| Rijksbegroting | Overzicht | Voorbereiding | Uitvoering | Verantwoording | |
|---|---|---|---|---|---|
| 2009 | |||||
4.1 Ontwikkeling overheidsfinanciën
Ontwikkeling begrotingssaldo
Het kabinet streeft naar een duurzame ontwikkeling van de Nederlandse samenleving, waarbij niet alleen rekening gehouden wordt met de financiële gevolgen van beleid, maar ook met de economische, sociale en ecologische gevolgen voor huidige en komende generaties. Houdbare overheidsfinanciën54 zijn een randvoorwaarde voor duurzame ontwikkeling. In het Coalitieakkoord is daarom onder andere het doel opgenomen het structurele begrotingssaldo te verbeteren tot een overschot van 1,0 procent BBP in 201155. Het kabinet is goed op weg deze doelstelling te bereiken. Door in alle jaren gedurende deze kabinetsperiode een overschot te realiseren, wordt een deel van de staatsschuld afbetaald.
| Tabel 4.1 Ontwikkeling van het feitelijk en structureel EMU-saldotot en met 2011 (in € miljard) | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| 2007 | 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | |
| Uitgaven onder de kaders | – 196,3 | – 209,9 | – 221,9 | – 230,3 | – 236,3 |
| Rentelasten | – 9,1 | – 9,6 | – 9,8 | – 9,8 | – 9,7 |
| Inkomsten (belastingen en sociale premies) | 208,9 | 225,1 | 234,0 | 243,4 | 254,4 |
| Overig* | – 1,5 | 2,0 | 5,1 | 1,9 | – 1,0 |
| Saldo lokale overheden | 0,0 | – 0,2 | – 0,2 | – 0,2 | – 0,2 |
| Feitelijk EMU-saldo | 2,0 | 7,4 | 7,2 | 4,9 | 7,1 |
| Feitelijk EMU-saldo (in % BBP) | 0,3% | 1,2% | 1,2% | 0,8% | 1,1% |
| Af: Conjuncturele component/incidentele componenten | – 0,4% | – 0,3% | – 0,1% | 0,1% | 0,1% |
| Structureel EMU-saldo Miljoenennota 2009 | 0,0% | 0,9% | 1,1% | 0,9% | 1,2% |
* De post «overig» bevat onder andere de gasbaten, de FES-uitgaven, de kosten van de zorgtoeslag en het BTW-compensatiefonds
In tabel 4.1 is de meerjarige ontwikkeling van het feitelijke en structurele begrotingssaldo (volgens EMU-definities) opgenomen. De ramingen voor de jaren 2008 en 2009 zijn gebaseerd op de Macro Economische Verkenning 2009 (MEV) van het Centraal Planbureau (CPB). Voor de jaren na 2009 zijn geen actuele ramingen ten aanzien van de economie beschikbaar. Voor 2010 en 2011 zijn de ramingen daarom gebaseerd op de Economische Verkenning 2008–2011 van het CPB uit 2007. Het zijn daarmee technische veronderstellingen, waarbij in 2011 onder andere gerekend wordt met een olieprijs van 65 dollar. Gezien de huidige inzichten rondom de olieprijs zijn dit behoedzame ramingen.
De macro-economische veronderstellingen die zijn gehanteerd voor het opstellen van deze Miljoenennota zijn opgenomen in tabel 4.2.
| Tabel 4.2 Macro-economische veronderstellingen | ||||
|---|---|---|---|---|
| 2008 | 2009 | 2010 | 2011 | |
| Volume BBP | 2¼ | 1¼ | 2 | 2 |
| Consumenten Prijsindex (CPI) | 2½ | 3¼ | ¾ | ¾ |
| Contractloon | 3¼ | 3½ | 3¼ | 3¼ |
| Werkloosheid | 4¼ | 4½ | 4½ | 4½ |
| Lange rente | 4½ | 5 | 4½ | 4½ |
| Eurokoers ($) | 1,55 | 1,57 | 1,45 | 1,45 |
| Olieprijs ($) MLT | 118 | 125 | 68 | 65 |
Het verwachte EMU-saldo voor 2009 verbetert van 0,6 procent BBP in de Miljoenennota 2008 tot 1,2 procent BBP in deze Miljoenennota (zie tabel 4.3). Deze verbetering is vooral het gevolg van hogere verwachte inkomsten uit belastingen en sociale premies, en hogere aardgasbaten. Als gevolg van hoge olieprijzen en de daaraan gekoppelde aardgasprijzen nemen de aardgasbaten sterk toe. De extra aardgasbaten worden, volgens de begrotingsregels van het kabinet, gebruikt om de staatsschuld af te lossen. Dit draagt structureel bij aan de houdbaarheid van de overheidsfinanciën.
| Tabel 4.3 Verbetering EMU-saldo (in % BBP) | |
|---|---|
| 2009 | |
| Miljoenennota 2008 | 0,6% |
| Inkomsten* | 1,0% |
| Rijksbegroting in enge zin | – 0,5% |
| Sociale Zekerheid | – 0,2% |
| Zorg | 0,1% |
| Overig (o.a. FES, financiële transacties, lokale overheden) | 0,2% |
| Miljoenennota 2009 | 1,2% |
* Aardgasbaten, belastingen en sociale premies.
Ontwikkeling overheidsschuld
De overheidsschuld daalt door het toegenomen begrotingsoverschot sneller dan verwacht. De schuld komt in 2009 naar verwachting uit op ongeveer 40 procent van het BBP. Het kabinet verwacht dat de schuld als percentage van het BBP in 2011 gedaald is tot het laagste niveau sinds de schuldcijfers worden bijgehouden (1814). De ontwikkeling van de schuld volgens EMU-definities wordt weergegeven in grafiek 4.1. Ook in absolute zin daalt de schuld van 253 miljard euro in 2007 naar 246 miljard euro in 2009.
Grafiek 4.1 Ontwikkeling EMU-schuld in absolute zin en als percentage van het BBP.

Generatiebewust begroten
Komende generaties krijgen door de vergrijzing te maken met sterk oplopende kosten voor de Algemene Ouderdomswet (AOW) en de zorg. Generatiebewust begroten betekent dat rekening wordt gehouden met de verdeling van de kosten en baten van overheidbeleid over generaties. Dit kabinet lost bijvoorbeeld een deel van de staatschuld af, waardoor toekomstige generaties minder rente hoeven te betalen en daardoor beter in staat zijn de kwaliteit van publieke voorzieningen op peil te houden. In het Coalitieakkoord is bovendien afgesproken om maatregelen te nemen die ook na 2011 bijdragen aan het eerlijk verdelen van de kosten van de vergrijzing over generaties. Zo verbetert de houdbaarheidsbijdrage die is opgenomen in het Coalitieakkoord de houdbaarheid van de overheidsfinanciën. De houdbaarheidsbijdrage wordt vormgegeven door een beperkte indexatie van de bovengrens van de tweede schijf in de inkomstenbelasting voor belastingplichtigen die na 1945 zijn geboren.
54 Met het begrip financiële houdbaarheid wordt bedoeld dat de huidige en toekomstige verplichtingen van de overheid gedekt worden door huidige en toekomstige aanspraken. Nota Generatiebewust Beleid, TK 2007–2008 nr. 31 200/33.
55 Het structurele saldo is het feitelijke begrotingssaldo, gecorrigeerd voor conjuncturele invloeden.
