Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

  • Download PDF

Artikel 4. Integratie niet-westerse migranten

4.1. Algemene doelstelling

Motivering

De integratie van niet-westerse migranten4 in de Nederlandse samenleving, economisch, sociaal en cultureel


De vestiging van grote groepen migranten uit niet-westerse landen in de afgelopen decennia, heeft de sociale samenhang onder druk gezet. Hoewel veel migranten het goed doen5, is er een te grote groep die onvoldoende of met weinig resultaat deelneemt aan het onderwijs, de arbeidsmarkt en het maatschappelijk leven. Dit heeft negatieve gevolgen voor de welvaart en voor het draagvlak voor migranten in de samenleving. Daarom is integratiebeleid nodig.

Verantwoordelijkheid

De Minister voor WWI heeft een integrale verantwoordelijkheid voor de opzet en voortgang van het kabinetsbrede integratieprogramma en rapporteert hierover aan de Tweede Kamer. Belangrijke delen van het programma worden uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van bewindslieden van andere departementen.

De Minister voor WWI heeft beleidsverantwoordelijkheid voor de inburgering en voor een aantal specifieke integratieonderwerpen. Dit laatste vaak in samenwerking met andere bewindslieden. Gemeenten hebben uitvoeringsverantwoordelijkheid voor de inburgering en zijn betrokken bij de uitvoering van andere specifieke integratieonderwerpen.

De Minister voor WWI is ook verantwoordelijk voor de uitvoering van de remigratieregeling.

Externe factoren

Specifiek voor inburgering

• De wijze waarop gemeenten en andere bij integratie en participatie betrokken instellingen en organisaties hun taken en verantwoordelijkheden waarmaken;

• De mate waarin inburgeringsplichtigen de verantwoordelijkheid oppakken om aan de inburgeringplicht te voldoen en de benodigde competenties te verwerven om te kunnen participeren aan de samenleving.

Specifiek voor het realiseren van het integratieprogramma

• De bereidheid van instellingen en bedrijven om competente personen ongeacht etnische, culturele of levensbeschouwelijke achtergrond mee te laten doen;

• De bereidheid van maatschappelijke partners om actief te participeren in integratieprojecten.

• De inzet van migranten om deel uit te maken van de Nederlandse samenleving.

Meetbare gegevens

De mate waarin de algemene doelstelling van het integratiebeleid wordt gerealiseerd wordt afgemeten aan de ontwikkeling van een aantal kernindicatoren. Dit betreft:

• Netto-arbeidsparticipatie;

• Aandeel personen met een startkwalificatie;

• Aandeel verdachten van een misdrijf.


Beoogd wordt om op deze indicatoren meetbare vooruitgang te boeken. Vooruitgang houdt in dat de waarden voor niet-westerse migranten dichter bij de waarden van de autochtone bevolking komen te liggen. De waarden op de integratie-indicatoren zijn afhankelijk van een groot aantal factoren. Daarom is het niet zinvol om exacte streefwaarden aan te geven.


Ten aanzien van de integratieonderwerpen waarvoor de Minister voor WWI beleidsverantwoordelijkheid heeft worden meetbare gegevens gespecificeerd onder de desbetreffende operationele doelstellingen.

Tabel 4.1. Effectindicatoren voor integratie
 2004200520062007Streefwaarde
Percentage netto-arbeidsparticipatie van de bevolking 15–64 jaar     
Niet-westerse migranten46,546,946,751,8 
Autochtone Nederlanders65,865,666,968,1 
Verschil– 19,3– 18,7– 20,2– 16,3Afname
      
Percentage met startkwalificatie van de niet schoolgaande bevolking 15–64 jaar     
Niet-westerse migranten 2e generatie64,461,963,767,1 
Autochtone Nederlanders68,369,269,870,4 
Verschil– 3,9– 7,3– 6,1– 3,1Afname
      
Aantal verdachten per 10 000 van de bevolking van 12 jaar en ouder     
Niet-westerse migranten470472480473 
Autochtone Nederlanders116122124125 
Verschil354350356348Afname

