| Rijksbegroting | Overzicht | Voorbereiding | Uitvoering | Verantwoording | |
|---|---|---|---|---|---|
| 2009 | |||||
4.6 Nederlandse overheidsfinanciën in Europees perspectief
In het Verdrag van Maastricht zijn op Europees niveau de afspraken vastgelegd over de omvang van het jaarlijkse begrotingssaldo en de overheidsschuld voor de landen in de eurozone. Voor het begrotingssaldo geldt een ondergrens van 3 procent tekort. De schuld mag niet meer dan 60 procent van het BBP bedragen of moet in voldoende mate dalen tot 60 procent. De Europese afspraken over de overheidsfinanciën zijn gemaakt, omdat het begrotingsbeleid van een afzonderlijk land binnen de eurozone niet zonder gevolgen hoeft te zijn voor de andere landen in de eurozone. Een omvangrijke of snel stijgende overheidsschuld in het ene land kan bijvoorbeeld leiden tot een hogere rentestand in de hele eurozone, waardoor ook de andere lidstaten kunnen worden geconfronteerd met hogere rentelasten. Met het oog op het opvangen van de kosten van vergrijzing is het ook van belang dat de landen in de eurozone blijven voldoen aan de EMU-criteria voor het overheidssaldo en de overheidsschuld.62
In grafiek 4.5 is te zien wat de verwachting is voor de schuld en het saldo in 2009 voor de landen in de eurozone. Finland, Luxemburg, Nederland en Cyprus bevinden zich in het kwadrant van de best presterende landen: deze landen verwachten voor 2009 een begrotingsoverschot en een schuld lager dan 60 procent van het BBP. Qua begrotingssaldo zit vooral Frankrijk in 2009 in de gevarenzone: verwacht wordt dat Frankrijk in 2009 een tekort van 3 procent heeft. Italië heeft als enige land in de eurozone nog steeds een schuld hoger dan 100 procent van het BBP. Ook in 2009 blijft deze volgens de huidige inzichten boven 100 procent.
Grafiek 4.5

In aanvulling op het verdrag van Maastricht zijn, in het Stabiliteits- en Groeipact, nadere afspraken gemaakt over de overheidsfinanciën van landen binnen de eurozone. Zo is afgesproken dat, om monitoring van de overheidsfinanciën op de middellange termijn gestalte te geven, de landen in de eurozone ook een middellangetermijndoelstelling voor hun EMU-saldo moeten hebben. De middellangetermijndoelstelling voor Nederland is dat het structurele EMU-saldo tussen -0,5 en -1,0 procent BBP moet liggen. Nederland voldoet met een verwacht structureel begrotingsoverschot van 1,1 procent in 2009 ruimschoots aan deze doelstelling.
De Europese begroting en de nationale verklaring
De begroting van de Europese Unie heeft een omvang van ongeveer 116 miljard euro in 2009. Nederland draagt jaarlijks ruim 6 miljard euro bij aan deze begroting en ontvangt jaarlijks bijna 2,5 miljard euro. Nederland is – als een van de rijkste landen van de EU – per saldo nettobetaler aan de EU. In 2005 heeft Nederland een korting bedongen op de te betalen afdrachten aan de EU voor de periode 2007–2013. De jaarlijkse korting bedraagt ongeveer 1 miljard euro. Deze ontvangt Nederland met terugwerkende kracht in 2009 voor de jaren 2007 tot en met 2009, zoals al in de Miljoenennota 2008 is verwerkt.
De verantwoordelijkheid voor het beheer van 80 procent van de bestedingen van Europese middelen (fondsen in gedeeld beheer) ligt bij de lidstaten. Nederland geeft sinds 2007 vrijwillig een nationale verklaring af over de besteding van deze middelen. Met dit instrument legt Nederland politieke verantwoording af – zowel aan de Tweede Kamer als aan de Europese Commissie en daarmee de Europese belastingbetaler – over de in ons land uitgevoerde en gecontroleerde Europese bestedingen. De Algemene Rekenkamer geeft extra zekerheid bij de nationale verklaring in de vorm van een onafhankelijk oordeel. De nationale verklaringen van 2007 en 2008 hebben alleen betrekking op de landbouwfondsen. In de komende jaren zullen de andere fondsen in gedeeld beheer volgen, te beginnen met de structuurfondsen in 2009.
De nationale verklaring (inclusief het oordeel van de nationale rekenkamer) is een belangrijke stap naar een positieve betrouwbaarheidsverklaring bij de EU-begroting. Tot op heden is het aantal landen dat het Nederlandse voorbeeld volgt, nog beperkt (Denemarken, Zweden en het Verenigd Koninkrijk), maar het groeit gestaag. Op EU-niveau worden stappen gezet naar een beter financieel beheer, maar dit vertaalt zich niet voldoende in concrete acties richting lidstaten. Nederland blijft de noodzaak van verbeterd financieel beheer op lidstaatniveau onder de aandacht brengen en spreekt lidstaten daar zo nodig op aan. Zo stemde Nederland – als enige – tegen het kwijtingsadvies van de Raad voor de EU-begroting van 2006.
31 700
Nr. 2 NOTA OVER DE TOESTAND VAN ’S RIJKS FINANCIËN
Aangeboden 16 september 2008
Bijlagen bij de Miljoenennota 2009
62 Y. Adema, The international spillover effects of ageing and pensions, 2008.
