Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

4.5 Begrotingsbeleid en lokale overheden

Het beleid van de lokale overheden wordt voor een groot deel bekostigd uit het Gemeentefonds en Provinciefonds. Net als voor de rijksfinanciën gelden voor het Gemeente- en Provinciefonds begrotingsregels: de zogenoemde normeringssystematiek. De basis van deze systematiek geldt sinds 1995 en stelt dat wanneer de rijksuitgaven groeien, de financiën van de lokale overheden meeprofiteren. Anders gezegd: gelijk trap op, maar ook gelijk trap af. In de techniek betekent dit dat de groei van het Gemeente- en Provinciefonds, het zogenoemde accres, gekoppeld is aan de groei van de netto gecorrigeerde rijksuitgaven (NGRU61).

De accressen worden geraamd aan de hand van de inzichten op het moment van de Voorjaarsnotabesluitvorming en worden gedurende het jaar (als voorschot) uitgekeerd. Op basis van de verantwoording in het jaarverslag wordt er een nacalculatie verricht en wordt vastgesteld hoe groot de groei van de fondsen feitelijk had moeten zijn. Afwijkingen ten opzichte van het uitgekeerde voorschot worden verrekend bij de uitkering van het accres van het opvolgende jaar.

De normeringsystematiek geldt gedurende de hele kabinetsperiode, evenals de begrotingsregels van het Rijk. Aan het einde van een regeertermijn wordt de systematiek geëvalueerd; de uitkomsten van deze evaluatie worden meegenomen in de vaststelling van de systematiek als er een nieuw kabinet aantreedt. Zoals de normeringsystematiek vergelijkbaar is met de begrotingsregels van het Rijk, zo is de periodieke evaluatie vergelijkbaar met het onderzoek van de Studiegroep Begrotingsruimte.

Grafiek 4.4 Ontwikkeling accressen 1995–2012



kst119632_10.gif

Bovenstaande grafiek laat de accressen – de jaarlijkse groeipercentages – zien van het Gemeente- en Provinciefonds. Tot en met het jaar 2007 zijn de cijfers gebaseerd op daadwerkelijk gerealiseerde accressen. De grafiek laat zien dat er – met uitzondering van de jaren 1995 en 2004 – telkens sprake is geweest van groei in het Gemeente- en Provinciefonds, maar dat deze groei (sterk) fluctueert.

De cijfers voor de jaren 2008 tot en met 2012 zijn gebaseerd op de nu geldende raming van de rijksuitgaven (en kunnen uiteindelijk wijzigen op basis van de definitieve verantwoording van het Rijk). In 2008 en 2009 zijn de accrespercentages respectievelijk 7,44 procent en 8,28 procent. Dit komt overeen met een accres van 1 012 miljoen euro in 2008 en 1 220 miljoen euro in 2009. De piek in de uitgaven in 2008 en in 2009 hangt onder andere samen met uitgaven op het gebied van onderwijs en infrastructuur.

61  De netto gecorrigeerde rijksuitgaven (NRGU) zijn de rijksuitgaven, verminderd met de premiegefinancierde rijksuitgaven en de niet-belastingontvangsten en gecorrigeerd voor een aantal posten (bijvoorbeeld de EU-afdracht, de rentebetalingen of WMO).