Bron: CBS

Tabel 4.2. Budgettaire gevolgen van beleid

Artikel 4. Integratie niet-westerse migranten
x € 1 0002007200820092010201120122013
Verplichtingen:913 369461 973502 416466 925464 841464 841439 841
Uitgaven:425 434461 973502 416466 925464 841464 841439 841
Waarvan juridisch verplicht  480 255439 679434 240430 140402 540
Programma:425 434461 973502 416466 925464 841464 841439 841
Bewerkstelligen dat oud- en nieuwkomers hun inburgeringsexamen halen:362 739376 054425 911395 273394 933394 933369 933
Facilitering inburgering*362 739376 054425 911395 273394 933394 933369 933
        
Het versterken van de maatschappelijke emancipatie en het vergroten van de sociale integratie van niet-westerse migranten:62 69585 91976 50571 65269 90869 90869 908
Facilitering remigratie29 33939 08737 78136 48236 48336 48336 483
Overige instrumenten33 35646 83238 72435 17033 42533 42533 425
Ontvangsten:9 6711 4702 4403 2493 9374 4254 425

* Op de begroting van het ministerie van Financiën (op een aanvullende post), is € 100 mln voor 2010 en € 50 mln voor 2011 gereserveerd ten behoeve van het Deltaplan Inburgering. Deze bedragen zijn toegewezen aan de minister voor WWI.

Grafiek 4.1. Budgetflex in % en bedragen per operationeel doel voor 2009



kst119622B_08.gif

Operationeel doel:

1. Bewerkstelligen dat oud- en nieuwkomers hun inburgeringsexamen halen

2. Het versterken van de maaatschappelijke emancipatie en het vergroten van de sociale integratie van niet-westerse migranten.

Toelichting:

Bij de operationele doelstelling «Bewerkstelligen dat oud- en nieuwkomers het inburgeringsexamen halen» hebben de juridisch verplichte budgetten betrekking op de bijdragen aan het Participatiefonds, COA en IBG voor de uitvoering van de wet Inburgering. De juridisch verplichte bedragen bij de operationele doelstelling «Het versterken van de maatschappelijke emancipatie en het vergroten van de sociale integratie van niet-westerse immigranten» betreffen projectsubsidies op grond van de regeling Ruimte voor contact, subsidies voor activiteiten van maatschappelijke organisaties, remigratie-uitkeringen en bijdragen aan Antillianengemeenten.

4.2. Operationele doelstellingen

4.2.1. Bewerkstelligen dat oud- en nieuwkomers hun inburgeringsexamen halen

Motivering

Om oud- en nieuwkomers actiever mee te laten doen aan de samenleving is het noodzakelijk dat deze groep een goede beheersing van de Nederlandse taal en kennis van de Nederlandse samenleving heeft. Het volgen van een inburgeringstraject en het behalen van het inburgeringsexamen is een middel om dit te bewerkstelligen.


In het kader van het Deltaplan Inburgering heeft het Kabinet zich ten doel gesteld om in deze kabinetsperiode gemiddeld 60 000 inburgeringsprogramma’s per jaar te realiseren.


De wisselwerking tussen inburgering en participatie is een belangrijke waarborg voor het behalen van duurzame resultaten in de inburgering. Dit heeft geresulteerd in de doelstelling dat in 2011 80% van de programma’s duaal van karakter moet zijn. Dit wil zeggen dat de inburgering gekoppeld is met reïntegratie, werk, ondernemerschap, een (beroep)sopleiding, vrijwilligerswerk of opvoedingsondersteuning. Om dat te bereiken zullen gemeenten worden gestimuleerd om de dualiteit van hun inburgeringsprogramma’s te vergroten door een financiële bijdrage per duaal traject.

Instrumenten

Wet inburgering

In het kader van de Wet Inburgering, die per 1 januari 2007 in werking is getreden, verzorgen de gemeenten het aanbod van inburgeringvoorzieningen. Voor 2009 ontvangen zij hiervoor een bijdrage van in totaal € 365 mln. Met gemeenten zijn afspraken gemaakt over de te realiseren aantallen en vindt regelmatig bestuurlijk overleg plaats over de voortgang. Vanaf de inwerkingtreding van de Wet participatiebudget worden de middelen voor inburgering, reïntegratie en educatie samengevoegd in één participatiebudget.

