en geniet daarom ook internationaal veel aanzien. De uitgangspunten van het begrotingsbeleid staan sinds de introductie in 1994 nog altijd stevig overeind. De kern van dit beleid is dat het kabinet niet steeds reageert op de nieuwste ontwikkelingen in de economie. Geplande uitgaven gaan gewoon door – ook nu het economisch tegenzit. In diezelfde lijn zouden ook bij meevallende groei de uitgaven niet worden aangepast. Dat zorgt voor veel rust en maakt het kabinetsbeleid voorspelbaar. Het kabinet heeft in het Coalitieakkoord een maximum afgesproken voor de overheidsuitgaven. De scheiding tussen inkomsten en uitgaven voorkomt dat het kabinet extra uitgaven kan doen door de belastingen voor burgers en bedrijven te verhogen. Om de uitgaven onder de afgesproken plafonds te houden maakt het kabinet regelingen waarvan de kosten uit de hand lopen, beter beheersbaar. Voorbeelden hiervan zijn de zorg en de kinderopvang.
De huidige economische situatie vraagt om een verstandige beleidsreactie van het kabinet. Het kabinet heeft ervoor gekozen op korte termijn lastenverlichting te geven om de koopkracht van burgers te beschermen en een loon-prijsspiraal te helpen voorkomen. Daarvoor is ruimte omdat met de afgesproken houdbaarheidsbijdrage een grotere houdbaarheidswinst wordt gerealiseerd dan eerder werd verondersteld. Op deze manier worden tegelijkertijd het kortetermijnbelang voor burgers én bedrijven en het langeretermijndoel van houdbare overheidsfinanciën gediend.
