| Rijksbegroting | Overzicht | Voorbereiding | Uitvoering | Verantwoording | |
|---|---|---|---|---|---|
| 2009 | |||||
4.4 Uitvoeringsorganisaties: vijftien jaar resultaatgericht begrotingsbeleid
Sinds 1994 bestaat niet alleen het trendmatige begrotingsbeleid, maar ook de zogenoemde baten-lastendiensten, ook wel bekend als agentschappen. Deze diensten vallen volledig onder de ministeriële verantwoordelijkheid. Baten-lastendiensten worden aangestuurd en bekostigd op output, in tegenstelling tot de reguliere inputgestuurde diensten binnen de rijksoverheid. Dit houdt in dat deze diensten alleen betaald krijgen voor producten en diensten waar hun opdrachtgevers om vragen (veelal beleidsdirecties van ministeries). Het sturen op prestaties wordt ondersteund doordat de diensten het baten-lastenstelsel voeren, doordat ze de mogelijkheid hebben om te lenen voor investeringen en doordat ze een – beperkt – eigen vermogen60 kunnen vormen. Dit draagt bij aan de continuïteit van de organisatie en aan de bestuurlijke rust. Eventuele verliezen kunnen worden opgevangen en leiden niet direct tot noodzakelijke aanvullingen door het ministerie waar de dienst onder valt. Dat zorgt ervoor dat de baten-lastendiensten minder afhankelijk zijn van de waan van de dag.
De vrijheden in de bedrijfsvoering die voor baten-lastendiensten gelden – kunnen lenen en sparen – leiden ertoe dat deze diensten meer of minder kunnen uitgeven aan derden dan ze via hun opdrachtgevers bekostigd krijgen. Het meer of minder uitgeven door deze diensten heeft effect op het EMU-saldo. Tijdens het hoofdbesluitvormingsmoment worden daarom de plannen van de baten-lastendiensten getoetst om de relatie met het EMU-saldo in het oog te houden. Op dat moment worden ook de leenaanvragen getoetst en toegekend die de baten-lastendiensten hebben ingediend om te mogen investeren. Inmiddels is het grootste deel van de uitvoeringsorganisaties binnen de rijksoverheid overgestapt op dit stelsel. Per 1 januari 2008 zijn er 43 baten-lastendiensten, zoals de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), Rijkswaterstaat en SenterNovem. Meer dan de helft van de rijksambtenaren is werkzaam in een baten-lastendienst. Het budgettaire belang van de baten-lastendiensten is aanzienlijk. De totale omzet van alle diensten samen bedraagt in 2009 naar verwachting ruim 10 miljard euro.
Grafiek 4.3

De doelstelling van het baten-lastendienstmodel – de doelmatigheid van de bedrijfsvoering binnen de rijksdienst bevorderen – blijft onverminderd actueel. Er worden stappen gezet om deze doelmatigheid ook concreet zichtbaar te maken door betekenisvolle kengetallen van baten-lasten-diensten te ontwikkelen, geplaatst in meerjarig perspectief.
Beter en efficiënter subsidiebeheer
Het kabinet streeft naar een dienstbare en efficiënte overheid die kwaliteit levert. Hiervoor is het onder meer noodzakelijk om regels en bureaucratische lasten te verminderen en het financiële beheer van subsidies eenvoudiger te maken. Subsidieverlening is een van de terreinen waarop het kabinet concrete actie onderneemt. Subsidies aanvragen en ze verantwoorden kost burgers, bedrijven en instellingen veel geld. Ook de overheid maakt hoge kosten bij het uitvoeren van subsidies. De totale lasten van subsidies kunnen dus flink oplopen. Het kabinet wil dit veranderen door één rijksbreed bindend kader te introduceren voor het financiële beheer van subsidies. Het doel: eenvoudige, minder en uniforme voorwaarden en daarmee minder lasten voor de overheid en de subsidieontvangers. Kernwoorden hierbij zijn eenvoud, proportionaliteit, vertrouwen en uniformiteit. Verder stelt het kader de overheid in staat om de complexiteit van subsidieprocessen te reduceren en zo de kans op fouten te verkleinen. De Tweede Kamer heeft instemmend gereageerd op de door het kabinet gepresenteerde contouren van het kader, die op dit moment worden uitgewerkt. Het kabinet streeft ernaar om nog in de huidige kabinetsperiode nieuwe subsidieregelingen vorm te geven volgens het subsidiekader.
60 Het eigen vermogen van baten-lastendiensten mag maximaal 5 procent van de gemiddelde omzet over de afgelopen drie jaar bedragen, en moet minimaal 0 euro zijn.