Grafiek 4.2. Verdeling middelen over gemeenten



kst119622B_09.gif

Bron: WWI administraties


Ter ondersteuning van de uitvoering door gemeenten wordt een aantal taken centraal gecoördineerd en gefinancierd, zoals het examenstelsel, de inburgering in de centrale opvang, de exploitatie van het keurmerk inburgering en de monitoring van de inburgeringresultaten. De in 2008 ingezette ondersteuning van gemeenten door procesmanagement dat primair is gericht op het verbeteren van de uitvoering wordt in 2009 voortgezet. Ook wordt aandacht besteed aan kennisoverdracht van de resultaten van de diverse innovatietrajecten en onderzoeken. Voor deze taken en de ontwikkelingstrajecten in het kader van het Deltaplan Inburgering is een bedrag van € 59 mln beschikbaar.

Wet inburgering in het buitenland

Ingevolge de Wet Inburgering in het buitenland moeten bepaalde groepen vreemdelingen die zich in Nederland willen vestigen het basisexamen inburgering afleggen op een examenlocatie in het buitenland. Het slagen voor het basisexamen is een voorwaarde voor het verkrijgen van een machtiging tot voorlopig verblijf.


Voor de uitvoering van de Wet Inburgering in het buitenland is een bedrag van € 1,5 mln beschikbaar.

Meetbare gegevens

Naar verwachting zullen in 2009 in het buitenland ongeveer 10 000 inburgeringsexamens worden afgenomen en 8 500 personen slagen voor het inburgeringsexamen.


In 2009 zullen de resultaten van een wetsevaluatie bekend worden, waarbij onder meer gekeken is naar de werking van het basisexamen in de praktijk en het effect op de inburgering in Nederland.

Ook worden in 2009 de uitkomsten verwacht van het onderzoek naar de mogelijkheden om het niveau A1 als niveau voor het basisexamen inburgering te eisen en de randvoorwaarden, zoals de voorbereidingsmogelijkheden van kandidaten, die daarbij van rijkswege ingevuld dienen te worden. De uitkomsten van deze onderzoeken kunnen mogelijk leiden tot aanpassingen in de uitvoering van het basisexamen inburgering in het buitenland.

Tabel 4.3. Prestatie-indicatoren inburgeringNederland
 200720082009201020112012
Aantal aangeboden inburgeringvoorzieningen8 57054 00062 00072 00062 00055 000
Aantal duale trajecten in % van het totaal aantal aangeboden inburgeringsvoorzieningen 20%40%60%80%80%
Aantal geslaagden voor het inburgeringexamen4924 00014 00033 00041 00045 000
Slagingspercentage50%50%55%60%65%70%

Bron: Informatiesysteem Inburgering (IBG)

4.2.2. Het versterken van de maatschappelijke emancipatie en het vergroten van de sociale integratie van niet-westerse migranten

Motivering

De nog onvoldoende gerealiseerde integratie van niet-westerse migranten heeft te maken met maatschappelijke achterstand én met sociale segregatie. Het generieke beleid op het terrein van onderwijs en arbeidsmarkt, de instellingen voor jeugd en jongeren, de culturele instellingen moet iedereen bereiken en bedienen. Waar dit onvoldoende aan de problematiek van niet-westerse migranten tegemoetkomt, zijn afzonderlijke maatregelen en acties nodig onder verantwoordelijkheid van de Minister voor WWI. Naast het verminderen van ruimtelijke segregatie en het vergroten van de ontwikkelingspotenties van wijken (zie beleidsartikel 1) betreft het de onderwerpen die hierna bij de instrumenten worden genoemd. Bij de uitvoering hiervan wordt gebruik gemaakt van de expertise van diverse maatschappelijke organisaties, zoals Forum en de LOM-organisaties (Landelijk Overleg Minderheden). Deze organisaties ontvangen hiervoor in 2009 een vergoeding van in totaal € 13 mln.

