| Rijksbegroting | Overzicht | Voorbereiding | Uitvoering | Verantwoording | |
|---|---|---|---|---|---|
| 2009 | |||||
2.7 Afsluitende conclusies
Na een periode van grote bloei van de wereldeconomie, waarin miljoenen mensen in opkomende economieën uit de armoede zijn getild en waarin we in Nederland geprofiteerd hebben van een forse economische groei en lage werkloosheid, lijkt de economische motor nu te haperen. De onrust is deels conjunctureel en dus tijdelijk – economische ontwikkeling gaat met ups en downs, en financiële bubbels barsten. Tegelijk zijn er zorgen over structurele ontwikkelingen in de wereldeconomie en de gevolgen die dit heeft voor ons land. Globalisering schept kansen en welvaart, maar noopt ook tot een transitie in termen van economische activiteiten en werkgelegenheid.
Evenwichtige globalisering
Een minstens zo fundamentele uitdaging is om de uitkomsten van globalisering en steeds dominantere financiële markten in harmonie te brengen met onze behoeften aan het keren van klimaatverandering, financiële stabiliteit, een sociaal verantwoorde bedrijfsvoering, een evenwichtige inkomensverdeling en andere publieke belangen. Dat geldt op nationale schaal maar in toenemende mate ook op internationale schaal. Grensoverschrijdende problemen vragen om internationale oplossingen. Eén ding staat daarbij als een paal boven water: we zijn niet veroordeeld tot het lijdzaam ondergaan van deze ontwikkelingen maar hebben ruimte om kansen te benutten, zwakkeren te beschermen en publieke waarden en belangen te borgen. There Are Real Alternatives. Niet door alles te blijven doen zoals we het altijd al deden maar door nationaal en internationaal te werken aan nieuwe evenwichten tussen verantwoordelijke burgers, een krachtige overheid en goed werkende markten.
Concurrentiekracht en aanpassingsvermogen
Er zijn reële alternatieven. Voor Nederland liggen die vooral rond de vraag hoe we Nederland sterker, socialer en duurzamer kunnen maken. Daartoe wordt ook het komende jaar het nodige door het kabinet ondernomen. De concurrentiekracht en het aanpassingsvermogen worden versterkt door investeringen in onder andere onderwijs en kennis. De bereikbaarheid wordt vergroot door gerichte investeringen in infrastructuur. Excellentie, innovatie en ondernemerschap worden gestimuleerd. Het kabinet wil ook oog houden voor de mensen die te maken krijgen met de scherpe kantjes van de noodzakelijke aanpassing van de economie. Het kabinet stimuleert bijvoorbeeld inspanningen om mensen zo snel en soepel mogelijk te begeleiden van werk naar werk en van baan naar baan. Inspanningen die voor betrokkenen wel lonend moeten zijn: mede daarom introduceert het kabinet in 2009 een inkomensafhankelijke arbeidskorting.
Duurzaam en draagvlak
Het kabinet wil dat het succes van de Nederlandse economie duurzaam is in de meest brede zin van het woord: gericht op het welzijn van huidige én komende generaties. Dat betekent dat de stabiliteit van financiële markten bewaakt wordt en de organisatie van het ondernemingsbestuur leidt tot een goede afweging van de verschillende belangen in en rond het bedrijf. Om die reden zijn belangrijke stappen gezet richting meer transparantie rond private equity bedrijven en (andere) activistische aandeelhouders, zodat zij zich meer gedragen als partner van het ondernemingsbestuur.
Duurzaam betekent ook dat het kabinet investeert in manieren om onze economie minder afhankelijk te maken van, en daarmee minder kwetsbaar te maken voor prijsschommelingen van olie en andere grondstoffen. De ambitie om in 2020 in Europa leidend te zijn op het gebied van duurzame energie – en ook in 2009 weer stappen te zetten in die richting – staan in dat teken. Duurzame versterking van economie en samenleving vraagt – last but not least – om investeringen in jeugd en jongeren, het kapitaal van de toekomst. De capaciteit vroegtijdig te interveniëren wordt versterkt door de nieuwe Centra voor Jeugd en Gezin, verspilling van talent door vroegtijdige schooluitval wordt gereduceerd en jongeren worden gestimuleerd hun talenten ten volle te ontplooien. Dit gebeurt onder andere door uitvoering van de veertig wijkactieplannen.
Internationale beleidscoördinatie
Het kabinet wil niet alleen de eigen nationale beleidsruimte benutten, maar er ook aan bijdragen dat de internationale beleidsruimte verstandig benut wordt. Een aantal uitdagingen, zoals financiële stabiliteit en klimaatverandering, is grensoverstijgend. Internationale beleidscoördinatie is cruciaal om zulke aspecten van globalisering in een meer duurzame richting te sturen. Bij de vooralsnog gestrande WTO-onderhandelingen zet Nederland zich in Europees verband in voor eerlijke kansen voor alle landen om van globalisering te kunnen profiteren. In internationale organisaties als het Financial Stability Forum en het Internationaal Monetair Fonds pleit Nederland actief en doelgericht voor versterking van de regels voor en het toezicht op financiële partijen en markten. In Europa en daarbuiten zet het kabinet zich krachtig in voor effectieve internationale afspraken om klimaatverandering tegen te gaan en ons energiegebruik te verduurzamen.
Ruimte voor beleid
Globalisering en de toegenomen invloed van financiële markten ontneemt Nederland niet de mogelijkheid om een eigen koers te varen. Er blijft beleidsruimte om te kiezen voor borging van publieke belangen en voor een evenwichtige inkomensverdeling. Die beleidsruimte is er nationaal, maar is in toenemende mate op internationaal niveau effectiever te benutten. Krachtige samenwerking binnen de Europese Unie is essentieel voor het vergroten van de internationale slagkracht van Europa in het algemeen en Nederland in het bijzonder.
Dit kabinet richt zich op het versterken van de structuur van economie én samenleving, om zeker te stellen dat Nederland ook in de toekomst een open economie kan blijven waarvan de uitkomsten aansluiten bij onze wensen als consumenten en investeerders, maar ook als burgers en werknemers. Het volgende hoofdstuk concretiseert welke voortgang dit kabinet boekt bij dit streven naar een sterke economie en samenleving.
