Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

2.1 Ruimte voor beleid

Haperende wereldeconomie

De groeiverwachting voor de Nederlandse economie in 2009 is de afgelopen tijd fors naar beneden bijgesteld. Een van de belangrijkste redenen daarvoor is de doorwerking van de financiële crisis en de turbulentie op financiële markten op de reële wereldeconomie. Deze ontwikkelingen hebben in de werelden van wetenschap en politiek, maar ook in het bredere publieke debat, geleid tot de vraag of overheden voldoende grip hebben op de wereld van het grote geld. Onderliggend speelt de discussie of er sprake is van een onvermijdelijke ontwikkeling naar een steeds grotere (Angelsaksische) oriëntatie op kortetermijnbelangen van (activistische) aandeelhouders en financieel gedreven marktpartijen ten koste van een (Rijnlandse) langetermijnoriëntatie waarbij een breder spectrum aan belangen wordt gediend. Globalisering wordt doorgaans gezien als drijvende kracht achter deze ontwikkelingen.

Globalisering zonder beleidsruimte?

In dit debat worden verschillende posities ingenomen. Deze posities hebben niet alleen betrekking op hoe één en ander wordt gewaardeerd. Het gaat ook om de vraag hoe onvermijdelijk en beïnvloedbaar deze ontwikkelingen zijn en hoeveel ruimte zij aan overheden laten om bepaalde waarden en belangen te borgen. Hoe ligt dit voor een open economie als de Nederlandse, die altijd goed heeft weten te profiteren van globalisering? Leidt assertief optreden van nieuwe spelers op financiële markten en stevige concurrentie uit opkomende economieën onvermijdelijk tot financiële instabiliteit, baanverlies en grotere inkomensongelijkheid? Blijft het mogelijk om het sociale karakter van ons economisch model te handhaven? Zijn we in staat een effectieve medespeler te zijn in de wereld, tegenspel te bieden waar dat nodig is en mede richting te geven aan internationale ontwikkelingen?

Er zijn alternatieven

Een dominante stroming in dit debat benadrukt zowel de onvermijdelijkheid van deze ontwikkelingen als de afnemende marges voor effectief politiek handelen die daarmee gepaard zouden gaan: There Is No Alternative(TINA).2 Het kabinet ziet die alternatieven wel: There Are Real Alternatives (TARA) Niet door ons af te sluiten van wat er in de wereld om ons heen gebeurt, maar door oog te houden voor kansen die voorbijkomen, door nieuwe en betere spelregels te bepleiten en vast te stellen, door onze economie robuust en concurrerend te houden en door voortdurend te blijven zoeken naar nieuwe manieren om tegelijkertijd het veranderingsvermogen van onze economie te verbeteren én mensen houvast en perspectief op nieuw werk te bieden op het moment dat ze in de knel komen. Die ruimte is er. Maar het vraagt een aanpak waarbij nadrukkelijk geïnvesteerd wordt in internationale samenwerking, waarbij geen talent onbenut blijft en waarbij ons vermogen centraal staat om publieke waarden en belangen in een veranderende wereld op nieuwe manieren te borgen.

Keuzes op korte en lange termijn

Op korte termijn is de uitdaging om het vertrouwen te herwinnen in het financiële stelsel en de weg te hervinden naar een conjunctureel evenwichtige situatie (§ 2.2). Dit schept de ruimte voor een bezinning op de betekenis van globalisering en de dominante rol van kapitaal (§ 2.3) voor het functioneren en de stabiliteit van financiële markten(§ 2.4), wat dit met zich mee brengt rond het bestuur van en de zeggenschap binnen bedrijven (§ 2.5) en welke mogelijkheden er blijven voor politieke beslissingen om publieke belangen en waarden te borgen (§ 2.6). In dit licht heeft het kabinet de afgelopen jaren een aantal keuzes en antwoorden ontwikkeld en uitgewerkt. Deze lichten we toe in § 2.7.

2  T.L. Friedman, 2005, The World is Flat: A Brief History of the Twenty-First Century.