Instrumenten

Een gemeenschappelijke beleidsagenda met gemeenten

In 2008 is met gemeenten en de VNG overeenstemming bereikt over de inhoud en de uitvoering van het gemeenschappelijk kader. Het kader bevat een gedeelde visie op de hoofdlijnen van het integratiebeleid en een overzicht van 8 beleidsterreinen waarin die gemeenschappelijke ambitie is uitgewerkt in concrete acties voor Rijk en gemeenten. Voor dit actieprogramma is € 1,5 mln beschikbaar in 2009. Het streven is het percentage gemeenten dat deelneemt aan de gemeenschappelijke beleidsagenda in 2009 te verhogen van 10% tot 15%.

Antidiscriminatievoorzieningen

De Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen zal in 2009 in werking treden. Na aanvaarding van de wet door het Parlement zal dit dossier overgaan naar het ministerie van BZK. De hiervoor beschikbare middelen ad € 6 mln per jaar worden via de algemene uitkering van het Gemeentefonds beschikbaar gesteld.

Om de mogelijkheden voor de melding van discriminatieklachten beter bij de burger bekend te maken wordt er een landelijke voorlichtingscampagne georganiseerd. Met de implementatie van het plan racismebestrijding zal nadrukkelijk aandacht worden geschonken aan beeldvorming en preventie, met name onder jongeren en op lokaal niveau. Voor deze activiteiten is € 2 mln beschikbaar.

Actieprogramma diversiteit in het jeugdbeleid

Dit actieprogramma, waaraan samen met de minister voor Jeugd en Gezin wordt vormgegeven, is gericht op het vergroten van het bereik onder migrantenjongeren van instellingen voor jeugd en jeugdzorg, het versterken van de deskundigheid van professionals in het omgaan met migrantenjongeren en de verspreiding van interventiemethodieken die zijn toegesneden op migrantenjongeren. Hiermee wordt beoogd de effectiviteit van de instellingen voor niet-westerse jongeren te vergroten, zowel in het bereiken van deze groepen als in het succes van de interventies. Hiervoor is een bedrag van € 1 mln beschikbaar in 2009.

Preventieprojecten

De projecten hebben tot doel:

• De preventie van eergerelateerd geweld;

• De preventie van polarisatie en radicalisering;

• De aanpak van Antilliaans Nederlandse probleemjongeren;

• De aanpak van Marokkaans Nederlandse probleemjongeren.

In totaal is hiervoor in 2009 € 10 mln beschikbaar.


Met het Meerjaren Kaderprogramma «Aan de goede kant van de eer», dat loopt tot 2010, zetten vier minderhedenkoepels met ruim 80 achterbanorganisaties zich in voor de verhoging van zelfredzaamheid, bevordering van mentaliteitsverandering en samenwerking vanuit migrantengemeenschappen met instellingen die betrokken zijn bij de aanpak van eergerelateerd geweld. Dit meerjarenprogramma is een onderdeel van het interdepartementale programma «Eergerelateerd geweld» van het ministerie van Justitie.


In aansluiting op het Actieplan Polarisatie en Radicalisering, dat door de minister van BZK wordt gecoördineerd, worden in samenwerking met de koepels van de minderhedenorganisaties in 2009 diverse initiatieven ontwikkeld om te komen tot een preventieve aanpak van polarisatie en radicalisering, op basis van een «evidence-based» onderzoek.


In samenwerking met het ministerie van BZK en Justitie wordt uitvoering gegeven aan de in de beleidsbrief Antillianen en Arubanen aangekondigde maatregelen. Mede op basis van een evaluatie van de bereikte resultaten met de bestuurlijke arrangementen in de 21 Antillianengemeenten heeft een daartoe ingestelde onafhankelijke Taskforce advies uitgebracht over de wijze waarop na 2008 verder invulling kan worden gegeven aan een duurzame meerjarige aanpak van de Antillianenproblematiek. Op basis van de rapportage van de Taskforce worden hierover in het najaar van 2008 afspraken gemaakt met gemeenten.


In samenwerking met de minister van Justitie wordt een plan van aanpak opgesteld waarin concrete acties en maatregelen voor een maatwerkgerichte aanpak van Marokkaans-Nederlandse jongeren zijn uitgewerkt. Dit plan van aanpak is eind 2008 gereed en wordt in 2009 in uitvoering genomen.

Initiatieven actief burgerschap en dialoog

Democratische bewustwording en maatschappelijke activering vormen belangrijke doelen van beleid dat gericht is op actief burgerschap. In het Actieprogramma Actief Burgerschap wordt aandacht besteed aan zowel de sociale als de politieke componenten van burgerschapsvorming. Dit richt zich onder meer op het aanleren van «soft skills» bij bewoners in de aandachtswijken, niet-westerse vrouwen en jongeren via trainingen in dialoog- en debatvaardigheden en andere burgerschapscompetenties.


Om maatschappelijke, etnische en religieuze scheidslijnen tussen mensen te doorbreken, worden initiatieven gefaciliteerd die bevorderen dat mensen met elkaar in gesprek gaan over concrete maatschappelijke problemen en samen oplossingen aandragen.


Op lokaal niveau worden gezamenlijke activiteiten van autochtonen en migranten die gericht zijn op praktische gemeenschappelijke doelen gestimuleerd. Voor initiatieven tussen € 50 000 en € 100 000 kan ook in 2009 een beroep worden gedaan op de Stimuleringsregeling Ruimte voor Contact. In totaal is er voor actief burgerschap en dialoog € 10,5 mln beschikbaar in 2009.

Remigratiewet

Het Rijk faciliteert mensen van een etnische minderheid die daadwerkelijk willen remigreren, maar deze wens niet zelfstandig kunnen realiseren. De vergoedingen bestaan uit een eenmalige tegemoetkoming in de kosten voor verhuizing en een periodieke uitkering om te voorzien in de noodzakelijke kosten van bestaan in het land van bestemming.

Meetbare gegevens

Tabel 4.4. Gemeenschappelijke beleidsagenda
 20072008200920102011
Percentage gemeenten dat deelneemt aan de gemeenschappelijke beleidsagenda voor het integratiebeleid0%10%15%25%40%

Bron: WWI-administratie


Tabel 4.5. Antidiscriminatie
 2005200620072011
Aantal meldingen bij een antidiscriminatievoorziening in % van het totaal aantal personen dat zich gediscrimineerd voelt op grond van ras*5%Niet gemetenNiet gemeten10%
Aantal meldingen bij een antidiscriminatievoorziening van discriminatie op grond van ras**2 1002 1001 900 

Bron:

* Monitor rassendiscriminatie (driejaarlijks) en

** administratie antidiscriminatievoorzieningen


Tabel 4.6. Preventie eergerelateerd geweld
 20072010
Aantal samenwerkingsafspraken tussen zelforganisaties, gemeenten en professionele instellingen op lokaal niveau 010
Aantal personen uit de doelgroepen dat bereikt is met informatie over de aanpak van eergerelateerd geweld050 000

Bron: Evaluatieonderzoek


Tabel 4.7. Facilitering remigratie
 200720082009201020112012
Aantal remigranten met een éénmalige uitkering voor reis- en vervoerskosten en kosten hervestiging377370380380380390
Aantal remigranten met een periodieke uitkering per einde jaar10 14210 66011 06011 45011 80012 170

Bron: SVB

4.3. Overzicht beleidsonderzoeken

Tabel 4.8. Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van beleid
Soort onderzoekOnderwerpAD/ODA. StartB. Afgerond
BeleidsdoorlichtingDeltaplan InburgeringOD 4.2.1.A. 2010B. 2011
Overige evaluatie-onderzoekenEvaluatie Wet inburgeringOD 4.2.1.A. 2010B. 2011
 Jaarrapport integratieOD 4.2.2. Jaarlijks
 Evaluatie Wet inburgering buitenlandOD 4.2.1.A. 2008B. 2009

4  Tot de migranten worden ook de in Nederland geboren kinderen van migranten gerekend (de tweede generatie).

5  SCP-Jaarrapport Integratie 2007.